| De Marokkaanse cultuur |
30 jun.2007 |
Onderstaand een schets van de Marokkaanse cultuur aan de hand van bronnen,
allemaal uit eigen kring of sympathisanten. De verzameling
laat in al zijn onopgesmuktheid kristalhelder zien waarom Marokko een arm land
is:
vanwege de sociale structuur en de sociale houding van haar inwoners. Met als één
van de allergrootste problemen, en iets waar wij in Nederland op diverse manieren regelrecht
mee te maken hebben: de zeer slechte huwelijkse gewoontes:
Uit:
De Volkskrant, 01-09-2007, column door Fadoua Bouali (volledig artikel hier
)
Een mond half-open, een vreemd loopje
... We verbleven samen een weekje in Agadir en gingen een dagje naar
een dorp vlak daarbuiten. Na een uurtje rondslenteren begon mijn vriendin
erover. Toen ze een shirt wilde afrekenen op de markt, kostte het haar veel
moeite contact te krijgen met de verkoper. Hij zat haar met grote ogen en een
half-open mond aan te kijken.
De meeste dorpelingen hadden die vreemde blik, hun mond
half-open, of een raar loopje. Bij sommigen zag je dat de ene schouder lager
hing dan de andere.
Bij de ingang van de markt lagen zwaar gehandicapte mannen en
vrouwen op de grond te bedelen. We begrepen dat veel bedelaars die rondliepen
min of meer (geestelijk) gehandicapt waren, maar zichzelf wel konden redden.
Een nicht van me vertelde dat ze, toen ze was afgestudeerd
als lerares, door de overheid was uitgezonden naar een dorpje in het
Rifgebergte, om daar les te geven op de lagere school. Het dorpje lag afgelegen,
had geen stromend water en elektriciteit. Het hele dorp liep uit om mijn nicht
te bekijken toen ze arriveerde. Meteen zag ze dat er iets niet klopte. Toen ze
beter keek, zag ze hoeveel mensen geretardeerd of gehandicapt waren. Inteelt
vierde hier hoogtij.
In Marokko is het vrij normaal om binnen de familie te trouwen. De redenen zijn
allerminst romantisch. Als iemand een zoon heeft met een goede baan, wil de
familie het liefst dat hij met iemand trouwt binnen de familie, zodat een ander
familielid door hem onderhouden wordt en niet een buitenstaander. ...
Trouwen wordt niet gezien als iets dat twee individuen met
elkaar doen, nee – trouwen is een groepsgebeuren en wordt ook gezien als ‘elkaar
helpen’. Een huwelijk gebaseerd op romantische liefde is hier een grote luxe. In
Agadir kwam mijn vriendin tot de conclusie dat het helemaal de verkeerde kant op
gaat met de Marokkanen, zowel hier als in Europa, door het in stand houden van
het binnen de familie trouwen. Volgens haar hebben we heel hard één ding nodig
en dat is: vers bloed!
Terug in Tanger vielen de vele gehandicapten op straat me
extra op. ...
Ik herinnerde me een bericht in de krant over de
afscheidsrede van Lotty Eldering als hoogleraar interculturele pedagogiek aan de
Universiteit van Leiden. Ze uitte haar zorgen over het feit dat eenderde van de
Turken en Marokkanen die een partner uit het land van herkomst haalt, trouwt met
een neef of een nicht. Hierdoor lopen zij veel meer kans op kinderen met een
handicap of een erfelijke ziekte. Vaak krijgen ze psychische problemen als ze
worden geconfronteerd met de zorg voor een (verstandelijk) gehandicapt kind.
Dikwijls komen ze daardoor ook in grote geldzorgen, aldus de Leidse hoogleraar.
Eerder dit jaar bleek uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht
dat aangeboren afwijkingen de voornaamste doodsoorzaak vormen onder jonge
migranten. Die jonge doden zijn grotendeels terug te voeren op het grotere
aantal huwelijken tussen neven en nichten onder allochtonen.
IRP:
Als tweede een recensie van het boek dat oud-vmbo-leraar Kees Beekmans heeft
gepubliceerd als verslag van zijn verblijf in Marokko, en daarna wat meer details
uit afzonderlijke artikelen die eerder in de Volkskrant zijn verschenen:
Uit:
De Volkskrant, 08-06-2007, boekrecensie door Nell Westerlaken
Leer de Marokkaanse kruiwagens kennen
‘Ze zegt: “Waarom zou die neurochirurg ons helpen?”
Ik zeg: “Omdat dat zijn werk is.”
Zij: “Je kent Marokko niet.’’ ’
Je kent Marokko niet; tijdens het jaar dat Kees Beekmans in
Marokko woont, zal hij die woorden vaak te horen krijgen. Een paar maanden woont
hij in het land als hij een relatie krijgt met een vrouw bij wier broer een
hersentumor wordt geconstateerd. De vrouw, Siham, probeert een medische
behandeling voor haar broer te regelen, maar krijgt te maken met een verfijnd
kruiwagensysteem. De broer overlijdt uiteindelijk zonder te zijn behandeld.
Beekmans beschrijft het land in Marokko voor beginners vanuit
een persoonlijk perspectief, ...
Het leidt soms tot verrassende inzichten. ...
Telkens stuit hij op de ingewikkelde man-vrouwverhoudingen en de
dubbele moraal ten aanzien van seks. Iedere vrouw die zich in een bar vertoont
is een ‘hoer’, maar leden van het establishment maken schaamteloos misbruik van
het feit dat veel vrouwen nauwelijks de kost kunnen verdienen. Siham, een
hulpverpleegster, wordt op staande voet ontslagen om niets, nadat ze de avances
van haar meerdere heeft afgewezen.
Marokko valt hem niet altijd mee, maar hij behoudt zijn
grenzeloze nieuwsgierigheid naar ’s lands wijs, ’s lands eer. Niettemin blijft
hij een buitenstaander, een man met geld afkomstig uit een aantrekkelijk
continent. En een Europeaan kun je voor je karretje spannen of financieel
plukken.
Telkens moet hij hierop beducht zijn, zelfs in zijn eigen
schoonfamilie. ...
Uit: De Volkskrant, 22-03-2006, door Kees Beekmans (volledig artikel hier
) Je bent kbir of sgir
In Marokko draait alles om macht. Wie groot is, kbir, kan zich alles
permitteren. Wie klein is, sgir, niets. En mevrouw moet geen aanstoot geven, dus
kbira zijn.
...Ik moet
onmiddellijk denken aan een boek dat ik nu lees, een vermakelijk boek over en
door een Engelsman van Afghaanse afkomst, Tahir Shah, die een half vervallen
landgoed koopt in Casablanca ...
Het boek heet The Caliph's house, naar het enorme huis
dat Tahir heeft gekocht. Als hij advies nodig heeft, gaat Tahir te rade bij een
Franse diplomaat die al langer in het land verblijft. Een van de eerste keren
raadt de diplomaat hem aan vooral niet over zich heen te laten lopen: 'It's
dog-eat-dog out there. A man with no teeth is swallowed in one gulp.' Later
in het gesprek, merkend dat Tahir toch te aardig voor de Marokkanen blijft,
concludeert hij: 'You are going to be eaten alive.'
Het is in dit van corruptie vergeven land, waar een mens
nauwelijks rechten lijkt te hebben, inderdaad: eten of gegeten worden, ik heb
het zelf al vaak gedacht. Het is voor de meeste mensen een keihard gevecht om
het bestaan, een gevecht waarvan de doorsnee-Nederlander geen benul heeft - ik
had dat in ieder geval niet. ...
Marokko doet mij soms aan deze kinderen denken. Hier lijken
de woorden kbir, groot, en sgir, klein, even belangrijk te zijn
als voor hen. Gewichtigdoenerij kom je overal tegen maar de doorsnee
'belangrijke' Marokkaan zal zijn status toch eerder benadrukken, dat wil zeggen,
hij zal de ander laten voelen dat die minder is dan hij, dat hij kbir is
en die ander sgir. Ik onderhoud hartelijke relaties met de bewaker hier
in de straat omdat ik niet weet hoe het anders zou moeten, maar de medisch
specialist die mijn huiseigenaar is, verwaardigt de man nauwelijks een blik - en
uiteraard rent de bewaker, die ook allerlei klusjes doet, harder voor hem dan
voor mij en vraagt hij mij om geld als hij dat nodig heeft en laat hij het wel
uit zijn hoofd mijn huiseigenaar daarom te vragen. ...
Eten of gegeten worden, betekent dat het om macht gaat. De
Marokkaanse samenleving is van machtsverhoudingen doordrenkt, soms denk ik dat
alles om macht draait. Wie kbir is, heeft macht, wie sgir is,
delft het onderspit. De directeur van een bedrijf heeft in een land waar ruim 20
procent van de beroepsbevolking werkloos is, waar de helft van de bevolking
armoedig leeft en waar bovendien nauwelijks recht te halen valt, de grenzeloze
macht naar believen onder te betalen en te ontslaan. Zekerheid ontleen je niet
aan rechten maar aan verworven macht, of aan relaties met machtigen die je
kunnen beschermen.
IRP: Dit soort machogedrag is natuurlijk op alle
maatschappelijke velden aanwezig - bijvoorbeeld in het verkeer:
Uit:
De Volkskrant, 06-10-2007, column door Fadoua Bouali (volledig artikel hier
)
Van de Waardevolle Nacht weet niemand precies
wanneer die valt
Met mijn nicht Amina wandel ik langs een beruchte rotonde waar de Marokkaanse
verkeersregels gelden. Die houden in dat je geen voorrang verleent, aan niemand,
nooit. Je geeft altijd flink gas en daarmee probeer je andere automobilisten te
dwingen je voorrang te geven. Als ze niet stoppen, ga je heel hard toeteren en
vloeken.
Maar aangezien iedereen gas geeft en niemand stopt, is het er
altijd een grote chaos en wanneer er geen gewonden en doden vallen, is dat
dankzij de beschermengelen die hier overuren aan het maken zijn.
Voor voetgangers betekent het oversteken van een zebrapad
gevaar voor je leven. Auto’s stoppen hier niet bij een zebrapad, wanneer ze een
voetganger op een zebrapad zien, geven ze standaard extra gas. Ze zien geen
voetgangers die oversteken, nee, ze denken dat het kakkerlakken zijn en geven
daarom gas om het ongedierte te vermorzelen. Ik heb gehoord dat er gemiddeld
tien verkeersdoden per dag vallen in Marokko en dat er per jaar meer
verkeersdoden vallen dan er doden vallen in een oorlogsgebied als bijvoorbeeld
Irak. ...
Uit: De Volkskrant, 28-12-2005, rubriek Berichten uit Marokko door Kees
Beekmans (volledig artikel hier
)
Echte Marokkanen
Het Marokkaanse verkeer kent veel ongeschreven regels die de weggebruiker
veel vrijheid geven. Wel is doorrijden na een ongeluk ongepast. Maar geld maakt
veel goed.
Eerste auto-ongeluk. Misschien heeft het nog lang geduurd want op de weg geldt
het recht van de sterkste, en van de grootste idioot. Het zal wennen zijn, maar
misschien wen ik er nooit aan, aan de auto's die plotseling stoppen, aan het
afsnijden en aan het rechts inhalen, aan het van links naar rechts en van rechts
naar links zwenken over de weg.
Marokko is een land van ongeschreven regels, maar de weg is
een vrijplaats, daar kun je doen en laten wat je wilt. Daar kan ook iedereen
rijden, auto's, brommers, fietsers, karretjes die door magere paarden of ezels
worden voortgetrokken, soms ook door mannen.
Voetgangers lopen er ook. Iedereen gebruikt de weg zoals het 'm uitkomt, het
lijkt allemaal even vanzelfsprekend.
Ik rij een fietser aan. Ik rij even buiten de stad op de
linkerbaan, maar Badreddine zegt me dat ik hier naar rechts moet, en ik sla nog
net op tijd de afslag in. ...
Volgens Badreddine wilde de politieman ook geld hebben.
'Daarom bleef hij maar zeggen dat hij de fietser wilde zien. Hij wist dat die
man al naar huis was, hij hoopte dat wij hem niet meer konden vinden. Dan hadden
we hem ook moeten afkopen.'
Als ik Badreddine tot slot nog vraag wat er nou precies aan
de hand was in het begin, die ruzie met die jongen, wordt hij weer fel. 'Die
jongen zegt, je bent geen echte Marokkaan, dat laat ik mij door niemand zeggen.'
Omdat je met mij was doorgereden, vraag ik, je voor een
buitenlander koos ten koste van een Marokkaan? Badreddine knikt. 'Aan het eind
heb ik tegen hem gezegd: en zij dan, zijn zij dan de echte Marokkanen? Die geld
willen hebben? Die fietser, die toch wist dat ook hij fout zat, en een
politieman nota bene? Daar heb je je echte Marokkanen, zei ik tegen die jongen,
en hij was het met me eens.'
Uit: Volkskrant weblog, 09-10-2008, door Greta Riemersma, correspondent
van de Volkskrant in Marokko
Kaartjesknippers en klootzakken
Een uniform heeft in Marokko een aparte uitwerking op de mens. Laatst zat ik in
de trein toen ik meemaakte hoe een jongen met een koffiekar die hele kar weer
uit de nauwe gang tussen de treinbanken moest trekken, alleen maar omdat er een
conducteur in uniform voorbijkwam.
En dan te bedenken dat die koffiejongen zijn kar net met veel
moeite die nauwe gang had binnengereden. ...
Daarna naderde vanaf de andere kant de geüniformeerde
conducteur. De koffiejongen wist niet hoe snel hij zijn kar terug moest trekken,
weer door die dichtklappende deur, weer over die onneembare drempel.
Ik zou denken: de conducteur kruipt wel even tussen twee lege
banken om de koffiejongen voorbij te laten gaan. Maar nee hoor, de conducteur
bleef staan waar hij stond, pontificaal voor de koffiekar.
