|
VARA TV Magazine, 52/53-2005, column door Midas Dekkers
De lieve leeuw
Tussentitel: Wat heb je aan een geliefde die je niet in de ogen kan kijken
ZOOGDIEREN KOM JE NIET vaak tegen in het wild. Als je er al eens een in het bos
ziet, is het tien tegen één een hond. Daar zijn er dan ook 2 miljoen van in ons
land. Maar in mijn zoogdierengids staat hij niet. Ook onze 111 miljoen varkens
kun je er niet in vinden, terwijl er wel de raarste spitsmuizen in staan en
vleermuizen die u of ik nooit zullen zien. Medezoogdier-beschermers zijn mensen
en ook die worden niet tot de fauna gerekend. Weer zestien miljoen zoogdieren
minder.
Wel zag ik hond en varken en mens op een foto, samen. Het was
een onthutsend tafereel, vastgelegd door Jan van IJken. De mens snijdt de ballen
uit het varken, levend maar niet wel, en werpt ze de hond toe. Die kwispelt. Van
medelijden met het varken is niets bij hem te merken. De collaborateur. Zelfs
door beesten worden beesten als beesten behandeld.
Zo hoort het ook, vinden mensen. Beesten zijn nu eenmaal om
op te eten. In de natuur vreet toch ook de een aan de ander? Dat is waar, weet
ieder die goed op de vegetariërsschool heeft opgelet, maar de beesten die door
mensen worden opgegeten maken zich daar nu net niet schuldig aan. Varkens
bespringen geen konijnen, koeien zitten niet achter fazanten aan.
Maar honden dan? En katten? Leeuwen? Die richten al te graag
een bloedbad aan. Maar dat mag je ze niet aanrekenen, ze worden met het kwaad
geboren. Althans, dat vinden we nu. Twee eeuwen geleden dacht de Franse bioloog
Bemardin de Saint-Pierre, een goede vriend van Rousseau, daar heel anders over.
Als je maar aardig tegen de leeuwen was, werden ze lief als een lam en taalden
ze niet meer naar vlees. Dat had hij zelf ervaren met tamme leeuwen in
Noord-Afrika en in de Jardin des Plantes van Parijs, waar een leeuw met een hond
in één kooi samenleefde. Elk dier was van nature tam en werd pas wild door
slechte ervaringen. Net als een mens.
Of het waar is, kun je toetsen aan je eigen leeuwtje thuis.
Er zijn mensen die dat doen. Uit liefde voor koeien en varkens pesten ze hun
katten met soja en zemelen. Geen wonder dat je weleens weggelopen katten ziet.
Natuurlijk mag je je poes geen vlees onthouden. Zelf heb ik
een tuin voor mijn poezen aangelegd, waar veel vogeltjes op afkomen. Die hoeven
ze alleen nog zelf te pakken. Koester ik adders aan mijn borst? Ja. En terecht.
Roofdieren zijn veel leuker om mee om te gaan dan zoiets tams als een konijn.
Daders zijn interessanter dan slachtoffers.
Vegetarische beesten hebben hun ogen van opzij om het gevaar
van alle kanten aan te zien komen, roofdieren hebben hun ogen als koplampen van
voren om gericht toe te slaan. Ogen van voren scheppen contact. Wat heb je aan
een geliefde die je niet in de ogen kan kijken? Peil de blik van je poes of je
hond, oog in oog, en het blijkt er een van herkenning. Roofdieren onder elkaar.
Maar kijk vooral ook eens naar de foto van die
balletjesslikker. De hond hangt samen met al die andere foto's van al die andere
dieren die in onze handen zijn op een tentoonstelling in Huis Marseille. Dat is
gemakkelijk te vinden in Amsterdam: bij de dierenwinkellinks, vervolgens
rechtuit, langs twee slagers en dan kan het niet ver meer zijn.
Terug naar Roofdier en groepsdier, bron
, Creativiteit en slechtheid, bronnen
, Psychologie overzicht
, Sociologie overzicht
, of naar site home
.
|