Bronnen bij Economen: fouten
In de onderstaande verzameling worden voorbeelden gegeven van
fouten die economen maken in hun beweringen over zaken aangaande de economie
-voor een deel pure onkunde en gebrek aan denkvermogen, voor een deel
veroorzaakt door door het daardoor wijdverspreide misverstand dat de economie
gaat over geld, en, misschien voornamelijk, door het simpele en blote
eigenbelang - dat laatste is ook apart behandeld hier
. Een aantal individuele en institutionele voorbeelden zijn ook apart behandeld,
zie de lijst aan de rechterkant van deze pagina.
De eerste reeks fouten gaat over een heel simpele verwarring: die tussen centen
en procenten. Deze is zo simpel, dat het echt ontstellend is hoe vaak hij
gemaakt wordt. De tweede reeks fouten gaat over de economie als vak zelf: het
blijkt dat economen vrijwel volledig uitgaan van hun theoretische modellen,
terwijl het door ervaring volkomen duidelijk is dat die modellen niet werken,
dat wil zeggen: geen enkele betrouwbare voorspelling over de werkelijkheid doen.
Uit:
De Volkskrant, 30-05-2006, door Wim Groot, hoogleraar economie
Universiteit Maastricht, en Henriëtte Maassen van den Brink, hoogleraar economie
Universiteit van Amsterdam
Opheffen perverse solidariteit, dat is pas pervers
Volgens Bos stroomt in Nederland te vaak geld van arm naar rijk. Wim Groot en
Henriëtte Maassen van den Brink leggen uit wat daarvoor de redenen waren.
De PvdA wil een einde maken aan de perverse solidariteit. De PvdA zou hierover
nog eens goed moeten nadenken, want afschaffen van perverse solidariteit leidt
vooral tot grotere maatschappelijke ongelijkheid. ...
Als je de argumenten van Bos hoort, dan vraag je je af wat
ministers en Kamerleden in het verleden heeft bezield toen de
hypotheekrenteaftrek, de studiefinanciering en de financiering van de AOW werd
bedacht. Je krijgt het gevoel dat er een groot complot is gesmeed om de lage
inkomens de rekening te laten betalen voor de sociale voorzieningen waar vooral
de rijkeren van profiteren. Er waren echter goede redenen dit zo te doen.
Hogere inkomens profiteren meer van de hypotheekrenteaftrek
dan lagere inkomens. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat
door het belastingvoordeel de woonkosten voor lagere inkomens met 10 procent
dalen, voor de middeninkomens met 17 procent en voor de hogere inkomens met 25
procent. Heeft Bos dan toch gelijk? Nee, want door het belastingvoordeel neemt
het besteedbaar inkomen van de lagere inkomens veel meer toe dan dat van de
hogere. Het belastingvoordeel leidt tot een stijging van de koopkracht van de
lage inkomens met 12 procent, terwijl de hogere inkomens er 8 procent op vooruit
gaan. Afschaffen van de hypotheekrenteaftrek is inderdaad nadelig voor de hogere
inkomens maar vooral ook voor de koopkracht van de lagere inkomens. ...
Red.: Dit is zo opvallend fout, dat het ook het lezerspubliek
het opmerkt - misschien wel omdat dat met centen moet betalen in plaats van
procenten ...
De Volkskrant, 01-06-2006, ingezonden brief van Johan Scholte (Sneek)
Centen en procenten
Wim Groot en Henriëttte Maassen, beiden hoogleraar economie, durven te
beweren dat 12 procent koopkrachtstijging voor de lagere inkomens meer is dan 8
procent voor de hogere (Forum, 30 mei).
Omdat je als consument niet met procenten, maar met centen
moet betalen, is het misschien makkelijker gewoon in centen te rekenen.
Want 12 procent van 40 duizend euro is 4800 euro, terwijl 8
procent van 150 duizend euro al 12 duizend euro is.
Wie kan er nu meer geld uitgeven in de winkel?
Red.: Er zijn twee mogelijke verklaringen voor dit soort
fouten: grote domheid, of het maken van opzettelijke fouten. Dat laatste is
fraude - ze hebben ook nog een financieel voordeel bij hun opvattingen, dus het
is ook moreel frauduleus. In de natuurwetenschappen zou een dergelijke fraude
tot ontslag leiden. In de natuurwetenschappen is het niet mogelijk met zo'n
grote domheid een wetenschappelijke positie te krijgen. Beide hoogleraren,
betaald met belastinggeld, zouden dus onmiddellijk ontslagen moeten worden.
Na het schrijven van bovenstaande kwam er nog een reactie
uit de beroepsgroep:
Uit:
De Volkskrant, 15-06-2006, door Sweder van Wijnbergen, hoogleraar
economie aan de Universiteit van Amsterdam.
Perverse herverdelingseffecten bestaan wel degelijk
Sommige economen moeten hun collegedictaten eerst afstoffen voordat ze over
herverdelingseffecten schrijven, concludeert Sweder van Wijnbergen.
Een Amerikaans economentijdschrift heeft een rubriek anomalies, economische
verschijnselen waarbij gezond verstand je op het verkeerde spoor zet. Maassen
van de Brink en Groot (MBG) bieden er zo ook drie: in hun bijdrage `Terugdraaien
perverse herverdeling is pas echt pervers` (Forum, 30 mei) willen ze ons
overtuigen dat arme mensen er beter van worden als ze voor subsidies aan de
rijken betalen. Drie nieuwe anomalies, of moeten de twee hoogleraren hun oude
collegedictaten eens afstoffen? ...
Red.: Het volgende voorbeeld laat zien dat het maken van de fout de regel is:
Uit:
De Volkskrant, 11-08-2006, van verslaggever Douwe Douwes
‘Hypotheekrenteaftrek vooral in het voordeel van lage
inkomens’
Tussentitel: Conclusies zijn in strijd met gedachten van de PvdA
De hypotheekrenteaftrek pakt opmerkelijk genoeg gunstig uit voor huishoudens met
een laag inkomen. Een gezin met een eigen huis en een inkomen beneden modaal
(ongeveer 30 duizend euro per jaar), heeft door de renteaftrek een voordeel van
13 procent van het besteedbaar inkomen. Gezinnen met een inkomen van drie keer
modaal hebben slechts een voordeel van 7 procent.
Dat concluderen drie economen van het pensioenfonds ABP in het economenblad ESB.
Zij hebben cijfers van het ministerie van Financiën door de computer gehaald.
De conclusies zijn in strijd met een cruciale
veronderstelling van de PvdA. De sociaal-democraten pleiten al enige tijd voor
een ingreep in de hypotheekrenteaftrek en benadrukken daarbij dat de vooral de
hogere inkomens nu profiteren van deze regeling. ...
Red.: En ook nu kwam er een reactie van dezelfde soort als de
redactie al had geformuleerd (let overigens op dat de Volkskrant-verslaggever
wel intellectueel in staat is een verbinding te maken met PvdA opvattingen, die
kennelijk ook volgens hem net kloppen, maar niet de veel meer voor de hand
liggende centen-procentenkwestie kan bedenken; ongetwijfeld een vorm van
geestelijke blokkade van dezelfde soort als die van de economen: eigenbelang):
De Volkskrant, 14-08-2006, ingezonden brief van Henk Klaren (Utrecht)
Procenten
Volgens ABP-economen is de hypotheekrenteaftrek in het voordeel van lage
inkomens (Economie, 11 augustus). Zouden deze economen er bij stil hebben
gestaan dat 7 procent van drie maal modaal meer is dan 13 procent van beneden
modaal. En zouden zij zich ook realiseren, dat je euro`s nodig hebt om
boodschappen te doen en dat je van procenten geen brood kunt kopen?
Red.: Nog een voorbeeld:
Uit:
De Volkskrant, 12-06-2005, van een verslaggeefster
CBS: koopkracht daalde in 2005
Bijstandsgerechtigden en gepensioneerden hadden in 2005 1 procent minder te
besteden, aldus het CBS.
Gepensioneerden en huishoudens die moeten rondkomen van een bijstandsuitkering,
hadden in 2005 minder te besteden dan in het jaar ervoor. De koopkracht voor
deze groepen daalde met 1 procent. Gemiddeld hadden Nederlanders 21 duizend euro
te besteden, 0,3 procent minder dan in 2004.
Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
maandag bekend. Het CBS wijt de daling van de koopkracht aan de lichte stijging
van de cao-lonen in vergelijking met de inflatie. De lonen stegen in 2005 met
0,8 procent, terwijl de inflatie op 1,7 procent uitkwam. Ook het ‘sobere’ beleid
van het toenmalige kabinet, Balkenende II, heeft bijgedragen aan de daling van
de koopkracht. ‘De uitkeringen zijn wel iets verhoogd, maar onvoldoende om de
inflatie te compenseren’, stelt Michiel Vergeer van het CBS. ...
Red.: Wat deze cijfers in de werkelijke praktijk betekenen,
dat wil zeggen: in geld, moet natuurlijk niet bij de economen van de
Volkskrant zijn, maar bij het lezende publiek:
Uit: De Volkskrant, 31-08-2005, ingezonden brief van Wil Kooper-Stoel
(Hei- en Boeicop) (volledig artikel hier
)
Koopkracht
Met verbijstering heb ik de plannen van het kabinet ten aanzien van de inkomens
gelezen (voorpagina, 27 augustus). De hogere inkomens (zestigduizend euro en
meer) gaan er volgend jaar 5,2 procent op vooruit, ouderen met een ruim
aanvullend pensioen evenveel.
Hier tegenover staat een groei van 0,9 procent voor een
alleenstaande met het minimumloon, gezinnen op het sociaal minimum krijgen er 1
procent bij, en gezinnen met tweeverdieners die samen anderhalf keer modaal
verdienen blijven op nul procent staan.
Wie even berekent waar dat in werkelijkheid op uitkomt, ziet
al snel dat 5 procent van zestigduizend euro drieduizend euro per jaar oplevert,
terwijl de tweeverdieners met kinderen er in het geheel niet op vooruit gaan, en
degenen die het minimumloon verdienen mogen rekenen op zo'n 150 tot 200 euro.
...
Red.: Waaruit de conclusie valt te trekken dat het niet een
enkele hoogleraar is, maar een groot deel van de beroepsgroep die de meest
fundamentele waarheid omtrent de economie niet kent: aan de kassa wordt betaald
in centen in plaats van procenten.
Dat dit vermoedelijk geen vergissing is, blijkt uit het
volgende, weer wat later gevonden bericht. Nu gaat het niet over inkomens en
dergelijke, maar over belastingen, de andere kant van de medaille:
Uit:
De Volkskrant, 27-10-2007, van verslaggever Olav Velthuis
Belastingdruk verder opgelopen door sterke winstgroei van bedrijven en hogere
btw
Belasting drukt zwaarder in rijke landen
Nederland is geen kampioen belastingheffing | Nieuwe cijfers relativeren gevaar
van race to the bottom
Uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
prikken (OESO) blijkt dat de belastingdruk in de rijke landen vorig jaar op een
recordniveau uitkwam. De cijfers prikken een aantal mythen over belastingheffing
door. ...
Mythe 2: Rijke landen schuiven op naar een Angelsaksisch model met een magere
verzorgingsstaat.
De gemiddelde belastingdruk (de totale belastingopbrengst gedeeld door het
nationaal inkomen) is in de meeste OESO-landen – zelfs in de Verenigde Staten –
gestegen, gemiddeld van 29,5 procent in 1975 naar 36,2 procent in 2005.
Volgens Christopher Heady van de OESO zijn de
belastingtarieven in de loop der tijd gedaald, maar zijn tegelijkertijd veel
aftrekposten voor werknemers en bedrijven afgeschaft. Daardoor nam de opbrengst
toe. In landen waar de opbrengst van de inkomstenbelasting terugliep, werd dat
bovendien vaak gecompenseerd door een stijging van de opbrengst uit de sociale
premies. Roland Brandsma, hoogleraar fiscaal recht en partner bij de
belastingadviseur PricewaterhouseCoopers, heeft nog een andere verklaring: ‘Door
een stijging van de inkomens zijn steeds meer mensen in hogere belastingschijven
terecht gekomen.’ ...
Red.: Waar normaal onder belastingdruk de hoogte van de
percentages van belasting op inkomen en dergelijk wordt verstaan, neemt men hier
de totale belastingopbrengst, dat wil zeggen: het bedrag in euro's of
dollars"het bedrag in geld. Dat dit daarna nog gedeeld wordt door het totale
nationale inkomen is onvermijdelijk, want anders zijn landen van verschillende
grootte niet te vergelijken. Maar wat hier de belastingdruk wordt
genoemd, de percentages, is in feite dus de belastingopbrengst, het
totaal in geld.
En de reden blijkt al uit de kreten in de koppen: dat levert
gunstigere uitkomsten op voor de hogere inkomens, voor de top van de
maatschappij, voor het neoliberale en kapitalistische wereldbeeld.
Tot het tegendeel bewezen is, kunnen economen
dus absoluut niet vertrouwd worden met wat voor maatschappelijke beslissing dan
ook, of met hun adviezen over die beslissingen. Onder staat nog een enkel
voorbeelden van procenten- en aanverwante verwarringen, daarna volgen andere
dwaasheden:
Uit: De Volkskrant, 03-10-2005, van correspondent Peter de Waard
Loon Indiase werknemers gaat volgend jaar het hardst omhoog
Werknemers in India gaan er volgend jaar in de wereld het meest op vooruit. De
gemiddelde salarissen zullen in dit land met 11,3 procent stijgen. Bij een
verwachte inflatie van 4 procent is dat een reële loonstijging van 7,3 procent.
Dit blijkt uit een onderzoek van Mercer Human Resources Consulting in alle
landen van de wereld. Wereldwijd zullen de salarissen in 2006 iets sterker
stijgen dan in 2005. De gemiddelde salarisstijging zal uitkomen op 2,4 procent
tegen 1,9 procent dit jaar. Maar er zijn wel grote regionale verschillen.
