Bronnen bij Integratiebeleid: eenzijdigheid
| 12 sep.2007 |
Na het in volle omvang naar buiten komen van de integratieproblematiek in de
vorm van grote achterstanden in wijken waar allochtonen in der meerderheid zijn,
worden er ook van de kant van de multiculturalisten voorstellen gedaan tot
verbetering van de situatie.
Dat is al een hele vooruitgang, want voorheen ontkende men
botweg eerst dat er zulke problemen bestonden - dat kon namelijk niet
vanwege de gelijkheid der culturen. Daarna heft men nog en tijdje beweert dat
het lag aan de autochtone medebewoners, die de allochtonen niet genoeg liefdevol
zouden bejegen en opnemen. Maar dat laatste is onhoudbaar gebleken, toen bleek
dat naarmate er minder autochtonen in die wijken kwamen, de problemen alleen
maar toenamen.
De nieuwe voorstellen van de multiculturalisten gaan meestal
vergezeld van ook een relatief nieuwe term: segregatie. Ook deze term bevat een
multiculturalistische component, namelijk het idee dat de scheiding van de
culturen het gevolg is van de houding van de autochtone bevolking. Maar dit is
slechts de volgende laag in het verhullingstaktiek die eigen is aan het
multiculturalisme: de werkelijke oorzaak is het uitdragen van een incompatibele
cultuur door de allochtonen, het meest duidelijk tot uiting komende in het
spreken van de eigen taal en oprichten van eigen winkels, kerken en andere
groepskenmerken als kleding - er zijn ook gevallen geweest van actieve
ontmoediging van de aanwezigheid van autochtonen, met als voorbeeld het
lastigvallen van buren door allochtonen hangjongeren, wat altijd autochtone
buren treft (zouden ze het bij mede-allochtonen doen, worden ze de oren gewassen
in eigen kring).
Deze impliciete en soms expliciete onterechte beschuldiging
richting autochtonen is een opmaat voor de volgende stap: maatregelen op het
probleem op te lossen, die ten koste gaan van de autochtonen. Segregatie wordt
verklaard tot het probleem, de oplossing is desegregatie, en dat betekent dat
autochtonen verplicht moet worden allochtonen in hun wijk op te nemen, via een
dwangmatig spreidingsbeleid- dat dwangmatige is noodzakelijk bij een
spreidingsbeleid, omdat al gebleken is dat een vrijwillig beleid niet werkt - de
vrijwillige neiging is tot segregatie.
Dit is dus de nieuwe fase in het integratiebeleid:
maatregelen opleggen aan de autochtonen ten gunste van de allochtonen. De kwade
trouw van die voorstellen blijkt eruit dat dit volkomen eenzijdige voorstellen
zijn: ze bevatten verplichtingen richting autochtonen, maar geen overeenkomstige
verplichtingen allochtonen.
De Volkskrant, 06-09-2007, column door Marcel van Dam (volledig artikel
hier
)
De vloek van de segregatie...
enkele kranten prachtige bijlagen produceren met vaak artikelen
die getuigen van topkwaliteit. Zoals in het laatste nummer van het Maandblad van
NRC Handelsblad het artikel 'Tweedeling in het Nederlandse
onderwijssysteem' van Anja Vink. Daarin wordt het wel en wee beschreven van een
vmbo-school in Rotterdam-Zuid die ondanks een bezielende leiding zijn ondergang
tegemoet lijkt te gaan. ... te wijten aan het vertrek van praktisch alle
(autochtone) leerlingen uit de middenklasse. ...
Het artikel is goed gedocumenteerd en buitengewoon overtuigend. En daarom zo
alarmerend. Er is maar één conclusie mogelijk: een eind maken aan de segregatie
is voorwaarde voor een oplossing.
... Met het plan van minister Vogelaar om veertig
probleemwijken om te toveren tot prachtwijken wordt dit kernprobleem niet
opgelost. Al enkele decennia wordt er via herstructureringen gepoogd verloederde
wijken te rehabiliteren. Tot nu toe heeft dat niet meer opgeleverd dan dat de
verloedering tijdelijk werd gereduceerd om na verloop van tijd op het oude
niveau terug te keren. ...
Nederland heeft het nooit aangedurfd spreiding van allochtonen als
beleidsdoel te formuleren. Uit angst beschuldigd te worden van discriminatie.
Maar ook uit angst kiezers in autochtone wijken waar de gespreide allochtonen
zouden komen te wonen, boos te maken.