Want het uniform doet niet alleen opmerkelijke dingen met
mensen die tegen zo'n uniform moeten aankijken. Ook degenen die het dragen
worden er een beetje raar van, heb ik in Marokko gemerkt.
De geüniformeerden gaan zich gedragen naar het uniform. Ik
heb nog geen politieagent meegemaakt die op een normale vraag een normaal
antwoord heeft gegeven. Als je vraagt: ‘Meneer, weet u hoe ik in de
Abdelhaq-straat kom?', dikke kans dat zo'n agent je verwilderd aankijkt. ‘De
Abdelhaq-straat?', zie je hem denken. ‘Wat is dit voor belachelijke vraag?' En
dan snauwt en wijst hij wat in het wilde weg. Weer iemand afgepoeierd.
Mensen, of ik kan beter zeggen mannen met een uniform lopen
er zelfs naar. Ze maken zichzelf groot en gewichtig, en naderen je als een leeuw
zijn prooi, langzaam. En dan, met een perfect gevoel voor jouw meest weerloze
moment, je zit net te rommelen in het dashboardkastje, vallen ze je aan.
‘Papieren', grommen ze in je gezicht, terwijl ze naar je kijken of je een stuk
asfalt bent. ...
IRP: Het sluit naadloos aan bij het machismo, het gedrag in
verkeer, en het kbir en sgirverhaal. De Marokkaanse cultuur is doodgewoon een
enge machtscultuur, die je normaliter associeert met een fascistisch-achtige
houding. Wat geldt voor veel, zie niet een (ruime) meerderheid, van dit soort
niet-Westerse culturen. In al deze gevallen speelt ook het begrip "respect" een
essentiële rol: hoe meer gebruik gemaakt wordt van respect, des te meer van
bovenstaande verschijnselen. Bij Marokkanen speelt respect een belangrijke rol -
het eerstvolgende is uit een quizprogramma met diverse nationaliteiten:
Uit: NCRV Nederland 2, 13-10-2008
(na 51:20 min.),
NL test
Presentator:
Marokkanen zijn bijzonder gastvrij, en het is heel gewoon om uitgenodigd te
worden voor de thee. Rondom het theedrinken zijn veel rituelen en tradities. Het
inschenken gebeurt altijd door:
A: De gastvrouw
B: De oudste aanwezige
C: Degene die het hoogst in aanzien staat
IRP: Het antwoord is natuurlijk: C.
Uit: Volkskrant weblog, 13-10-2008, door Greta Riemersma, correspondent
van de Volkskrant in Marokko
Nooit meer onopgemaakt
Sinds ik in Marokko woon, zie ik er buitenshuis een stuk verzorgder uit. Niet
dat ik in Nederland in lompen liep, maar als ik 's ochtends om half negen drie
kinderen naar school bracht, scheelde het soms niet veel. ...
Maar zoals ik er in Nederland op dat vroege tijdstip dan soms
uitzag, onopgemaakt en met een scheef geknoopt vest over een gerafeld t-shirt,
kan in Marokko niet. Nou ja, alles kan, niemand zegt tegen je dat je je wat
netter moet kleden, maar je ziet er dan wel anders uit dan de anderen, to put it
mildly. Hoe ze het doen, ik weet het niet, maar als ik nu om half negen op
school rondloop, zie ik alleen maar ouders die tot in de puntjes zijn verzorgd.
Ik geloof dat het mediterraan is, en dan denk ik nog niet
eens zozeer aan Frankrijk. Bij de school van mijn kinderen zie ik Franse moeders
die qua uiterlijk net zo goed Nederlands zouden kunnen zijn: in een slecht
zittende spijkerbroek, op plastic slippers en met het haar wild opgebonden. Maar
kijk eens rond in Italië of Spanje, daar zien mensen vanaf een jaar of dertig er
altijd pico bello uit, alsof ze elke dag onderweg zijn naar de Scala of het
stierenvechten.
Buitenshuis draait het om stijl en klasse in dit soort
landen, en dat geldt voor Marokko ook, althans: voor wie dat kan betalen. In
Marokko hebben velen aan stijl en klasse geen boodschap, omdat ze hun geld
liever in eten stoppen. Maar degenen die het zich kunnen permitteren, maken wat
van zichzelf. De vrouwen in westerse kleding doen voor de Italianen en
Spanjaarden niet onder, en eigenlijk evenmin de vrouwen in djellaba en met een
hoofddoek, al gebruiken ze dan meer stof. De kleuren vloeken nooit, schoenen en
tas zijn een geheel.
Mannen vanaf ongeveer dertig jaar zie je hoogstzelden in
spijkerbroek en t-shirt. En als ze een t-shirt dragen is het een poloshirt, met
zo'n boordje. Ze dragen pakken of andersoortige combinaties, maar de lijn is:
netjes. ... Grappig trouwens, in Marokko worden Nederlandse vakantiegangers vaak
herkend aan hun slordige uitmonstering. Ik wist het ook niet hoor, maar de
Indiajurk en de sandaal blijken nog heel erg in de mode te zijn onder
Nederlanders die buiten hun eigen land verkeren. Zelf maar weten, denken de
Marokkanen dan. ...
IRP: Klopt als een bus: Frankrijk: normaal land. Italië en
Spanje: macho landen. Dat allemaal dan in gematigde vorm vergeleken met landen
uiten Europa: Afrika, Zuid-Amerika, enzovoort.
Dat in de creoolse cultuur diezelfde houding tegenover
respect bestaat is uitgebreid getoond hier
. En, Verrassing!, zowel Marokkaanse als creoolse immigranten hebben
grote moeite met de gezags- en andere verhoudingen in een land als Nederland.
Hoe zou dat nu kunnen? (hint: ze willen vanuit hun cultuur respect, maar ze
krijgen het niet omdat ze sociaal nogal achter lopen). Snapt u nu ook waarom
vooral de jongens zich zo weerzinwekkend gedragen? En hoe ze aan die houding
komen (vanuit het gezin!). En dat het dus niet een jongens- of puberprobleem is,
maar een cultureel probleem?
Uit:
De Volkskrant, 01-02-2006, door Kees Beekmans (volledig artikel hier
)
Lieve, loyale Karima
Het leven in Marokko is voor de meeste Marokkanen niet makkelijk, de armoede
overheerst. Toch heeft Karima liever niet dat een buitenlander daarover
schrijft.
... Karima is moeder van een zoon van zeven en sinds drie jaar
een gescheiden vrouw. Ze heeft haar middelbare school afgemaakt en ze heeft een
opleiding tot medisch laborante gevolgd, maar daar doet ze niet veel mee, ze
werkt als assistente bij een apotheker. Die apotheker, die goede zaken doet,
betaalt Karima het schandalige bedrag van 1500 dirham per maand, 150 euro, wat
minder is dan het minimumloon, want dat bedraagt ongeveer 2000 dirham. Karima
werkt dus zwart. Ze zou veel liever 'geregistreerd staan', dus wit werken, maar
dat wil de apotheker niet want dat kost hem geld. Aangezien Karima haar baan wil
behouden, en aangezien de apotheker voor haar tien anderen kan krijgen,
protesteert Karima niet, en hoopt ze maar dat ze in de loop der tijd iets meer
zal krijgen. In de drie jaar dat ze nu bij de apotheker werkt, sinds haar
scheiding, is haar loon omhoog gegaan van duizend naar 1500 dirham. Echt veel
zal het nooit worden, hoe lang Karima ook wacht. ...
Uit: De Volkskrant, 21-12-2005, rubriek Berichten uit Marokko door Kees
Beekmans (volledig artikel hier
)
Dansen, niet kijken
Ook in Marrakech wonen
jonge vrouwen zelfstandig, gaan dansen en uit en ontmoeten mannen. Maar het is
opletten geblazen, om niet voor hoer door te gaan.
Btissame is 23 jaar en ook Btissame wil wel eens uit, ergens dansen. Ze zit op
dansles, of misschien moet ik het aerobic noemen, of misschien is het een
mengsel van die twee, hoe dan ook, Btissame danst goed en ze zegt zelf dat ze
dat 'op aerobic' heeft geleerd, dat ze daar iedere week heen gaat. De
aerobiczaal is in ieder geval een plek waar mannen niet komen en waar jonge
vrouwen als Btissame kunnen dansen zonder gestoord te worden en, misschien
belangrijker nog, zonder de verdenking op zich te laden een hoer te zijn.
Een hoer, ja, want als Btissame naar een disco gaat, en ze
doet dat af en toe op zaterdag-avond, dan bevindt ze zich onherroepelijk onder
prostituees, en alle rondom de dansvloer toekijkende mannen zullen denken dat
ook zij, Btissame, te koop is. Ze zullen' naar haar lachen en knipogen en ze
zullen vlak voor haar neus gaan dansen en haar hand pakken. Het is niet zo
moeilijk die mannen vervolgens duidelijk te maken dat zij daar niet van.gediend
is, zich los te trekken en zich van zo'n man af te keren, al zijn er wel eens
bij die daar verontwaardigd op reageren. Maar als ze met haar vriendin blijft
dansen en verder niemand aankijkt, dan gaat het meestal goed.
Uit:
De Volkskrant, 18-12-2004, door Kees Beekmans (volledig artikel hier
)
Rijk worden in een virari
Tussentitels: 'Meneer, u kent de joden?' - Veel leerlingen lopen rond met die halve wrok
Kees Beekmans geeft al tien jaar les op een zwarte school in Amsterdam. De
meeste leerlingen
dromen van snelle auto's, maar sommigen zijn gevoelig voor fundamentalisme. Hoe
moeten ze assimileren? De enige Nederlanders die ze kennen zijn hun leraren.
'Meneer, u kent de joden?' Het was de Tunesische Noureddine die mij deze vraag
stelde, alweer
zo'n zeven, acht jaar geleden. Noureddine was hier pas een half jaar, een
aardige jongen,
lang, met dik zwart golvend haar, ijdel tot in zijn vingertoppen - hij had iets
van een
dandy.
Hij was van mening dat je je vrouw er het best met klappen onder kon houden:
'Zij moet mij
respecten', schreef hij in zijn nog onvolkomen Nederlands, 'anders zal ik haar
slaan'. En
hij vond ook dat een man zijn vrouw thuis moest houden zodat zij hem kon
'bedienen'. Toen ik
hem met opgetrokken wenkbrauwen aankeek en hij wel voelde dat ik er anders over
dacht dan
hij, verdedigde hij zich door te zeggen dat 'alle Arabische mensen dat willen'.
...
Uit: Leids universiteitsblad Mare, 06-10-2007, door Vincent Bongers (volledig artikel hier
)
'Ik wil wel'
'Marokko is chaos' volgens student Hayat Essakkati. 'Leuk maar lastig als je
iets van de grond wil krijgen.' In hoofdstad Rabat zet ze een
vrouwenrechtswinkel op.
'Het leven hier is onvoorspelbaar', zegt vierdejaars student bestuurskunde Hayat
Essakkati (21). Ze verblijft tot eind januari in de Marokkaanse hoofdstad Rabat
om een vrouwenrechtswinkel op te zetten namens de MVVN, de Marokkaanse Vrouwen
Vereniging Nederland. ...
'Ik ben hier vanaf eind september en ben er snel
achtergekomen dat Nederlandse planning en discipline niet van toepassing zijn in
Marokko. Het is moeilijk om bindende afspraken met mensen te maken. Ik wil ook
zeker langer blijven. Vier maanden is bij lange na niet genoeg:
...Als je met een plan voor een rechtswinkel komt, kijken
heel veel mensen je raar aan en beginnen je te bestoken met argumenten om van
het plan af te zien. Maar ik heb gewoon doorgezet en dat zal ik blijven doen.'
...
Uit:
Dagblad De Pers, 06-10-2007, door Nadine van Loon (volledig artikel hier
)
Ook in Rabat heeft school geen prioriteit
Rabat doet in veel opzichten aan Slotervaart denken, al is er verschil
Waar is het toch misgegaan met dat Marokkaanse tuig dat auto's in
de fik steekt en verder God-weet-wat uithaalt? Pedagoge Esmae Mahdi schetste
enkele weken geleden, na de rellen in Slotervaart, een somber beeld van de
Marokkaanse gemeenschap in Nederland. Veel gezinnen zijn het spoor bijster, zei
ze eerder in deze krant. Ouders bieden hun kinderen geen structuur, terwijl die
dat juist zo hard nodig hebben.
Hoe is dat eigenlijk in Rabat, de Marokkaanse hoofdstad, ver
weg van Nederland? Praten ouders daar ook nauwelijks met elkaar? Weten ze daar
ook niet waar hun kinderen uithangen of dat ze naar ouderavonden op school
moeten?
Aan de rand van Rabat viert een groepje jongens van een jaar
of zeventien het einde van de schooldag met een wedstrijdje stunten op scooters
en motoren. Hun hippe westerse outfits verraden op geen enkele manier dat we in
een arme volkswijk zijn. Het vervallen staatsschoolgebouw, de betonjungle aan
flats en de verroeste kinderspeelplaatsen doen dat wel.
'Veel van deze jongens brengen de rest van de dag op straat
met vrienden door om pas net voor het slapengaan thuis weer aan te kloppen',
zegt onderwijzer Othmane. Huiswerk heeft hier geen prioriteit. We kampen met
talrijke zittenblijvers en vroegtijdige schoolverlaters:
De onderwijzer schat dat niet meer dan 10 procent van de
ouders in deze buurt de scholing van hun kinderen actief volgt en stimuleert.
'Dat zijn dan ook meteen de best presterende leerlingen. De meeste ouders
bekommeren zich niet om de schoolprestaties van hun kroost. Ze worden opgeslokt
door de dagelijkse strijd om brood op tafel: Een groot deel van hen is
analfabeet. Wat ze kennen, is het harde leven van het platteland, waar ze
oorspronkelijk vandaan komen.