De stijging in de Europese Unie blijft beperkt tot 2 procent
met vooral uitschieters in Oost-Europa en de Baltische landen. 'Hoewel de nieuwe
EU-lidstaten in Oost-Europa een hoge looninflatie kennen, zijn hun arbeidskosten
nog altijd uitermate concurrerend', aldus consultant Greg Cornish van Mercer.
...
Red.: Dit artikel vermeldt alleen percentages, en leidt dus
aan het "30% groter dan wat?"-syndroom
. De
werkelijke loonstijging bij een percentage van 10 procent kan veel groter zijn
dan bij dat van 20 procent, als de eerstgenoemde bijvoorbeeld 1000 euro
verdient, en de tweede 100 euro. Dit artikel bevat dus zinloze gegevens.
Dit is slechts een schier oneindig vele voorbeelden van het
fout gebruik van procenten. Een ander bekend voorbeeld is dat van loonstijgingen
die altijd in procenten worden uitgedrukt, terwijl iedereen in de winkel met
euro's moet betalen.
Een aanverwante van de centen-procenten verwarring is de
geld-eenheid verwarring. Net als procenten niet vergeleken kunnen worden binnen
een economie, kan een specifieke geldeenheid, hier de dollar, niet vergeleken
worden tussen economieën. Want de dollar is in de ene economie iets heel anders
waard dan in de andere, waarbij waarde staat voor de vertaling in goederen en
arbeid. Bijvoorbeeld: als 100 lira overeenkomt met 1 dollar, zegt dat niets als
je niet ook vertaalt wat je voor 100 lira kunt kopen. Kan je van 100 lira alle
levensonderhoud voor een maand kopen, dan is monetair gezien 100 lira gelijk aan
1 dollar, maar koopkracht-technisch is het gelijk aan zeg 1000 dollar.
Natuurlijk is dit een extreem geformuleerd voorbeeld, maar in de praktijk van
het wereldeconomisch denken wordt hij dagelijks begaan:
Uit:
De Volkskrant, 15-09-2005, van verslaggever Olav Velthuis
Armoedegrens is hard aan herziening toe
Als manicure goedkoper wordt, is de strijd tegen armoede een stap verder.
Volgens de Wereldbank althans. Critici protesteren. De grens van een dollar per
dag moet overboord.
‘Betekenisloos’ en ‘onbetrouwbaar’, zeggen de critici over de manier waarop
armoede wordt gemeten. De veel gehanteerde grens van rondkomen met een dollar
per dag is nodig aan herziening toe.
Volgens de Wereldbank is tussen 1981 en 2001 het aantal
mensen dat van een dollar per dag rondkomt gehalveerd, van 40 naar 21 procent
van de wereldbevolking. Dat is aanleiding voor borstklopperij op de
Millenniumtop van de Verenigde Naties, waar wereldleiders sinds woensdag onder
andere spreken over de strijd tegen armoede.
Volgens steeds meer ontwikkelingsdenkers moeten de
wereldleiders de mooie cijfers zo snel mogelijk vergeten, want de strijd tegen
armoede staat er helemaal niet zo goed voor als de Wereldbank wil doen geloven.
Dat over armoedecijfers te twisten valt, is geen nieuws voor
de Wereldbank. Tot 2002 dachten de bankeconomen dat het aantal allerarmsten in
de laatste twee decennia met tweehonderd miljoen was afgenomen. Maar door op een
andere manier te tellen, kwam de Wereldbank van de ene op de andere dag op het
dubbele aantal uit: het betrof toen een vermindering met vierhonderd miljoen.
Sanjay Reddy en Thomas Pogge van Columbia University in New
York schreven twee jaar geleden een artikel met de titel Hoe je de armen niet
moet tellen. Volgens de auteurs is de grens van een dollar per dag
(preciezer: de Wereldbank rekent sinds 2000 met een grens van 1,08 dollar per
dag) arbitrair: de Wereldbank vraagt zich niet af wat de basale levensbehoeften
zijn van mensen, en wat ervoor nodig is om daarin te voorzien.
Ook bij de berekeningen gaat volgens de sceptici veel mis. Zo
moeten de armoedecijferaars de kosten van levensonderhoud over de hele wereld
eerst met elkaar vergelijkbaar zien te maken. Voor een dollar koop je in de
Verenigde Staten heel wat minder dan in India. De Wereldbank doet dat door te
corrigeren voor het prijsniveau van een groot aantal goederen en diensten. Maar
volgens Reddy en Pogge kijken ze daarbij naar de kosten van een
consumptiepatroon waarvan armen alleen maar kunnen dromen. Manicure,
bijvoorbeeld, is daarbij inbegrepen. Daalt de prijs daarvan in India, dan komt
de koopkracht van Indiërs hoger uit, en zijn er opeens minder armen. Terwijl de
overlevingsstrijd van een arme Indiër, die tot in lengte der dagen niet bij de
manicure in aanmerking zal komen, er niet lichter op geworden is. ...
De Brit George Monbiot heeft een minder onschuldige
verklaring voor de rekenmethode van de Wereldbank: volgens hem is die vooral
bedoeld om te laten zien dat het huidige, neoliberale model van globalisering
uitstekend werkt. De wereldleiders op de Millenniumtop zouden schrikken als de
methode van Pogge en Reddy wordt opgepakt: op grond van hun eerste berekeningen
is de wereldarmoede 30 tot 40 procent hoger dan volgens de Wereldbankcijfers.
Red.: In dit artikel is ook al het commentaar op de
economische opvattingen van de Wereldbank verwerkt.
Nu over op een andere reeks voorbeelden: de toepassing van theoretische modellen
en berekeningen:
Uit: De Volkskrant, 12-08-2005 door Xander van Uffelen
Export en nieuwbouw groeimotors economie
De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal met 1,3 procent gegroeid. Die
onverwachte opleving is te danken aan de export en aan de bouw van nieuwe
woningen.
...
Tussenstuk:
Voorspellers van krimp economie tastten mis
Twee Rotterdamse economen voorspelden half juli dat de Nederlandse economie in
het tweede kwartaal met 1,5 procent zou krimpen. Na zijn eerste telling
constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de economie juist
met 1,3 procent groeit. 'Het getal klopte ongeveer, alleen het minteken staat
verkeerd', zegt onderzoeker Michiel Vergeer van het CBS.
'Ik denk dat dit rekenmodel nog maar eens tegen het licht
moet worden gehouden.' Een van de Rotterdamse voorspellers, Philip Hans Franses,
is 'buitengewoon verrast' over de sterke groei. 'Ons model is vrij eenvoudig.
Het CBS kijkt naar veel meer indicatoren. Wij willen echter vrij snel na het
einde van een kwartaal een eerste indicatie geven. Onze eerste twee voorspellingen
klopten aardig. Deze keer tastten we mis.' De econoom wijst erop dat de sombere
analyse over het tweede kwartaal door veel deskundigen werd gedeeld. 'Zelfs
Herman Wijffels van de SER beaamde dat het beroerd ging.' De twee Rotterdamse
economen krijgen binnenkort een nieuwe kans: half oktober voorspellen zij de
groei over het derde kwartaal.
Red.: Meteen nog maar wat voorbeelden van een van de redenen dat economen
zulke fouten maken: Ze werken te veel met theorie, die ze bovendien ook nog fout
gebruiken:
Uit:
De Volkskrant, 04-12-2004, door Martijn van Calmthout
Het is zoals het is
Een logicus schreef een proefschrift over de denkfouten in veel speltheoretische
verklaringen, met name in de economie.
Jazeker, ook Boudewijn de Bruin, promovendus aan de universiteit van Amsterdam,
heeft A Beautiful Mind gezien, de film met Russell Crowe uit 2001 over de
wiskundige John Nash.
Aardig verhaal, zegt hij nog steeds. Maar eigenlijk vooral vanwege het drama van
een geniale man die schizofreen wordt en desondanks een Nobelprijs wint, voor
economie in 1994. 'Om de speltheorie in de film en de uitleg van het beroemde
Nash-evenwicht moesten de meeste mensen hier een beetje lachen', zegt De Bruin.
En dat is ook zo'n beetje de boodschap van De Bruins proefschrift, dat hij
komende dinsdag in Amsterdam verdedigt. Daarin is hij op logisch-filosofische
gronden uiterst kritisch over de manier waarop in de economische theorie wordt
omgesprongen met speltheorie.
Ze gebruiken, zegt hij, basisbegrippen uit de
handelingstheorie zo slordig dat de resultaten nooit echt waterdicht kunnen
zijn. 'Vooral waar het echt op verklaren aankomt, is het vaak ronduit
tautologisch: het is zo omdat het zo is, er ontstaat een situatie, omdat dat dat
de natuurlijke gang van zaken is. Dat zijn natuurlijk pseudoverklaringen.' ...
Een van de problemen, vindt De Bruin, is dat speltheoretici
doorgaans extreem wiskundig werken. 'Hun publicaties zijn van het type
stellingbewijsstellingbewijs. Om de meetbaarheid van de grootheden waarmee ze
werken, bekommeren ze zich minder.'
Voor het verklaren van historische of sociale gebeurtenissen
schiet dat doorgaans te kort, aldus De Bruin. 'Laat staan dat je het als
beleidsinstrument gaat gebruiken.'
Uit:
De Volkskrant, 22-01-2005, rubriek Twijfel van Hans van Maanen
Lusvormige lussen in de (bedrijfs)ecoconomie
Er is werkelijk geen touw vast te knopen aan het proefschrift van Tim Verdoes.
Hij promoveerde afgelopen woensdag aan de Leidse universiteit. 'In deze studie',
zo steekt hij van wal, 'wordt gezocht naar de fundamenten van de
(bedrijfs)economie. Hierbij wordt de achterliggende wereld van schaarste en
rationaliteit - of de noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor economisch
handelen - in beeld gebracht.'
Dan wordt het snel dieper: 'Daarnaast wordt ingegaan op de
oorsprong en vormgeving van economische problemen. Dit metatheoretische thema
wordt weergegeven door middel van de data en de metaforen. Schaarste is veel
fundamenteler van aard - de metaschaarste - die wordt weerspiegeld in de data;
de metaforen vormen de elementen om problemen vorm te geven. Een belangrijk
symptoom waarin problemen zich voordoen, is het lusvormige karakter ervan; dit
is verbonden met wisselende niveaus waartussen theorieën, concepten en begrippen
worden geslingerd. Economen maken afbeeldingen van de werkelijkheid; dit zijn
metaforische composities. Door het lusvormige karakter van de economische
wetenschap zijn deze onderling verweven en terug te voeren op het metathema.'
We zien direct al: economische problemen (of de symptomen,
dat is uit de onpeilbare zin niet op te maken) zijn lusvormig, maar de
economische wetenschap zelf is ook lusvormig. Als dat maar goed gaat. ...
Verdoes doet, als ik het goed samenvat, een poging om diverse
economische theorieën en tegenstrijdigheden te schetsen en te vergelijken. Daar
is niets mis mee, maar wat Gödel en
Hofstadter ermee te maken hebben, laat staan de snaartheorie, is een raadsel.
Gödel bewees in 1931 dat
in elk niet al te simpel axiomatisch systeem, zoals de meetkunde van Euclides,
altijd stellingen zijn te vinden die niet bewezen kunnen worden, en dat er
altijd nare paradoxen dreigen.
Ook de economie zit vol nare paradoxen en onbewezen ideeën,
maar is ze een axiomatisch systeem? Dat is toch het eerste wat moet worden
aangetoond voor we Gödel kunnen aanroepen.
Daartoe doet Verdoes geen enkele poging. Hij haspelt slechts
'dat het eigenaardige, bijzondere en daardoor algemene van de economie de basis
voor de rechtvaardiging is waarom de inzichten van Hofstadter de economische
wetenschap 'op het lijf geschreven zijn'.' Maar wat nu precies die inzichten van
Hofstadter zijn, ben ik na vijfhonderd bladzijden niet te weten gekomen.
Nu ja. De promotiecommissie, onder leiding van prof. dr. J.
G. Kuijl, was in ieder geval dik tevreden. 'Het proefschrift zet op een
originele en onorthodoxe wijze naast een weergave van overeenkomsten en
verschillen ook beperkingen van economische theorieën uiteen. Promovendus
opereert op en tussen diverse abstractieniveaus.'
Tussen abstractieniveaus? 'Promovendus geeft ook geen
antwoorden op praktische vragen, maar brengt juist het wetenschappelijke
fundament in kaart: de metaforische opbouw van de (bedrijfs)economie.'
Ik hád ook geen praktische vragen. Ik begrijp alleen niet wat
promovendus met een lus bedoelt.
Red.: Wat er gaat gebeuren als dit soort mensen zich met maatschappelijke
kwesties gaat bezighouden is voorspelbaar: er komt ernstige onzin uit. Hier
hebben we gekozen voor voorbeelden vanuit het belangrijkste orgaan wat betreft
de toepassing van economische theorie: het Centraal
Planbureau:
Uit: De Volkskrant, 11-09-2004, door Michael Persson
U kunt zo'n subsidie ook gewoon weigeren
Universiteiten moeten geregeld geld meebrengen om onderzoek gesubsidieerd te
krijgen. Niet erg, vindt het Centraal Planbureau in opdracht van de minister.
Joop Sistermans probeert zich netjes uit te drukken. 'De manier waarop dit
rapport tot stand is gekomen, zit zeer dicht tegen het beledigende aan', zegt de
voorzitter van de eerbiedwaardige Adviesraad voor Wetenschaps-en
Technologiebeleid (AWT), die de regering bijstaat in wetenschapskwesties. 'Ik
heb me afgevraagd of ik er boos om moet worden. Toen heb ik maar besloten dat
het om de inhoud moet gaan.'
Het rapport in kwestie is het in augustus verschenen document
No. 62 van het Centraal Planbureau. Een contraexpertise, aangevraagd door het
ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Contra een in april
gepubliceerd advies van Sistermans' AWT.
Het gaat over matching, het mechanisme waarop veel
universitaire subsidies en samenwerkingsprojecten met derden zijn gebaseerd.