Een spreidingsbeleid hoeft niet discriminerend te zijn.
Woningbouwcorporaties kunnen worden verplicht een bepaald percentage van
vrijkomende woningen ter beschikking te stellen van mensen uit
achterstandswijken. ...
Uiteraard is met de verhuizing geen einde gekomen aan de problemen van
mensen met een achterstand. Er zal ook dan een actief beleid moeten worden
gevoerd om hun achterstand weg te werken door ze aan een baan te helpen, hun
leefwijze te verbeteren etc. ...
Red.: U kunt er ook de volledige bron op naslaan: op geen
enkele wijze wordt verwacht dat allochtonen hieraan een bijdrage leveren - niet
de geringste. Het is allemaal maar één kant op: wij geven hen, en verplichten
autochtonen daaraan meer te werken.. Zo meteen meer over dat laatste, maar eerst
even een opmerking over de noodzaak van de allochtone medewerking:
De Volkskrant, 11-09-2007, ingezonden brief van Henk Bonarius (Den Haag)
Segregatie
Marcel van Dam gaat in zijn column voorbij aan een mogelijk essentiële oorzaak
van het ontstaan van achterstandsgroepen (Forum, 6 september). Segregatie begint
achter de voordeur. Sinds 1981 werk ik als huisarts. Het valt mij met name in de
nacht- en weekenddiensten op, dat de communicatie in de Nederlandse taal met van
oorsprong niet-autochtonen onverminderd gebrekkig blijft. Kinderen onder de 4
jaar verstaan mij vaak niet. Een vader legde mij eens uit dat dit kwam omdat
zijn zoontje nog niet op school zat. Het probleem van (taal) achterstand en de
daardoor bemoeilijkte integratie, houdt zichzelf in stand. Waar Van Dam een
spreidingsbeleid voorstaat om allochtonen in achterstandssituatie te helpen
'buiten hun beperkte wereld te komen en kennis te laten maken met de echte
gevestigde wereld', lijkt het verstandiger in te zetten op een pro-actief en
activerend opvoedings- en onderwijsprogramma dat start bij de geboorte van elke
Nederlander. Vanaf de 19de eeuw werd op dergelijke wijze ook gewerkt aan de
verheffing van het proletariaat.
Red.: Het grappige is dat Van Dam dat natuurlijk eigenlijk ook
wel weet, al was het maar omdat hij het zelf heeft geschreven. Neem bijvoorbeeld
dit zinnetje:
De allochtone leerlingen hebben, als zij aan de school beginnen, al een
achterstand van meer dan twee jaar.
Dan beschrijft hij het gevolg van de feiten geconstateerd door Bonarius. En zijn
zinnetje daar weer voor is bijna nog onthullender:
De school wordt nu bevolkt door leerlingen uit wijken met laagopgeleide, arme
en meestal werkloze bewoners.
Want wat zien we hier: Van Dam redeneert terug. Hij begint met de segregatie en
de maatschappelijke achterstand, en komt dan op opvoeding, en daarom wil hij dus
de segregatie bestrijden. Het is, zoals Bonarius aangeeft, precies andersom:
door de foute opvoeding komt de taalachterstand, daarna komt de
schoolachterstand, komt de slechte maatschappelijk positie, čn komt de
segregatie.
Marcel van Dam draait oorzaak en gevolg om, en legt daarom de
verplichtingen bij precies de verkeerde partij. En daarom komt hij met
oplossingen die eigenlijk ook niet kunnen, want voor de door hem voorgestelde
maatregelen is een totale ommedraai in allerlei vormen van beleid nodig,
zoals de vrijheid van huisvesting en de vrijheid van schoolkeuze
. En waarvan de werkzaamheid niet alleen niet vast staat, maar juist lijkt te
worden ontkracht
.
Een mogelijke reden dat Marcel van Dam deze denkfout maakt is
een andere stellingname van hem - wat Henk Bonarius hier voorstelt is
natuurlijk niets anders dan het aanleren van de Nederlandse
sociale en dus ook culturele waarden. hetgeen hetzelfde is al het afleren van de
allochtonen sociale en dus ook culturele waarden. En dat laatste kan je ook
samenvatten als assimilatie. En daar is Marcel van Dam sterk tegen. Hetgeen dus
neerkomt op het bestendigen van de achterstand van allochtonen. hetgeen, volgens
Van Dam, automatisch goed komt na drie generaties. Als er tenminste, zegt het
IRP dan, ondertussen niet iets anders tussen gekomen is ...
