|
De Volkskrant, 05-03-2005, column van H.J. Schoo |
11 mrt.2005 |
Geplande rampspoed
Te pas en te onpas worden de Verenigde Staten tegenwoordig als voorbeeldig
immigratie- en integratieland in de lucht gestoken. Nederland kan ook zeker wat
leren van Amerika, maar niet alles wat daar gebeurt, verdient navolging. Het
verdringen van laaggeschoolde arbeid door immigranten bijvoorbeeld. Sinds 2000,
meldde The International Herald Tribune onlangs, zijn er in de VS per
saldo iets meer dan twee miljoen banen bijgekomen. Het zijn evenwel geen
werkloze Amerikanen geweest die van die werkgelegenheidsgroei profiteerden, maar
verse lichtingen immigranten, hoofdzakelijk Hispanics en Aziaten.
Deze cijfers spreken boekdelen over de toegankelijkheid van
de Amerikaanse arbeids-markt, maar er is wel een schaduwzijde. De nieuwkomers
hebben de arbeidsmarktkansen van `gevestigden', vooral de minder
gekwalificeerde, ernstig verslechterd. Terwijl liefst 85 procent van de
laaggeschoolde mannelijke immigranten werkt, geldt dat voor niet meer dan 60
procent van vergelijkbare 'geboren Amerikanen'.
In 2000 werkte nog 45 procent van de laaggeschoolde jonge
mannen, in 2004 was dat nog maar 36 procent. De groep die het traditioneel
veruit het slechtst doet - laaggeschoolde jonge zwarte mannen - incasseerde de
hardste klappen. In 2000 werkte 29 procent, in 2004 was dat percentage tot 19
gedaald. Ook de arbeidsparticipatie van volwassen zwarte mannen en
laaggeschoolde blanken liep terug. In de lagere regionen van de arbeidsmarkt -
bouw en horeca - doet zich dus grootscheepse verdringing voor. Meegaande,
werklustige immigranten winnen het van degenen die door werkgevers als
probleemgroep worden gezien.
Bijna gelaten komt de Trib tot twee conclusies.
Immigranten trekken zich kennelijk weinig aan van de stand van de economie: zij
komen in goede en slechte tijden. En de arbeidsmarkt is nu werkelijk
geglobaliseerd, net als andere markten. Amerikaanse arbeiders ondervinden op
twee fronten concurrentie: van Chinezen en Indiërs door outsourcing, van
Mexicanen en Filipino's door immigratie. En, zoals dat nu eenmaal gaat bij
concurrentie, heb je winnaars en verliezers. Niets aan te doen. Alleen jammer dat
de verliezers steeds weer die aloude kansarmen zijn.
Amerikaanse toestanden? Absoluut, want een arbeidsdeelname
van (hoofdzakelijk) niet-westerse mannelijke immigranten van 85 procent is bij
ons ongekend. Het werkloosheidscijfer voor niet-westerse allochtonen' (mannen én
vrouwen), zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) het noemt, bedroeg
in 2004 weliswaar 'slechts' 16 procent (2003: 14 procent) - driemaal zo hoog als
het cijfer voor 'autochtonen' en het hoogste sinds 1997. Maar minder dan de
helft van deze immigranten en hun nazaten had in 2004
überhaupt werk.
Marokkanen komen er veruit het meest bekaaid af. Van alle
allochtonen waren zij in 2004 het vaakst werkloos. Tussen 2001 en 2004
verdubbelde de werkloosheid tot 22 procent, viermaal het autochtone percentage.
Hun arbeidsdeelname (het percentage van alle 15-64 jarigen dat werkt) bedroeg in
2003 niet meer dan 41 procent. Hoewel Marokkaanse jongeren slechts tweemaal zo
vaak werkloos zijn als autochtone jongeren, neemt ook van de tweede generatie
minder dan 50 procent deel aan de arbeidsmarkt.
Net als in de VS schijt de duivel op dezelfde hoop.
Laagopgeleide Marokkanen zijn de 'zwarten' van de Nederlandse arbeidsmarkt aan
het worden, dé verliezers van de 'globalise-ring'. Werkgevers zien hen als
probleemcategorie - al dan niet op grond van ongelukkige ervaringen - en lopen
in een grote boog om hen heen. Niet alleen in de marktsector, de overheid doet
het nauwelijks beter.
Inmiddels - het kon niet uitblijven - klinkt in de politiek
de roep om werkgevers te pressen laagopgeleide allochtonen (lees: Marokkanen) in
dienst te nemen. Maar dergelijk beleid stigmatiseert kansarmen alleen maar en
biedt bovendien geen soelaas als werkgevers - Amerikaanse toestanden! - voor
nieuwe immigranten kunnen kiezen. Bazen slaan Marokkanen nu ook over omdat zij
de beschikking hebben gekregen over werklustige Polen en andere
Midden-Europeanen. Ook hier worden laaggeschoolden dus van de arbeidsmarkt
verdrongen door verse immigranten - en dat zijn er meer dan het kabinet op
gezag van het Centraal Plan Bureau (CPB) begin vorig jaar raamde.
'Omdat', zo vatte het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) de
CPB-studie toen samen, 'de betrokken immigranten direct na binnenkomst geen
recht hebben op een bijstandsuitkering, hebben zij een relatief sterke prikkel
om een baan te accepteren. Het is daarom aannemelijk dat een deel van hen
terecht zal komen op moeilijk vervulbare vacatures, die ondanks de ruime
arbeidsmarkt nog steeds bestaan. Voor het overige zullen zij ingezetenen van de
arbeidsmarkt verdringen, wat tijdelijk leidt tot meer werkloosheids- en
bijstandsuitkeringen.' De verslech-tering van de arbeidsmarktpositie van
Marokkanen mag dus gerust geplande rampspoed heten.
Het moeizame Nederlandse immigratie- en integratiedebat
eindigde vorig jaar zoals het ooit begon, met de drieslag van oud-VVD-leider
Bolkestein: beperk immigratie, verbeter integratie, stop discriminatie. Alle
inspanningen van Balkenende II, de zwaarbevochten herziening van de sociale
zekerheid incluis, zijn dan ook tevergeefs zolang de arbeidsmigratie van
laaggeschoolden uit nieuwe EU-landen doorgaat. Dan blijven nieuwkomers inheemse
allochtonen van de arbeidsmarkt drukken. Om nog maar te zwijgen van de ravages
die een gemeenschappelijk Europees immigratiebeleid (ook door Nederland begeerd)
op termijn op de arbeidsmarkt kan aanrichten. Alleen daarom al zou je tegen de
Europese 'Grondwet' zijn.
Naar Integratiebeleid
, Allochtonen
lijst
, Allochtonen
overzicht
, of site home
.
|