Voor elke euro steun van onderzoeksfinanciers, zoals NWO en het bedrijfsleven
(de zogeheten tweede en derde geldstroom) moet de universiteit volgens dat
mechanisme zelf ook een euro bijleggen.
Een steekproef van accountancybureau Ernst & Young, onder
auspiciën van de AWT, wees in april uit dat de subsidies op die manier ongeveer
de helft van het 'vrij' te besteden academische onderzoeksbudget wegzuigen. Dat
betekent dat universiteiten minder geld overhouden voor niet-gesubsidieerd
onderzoek.
Het CPB onderschrijft die diagnose. Maar onderschrijft níet
de daarop gestoelde conclusie van de AWT, namelijk dat 'matching de Nederlandse
kennisinfrastructuur ondergraaft'.
Want, constateert het CPB: universiteiten zijn vrij om
subsidies en contractonderzoek te weigeren. Zonder subsidies zijn er ook geen
matchingverplichtingen, en zonder matchingverplichtingen kunnen de
universiteiten hun eigen geld, de eerste geldstroom, naar eigen goeddunken
besteden.
'Zo simpel is het natuurlijk niet', vindt mr. Ed d'Hondt,
voorzitter van de vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU. 'Het CPB is in
deze materie kennelijk niet zo goed thuis.'
Volgens universiteitsbestuurders kunnen onderzoekers helemaal
geen subsidies weigeren. De tweede en derde geldstroom vormen namelijk rond de
veertig procent van het totale academische onderzoeksbudget. 'We zijn op dat
geld aangewezen, omdat de eerste geldstroom - het geld dat rechtstreeks van de
overheid komt - de afgelopen jaren is afgenomen', zegt bestuursvoorzitter dr.
Wim Noomen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Maandag waarschuwde hij bij de
opening van het academisch jaar al voor de groeiende hang naar nuttig onderzoek.
Hij noemt het CPB 'naïef'.
Dinand Webbink van het CPB, één van de auteurs van het
gewraakte rapport, houdt echter voet bij stuk. 'Ik vind de argumenten van de
universiteiten nog steeds niet overtuigend. Ze zeggen dat ze door het
binnenhalen van subsidies ten onder gaan aan hun eigen succes. Maar niemand
kiest toch voor zijn eigen ondergang. De AWT onderbouwt dit in elk geval niet
met voorbeelden waaruit blijkt dat het gebeurt.'
... In de plannen van het ministerie van OCW en van het
innovatieplatform gaat de mate waarin universiteiten zichzelf bedruipen met
extern geld, zelfs mede bepalen hoeveel geld ze van het ministerie krijgen.
Subsidies en contractonderzoek vormen in die filosofie het bewijs van kwaliteit,
en kwaliteit moet worden beloond. Universiteiten die dan nee zeggen tegen
externe financiering, krijgen ook minder geld van de overheid.
Daar heeft het CPB geen rekening mee gehouden. 'Dat zijn
zaken die pas op den duur gaan spelen', zegt Webbink. 'Wij hebben alleen gekeken
naar de onderbouwing van het AWT-rapport. En die vonden we niet overtuigend. We
hebben geen analyse gemaakt van hoe het anders zou moeten.'
Dat is precies wat de universiteiten steekt. 'In het
CPB-rapport overheerst de theorie', zegt D'Hondt. 'Het is meer gedachtenspinsel
dan werkelijkheid.' ...
Red.: Het maken van gedachtenspinsels is kennelijk een
specialiteit van Webbink:
Uit: De Volkskrant, 23-11-2004, van verslaggever Michael Persson
(volledig artikel hier
)
Economen kraken innovatiebeleid
Economen van naam bogen zich over de vraag wat vernieuwing is. Ze trokken
tegendraadse conclusies. Een tekort aan bèta's? Waarom verdienen ze dan niet
meer?
... Zo betogen Bas Jacobs (Universiteit van Amsterdam) en Dinand
Webbink (CPB) dat er in Nederland, in tegenstelling tot wat doorgaans wordt
gedacht, helemaal geen tekort aan bètawetenschappers en ingenieurs is. Het zijn
er weliswaar weinig, zeker vergeleken met andere landen, maar het is zeker geen
tekort.
Hun redenering is niet nieuw. Kwestie van vraag en aanbod.
Als er daadwerkelijk een tekort zou zijn, dan zou het prijsmechanisme in werking
treden en zouden de salarissen van bèta's hoger zijn dan dat van niet-bèta's.
Terwijl, zeggen de economen, het al twintig jaar andersom is. Bèta-opgeleiden
verdienen 5 tot 10 procent minder dan anderen.
Jacobs en Webbink verwachten zelfs dat de arbeidsmarktpositie
van bèta's steeds verder zal afkalven, omdat ze zullen worden vervangen door nog
goedkopere buitenlanders. 'Het beeld dat hieruit naar voren komt, wijkt af van
de diagnose die ten grondslag ligt aan het huidige kabinetsbeleid.' Het kabinet
wil juist miljoenen uitgeven om scholieren te stimuleren een exacte studie te
kiezen.
De auteurs van de pre-adviezen baseren zich voornamelijk op
theoretische modellen. Daarmee gaan ze voorbij aan de realiteit, zegt een
woordvoerder van het Innovatieplatform, dat zich juist zorgen maakt om een
bètatekort. ...
Red.:
De eerste, verborgen, aanname die onze CPB-economen doen is dat betaling geschiedt naar arbeidsmarkt. Dat is patentonzin. Voor
alle gewone productiebanen, dat wil zeggen: alles tot aan het niveau van
management, is niet de arbeidsmarkt bepalend, maar de winstmarge op de arbeid.
Ook al is er nog zo'n groot te kort aan timmermannen, ze worden niet meer
betaald dan ze aan productie opleveren, minus de marge die nodig is om
overhead als bazen, financiers en dergelijke te betalen.
Dit proces geldt niet
voor de managementlagen (en hoger) zelf, want die hebben geen productie, dus dat
kan niet in de overwegingen worden betrokken. Bij gebrek aan een objectief
criterium, worden die betaald naar het gebruikelijke alternatief:
vriendjespolitiek: wie het dichtst staat bij degene die beslist, krijgt het
meest betaald. Hoe hoger de manager, hoe hoger het salaris. Het is volkomen
duidelijk dat dit niets met objectieve, productieve, resultaten te maken heeft.
Dit verschil in methodiek in vaststelling van betaling is
mede bepalend voor een essentiële scheiding tussen soorten werknemers, meestal
ook een soort glazen plafond.
Het is volkomen duidelijk dat de rol van de
technicus in een bedrijf, ook al bevindt hij zich temidden van de hoger
opgeleiden, die is van onder dit sociale plafond, bijvoorbeeld in tegenstelling
tot de manager die zijn activiteiten "aanstuurt". Of er nu een tekort is aan
technici of niet, het is ondenkbaar dat de technicus meer zou verdienen dan zijn
manager, laat staan de mensen die daar weer boven staan. Die manager is meestal
een figuur die rechten, economie, bedrijfskunde, of iets dergelijks heeft
gestudeerd, of gewoon een iemand met een vlotte babbel is - een alfa, of
in ieder geval geen bèta.
Daar waar de CPB-economen constateren dat bèta's minder verdienen, en dus
er geen tekort is, is dus flagrante onzin. Niet-bèta's worden nu altijd meer
betaald, en bèta's worden bovendien ook nog eerder ontslagen, om precies
dezelfde reden: ze hebben de lagere functie.
Ook in dit geval baseren de auteurs, onze CPB-economen, 'zich voornamelijk op
theoretische modellen.', de nette terminologie voor gedachtenspinsels, als je
het niet test aan de praktijk. In dit geval klopte zelfs de theorie niet.
De definitieve ontmanteling van dit stuk wordt door één van
de auteurs zelf gestart, een paar jaar later, zie hier
.
Ook het eerste deel van dit artikel is interessant:
| |
...
Eindelijk 'een verstandig economenadvies' over innovatie. Althans, zo noemt de
Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde het boekwerk dat zij dit
weekend naar haar leden heeft gestuurd en dat in december op het ministerie van
Economische Zaken wordt gepresenteerd. 'Een bundel waar niemand die over
innovatie wil meepraten omheen kan. Want dat gebeurt te vaak, met verstandig
economenadvies.'
Het zijn auteurs van naam, die zich over de kwestie hebben
gebogen. Van de Tilburgse hoogleraar en Spinoza-prijswinnaar Lans Bovenberg tot
voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg. ... |
Combineer dit met het volgende artikel:
Uit:
De Volkskrant, 16-11-2005, van verslaggever Ferry Haan
Achtergrond | 'Eenvoudig werk onmisbaar'
Nederland heeft oude industrie niet echt nodig
Nederland kan zonder de rokende schoorstenen van de oude industrie. De
dienstensector kan zich richten op de im- en export. Maar waar moeten de
laaggeschoolden dan werken?
De Nederlandse economie trekt aan, maar de industrie blijft achter, zo meldt het
Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze situatie doet zich al decennialang
voor. Voor de Nederlandse economie maakt de teloorgang van de 'maak'-industrie
kennelijk niet uit. 'Nederland kan zonder industrie', beaamt de Utrechtse
hoogleraar en industrie-expert Hans Schenk. ...
Red.: Gebruik vervolgens je gezonde verstand:
De Volkskrant, 04-01-2006, ingezonden brief van A. Straathof (Purmerend)
Gas
De situatie in de Oekraïne is een voorbeeld van wat er kan gebeuren als een
conflict ontstaat met de leverancier van goederen (Voorpagina, 3 januari).
Als wij de suikerfabrieken gaan sluiten, gebeurt dat bij ons
ook. We worden te afhankelijk, er ontstaat een conflict en dan kan men zo de
leverantie stop zetten.
Dus laten wij zelf ook nog wat produceren.
Red.: En trek dan maar de conclusie dat hoogleraren Bovenberg en
Schenk dus voorstellen om Rusland als betaling voor het gas maar hypotheken te
leveren. En trek daarna wat haren uit je hoofd van verbijstering.
Nog wat werk van Bovenberg hier
.
En tot slot, en voor de volledigheid alhier, een herhaling van de belangrijkste
reden voor dit soort fouten: het eigenbelang:
Uit:
De Volkskrant, 13-07-2005, door Ferry Haan
Economen verzwegen hun commerciële belangen
Tussentitel: 'Ik wil weten welke pet men draagt als ik wat lees'
Enkele toonaangevende Nederlandse economen hebben hun commerciële belangen
verzwegen in een recente publicatie van ESB, het vakblad voor economen.
De economen Eric van Damme, Maarten Janssen, Hugo Keuzenkamp
en Arnout Boot schreven artikelen in een aparte uitgave van ESB ter ere van tien
jaar mededingingsbeleid in Nederland.
Alleen Hugo Keuzenkamp meldt hierbij dat hij directeur is van
zorgverzekeraar Delta Lloyd. De andere economen melden niets over hun contacten
met energiebedrijf Essent (Van Damme), telecomreus KPN (Janssen) en de
financiële sector (Boot).
Marcel Canoy, economisch adviseur van de Europese Commissie,
zegt zich zorgen te maken over deze vercommercialisering van de marktwerkingsdiscussie.
Eric van Damme, hoogleraar in Tilburg, ziet zichzelf niet als
bijklussende hoogleraar. Hij erkent wel dat zijn instituut Tilec in Tilburg een
contract heeft met Essent. Essent zou geen invloed hebben op het onderzoek. ...
Red.: Een paar jaar later ...:
Uit: De Volkskrant, 26-09-2008, van verslaggever Michiel Haighton
Miljarden steun voor automakers VS
Huis van Afgevaardigden akkoord met miljardenkrediet | Autofabrikanten
financieel aan de grond | Investeren in zuinige auto's
De remmen bij de Amerikaanse overheid lijken los als het aankomt op het
ondersteunen van noodlijdende sectoren. Na de financiële instellingen wordt nu
ook de geldkraan opengedraaid voor de gemankeerde Amerikaanse auto-industrie, zo
werd donderdag bekend. ...
Marcel Canoy, hoofdeconoom bij het economische
onderzoeksbureau Ecorys en gespecialiseerd in marktwerking, ...
Red.: ... en Marcel Canoy verdient nu zelf aan de marktwerking.
De kredietcrisis van 2008 laat natuurlijk zien dat het
economische onbenul van economen bijna universeel is - de enkelingen die de
juiste voorspellingen hebben gedaan en waarschuwingen hebben afgegeven werden
universeel niet geloofd en werden belachelijk gemaakt. Het leidde zelfs tot
enige bekentenissen:
Uit: De Volkskrant, 15-11-2008, door Martijn van Calmthout
Kenniscafé | Hoofdeconoom ABN-Amro Han de Jong
'Je theewater is cruciaal'
Hij gaat natuurlijk geen namen noemen, maar de casus staat chief economist
Han de Jong van ABN-Amro nog helder voor de geest. Toen dit voorjaar de wat toen
nog huizencrisis in de VS heette, losbarstte, waren er hooggeleerde economen van
vooraanstaande universiteiten, die zeker wisten dat het na maart wel weer goed
zou komen. 'Dan moesten immers de banken met hun kwartaalcijfers komen, was de
redenering, en dus zullen ze tot een herwaardering van de kredietpapieren moeten
komen. Dan is alles weer op een reële waarde en is de rust dus terug.'
Een dik half jaar pure crisis in de financiële sector verder
illustreert de soms wel erg ivoren toren waarin de academische economen zich
hebben verschanst. Want ga maar na: op zich was die redenering over de
herwaardering logisch, alleen klapte de huizenmarkt daarna verder in en waren de
nieuwe waarden net zo waardeloos als de oude. 'Over dat soort dingen vecht ik
weleens een robbertje met de collega's.' ...
Meneer De Jong, wat is dat eigenlijk: een hoofdeconoom?
'Dat is de baas van een team economen die de bank van economische analyses
voorzien; wat doet de rente, de inflatie, de werkloosheid.'
