|
De Volkskrant, 31-05-2005, door Farhad Golyardi, publicist en
hoofdredacteur van het tijdschrift Eutopia.
Migrant beter af in EU
De Nederlandse culturele bovenlaag sluit intellectuele immigranten buiten. De
Europese identiteit biedt hun meer, zegt Farhad Golyardi.
Als intellectuele migranten willen discussiëren over in Nederland als
'uitgekauwd' beschouwde thema's als islam, multiculturalisme, discriminatie en
eigenwaarde, worden zij als 'politiek correct' terzijde geschoven. Velen voelen
zich daardoor niet serieus genomen. Teleurgesteld door deze minderwaardige
behandeling, zijn ze geneigd met geestverwanten elders in Europa en de wereld
contact te zoeken. Ballingen worden er hier permanent aan herinnerd dat ze
buitenstaanders zijn. Dus is het begrijpelijk dat ze twijfelen over hun
aansluiting bij deze samenleving. En dat komt niet omdat men tekortschiet qua
intellectuele 'stijl', maar omdat de culturele bovenlaag geen ruimte voor ze
maakt.
De achtergrond van deze migranten is heel anders dan die van
de klassieke gastarbeiders. Onder deze nieuwkomers bevinden zich diverse groepen
(waaronder Koerden, voormalige Joegoslaven, Iraniërs, Somaliërs, Ethiopiërs) van
intellectuelen, politiek geëngageerden en kunstenaars. Ze hebben zich snel een
weg gebaand naar universiteit en hogeschool en de kunstenaars onder hen hebben
talrijke verenigingen opgericht. Mede door hen is het gebied dat Nederland wordt
genoemd, niet langer voorbehouden aan 'de Nederlanders'. De bevolking is nu zeer
heterogeen, waarbij 'Nederlandse eigenheid' nog slechts een bestanddeel vormt
van onze multi-etnische samenleving. Bovendien zijn de geschiedenis, tradities
en eigenschappen die met het 'Nederlanderschap' worden geassocieerd -
bijvoorbeeld zuinigheid (of gierigheid) en tolerantie - twijfelachtig of zelfs
betekenisloos voor de grote meerderheid van de nieuwe Nederlanders. De
'Nederlandse volksaard' ziet er al helemaal onbeduidend uit, in relatie tot een
nieuwe Europese identiteit die een amalgaam vormt van talrijke culturele
identiteiten. Het wekt dan ook geen verbazing dat 'de Nederlanders' zich
bedreigd voelen.
Maar de klok is niet terug te draaien. Om plaats te bieden
aan verscheidenheid moeten we grip krijgen op meervoudige en veranderende
identiteiten. En de meest wezenlijke verandering kan als volgt worden
omschreven: alle categorieën van 'de anderen', aan de hand waarvan we onszelf in
Europa definiëren, vormen nu een integraal onderdeel van onszelf. Niet alleen
zijn zij nu 'hier' in Europa, als vast onderdeel van het continent, maar hun
opvattingen, levensstijlen, voedsel en kleding spelen een rol in de vorming van
'onszelf' en 'onze samenleving'.
Het onderscheid tussen 'wij' en 'zij' is in Europa aan het
vervagen, en iedereen moet zich daaraan aanpassen. Dat is goed nieuws, want
aanpassen aan Europa laat alle ruimte voor verscheidenheid. Neem bijvoorbeeld de
relatie tussen migrantenfamilies, migrantenorganisaties en hun economische
netwerken in Europa. Door deze relaties hebben de identiteiten van de betrokken
personen en organisaties altijd een sterk Europees karakter. Veel nieuwe
Amsterdammers staan in nauw (elektronisch, telefonisch, zakelijk) contact met
nieuwe Hamburgers of nieuwe Parijzenaars. Ze zijn dus wel degelijk erg modern,
nemen immers de zeden en gewoonten over, maar het is een heel andere vorm van
aanpassing dan de bekrompen eis nationale of patriottistische opvattingen over
het karakter van een bepaald land te onderschrijven.
Een andere Europese pijler voor verscheidenheid is de band
met de islam. Die is eeuwenoud. Het Europa van nu zou niet hebben bestaan zonder
de islam. En omgekeerd is de huidige islam in al zijn vormen ondenkbaar zonder
Europa. De twee beschavingen hebben hun identiteiten geschapen in relatie tot
elkaar, doordat ze de ander als de duistere kant van zichzelf zagen. Europa
heeft veel van wat het de 'Renaissance' noemt aan de islam ontleend. Het begon
aan de basis, toen de islam Europa leerde redeneren, en hoe er een onderscheid
tussen barbarij en beschaving kon worden gemaakt, en wat de voornaamste
eigenschappen van een rechtstaat zijn.