Maar het kan nog erger, zie de volgende bron:
Uit: De Volkskrant, 07-09-2007, door Jaap Dronkers, hoogleraar
sociale stratificatie aan het Europees Universitair Instituut in Florence
(volledig artikel en opvolgende discussie hier
)
Soepel ontslagrecht helpt migranten
Door een goede ontslagbescherming komen immigranten moeilijk aan het werk.
Zo kan een etnische onderklasse ontstaan, zegt Jaap Dronkers... Het debat over het ontslagrecht moet dus niet alleen gaan
over de goede of kwade bedoelingen van werkgevers of werknemers, maar ook over
de belangentegenstelling tussen gevestigden en buitenstaanders. Als Europese
samenlevingen hun probleem met immigranten vreedzaam willen oplossen, zullen
waarschijnlijk autochtonen een deel van hun voorrechten, sterke
ontslagbescherming bijvoorbeeld, moeten opgeven. Als dat niet kan of gebeurt,
zal er in Europa een etnische onderklasse ontstaan die weinig uitzicht heeft op
werk, overeenkomstig hun opleidingen mogelijkheden. Een dergelijke etnische
onderklasse zal op de lange termijn tot ernstige maatschappelijke spanningen
leiden. Bij het debat over het ontslagrecht staat dus veel meer op het spel dan
de belangen van de autochtone werknemers. Het gaat ook over die van de
immigranten en de mogelijkheden vreedzaam met hen samen te leven.
Red.: Eigenlijk zijn alleen al de koppen voldoende: om
migranten aan het werk te helpen, moeten gezetenen makkelijker ontslagen kunnen
worden. Of om maar meteen de praktische termen te gebruiken; autochtonen moeten
maar ontslagen worden om allochtonen aan het werk te helpen. En dan kunnen
we het meteen nog verder specificeren, want de allochtonen die moeilijk aan het
werk komen zijn voor het overgrote deel de lager opgeleiden, dus waar we het
hier over hebben is dat lager opgeleide autochtonen hun baan maar moeten afstaan
aan allochtonen. Voor de realiteit van dit verdringingsproces, zie hier:
Uit:
De Volkskrant, 05-03-2005, column van H.J. Schoo (volledig artikel hier
)
Geplande rampspoed
Te pas en te onpas worden de Verenigde Staten tegenwoordig als voorbeeldig
immigratie- en integratieland in de lucht gestoken. Nederland kan ook zeker wat
leren van Amerika, maar niet alles wat daar gebeurt, verdient navolging. Het
verdringen van laaggeschoolde arbeid door immigranten bijvoorbeeld. Sinds 2000,
meldde The International Herald Tribune onlangs, zijn er in de VS per
saldo iets meer dan twee miljoen banen bijgekomen. Het zijn evenwel geen
werkloze Amerikanen geweest die van die werkgelegenheidsgroei profiteerden, maar
verse lichtingen immigranten, hoofdzakelijk Hispanics en Aziaten.
Deze cijfers spreken boekdelen over de toegankelijkheid van
de Amerikaanse arbeids-markt, maar er is wel een schaduwzijde. De nieuwkomers
hebben de arbeidsmarktkansen van `gevestigden', vooral de minder
gekwalificeerde, ernstig verslechterd. Terwijl liefst 85 procent van de
laaggeschoolde mannelijke immigranten werkt, geldt dat voor niet meer dan 60
procent van vergelijkbare 'geboren Amerikanen'.
In 2000 werkte nog 45 procent van de laaggeschoolde jonge
mannen, in 2004 was dat nog maar 36 procent. De groep die het traditioneel
veruit het slechtst doet - laaggeschoolde jonge zwarte mannen - incasseerde de
hardste klappen. In 2000 werkte 29 procent, in 2004 was dat percentage tot 19
gedaald. Ook de arbeidsparticipatie van volwassen zwarte mannen en
laaggeschoolde blanken liep terug. In de lagere regionen van de arbeidsmarkt -
bouw en horeca - doet zich dus grootscheepse verdringing voor. Meegaande,
werklustige immigranten winnen het van degenen die door werkgevers als
probleemgroep worden gezien. ...
Red.: De namen van de groepen zijn anders, maar het
sociologische proces is precies hetzelfde: de goedkope arbeidskrachten
verdringen de dure. In Nederland zijn de gezetenen de dure arbeidskrachten, en
de buitenstaanders, de allochtonen en nieuwe immigrantengroepen, de goedkope. En
hoe meer vrijheid de werkgevers hebben, des te eerder en sneller zal ze dat
proces verlopen.