Een soort privaat Centraal Planbureau dus?
'Nou, ik denk dat ze ons daar maar een onwetenschappelijk stelletje vinden. En
terecht. Het is vaak wat meer quick 'n dirty.'
Bent u een van de economen die de huidige crisis allang zagen aankomen?
'Ja en nee. Niet in de heftigheid. Maar we hebben wel gewaarschuwd voor de
excessieve kredietgroei, zoals in de VS. Het probleem is dat je waarschuwt
terwijl het geweldig goed gaat. Maar het kon niet voortduren.' ...
Wat voor methoden heb u ter beschikking bij dergelijke analyses?
'Economische modellen, gegevens uit de markt. Maar ook een aanzienlijk deel
intuïtie, ervaring en signalen van klanten. Je theewater is cruciaal, juist
omdat de wereld zo complex is.'
Intuïtie is de bottom line?
'Zo gek is dat nou ook weer niet. De wereld is grillig en onvoorspelbaar. Ik
vroeg een kwarteeuw geleden een meisje ten huwelijk zonder goed te weten wat de
gevolgen zouden zijn. Zij is nog steeds mijn vrouw.'
Mooi. Maar de economie?
'Wel een wetenschap, maar geen exacte. Academische economen neigen wat mij
betreft te vaak naar een soort hogere wiskunde. Heel knap, maar in de praktijk
niet erg interessant.'
Zijn de overwegingen van minister Bos om met miljarden in te grijpen ook zo
intuïtief, denkt u?
'Nee, dat valt nou wel weer mee, schat ik. Zoiets is haast bedrijfseconomie: wat
kost het en wat zijn de geschatte opbrengsten? Dat kun je binnen redelijke
marges wel rondrekenen.'
Red.: Kortom: waar het eigenlijk omdraait: voorzien wat er
gaat gebeuren, is de waarde van de econoom dezelfde als die van een waarzegger-
alle verzachtingen ervan door De Jong zijn natuurlijk uitsluitend en alleen
preken voor eigen parochie: hij had de crisis niet voorzien, want anders had hij
het gezegd; hij heeft geen methodiek, behalve intuïtie = natte-vingerwerk; er is
geen enkele vorm van voorspelling mogelijk; en dus nee: economie is dus geen
wetenschap. En wat Wouter Bos heeft gedaan met de aankoop van de banken is
gewoon huishoudboekjeswerk.
Nog een bron:
Uit:
Dagblad De Pers, 20-01-2009, door Jan-Hein Strop Kredietcrisis
Macro-economen weten het nu ook niet meer
Macro-economen maken er een potje van. Ze zijn het massaal oneens en hun
voorspellingen worden voortdurend bijgesteld.
Eerst zou de economie stagneren, toen licht krimpen en nu kijkt Nederland aan
tegen een zware recessie. De Europese Commissie voorspelde voor dit gewest
gisteren een krimp van min twee procent, het zwartste scenario tot nu toe. Een
contrast met twee maanden geleden toen Brussel bescheiden groei voorspelde, en
wat een verschil met de visie van topeconomen alhier.
Het voor de regering leidende Centraal Plan Bureau (CPB) becijferde in december
nog een krimp van ‘slechts’ -3/4 procent, begeleid door een waarschuwing van
directeur Coen Teulings, die benadrukte dat de ramingen dit keer met ‘veel
onzekerheid’ zijn omgeven. De Nederlandsche Bank liet vlak na de bekendmaking
van het CPB weten dat de raming ‘te voorzichtig’ was.
Daar hebben ondernemers en minister van financiën Wouter Bos weinig aan. Zonder
accurate ramingen is het lastig begrotingen en investeringsplannen maken. Maar
de voorspellende macro-economen, of ze nu uit Brussel, Amsterdam of Washington
komen – bij het Internationaal Monetair Fonds is ook bijstelling na bijstelling
gedaan – zijn in deze crisis het spoor bijster. Om over de vooruitziende
kwaliteiten van commerciële banken maar te zwijgen. Goeie kans daarom dat de
verwachting van licht herstel in 2010 binnenkort ook naar de prullenbak wordt
verwezen. ...
Red.: In populairdere taal: ze klojen maar wat raak.
Nu naar het hoogste niveau qua economen:
Uit:
De Volkskrant, 18-09-2009, boekenrecensie door Pieter Klok
Non-fictie | De (ir)rationaliteit van de vrije markt
Onbetaalbare huizen, dierlijke instincten
Alan Greenspan van het Amerikaanse stelsel van Centrale Banken, het
Nederlandse Centraal Planbureau en vele andere ingewijden en experts – allemaal
hadden ze in een stevig geloof in de rationaliteit, efficiëntie en veiligheid
van de vrije markt. Een arsenaal aan typische menselijke neigingen zagen ze voor
het gemak over het hoofd.
Edmund L. Andrews was al lang journalist bij de The New York Times, ...
Waarom heb ik dit gedaan, vraagt Andrews zich in Busted
af. ...
De scherp geschreven analyse van de gekte op de Amerikaanse
huizenmarkt en de beschrijvingen van Alan Greenspan, die man die tussen 1987 en
2005 aan het hoofd stond van de Fed, het Amerikaanse stelsel van Centrale
Banken, maken echter veel goed. Andrews laat prachtig zien hoe Greenspan
zichzelf keer op keer overtuigde dat het het beste was om vooral niets te doen
en de vrije markt alle ruimte te geven. De hoge schuldenlast van de Amerikanen,
was volgens hem juist een teken van welvaart. Inderdaad, zei dan Ben Bernanke
(die de laatste jaren zijn trouwe kompaan was en Greenspan begin 2006 opvolgde):
niet wij hebben een probleem, maar de Chinezen, die niet weten wat ze met hun
geld moeten beginnen en het ons dus maar al te graag lenen.
Greenspan had een heilig geloof in de rationaliteit van de
vrije markt. Hij geloofde dat bankiers en huizenkopers voortdurend rationele
afwegingen maakten tussen rendement en risico. ‘De meesten van ons, en ik in het
bijzonder, zijn geschokt en we kunnen het nog steeds niet geloven’, zei hij eind
2008 over het gedrag van de banken.
George Akerlof en Robert Shiller laten in Animal Spirits
zien waar het wereldbeeld van Greenspan tekort schiet. ‘Het publiek, de overheid
en de meeste economen waren gerustgesteld door een economische theorie die zei
dat we veilig waren. Het was allemaal in orde. Maar die theorie deugde niet’,
schrijven ze in de inleiding. ‘Ze negeerde rol van animal spirits.’
Shiller was een van de weinige die zowel de internetcrisis
voorspelde als de crisis op de Amerikaanse huizenmarkt. Akerlof, die in 2001 de
Nobelprijs won, hekelt al jaren de gangbare theorieën over de ‘efficiënte vrije
markt', die volgens veel economen het best in staat zou zijn om vraag en aanbod
op elkaar af te stemmen en de economie stabiel te houden.
John Maynard Keynes was de eerste econoom die de animal
spirits heeft beschreven. Mensen worden niet gedreven door rationele
motieven, schreef hij in de jaren dertig. Hun daden komen niet voort uit
kosten-en-baten-analyses. Ze zijn eerder het resultaat van een ‘spontane drang
om actie te ondernemen’. En hoe ‘deze spontane drang’ ontstaat is niet te
verklaren uit de klassieke economische theorie.
In de loop der jaren zijn deze inzichten langzaamaan op de
achtergrond geraakt. Dat kwam omdat de economen na de oorlog een sterke behoefte
hadden om bij de exacte wetenschappen aan te sluiten. Ze wilden een economische
theorie die net zo onwrikbaar was als de wet van de zwaartekracht en waren lange
tijd doof voor inzichten uit de (massa) psychologie en de sociologie. Met deze
crisis lopen de economen op tegen hun grenzen.
Shiller en Akerlof zetten uiteen op welke punten de
wetenschap aanpassing behoeft. Ze wijzen onder meer op de belangrijke rol die
verhalen spelen in de economie: ‘verhalen zijn als virussen. Hun verspreiding
van mond tot mond is een soort besmetting.’ ...
Red.: Greenspan en Bernanke zijn dus gewoon ideologen of
waarzeggers. Wat ze doen heeft niets met deskundigheid te maken.
Een grappige:
Uit:
De Volkskrant, 18-05-2010, van onze verslaggever Pieter Klok
PvdA'ers: VVD-program op termijn beste
Het verkiezingsprogramma van de VVD is op lange termijn het beste voor het Bruto
Binnenlands Product, een belangrijke maat voor de economische groei. Dat volgt
uit een rekenprogramma dat PvdA-prominenten Willem Vermeend en Rick van der
Ploeg hebben geschreven. ...
Het rekenprogramma, dat te vinden is op de website
debaasvannederland.nl, is gebaseerd op de voorspellingen van het CPB aangevuld
met de economische theorie die Van der Ploeg en Vermeend in 2008 hebben
ontwikkeld in hun studie Taxes and the Economy.
Het model van Vermeend en Van der Ploeg richt zich sterk op
de aanbodkant van de economie. Een lagere belasting maakt de productie in
Nederland goedkoper waardoor de concurrentiekracht stijgt. Het model heeft
minder oog voor de vraagkant: een lagere belasting en lagere uitkeringen leiden
er ook toe dat de bestedingen afnemen. ‘Op dat punt had ons model wel wat beter
gekund’, zegt Van der Ploeg zelf. ...
Red.: Dat is grappig: de heren economen hebben een model dat
maar een stukje van de economische werkelijkheid beschrijft en fundamenteel
onvolledig is: ze nemen wel het effect van lagere inkomsten van de overheid mee,
maar vergeten dat de overheid daardoor minder geld uitgeeft in de economie -
want geld van de overheid gaat naar mensen die het besteden in de economie. En
op grond van dat halfbakken model doen ze uitspraken en voorspellingen.
Wetenschappelijk gezien volstrekt onzinnig.
Maar misschien is het toch niet zo grappig. Want de heren
beseffen het deels zelf ook wel: ‘Op dat punt had ons model wel wat beter
gekund’. Net zoals ze beseft moeten hebben hoe het in de pers zou komen,
namelijk met de kop die we hierboven zien - of als in:
| |
... de vergaande conclusies die
De Telegraaf gisterochtend trok onder de kop ‘VVD beste programma’. ... |
Hetgeen totaal niet meer gecorrigeerd wordt door praatjes achteraf:
| |
Van der Ploeg haast zich echter om de conclusies te relativeren.
‘Het zijn maar rekensommetjes, je moet ze niet te serieus nemen. Net als
de rekensommen van het CPB dienen ze slechts als opmaat voor een
gesprek.’ |
De heren mogen dan wel PvdA-prominenten zijn:
| |
Vermeend was sinds 1984 Kamerlid voor de PvdA en vanaf 1994 eerst
staatssecretaris van Financiën en vanaf 2000 tot 2002 minister van
Sociale Zaken . Rick van der Ploeg was Kamerlid vanaf 1994 en tussen
1998 en 2002 staatssecretaris van Cultuur. |
Maar het zijn natuurlijk klasse-verraders van het zuiverste soort.
Er zijn problemen met de dekkingsgraad van diverse
pensioenfondsen. Lans Bovenberg (Knevel & Van den Brink, 19-08-2010)
heeft de oplossing: "We moeten aanvaarden dat onze pensioenen niet meer zeker
zijn, en die pensioenen gewoon verminderen". Een bewijs van de volstrekt
eenzijdige, myope, geest van de econoom. Want er is nog een tweede kant aan deze
zaak, te formuleren als het antwoord aan de "heer" Bovenberg die geld wil
ontnemen aan de pensioneerden (namelijk: het geld dat ze verplicht hebben
afgedragen tijdens hun werkzame leven voor dat pensioen) met de volgende respons
op zijn opmerking: "Degenen die meer dan een halve ton verdienen moeten gewoon
aanvaarden dat hun inkomen niet meer zeker is, en hun inkomen moet verminderd
worden" (en dat kan heel simpel: via de bestaande inkomensbelasting). En
dat geven we dan aan de gepensioneerden.
De eerste grote crisis na de kredietcrisis van 2008-2011 is
de Griekse en andere zuidelijke landen crisis in Europa. Net als de
kredietcrisis veroorzaakt door het geven van frauduleuze leningen aan
instellingen ging die niet kredietwaardig zijn. Wat net als de kredietcrisis
voordelig was voor de financiële markten en de rijken. En waarvoor net als na de
kredietcrisis de gewone burgers moeten opdraaien. En net als voor, tijdens en na
de kredietcrisis kiezen de economen kant van de financiële markten en de rijken:
Uit:
De Volkskrant, 25-07-2011, van verslaggever Tjerk Gualthérie van Weezel
Interview | Hoogleraar economie Alfred Kleinknecht
Eurolanden moeten naar één begrotingsbeleid
Eindelijk doen de Europese leiders wat de Delftse hoogleraar Kleinknecht
al jaren bepleit. Maar de integratie gaat nog niet ver genoeg, zegt hij.
Alfred Kleinknecht (60) was sinds het begin tegenstander van de euro omdat de
integratie van de muntunie volgens de Delftse hoogleraar economie niet ver
genoeg ging. De muntunie zou een gezamenlijk begrotingsbeleid moeten voeren, zei
hij al in 1997. ...
Red.: Meneer Kleinknecht vergeet een belangrijk ding, waardoor
ook de uitkomst heel anders uitvalt dan waar hij voorpleit. Naast een voorwaarde
voor gezamenlijke munt in een gezamenlijk begrotingsbeleid, zijn er ook een
voorwaardes voor dat gezamenlijke begrotingsbeleid. Een voorwarde voor een
gezamenlijk begrotingsbeleid is een gelijksoortige economie. Een maak-economie
vraagt een heel ander begrotingsbeleid dan een handelseconomie, of een
toeristeneconomie. Of: een solidaire maatschappij met een eerlijke betrouwbare
belastinginning vraagt een heel ander begrotingsbeleid dan een zwarte en
corrupte gauw-dieveneconomie waar belastingontduiking de norm en nationale sport
is.