Het lijkt op het beeld dat pedagoge Mahdi schetst. Toch is
het anders. Paolo De Mas, directeur van het Nederlands Instituut te Rabat en
Marokkokenner: 'Jongens krijgen hier weliswaar ook een grote vrijheid om hun
tijd op straat door te brengen, maar vanuit de samenleving gaat veel meer een
corrigerende werking uit. Bij uitwassen treden de politie en de mannen in de
omgeving meteen op.'
Het is zeker waar dat Marokkanen hun kinderen tot het begin
van de puberteit graag verwennen, zegt De Mas. 'Je kind niet oppakken als het
huilt? Strakke bedtijden? Marokkanen vinden dat liefdeloos. Maar daarna worden
ze wél strenger, vooral voor meisjes, en is er dat corrigerende vermogen vanuit
de samenleving. Nederlanders zijn juist éérst streng en geven hun kinderen dan
vanaf hun twaalfde meer vrijheid. Dan denken we wel 'Als dat maar goed gaat',
maar tegelijkertijd hopen we dat het kind zich dankzij die vrijheid ontwikkelt.
In de jaren vijftig was Nederland wat dat betreft heel anders. Toen zouden de
Marokkanen zich meer in onze maatschappij hebben herkend.' ...
Die 10 procent van gemotiveerde ouders waar leraar Othmane
het in het begin over had, vormt een aparte groep. Ze hikken tegen het niveau
van de middenklasse aan, waar het besef van het belang van onderwijs meer en
meer doordringt. Middenklassers die het kunnen betalen, plaatsen hun kinderen op
privéscholen. Daar gaat een groot deel van hun salaris aan op, dus eisen ze
inzet. Diezelfde jongeren zien hun ouders knokken om hun welvaartsniveau in
stand te houden. Je best doen op school om je slagingskans in de maatschappij te
vergroten werkt wel.
Op het prestigieuze Franse Lycee Descartes, twintig kilometer
van de volkswijk, is de schooldag ook afgelopen. Hier geen gestunt met scooters
en motoren. Ze moeten mee met hun persoonlijke chauffeurs. 'Het motto is linea
recta naar huis om huiswerk te maken', zegt een Franse onderwijzer.
IRP: En tel hier even bij op dat Rabat de Marokkaans
hoofdstad is, die als relatief ontwikkeld geldt ten opzichte van de streek waar
de Nederlandse Marokkanen vandaan komen: het Rif gebergte.
En over de cultuur van het Rif-gebergte is ook genoeg bekend:
Uit:
De Volkskrant, 27-11-2007, door Huug van Ooijen
(volledig artikel hier
)
Nu kent zelfs de criminologie een Marokkanendrama
Criminoloog Jan Dirk de Jong begaat volgens Huug van Ooijen de fout ernstig
afwijkende culturele patronen bij Marokkaanse jongeren te bagatelliseren.
Jan Dirk de Jong heeft een mooi proefschrift geschreven: Kapot Moeilijk.
Daar niet van (Voorkant, 6 november). Maar van de Marokkaanse cultuur in
Nederland heeft hij geen verstand. Volgens deze onlangs gepromoveerde
criminoloog wordt het criminele gedrag van groepen Marokkanen in Nederland
veelal ten onrechte als een product van hun cultuur bestempeld. ...
...De Jong schetst daarin een levendig beeld van een groep
slecht georganiseerde vechtlustige ‘macho’s’ met een grote bek en een kort
lontje, hunkerend naar status en eer, vol van haat en wantrouwen naar de
samenleving en haar instituties. Laten dat nou net eigenschappen zijn die voor
een belangrijk deel overeenkomen met de culturele bagage die hun ouders hebben
meegenomen uit het oerconservatieve Rifgebied. Een streek waar stamdenken, eer,
fatalisme en een diepgewortelde argwaan tegen de boze buitenwereld een grote rol
speelde en speelt. ...
Uit:
De Volkskrant, 15-08-2007, door Ali Eddaoudi, publicist.
Onmacht in Marokkaanse Rif
Op vakantie in Marokko merkt Ali Eddaoudi dat mensen de almacht van de
autoriteiten volledig passief ondergaan. Hun enige verzet is vluchten naar
Europa.
...
Het is vooral de zon die mij aantrekt en het prachtige woeste Marokkaanse
Rifgebergte. Met de Marokkaanse bevolking heb ik helaas niet zo erg veel.
Ieder jaar valt het mij meer op dat dit prachtige land in
handen van verkeerde mensen is. De dictatuur en de politiestaatachtige taferelen
confronteren mij als Europese idealist met de harde werkelijkheid waarin mijn
eigen familie leeft. Enerzijds heb ik veel moeite met het Marokkaanse systeem en
probeer ik de mensen in mijn omgeving duidelijk te maken dat veranderingen van
hen zelf moeten komen. ...
Miljoenen Marokkanen zijn analfabeet en arm, en moeten vanaf
hun geboorte trouw zweren aan de Marokkaanse autoriteiten die overal zichtbaar
aanwezig zijn. Dit psychologisch politieke spel, waar maar weinig Marokkanen
besef van hebben, houdt de Marokkaanse overheid overeind. Een erfenis van de
overleden koning Hassan II waar de komende generaties niet vanaf zullen raken.
In de Rif, het meest achtergestelde gebied van Marokko, waar veel Europese
Marokkanen vandaan komen, zie je dit verschijnsel het meest.
Eigenlijk zou de Rif zowat het rijkste gebied van Marokko
moeten zijn. Veel van de voormalige gastarbeiders en hun nazaten komen er
vandaan, en sturen al sinds de jaren zestig miljoenen naar hun vaderland. Een
groot deel daarvan gaat naar de bankrekeningen (in Marokko) van Europese
Marokkanen.
Daarnaast kopen en bouwen Europese Marokkanen huizen en
ondernemingen. Die investeringen komen meestal bij grote bedrijven terecht die
vaak in de grote (Arabische) steden zijn gevestigd. ...
De Rif kent niet eens een fatsoenlijk wegennet. De straten
liggen er verpauperd bij en veel stedelijke gebieden beschikken niet eens over
stromend water – een basisbehoefte waar een modern land toch aan zou moeten
voldoen. In de meeste Arabische gebieden is dat wél redelijk goed geregeld. Ik
ben allesbehalve een Berber-nationalist, maar de Rif wordt wel degelijk
achtergesteld bij de rest van Marokko.
En de Berber – een naam die niets te maken heeft met de
oorspronkelijke naam van dit volk, de Imazighen – zelf lijkt het allemaal maar
goed te vinden, en klaagt zo nu en dan bij zijn kameraden in een lokaal
theehuis. Verder hoor je ze niet.
Als ik met Berbers spreek, krijg ik altijd te horen dat de
Rif ‘maar Afrika’ is. Ik moet mij niet zo druk maken en wegblijven uit hun
miezerige landje, is hun advies. In dit antwoord ligt zoveel frustratie
verscholen, dat het begrijpelijk wordt dat jonge mannen en vrouwen iedere kans
aangrijpen om naar Europa te vluchten.
Hoewel ik blij ben met Europa, in het bijzonder met
Nederland, doet het mij toch pijn te zien dat Marokkanen zo weinig strijdvaardig
zijn en eigenlijk alleen bezig zijn met hun eigen gewin. En ook de Europese
Marokkanen slikken alles. Ze klagen alleen tegen elkaar. Niemand durft het op te
nemen tegen een simpele ambtenaar of iemand met enig aanzien. Wat gek is, want
de Marokkanen in Nederland zijn mondig genoeg als hen in Nederland tekort wordt
gedaan.
In Marokko heb ik dan ook ieder jaar ruzie met zowel burgers
als ambtenaren. Agenten, douane en iedereen die een uniform draagt, zijn in mijn
ogen potentiële machtsmisbruikers. Ze wekken gauw mijn irritatie, niet omdat ik
op ze neerkijk, maar omdat ik elk jaar opnieuw misstanden waarneem, die ik als
beschaafd mens niet aan kan zien.
Zeker in de Rif worden mensen uitgebuit, slecht behandeld en
voor dom gehouden. Wat de staatstelevisie ons ook laat zien, Marokko kan zich
nog lang geen serieuze democratische staat noemen. En Marokko mag zich zeker
niet op de borst kloppen als het gaat om de rechten van de mens – om over de
rechten van het kind en het dier maar te zwijgen. ...
Desondanks zal ik ieder jaar mijn geboortestreek blijven
bezoeken, omdat ik me daar nu eenmaal mee verbonden voel. Omdat ik van Marokko
houd. Maar wel kom ik telkens weer met gemengde gevoelens en helaas ook steeds
vaker met minder trots op mijn vaderland naar Nederland terug.
Uit:
De Volkskrant, 12-04-2008, door Charles Bromet en Ismaël Dibi (voll. artikel hier
)
Alleen op het veld een straatschoffie
Hij werd uitgeroepen tot moslim van het jaar, maar daarmee deden ze Ibrahim
Afellay geen plezier. De 22-jarige voetballer van PSV wil zich vooral op het
veld profileren. Hij ziet zichzelf niet als rolmodel. ‘Voor mijn gevoel heb ik
de mensen nog niks te vertellen.’
Tussentitel: ‘Ik heb me altijd vastgehouden aan het voetbal’
... Even komt de onbezonnen duw tegen Heracles-speler Boakye
ter sprake, die met geel werd bestraft waardoor hij de mogelijke
kampioenswedstrijd van zondag tegen FC Twente mist. Zagen wij daar dan wél het
straatschoffie Afellay?
Met een lach: ‘Misschien wel. Maar dan ben ik ook bezig met
winnen.’ Die houding maakte hij zich meester in de Utrechtse achterstandswijk
Overvecht waar hij opgroeide en nu nog steeds woont.
‘Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan stappen ze op je
als op een stoeptegel. Je ziet daar om je heen genoeg dingen gebeuren, waarvan
je denkt: die kant wil ik niet op. ...
IRP: En dat 'op je stappen als een stoeptegel' klopt als een
bus met de constateringen van Beekmans over kbir en sgir.
Nu een artikel dat stamt van voor de grote openbaring. Veel
van wat pas na de openbaring (de Fortuyn-revolte) naar voren is gekomen staat in
feite al hier. En ook veel van wat na die openbaring met groot fanatisme weer
ontkend is. Grappig is dat, want onderstaande artikel heeft echt geen stof doen
opwaaien:
Uit:
De Volkskrant, 20-11-1998, door Annieke Kranenberg
'Marokkaanse jongens moeten veel zelf uitzoeken'
De Marokkaanse cultuur is doordesemd van wantrouwen, en dat is van invloed op
het criminele gedrag van Marokkaanse jongens in Nederland. Antropoloog Frank van
Gemert komt tot die conclusie na drie jaar veldonderzoek in Rotterdam.
Marokkaanse jeugdbendes bestaan niet. Marokkaanse jongens opereren wel vanuit
groepen, maar daarbij geldt het adagium 'ieder voor zich'. De Marokkaanse
cultuur is doorspekt met wantrouwen en dat is van invloed op het criminele
gedrag van Marokkaanse jongens. Zij kunnen daarom niet tot een gemeenschappelijk
doel komen. Laat staan dat ze de ander een leiderschapsrol gunnen.
Deze conclusie trekt antropoloog Frank van Gemert (40), die
drie jaar optrok met een groep Marokkaanse jongens in Rotterdam-Zuid. Vandaag
promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam op het onderzoek.
Van Gemert zoekt voor het criminele gedrag niet alleen
verklaringen in hun slechte sociaal-economische situatie en andere
omgevingsfactoren, als taalachterstand. De criminaliteit komt volgens hem vooral
voort uit de cultuur en de opvoeding waarin Marokkaanse jongens de boodschap
meekrijgen niemand te vertrouwen.
'Ze willen voorkomen dat iemand ze een loer draait.
Wantrouwen is een vanzelfsprekend instrument. '
In het proefschrift verklaart Van Gemert dit aan de hand van
de geschiedenis van het Rif-gebied, de migratie en het gezin. Het wantrouwen
trof hij ook aan in het Rif-gebergte, waar de meeste
eerstegeneratie-gastarbeiders in Rotterdam vandaan komen. Door extreme schaarste
in de Rif ontstond een zeer competitieve samenleving met veel onderlinge
twisten, aldus de onderzoeker. Eer en jaloezie onder Marokkanen kenmerken hun
verhoudingen.
Dat het om een specifiek Marokkaans verschijnsel gaat, werd
Van Gemert eens temeer duidelijk toen hij Marokkaanse jongens met Turkse jongens
uit dezelfde wijk vergeleek. De jongens hebben ouders met een vergelijkbare
immigratiegeschiedenis. Toch ontdekte de promovendus grote verschillen.
Turken hebben hechte familiebanden, zijn goed georganiseerd
in verenigingen en hebben veelvuldig onderling contact met anderen uit dezelfde
streek van herkomst. Turken zijn ook sterk vertegenwoordigd in de middenstand,
waardoor veel jongeren in het familiebedrijf aan het werk kunnen. Terwijl
Marokkaanse leeftijdsgenoten volledig zijn aangewezen op onbekenden.
'Marokkaanse jongens moeten heel veel zelf uitzoeken', zegt
Van Gemert. Ze zijn wel gewend om streng gecorrigeerd te worden door
gezagsdragers uit de omgeving. Ze verwachten dat ook, maar zolang ze niet
betrapt worden op iets wat niet door de beugel kan, blijven ze hun grenzen
aftasten. ...
Vanzelfsprekend keuren Marokkaanse ouders het af als een
jongen van vijftien jaar een winkeldiefstal pleegt. Maar ze vergoeilijken het
ook, want hij 'is nog maar zo jong'. Een 'volwassen' twintigjarige mag dat soort
gedrag niet meer vertonen en wil zelf ook niet kinderachtig overkomen. Maar het
risico bestaat dat de twintiger naar andere criminele activiteiten gaat zoeken,
en dat bedekt met wat Van Gemert 'het masker van de islam' noemt. 'Ook al weet
iedereen in het roddelcircuit dat de jongen een drugsdealer is, ze zullen hem
niet afvallen als hij daarnaast de vrome moslim is en vijf keer per dag de
moskee bezoekt.'
