|
Hoofddoeken, de principiële kant
De principiële kant van het hoofddoekendebat wordt het best toegelicht met een
voorbeeld uit een ander terrein:
Leids universiteitsblad
Mare, 28-09-2006.
Oneerlijk
Wanneer een rechter laat merken dat hij betrokkenen kent, ervaren omstanders
rechtszaak als oneerlijk. Hierover publiceren een aantal Nederlandse
onderzoekers, waaronder de Leidse psycholoog Henk Wilke, deze maand in het
Journal of Experimental Social Psychology.
De psychologen onderzochten twee groepen proefpersonen bij
een nagebootste rechtszaak. In de eerste groep behandelde de rechter iedereen
gelijk, maar bij de andere groep liet hij merken dat hij een of meerdere
betrokkenen kende. In beide rechtszaken volgde de rechter dezelfde procedure en
waren de uitspraken gelijk. Toch ervoeren de testpersonen in de tweede groep de
uitspraak als onbetrouwbaarder dan die bij de zaak waar je rechter zich neutraal
opstelde. Soortgelijk onderzoek is in Amerika al eens gedaan, maar dan met nog
een derde groep proefpersonen. Zij mochten niet bij de rechtszaak aanwezig zijn,
maar kregen achteraf te horen hoe de rechter de betrokkenen behandel de. Bij hen
was het gevoel dat een informele rechter onbetrouwbaar is zelfs nog sterker.
IRP: Waar het dus om gaat is dat mensen niet alleen naar een
objectieve rechtsspraak kijken, maar vooral ook naar dat aan de tekenen van
uiterlijke objectiviteit wordt voldaan. Het bovenstaande is een vorm van
persoonlijke binding. Maar precies hetzelfde geldt natuurlijk voor
groepsbinding. een hoofddoek kan niet, omdat de hoofddoekdrager bij
betrokkenheid in een proces met een andere hoofddoekdrager, altijd hetzelfde zal
oproepen als de rechter die een van de betrokkenen in het proces lijkt te
kennen.
Het feit dat voor de revolte van Fortuyn het normaal was om deze regel te willen
overtreden
, laat de ernst van de politiek-correcte blindheid zien.
Terug naar Hoofddoeken
, Allochtonen
overzicht
, of site home
.
|