Het is volkomen duidelijk dat de zuidelijke landen in alleen
al de twee genoemde opzichten dramatisch verschillen van de noordelijke
. Dat er dus nooit sprake zal kunnen zijn van een gemeenschappelijke
begrotingsbeleid. Dus dat er ook nooit sprake had moeten zijn van een
gezamenlijke munt. En het is net zo duidelijk dat dit door de praktijk bewezen
is. En dat deze omstandigheden de komende decennia niet zullen veranderen. En
dat die gezamenlijk munt dus onmiddellijk weer opgedoekt moet worden. En dat als
je dat niet doet, de Noord-Europese burgers het verlies moeten gaan dragen. En
even duidelijk is dat meneer Kleinknecht vindt dat de burgers dat maar moeten
doen:
| |
Hoe moet dat probleem worden op gelost?
'...Er zou ook meer steun voor de losers moeten zijn. Binnen Nederland
vinden we het heel normaal dat we in de Randstad geld betalen voor
Zeeland en Limburg. West-Duitsland doet dat ook nog steeds voor
Oost-Duitsland. Maar binnen de euro is de steun van de winnaars voor de
verliezers minimaal.' |
En ook duidelijk is dat meneer Kleinknecht hiermee een revolutie tegen de
elite riskeert.
De volgende is niet als econoom aangesteld, maar als
economisch journalist, die we gemakshalve maar in dezelfde groep indelen - vaak
zijn ze zelfs opgeleid als econooom. En ze zijn ook even grote onbenullen
(zouden ze iets in het water doen bij die faculteiten?). Hier is zijn zoveelste
stukje vol onzin:
Uit:
De Volkskrant, 08-08-2011, hoofdredactioneel commentaar, door Fokke
Obbema
Crisis naar hoogtepunt
Verlies van de AAA-status voor de VS en de noodzaak van opkopen van
Italiaanse staatsobligaties - de crisis culmineert.
De historische stap van Standard&Poor's om de VS de hoogste kredietstatus te
ontnemen, is terecht. Wel is de timing ervan ongelukkig, nu de eurocrisis naar
een nieuw hoogtepunt toegaat en de Europese Centrale Bank zich genoodzaakt zag
tot een spoedbijeenkomst op zondag. Extra onzekerheid op de financiële markten
als gevolg van de stap van de Amerikaanse kredietbeoordelaar komt dan slecht
uit.
De beslissing van S&P is geen verrassing. Als hij niet was
genomen, was de kredietbeoordelaar geen knip voor de neus waard geweest. ...
Uit: Natuurlijk is het precies andersom: S&P was al geen knip
voor zijn neus waard, gezien het feit dat de met hun AAA-beoordelingen voor
totaal waardeloze hypotheekpakketten en speculerende baken als de IJslandse in
hoge mate verantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis. Obbema, in zijn
neoliberale en totaal versteende denkwereld, is het al weer vergeten - feiten
niet in overeenstemming met de ideologie kunnen niet opgeslagen worden in zo'n
brein.
| |
Gelukkig heeft S&P het aangedurfd onafhankelijk te opereren. |
Een nog veel grotere blunder. S&P is een bedrijf en wordt betaald voor zijn
adviezen. Een betaald advies, dat wil zeggen: een advies met belangen eraan
verbonden, is nooit en te nimmer een onafhankelijk advies. Op grond waarvan
iedereen allang had kunnen concluderen dat ze niet deugen
.
Maar Obbema is totaal over de rooie:
| |
De druk die op deze organisatie en zijn branchegenoten in deze
crisis wordt uitgeoefend, valt niet te onderschatten. Zie de schandalige
inval van de Italiaanse justitie bij hen, midden vorige week. |
Hier lijkt een plaats in een gesticht meer op zijn plaats dan een plaats in de
krant.
Hetgeen kort daarop nog eens bevestigd wordt:
Uit:
De Volkskrant, 22-08-2011, van verslaggever Peter de Waard
Oud-vicepresident van kredietbeoordelaar klapt uit de school
'Moody's dwingt analisten hoge waardering te geven'
Kredietbeoordelaar Moody's zou zijn eigen analisten onder druk zetten om aan
bepaalde producten en instellingen een hogere kredietwaardering te geven.
Dit beweert een voormalig medewerker van het Amerikaanse
ratingbureau. Moody's en de concurrenten Standard & Poor's en Fitch liggen sinds
de kredietcrisis onder vuur. Soms zouden ze te hoge en soms te lage waarderingen
geven over de kredietwaardigheid van bedrijven, landen en producten. Daardoor
zouden ze medeverantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis en de eurocrisis.
...
Red.: Wat voor een belangrijk deel het gevolg van het in de
inleiding genoemde basale: er bestaat geen betaald onafhankelijk advies. Met als
achterliggender nog fundamentelere probleem: er bestaat geen onafhankelijk
advies als er eigenbelangen in het spel zijn. En dat geldt per definitie voor
een bedrijf dat afhankelijk is van het bestaan van een financiële markt:
| |
William J. Harrington, een voormalig vicepresident en analist van
Moody's, is in een brief van tachtig kantjes aan de Amerikaanse
toezichthouder SEC uit de school geklapt over de interne gang van zaken
bij het kredietbureau. ...
Harrington bekritiseert in de brief de
belangentegenstellingen binnen het bedrijf. 'Moody's wordt betaald door
de instellingen over wier kredietwaardigheid een objectief oordeel moet
worden geveld', aldus Harrington, die van 1999 tot vorig jaar voor
Moody's werkte op de afdeling derivaten. |
En een bedrijf heeft een aantal aanvullende eigenschappen die het geven van
onafhankelijk advies aal helemaal onmogelijk maken:
| |
Volgens Harrington zijn medewerkers van hogerhand gelast hogere
waarderingen te geven aan sommige kredieten of kredietinstellingen.
Systematisch werden naar zijn zeggen twijfels van analisten met de
mantel der liefde bedekt, zodat de klanten niet af zouden haken en de
winsten in tact bleven. ...
Hij spreekt van een cultuur van intimidatie en vernedering
binnen Moody's. Analisten worden gedwongen in te stemmen met de eisen
van de klant die betaalt en moeten ook volgens het schema van die klant
werken. 'Het doel van het management is van analisten plichtsgetrouwe
jaknikkers te maken die in de kredietcomités het bedrijfsdoel voorop
zetten: het maximaliseren van de winst. Herhaaldelijk heeft Moody's
interne waarschuwingen genegeerd dat werknemers die verantwoordelijk
waren voor de waardering van hypotheekobligaties waardeloze meningen
naar buiten brachten.' ...
Harrington beweert dat Moody's de objectiviteit van de
comités ondergraaft door mensen met een tegengesteld geluid te
kleineren. 'Leden van het comité die hun persoonlijke bezwaren houden
over een besluit kunnen tot de orde worden geroepen. Hierdoor zijn de
waarderingen van Moody's die naar buiten worden gebracht vaak in strijd
met de meningen die er binnen het bedrijf zijn.' ...
Harrington beweert dat Moody's in 2009 en 2010 disciplinaire
maatregelen tegen hem wilde nemen om te voorkomen dat hij een transactie
tussen de zakenbank Merrill Lynch en de verzekeraar AIG in gevaar zou
brengen. Tot die tijd had hij tijdens functioneringsgesprekken juist
complimenten gekregen voor zijn vakkundigheid op het gebied van
ingewikkelde transacties en zijn analytische kwaliteiten.
Wel werd hem steeds te kennen gegeven dat hij het werk voor
bankiers en bedrijven die schuldpapier plaatsen, beter wat gemakkelijker
zou kunnen maken. |
Met natuurlijk de bekende bijkomende verschijnselen:
| |
Harrington beschuldigt ook met name genoemde topmensen bij Moody's
van het plegen van meineed tijdens hoorzittingen over het functioneren
van de ratingbureaus. |
Zoals die van het glasharde liegen.
De zo door Obbema geëerde instelling blijkt niets anders dan een
ordinaire boevenclub. Een witte-boordenmaffia.
Collega Peter de Waard beoefent een andere hobby: open deuren
intrappen:
Uit:
De Volkskrant, 31-08-2010, rubriek De kwestie, door Peter de Waard
Hebben economen eigenlijk nog enig nut?
Economen zijn even ongeschikt om prognoses te doen als Johan Derksen. Helaas
schrikken ze er niet voor terug.
'Het enige nut van economische voorspellingen is dat ze astrologie respectabel
maken', zei John Kenneth Galbraith, de vermaarde econoom.
Behalve zakenbankiers, hedgefondsbeheerders, toezichthouders
en kredietanalisten liggen ook economen sinds het begin van de crisis in 2007
onder vuur. Ze hebben sinds die tijd - een jaar na Galbraiths dood - zo vaak de
plank misgeslagen dat het al geringe vertrouwen in deze beroepsgroep nog verder
is ondermijnd. 'Doen economen er überhaupt nog toe?', vroeg de econoom John Kay
- hoogleraar aan de London School of Economics - zich vorige week af in een
lijvig artikel in de Financial Times. De kritiek op macro-economen is
niet dat zij de kredietcrisis van 2007 en de gevolgen van de val van de bank
Lehman niet voorzagen, maar dat ze ook geen modellen hebben die laten zien hoe
het zover heeft kunnen komen. ...
Red.: Dat nauwelijks iets anders kan zijn dan opzet, aangezien
het natuurlijk wel degelijk mogelijk is zinnige dingen te zeggen over de
economie
.
Maar die leiden onvermijdelijk naar de conclusie dat economen leugenaars zijn,
zie boven, en de financiële wereld oplichters
. En
dat is niet de uitkomst die ze wensen.
| |
De kritiek op macro-economen is ... dat ze ook geen modellen hebben
die laten zien hoe het zover heeft kunnen komen. De economen
moeten dus in de glazen bol kijken. Dat kunnen ze niet. Het kenmerk van
economische systemen is dat ze dynamisch en non-lineair zijn. Behalve
dat de uitkomsten door de kleinste verandering van parameters totaal
anders kunnen uitvallen zijn ze ook afhankelijk van massapsychologie of
massahysterie. |
Dat laatste geldt ook voor het weer-systeem, maar toch kunnen daar tegenwoordig
steeds betere voorspellingen over gedaan worden. Dit is dus weer onzin van Peter
de Waard.
| |
Dat schrikt de meeste economen niet af. Ze laten zich overhalen toch
in de toekomst te kijken. Economen die op televisie alleen analyses
maken, wikken en wegen, laat staan modellen tevoorschijn toveren, worden
de volgende keer niet meer in de uitzending gevraagd. En wie niet vaak
genoeg in de media is, doet er als econoom niet toe.
In wezen hebben hun voorspellingen echter alleen maar
entertainmentwaarde. Ze gaan er even vaak mee de mist in als Johan
Derksen bij het invullen van de voetbaltoto, zij het dat die laatste
zich tegenover Wilfred Genee in de week daarop nog wel voor zijn
miskleunen moet rechtvaardigen. |
Het is maar te hopen dat Peter de Waard voorzichtig bij het open-trappen van
deuren, want net als bij voetballen kan je daar een lelijke blessure aan
overhouden. Maar gelijk over de onzin van de huidige economen heeft hij
natuurlijk wel.
De kanker is kennelijk verspreid tot in de hoogste kringen:
Uit:
De Volkskrant, 11-10-2011, van verslaggever Jonathan Witteman
Amerikanen delen Nobelprijs
Thomas Sargent en Christopher Sims winnen de Nobelprijs voor de economie voor
hun methoden die ‘dagelijks gebruikt worden door alle centrale banken in ontwikkelde
landen’.
De Nobelprijs voor de economie is maandag in Stockholm toegekend aan de
68-jarige Amerikanen Thomas Sargent en Christopher Sims. Sargent (New York
University) en Sims (Princeton) krijgen de prijs 'voor hun empirisch onderzoek
naar oorzaak en gevolg in de macro-economie'.
Het levenswerk van Sargent en Sims bestaat uit het vorsen van de wisselwerking
tussen de economie en beleidsinstrumenten als rentetarieven en
overheidsuitgaven. Hoe beïnvloeden belastingverlagingen of renteverhogingen de
welvaart en inflatie van een land? Wat gebeurt er als een centrale bank haar
inflatiedoel oprekt of een regering minder bezuinigt dan gepland?
...
Niet alle economen delen de geestdrift voor de laureaten. Esther-Mirjam Sent,
hoogleraar economie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, promoveerde op een
dissertatie over Thomas Sargent. Ook volgde ze college bij Sargent aan Stanford.
Sargents werk is als 'een mooie schroevendraaier, die uiteindelijk helemaal niet
op de schroef blijkt te passen', zegt Sent. 'Het probleem met Sargent is dat
zijn modellen niets met de complexe realiteit te maken hebben. Daarom vind ik
het misplaatst en verrassend dat daar nu de Nobelprijs naartoe gaat. Ik had
gehoopt dat economen iets van de crisis hadden geleerd.' ...
Sent herinnert zich haar eerste college van Sargent op Stanford. 'Hij zette drie
vergelijkingen op het bord en zei: dit is de economie. Als je daar vragen over
hebt, wil ik je niet helpen. Maar heb je vragen over de wiskunde in deze
vergelijkingen, dan ben ik bereid je vragen te beantwoorden. Waar haalt hij de
arrogantie vandaan, dacht ik.'
De denkfout in het werk van Sargent, zegt Sent, is dat hij ervan uitgaat dat
alle mensen koele, rationele actoren zijn. 'Stel dat de overheid de belastingen
verlaagt. De rationele actor weet dat de overheid de belastingen in een later
stadium weer zal verhogen, omdat ze de begroting sluitend moet maken. Een
rationele burger gaat dus sparen, om te anticiperen op belastingverhogingen in
de toekomst. In werkelijkheid gaat maar een klein deel op zo'n rationele manier
met de eigen financiën om.' ...
Red.: Vernietigende kritiek.