Dat de islam op simplistische wijze wordt gebruikt ter
legitimering van hun criminele daden, zal in de toekomst worden ontmaskerd en in
toenemende mate worden afgekeurd, denkt Van Gemert.
'In Marokko is alles verstrengeld met de islam. Maar
hier in Nederland krijgen kinderen alleen mee wat ze van hun ouders horen.
Bovendien is er een groep geïnteresseerde jongeren die zelf de Koran gaan lezen,
en tot nieuwe inzichten komen.'
Van Gemert is niet de eerste die een verband legt
tussen criminaliteit onder minderheden en cultuur. Maar eerdere onderzoeken
werden zwaar bekritiseerd en afgedaan als stigmatiserend en generaliserend. Van
Gemert is niet bang om afgerekend te worden op zijn onderzoek. 'De discussie
stond stil. Onderzoekers willen zich niet overgeven aan blaming the victim.
Maar mogelijk ligt in de culturele factoren de sleutel tot een verklaring van de
aard en omvang van criminaliteit.'
Want in de gemeenschap zelf is er geen beweging. 'Wie
initiatieven wil nemen, wordt onmiddellijk neergesabeld ... .'
Van Gemert ziet daardoor veel projecten de mist ingaan. ...
'Het heeft totaal geen zin om met verbitterde vaders te
praten die lang geleden hun vertrouwen in de Nederlandse maatschappij hebben
verloren. ...'
IRP: Bijna een decennium later wordt bevestigd hoe ernstig dat
wantrouwen is:
Uit:
NRC-Next, 03-10-2008, door Mohammed Benzakour
Wij zijn allen Marokkanen Tussentitels: Kan iemand mij vertellen wie dat zijn, de 'Marokkaanse
gemeenschap'?
De Berber is met alles en iedereen in oorlog, niemand is te vertrouwen
Waarom ben ik eigenlijk geen raddraaier geworden? De voorwaarden waren aanwezig.
Ik ben van Berberse makelij, grootgebracht met Koran en knoet, heb m'n
jeugdjaren doorgebracht in een dynamisch proletarisch multicultiwijkje vol
gezellige excentriekelingen, ingeklemd tussen Turks tv-kabaal (boven) en
Surinaamse kerriearoma's (beneden). Daarbij: een portie autoritaire
weerspannigheid was mij nooit vreemd. ...
Maar kan iemand mij vertellen wie dat zijn, de Marokkaanse
gemeenschap? ...
Natuurlijk, er is een groep burgers die overeenkomsten
vertoont in fysiologische kenmerken, die zijn sporen heeft in Noord-Afrikaanse
regio's. Maar ...
Om te beginnen loopt er een dikke scheidslijn tussen de Arabisch sprekende
Marokkanen en de Berbers, veruit de grootste groep.
Binnen de Berbergroep figureren weer de Beni Touzine,
Ibdarsen, Ait Wayagher, Ibeqoyen, Ait Buyahyi, de Sousberbers en dan laat ik er
nog een stuk of acht onvermeld. Dit zijn stammen, verspreid over het noordelijke
gebied (de Rif) en zuidelijkere delen (de Atlas) van Marokko, met een cultuur en
een taal die ouder is dan 3.000 jaar. Hun talen en rites vertonen een keur aan
variëteit en een minimum aan overeenkomsten.
Nu kan men stellen dat in elke verscheidenheid een eenheid bestaat,
alleen ligt dat bij Berbers een tikkeltje anders. Als het gaat om het dragen van
verantwoordelijkheid voor collectieve kwesties, en dáár gaat het hier om, hebben
we, vrees ik, aan Berbers geen beste partner. Berbers zijn een kleurrijk,
poëtisch volk, .zeker, maar er is een keerzijde: anarchistisch en deksels
argwanend, jegens elkaar, jegens andere stammen, of algemener: jegens elke vorm
van autoriteit. De Berber is met alles en iedereen in oorlog, niemand is te
vertrouwen, zelfs het Opperwezen niet, hooguit is de Berber loyaal naar de eigen
familiekring, dat wil zeggen: het kleine
gezinsverband - en zelfs dat begint barsten te vertonen. Voor zover er
samenwerkingsverbanden aangegaan worden, is dat vanwege sociale druk (religieuze
aangelegenheden) of uit (materieel) eigenbelang (trouwpartijen, taxivervoer).
...
IRP: En deze groep zou moeten integreren in een
hoog-georganiseerde maatschappij waarin vertrouwen het kernwoord is. Als het al
moeilijk kan leven binnen Marokko, waar men nog redelijk op lijkt, hoe moet dat
dan binnen Nederland? Een schier onmogelijke zaak.
Uit:
De Volkskrant, 18-08-2008, door Greta Riemersma
Het Westen heeft twee kanten
Tussentitel: 'Jullie in het Westen zijn soms gek hè? Sommige dingen gaan echt
te ver'
... Monsieur Alj is een intelligente, belezen man. Ik heb
maandenlang Franse les bij hem gevolgd, in een klasje waarin ik de enige
buitenlander was tussen een stuk of tien Marokkanen. Monsieur Alj wilde dat wij
vooral de Franse conversatie zouden oefenen en dus gooide hij onderwerpen in de
groep als politiek,liefde, schoonheid, seks, ethiek en geld. Wij converseerden
als gekken. Het werd een ware inburgeringscursus, voor mij, maar ook voor hén.
...
Ik merkte al gauw dat de houding tegenover 'het Westen' bij
mijn klasgenoten en monsieur Alj ambivalent is. Aan de ene kant bleken zij de
westerse wereld te associëren met verdorvenheid. Vooral het begrip vrijheid
bleek in hun hoofden totaal anders te leven dan in het mijne. Bij de westerse
vrijheid dachten zij dat alles kan en mag, logisch dat dit leidt tot
ontsporingen. Iedereen die het met iedereen doet en een abortus na afloop, dat
werk.
Sinds ik in Marokko woon, kan ik die denkbeelden beter
plaatsen. Ik heb gemerkt hoe het leven er tot in de kleinste details afhangt van
regels. Laatst kwam ik in een speeltuin, stond er bij elk apparaat een bewaker.
En o wee als die je betrapte op een foute handeling, dan zwaaide er wat. In zo'n
klimaat kan vrijheid snel worden uitgelegd als de afwezigheid van regels.
Maar er was voor mijn klasgenoten en monsieur Alj ook een
andere kant aan het Westen. Het leven is er oneindig veel beter en
rechtvaardiger geregeld dan in Marokko, vonden zij. Je kunt er de nieuwste
mobieltjes kopen, met de trein ben je in een ochtendje van Amsterdam in Parijs
('ongelooflijk') en de verschillen tussen rijk en arm zijn er niet zo enorm.
Meten met twee maten - het was een stokpaardje van monsieur
Alj. Hij bespeurde die houding niet alleen in de buitenlandse politiek van de
westerse wereld, maar ook in zijn eigen land. Hij vertelde dat mensen op hoge
posities in Marokko soms geen elektriciteit en geen boeten betalen, terwijl arme
sloebers er krom voor liggen. Waren we zover in de discussie, dan deugde het
Westen wel. 'Is er in Nederland niet nog één plekje voor mij?', vroeg monsieur
Alj mij eens.
Uit:
De Volkskrant, 17-04-2007, door Anja Sligter
Oase in een probleemwijk
Basisschool Het Mozaïek staat in een Arnhemse probleemwijk en telt veertig
nationaliteiten. Maar de resultaten van deze zwarte school zijn goed. Het
geheim? ‘Niet bij elk nieuw kabinet een andere koers gaan varen.’
‘... De zwarte school (98 procent allochtoon) staat aan de rand
van Arnhem in Immerloo/Malburgen, een van de veertig probleemwijken van minister
Ella Vogelaar. De hoge flats waar de school op uitkijkt, worden de nieuwe
Bijlmer genoemd. Aan elk balkon hangt een schotelantenne en de populatie wisselt
met de wind. ...
... Aan basale
verzorging ontbreekt het de meeste gezinnen niet, maar aan gerichte opvoeding
wel. Marokkaanse ‘prinsjes’ kunnen thuis veelal tot hun 8ste hun gang gaan,
zeggen ze. ...
Uit:
De Volkskrant, 26-10-2007, door Hans Werdmölder
Marokkaanse prinsjes eisen respect
Marokkaanse jongens zijn thuis prinsjes, maar op school
mislukken ze. Dat kan leiden tot verzet en criminaliteit, betoogt Hans
Werdmölder.
Tussentitel: Voor veel Marokkaanse jongens is de politie nog altijd de
ultieme vijand
Psychiater Jean-Paul Selten meent dat de social defeat-hypothese een
goede verklaring biedt voor het relatief veel voorkomen van schizofrenie onder
Marokkaanse jongens in Nederland (Forum, 23 oktober). Zij zouden hier een
‘langdurige vernedering’ ervaren, zeker als ze zich vergelijken met autochtone
leeftijdgenoten die in mooie huizen wonen. De Marokkaanse mannen maken door hun
migratie een statusval door; het omgekeerde zou gelden voor hun vrouwen, bij wie
de kans op schizofrenie dan ook slechts licht verhoogd is.
Gelukkig moeten hypothesen nog altijd worden getoetst aan de
feiten. Die wijzen in omgekeerde richting. Marokkaanse vrouwen worden juist meer
dan hun mannen geconfronteerd met de dagelijkse spanningen van het leven in een
voor hen volstrekt andere samenleving en hun echtgenoten beschouwen zich in
vergelijking met hun niet-gemigreerde landgenoten juist als zeer geslaagd. Veel
Marokkaanse jongens voelen zich eerder superieur dan minderwaardig aan
Nederlanders. En waarom is de schizofrenie onder Turken zo laag. Selten noemt
het beschermend effect van hechte familiebanden, maar maken Turkse mannen niet
een vergelijkbare statusval door?
De social defeat-verklaring lijkt mij een hypothese
van de koude grond. Laat ik een alternatieve verklaring presenteren. Veel
Marokkaanse jongeren groeien hier op in verschillende waardesystemen – gezin,
school en gemeenschap – die niet op elkaar aansluiten. Thuis worden de jongens
als ‘prinsjes’ opgevoed, op straat moeten zij hun mannetje staan, op school
ervaren zij zichzelf als een mislukkeling. Zij hebben weinig respect voor de
Nederlandse gezagdragers, maar eisen dat respect wel voor zichzelf op, desnoods
met geweld. Juist in het verzet tegen de dominante Nederlandse samenleving
ontstaat een groepsgevoel, dat weer als katalysator dient voor
grensoverschrijdend gedrag.
De Turkse gemeenschap vormt een relatief gesloten netwerk,
zodat Turkse jongens veel minder worden geconfronteerd met de Nederlandse
samenleving. Zij durven de autoriteit van hun vader ook minder ter discussie te
stellen.
Marokkaanse jongeren ervaren een botsing van culturen op
individueel niveau. Zij groeien op in compleet verschillende werelden, die ook
nog vaak conflicteren. Dit heb ik ‘het verinnerlijkt cultuurconflict’ genoemd.
Dat hoeft niet per se te leiden tot negatief of agressief gedrag. Bij
Marokkaanse jongeren die wat steviger in hun schoenen staan en wat meer
persoonlijke bagage hebben, kunnen de spanningen ook leiden tot creativiteit.
Een relatief groot aantal Marokkaanse jongeren heeft succes op het gebied van
kunst, theater, mode, sport en literatuur. Ook hierin verschillen Marokkaanse
van Turkse jongeren in Nederland.
Maar bij Marokkaanse jongens die minder sterk in de schoenen
staan en over minder vaardigheden beschikken, leidt ‘het verinnerlijkt
cultuurconflict’ vaak tot verzet en criminaliteit. Soms resulteert het in
schizofreen gedrag, waarbij overmatig druggebruik ook een rol kan spelen.
Het is naar mijn mening niet vreemd dat Bilal B. in een
schizofrene bui een hem bekend politiebureau binnenstormt en enkele niets
vermoedende politieagenten met een mes te lijf gaat. In de beleving van veel
Marokkaans-Nederlandse jongeren vormt de politie nog altijd de ultieme vijand.
IRP: Wat direct aansluit bij dit:
Uit: De Volkskrant, 07-11-2008, rubriek TV door Wim de Jong
Obamariseren
... Het beste en tegelijk het slechtste wat de publieke omroep
als afspiegeling van de interculturele samenleving te bieden heeft, is al 131
afleveringen lang PREMtime van de NPS. Het is een goed programma omdat
het al die tijd op onverdachte, niet-politiek-correcte wijze de temperatuur meet
aan de onderkant van onze gekleurde maatschappij. En het is, zijns ondanks, ook
een kloteprogramma omdat het er al jaren bij kijkers in hamert dat álle
'zwarten' verliezers zijn.
... Terwijl ze
anderzijds met al hun integere bedoelingen ook vaak keihard worden afgerekend
door de mensen die ze in PREMtime met veel moeite voor de camera weten te
krijgen.
Want zelfs in hun programma willen heel jonge Marokkaantjes
al niet meer in beeld verschijnen, omdat ze naar eigen zeggen doorhebben dat ze
hoe dan ook als 'slechte kinderen' zullen worden neergezet. Zoals hun grotere
broers en ouders ook veelal weigeren, omdat PREMtime geen ander doel zou
hebben dan het bieden van spannend ghetto-entertainment aan blanken. ...
IRP: Of, in aansluiting op Werdmölder, het gevolg van het
besef dat ze in de kijker komen als maatschappelijke losers met hun witte
petjes en capuchons, terwijl ze zichzelf heel geweldig vinden, met hun witte
petjes en hun capuchons.
