Discriminatie, racisme en dat soort dingen
Rachida Azough deelt herhaaldelijk haar mening met ons in
de Volkskrant. Ze doet dat in de rubriek 'Generaties'.
Nou behoren wij niet tot dezelfde generatie, en wie weet
ligt daar de oorzaak: ik begrijp haar nooit. Rachida zelf
zal hier trouwens - oordelende naar de tendens van haar
schrijfsels - vast een andere oorzaak achter zoeken: onze
verschillende raciale afkomst. Rachida is namelijk enorm
bezig met die verschillende roots en nationaliteiten
van haar medemens. Misschien begrijp ik haar daarom wel
nooit, bedenk ik nu. Haar invalshoeken zijn nooit de mijne,
ik herken ze niet. Iemands kleur of ras zal mij over het
algemeen worst zijn.
Vandaag trekt zij de aandacht met een wel heel bizarre gedachtensprong. Zij bevond zich als 15-jarige in een klas met overwegend allochtonen, een blank meisje (een 'autochtoon') noemde haar een keer 'sneaky', en op basis van deze belediging schaarde de groep allochtonen zich als één medeleerling achter Rachida en koos de sportieve blondine voor straf voortaan als laatste met gym (en verloren aldus menig volleybalpotje, schat ik zo, maar principes zijn principes natuurlijk).
Als wraakactie een beetje over the top, lijkt mij, maar ja, pubers maken zich wel vaker schuldig aan buitenproportioneel gedrag. Maar u weet nog niet alles, waarde lezer. De blondine kon zich voortaan ook wentelen in een spervuur van scheldwoorden. Op zich eigen schuld dikke bult en wie de bal kaatst kan hem terug verwachten, maar het vreemde was dat de kanonades op geen enkele manier in relatie stonden tot het gewraakte 'sneaky'. De brutale blondine werd niet uitgescholden voor 'achterbaks' of 'jij driedubbelovergehaalde creep!', doch voor 'melkfles' en 'kaaskop'.
Er kwam nog iets bij: niet alleen de blondine kon deze behandeling verwachten, al haar blanke klasgenoten ondergingen vanaf de lancering van dat woord 'sneaky' eenzelfde behandeling. Ook altijd als laatste gekozen met gym (wat logistiek moeilijk moet zijn als groep, maar goed), en samen met de blondine uitgescholden voor melkfles.
De strekking van Rachida's verhaal, uitgaand van 'kijk ons zielige allochtonen toch eens enorm goed voor onszelf opkomen in een vijandige wereld' verwordt hiermee tot 'groot agressief collectief kleineert op racistische wijze minderheid, zonder duidelijke aanleiding'. Zoals ik al zei: ik snap Rachida nooit.
En dan zit er nog een lelijke adder onder het gras: Rachida liegt. Wat zij beschrijft heeft nooit plaatsgevonden. Ze had waarschijnlijk graag gewild dát het gebeurd was, maar het ís nooit gebeurd. Waarom niet? Het verhaal rammelt.
In haar laatste levensjaren woonde mijn bejaarde autochtone schoonmoeder in een rijtje met allochtonen, en naast zich 1 autochtoon. Die autochtoon was een alleenstaande moeder uit een achterstandswijk, de allochtonen bestonden uit een Surinaams, een Kaapverdiaans en een Marokkaans gezin. Dat was de autochtonen tegen de allochtonen zult u, samen met Rachida, denken. Welnee. Het was iedereen tegen iedereen. De Kaapverdianen discrimineerden de Marokkanen, de Surinamers hekelden het blanke 'volkswijf' (én de Marokkanen én de Kaapverdianen) en het 'volkswijf' had een hekel aan allemaal. Mijn schoonmoeder zat ertussen en keek er met stomme verbazing naar. Zij discrimineerde niet, zij koos geen partij, en gelukkig werd dat niet van haar vewacht want ze was toch bejaard en ongevaarlijk.