Maar wie is er dus hartstikke voor? Nee, niet Nout Wellink
, en nee ook niet Frank Kalshoven
. Althans, die zijn er waarschijnlijk wel voor, maar zijn er niet naar gevraagd.
Nee, het gaat om de grote adviseur van de regering:
| |
Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, beaamt dat. De modellen
van Sims en Sargent over de gevolgen van bezuinigingen of belastingmaatregelen
op economische groei, inflatie of werkloosheid hebben 'een diepgaande invloed'
op het planbureau, zegt Teulings. |
Aha, vandaar dat ze er altijd zo consequent naast zitten.
De financiële crisis in Europa die eind 2011 tot zijn
hoogtepunt is gekomen heeft vele economen prominente gezichten in de media
gegeven. En meest prominent onder de prominenten is Arnoud Boot. Waarbij het
deze redactie al snel opviel dat hij bijzonder weinig origineels zei, hetgeen
ongetwijfeld een reden van zijn populariteit is, want originele dingen zeggen in
dit soort kwesties betekent dat je de ware oorzaken van de financiële crisis
aanroert, wat automatisch kritiek op het kapitalisme, het neoliberalisme, de
vrije financiële markt, en het rechtse politieke denken inhoudt. En als je
kritische opmerking in dit richting gaat leveren, wordt je niet meer gevraagd in
de media, die zelf ook vrijwel volkomen kapitalistisch, neoliberaal, voor vrije
financiële markten en en economische rechtse denken zijn - ook die takken die
zichzelf "links" noemen.
En alsof om dit te bewijzen, komt de Volkskrant met
een hagiografie van Arnoud Boot. dit overigens nadat de vorige hagiografie in
deze reeks de persoon van Nout Wellink tot onderwerp had, waarna je op grond van
de gezond-verstandredenatie dat je niet in China geweest hoeft te zijn om te
weten dat de lucht daar ook blauw is, je meteen al een goede inschatting kan
maken van de capaciteiten van Arnoud Boot. Gelukkig legt de auteur van het
artikel het ook omstandig uit:
Uit:
De Volkskrant, 29-11-2011, door Bert Wagendorp
Wervelwind met een geweldige hekel aan laksheid
Financieel econoom Arnoud Boot staat met zijn grote kennis van de financiële
markten in het oog van de storm van de eurocrisis. 'Als ooit een Nederlandse
econoom de Nobelprijs wint, is hij het.'
Na de lagere school luidde het dringende advies hem naar de
mavo te sturen. Meer zat er echt niet in, schreef de school aan zijn ouders. Die
stuurden hem desondanks naar het vwo, waar hij zich met hangen, wurgen en een
herexamen doorheen sloeg. Hij behoorde er zeker niet tot de uitblinkers. Hij
wilde niet onderdoen voor zijn twee slimme zussen, dat was zijn belangrijkste
motivatie.
Toen hij in 4 vwo zat, luidde het advies nog steeds dat hij
elke gedachte aan een wetenschappelijke loopbaan meteen uit zijn hoofd moest
zetten. ...
Red.: Middelmatige intellectuele capaciteiten, dus. Want
echte capaciteiten op dit vlak komen, ook al wil je niet, toch naar buiten,
bijvoorbeeld door hoge cijfers in de exacte vakken zonder er voor te hoeven
werken.
Maar waarom kan Arnoud dan toch zo hoog stijgen. Nou, hierom:
| |
In Eersel, een van de acht Kempische zaligheden ten zuidwesten van
Eindhoven, was in die tijd, zo rond 1975, een speelveld. ...
Hij was competitief en provoceerde - maar nooit onsportief.
Hij praatte op het sportveld en op school overtuigend en snel - heel
snel, vonden de andere jongens. Hij struikelde soms over zijn woorden,
zo snel. Alsof z'n tong zijn gedachten niet kan bijhouden, dacht Bas
Spaapen, die ook altijd meehockeyde en bij Arnoud Boot op het Rythovius
College zat.
Boot bleef een snelle prater. ... |
Waarna je het beeld volkomen rond is. De huidige economie is tenslotte een
praatvak dat het niveau van de astrologie nauwelijks of niet is overstegen, en
waar ook overtuiginggskracht de doorslaggevende factor is.
Nog wat details voor het vermaak:
| |
In 1978 ging Boot economie studeren aan wat toen nog de
Katholieke Hogeschool Tilburg heette. Niet dat hij zo geïnteresseerd was
in economie, maar je moest toch wat. En toen was het alsof hij naar een
hogere versnelling schakelde en het gaspedaal diep indrukte. De
modellenbouw van professor Schouten sprak hem aan: hij begon economie
leuk te vinden. Hij stapte later over naar de researchgroep van
hoogleraar Piet Verheyen - de groep die zich bezighield met
besluitvormingskwesties en wiskundige optimaliseringsproblemen. |
Weet je ook meteen waarom dát vak zo weinig opschiet.
| |
Piet Verheyen zag een 'wilde jongen' die heel slim was, dat wil
zeggen: wild van ideeën. Hij spoot er 25 per uur uit. Verheyen moest hem
leren focussen. Boot, zag Verheyen, bezat het talent de werkelijkheid
terug te brengen tot eenvoudige modellen en zo de kern van het probleem
te benaderen - en meteen ook dicht bij de oplossing te komen.
En Verheyen zag ook wat iedereen die met Boot in aanraking
kwam ook opmerkte: een geweldige energie, gepaard aan een enorme
creativiteit. Het heette destijds nog niet 'out of the box'-denken, maar
dat was wel precies wat Boot deed. Hij kantelde het probleem, veranderde
het perspectief en opeens keek je er anders tegenaan. |
Dat kan niet, want als je out of the box denkt in de omgeving van de
huidige benepen economische wetenschap, zou je onmiddellijk als "communist",
"Marxist" of "Keynesiaan" de laan uit worden gestuurd. Een voorbeeld van het
in the box denken:
| |
Toen Ronald Plasterk financieel woordvoerder werd van de
PvdA-fractie in de Tweede Kamer, was Arnoud Boot de eerste aan wie hij
dacht voor een bijspijkercursus haute finance. Als hij belde nam Boot
altijd meteen de telefoon op, of hij belde binnen tien minuten terug,
altijd bereid zijn inzichten over de financiële crisis met Plasterk te
delen. Zoals hij dat overigens met andere politici ook deed. |
Waarna Plasterk als financieel woordvoerder van de PvdA meteen voorstelde om
eindeloos geld te storten in de Griekse financiële zwarte gat te storten -
volkomen volgens de univereel verkochte eurofiele praatjes. Zonder een woord te
reppen van de bestemming aan het einde van dat zwarte gat: de Griekse rijken. Zo
origineel zijn de ideeën van Arnoud Boot.
En nog een voorbeeld:
| |
In Tilburg had de jonge Boot nog iets anders geleerd dan modellen
bouwen. ... Iets wat je ook terugzag bij Tilburgse economen als Harald
Benink en Lans Bovenberg: een sterk maatschappelijk engagement. |
En wat het maatschappelijke engagement is van Lans Bovenberg zijn we hier ook al
tegengekomen; hij is een keiharde aanhanger van het Angelsaksische model, wat
synoniem is met het neoliberalisme
. De volgende praatjes zijn dus botte leugens:
| |
Gebaseerd op wat Benink het 'katholiek humanisme' noemde en
Wijffels 'de katholieke sociale leer'. Ze onderwezen economie, maar ook
filosofie. Altijd was er de waarom-vraag. Altijd: wat zit er áchter de
verschijnselen? Dat Tilburgs dna, zei Wijffels, zag je ook bij Boot.
Dieper graven en invloed uitoefenen; niet voor jezelf, maar voor een
betere samenleving. |
En tenslotte:
| |
Boot werd kroonlid van de SER, lid van de Bankraad van De
Nederlandsche Bank (DNB) |
En als er één groot financieel instituut is dat wanhopig gedisfunctioneerd heeft
over de laatste twintig jaar, dan is het De Nederlandsche Bank, met name onder
de leiding van de wraakzuchtige prutser Nout Wellink
. Een wanbeleid waar Arnoud Boot volledige medeverantwoordelijk voor is, en wat
genoeg reden is om hem, tezamen met die hele Bankraad natuurlijk, te ontslaan.
Sociaal-psycholoog Diederik Stapel is ontslagen voor vergrijpen met minder
ernstige gevolgen.
Een econoom heeft beweerd dat economen het wel goed doen -
hier is de riposte:
De Volkskrant, 06-12-2011, ingezonden brief van Wim Velthorst, Hauwert,
voormalig economieleraar
Crisis
Dat de toenmalige hoofdeconoom van het IMF al in 2005 voor de kredietcrisis
waarschuwde, duidt er volgens hoogleraar Eelke de Jong (O&D, 5 december) weer
eens op, dat de economie wel degelijk een echte wetenschap is,
Nobelprijs-waardig.
Politici echter sloegen deze waarschuwingen in de wind: 'Men
gaf liever anderen de schuld dan zelf de verantwoordelijkheid te nemen.
Bovendien werden de medewerkers van het IMF als lastige onheilsprofeten
beschouwd. Zij gingen daarom hun mening in bedekte termen opschrijven'.
Twee kanttekeningen:
1. Als de huidige zogenoemde crisis werkelijk uit de theorie te voorspellen was,
waarom hebben alle gezaghebbende professorale economen dan al niet in 2005 in
een gezamenlijke petitie de publieke opinie bewerkt? Als je de 'ondergang van de
Titanic' ziet aankomen, schreeuw je toch moord en brand?
2. Economie, geachte professor, is gerust wel een wetenschap. Alleen hebben
economen de exogene variabelen niet in de hand. Die zijn, naast uw politici,
inderdaad (wellicht grotendeels) voer voor psychologen.
Red.: Stop dat dat maar in uw zak, heren economen.
Nog een leerstelling van vrijwel alle economen: flexwerken is
goed voor de economie - eerst even het artikel zonder de titel:
Uit: De Volkskrant, 23-12-2011, van verslaggeefster Nanda Troost ...
... Onder economen is de gangbare opvatting dat flexwerk wel
grotere ongelijkheid creëert, maar dat iedereen profiteert door de economische
groei die daardoor ontstaat. Dat is volgens de onderzoekers niet zo. Er zijn
aanwijzingen dat de groei van flexwerk vooral ten koste gaat van het aantal
vaste banen en niet leidt tot meer banen. Bijna drie miljoen Nederlanders hebben
geen vast werk. ...
Red.: Iedereen met gezond verstand weet dat het niet zo is -
op een relatief klein aantal uitzonderingen na:
| |
Arbeid | Flexibilisering loont niet
'Flexwerk op lange termijn niet gunstig'
Het gebruik van flexibele krachten kan de productiviteit en de innovatie van
bedrijven schaden.
Flexwerk levert op langere termijn geen economisch voordeel op. Hoewel
werkgevers in eerste instantie profiteren van de lagere personeelslasten, worden
op langere termijn de productiviteitsgroei en het innovatievermogen geschaad.
Werkers zonder vaste aanstelling worden vooral geconfronteerd met de nadelen:
onzekerheid en doorgaans lager loon. Vooral lager opgeleiden lopen de kans
langdurig in flexbanen te belanden.
Die conclusies trekt Paul de Beer, directeur van het
Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging in Amsterdam uit onderzoeken naar de
flexibilisering van de arbeidsmarkt door Ronald Dekker van de Universiteit van
Tilburg en Martin Olsthoorn van de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek is
gedaan mede in opdracht van FNV Bondgenoten en de Stichting Instituut Gak. Voor
de economie als geheel valt de balans negatief uit, stelt De Beer, al levert het
onderzoek - een literatuurstudie - geen kosten-batenanalyse in euro's op. 'De
positieve werkgelegenheidseffecten ontbreken en onzeker werk zorgt voor meer
ongevallen en grotere gezondheidsrisico's.' ... |
Precies die factoren die je met je gezonde verstand al kon benoemen. Maar, zoals
algemeen bekend, economen hebben geen verstand maar een schizofrene rekenmachine
in hun kop. Laat staan dat er daar sprake zou zijn van gezond verstand.
Grappig. een redelijk vooraanstaand econoom bevestigt deze
laatste conclusies:
Uit:
De Volkskrant, 06-12-2012, door Henk Folmer, hoogleraar methoden en
technieken van ruimtelijk economisch onderzoek.
De economen weten het echt niet
De economische wetenschap heeft aan gezag ingeboet omdat veel beoefenaren
niet te rade gaan bij de sociologie, de psychologie en de geschiedenis.
Aangewakkerd door de banken- en eurocrisis, is de economische wetenschap zwaar
onder vuur komen te liggen. Zo stelde in de Volkskrant van 30 november de
hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen voor om de komende vijf jaar geen
Nobelprijs economie beschikbaar te stellen. Volgens hem hebben economen te
weinig oog voor psychologische factoren en zijn zij te veel onderdeel geworden
van politieke ideologieën. Hierdoor zijn hun beleidsadviezen vaak misleidend en
zijn ze medeverantwoordelijk voor de huidige crises. ...
Red.: Het intrappen van een bijzonder open deur.
| |
Ook uit eigen kring komt forse kritiek. Zo schreef Nobelprijswinnaar
Paul Krugman in the New York Times van 20 september 2009 dat
economen het spoor bijster zijn geraakt omdat zij hun wiskundige
modellen als realiteit zijn gaan beschouwen. |
Wat niet de kern is - wiskunde komt er op een gegeven moment noodzakelijkerwijs
aan te pas. het is maar hoe je die wiskunde gebruikt - in welk model.
| |
Soortgelijke kritiek viel ruim twintig jaar geleden al te
beluisteren bij de vooraanstaande theoreticus Michio Morishima. Volgens
hem produceren economen op grote schaal 'vliegtuigen zonder motoren'
omdat ze te weinig kennis van en interesse hebben in de economische
realiteit. Hij verliet de economische wetenschap en ging zich via
sociologie, antropologie en geschiedenis verdiepen in de economie. |
Precies. Daar zit de clou.
| |
De kritiek van Morishima, Krugman en vele andere vooraanstaande
economen betreft vooral de hoofdstroming, de neoklassieke economie. Die
gaat uit van rationele consumenten en producenten die over perfecte
informatie beschikken en hun nut, respectievelijk, winst maximaliseren.