Uit:
De Volkskrant, 13-09-2008, door Ahmed Marcouch
'Ik maak je dood' is Marokkaans
Het gedrag van Amsterdams tuig heeft wel degelijk Marokkaanse wortels.
Burgemeester Job Cohen heeft er bij de Marokkaanse gemeenschap op aangedrongen
de agressiviteit in te dammen van de Marokkaanse jongens die ik eerder tuig
noemde. Ik wil graag dat Cohen daarmee doorgaat. De Marokkaanse gemeenschap moet
dit voortdurend ter sprake brengen, overal waar Marokkanen bij elkaar komen.
Deze kwelgeesten roepen niet alleen 'Ik maak je dood' tegen ambulancebroeders,
ze gooien ook stenen, versperren de weg en roven zelfs ambulances leeg, terwijl
de broeders zich ontfermen over de gewonde of dode. Deze jongens zijn vaak
dezelfden als die mensen beroven en in auto's inbreken. Ze stigmatiseren de
Marokkaanse gemeenschap.
Juist de Marokkaanse gemeenschap kan helpen met een oproep
tot een beschavingsoffensief. Bij de oplossing is de cultuur wel degelijk
relevant. Het gedrag van de kwelgeesten heeft Marokkaanse wortels. Hier botst
een overlevingsmentaliteit uit Marokkaanse berggebieden op een cultuur van
hulpvaardigheid uit de lage landen. Een gedrag gedreven door angst, achterdocht,
slachtofferschap en gekrenkte trots botst op de mores van dienen en zorgen
volgens keurige protocollen. ...
En daarom zeg ik dat een beschavingsoffensief nodig is, niet
alleen op school en in de inburgeringscursus – het moet met man en macht
gebeuren, met hulp van de hele gemeenschap en zeker van de Marokkaanse. Dus
Samenwerkende Marokkanen Nederland (SMN), ik begrijp jullie verdriet, ik lijd
mee, maar laten we het onder ogen zien en dit tekort aan beschaving onder een
overzienbare groep met kracht tegengaan, er burgerschap tegenover stellen. Zodat
wij trots kunnen zijn als Marokkaanse Nederlander en ons niet hoeven laten
troosten door overheidsdienaren die goedwillend roepen dat onze oorsprong niet
erg is omdat wij uiteindelijk toch allen Nederlander zijn.
IRP: Waarmee dit deel van de discussie eigenlijk gesloten kan
worden: het Marokkaanse wangedrag ligt aan de Marokkaanse cultuur.
We wisten al van het virulente nationalisme in Turkije - in
Marokko is het niet veel minder:
Uit:
De Volkskrant, 27-10-2008, van correspondente Greta Riemersma
Niet spotten met de drie heiligheden
Scholier die de Marokkaanse heilige drie-eenheid op de hak neemt met graffiti,
belandt in de cel.
De laatste regel van het Marokkaanse volkslied staat voor drie zaken waarmee in
Marokko niet mag worden gespot: God, vaderland en de koning. Kunstenaars en
journalisten weten dat ze ondanks de toegenomen vrijheid van meningsuiting heel
voorzichtig met deze drie heiligheden moeten omgaan.
Toen een 18-jarige scholier dit toch in zijn hoofd haalde, is
hij veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. De scholier nam de drie-eenheid op
de hak door op de muren van zijn school in Aït Ourir, vlakbij Marrakesh, 'God,
vaderland en FC Barcelona' te schrijven. ...
IRP: De volgende is een grappig geval. Eerste de feiten:
Uit:
De Volkskrant, 21-03-2009, van verslaggever Menno van Dongen
Vrij na een nachtmerrie van 15 jaar
Volgens eigen zeggen hield hij het vol door de hoop. Nu staat hij buiten, alsof
hij ‘naakt uit een iglo’ is gestapt.
Tussentitel: 'We gaan absoluut een flinke schadeclaim tegen de
staat indienen'
Vijftien jaar na zijn arrestatie zwaaiden de betraliede hekken van de
Pompekliniek vrijdag definitief open voor Bensaïd Nakach (65). Begeleid door
zijn advocaat, stapte Nakach als vrij man naar buiten. ...
De nachtmerrie van Bensaïd Nakach begon in februari 1994, na
een uit de hand gelopen echtelijke ruzie. Hij sloeg zijn vrouw met de platte
kant van een bijltje op haar hoofd. ... de aanklacht was stevig: poging tot
doodslag. Nakach moest naar het Pieter Baan Centrum (PBC) voor een psychiatrisch
onderzoek.
Als hij destijds had meegewerkt, was alles misschien anders
gelopen. ...
Nakach ... kreeg een jaar celstraf en tbs. Tijdens zijn hoger
beroep, in 1995, veegde een psycholoog die contra-expertiseonderzoek had gedaan
de vloer aan met het oordeel van het PBC. De diagnose dat hij een ‘ernstige,
gecombineerde paranoïde en narcistische persoonlijkheidsstoornis’ had, zou
onjuist zijn. Nakach was niet gestoord. Maar het advies werd door het hof
terzijde geschoven, want het oordeel van het PBC werd hoger aangeschreven.
Er volgde in 2003 nog een kritisch rapport, van de
Amsterdamse hoogleraar transculturele en internationale psychiatrie Joop de
Jong. Volgens hem is Nakach iemand die patriarchaal gedrag vertoont dat past bij
mensen uit Marokko. Nakach heeft iets ijdels, dwingends en breedsprakigs dat
door westerse deskundigen in zijn nadeel kan worden uitgelegd, maar vrij
gebruikelijk is in zijn cultuur, stelt De Jong.
IRP: En dan wat de dader (de man heeft zware
mishandeling gepleegd) er zelf van zegt:
| |
Als hij destijds had meegewerkt, was alles misschien anders gelopen.
Maar Nakach heeft nergens spijt van. ‘Niemand zou zich psychiatrisch
laten onderzoeken als hij weet dat hij gezond is. Ik ben nooit gek
geweest. Gedrag dat voor allochtonen normaal is, hebben ze gezien als
stoornis.’ |
Waarmee we komen tot de volgende samenvatting. De dader is volgens
het als meest betrouwbaar gezien rapport iemand 'die patriarchaal gedrag
vertoont' en iets ijdels, dwingends en breedsprakigs'' heeft 'dat door westerse
deskundigen in zijn nadeel kan worden uitgelegd, maar vrij gebruikelijk is in
zijn cultuur', verder samengevat in de woorden van de dader zelf als
'Gedrag dat voor allochtonen normaal is, hebben ze gezien als stoornis.'
Waarmee hier tevens staat dat de Marokkaanse cultuur patriarchaals,
iets ijdels heeft, iets dwingends, en iets breedsprakigs, en dat dat is iets dat
de Nederlandse cultuur niet kent, en door de Nederlandse cultuur wordt
geïnterpreteerd als gaande richting paranoïde en narcistisch. En wat ook in het
stuk bevestigd wordt: het slaan met een bijl van zijn vrouw (macho
agressiviteit, hoogstwaarschijnlijk gekwetste ijdelheid), en het niet willen
meewerken met het onderzoek (zeker gekwetste ijdelheid, gezien zijn eigen
woorden, en hoogstwaarschijnlijk sterke achterdocht)
Waarmee tevens een uitstekende samenvatting is gegeven van de
oorzaak van de problemen die de Nederlandse cultuur in het algemeen heeft met
zijn Marokkaanse ingezetenen. Of ze nu in Marokko of in Nederland geboren zijn.
Veel beter dan dit kan je het niet karakteriseren, in aansluiting op de
waargenomen maatschappelijke verschijnselen.
Weer een leuke onthulling vanuit overdachte bron:
Uit:
De Volkskrant, 08-04-2009, column door Evelien Tonkens
Marokkaanse zelfspot
Huiswerk, discipline, liefde, aandacht, karate, sport, sterke
moeder. Dat zijn Marokkaanse (Berberse) woorden waar blijkbaar een vertaling
voor is. Want Berbers versta ik niet, maar deze woorden vang ik wel op, tijdens
een zondagmiddagbijeenkomst over normen, waarden en opvoeding. In een
Vogelaarwijk, georganiseerd een Marokkaans-Nederlandse vrouwenorganisatie. 700
vrouwen zouden er komen. Er staan maar een paar fietsen. Ik weet dat ze minder
fietsen dan kaaskoppen, maar al die ophef over fietsles moet toch ergens over
gegaan zijn?
IRP: Wat een schat toch, die Evelien Tonkens. Van pure
verwarring omtrent de realiteit schrijft ze het helemaal verkeerd op. Het moet
natuurlijk zijn: "Huiswerk, discipline, liefde, aandacht, karate, sport, sterke
moeder. Dat zijn Nederlandse woorden waar blijkbaar geen vertaling voor is. Want
Berbers versta ik niet, maar deze woorden vang ik wel op, ..."
Maar goed... snapt u nu waarom er zo veel problemen met
Marokkaanse (Berberse) kinderen zijn? Dat is vanwege problemen in de Marokkaanse
(Berberse) cultuur. Want voor essentiële zaken in onze Nederlandse maatschappij
zijn er zelfs geen Marokkaanse (Berberse) woorden.
Wat tussenfasen richting maatschappij komen ook nog langs in
het artikel:
| |
Er volgt een toneelstuk, ‘over een moeder die niks te zeggen heeft,
een zoon die alles mag en een dochter die niks mag. Zelfs als ze naar de
bibliotheek wil, moet ze binnen een uur terug zijn’ , legt mijn
buurvrouw uit. De zaal mag reageren. ...
Nu mag de wethouder iets zeggen. Alle kinderen moeten
gelijke kansen hebben, zegt ze. ‘Praten over opvoeding is moeilijk, we
praten gemakkelijker over seks of geld, maar het moet wel.’ Een
(Marokkaanse) moeder uit een verre stad is uitgenodigd om te vertellen
hoe zij haar succesvolle kinderen - allemaal op VWO en universiteit -
heeft opgevoed. ‘Kinderen zijn als planten, je moet steeds een beetje
water geven, al vanaf hun tweede jaar. In negentig procent van de
gezinnen gaat het zoals het toneelstuk schetste. Je moet duidelijke
regels stellen. Veel vrouwen zijn te makkelijk. Die laten een kind van
twee bepalen wat er gebeurt. Ik ben ook de mede-opvoeder van kinderen op
straat. ... |
De eindgevolgen zijn bekend.
De Volkskrant doet graag aan het bevorderen van de
allochtone zaak. In vrijwel alle gevallen leveren ze bewijzen van de zwakte van
die zaak. Het volgende is uit een fotoreportage over de eerste groep Marokkaanse
gastarbeiders die inmiddels teruggekeerd zijn:
Uit:
De Volkskrant, 18-04-2009, door Sietske de Boer en Joost van den Broek
(foto's)
Terug in de Rif
Ze kwamen vanaf 1969 als jongemannen uit het Noord-Marokkaanse Rif-gebergte
naar Nederland en konden direct aan de slag met werk dat niemand anders wilde
doen. Ze wilden snel geld verdienen en dan terug. Maar dat liep vaak anders.
Veel gezinnen kwamen over en de kinderen werden langzamerhand Nederlanders. De
meeste mannen keerden pas na tientallen jaren terug. Met weinig geld, en veel
lichamelijke klachten.
IRP: We gaan er even van uit dat dit een redelijk
representatieve steekproef is, ook wetende dat de multiculturalistische
Volkskrant zeker geen negatief voorbeeld zal stellen.
Dan zijn dit dus de mensen met wie we culturele uitwisseling zouden
moeten plegen: zij krijgen cultuur van ons, wij cultuur van hen. Het is uit deze
beelden totaal onvoorstelbaar wat dat laatste zou moeten zijn - als geheel geven
de foto's een treffende illustratie van het begrip "sociale achterstand" -
vanuit onze optiek dicht
grenzende aan sociale achterlijkheid.
Het is zo duidelijk,dat een groepsgenoot zich tot een
verdediging genoodzaakt voelde:
Uit: Volkskrant website, Opinie, 21-04-2009, column van Abdelkader Benali
Marokkanen zijn tobbers
Multiculturele samenleving maakt mensenschuw
Er stond een fotoreportage over Marokkaanse eerste generatie migranten die waren
teruggegaan naar Marokko in het Volkskrant Magazine van afgelopen
weekeinde. Knarige knarren in de Rif, had de ondertitel moeten zijn. ...
Sietske de Boer, een uitgeweken Friezin die in Al Hoceima
woont en de levens van de remigranten goed kent, interviewde ze. Ze maken een
vermoeide indruk, deze opa's in retraite, alsof ze liever vandaag dan morgen
zouden willen migreren naar hun volgende bestemming: de dood.
Dus dit zijn de vaders waarvan de zonen en dochters de
Nederlandse samenleving zoveel kopzorgen bezorgen. 'Problemen, problemen,
problemen', zag je die koppen denken. Als de lezer straks maar niet denkt dat
wij het hebben veroorzaakt, al die narigheid. Ik miste in de foto's ook wat
plezier of pret.
Ze zagen er, om eerlijk te zijn, een tikkeltje droevig uit.
Ik kan helaas niet anders zeggen dan dat dit soort mannen altijd zijn best doet
om het meest nukkige, depressieve en teneergeslagen gezicht op te zetten wanneer
ze worden geconfronteerd met een welwillende. ...
IRP: Misschien kan je dit er ook allemaal in zien, maar aan
ook aan dit soort aspecten zit het sociaal achterlijke keihard vast.
Maar over de voorinstelling van Benali hoeven we na de kop al
totaal niets meer verder te vragen. Want natuurlijk denkt hij dat Nederland het
weer gedaan heeft: 'Multiculturele samenleving maakt mensenschuw'. Nou, wat oudere Nederlanders hebben ze nog zien aankomen,
deze mannen. En deze mannen maakten destijds precies dezelfde indruk als ze hier
boven maken: wantrouwig, angstig, sociaal achterlijk. "Dat kan nooit goed gaan",
was de conclusie van de moeder van de IRP-hoofdredacteur, tegen zijn
protestaties in. Dat hebben we geweten ...
