Marokkaanse leiders
Wat er ook gezegd kan worden van de allochtonendiscussie, een ding staat vast:
dat ze er is. En ook staat vast dat een belangrijk deel van die discussie gaat
over het Marokkaanse deel van de groep. Het vertellen van de Marokkaanse
zienswijze in deze discussie valt natuurlijk voornamelijk toe aan hun leiders.
De religieuze leiders bleken weinig effectief in hun archaïsche taalgebruik en
normen en waardenpatroon. De rol van Marokkaans woordvoerder is dus toegevallen
aan voornamelijk hier in Nederland gevormde intellectuelen. Wat je van deze
leiders zou kunnen verwachten, is onderstaand uitstekend verwoord door Marcia
Luyten, in haar bespreking
van een van de producten van
die leiders, het Marokkaans manifest
. Deze bespreking, het
manifest, en nog twee andere voorbeelden van Marokkaans leiderschap onderstaand
(het geval van allochtone leiders uit andere gemeenschappen wordt behandeld
elders
):
Ik [Luyten, red. IRP] ging er ook van uit dat in dit Manifest een Marokkaanse
elite zelfbewustzijn paarde aan zelfkritiek – daar zijn de auteurs immers
intellectuelen voor. In hun visie op een andere samenleving zouden ze ook de rol
van de Marokkaanse gemeenschap bespreken. Kortom, ze zouden doen wat je van een
denkende elite verwacht:
Ze houden een zekere afstand tot het gesignaleerde probleem;
Ze baseren zich op feiten;
Ze tonen verschillende perspectieven op een probleem;
Ze betrachten zelfreflectie;
Ze wenden hun verbeeldingskracht aan voor het vinden van een oplossing.
Aan het einde van vier pagina's tekst weet ik niet helemaal zeker meer of de
zaak van Marokkaanse Nederlanders wel echt gediend is bij dit manifest. Het
allesbepalend bezwaar is dat het vanuit het perspectief van een slachtoffer is
geschreven.
...
Voor alle duidelijkheid: alles wijst erop dat jongens met Marokkaanse ouders
veel vaker worden geweigerd aan de deur van een discotheek. Dat is vernederend
en frustrerend. Dat Marokkaanse jongeren ruim vier keer zo vaak werkloos zijn
als hun witte leeftijdsgenoten (22% tegen 5,2%), komt waarschijnlijk ook door
discriminatie op de arbeidsmarkt. Jongens met een Marokkaanse naam blijken
minder toegang te hebben tot stages en banen. (Een interessante vraag is waarom
die uitsluiting niet de Marokkaanse meiden treft. Dat zou kunnen betekenen dat
Marokkaan-zijn geen significante factor is.)
...
... de auteurs van het Marokkaanse Manifest zijn met uitsluiting als monocausaal
verband tevreden. Ze vragen zich niet af: is discriminatie de enige verklaring
voor de achterstandspositie van deze jongens? Dat ze veel vaker dan gemiddeld
zonder diploma van school gaan, helpt hun maatschappelijke carrière
waarschijnlijk niet. Toch zijn diplomaloos schoolverlaten en de mogelijke
oorzaken daarvan niet als een probleem gedefinieerd.
...
Uitgaan van de feiten. Het is pijnlijk te claimen dat de groep Marokkaanse
ouderen “als geen ander heeft gewerkt om van Nederland te maken wat het nu is.”
Persoonlijk vind ik het niet interessant, de vraag of een bevolkingsgroep meer
oplevert dan kost; het is een door rendementssamenleving ingegeven en
onaangename manier van over mensen praten. En samen met de opstellers van het
Manifest vind ik dat Marokkaanse ouderen respect verdienen gelijk ieder ander
mens. Dat neemt niet weg dat cijfers van het Centraal Plan Bureau uit juli 2003
lieten zien dat niet-westerse migranten gemiddeld meer kosten dan dat ze
bijdragen. Niet-westerse migranten zijn vaker werkloos, meer afhankelijk van
sociale uitkeringen en hebben gemiddeld een lager inkomen. Als gevolg kost de
gemiddelde niet-westerse immigrant Nederland 3000 euro per jaar.
...
Het Marokkaanse Manifest wortelt in wij-zij denken. Gechargeerd is dat: wij zijn
goed en zij zijn slecht. Zij hebben schuld aan ons leed. Zij moeten daarom onze
problemen oplossen. Dat de auteurs van het manifest zich nu ineens presenteren
als ‘Marokkaans’, komt door de dynamiek van in- en outgrouping.
Vooral dat laatste maakt het Marokkaanse Manifest onrustbarend: in het
aangezicht van een tegenstander, sluiten de rijen. Marokkaanse Nederlanders voor
wie Marokko eerder niet het referentiepunt was, zien zich gedwongen positie te
kiezen. Het geboorteland van je ouders is een vaststaand feit. Religie is dat
niet; in de moderne samenleving kun je je geloof terzijde leggen. Daarom komt
dat mechanisme van sluitende rijen scherper in beeld als het gaat om de islam:
mensen voor wie het geloof op de achtergrond was geraakt, identificeren zich in
het islamvijandig klimaat dat Geert Wilders en Ayaan Hirsi Ali helpen scheppen,
ineens als moslim. Zo gingen studentes aan de Hogeschool van Amsterdam voor het
eerst een hoofddoek dragen. De categorie ‘moslim’ lijkt zich daarmee te
ontwikkelen tot een nieuwe etnie.
Red.: In zijn eenzijdigheid laat het manifest een aantal zaken weg,
waarvan een deel benoemd door Luyten. Hier nog een paar andere.
Er bestaat een lange geschiedenis van overlast door voornamelijk Marokkaanse
jongens, en van Turkse kant het wijdverspreide wapenbezit, zie de Allochtonen
incidentenverzameling die eind 2004 is bijgehouden
, of
een recent voorbeeld
. Op scholen is er een
direct verband tussen een slechter schoolklimaat net het percentage allochtone
jongeren. Dit zijn ontwikkelingen niet van de laatste twee jaar (sinds de
moorden op Fortuyn en Van Gogh en het doorbreken van het allochtonenprobleem
taboe), maar van de laatste twintig tot dertig jaar. Dat is een deel van van het
Marokkaans manifest stelt als 'Samen met anderen hebben wij Nederland gemaakt
tot wat het nu is, in economisch, sociaal en cultureel opzicht.' Met dat deel is
de rest van Nederland niet zo erg blij.