Uitgaande van deze extreme veronderstellingen is het gedrag van
consumenten en producenten in hoge mate voorspelbaar en valt het met
wiskundige optimaliseringsmodellen te beschrijven. |
Samen te vatten als de theorie van de homo economicus
. De mens waar
voormalig economie-chef van de Volkskrant, Frank Kalshoven
, zo dol op is,
ook onder de noemer de "bv-Ik"
, en wiens ideeën bij de Volkskrant nog
steeds volstrekt dominant zijn. Net als in de rest van de wereld:
| |
Het neoklassieke model werd al meer dan een halve eeuw geleden
verworpen door Nobelprijswinnaar Simon en vervangen door een veel
realistischer model ...
Dit heeft ertoe geleid dat naast de neoklassieke economie
andere stromingen zijn ontstaan, vooral de gedragseconomie en de
institutionele economie. ...
Ondanks deze ontwikkelingen spelen de rationele, nuts- en
winstmaximerende agenten nog steeds de hoofdrol in de economische
wetenschap. |
En daar ligt, zelfs volgens Folmer het probleem:
| |
Het is deze dubbelzinnige wijze van wetenschapsbeoefening die de
geloofwaardigheid en beleidsrelevantie van de economische wetenschap
aantast. Enerzijds is het neoklassieke model volledig onderuit gehaald,
anderzijds domineert het nog steeds, ondanks het feit dat er
alternatieven voorhanden zijn die beter sporen met de economische
realiteit. |
Maar dat roept een andere vraag op: waarop houdt men, ondanks de
voor-de-handliggendheid van de problemen, toch zo vast aan dit foute model?
Waarop het antwoord in één keer simpel wordt, als je nog een enkele blik erop
werpt:
| |
De neoklassieke veronderstellingen impliceren ook dat wanneer
prijzen en lonen niet gehinderd worden om vraag en aanbod op elkaar af
te stemmen, de economie als totaliteit een hoog zelfregulerend vermogen
heeft. In een dergelijke abstracte wereld is een beperkte rol weggelegd
voor overheidsregulering; de overheid dient er vooral voor te zorgen dat
de markt en het prijsmechanisme hun zegenrijke werk kunnen verrichten. |
Waarna onmiddellijk duidelijk is dat Folmer het niet heeft over neoklassieke
economie, maar neoliberale. Of althans: dat wat hij neoklassieke economie noemt,
in de rest van de maatschappij bekend is als neoliberale economie. De economie
van Bernard Mandeville, Ayn Rand, Milton Friedmans en Alan Greenspan
.
En na het beestje de juiste naam te hebben gegeven, is het in
één oogopslag duidelijk waarom de grote massa van de economen er, ondanks
overvloedig bewijs van het tegendeel, eraan vasthoudt: omdat ze er voordeel bij
hebben. Want neoliberalisme betekent veel hogere inkomensverschillen, dus hogere
inkomens voor de klassen waar economen in zitten. Ze zeggen het zelfs letterlijk:
| |
Vanwege de theorie van zelfregulering is aan de schaduwwerking ervan
minder aandacht besteed. |
Want deze zelfregulering slaat met name op de top van de maatschappij en
economie, en niet op de rest - die wordt gereguleerd door die top.
Wat de betreft de economische wetenschap trekt Folmer de
juiste conclusies:
| |
In een reactie op Derksen in de Volkskrant van 6 december
stelde Arnold Heertje terecht dat economen niet verantwoordelijk kunnen
worden gehouden voor beroerd economisch beleid. Wat een grote,
invloedrijke groep wel verweten kan worden, is dat zij te weinig
gewaarschuwd heeft voor de beperkte beleidsrelevantie van hun modellen.
Verder doen zij er goed aan de neoklassieke economie af te
zweren en de institutionele en gedragseconomie in rap tempo verder te
ontwikkelen - onder andere door te rade te gaan bij de
zusterwetenschappen geschiedenis, sociologie en psychologie - en deze
empirisch te onderbouwen. Verder moeten beleidsmakers doordrongen zijn
van de beperkte, en soms misleidende, betekenis van economische modellen
en daarop gebaseerde adviezen. |
Wat betreft de maatschappelijke conclusies doet hij dit natuurlijk niet. Voor
dat soort conclusies, dat wil zeggen: de erkenning van de klassenstrijd, zijn
nog grotere problemen nodig.
Met zo veel falende economen, zou je het als enigszins kleinzielig
kunnen zien om een economie-journalist op de korrel te nemen. Maar als de media
de onzin en leugens van de conomen niet zouden publiceren, zou niemand er last
van hebben. De media zijn op zijn minst even verantwoordelijk voor de puinzooi
de economen veroorzaken, als die economen zelf.
Maar de werkelijkheid is natuurlijk nog navranter: de media
en de economie-journalisten geven die onzin en leugens door, omdat ze dezelfde
belangen hebben als de economen: wij in de bovenste derde van de maatschappij
tegen de onderste tweederde. het is één groot dievencomplot. Niet dat ze
letterlijk geschreven of mondelinge afspraken maken, maar het effect is
hetzelfde als een complot - het is een sociologisch complot.
Dit alles was in uitnemendheid van toepassing op de vorige
economie-chef van de Volkskrant, Frank Kalshoven
, maar de huidige staf probeert zijn tradities voort te zetten. Onderstaande,
Peter de Waard, heeft ongeveer drie keer per week een column of anderszinse
bijdrage, en is dus een belangrijke rader. Hier een product dat er in zijn onzin
nogal uitsprong:
Uit:
De Volkskrant, 13-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard
Moet het Westen gaan herindustrialiseren?
Schoorstenen moeten roken en arbeiders zweten. Het Westen lijkt gegrepen
door
industriefetisjisme
Red.: Je zou het bijna niet geloven. Gaat deze
economie-"deskundige" beweren dat dingen maken passé is? Gaat hij de lofzang
zingen op de diensteneconomie. Terwijl we midden in een Europese economische
crisis zitten die voornamelijk waart in de landen met de diensteneconomie? En
waarin het sterkste land, Duitsland, het meest een productie en het minste een
diensteneconomie sis..? Gaat Peter de Waard dat echte allemaal doen? Ja, dat
gaat Peter de Waard doen:
| |
Iedereen moet Duitser worden. In de politiek zijn simpele oplossingen de
handigste. Een van de simpele oplossingen voor de huidige crisis en
onevenwichtigheden in de wereldeconomie is herindustrialisatie. De VS,
Frankrijk, Groot-Brittannië en ook Nederland moeten weer leren dingen te maken
zoals de Duitsers, die de wereld overspoelen met hun puike auto's en
voortreffelijke machines. ...
De Franse president Sarkozy, die eveneens verkiezingen wachten, is begonnen met
een 'Produceer in Frankrijk'-campagne. ... In Engeland riep premier David Cameron op tot een comeback van de
nijverheid en werd daar zelfs in bijgevallen door de progressieve krant The Guardian, die vond dat de Britten iets zouden kunnen leren van de Duitsers.
'Wilt u niet liever een treinlocomotief maken dan Made in China-artikelen achter
de kassa onder de scanner leggen?' Het industriefetisjisme is een wereldwijde
trend geworden.
De moderne diensteneconomie is ineens inferieur aan de oude geïndustrialiseerde
economie. Ontwerpen, verhandelen, bedienen, transporteren, bankieren - het is
allemaal bijzaak. De echte winst ligt in het maken van dingen, de rest is
windhandel. Fabricage geeft mensen ook meer bevrediging en maakt ze gelukkiger,
zo wordt geroepen. Wie de economie draaiende wil houden, zal daarom moeten
zorgen voor tevreden zwetende arbeidersklassen, zoals die in oude Sovjetfilms te
zien waren. |
O ja, Peter had ook argumenten:
| |
De werkelijkheid is heel anders. Van de producten die in de winkel liggen of
online worden verkocht, maken de productiekosten maar een heel klein deel uit.
Het maken van een iPad kost Apple misschien maar 10 tot 20 dollar - nog geen 5
procent van de verkoopprijs. Het overige deel gaat naar het bedenken, ontwerpen,
transporteren, verhandelen, adverteren en financieren van het product. Dat
gebeurt voor het overgrote deel in de diensteneconomie. De westerse welvaart is
juist gebaseerd op diensten waarbij het produceren is verplaatst naar
lagelonenlanden. Dat gebeurt al vijftig jaar zeer efficiënt en sinds die tijd
zijn de inkomens wereldwijd gestegen. |
Natuurlijk ... de opkomst van China is te danken aan hun specialisatie in de
diensteneconomie. Net als daarvoor Japan, en vervolgens Korea, enzovoort.
Allemaal te danken aan de diensteneconomie. Volgens Peter de Waard. Die
duidelijk ernstig behoefte heeft aan psychologisch hulp. Want ideologie is een
verwoestende kwaal. Ook een economische ideologie.
Voor enige nuance nog maar twee artikeltjes van Peter:
Uit:
De Volkskrant, 18-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard
Is de arbeidsmarkt al niet te flexibel?
In Nederland is het niet moeilijk ook babyboomers te ontslaan. Het gebeurt
al op grote schaal.
Super De Boer reorganiseert zijn distributiecentra. Alle medewerkers moeten
solliciteren naar hun eigen baan. Werknemers die er soms dertig jaar hebben
gewerkt, krijgen te horen dat ze overbodig zijn.
Een groot misverstand is dat het Nederlandse ontslagrecht
star is. Dat is niet waar. Uit Oeso-onderzoek blijkt dat Nederland na de
invoering van de 'Flexwet' in 1999 een buitengewoon flexibele arbeidsmarkt kent
- flexibeler dan Duitsland, Frankrijk en België. ...
Het misverstand is de verwachting dat werkgevers de ontslagen
ouderen door afgestudeerde jongeren zullen vervangen. Het wordt eerder zoals
vorige week een directeur vertrouwelijk zei: 'Als we duizend 50-plussers kunnen
ontslaan, nemen we daar honderd studenten voor terug en besteden we de rest van
het werk uit in India.'
Het huidige Nederlandse ontslagrecht is sociaal gezien eerder
te flexibel dan te star. Vooralsnog werkt het uitstekend. De werkloosheid is
laag, de loonontwikkeling gematigd en stakingen zijn zeldzaam.
Uiteraard moeten maatregelen worden genomen om te zorgen dan
ouderen relatief niet te duur worden (door schrappen van seniorendagen en door
vormen van demotie), maar als de ondernemerslobby zijn zin krijgt, explodeert
niet alleen de werkloosheid, maar verandert de overlegeconomie in een
confrontatie-economie. ...
Red.: Kijk, hij kán het wel ... Maar het is geen regelmaat:
Uit:
De Volkskrant, 18-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard
Moet er een Europees ratingbureau komen?
De ratingbureaus hebben veel te laat in plaats van te vroeg de rating van
Frankrijk verlaagd.
... Voor Nicolas Sarkozy is het bijzonder pijnlijk dat zijn lot
bij de komende presidentsverkiezingen afhangt van het oordeel over de Franse
economie van een Amerikaans ratingbureau dat hem niet bijster goed gezind is.
...
Red.: Waarna er een heel artikel volgt over dit
onderwerp. Allemaal onzin. Die ratingsbureaus geven "betaald advies". Dat is
hetzelfde als "een onderhoudsloze tuin"
. Die ratingsbureaus geven het advies dat het gunstigst is voor de
hoogstbetalende
. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat een Europese versie het
beter zou doen. Dit vanwege nog een andere regel: iedereen die kan voorspellen
in de economie (en advies rond kredietwaardigheid is een voorspelling), kan
hartstikke steenrijk worden - in de biljarden. Wie niet hartstikke steenrijk is,
persoon of instelling, kan niet voorspellen. Ook niet de kans dat krediet
terugbetaald wordt.
Allemaal zaken die iedereen kan bedenken.
Ook neoliberalen hebben dromen. Ook neoliberalen hebben iets
als "de pot met goud aan het einde van de regenboog". De neoliberale "pot
met goud aan het einde van de regenboog" is dat iedereen hetzelfde bedrag
aan belasting betaalt: Jan een tientje, en Piet ook een tientje. Een vlaktaks.
Mensen zijn gelijk, tenslotte ....
Dat plan heeft een vervelende bijkomstigheid: als iedereen
evenveel belasting betaalt, en je gaat de uitgaven die de overheid voor iedereen
doet: die voor onderwijs, zorg, veiligheid enzovoort, gelijkelijk verdelen
over Jan, Piet en Klaas en alle andere Nederlanders, dat een groot deel van die
Nederlanders, zeg Jan, niets overhoudt om van te leven. Om preciezer te zijn:
hij zou onmiddellijk zwaar in de schulden komen. Terwijl Jan als onderwijzer wel
zijn bijdrage aan de maatschappij levert.
Dus de neoliberale natte droom van gelijke belasting in
euro's voor iedereen, de vlaktaks, kan niet.
Maar als substituut, zeg een goede tweede, hebben ze de
gelijke belasting in percentage voor iedereen. De procentuele vlaktaks.
Ook dat is natuurlijk een volkomen asociaal plan. Iets minder
asociaal dan een echte vlaktaks, maar die echte vlaktaks komt neer op
massamoord. De term "asociaal" lijkt daarop toch niet van toepassing. Dat is
meer iets op het niveau van "genocide". En als een echte vlaktaks gelijk is aan
genocide, is het toch niet overdreven om te stellen dat een procentuele vlaktaks
"asociaal" is.
Toch komt het voorstel voor een procentuele vlaktaks met
enige regelmaat langs. Uit neoliberale hoek natuurlijk, dat wil zeggen: van
mensen uit de werkgeversclubs, of uit de VVD.