Het Amerikaanse voorbeeld laat tevens zien dat het soepel
ontslagrecht niet een onderklasse voorkomt, maar deze alleen mar van kleur
verandert. Wat Dronkers in neutrale termen beschrijft, en door anderen, met name
uit multiculturalistische partijen als D66, GroenLinks en de PvdA als partijen
als "solidariteit" zal worden aangeduid
, is
dus in feite een gekleurde solidariteit: de blanke onderklasse, en eventueel ook
nog wat hoger, is er de dupe van. En let op: hier staat van allochtone kant geen
enkel offer tegenover: de offers komen uitsluitend van de autochtone kant
Dit is dus het nieuwe gezicht van de multiculturaliteit: de eenzijdige dwang
op de autochtone bevolking. En dan in de praktijk natuurlijk niet de hele
autochtone bevolking, maar vooral, of uitsluitend, het lager opgeleide deel
ervan. Marcel van Dam zegt het heel expliciet: degenen die ruimte moeten
bieden aan de allochtonen uit de achterstandswijken zijn de corporaties - en de
corporaties beheren de huurwoningen van de lagere en laag-middenklasse
autochtonen. Niks geen verplichte medewerking van kopers - de midden- en hoger
klassen.
Dronkers, Halsema c.s. is van hetzelfde laken een pak: de banen die
door autochtonen opgegeven moeten worden zijn de lager opgeleide banen, van de
lager opgeleide autochtonen. Niks geen baantjes van hoogleraren in de
sociologie, ja een enkele misschien, maar lang niet die percentages waar de
lageropgeleiden mee geconfronteerd worden.
Dus kom op, lager opgeleide autochtonen: lever je baanzekerheid, je
banen en je huizen maar in, en voedt daarna de allochtonen op. En doe je dat
niet, dan kan je wat anders krijgen. En hier is Dronkers het duidelijkst:
dan krijg je het omgekeerde van 'Het gaat ook over die van de immigranten en
de mogelijkheden vreedzaam met hen samen te leven.', oftewel niet vreedzaam
samenleven, oftewel een etnisch gekleurde klassenstrijd en erger. Een
regelrechte bedreiging.
Maar ook hier zien Dronkers en de andere voorstanders van
verruiming van het ontslagrecht iets elementairs over het hoofd: als de
"benadeling" van allochtonen kan leiden tot sociale onrust, kan de benadeling
van autochtonen dat natuurlijk ook! In dat verband lijkt het voldoende te
herinneren aan de gang van zaken rond de moord op Pim Fortuyn, die door een
groot deel van de lagere klassen werd gezien als hun woordvoerder in het
integratiedebat. De Tweede Kamer moest bewaakt worden, en journalisten werden
verbaal lastig gevallen, en voelden zich bedreigd. Zij werden door de
Fortuyn-aanhangers gezien als zittende in het allochtonenkamp - en terecht. En
bij de Fortuyn revolutie ging het nog grotendeels om emoties als erkenning van
sociale problemen, en niet om zoiets fundamenteels als de eigen baan.
Kortom: het allochtone werkloosheidprobleem is het een
kwestie van allochtonen-helpen versus maatschappelijke onrust, maar van: "Uit
welke hoek willen we de maatschappelijke onrust?" En omdat de autochtonen de
oudste rechten hebben, en de degenen zijn die de grootste verliezen lijden,
lijkt het weinig twijfel te hebben dat daar het gevaar voor die onrust daar het
grootst is - en dat nog afgezien van het feit dat het een veel grotere groep is.
Blijft de vraag wat we dan moeten doen met het feit dat
allochtonen zullen blijven achter lopen. Dat is elders uitgebreider verteld
,
maar in het kort: ze eerlijk vertelen dat de zaak zo ligt, dat het dus geen
kwestie van discriminatie is maar van eerlijkheid, en ze eerlijk vertellen: "Zo
ligt het, en wie het er niet mee eens is: jullie hebben een tweede paspoort - de
autochtonen lagere klassen niet.
Uit:
De Volkskrant, 27-11-2007, door Huug van Ooijen
(volledig artikel hier
)
Nu kent zelfs de criminologie een Marokkanendrama
Criminoloog Jan Dirk de Jong begaat volgens Huug van Ooijen de fout ernstig
afwijkende culturele patronen bij Marokkaanse jongeren te bagatelliseren.
Jan Dirk de Jong heeft een mooi proefschrift geschreven: Kapot Moeilijk.