Voor het volgende punt eerst een citaat: Wij komen op voor het recht van
vrouwen en meisjes om hun cultuur of geloofsovertuiging in hun kleding tot
uitdrukking te brengen. Zoals ook andere groepen zich kleden en tooien op een
manier die naar hun mening het beste past bij hun identiteit. We verzetten ons
tegen het gebruik van vrouwenlichamen als louter lustobject en commercieel
product, maar eisen respect voor vrouwen en mannen, voor hun gevoelens, hun
seksuele voorkeuren en hun eigenheid. Kortom: We verzetten ons
tegen de Hollandse omgang met vrouwen, maar Hollanders mogen zich niet
verzetten tegen de Marokkaanse omgang met vrouwen. Let vooral ook om de neutraal
gehouden omschrijving van het Marokkaanse gedrag, en de sterk beoordelende toon
over het Hollandse: 'louter lustobject'. Hier staat dus in nauwelijks verholen
termen dat de Marokkaanse manier de leidslijn moet zijn, de dominante.
Als men deze houding op dit detailpunt doortrekt, maakt dat
het hele manifest een stuk begrijpelijker. Luyten verbaast zich over de
afwezigheid van enig melden van of begrip voor de Hollandse kant; dat is dan
helemaal niet de bedoeling. Als statement van de dominantie van de eigen cultuur
is het volstrekt overbodig naar de andere kant te kijken. Als men met deze blik
het manifest terugziet, blijkt dat naast het stuk over vrouwenkleding, ook de
rest van deze houding doortrokken is. Het verklaart ook het door Luyten
geconstateerde verschijnsel van het aannemen van de moslim kledij als een nieuwe
etnie. Men is helemaal niet bezig te integreren, maar met de start van het
domineren. Men zet een hoofddoek open begint tegelijkertijd schande te spreken
van en hoer te roepen naar een kort rokje.
NRC Handelsblad, 18-11-2004, door Said Bouddouft, voorzitter van het
Samenwerkingsverband van Marokkanen en Tunesiërs (SMT) (volledig artikel hier
)
Hoogheid, ik bied u mijn Marokkaanse paspoort aan
Mijn kinderen mogen later geen problemen krijgen
Omdat migranten in Nederland, zeker na de moord op Theo van Gogh, hoe langer hoe
minder als burgers van dit land worden beschouwd, is het raadzaam het paspoort
van het land van herkomst in te leveren, meent Said Bouddouft.
.... Maar de tijden zijn veranderd en ik
ben genoodzaakt om u deze brief te sturen en u mijn Marokkaanse paspoort aan te
bieden. U wilt waarschijnlijk weten waarom? Het antwoord is niet eenvoudig. ...
Maar ik zal proberen het in het kort aan te geven. Als u het nieuws uit
Nederland volgt, dan weet u dat het kabinet de oorlog heeft verklaard aan
terroristen met een islamitische achtergrond. Dit naar aanleiding van de
afschuwelijke moord op de cineast/columnist Theo van Gogh. De moordenaar komt
uit de hoek van de politieke islam. Ik veronderstel dat u de oorlogsverklaring
van dit kabinet van harte zult onderschrijven. Maar zoals u weet, worden in een
oorlog niet alleen precisiebommen gebruikt, maar worden ook bomtapijten gelegd,
waarbij onschuldige burgers vallen. Al voor deze oorlogsverklaring werden, onder
het mom van terrorismebestrijding, onschuldige burgers gearresteerd. Met deze
verklaring worden verdergaande maatregelen aangekondigd en bestaande plannen
doorgevoerd.... een van de maatregelen die
het kabinet wil nemen, is het afpakken van het Nederlanderschap van burgers met
'een dubbele' nationaliteit. Zoals u wellicht weet, bestonden al ideeën om de
dubbele nationaliteit van 'Marokkanen' in te trekken en hen te laten kiezen voor
één paspoort. Tot nu toe zijn deze voorstellen heftig gekritiseerd en is de
Nederlandse Grondwet erbij gehaald om de onzinnigheid van zulke voorstellen aan
te tonen. Maar nu sprake is van een oorlogssituatie, lijkt het voorstel voor de
meeste politici aanvaardbaar.
... Het kabinet wil nu 'verdachten' van terroristische daden bestraffen door hun
de Nederlandse nationaliteit af te pakken en naar hun land' terug sturen. Dat is
niet alleen de opvatting van het kabinet, maar ook van anderen. De laatste tijd
hoor ik vaak gezagdragers roepen dat als mensen niet tevreden zijn met de normen
en waarden van dit land, zij hun koffer kunnen pakken en vertrekken. Dat we als
Nederlanders van Marokkaanse afkomst niet als burgers van dit land worden
beschouwd, is ook af te leiden van geluiden buiten het kabinet.
Het bovenstaande is voor mij genoeg reden om mijn paspoort bij u in te leveren.
Want ik geloof dat migranten hier hoe langer hoe minder als burgers van dit land
beschouwd worden. Aangezien ik formeel nog steeds een Marokkaans paspoort bezit,
betekent dat, dat mijn kinderen ook als zodanig bekendstaan. Daarover maak ik me
zorgen. Op dit moment worden plannen gemaakt om verdachten van terroristische
daden te bestraffen met het afpakken van hel: Nederlanderschap en verwijdering
uit Nederland. Het is niet uitgesloten dat in de nabije toekomst de loyaliteit
van mijn kinderen aan Nederland in twijfel getrokken wordt en dat zij om die
reden naar Marokko worden gestuurd. Het zal hun daar niet zo best vergaan. Ze
zullen het niet overleven. En dat wil ik ze niet aandoen. Daarom bied ik mijn
Marokkaanse paspoort aan.
IRP: Even opsommen waar Bouddouft zo'n bezwaar tegen heeft:
de oorlogsverklaring van het kabinet tegen het terrorisme, het plan om
verdachten van terrorisme met een dubbel paspoort hun Nederlandse paspoort te
ontnemen, en het vaak roepen van gezagsdragers dat mensen die niet tevreden zijn
met de normen en waarden van Nederland, uit Nederland kunnen vertrekken. Hoe
ernstig zijn deze zaken? De 'oorlogsverklaring van het kabinet' was een enkele
verklaring van minister Zalm, die snel en alom bekritiseerd en weer ingetrokken
werd. Een afgevallen. Het tweede, het intrekken van Nederlandse paspoort van
terrorisme verdachten, kan alleen een bezwaar gevonden worden door
terrorismeverdachten, en hun sympathisanten. Twee afgevallen; tenzij Bouddouft
zich tot een van deze twee groepen wil verklaren, wat onwaarschijnlijk lijkt.