En nu zegt IRP-hoofdredacteur, "Dat kan nooit goed gaan" over het
soort houding als van Benali: "De schuld ligt bij de Nederlanders." Het
commentaar is te lezen hier
.
Overigens: tel van degenen van wie de cijfers over de
arbeidscarrière gegeven zijn (vier stuks) het aantal jaren op. Dan kom je,
afgerond, op 50 jaar werk, en 120 jaar uitkering - dat laatste getal stijgt per
kalenderjaar met vier.
Terug naar de pure cultuur:
Uit:
De Volkskrant, 08-06-2009, door Greta Riemersma
Doe met mijn kind wat je wilt
Tussentitel: Ik hoorde een kind door de ramen gillen; de klappen weerklonken
in de straat
Mijn zoon van 7 komt thuis met het verhaal dat zijn klasgenootje
Abdallah thuis wordt geslagen met een riem. Tijdens de pauze op hun Marokkaanse
school was Abdallah erover begonnen en hij had erbij gezegd: 'Het doet erg
pijn.' Mijn zoon wilde weten wie slaat, zijn vader of zijn moeder. 'Allebei',
zei Abdallah. Toen vroeg mijn zoon hoe vaak het gebeurt. 'Altijd', was het
antwoord. ...
Er zijn hier zoveel kinderen die dit overkomt. Worden ze niet
met een riem geslagen, dan wet met een hand of een pantoffel. Ik zie dat soms op
straat en soms bij mensen thuis. Ik hoorde eens een kind gillen door de geopende
ramen, terwijl het geluid van de klappen in de straat weerkaatste.
Officieel is slaan in Marokko bij wet verboden, maar niemand
die zich daaraan houdt. Minister Radi van Justitie wil hierin verandering
brengen; vorig jaar kondigde hij aan dat alle vormen van kindermishandeling
streng worden bestraft. Maar slaan met een riem valt daar tot dusver niet onder.
...
Zal ik dan de onderwijzeressen van Abdallah inschakelen? Dat
zouden ze hoogst vreemd vinden. Ze slaan zelf, en niet alleen zij. Mijn kinderen
hebben in Marokko drie basisscholen bezocht, en op alle drie werden dagelijks
lijfstraffen uitgedeeld. Een aantal jaren geleden bleek uit onderzoek van het
Marokkaanse ministerie van Justitie en Unicef dat 87 procent van de schoolgaande
kinderen in Marokko last heeft van fysiek geweld.
Mijn kinderen zijn van die behandeling gevrijwaard, omdat wij
hun leraren hebben gewaarschuwd hun handen thuis te houden. Maar mijn kinderen
vertellen hoe hun klasgenoten worden bewerkt met een boek, een etui, een stok.
Herhaaldelijk worden er ook linialen of tekenborden stukgeslagen op de hoof den
of ruggen van de leerlingen.
Mijn dochter heeft eens een stuk hout uit de klas gestolen
dat de leraren vaak gebruikten om te slaan. Ze kon het niet meer aanzien en nam
het ding stiekem mee naar huis. Toen zag ik pas wat het was: een balk waarmee de
hele Amsterdamse Noord-Zuidlijn kan worden gestut.
Geregeld hebben wij deze praktijken aan de orde gesteld. Maar de leraren
ontkennen of ze zeggen dat ze wet moeten: de ouders vragen erom. Ik kon dat
eerst niet geloven, tot wij op een ouderavond kwamen. Toen bleek dat de meeste
ouders deze aanpak juist stimuleren. 'Doe met mijn kind wat je wilt', zeiden ze
tegen het onderwijzend personeel.
Ik zou de ouders van Abdallah rechtstreeks kunnen aanspreken.
Dan zouden ze me vragen waarmee ik me bemoei. En vermoedelijk wordt Abdallah
voor straf nog harder met de riem afgerost.
IRP: Het nationalisme is natuurlijk ook vanzelfsprekend:
Uit:
De Volkskrant, 14-10-2009, door Greta Riemersma
'Buitenlanders' niet meer gewenst in nationale
ploeg
Het gaat slecht met het Marokkaanse voetbal. Zaterdag werd de
nationale ploeg tegen Gabon uitgeschakeld voor het WK en daar is nu een oorzaak
voor gevonden: ‘De Marokkanen die in het buitenland spelen, zijn niet trouw aan
het Marokkaanse shirt.’
De woorden zijn van de befaamde ex-speler Mohammed Timoumi,
in de krant Al Jarida Al Oula. Hij legt uit dat het elftal niet langer gebruik
moet maken van ‘buitenlanders’. ...
Timoumi’s woorden zijn pikant, omdat Marokkaanse voetballers
in het buitenland vaak moeilijk kunnen kiezen voor welk land ze uitkomen. Zo was
het ook met El Hamdaoui.
Volgens Timoumi hoeven deze spelers voortaan niet meer voor
Marokko uit te komen. ‘De Marokkanen die hier zijn opgegroeid en in de
competitie spelen, geven meer. Ze hebben meer recht te spelen in het nationale
team dan anderen.’
Hij vertolkt het gevoel dat in Marokko volop leeft. ...
IRP: Alles met seks en huwelijk is natuurlijk archaïsch:
Uit:
De Volkskrant, 03-12-2009, van correspondente Greta Riemersma
'Gescheiden? Dan ben je een hoer'
Marokko heeft het vrouwen gemakkelijker gemaakt om te scheiden.
Maar het imago van gescheiden vrouwen is er zeer slecht. ‘De vrouw is niets.’
Tussentitel: 'Zelfs de rechter zei eerst dat ik terugmoest naar mijn
echtgenoot'
Toen Hannan Oumri (20) haar ouders vijf maanden geleden vertelde
dat ze ging scheiden, was de reactie: ‘Waarom heb je niet beter voor hem
gezorgd?’ Sindsdien praat haar vader niet meer met haar. Hij verdraagt de
vernedering niet. ‘De buren roddelen over mij en hij luistert meer naar de buren
dan naar zijn eigen kind’, zegt Hannan.
Rizlan Nfinif (24) heeft met beide ouders geen contact sinds
haar echtscheiding vijf jaar geleden. ‘Belachelijk. Niemand weet wat ik in mijn
huwelijk heb meegemaakt. Ik werd geslagen, zelfs toen ik zwanger was. Mijn leven
was een hel, ik heb zo veel gehuild.’ Niettemin vonden ook haar ouders dat ze
bij haar man had moeten blijven.
De situatie van Hannan en Rizlan is in Marokko niet uniek.
Als een Marokkaanse vrouw scheidt, leidt dat vaak tot verwijdering met haar
ouders omdat die zich schamen. Ook vrienden en kennissen hebben commentaar. ‘De
vrouw krijgt altijd de schuld’, zeggen Hannan en Rizlan, twee vriendinnen uit de
buurt van Rabat.
‘Het imago van de gescheiden vrouw is in de Marokkaanse
maatschappij zeer negatief’, bevestigt Abdeljabbar Choukri, socioloog en
psycholoog aan de universiteit van Al Jadida. Dat is opvallend, omdat de
Marokkaanse familiewet, de Moudawana, het de vrouw sinds 2004
gemakkelijker heeft gemaakt om te scheiden.
Voorheen moest de vrouw onder andere met twaalf getuigen
bewijzen dat zij slecht werd behandeld. Nu dat niet langer het geval is, vragen
steeds meer vrouwen een echtscheiding aan: 26 duizend in 2007, tegen 14 duizend
mannen. Het totale aantal echtscheidingen steeg daarmee in één jaar met 14
procent.
Maar ook al wordt het fenomeen van de gescheiden vrouw
normaler, zij staat nog even slecht bekend als altijd. ‘Dat heeft niets te maken
met de islam’, zegt Choukri. ‘Onze profeet Mohammed was eervol getrouwd met
meerdere gescheiden vrouwen.’ Het probleem is volgens hem een eeuwenoude
mentaliteit die vooralsnog onuitroeibaar is.
‘De vrouw in Marokko wordt beschouwd als de bron van alle
zonde, in tegenstelling tot de man die op alle terreinen beter en nuttiger is.
De vrouw is niets. Daarom wordt zij bij een scheiding beschouwd als de
verantwoordelijke. Zij is het die de man dwingt tot verstoting als gevolg van
haar slechte gedrag.’ ...
Dat is wat in Marokko vaak wordt gezegd over gescheiden
vrouwen: het zijn hoeren. Mannen zien hen als een gemakkelijke prooi, omdat ze
geen maagden meer zijn. Bovendien zijn er nogal wat gescheiden vrouwen die
inderdaad de kost moeten verdienen als prostituee, omdat ze geen baan kunnen
vinden en de man weigert alimentatie te betalen.
‘Je moet je in dit land nergens over verbazen’, zegt Rizlan.
‘Als vrouw heb je geen rechten. De Moudawana is aangepast, maar er is niks
veranderd. Toen ik de echtscheiding aanvroeg, zei zelfs de rechter eerst dat ik
terugmoest naar mijn man.’ ...
IRP: Het volgende verhaal heeft twee aspecten:
Uit:
De Volkskrant, 09-01-2010, door Greta Riemersma
De geslagen klas
In Den Haag kwamen leerlingen na de koranles thuis met blauwe
plekken. Jeugdzorg was bezorgd, maar de Marokkaanse ouders wilden geen aangifte
doen. In Marokko is meppen op school niets bijzonders, weet Volkskrant-correspondent
Greta Riemersma. Op inzichten uit Europa zitten de meeste ouders niet te
wachten. ‘’Doe met mijn kinderen wat jullie willen’, zegt een van de moeders op
de ouderavond.’
Tussen een stuk of vijftien Marokkanen zit ik in een lokaaltje in het Franse
Instituut in mijn woonplaats Kenitra, een kustplaats niet ver van de hoofdstad
Rabat. We krijgen Franse les van monsieur Alj en hij laat ons discussiëren over
het onderwijs in Marokko. Ik geef graag mijn mening. ‘Het is verschrikkelijk’,
zeg ik. Mijn medecursisten keren hun hoofd naar mij toe. ‘Er wordt zo veel
geslagen’, leg ik uit.
Er valt een stilte waarin de anderen mij niet-begrijpend aankijken.
Ik heb het probleem buiten lestijd weleens met monsieur Alj besproken en hij
voelt zich gedwongen toe te lichten wat ik bedoel. ‘Nederlanders vinden slaan
niet normaal’, zegt hij, met een hoofdknik naar mij. ...
Twee jaar woon ik nu in Marokko en mijn verbazing over wat hier met kinderen
gebeurt, kent geen grenzen. Ik heb drie kinderen, een dochter van 11 en twee
zonen van 7 en 5, en zij weten hier soms niet wat ze meemaken. Wij, hun ouders,
evenmin.
... Said, mijn man, dacht dat na een verblijf van dertig jaar
in Europa. Voor alle zekerheid vroeg hij het aan de directeur van de eerste
Marokkaanse basisschool die wij hadden uitgezocht voor onze kinderen – een
privéschool, omdat het overheidsonderwijs niet best bekendstaat. ‘Er wordt hier
toch niet meer geslagen?’, vroeg Said. ‘Natuurlijk niet’, was het antwoord.
Maar na anderhalve week in Marokko waren de kinderen met geen
mogelijkheid meer naar school te krijgen, want er werd geslagen. Niet elke dag,
maar elk uur van de dag.
Voor er driekwart jaar voorbij was, waren ze toe aan hun
derde school, toen gaven we het op. We hadden informatie ingewonnen over nog
tien scholen en onze conclusie was dat vermoedelijk in het hele Marokkaanse
basisonderwijs wordt geslagen. Op de ene school meer dan op de andere, maar
slaan is in principe normaal.
Van onze kinderen horen we dat hun docenten lesgeven met een
stok of meetlat, waarmee ze in de klas rondlopen ‘alsof het een mitrailleur is’.
Wie niet keurig op het lijntje heeft geschreven of de verkeerde ballpoint heeft
gebruikt, wie op zijn handen heeft gekleurd of niet de goede schoolboeken bij
zich heeft, wie zijn bril thuis is vergeten of tegen een klasgenootje fluistert,
krijgt met de stok of de meetlat een flinke tik op zijn hoofd, handen of rug. Er
zijn ook leerkrachten die schoppen of met de hand meppen, die slaan met boeken
en ook eens met een tekenbordje dat op het hoofd van een kind doormidden brak.
Uit onderzoek van de Marokkaanse overheid en Unicef blijkt
dat in Marokko 87 procent van de kinderen tussen 8 en 14 jaar op school fysiek
geweld ondergaat. Ook mentaal geweld wordt niet geschuwd – iets wat wij al
hadden begrepen. ...
Heel wat directiekamers zien wij van binnen en daarnaast
bezoekt Said meestal de ouderavonden. Voortdurend is hij in discussie over de
didactische methoden in Marokko. Maar hij merkt al gauw dat inderdaad de ouders
een rol hebben in het geweld. Als hij tijdens die bijeenkomsten oproept te
stoppen met slaan, krijgt hij van andere ouders geen bijval. Het is duidelijk
dat hij wordt gezien als een nieuwlichter uit Europa, het continent waar de
slecht opgevoede kinderen vandaan komen – ook de slecht opgevoede Marokkaanse
kinderen.
Schreeuwt een kind dwars door een gesprek van volwassenen,
kan dat kind nog niet eens de simpelste beleefdheidsfrasen uitbrengen, dan is
het voor mensen in Marokko duidelijk: die komt uit Europa. Zulke toestanden
willen zij niet. Hun kinderen moeten zich later kunnen handhaven in een harde,
strikte wereld en ze moeten het beter doen dan zijzelf. Daarom liggen ze krom
voor de beste privéscholen en als hier de lesstof met tucht wordt bijgebracht,
des te beter. ...