Daar niet van (Voorkant, 6 november). Maar van de Marokkaanse cultuur in
Nederland heeft hij geen verstand. Volgens deze onlangs gepromoveerde
criminoloog wordt het criminele gedrag van groepen Marokkanen in Nederland
veelal ten onrechte als een product van hun cultuur bestempeld. In zijn boek,
waarin hij verslag doet van zijn etnografisch onderzoek naar delinquent
groepsgedrag van Marokkaanse jongeren in het Amsterdamse Overtoomseveld, staat
dat deze jongens zich afgewezen voelen doordat Nederlanders hen zien als
‘kut-Marokkanen’ of ‘Marokkaanse straatterroristen’. Daardoor zijn zij sterker
op elkaar aangewezen en raken zij verstrikt in hun straatcultuur, hetgeen kan
uitmonden in vijandschap naar buiten toe en heftig delinquent groepsgedrag.
Volgens De Jong is de Nederlandse samenleving hiervoor verantwoordelijk. Er is
geen sprake van onwil bij de Marokkaanse straatjongens; zij gaan eerder gebukt
onder stigmatisering en een ‘knellende onmacht’.
Ach gut. Het slachtofferdenken is wederopgestaan. Enerzijds/anderzijds-minister
Vogelaar zal hier blij mee zijn, beducht als zij is voor het helder benoemen van
culturele tegenstellingen. Deze ‘spierballentaal’ zou immers alleen maar leiden
tot stigmatisering en verwijdering van bevolkingsgroepen. ...
Red.: Van Ooijen is cultureel antropoloog en heeft zelf
onderzoek gedaan naar de oorzaken van dit gedrag, die geheel in de eigen
Rif-cultuur liggen.
Uit:
De Volkskrant, 26-11-2007, van verslaggeefster Anja Sligter
(volledig artikel hier
)
Karel gaat niet naar de witte eliteschool
Ouders Nijmegen nemen initiatieven tot meer gemengde scholen | Actie tegen
‘witte vlucht’.
... De verhouding 70-30 is voor wethouder Kunst het streven voor de
lange termijn. ‘Ik vind het een mooie gedachte dat goed opgeleide ouders hun
verantwoordelijkheid nemen ten opzichte van andere inwoners.’
Maar daar is nu wel enige dwang voor nodig. Daarom wordt –
als de raad het deze week goedkeurt – een aantal middelen op termijn ingevoerd.
...
Red.: Dus op de autochtonen wil men dwang toepassen, ten
behoeve van de integratie. Dan is het volkomen gerechtvaardigd om voor hetzelfde
goede doel ook dwang toe te passen op de allochtonen. En een uitnemend voorbeeld
wordt geďllustreerd door die foto: Verbiedt de hoofddoeken! Ze werken
stigmatiserend, en segregerend - zoals óók uitvoerig geďllustreerd door de foto:
wat rechts staat versus wat links staat. Waarbij dan nog aangetekend dat het jammer is dat de
Marokkaanse kinderen toevallig allemaal jongetjes zijn - met meisjes was
het nog duidelijk geweest. En hoe zlef-stigmatiserend het allemaal is moge helder zijn uit het feit
dat de Marokkanen weer volkomen uitstaan als de Marokkanen! Zonder enige echte
noodzaak.
Uit:
De Volkskrant, 01-10-2008, column door Evelien Tonkens
Moderne gemeenschapszin
Zeshonderd inwoners heeft het Friese dorp Weidum, en een spetterend
verenigingsleven. Vrijwel iedereen is lid van meerdere verenigingen. Dat bindt.
Ook jongeren willen er daarom blijven wonen. Onlangs was er een tragisch
sterfgeval. Dan leeft het hele dorp mee. Iedereen was op de begrafenis.
Dat is gemeenschapszin. Maar wat is gemeenschapszin in een
grote stadswijk, of in een dorp met een vinexwijk? In zulke situaties ontstaat
snel polarisatie, aldus de klassieke studie van de sociologen Elias en Scotson (De
gevestigden en de buitenstaanders, 1965). De gevestigden beroddelen allerlei
verschillen die er helemaal niet zijn. De buitenstaanders zijn volgens hen
bijvoorbeeld onderontwikkeld en crimineel, terwijl dat in de statistieken
nergens is terug te vinden.