Dan het derde, het vaak roepen van gezagsdragers dat ontevredenen kunnen
vertrekken. Ten eerste: misschien is het een enkele keer gezegd, door minister
Verdonk, maar in ieder geval niet vaak. Het 'vaak' is dus een leugen. Ten
tweede: het is, gericht aan degenen die door terrorisme hun afschuw van de
westerse wereld en waarden willen uiten, een uitermate ter zake doende
opmerking. Degenen die geen of weinig bezwaar hebben tegen de westerse wereld en
waarden hoeven zich er niets van aan te trekken. Drie ook afgevallen; tenzij
Bouddouft zich een terrorist, of iemand met ernstige bezwaren tegen de westerse
wereld en waarden wil verklaren.
Alle drie bezwaren van Bouddouft zijn dus ongeldig; tenzij Bouddouft iets met
extremisten heeft. Toch blaast hij zeer hoog van de toren over die zaken. Omdat
het er drie zijn, laadt Bouddouft de verdenking op zich dat hij inderdaad iets
met extremisten heeft. Alleen al dat hoge van de toren blazen is een vorm van
extremisme, als het inhoudelijk gaat over relatief kleine zaken zoals we hebben
laten zien. Als Bouddouft deze zaken groter wil maken, doet hij hetzelfde als
waarvan Nederlanders voortdurend van beschuldigd worden: het gebruiken van
een klein aantal slechte voorbeelden om een hele groep de stigmatiseren.
Bouddouft doet dus het volgende: bij ontkent de terechtheid van de klachten van
Nederlanders, en steunt daarmee de misdragers onder de Marokkaanse jeugd. Hij
beklaagt zich over Nederlandse acties tegen extremisten en steunt daarmee hun
zaak. En hij versterkt de het denken in een slachtofferrol van Marokkanen in het
algemeen, met potentieel zeer nadelige gevolgen.
Bouddouft levert zijn paspoort in, voor zover de redactie bekend een fictieve daad,
omdat de Marokkaanse wet dit niet mogelijk maakt. Maar het zou het wel willen,
om te voorkomen dat zijn zoons eventueel het Nederlanderschap ontnomen zou
kunnen worden. Omdat hun loyaliteit aan Nederland in twijfel zou kunnen worgen
gaan getrokken. En met dat laatste heeft Boudouft waarschijnlijk wel gelijk.
Bouddouft is niet de enige Marokkaanse intellectueel die zich onverkort achter
zijn landgenoten stelt, tasjesdief of moordenaar dus incluis. Het is dan niet
verwonderlijk dat Nederland zich vragen stelt over de loyaliteit van Bouddouft
met Nederland. En omdat de zoons van Bouddouft kennelijke in dezelfde, zichzelf
boven alle kritiek verheven voelende, Marokkaanse cultuur worden opgevoed, geldt
die vraag ook voor die zoons.
De Volkskrant, 03-03-2005, artikel van Mohammed Boubkari, student
Arabisch en geschiedenis in Leiden (volledig artikel hier
)
Marokkaanse bigamie vraagt meer dan vette kop
Mohammed Boubkari is voorstander van de vrije pers, maar betreurt de
nonchalante mediaomgang met de islam en de Marokkaanse cultuur.
De maat was vol voor Yasmine en zij stortte haar hart uit bij een journalist,
die er vervolgens een groot stuk aan wijdde ('Marokkaanse triootjes', 14
februari). Yasmines frustraties begrijp ik goed. Ook ik en vele Marokkanen met
mij kunnen talloze artikelen vullen met wat er allemaal mis is in de Marokkaanse
gemeenschap. Vraag een willekeurige Marokkaan over het wel en wee daar en, als
hij of zij eerlijk is, er volgt een waslijst van misstanden.
Yasmines frustraties zijn ook de mijne, maar daarnaast heb ik
nog een frustratie, een die bij haar blijkbaar ontbreekt, namelijk mijn
frustratie over de Nederlandse media. Ooit was ik in gesprekken niet landgenoten
een fel verdediger van de Nederlandse media. Daar waar zij complottheorieën in
de media zagen en meenden dat overal de zionisten achter zaten - wier enig doel
was de moslims, de islam en de Marokkanen zwart te maken - had ik het over hun
onafhankelijkheid, hun objectiviteit, de toepassing van hoor en wederhoor, het
checken van feiten en ga zo maar door. Kijk eens naar de media in Marokko en de
rest van de Arabische wereld, zei ik dan, wat een verademing zijn dan de
Nederlandse media. Ouder, wijzer en teleurgesteld, zeg ik nu: Wat was ik naïef.
Niet dat ik nu in die complottheorieën geloof waarin veel van
mijn landgenoten zwelgen. Verre van dat. Maar net zoals ik gruw van die
complottheorieën, zo gruw ik ook van de onjuistheden, de generalisaties en de
nonsens die ik dagelijks in de kranten lees, op de radio hoor en op de tv zie
over de moslims, de islam en de Marokkanen. Keer op keer word ik geconfronteerd
niet het onvermogen van journalisten een gedegen, objectief stuk te schrijven
over diezelfde wereld, en dan zwijg ik nog maar over de columnisten. Soms vraag
ik mij wel eens af hoe het zit met de rest van de wereld. Is wat ik lees over
China of Rusland ook een bron van frustratie voor sinologen of slavisten, om
maar te zwijgen over Chinezen en Russen die het Nederlands machtig zijn. Wordt
er over hen ook keer op keer nonsens geschreven? Of hebben de Nederlandse media
daar alleen last van wanneer het de islamitische wereld betreft? Natuurlijk zijn
er journalisten en columnisten die hun werk goed doen, ook ten aanzien van de
islamitische wereld, maar helaas zijn zij een minderheid. Een te kleine
minderheid. ...
Red.: Ook een bekend verhaal: de boodschapper heeft het
gedaan. Het probleem van Boubkari is dat hij uitgaat van een verkeerd ijkpunt,
namelijk de berichtgeving voor de Fortuyn revolutie. Het is nu algemeen aanvaard
dat in die tijd een een politiek correct taboe was op alle berichtgeving waarin
allochtonen minder dan goed te voorschijn kwamen. Na die revolutie zijn de media
gaan schrijven over alles dat eerst niet mag, en door die overgang lijkt het dus
erger qua intensiteit dan het is. Er valt redelijk wat te berichten over
allochtone aangepastheid en misdragingen, en dat wordt nu gedaan, van buurt-terroriserende
hangjongeren, via tasjesdieven, naar gedwongen huwelijken en eerwraak. Dat is
waar Boubkari een probleem mee heeft. Dat is of het veroordelen van de
boodschapper, of het ontkennen van de boodschap; of allochtonen doen niets fout.