Veel is in deze kwestie nog onduidelijk, maar één ding
weet ik door mijn verblijf in Marokko intussen wel: opvoeden op zijn Marokkaans
is doen wat mama, papa, juf of meester zegt, en anders moeten Aicha of Ahmed het
maar voelen.
Nooit wordt er iets uitgelegd en andere straffen dan fysiek pijnigen,
bestaan nauwelijks. Marokkanen hebben zelfs een handgebaar voor slaan, dat ze
gebruiken bij wijze van waarschuwing.
Als ik op een dag voor straf mijn zoontje op de gang zet
terwijl mijn 60-jarige buurvrouw op bezoek is, begint ze tegen me te roepen:
‘Hachouma, schaam je!’ Op haar gezicht lees ik afkeer, hoe kan ik zo hardvochtig
zijn? Maar zij slaat haar kleinkinderen, open en bloot op straat zodat ik het
vanuit mijn huis kan zien. Dat vindt zij kennelijk geen hachouma. Mijn kinderen
hebben klasgenoten die dagelijks door hun ouders met een riem worden afgetuigd.
Ook geen hachouma.
Slaan kweekt een bepaald soort gedrag, heb ik gemerkt. Als ik
hier in een deuropening ga staan kijken naar spelende kinderen doen ze vaak
betrapt. Ze houden op met stoeien, onderlinge gesprekken gaan plotseling over
iets anders. Het lijkt of ze voortdurend op hun hoede zijn voor volwassenen. Hun
gedrag wordt beheerst door angst, de angst voor slaag. Daarom vertellen de
klasgenoten van mijn kinderen thuis nooit wat ze meemaken. Daarom liegen ze en
verraden elkaar in de klas.
... het vermogen tot zelf nadenken is er zoveel mogelijk
uitgeramd. Het gekke is: bijna iedereen in Marokko kan vertellen dat slaan
officieel bij wet verboden is. Maar niemand die ingrijpt. ...
Wat ook opvalt, is dat de Nederlandse Marokkanen die wij
treffen onze verhalen over het slaan bijna nooit geloven. Ze hebben zelf
allemaal klappen gehad en ze vertellen hoe ze bont en blauw uit de koranles in
Nederland kwamen. Maar net als Said twee jaar geleden denken ze dat het iets van
vroeger is, ook in Marokko. ...
... één ding staat voor ons vast: wij wachten niet tot de
mores in Marokko zijn veranderd. Wij zijn al veel eerder terug in Nederland.
IRP: Aspect nummer één is wel duidelijk: het slaan. En, door
de extreme manier, ook de verregaande gevolgen die het heeft voor de geest van
het kind en dus het volk.
Aspect nummer twee, waarop ook geselecteerd is in de citaten,
is het liegen. Er wordt over dit slaan stelselmatig gelogen. Kennelijk beseft
men dat er iets mis mee is.
Nog een derde aspect slaat niet op Marokko, maar op Nederland:
| |
Maar op verjaardagsfeestjes kunnen de Nederlandse kinderen nog iets
van hun leeftijdsgenootjes in Marokko leren. Marokkaanse kinderen zijn
dolblij met een bekertje Fanta, nog blijer met een bakje chips en als ze
een cadeautje uit een grabbelton mogen vissen, geloven ze hun ogen niet.
Aan elk spelletje doen ze enthousiast mee en na afloop bedanken ze me
omstandig en beleefd voor de fijne middag.
Maar die beleefdheid is er wel ingeramd. ... |
Kijk, erin rammen is natuurlijk geen goed idee. Maar meer correctie
dus toch wel.
Nog iets dat iedereen weet:
Uit:
De Volkskrant, 01-04-2010, van correspondente Greta Riemersma
'Dit land verbiedt de liefde'
De 28-jarige journaliste El Rahzoui verzet zich tegen de
overheersing van religie in Marokko.
Meteen na binnenkomst in het appartement van Zineb El Rhazoui is duidelijk wat
voor iemand hier woont. Zij wijst naar buiten, naar de drukke straten van
Casablanca waar de cafés zijn. ‘Tijdens religieuze feesten kan ik als
Marokkaanse nergens alcohol kopen en jij als buitenlandse wel. Dat is toch
debiel?’, zegt ze fel. ‘Het is racistisch zelfs.’
Zineb El Rhazoui, een journaliste van 28 jaar, werd in
september bekend in Marokko en ver daarbuiten toen zij en haar vriendin
Ibtissame Lachgar (34) een openbare picknick planden tijdens de ramadan. Ze
wilden hiermee protesteren tegen de Marokkaanse wet die eten op straat tijdens
de ramadan verbiedt. De politie verhinderde de actie, die velen in Marokko
schokte. ...
Maar hoe zit het nu met die vrijheid? Veel Marokkanen
benadrukken dat die sinds het aantreden van koning Mohammed VI in 1999 groter is
dan ooit. ‘Het is een fragiele vrijheid’, zegt El Rhazoui. ‘Je mag meer, maar
veel wetten zijn niet veranderd. Je kunt niet zeggen dat je homoseksueel bent,
of atheïst, of dat je bent bekeerd tot het christendom. Dit moet je in het
geheim zijn. Thuis heb je alle vrijheid, maar vrijheid hoort juist in de
publieke ruimte te worden geregeld.’
Zineb El Rhazoui werd geboren in Marokko uit een Marokkaanse
vader en een Franse moeder. Zij studeerde zes jaar sociologie van religies in
Parijs. Daarna woonde zij twee jaar in Egypte en in juli 2007 keerde zij terug
naar Marokko. Zij miste haar land, hoewel zij wist: Marokko kent geen laïcité,
er is geen scheiding tussen kerk en staat. ‘Dat handicapt de Marokkanen.’
...
El Rhazoui wist meer dan een week uit handen van de politie
te blijven. Voor haar deur stond politie, evenals voor de deur van haar ouders,
maar zij was ondergedoken. Ten slotte gaf ze zich over, waarom ook niet. ‘Ik
vond dat ik niets ergs had gedaan, ik had niemand dood gemaakt.’
Op het politiebureau werd haar gevraagd of ze in God
geloofde. Het antwoord was nee. Toen zei een agent: ‘Dan moet je worden gedood.
Het is zondig dat wij bij je zitten.’ Zij beriep zich op de Marokkaanse
grondwet, die de vrijheid van geloof garandeert. ‘Maar die bepaling is bedoeld
voor buitenlanders’, zei een politieman. ...
IRP: Wat naadloos past bij het volgende:
Uit: Volkskrant.nl, 08-04-2010, van correspondente Greta Riemersma
Trucje met condooms kost Marokkaanse haar
carrière
 |
Milouda is maar heel even op internet te zien. ‘Maar die tien
seconden hebben mijn hele carrière kapotgemaakt’, zegt ze. Milouda is een
Marokkaanse vrouw met een hoofddoek die op een filmpje dat via de website
Youtube is te zien, demonstreert hoe je met je mond een condoom om een penis
kunt afrollen. Sindsdien wordt zij bedreigd.
Haar streven was zo loffelijk. In de strijd tegen aids wil ze
prostituees en jonge, onervaren meisjes kennis laten maken met het condoom.
Milouda werkte tien jaar bij Artsen Zonder Grenzen, vertelt ze dinsdag in de
Marokkaanse krant Akhbar Alyoum, en sinds 2007 zet zij zich in voor de
ALCS, een Marokkaanse anti-aidsorganisatie. ...
Het is een ke filmpje. ...
Het filmpje is intussen meer dan 110 duizend keer bekeken.
...
De Marokkaanse conservatieve moslimpartij PJD sprak er
schande van. Seksuele voorlichting, oké, maar deze vrouw ging te veel in op
details. Ze had al helemaal niet hoeven zeggen hoe mannen graag worden
bevredigd. Zelfs hoofdredacteur Rachid Niny van Al Massae, die toch
bekendstaat als verlicht, vond dit niet kunnen. De combinatie hoofddoek en
condooms, dat was wat de meeste critici tegen de borst stuitte.
Gisteren vertelde Milouda in Akhbar Alyoum wat haar
sinds de verspreiding van het filmpje is overkomen. Zij heeft nog steeds niet
meer dan haar voornaam onthuld, maar haar gezicht wordt op straat herkend. Ze
wordt uitgescholden voor ‘hoer’ en ze krijgt te horen: ‘Je vertrapt de
hoofddoek, de islam, en je moedigt prostitutie aan.’ Ze is ook fysiek bedreigd.
Ze durft haar huis in Casablanca niet meer uit. Ze is
doodsbang en teleurgesteld dat geen enkele overheidsvertegenwoordiger het voor
haar opneemt. ‘Ik geef alleen maar voorlichting’, zegt ze.
IRP: Het volgende bericht moet je
spiegelbeeldig bekijken - het gebeurt natuurlijk ook andersom:
Uit:
De Volkskrant, 09-01-2010, van correspondente Greta Riemersma
Marokkanen eisen na 35 jaar excuses van Algerije
Algerijnse uitzetting doet nog steeds pijn
Tussentitel: 'Er zijn vrouwen verkracht en families uit elkaar
gehaald'
... Attiqui is in 1975 Algerije uitgezet. Hij is
onderdeel van een vergeten geschiedenis, die pas de laatste tijd in Marokko weer
wordt opgerakeld. In 1975 legde Marokko beslag op de Westelijke Sahara en uit
woede daarover besloot Algerije 350 duizend Marokkanen het land uit te gooien.
...
‘Algerije heeft niet alleen onze bezittingen ingepikt, er
zijn ook vrouwen verkracht en families uit elkaar gehaald’, zegt voorzitter
Mohamed El Herouachi van Admea. ‘Wat Algerije heeft gedaan, is een misdaad tegen
de menselijkheid.’
Neem Mohamed Attiqui, die in Algerije alles achterliet wat
hij had, zelfs zijn zoon. Zijn vader ging in 1935 naar Algerije, zoals zoveel
Marokkanen in die jaren. ‘Veel Algerijnen wilden niet werken voor de Fransen,
zij waren tegen de kolonisator. De Marokkanen namen de banen waar de Algerijnen
geen zin in hadden.’
In 1938 werd Mohamed Attiqui geboren, in een dorpje
vlak bij Oran. ‘We voelden ons thuis, we zagen Algerije als ons land’, zegt hij.
Dat gevoel had hij zelfs zozeer, dat hij tijdens de Algerijnse
onafhankelijkheidsstrijd eind jaren vijftig, begin jaren zestig aanslagen
pleegde in Frankrijk. ‘Dat zag ik als mijn plicht.’
In 1974 keerde hij terug naar zijn Algerijnse geboorteplaats
om een café te beginnen. In november 1975 organiseerde de Marokkaanse koning
Hassan II de Groene Mars, waarbij 350 duizend Marokkanen, met een Koran en een
Marokkaanse vlag in de hand, de Westelijke Sahara binnentrokken. Algerije, dat
ook een oogje op het gebied had, was woest.
Vanaf die dag mocht Attiqui van de politie niet langer de
radio in zijn café aanzetten, uit angst dat er Marokkaanse patriottische
liederen zouden klinken. Vlak daarna werd zijn café kort en klein geslagen. Op
10 december werd hij met alle Marokkaanse inwoners van zijn dorp met bussen naar
de gevangenis overgebracht.
Hun cellen waren onder water gezet zodat ze niet konden
zitten. Drie, vier dagen later werden ze bij Oujda, een stad in
Noordoost-Marokko over de grens gezet – een lot dat evenveel Marokkanen zou
treffen als het aantal dat had meegedaan aan de Groene Mars. Ze lieten hun
huizen achter; hun goud, zilver en bijna al hun geld moesten ze bij de grens
afgeven.
...
Doordat Marokko nooit meer uit de Westelijke Sahara wegging,
verslechterde de relatie met Algerije. Sinds 1994 is de grens tussen beide
landen praktisch dicht. Met het vliegtuig kunnen Marokkanen nog wel in Algerije
komen, maar over land is dat lastig. Als gevolg daarvan werd in Marokko de
houding ten opzichte van Attiqui en zijn lotgenoten vijandig. ...
De verbannen Marokkanen hadden een Algerijns accent en droegen
Algerijnse kleren. Ze werden gediscrimineerd en probeerden niet op te vallen.
Pas de laatste jaren laten ze van zich horen, omdat de Marokkaanse overheid dat
nu toestaat. Vorig jaar onthulde de beroemde sportpresentatrice Kaima Belouchi
hoe ook haar familie Algerije werd uitgezet.
Soms wordt ze nog steeds aangeduid als ‘Algerijnse’,
verklaarde ze tegenover de krant Aujourd’hui Le Maroc. ‘Dat doet me pijn
aan mijn hart, het is een belediging.’ ...
IRP: Weer een paar observaties op het vlak van de onderlinge
samenhang tussen de mensen:
Uit:
De Volkskrant, 10-04-2010, door Edith Koenders
Twee mannen en een meisje in Marokko
In zijn eerste roman wil Kees Beekmans de Marokkaanse samenleving tonen.
Dit is geen land voor aardige mensen', zegt de Franse fotograaf Alain Faucon in
de debuutroman Sirocco van Kees Beekmans (1961). Alain is een
straatvechter die zijn 'enigszins bescheten' vriend Vincent onomwonden wijst op
de valkuilen van de Marokkaanse maatschappij ...
Beekmans raakte in het land geïnteresseerd door zijn
ervaringen als leraar op een zwarte school, waarover hij columns schreef voor
de Volkskrant. Uiteindelijk is hij er gaan wonen en in Marokko voor
beginners (2007) beschreef hij een verhaal van een omgekeerde inburgering'.
...
Dat hij feit en fictie vermengt hoeft niet te verbazen. ...
Maar Beekmans zet de mannen vooral in om een beeld te geven
van de Marokkaanse samenleving, die in rap tempo aan het moderniseren is, maar
gebukt gaat onder de enorme kloof tussen arm en rijk. ...