Hedendaagse goeroes van de moderne gemeenschapsvorming, zoals
de Amerikaanse wetenschappers Amitai Etzioni en Robert Putnam – beide
inspiratoren van het huidige kabinet -, hebben dorpen als Weidum in hun
achterhoofd als zij tot meer gemeenschapszin oproepen. Ze zouden willen dat alle
burgers zich meer gedragen als de inwoners van Weidum. ... Er is niet minder
gemeenschapszin, alleen zijn moderne gemeenschappen losser, informeler,
kortstondiger en opener, kortom ‘lichter’, betogen Jan Willem Duyvendak en Menno
Hurenkamp (Kiezen voor de kudde, 2004). Lidmaatschap van traditionele
verenigingen daalt weliswaar maar mensen nemen vaker deel aan lossere, nieuwere
clubjes en netwerken. Dat is zeker geen achteruitgang. Traditionele
gemeenschappen neigen tot geslotenheid en afgedwongen conformisme. Lichte
gemeenschappen bieden meer ruimte voor eigenzinnigheid en dissensus.
Voor wie bang is dat Nederland door individualisering
uiteenvalt, is het bestaan van lichte gemeenschappen geruststellend. Het zegt
alleen nog niks over gemeenschapsvorming tussen vreemden. In Weidum hoor je er
alleen bij als je deelneemt aan het verenigingsleven. Dus daar sta je weer als
ouder op het voetbalveld op zaterdagochtend. Een gemeenschap, weten ze in Weidum,
komt met rechten en plichten. Trots op Nederland belooft dat je erbij hoort
zonder er iets voor te hoeven doen. Trots waarop? Tja. ...
Migranten aarzelen in beide landen als ze gevraagd wordt of
ze zich Brit resp. Nederlander voelen. ...
Alleen autochtonen kunnen zich onbekommerd trots voelen op
zoiets onbenoembaars en ongrijpbaars als Nederland zonder bang te hoeven zijn
dat medeburgers dit betwisten. Voor migranten is Trots op Nederland echter een
paradoxale opdracht: plicht en verbod tegelijk. ...
Wat is moderne niet-racistische gemeenschapszin? Dat is: van
een gemeenschap van lotsverbondenen een door allen gewilde gemeenschap maken
(Herman van Gunsteren, A theory of citizenship, 1998). Mensen die door
het lot tot elkaar veroordeeld zijn, omdat ze bijvoorbeeld een wijk, school,
land of werkplek delen. En die daar samen iets van proberen te maken waar ze
allemaal graag vertoeven. Een zware gemeenschap waar toch ruimte is voor rare
vogels.
Red.: Goede raad - zou je zeggen. Maar er moet nog het een en
ander worden ingevuld. Ten eerste: het trots op Nederland gevoel is een klein
kind vegeleken het trots op marokko en Trots op Turkije gevoel dat der
respectievelijke groepen immigranten erop na houden, middels bijvoorbeeld
organisaties als Samenwerkingsorgaan Marokkanen Nederland en Milli Görüs.
Ten tweede: het aanraden van lossere in plaats van vastere
clubjes is niet bijster relevant, aangezien allochtone immigranten in beide
gevallen nauwelijks figureren - tenzij het eigen-cultuur bevestigende clubjes
zijn: clubjes van de verkeerde zware soort, en op een zwaar verkeerde manier als
de SMN en Milli Görüs.
Ten derde: ij het volgende citaat: 'Traditionele
gemeenschappen neigen tot geslotenheid en afgedwongen conformisme. Lichte
gemeenschappen bieden meer ruimte voor eigenzinnigheid en dissensus.' moet
aangevuld worden dat gemeenschappen autochtonen veelal tot de lichte soort
behoren, en gemeenschappen van allchtone immigranten van de traditionele.
Kortom: waar Evelien Tonkens een oproep doet aan de
Nederlandse gemeenschap om zich een goede kant op te bewegen, is het in feite zo
dat die oproep juist en in veel sterkere mate richting de gemeenschap van
allochtone immigranten gericht zou moeten worden. En dit is dus weer een geval
van eenzijdigheid.
Maar waarschijnlijk zijn die allochtonen ook gewoon zielig,
en hebben ze de steun van Evelien nodig. Blijkend uit dit citaat: 'De
buitenstaanders zijn volgens hen bijvoorbeeld onderontwikkeld en crimineel,
terwijl dat in de statistieken nergens is terug te vinden. Hetgeen je op zijn
allerbest een leugentje-om-bestwil kan noemen
.
Naar Integratiebeleid
, Allochtonen lijst
, Allochtonen overzicht
, of site
home
.
|