Moraal van dit verhaal: er bestaat niet zoiets als een collectieve groep 'allochtonen' die voor elkaar opkomen op basis van huidskleur. Ze voelen zich net zo verschillend van elkaar als van de eerste de beste blondine die haar klasgenote geniepig noemt.
Rest mij het onprettige gevoel dat Rachida hier dus een wens vader van de gedachte heeft laten zijn, die meer over haar zegt dan over onze medemensen, van welke kleur of geloofsovertuiging ook.
Vandaag trekt zij de aandacht met een wel heel bizarre gedachtensprong. Zij bevond zich als 15-jarige in een klas met overwegend allochtonen, een blank meisje (een 'autochtoon') noemde haar een keer 'sneaky', en op basis van deze belediging schaarde de groep allochtonen zich als één medeleerling achter Rachida en koos de sportieve blondine voor straf voortaan als laatste met gym (en verloren aldus menig volleybalpotje, schat ik zo, maar principes zijn principes natuurlijk).
Als wraakactie een beetje over the top, lijkt mij, maar ja, pubers maken zich wel vaker schuldig aan buitenproportioneel gedrag. Maar u weet nog niet alles, waarde lezer. De blondine kon zich voortaan ook wentelen in een spervuur van scheldwoorden. Op zich eigen schuld dikke bult en wie de bal kaatst kan hem terug verwachten, maar het vreemde was dat de kanonades op geen enkele manier in relatie stonden tot het gewraakte 'sneaky'. De brutale blondine werd niet uitgescholden voor 'achterbaks' of 'jij driedubbelovergehaalde creep!', doch voor 'melkfles' en 'kaaskop'.
Er kwam nog iets bij: niet alleen de blondine kon deze behandeling verwachten, al haar blanke klasgenoten ondergingen vanaf de lancering van dat woord 'sneaky' eenzelfde behandeling. Ook altijd als laatste gekozen met gym (wat logistiek moeilijk moet zijn als groep, maar goed), en samen met de blondine uitgescholden voor melkfles.
De strekking van Rachida's verhaal, uitgaand van 'kijk ons zielige allochtonen toch eens enorm goed voor onszelf opkomen in een vijandige wereld' verwordt hiermee tot 'groot agressief collectief kleineert op racistische wijze minderheid, zonder duidelijke aanleiding'. Zoals ik al zei: ik snap Rachida nooit.
En dan zit er nog een lelijke adder onder het gras: Rachida liegt. Wat zij beschrijft heeft nooit plaatsgevonden. Ze had waarschijnlijk graag gewild dát het gebeurd was, maar het ís nooit gebeurd. Waarom niet? Het verhaal rammelt.
In haar laatste levensjaren woonde mijn bejaarde autochtone schoonmoeder in een rijtje met allochtonen, en naast zich 1 autochtoon. Die autochtoon was een alleenstaande moeder uit een achterstandswijk, de allochtonen bestonden uit een Surinaams, een Kaapverdiaans en een Marokkaans gezin. Dat was de autochtonen tegen de allochtonen zult u, samen met Rachida, denken. Welnee. Het was iedereen tegen iedereen. De Kaapverdianen discrimineerden de Marokkanen, de Surinamers hekelden het blanke 'volkswijf' (én de Marokkanen én de Kaapverdianen) en het 'volkswijf' had een hekel aan allemaal. Mijn schoonmoeder zat ertussen en keek er met stomme verbazing naar. Zij discrimineerde niet, zij koos geen partij, en gelukkig werd dat niet van haar vewacht want ze was toch bejaard en ongevaarlijk.
Moraal van dit verhaal: er bestaat niet zoiets als een collectieve groep 'allochtonen' die voor elkaar opkomen op basis van huidskleur. Ze voelen zich net zo verschillend van elkaar als van de eerste de beste blondine die haar klasgenote geniepig noemt.
Rest mij het onprettige gevoel dat Rachida hier dus een wens vader van de gedachte heeft laten zijn, die meer over haar zegt dan over onze medemensen, van welke kleur of geloofsovertuiging ook.