Dat laatste zou betekenen dat bij het bestaan van een wederzijds probleem, de schuld
dus aan de autochtone kant ligt. Dat laatste is de expliciete boodschap van Ahmed Dadou, mogelijkerwijs de bekendste van alle genoemde
Marokkaanse woordvoerders, gezien zijn veelvuldige optredens in het tv-discussieprogramma Het Lagerhuis. In deze optredens was reeds opvallend
dat in discussies waarin belangen van allochtonen versus die van autochtonen ter
sprake kwamen, Dadou onafhankelijk van de omstandigheden de kant van de
allochtonen koos:
De Volkskrant, 29-07-2005, ingezonden brief van Ahmed Dadou (Amsterdam)
Herdenken
Ik heb altijd mijn vraagtekens gezet bij het houden van een aantal minuten
stilte na terroristische aanslagen. Natuurlijk betreuren we allemaal de
slachtoffers, maar wanneer je de een nadrukkelijk herdenkt en de ander niet,
creëer je hiërarchie in leed.
Dat is koren op de molen van moslim-extremisten die bij hoog
en laag beweren dat het Westen slechts geeft om de dood van westerlingen en
Israëli's. Waarom wel New York, Madrid en Londen en niet Istanbul, Casablanca en
Bagdad?
Vanochtend kwam ik in de supermarkt een jongeman van
Marokkaanse afkomst tegen, aan wie ik vroeger bijles heb gegeven. Hij was boos
over het feit dat er voor Sharm el-Sheikh (zo kort na Londen) geen minuut stilte
wordt gehouden. Zelfs met tientallen meer slachtoffers. Hij was overtuigd van de
reden: het overgrote deel van de slachtoffers is moslim.
Ik denk dat de extremisten ons dankbaar zijn; we nemen hun
rekruteringsstaak over.
De Volkskrant, 03-08-2005, ingezonden brief van Albert van der Vliet
(Amsterdam)
Herdenken
In Geachte Redactie van 29 juli heeft Ahmed Dadou kritiek op de minuten stilte
om de doden van aanslagen te herdenken. Nederland heeft wel Londen van 7 juli
herdacht, maar niet de aanslag in Sharm el-Sheikh; omdat de slachtoffers in
Egypte moslim waren, volgens Dadou.
Hij denkt zelfs dat je met die inconsequentie extremisten
kweekt. Dat lijkt me zwaar overdreven. Wat geografisch dichtbij plaatsvindt,
maakt nu eenmaal meer indruk. Dadou zou eerst eens moeten uitzoeken of Sharm
el-Sheikh de slachtoffers in Londen heeft herdacht.
Red.: Het is bijzonder illustratief dat Dadou, een zo simpel
te weerleggen argument gebruikt. Dadou is intelligent (2003: rechtenstudent) en
welbespraakt. Het feit dat hij met met al deze bagage zo'n denkfout maakt, toont
de omvang van de blinde vlek die hij heeft. Die blinde vlek is dus dat waar er
een probleem is tussen autochtonen en allochtone, het per definitie de
autochtonen zijn die fout zijn; zelfs als ze niets anders gedaan hebben dan de
allochtonen doen (in bovenstaande voorbeeld: het niet-herdenken van de Londense
aanslagen door de moslims van Sharm el Sheikh).
Het Marokkaanse manifest spreekt zich uit voor burgerschap en cohesie, en gaat
er dus vanuit dat dar problemen mee zijn. Vervolgens volgt een lange lijst van
eisen waaraan de Nederland-se samenleving moet voldoen. De facto is dat de
Nederlandse autochtone gemeenschap, want de allochtone gemeenschap vormen de
kant van de eisers.
Nog explicieter blijkt dat uit een ander manifest, genaamd
Koerswijziging (www.koerswijziging.nl),
waarvan Dadou één ven de medeopstellers is.
Dit manifest doet naar eigen zeggen pogingen om een toenadering tussen
allochtonen en autochtonen tot stand te brengen, maar waar het de facto op neerkomt is dat deze wijzigingen allemaal van
de autochtone kant moeten komen. Aan allochtone kant is er alleen maar sprake
van een paar individuele criminelen, waar de rest niets aan kan doen. Als dit
een geldig argument is, werkt het ook de andere kant op: de opmerkingen waar
Bouddouft, Boubkari, Dadou, c.s. zich druk over maken zijn ook maar uitspraken van enkele individuen,
waar de rest niets aan kan doen.
Het is duidelijk dat er een objectief probleem is tussen allochtonen en
autochtonen, zie hier
. Een objectief probleem is iets waar beide iets aan kunnen doen, en een
objectieve oplossing gaat uit van het uitgangspunt dat degene die het meest
bijdraagt aan het probleem, ook het meest moet doen aan de oplossing. Het
slechtste dat een van de partijen kan doen is te stellen dat de schuld volledig
bij de andere partij ligt, als dat niet waar is. Dat is wat de Marokkaanse
leiders hier boven aangehaald doen. Daarmee zeggen ze tegen hun groepsgenoten:
jullie worden ten onrechte minder behandeld dan de rest van de bevolking. Die
groepsgenoten worden daar begrijpelijkerwijs boos om, een gevoel dat vooral
sterk en groeiende is bij allochtone jongeren. Bij een continu bereik van
boosheid, zijn daar ook zeer bozen bij. Door hun boosheid te sterken, drijven de
Marokkaanse leiders, gewild of ongewild, sommigen van hen over de grens die we
beschrijven als radicalisme en extremisme, naar een gebied waar ook aanslagen
gepleegd kunnen worden. Maar dat is slechts een extreme uiting van een in
principe groter gevaar, namelijk een gevoel van vervreemding en vijandschap
tussen grote delen van de bevolking, iets dat in het kader van de
discussie over de bommenleggers in Londen (dit deel is geschreven augustus
2005) door David Rieff besproken is als het gevaar dat we de moslims als vijfde
colonne kunnen gaan
beschouwen
. Tenzij, zo schrijft hij, de moslimleiders iets duidelijks doen (wat
ze zouden kunnen doen staat bijvoorbeeld hier
). De stukken van de Nederlandse Marokkaanse intellectuele
woordvoerders doen wat dat betreft het ergste vrezen.