Tot voor een paar dagen terug. Toen kwamen de
christelijke denkers en bestuurders van het CDA met het voorstel. Hier is de
reactie in de Volkskrant, die, in tegenstelling tot eerdere keren,
opmerkelijk negatief is:
Uit: De Volkskrant, 19-01-2012, van verslaggever Robert Giebels
'Vlaktaks leidt tot enorme toename van inkomensongelijkheid'
Daar is-ie weer: de vlaktaks
Om de zoveel jaar steekt het idee voor dat ene uniforme belastingtarief de
kop op. Nu weer bij het CDA . Wetenschappers laten er niets van heel.
Daar is-ie weer: de vlaktaks. Eens in de zoveel tijd duikt het idee op van dat
ene belastingtarief voor iedereen. Maar nooit ter linkerzijde. Alleen VVD, PVV,
SGP en vooral het CDA omarmen even de flat tax. En dan komen ze er weer op
terug. De vlaktaks staat ook weer in de toekomstvisie van het Strategisch Beraad
van de christendemocraten. Het is de vierde keer deze eeuw dat het CDA ermee
komt. ...
Red.: Dat laatste was de redactie even vergeten:
CDA'ers, de bestuurders, zijn eigenlijk ook neoliberalen. Jezus zou wel raad met
ze hebben ze geweten, maar gelukkig voor hen bestaat die dus niet.
| |
Omdat het idee zo hardnekkig is, buigen belastingexperts zich er regelmatig
over. En omdat het Nederland is, altijd in de vorm van een commissie. De laatste
keer in het voorjaar van 2010. De wetenschappers laten er geen spaan van heel,
van dat uniforme belastingtarief. Hoe hoog of laag dat ook is.
Stel dat iedereen ongeacht zijn of haar inkomen 38,15 procent inkomstenbelasting
moet betalen, oppert de Studiecommissie Belastingstelsel. Dan stijgt de
werkgelegenheid met maar liefst ruim 100 duizend arbeidsplaatsen. Maar de prijs
daarvoor is dat ruim drie op de vier huishoudens er financieel op achteruit
gaan.
Die rekensom komt van het Centraal Planbureau. Het CPB wijst de vlaktaks ook
categorisch af omdat het moderne, gerichte inkomensherverdeling onmogelijk
maakt. De wetenschappelijke conclusie van de commissie en het CPB is dan ook:
een vlaktaks leidt tot een enorme toename van de inkomensongelijkheid. |
Hier trok de redactie haar wenkbrauwen op. Dat er wetenschappers zijn die
negatief oordelen over de vlaktaks is mogelijk. Maar deze redactie heeft tot nu
toe zeer weinig van hen gehoord en vernomen. Dat het CPB er tegen zou zijn, is
al helemaal een verrassing, gezien de vrijwel consequent neoliberale opvattingen
van die club
. Het artikel werd ingedeeld in de rubriek Belastingmoraal, en voorlopig
ter zijde gelegd.
Maar er is een aanleiding om erop terug te komen. Daarom
eerst nu wat verdere informatie over de huidige CDA-versie:
| |
Ja, maar wacht even, zegt het CDA steeds, wij bepleiten ook niet zomaar een
vlaktaks (van 35 procent), maar een sociale vlaktaks. Dat houdt in dat
topinkomens een 'aanvullende solidariteitsheffing' moeten betalen. Oftewel: nóg
een belastingschijf speciaal voor de rijken. ...
...
CDA zit ... te denken aan ...:
'Een extra toptarief van 10 procent hoger dan het vlaktakstarief voor alle
inkomens boven de balkenendenorm.' |
Dat wil zeggen: het CDA wil het huidige stelsel met schijven met iets van (uit
het hoofd) 30, 40 en 50 procent, naar twee tarieven: (afgerond) 40 procent voor
iedereen en 50 procenten boven de anderhalve ton. Uit welke cijfers
overduidelijk blijkt: de lage inkomens gaan erop achteruit, en de hoge inkomens
op vooruit. Precies zoals de aanhaalde "de wetenschappers" al stellen.
De reden om dit nu allemaal wel te noteren, is het nu
volgende artikel - ook van "wetenschappers":
Uit:
De Volkskrant, 24-01-2012, door Raymond Gradus, hoogleraar Vrije
Universiteit Amsterdam en Directeur Wetenschappelijk Instituut CDA,
Roel Beetsma, hoogleraar Universiteit van Amsterdam, Lans Bovenberg,
hoogleraar Universiteit van Tilburg, Koen Caminada, hoogleraar
Universiteit van Leiden en Universiteit van Amsterdam., Elbert Dijkgraaf,
hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam en Tweede Kamerlid SGP, en
Sylvester Eijffinger, hoogleraar Universiteit van Tilburg.
Sociale vlaktaks is goed voor iedereen
Een sociale vlaktaks, met een topinkomenheffing, is rechtvaardig, creëert
veel banen en leidt ertoe dat de koek voor iedereen groter wordt.
Red.: Hier zou bij iedereen verbazing moeten opkomen:
dit is een situatie tussen wetenschappers met tegenstellingen zo groot, dat ja
zou kunne spreken van een geval van "de maan is van groene kaas" versus "de maan
is van steen". Waarbij het dus echt wenselijk is om uit te zoeken welke
van de twee groepen wetenschappers gelijk heeft. Want het gaat over een basaal
punt aangaande de inrichting van onze maatschappij. Nog belangrijker dan om te
weten van welke stof de maan is gemaakt.
Dus maar eens snel gekeken naar de argumenten die deze
laatste groep, die met naam en toenaam, te berde te brengen hebben:
| |
Een sociale vlaktaks van ongeveer 35 procent kent veel voordelen.
Voor iedereen geldt hetzelfde belastingtarief, ook ten aanzien van de
aftrekposten. |
Dat klopt: als de maan van groene kaas, is hij van kaas.
| |
De overheid beïnvloedt niet langer de keuzes in een gezin via de
belastingtarieven, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag wie hoeveel
uren werkt. Ook worden gezinnen verlost van een ingewikkelde discussie
over het verplaatsen van aftrekposten in de loop van de tijd en het
schuiven met aftrekposten tussen gezinsleden. |
Dat klopt ook: als de maan van groene kaas is, hoef je niet te discussiëren over
het soort steen waarvan hij gemaakt is.
| |
Het belastingsysteem wordt ook veel eenvoudiger. |
Ook dat is waar. net zoals iemand die zojuist onthoofd is, zich geen zorgen
hoeft te maken over het ontbijt van morgen.
| |
Het is bovendien maar zeer de vraag of fiscale prikkels wel
effectief zijn, omdat het overgrote deel van de Nederlanders zich daar
helemaal niet bewust van is. |
Een scherpzinnige constatering. Die ons er onmiddellijk toe verleidt om voor te
stellen om het belastingtarief voor inkomen boven de twee ton op 100 procent te
zetten. Argumenten: ze zijn zich als Nederlanders daar toch niet bewust van - en
het is bovendien heel erg simpel, je hebt geen gezeur met aftrekposten, en nog
zo wat meer van die voordelen zoals ze zonet genoemd zijn.
Je vraagt je af hoe zich als "wetenschappers" afficherende
heren zulke onzin kunnen opschrijven. Misschien ligt het aan het net eerder
geciteerde Volkskrant-artikel:
| |
Van een vlaktaks wordt vaak gezegd dat lagere inkomens erop
achteruit gaan en hogere inkomens bevoordeeld worden. Zo kopt de
Volkskrant (19 januari) dat een sociale vlaktaks 'leidt tot enorme
toename van inkomensongelijkheid'. Dit is onjuist. De onderzoeken,
waaruit wordt geciteerd, zijn allemaal gebaseerd op een kale vlaktaks.
Door twee eenvoudige aanpassingen spreken we over een sociale
vlaktaks. ... |
Waarvan we zojuist het rekenvoorbeeld gezien hebben, wat tot dezelfde conclusie
leidt als die voor de gewone vlaktaks: asociaal. Een ietsje minder dan de
procentuele vlaktaks, maar dat is op het niveau van het verschil tussen het
afhakken van één vingerkootje in plaats van twee.
Waarna de heren de discussie verduisteren door met vage
rekenvoorbeelden te komen:
| |
Door twee eenvoudige aanpassingen spreken we over een sociale
vlaktaks. De belangrijkste wijziging betreft de omzetting van de huidige
degressieve werkgeversbijdrage in de Zorgverzekeringswet (ZVW) in een
proportionele ZVW-loonsomheffing. In 2012 draagt iedere werkgever tot
een inkomen van 50 duizend euro 7 procent van het inkomen af. In ons
voorstel wordt, na invoering van de vlaktaks, van ieder inkomen 4 à 5
procent afgedragen voor de zorg. Hierdoor wordt het denivellerende
effect van de vlaktaks aan de onderkant beperkt. Bovendien wordt de
huidige ingewikkelde financiering overboord gezet en wordt gekozen voor
een meer houdbare financiering van de zorg. |
Niet meer in aantallen euro's te volgen, en daarom waardeloos in een discussie
over de effecten.
Dus daarom de discussie maar besloten met een paar loze
beweringen:
| |
Een sociale vlaktaks is rechtvaardig |
Een leugen.
| |
... er komen veel banen bij ... |
Het spiegelbeeld: "Er gaan veel banen af", is net zo onderbouwd.
| |
... en de koek wordt voor iedereen groter. |
Dat wil zeggen: de overheid krijgt netto veel minder belasting binnen. Welk
effect eerst verder uitgerekend zou moeten worden, voor dit als voordeel kan
worden gekenmerkt. het niveau van deze bewering is dat van "Geen gezeik,
iedereen rijk". Letterlijk.
En tenslotte:
| |
De grote voordelen maken het perspectief van een sociale vlaktaks
noodzakelijk en alleszins realistisch. |
Sociaal-psycholoog Diederik Stapel is onteerd en ontslagen voor zijn
wetenschappelijke fraude. De schade die deze heren economische "wetenschappers"
aanrichten is ontzettend veel groter.
Een briefschrijver had er nog een goede witz over:
De Volkskrant, 28-01-2012, ingezonden brief van Ab van der Veen, Poortugaal
Vlaktaks De schrijvers van het artikel waarin zij
de voordelen van de vlaktaks uiteenzetten (O&D, 24 januari), zouden
overtuigender zijn als zij enige rekenvoorbeelden hadden gegeven. Wellicht
kunnen zij laten zien hoe een en ander uitwerkt voor mensen met een
minimuminkomen, een modaal inkomen en tweemaal modaal.
Red.: Een goeie ... Voorbeelden, dat kan niet hoor ...
Dan blijkt onmiddellijk dat ze maar een beetje liegen ...
Het lijkt wel of Peter de Waard deze verzameling volgt, want
binnen korte tijd komt hij met een tweede artikel met zinnige dingen:
Uit:
De Volkskrant, 26-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard
Stopt The Economist echt met economie?
Economen hebben zich geïsoleerd met standpunten die politiek onhaalbaar
zijn. Het debat moet terugkeren.
In de 19de eeuw deden economen er nog toe. Karl Marx sprak bijvoorbeeld de
mensen toe vanaf een zeepkist in Speakers' Corner in Hyde Park, waarna felle
discussies ontstonden. ...
In 1843 begon een Schotse hoedenmaker een blad waardoor ook
mensen die niet ter plekke konden zijn van de nieuwste standpunten kennis konden
nemen. Het blad heette The Economist en zou uitgroeien tot een van de
meest gezaghebbende bladen in de wereld en een huisorgaan van economen.
Van de ideeën van Marx heeft het blad nooit iets moeten
weten. The Economist is de grootste verdediger gebleven van het liberale
gedachtengoed en vrijhandel. Zelfs deze crisis heeft het blad niet aan het
twijfelen gebracht..
Begin dit jaar heeft The Economist echter wel de titel van
zijn rubriek Economics Focus (Aandacht voor Economie) verandert in
Free Exchange (Vrije Uitwisseling). Reden is niet alleen dat economische
modellen en theorieën in deze crisis als onbruikbaar door de mand zijn gevallen,
maar ook dat economen bijna allemaal hun ziel en zaligheid hebben verkwanseld.
Zij zijn geen onafhankelijke denkers meer, maar nauw gelieerd aan machthebbers,
partijpolitieke denktanks, adviesorganisaties of het bedrijfsleven. De
beloningen die ze hiervoor ontvangen, bezoedelt hun oordeel. Uit onderzoek is
gebleken dat economen die de hoge beloningen van bestuurders rechtvaardigen, een
aanmerkelijk grotere kans hebben op publicatie dan economen die deze beloningen
als zelfverrijking bekritiseren. ...
Red.: Wat wij hier onder gebruik, van meer heldere
terminologie en onder aanvoering van ruim voldoende bewijs betogen: economen die
in het geheel niet aan wetenschap of iets dat daar op lijkt, maar prostitueren
zichzelf inde bordelen van het kapitaal. Enkele uitzonderingen daargelaten. En
dit is daar een slap aftreksel van:
| |
Daarnaast hebben economen zich geïsoleerd in het maatschappelijke
debat. Hun opinies zijn vaak te academisch en staan te ver af van de
politieke realiteit. Zij bekommeren zich er te weinig om of hun ideeën
ook politiek haalbaar zijn. De eurocrisis is daarvan bij uitstek een
voorbeeld. Politici halen hun schouders op over de door economen
bepleite oplossingen, omdat ze er niets mee kunnen. |
Dat laatste een situatie van de soort "lamme en blinde". En tot slot nog een
bekentenis:
| |
The Economist zal niet worden hertiteld in The Politician,
maar mogelijk wordt economie hiermee teruggebracht van de collegezaal
naar de straat, waarbij de achterban van de PVV en de SP de degens
kruist met de intellectuele bovenlaag. |
De bekentenis zijnde dat dat degens kruisen nu dus niet gebeurt - men
vermijdt angstvalig alle inhoudelijke discussie, natuurlijk omdat men weet dat
men verliest.
Naar Economen
,
Economie lijst
, Economie overzicht
, of site home
.
|