|
De Volkskrant, 23-05-2005, van verslaggever Robin Gerrits
‘Meer straatcultuur in de school’
De eindexamens zijn begonnen. De Volkskrant doet dagelijks verslag vanaf het
Utrechtse College Blaucapel, een christelijke school die op het punt staat te
verdwijnen.
In de twee gymzalen boven elkaar in een uithoek van het grijze gebouwencomplex
moet het de komende twee weken allemaal gebeuren: de eindexamenkandidaten vmbo,
havo en vwo van het Utrechtse College Blaucapel geven de komende weken nog een
keer het beste van hun kunnen. Dan zit het er voor hen op.
Maar niet alleen voor de eindexamenkandidaten van Blaucapel
staat het voorjaar van 2005 in het teken van afscheid. De komende maanden raakt
de scholengemeenschap in Utrecht Tuindorp zijn exclusief
protestants-christelijke signatuur, zijn klassikale onderwijsmethode en ten
slotte zijn naam kwijt. In augustus fuseert het College Blaucapel met de
roomskatholieke school De Klop in de nieuwe scholengemeenschap Gerrit Rietveld
College. De fusie was onontkoombaar geworden mede door de toenemende verkleuring
van de leerlingenpopulatie.
Eerder, in augustus 2003, gingen in Utrecht de openbare
scholen voor voortgezet onderwijs Niels Stensen en Thorbecke ten onder. De
groeiende instroom van allochtone leerlingen leidde eerst tot een afname van het
aantal witte aanmeldingen, en vervolgens ook van die van allochtone leerlingen.
Ook de twee nu samen te smeden scholen De Klop en Blaucapel
hebben te maken met een afnemend aantal inschrijvingen. Op Blaucapel zitten nu
een kleine zevenhonderd leerlingen, dat waren er twintig jaar geleden nog
dertienhonderd, voor De Klop gelden vergelijkbare cijfers.
‘Van de 686 leerlingen is nu ongeveer 30 tot 40 procent
allochtoon’, licht adjunct-directeur Elias Huygen toe. ‘Maar het neemt toe. In
de onderbouw is het al ongeveer fifty-fifty.’ Hoewel de school is gelegen in een
rustige, witte wijk met fraaie en dure jarendertig woningen, valt het volgens
Huygen niet mee om deze witte kinderen naar het Blaucapel te lokken. ‘Velen
vertrekken naar witte scholen.’
De sfeer is nog steeds prima op school, zegt iedereen, maar
wel veranderd. ‘Er ontstaan nu makkelijker groepjes, waar je minder makkelijk
toegang tot hebt, en die minder onderling mixen’, zegt Joke van Wijk,
coördinator havo-bovenbouw. ‘Hoewel Nederlands verplicht is, spreken ze vaak een
andere taal. Er is meer straatcultuur de school binnengekomen.’
Ooit, en niet eens zo lang geleden, was het Blaucapel een
streng christelijke school. Wat heet: Bas van der Vlies, al sinds jaar en dag
fractievoorzitter van de SGP in het parlement, was hier docent wiskunde en
conrector, tot hij in 1981 de Kamer in ging.
‘Toen wij hier kwamen wonen, begin jaren zestig, stond het
nieuwe gebouw in de steigers’, zegt Jeannet Bordewijk-Prinsen, die pal tegenover
het college woont. Haar man is een volle neef, en naamgenoot, van schrijver
Ferdinand Bordewijk, en in de tijd dat leerlingen diens boeken Bint en Karakter
nog lazen, kwamen ze wel eens aanbellen met vragen, vertelt ze. ‘Je ziet nu veel
meer hoofddoekjes enzo.’
De nieuwe fusieschool gaat werken met een volkomen nieuwe
onderwijsvorm: les in domeinen. Zo’n tweehonderd leerlingen verblijven dan de
hele dag in een grotere afgeschermde ruimte, waar de leraren op bezoek komen om
juist kleinschalig les te geven, in groepjes, achter de computer, met
zelfstudie. ‘Erg wennen, zeker voor de oudere docenten’, zegt Elias Huygen, die
er zelf zo zijn twijfels over heeft. ‘Tegenwoordig geldt als waarheid dat een
leraar een groep van dertig kinderen niet meer een uur lang kunt boeien met zijn
verhaal. Ik weiger dat te geloven.’
Bij de leerlingen krijgt de nieuwe naam weinig handen op
elkaar, en eigenlijk de hele fusie niet. ‘Wie was nou Gerrit Rietveld’, zegt
tweedeklasser Pamela Bontrop. ‘Gerrit Rietveld klinkt als een kleuterschool’,
vindt Lieke Kamphof (vwo 4). ‘Blaucapel klinkt veel lekkerder.’
Naar Onderwijsbeleid
,
Discriminatie, onterecht, schoolkeuze
, of
site home
.
|