Addendum apr. 2006:
Middels hebben we naar aanleiding van de Deense cartoonrel en de
gemeenteraadsverkie-zingen van 2006 waarin allochtonen voor 90 procent op
allochtone kandidaten hebben gestemd weer de nodige uitingen van allochtone
leiders gehad, zie de bijdrages van Naima Azough
en Mohammed Rabbae
. Dat het syndroom niet beperkt is tot Marokkanen, blijkt uit de vrijwel
identieke houding van de Turkse Nebahat Albayrak
.
Addendum apr. 2007:
Na de verkiezingen in november 2007 is er weer een nieuwe stap door autochtonen
richting allochtone door het opnemen in het nieuwe kabinet van een Turkse en een
Marokkaanse staatssecretaris: Nebahat Albyrak en Ahmed Aboutaleb. Natuurlijk bij
zo'n belangrijke functie nieuwe eisen, waaronder die van het exclusieve
Nederlanderschap - geen staat kan in zijn bestuur de aanwezigheid van
buitenlanders dulden. Het feit dat dit aan de orde werd gesteld door Geert
Wilders werd gebruikt als excuus om dit niet te doen, hoewel de argumenten
glashelder zijn
. Het
niet-opgeven van de buitenlandse nationaliteit als lid van de regering is
natuurlijk van de betreffende allochtonen een kwestie van disloyaliteit. Het
fiet dat dit ook als zodanig besproken wordt, is voor allochtone woordvoerders
weer aanlei9dng tot nieuwe beschuldigingen richting autochtonen:
Uit:
De Volkskrant, 21-03-2007, door Peyman Jafari en Mohamed Rabbae
Islamofobie is het nieuwe racisme
Afgelopen week heeft de partij van Geert Wilders Kamervragen gesteld over het
debat ‘Wat is het antwoord op Wilders?’ dat vanavond op de UvA wordt gehouden.
‘Acht u het een taak van een door de overheid gefinancierde universiteit
huisvesting te verlenen aan een bijeenkomst waar een democratisch politicus als
racist wordt neergezet?’, vroeg de PVV aan de minister van Onderwijs. Ook riep
de PVV op de UvA met boze e-mails te bestoken
Waarom reageert Wilders zo gestoken? Hij heeft de mond vol
over de vrijheid van meningsuiting, die hij gebruikt om moslims als achterlijk,
crimineel en gewelddadig neer te zetten. Met uitspraken als ‘de islam zal bij
een continuering van het huidige wanbeleid het Westen overwinnen en overheersen’
en ‘als moslims hier willen blijven, moeten ze de helft uit de Koran scheuren en
weggooien’ staat hij garant voor een tsunami van islamofobie. Alles moet gezegd
kunnen worden, maar als hij weerwoord krijgt, is de wereld te klein.
Het zal Wilders nooit lukken ons te verhinderen een bijdrage
te leveren aan een strategisch antwoord. De eerste stap is het beestje bij de
naam noemen. Islamofobie is het nieuwe racisme. Een tegenwerping is dat het hier
niet om racisme gaat, maar om kritiek. Termen als ‘achterlijke cultuur’
(Fortuyn), ‘geitenneukers’ (Van Gogh), ‘kut-Marokkanen’ (Oudkerk) en ‘tsunami
van islamisering’ (Wilders) dragen geen inhoudelijke kritiek in zich, maar zijn
vooral bedoeld als scheldkanonnades.
Een tweede reactie is dat het niet om ‘ras’, maar om
‘religie’ gaat. Dit is precies het ‘nieuwe’ aan deze vorm van racisme. Het gaat
niet meer om ‘huidskleur’ als uiting van een inferieur ‘ras’, maar om ‘religie’
als uiting van een inferieure ‘cultuur’. De retoriek is anders, maar de praktijk
van vooroordelen en discriminatie blijft hetzelfde. De stigmatiserende
uitspraken over moslims zijn tot één brei van racistische ideeën geklonterd.
Dit proces is makkelijk te reconstrueren. Sinds 11/9 zijn
‘allochtoon’ en ‘moslim’ in de belevingswereld van mensen vrijwel synoniemen
geworden, bleek uit een onderzoek van TNS/NIPO in 2004. Twee jaar later bleek
uit een onderzoek van Motivaction dat de helft van de Nederlanders een afkeer
heeft van moslims. Eén op de tien komt zelfs openlijk uit voor zijn racistische
denkbeelden. Zij achten zich superieur aan allochtonen en vinden dat
Nederlanders zich niet moeten mengen met andere nationaliteiten. Het is dus
duidelijk dat de islamofobie van de afgelopen jaren een racistisch klimaat heeft
gecreëerd. ...
Red.: Het antwoord is duidelijk genoeg:
Uit:
De Volkskrant, 26-03-2007, door Max Pam
Als gescheld racisme is, dan is de Koran racistisch
In Amsterdam spraken Jafari en Rabbae over nieuw racisme, in Leeds moest Küntzel
zwijgen.
Het stond op de Forum-pagina van 21 maart. Volgens Peyman Jafari en Mohammed
Rabbae werkt het verhelderend voortaan ook uitingen over godsdiensten en
gelovigen 'die geen inhoudelijke kritiek in zich dragen en slechts bedoeld zijn
als scheldkanonnades' als racisme te beschouwen. Een dergelijke verbreding van
het terrein opent belangwekkende vergezichten..
Zo worden Joden in de Koran tot driemaal toe voor 'apen'
uitgemaakt en ook komt de kwalificatie 'varkens' langs. Bedoelen Jaffari en
Rabbae dat de Koran, die heilige schrift van de moslims, voortaan een racistisch
boek moet worden genoemd? Je zou zeggen van wel, want zij pleiten ervoor dat
'het beestje bij de naam wordt genoemd',en, ook willen zij een 'coalitie van
burgers' bouwen om dit nieuwe racisme te ontmaskeren.
Dankzij dit nieuwe inzicht is het nu ook mogelijk de racist
te herkennen in Salman Rushdie, van wie Rabbae destijds De duivelsverzen
wilde verbieden. Wie trouwens wil weten wat Rabbae over die kwestie te melden
had, verwijs ik naar het Prettige Gesprek dat Rabbae voerde met Theo van Gogh,
op wie hij nu wel veel aan te merken heeft, maar bij wie hij destijds rustig op
de bank ging zitten. ...
Wel was het pijnlijk dat de Universiteit van Leeds een dag
eerder een lezing had afgelast van Matthias Küntzel.