IRP: Nog een aspect van een essentiële factor: de
gezagsverhoudingen:
Uit:
De Volkskrant, 29-04-2010, van verslaggever Menno van Dongen
'Autoriteit werkt bij verhoor Marokkaan'
Rechercheurs die autoriteit uitstralen, hebben meer succes tijdens het
verhoren van Marokkaanse verdachten. Dit blijkt uit een kleinschalig experiment
van de politie Gelderland-Zuid.
Tussentitel: Met statusgevoelige verdachten moet je tijdens verhoor niet te
amicaal omgaan - Karijn Beune, onderzoekster Universiteit Twente
Marokkaanse jongeren werkten beter mee als ze werden verhoord door een
rechercheur in maatpak. Ze moesten ‘u’ zeggen tegen de ondervrager, die hen
bewust tutoyeerde. Om zijn gezag te vergroten, haalde een collega koffie voor de
rechercheur. Onderzoekster Karlijn Beune van de Universiteit Twente noemt het
experiment, waar ze zelf niet bij betrokken was, ‘een mooie eerste aanzet’.
De bevindingen zijn herkenbaar. ‘Dit past bij aanwijzingen
die ik tegenkom bij een groter onderzoek. Autochtonen letten tijdens hun verhoor
vooral op de inhoud van het gesprek, terwijl verdachten uit culturen met meer
statusgevoel, meer op autoriteit letten. Met Marokkaanse jongens moet je dus
niet te amicaal omgaan.’
Het trucje met de koffie is illustratief. ‘Je moet als
rechercheur nooit koffiehalen voor verdachten die denken in termen van status.
Het ondermijnt je positie, want ze zien je dan als hun loopjongen. In hun
wereldbeeld hoort een politieman de baas te zijn.’ ...
IRP: Nog een behulpzaam trekje:
Uit:
De Volkskrant, 11-05-2010, door Abdelghafour Ahalli
Schaamte staat als muur rond Marokkanen
Marokkanen in Nederland zwijgen over misstanden in hun eigen
gemeenschap, en houden daarmee ook vooroordelen onder Nederlanders in stand.
Tussentitel: De onderlinge discussie dient vrijuit en zonder taboes te worden
gevoerd
Het Arabische woord hsoema – in het Nederlands meestal
vertaald als schaamte – is een sleutelwoord om het vaak naar binnengekeerde
gedrag van Marokkaanse Nederlanders als individu, als groep en naar elkaar toe
te begrijpen. Pijnlijke situaties dienen zo veel mogelijk te worden beperkt en
gevoelige thema’s het liefst vermeden.
Deze krampachtige houding van zwijgen, die hiervan het gevolg
is, belemmert de erkenning en kritische onderlinge bespreking van oorzaken van
misstanden. Hoewel met name een deel van de jongere generatie het steeds beter
doet in onderwijs, werk, sport en in de cultuurwereld, mogen achterstanden en
misstanden waarvan ook sprake is niet onbesproken blijven.
Dit besef groeit onder een toenemend aantal Marokkaanse
Nederlanders. In informele onderlinge gesprekken komt vaker de behoefte naar
voren ervaringen en ideeën met elkaar te delen. Dit heeft vorig jaar geleid tot
een gespreksplatform onder de naam Netwerk van Vrijzinnige Marokkaanse
Nederlanders. Met deze naam willen de initiatiefnemers tot uitdrukking brengen
dat de cultuur van zwijgen, achter ons gelaten moet worden en dat onderlinge
discussie zo vrijuit mogelijk en zonder taboes gevoerd dient te worden.
Vrijuit en zonder taboes betekent hier: niet ingeperkt door
benauwende onderlinge sociale controle, buitenlandse invloeden of organisaties
die claimen de belangen van ‘de’ Marokkanen of ‘de’ moslims te behartigen.
...
IRP: Niets van gemerkt, die behoefte tot meer openheid.
Wel van de geslotenheid. Zoals bij de laatste gelegenheid dat Marokkanen ter
sprake kwamen: de rassenrellen in Culemborg. het enige dat de Marokkaanse
belangenvertegenwoordiger, Farad Azarkan, te berde kon brengen was: "Het ligt
niet aan de Marokkanen". En Farad Azarkan omschrijft zichzelf als even verlicht
als deze auteur.
Die trouwens ook nog even laat zien hoe verlicht hij wel niet
is:
| |
Zo wordt maar al te vaak gedacht dat Marokkanen handelen op bevel
van ‘de’ moskee c.q. wat door de imam bij het vrijdaggebed wordt
gepreekt. Dat ze, met andere woorden, als automaten zijn marsorders
volgen. Een beeld dat zeer afwijkt van de werkelijkheid.
Een grappige – of treurige – anekdote illustreert het
automatisme waarmee bovengenoemde gedachtegang wordt gevolgd. Recent
heeft een koor van Marokkaans-Nederlandse meisjes onder de naam Al Wahda
een clip uitgebracht met een liedje waarin het recht op het dragen van
de hoofddoek wordt verdedigd. Enkele zinnen daaruit werden recent
geciteerd in NRC Handelsblad, waaronder ‘Ook al kijken ze je aan,
en wijzen je na, blijf sterk in je schoenen staan, hou vast aan je ...
imam’. Misschien heeft de media-aandacht voor misbruik in de katholieke
kerk de journalist in kwestie parten gespeeld en werd het ‘vasthouden
aan’ al te letterlijk opgevat. Gezongen werd namelijk iman (geloof) en
niet imam.
Al te vaak is de gedachte: Marokkaanse Nederlander = moslim =
‘volgeling van de imam’ = niet in staat om zelfstandig met waarden en
normen richting aan het eigen leven te geven. Door de neiging mensen –
in dit geval Marokkaanse Nederlanders – in simpele hokjes van
clichébeelden in te delen, worden individueel oordeelsvermogen van en
diversiteit onder Marokkaanse Nederlanders niet gezien. |
Natuurlijk maakt het geen laars uit of het koor nu zingt dat ze
blind de imam of blind de koran volgen - in beide gevallen is het een
ernstige vorm van geestelijke beperktheid en achterlijkheid. In beide gevallen
zijn ze 'niet in staat om zelfstandig met waarden en normen richting aan het
eigen leven te geven'. Iets dat de auteur even over het hoofd ziet. Ongetwijfeld
uit hoofde van zijn eigen beperktheid veroorzaakt door het geloof.
Maar gelukkig ziet hij dat soort problemen wel bij
Nederlanders:
| |
Ook van de kant van Nederlandse overheden, maatschappelijke
organisaties en media worden overigens – zij het onbewust – maar al te
vaak clichébeelden op Marokkaanse Nederlanders geplakt. |
Nee, deze Marokkaan heeft helemaal geen last van een een eenzijdige
kijk op de relatie tussen immigranten en gastcultuur - hij heeft beide ogen wijd
open ...
En ze zijn ook o zo toleramt:
Uit:
De Volkskrant, 05-06-2010, van verslaggeefster Greta Riemersma
Marokko heeft sinds afgelopen maart honderd buitenlandse
christenen het land uitgezet
'De christenen bekeren altijd stiekem'
Tussentitel: Degenen die zijn uitgezet maakten misbruik van de
armoede
In Marokko heeft voetbalclub Barcelona een speciaal logo. Op grote
schaal worden in Marokko FC Barcelona-shirts en -prullaria nagemaakt, maar het
kruis dat in het logo hoort, wordt soms weggelaten. Want een kruis is
christelijk en verkopers zijn bang dat de logo’s met kruis minder goed verkopen.
Staat deze ingreep symbool voor de jacht die in Marokko op de
christenen is geopend? Sinds maart zijn rond honderd buitenlandse christenen het
land uitgezet, in de Marokkaanse geschiedenis van de laatste decennia een
ongekend aantal. Onder hen bevinden zich zes Nederlandse weeshuismedewerkers.
De meesten werden binnen een paar uur op het vliegtuig
gezet, zonder dat ze zich konden verdedigen. Volgens de Marokkaanse overheid
hebben ze zich schuldig gemaakt aan evangelisatie, waarop een gevangenisstraf
van maximaal drie jaar staat. Deze mensen, zo luidt de boodschap, hebben nog
geluk dat ze het land zijn uitgezet. Het had erger met hen kunnen aflopen.
...
Niemand kan er in Marokko omheen dat het beleid ten
aanzien van christenen dit jaar plotseling is veranderd. Marokko was altijd
tolerant ten opzichte van andere geloven, het jodendom in de eerste plaats omdat
zich dat al tweeduizend jaar geleden in dit land vestigde. Maar ook christenen
konden hun gang gaan, zolang ze maar geen Marokkaan bekeerden. ...
Volgens de Marokkaanse overheid zijn in totaal ongeveer
tweeduizend Marokkanen tot het christendom bekeerd. Maar volgens Zineb El
Rhazoui, die dit onderwerp in Parijs heeft bestudeerd, klopt dat aantal niet.
‘Niemand kent de exacte cijfers’, zegt ze, maar zij denkt dat het er iets meer
zijn. ‘Enkele duizenden in totaal.’
Vlak voor de uitzettingen in maart begonnen, waren deze
christelijke Marokkanen bezig zich beter te organiseren, aldus El Rhazoui. Hun
geloof kunnen zij niet vrijuit uitdragen, maar in het geheim hielden zij een
congres, onder andere over de vraag of zij een echte Marokkaanse kerk zouden
moeten stichten. Dat zou voor de autoriteiten een stap te ver zijn geweest.
...
En wat zeggen gewone Marokkanen? Er zijn Marokkanen die een
aversie hebben tegen alle christelijke symbolen. Als hun kind op een
verjaardagsfeestje een engeltje krijgt, belandt dat in de prullenbak. Er zijn
ook Marokkanen die beweren dat de islam het laatste monotheïstische geloof is en
dus het beste. Iedereen had achter profeet Mohammed moeten aanlopen, ook de
christenen. ...
Maar de ergernis van veel Marokkanen bestaat eruit dat
de buitenlandse christenen volgens hen onder valse voorwendselen zieltjes
proberen te winnen, zoals dat in de koloniale tijd in heel Afrika gebeurde.
Degenen die zijn uitgezet, werkten vaak als weldoener. ‘Ze maken misbruik van de
armoede, in ruil voor bekering’, zegt Arbi Abbas, een gemeenteambtenaar uit de
buurt van Rabat.
‘De christenen bekeren altijd stiekem’, zegt ook
Mohammed Benin, een leraar Arabisch vlak bij Rabat. Hij vindt dat christenen in
Marokko alle vrijheid hebben. ‘Ze lopen hier in tanga’s op het strand, ze zoenen
openlijk met elkaar. Wie ben ik om dat te verbieden?’ Maar zegt hij: ‘Is het
niet vreemd dat de Europeanen wel de mond vol hebben over onze hoofddoeken en
boerka’s?’
IRP: En dat soort volk klaagt over Nederland ...
"Het zijn van die hartelijke mensen, die Marokkanen. Helemaal
niet zo stug als die Nederlanders en je kan altijd mee-eten":
Uit:
De Volkskrant, 19-06-2010, column door Greta Riemersma
Pyjamapartijtje van onschuldige meisjes
Tussentitel: 'Mijn man en mijn zonen zijn er niet bij'
Mijn dochter van net twaalf had vanavond een slaapfeestje willen
houden met alle meisjes uit haar klas. ‘Pyama party’ had ze op de uitnodiging
geschreven. De meisjes komen wel op het feest, heb ik begrepen, maar ze blijven
niet slapen, op twee na. Dat mogen ze niet van de ouders.
En dan heb ik er alles aan gedaan om een andere afloop te
bewerkstelligen. Op verzoek van mijn dochter heb ik met een paar moeders gebeld
om haar zaak te bepleiten. ‘Het wordt een rustig feest’, heb ik gezegd. ‘En mijn
man en mijn zonen zijn er niet bij. Er zijn alleen maar meisjes en ikzelf.’
Ik wist niet of dit de juiste aanpak was, maar ik vermoedde
dat de aanwezigheid van mannen in ons huis een probleem zou kunnen zijn. Meisjes
in Marokko horen tot het huwelijk van onbesproken gedrag te zijn; één vlekje op
hun reputatie kan gevolgen hebben voor het soort en de hoeveelheid
huwelijkskandidaten die zich melden.
‘U kunt mij vertrouwen’, zei ik daarom tegen de moeders aan
de andere kant van de lijn, en ook omdat ik van mijn dochter hou en haar de
leukste pyama party van de wereld toewens. Waarop de moeders zeiden: ‘Maar
natuurlijk vertrouw ik u!’ En toch mogen hun dochters niet blijven slapen.
Het valt me in Marokko vaker op dat mijn kinderen slechts met
moeite hun vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis weten te krijgen. Vaak
verbieden de ouders zo’n ontmoeting. Er is altijd wat. De moeder is moe en wil
het kind niet brengen, de vader heeft de auto mee, er is familie op bezoek, het
kind moet naar zwemles of huiswerk maken – ik heb de afgelopen jaren van alles
gehoord.
In de beginperiode van ons verblijf in Marokko wilde mijn
zoontje op de kleuterschool een keer met een meisje uit zijn klas spelen, Jousra
heette ze. Ik wist toen nog niet hoe gevoelig zo’n voorstel kan liggen en stapte
op de moeder van het kind af. ‘Mag Jousra bij ons komen spelen?’, vroeg ik.
‘Nee, dat is beter van niet’, zei de moeder. ‘Jousra is erg
druk, je wordt gek van haar.’ Aangezien zo’n opmerking volkomen nieuw voor mij
was, volhardde ik lachend. ‘Ik heb zelf drie kinderen’, antwoordde ik. ‘Ik ben
wel wat gewend.’ Waarop de moeder beslist zei: ‘Echt, ik zou het je niet
aanraden mijn dochter over de vloer te krijgen.’ ...
IRP: O zo hartelijk, open, o zo open... Nederlanders kunnen
er een voorbeeld aan nemen ...
Naar Cultuurverschillen
,
Allochtonen lijst
, Allochtonen overzicht
, of site
home
.
|