Europa als geheel heeft zoveel frisse ideeën te bieden over
multiculturaliteit, diversiteit en religie. Veel meer dan het verzuurde
politieke en culturele klimaat in de verschillende nationale lidstaten. De
Europese weg is derhalve voor de positie van de migrant gunstiger en
intellectueel uitdagender. Klagen over de onwilligheid van de Nederlanders helpt
de intellectuele migrant niet. Dus: geen gestamel langs de zijlijn, maar
schreeuw vanuit de Europese tuin.
IRP: Het altijd makkelijk als mensen zich duidelijk en zonder
omwegen uitspreken. Farhad Golyardi zegt in de eerste helft van zijn artikel
onomwonden dat hij in Nederland geen kans krijgt tot discussiëren, dat als hij
wil discussiëren over de islam dat hij politiek correct wordt genoemd, dat hij
buitengesloten wordt van de culturele bovenlaag, dat zijn bevolkingsdeel de
Nederlandse cultuur niet deelt, dat de Nederlandse cultuur onbeduidend is, en
dat die cultuur opzij moet gaan voor de migrantenculturen.
De eerste opmerking is een klacht, inhoudende dat hij tegenspraak krijgt op zijn
multiculturele of eigenculturele uitingen. Dit betekent dat Golyardi met
betrekking tot deze standpunten kennelijk geen tegenspraak duldt. Islam en
migranten mogen niet bediscussieerd en worden en dus ook niet bekritiseerd
worden.
De opmerking is ook een klacht, inhoudende buitensluiting uit de culturele
bovenlaag. Dit is in tegenstelling tot zijn prominente rol in allerlei
organisaties en publicaties. Golyardi en zijn multiculturele soortgenoten hebben
in ieder geval veel meer toegang dan aanhangers van rationaliteit, wetenschap,
en echt vooruitstrevend denken. Vanuit dit standpunt is de klacht van Golyardi
alleen een poging tot zwartmaken van anderen, mogelijkerwijs in een poging
daarmee nog meer ruimte voor zichzelf en zijn cultuur te scheppen.
De derde opmerking is een omvattender formulering van de eerste twee: wie
geen tegenspraak duldt en zich overdadig wil profileren is bezig met afzondering
en confrontatie.
De vierde opmerking maakt duidelijk dat het niet de bedoeling is dat de
migrantencultuur een deel moet gaan uitmaken van de Nederlandse cultuur: de
Nederlandse cultuur moet opzij, plaats maken voor de migrantencultuur.
Uit deze vier opmerking blijkt dat Golyardi het eens is met de omschrijving van
de cultuur in een land als een terrein met een eindige oppervlakte, want hij
vindt dat hij niet genoeg heeft aan de ruimte die hij zelf kan scheppen. Wat hij
in die termen zegt is dat de Nederlandse cultuur een deel van haar terrein moet
opgeven. Wat hij dus wil is een deel van het Nederlandse culturele terrein
veroveren. De algemene term voor het veroveren van andermans terrein is oorlog.
Golyardi's artikel is niet minder dan een open oorlogsverklaring aan de
Nederlandse cultuur.
In het tweede deel van zijn artikel voegt Golyardi daar nog aan toe dat het
invoeren van een Europese staat een goed idee zou zijn, omdat de nationale
deelculturen daardoor verdund zouden worden. Dat zou dan een extra
groeigelegenheid vormen voor de migrantencultuur, die hun bestaande banden
tussen de deelgroepen in de verschillende nationale staten zouden kunnen
versterken. Op die komt de migrantencultuur in de gelegenheid een van haar
pijlers, de islam, te verspreiden, zodat Europa van hen kan leren, naast wat ze
al eerder van de islam hebben geleerd: redeneren, wat wat het onderscheid is
tussen barbarij en beschaving, en wat de beginselen van de rechtsstaat zijn.
De opmerkelijke duidelijkheid en openheid van Golyardi stimuleren ook duidelijke
en openlijke reacties. Uitgangspunt van het IRP is dat een multiculturele
samenleving een aanzienlijke waarde heeft, maar dan op het mondiale vlak. Op het
mondiale vlak is er heel veel migrantencultuur, zeker als men die, zoals
Golyardi doet, toespitst op de islam; op personen toegespitst praten we over de
vele honderden miljoen. Aan de ander kant is er heel weinig Nederlandse cultuur,
op zijn best ter grootte van vijftien miljoen personen. Behoud van een
multiculturele wereld is dus behoud van de kleine Nederlandse cultuur. Behoud
van die kleine, bedreigde Nederlandse cultuur betekent dus strijden tegen de
bedreigingen van die cultuur. Golyardi en zijn migrantencultuur vormen een
dreiging voor die cultuur, tot nu toe min of meer verborgen, zie bijvoorbeeld
het Marokkaans manifest
, maar sinds Golyardi
is dit nu openlijk. Het tegenmiddel dat de Nederlandse cultuur heeft is even
simpel als effectief, en dusdanig voor de hand liggend dat het hier niet genoemd
hoeft te worden.
Naar Allochtonen, vijfde colonne
, Allochtonen lijst
, Allochtonen overzicht
, of site home
.
|