Deze Duitse historicus, die eerder op Yale en in Wenen te gast was, had willen
spreken over het islamitisch antisemitisme en de gevolgen daarvan voor het
conflict in het Midden-Oosten. Bedreigingen van moslimzijde hadden er evenwel
toe geleid dat de Universiteit van Leeds 'om veiligheidsredenen' afzag van de
lezing. ...
Red.: Foute moraal en dubbele moraal - ze gaan bijna altijd
samen.
En de molens malen voort. Volgende affaire, en volgende
blunder van Rabbae:
Uit:
De Volkskrant, 10-08-2007, door Mohamed Rabbae is oud-lid van de Tweede
Kamer voor GroenLinks en lid van de initiatiefgroep ‘Eén land, één samenleving’
(volledig artikel hier
)
PvdA hoeft afvalligheid niet te vieren
Ehsan Jami doet zinloze en beledigende uitspraken, betoogt Mohamed Rabbae. Met
de show rond zijn afvalligheid heeft de PvdA niets te maken.
... Nederland blijkt nog steeds zwanger van de discussie over de islam.
Die zwangerschap draagt alle risico’s in zich van een miskraam. Dat komt niet
alleen door het puberale pleidooi van Wilders voor het verbieden van de Koran.
Ook de soap rond ex-moslim Ehsan Jami neemt een verontrustende wending aan.
Betrokkene verklaart dat hij bereid is te sterven voor zijn idealen en een
aantal moslimindividuen vindt het nodig hem tegen de grond te slaan. Ziedaar de
ingrediënten voor een potentieel en dramatisch ongeluk dat Nederland opnieuw
jaren in zijn greep zou houden, met alle verkrampende en polariserende gevolgen
van dien. Dat moeten wij absoluut niet hebben. ...
... De beledigende uitspraken van Ehsan Jami
dienen maatschappelijk verworpen te worden. ...
... Bovendien weet elke partij die wil bouwen aan een
vreedzaam Nederland dat een sterke samenleving niet alleen op wetten gebouwd kan
worden. Fatsoen is een even belangrijk bindmiddel. Daarin passen de beledigende
en zinloze uitspraken van Ehsan Jami allerminst. ...
Red.: Gunst, Ehsan Jami heeft een paar beledigende opmerkingen
gemaakt. Kijk voor de lijst van beledigingen van de islam in de richting van
ongelovigen en anderen hier . Daar kan Ehsan Jami nog heel veel van leren.
Geen woord daarover natuurlijk van Mohamed Rabbae. Want is
tenslotte zijn cultuur, en geen kwaad woord daarover. Nee, die islam moeten
gewon beschouwen als een gegeven, waar we maar aan moeten wennen, zie het
volgende citaat:
'Ehsan Jami mag zijn wie hij wil zijn. Dat is zijn recht en zijn zaak. Zijn
afvalligheid en die van Hirsi Ali voegen niets toe of af aan de positie van de
islam als wereldgodsdienst. Daaraan gewicht willen toekennen, doet denken aan
het verhaal van die ene vogel die, na de nacht ongemerkt te hebben doorgebracht
op het lichaam van een olifant, zich ’s ochtends bij deze laatste ging excuseren
voor de last die hij hem had bezorgd.'
Red.: Waarom dan de ophef? Simpel: dat is het gevoel van
belediging. De gevoeligheid van de prinses op de erwt, die net van het
executiepeloton komt.
Deze man is lid van de initiatiefgroep ‘Eén land, één
samenleving’. Om dat te testen gaan we terug naar een nabij verleden, namelijk
één van de eerste keren dat islam en verlichting met enige rumoer in botsing
kwamen: bij de kwestie van de fatwa tegen schrijver Salman Rushdie - Rabbae koos
de zijde van de islam:
Uit: De Volkskrant, 11-08-2007, door Thomas von der Dunk (volledig
artikel hier
)
Laat lastige thema’s niet aan Wilders
Links moet de discussie met het eigen allochtone electoraat aangaan, en niet
verkrampt het hoofd afwenden, schrijft Thomas von der Dunk.
Politiek links weet nog steeds niet goed raad met het feit dat achtergestelde
minderheden ook zelf onverdraagzaam kunnen zijn, en er regelmatig even
verwerpelijke denkbeelden op nahouden als de eerste de beste Wilders-autochtoon.
De instinctmatige reactie dat minderheden zielig zijn en een hart onder de riem
behoeven, is nog steeds niet geheel verdwenen. Dat verklaart dat links met
dichtgeknepen billen reageert zodra twee minderheden op elkaar botsen. Dat
probleem is nu weer actueel met de molestatie van Ehsan Jami en enkele homo's
tijdens de Gay Pride. ...
Zo zou ook van oud-GroenLinks-duolijsttrekker Rabbae (Forum,
10 augustus), die ooit fel tekeer ging tegen Rushdies ‘goddeloze’ Duivelsverzen,
na veertig jaar onderdompeling in de relativerende Nederlandse debatcultuur iets
meer incasseringsvermogen ten aanzien van de eigen geloofshelden mogen worden
verwacht. ...
Red.: Nog een herinnering aan deze affaire - het
onderstaande artikel is naar aanleiding van het VPRO-interviewprogramma Zomergasten,
waarin een gast zijn eigen televisieavond samen mag stellen. Het artikel
interviewt anderen over hun ideale televisieavond, onder de verzamelnaam Dwaalgast
Uit: VARA TV Magazine, nr. 34-2007 (volledig artikel hier
)
Henk Westbroek
Bekend Utrechtenaar
2 Vandaag: Mohammed Rabbae
Rabbae was voor Groenlinks op een onverkiesbare lijst op de kieslijst gezet.
'Vergeten', zei Rosenmöller, maar Rabbae had een onhandige uitspraak gedaan over
de fatwa van Salman Rushdie. Hij wilde Rabbae omhelzen, maar die stapte opzij,
met de afschuw op zijn gezicht. ...
Red.: Rabbae's "Eén land, één samenleving" is misschien
correct, maar dan alleen in de zin dat dat dan kennelijk een islamitische
samenleving is - bij de keuze tussen vrijheid van meningsuiting vaneen auteur,
Salman Rushdie, en de belangen van de islamieten, gingen de islamieten voor. Aangezien
het pure bestaan van een incompatibel islamitisch belang en het automatisch
darbij behorende belangenconflict natuurlijk nooit kan zonder tweestrijd en geweld
kan, is zijn huidige oproep en comité er een van pure hypocrisie. Er zijn weinig mensen die zo sterk de
culturen uit elkaar trekken als Mohamed Rabbae.
Naarmate de kwestie branderder en gevoeliger ligt, trekt de groep meer samen.
Zelfs iemand als Fouad Laroui, die in andere zaken zich realistisch heeft
uitgelaten, gaat in de fout als het gaat over zoiets fundamenteels als het
huwelijkspatroon. Elders is aangetoond dat met name de berber-Marokkanen een
huwelijkspatroon van, veelal gearrangeerde, neef-nicht huwelijken hebben, dat
tot de bekende gevolgende van inteelt leidt: veel zwakzinnige en gehandicapte
kinderen
.
Hoewel er nog nauwelijks over beleidsmatige gevolgen van deze
ernstige constatering is gepraat, probeert Laroui de zaak goed te praten:
Uit: De Volkskrant, 14-11-2007, door Fouad Laroui (volledig artikel hier
)
Zelfs Voltaire woonde samen met zijn nicht
Fouad Laroui vraagt zich af wat zijn kansen zijn bij zijn nichtjes uit Marokko
als het kolderieke voorstel van de VVD door de Kamer komt. Verboden, ook zij?
Bij mijn ontwaken meldde de radio mij dat kandidaat-immigranten zich moeten
onderwerpen aan een dna-test. Niet ter vaststelling van hun identiteit, maar om
te bewijzen dat ze niet gaan trouwen met hun neef of nicht. In die kolderieke
situatie dreigen we te belanden als het wetsvoorstel van de VVD het haalt.
Al jaren achtereen tracht Den Haag de immigratie uit
niet-Europese landen te beperken. Met een zeker succes: de gezinshereniging is
sterk afgenomen sinds de invoering van de beroemde test waarin je moet aantonen
rudimentair Nederlands te kunnen spreken en dat je de ‘waarden’ van het
ontvangende land kent, waaronder zijn geschiedenis, zijn Grondwet en zo nog het
een en ander. Maar zelfs met die test hebben zich het afgelopen jaar
dertigduizend Turken en Marokkanen in Nederland gevestigd, het merendeel om zich
bij hun huwelijkspartners te voegen. De VVD wil dat nu terugdringen tot maximaal
vijfduizend per jaar. En op dat punt verschijnt ten tonele wat je zou kunnen
noemen ‘het neven- en nichtenamendement’.
Laten we de redenering eens volgen, want die is zeer subtiel.
Voor Henk Kamp, de geestelijke vader van dit project, is het probleem niet de
immigratie, maar het feit dat het gros van de betrokkenen geen kans maakt op de
arbeidsmarkt. Volgens hem betreft het boeren en boerinnen uit het Rif-gebergte
of Anatolië, die, zodra ze zich hebben genesteld in Amsterdam of Utrecht, lekker
thuis blijven en leven van de bijstand.
Vooral bij vrouwen dreigt dit scenario werkelijkheid te
worden: de macho die hen heeft laten overkomen zal in geen geval toestaan dat ze
de straat op gaan of dat ze zich zouden mengen met de plaatselijke bevolking.
Maar hoe kun je de achterlijke macho onderscheiden van de moderne echtgenoot?
Makkelijk: in de eerste plaats, aan de hand van de voorouderlijke tradities in
de Rif en in Anatolië, de gewoonte om te trouwen met een nicht. Vandaar de
dna-test. Als zij neef en nicht zijn, dan zijn ze achterlijk. Hola! U komt er
niet door! U blijft maar mooi op uw berg!
Krachtens die logica zou de grootste Engelse dichter, lord
Byron, die een relatie had met zijn halfzusje, door de VVD als ‘analfabeet’
worden geclassificeerd. Hij was nooit het land van de tulpen binnengekomen.
Het is niet zeker dat het voorstel door de Kamer komt. Al was
het maar omdat iedereen in het Rif-gebergte min of meer neef en nicht van elkaar
is en je dus iedereen zou moeten verbieden te trouwen, wat toch in strijd zou
zijn met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Laten we even niet
vergeten dat die zijn geïnspireerd door de filosofen van de Verlichting, onder
wie een zekere Voltaire, die samenwoonde met Madame Denis: ja hoor, zijn eigen
nicht.
Ik ben (nog) niet getrouwd; het ‘neven- en nichtenamendement’
raakt mij dus direct: moet ik een streep zetten door de namen van al mijn 19
nichten, ook die van de mooie Leila in Essaouira, de lieve Hinde in Casablanca,
de flamboyante Sara in Fès? En Najla dan, doctor in de kernfysica, die het zo
goed zou doen aan de TU in Delft? Verboten, ook zij? ...
Red.: Hier worden diverse fouten gemaakt.
Ten eerste: het inteelt-probleem wordt ontkend met beroep op
enkele gevallen: Lord Byron, Voltaire hebben iets gehad met nichtjes, dus moeten
de berbers het ook kunnen.
Weerlegging: het inteeltprobleem kent statistische gevolgen,
dat wil zeggen: het gaat niet altijd fout, maar het gaat te veel fout. Dus het
noemen van enkele gevallen waarin het goed gaat is een onjuist argument.
Bovendien komt het in het westen zelden voor, en bij de berbers frequent,
hetgeen het risico sterk verhoogt.
Ten tweede: Laroui haalt de doelstelling van inteeltbeperking
en immigratiebeperking door elkaar. Het gaat om de inteeltbeperking in verband
het de gevolgen voor de lichamelijke en geestelijk gezondheid, gevolgen die voor
betrokkenen en maatschappij ernstig en duur zijn. Dat Laroui de koppeling maakt
bewijst alleen maar dat het probleem inderdaad ernstig is, omdat het kennelijk
grote delen van de bevolking betreft. hetgeen de noodzaak van maatregelen alleen
maar nijpender maakt.
Ten derde: een maatregel voortvloeiende uit de noodzaak van
gezondheidszorg kan nooit strijdig zijn met de Universele Verklaring van de
Rechten van de mens, omdat gezondheid voor alles gaat - ook rechten als vrijheid
van verkeer. Dit soort misbruik van de UVRM is ernstig, daar ze die verklaring
ondermijnt.
Ten vierde: dat meneer Foaud Laroui er een persoonlijk nadeel
van ondervindt, heeft geen enkele weerslag op de geldigheid van de maatregel.
Het laat alleen zien dat dat een mogelijkheid is waarom hij in dit geval
kennelijk de rede volledig uit het oog is verloren.
Conclusie: ook Fouad Laroui laat zich uitsluitend leiden tot het als zodanig
gevoeld groepsbelang (het werkelijke belang is natuurlijk dat deze praktijk
onmiddellijk wordt gestopt), waarbij de emotie van solidariteit gaat boven alle
andere, meer verstandige, overwegingen.
Er kwamen ook reacties op dit stuk:
De Volkskrant, 15-11-2007, ingezonden brief van Henny Ridderikhoff
(Amsterdam)
Geestelijk gehandicapt
Fouad Laroui heeft het niet begrepen (Forum, 14 november). In Nederland mogen
neef en nicht (zonder toestemming van de koningin) niet met elkaar trouwen
vanwege het grote risico op nakomelingen met handicaps. Het lijkt mij heel
normaal dat om diezelfde reden ook zeer kritisch wordt gekeken naar
huwelijkskandidaten uit Marokko.
Ik werk sinds 1985 in de zorg voor verstandelijk
gehandicapten en heb het ‘procentuele’ aantal Turkse, maar vooral Marokkaanse,
kinderen in hoog tempo zien groeien. Wanneer een nieuw kindje bij ons wordt
aangemeld, zeggen wij vaak tegen elkaar: ‘Laat me raden, ouders zijn volle neef
en nicht’.
En tot onze stomme verbazing volgen er later vaak broertjes
en zusjes uit dat gezin, alsof de ouders niet op de hoogte zijn van het enorme
risico op nog een verstandelijk gehandicapt kind.
De Volkskrant, 15-11-2007, ingezonden brief van Cora Vonk (Amersfoort
buitengewoon ambtenaar)
Familiehuwelijk
Als reactie op de brief van vandaag van Henny Ridderikhoff te Amsterdam
(Geachte redactie, 15 november), een correctie.
In de Volkskrant van 18 december 2003 heeft een
artikel gestaan dat er ‘geen verbod (meer) is op een huwelijk tussen neef en
nicht’. De toenmalige minister van Volksgezondheid Hoogervorst wilde af van het
verbod. De verhoogde kans (50 procent meer risico) op een gehandicapt kind uit
dergelijke relaties, woog volgens hem niet op tegen de inbreuk op de vrijheid
van partnerkeuze.
Overigens stond ook vermeld dat neef-nichthuwelijken vooral
plaatsvinden in Turkse en Marokkaanse families. Maar het mag dus wel in
Nederland, zonder tussenkomst van de majesteit.
Red.: Waarbij de laatste reactie demonstreert dat de
immigratie van een bevolkingsgorpe die zich niet aan de normale normen houdt, de
aanpassing van die normen vraagt: dat verbod kon opgeheven worden omdat het in
Nederland door de vooruitgang zo zeldzaam was geworden - het is het nu niet
meer.
Er is in de tussentijd heel veel meer gebeurd, maar deze viel
even op:
Uit: De Volkskrant, 08-09-2008, ANP.
Marokkanen boos op burgemeester Cohen
Het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland (SMN) vindt dat
burgemeester Job Cohen van Amsterdam zich vorige week ‘stigmatiserend’ heeft
uitgelaten. Dat liet de organisatie maandag in een verklaring weten.
Cohen zei dat bij bedreiging van en geweld tegen
ambulancemedewerkers vaak Marokkanen zijn betrokken. Hij deed die uitspraak
nadat circa vijf omstanders woensdag in Amsterdam-West hulpverleners hadden
bedreigd. ...
Het samenwerkingsverband laat weten het incident te
veroordelen. ‘Echter, het SMN vindt het te ver gezocht om het gedrag van deze
Amsterdamse jongeren te koppelen aan hun Marokkaan-zijn. Waarom moeten alle
Marokkaanse Nederlanders aangesproken worden op het gedrag van groepen jongeren
in Amsterdam die kennelijk ongrijpbaar zijn voor politie en bestuurders?’
De organisatie wijst erop dat ook elders in het land geweld
tegen hulpverleners voorkomt en dat daar lang niet altijd Marokkanen bij
betrokken zijn.
Na de bedreiging legden medewerkers van het Verenigd
Ziekenvervoer Amsterdam vier uur lang het werk neer. Ze dreigden ook de dag erna
te staken, maar zagen daarvan af na een gesprek met Cohen.
Red.: Cohen had deze informatie direct van de verzamelde
hulpverleners zelf. Die dus uit de praktijk vertelden dat het meestal Marokkanen
waren. Hetgeen de reactie van de Marokkaanse leiders tot de zoveelste "eigen
volk eerst"-leugen maakt.
Nog een voorbeeld van de slachtofferrol:
Uit: De Volkskrant, 08-11-2008, van verslaggever Willem Vissers
Marokkaanse toptalenten bereiken nu ook de top
El Hamdaoui én Aboutaleb voorhoede nieuwe lichting | Al 44 profvoetballers van
Marokkaanse afkomst.
... De successen van de Marokkaanse Nederlanders zijn in het voetbal
zichtbaarder dan elders, hoewel ze zich ook buiten de sport steeds sterker
profileren.
Marcouch is stadsdeelvoorzitter in Arhsterdam, Aboutaleb is
ollangs benoemd tot burgemeester van Rotterdam. Schrijvers als Benali en Bouazza
behoren tot de top, Ali B gaat rappend door het leven en Najib Amhali is een van
de betere cabaretiers.
Actrice Maryan Hassouni won een prestigieuze Amerikaanse Emmy
Award voor de film Offers. Zij vormen de voorhoede van nieuwe lichtingen
toppers. ...
De basis voor succes wordt steeds breder. Zaakwaarnemer
Mohamed Sinouh zei in 2006 nog tegen de Volkskrant: 'We zijn de paria's
van de samenleving. Er wordt op ons ingebeukt. Je ziet hier wat er in Amerika is
gebeurd in het basketbal, waar zwarte spelers domineren. Een bevolkingsgroep die
in de verdrukking zit, vecht zich omhoog via de sport.' ...
Red.: Grappig dat in het voorgaande gedeelte nog eens
duidelijk uit de doeken wordt gedaan dat er absoluut geen belemmering is voor
Marokkanen - hun maatschappelijk presteren wordt (vrijwel) volledig bepaald door
eigen vermogen - en dus voor het grote negatieve deel door eigen onvermogen. De
constatering van dat onvermogen wordt door alle Marokkanen, op enkele na, gezien
als 'Er wordt op ons ingebeukt.' De slachtofferrol.
Naar Allochtonendebat juli 2005 ,
Allochtonen lijst
,
Allochtonen overzicht , of naar
site home
.
|