MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Bronnen bij Economen: fouten

In de onderstaande verzameling worden voorbeelden gegeven van fouten die economen maken in hun beweringen over zaken aangaande de economie -voor een deel pure onkunde en gebrek aan denkvermogen, voor een deel veroorzaakt door door het daardoor wijdverspreide misverstand dat de economie gaat over geld, en, misschien voornamelijk, door het simpele en blote eigenbelang - dat laatste is ook apart behandeld hier uitleg of detail . Een aantal individuele en institutionele voorbeelden zijn ook apart behandeld, zie de lijst aan de rechterkant van deze pagina.
    De eerste reeks fouten gaat over een heel simpele verwarring: die tussen centen en procenten. Deze is zo simpel, dat het echt ontstellend is hoe vaak hij gemaakt wordt. De tweede reeks fouten gaat over de economie als vak zelf: het blijkt dat economen vrijwel volledig uitgaan van hun theoretische modellen, terwijl het door ervaring volkomen duidelijk is dat die modellen niet werken, dat wil zeggen: geen enkele betrouwbare voorspelling over de werkelijkheid doen.


Uit: De Volkskrant, 30-05-2006, door Wim Groot, hoogleraar economie Universiteit Maastricht, en Henriëtte Maassen van den Brink, hoogleraar economie Universiteit van Amsterdam

Opheffen perverse solidariteit, dat is pas pervers

Volgens Bos stroomt in Nederland te vaak geld van arm naar rijk. Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink leggen uit wat daarvoor de redenen waren.

De PvdA wil een einde maken aan de perverse solidariteit. De PvdA zou hierover nog eens goed moeten nadenken, want afschaffen van perverse solidariteit leidt vooral tot grotere maatschappelijke ongelijkheid. ...
    Als je de argumenten van Bos hoort, dan vraag je je af wat ministers en Kamerleden in het verleden heeft bezield toen de hypotheekrenteaftrek, de studiefinanciering en de financiering van de AOW werd bedacht. Je krijgt het gevoel dat er een groot complot is gesmeed om de lage inkomens de rekening te laten betalen voor de sociale voorzieningen waar vooral de rijkeren van profiteren. Er waren echter goede redenen dit zo te doen.
    Hogere inkomens profiteren meer van de hypotheekrenteaftrek dan lagere inkomens. Uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat door het belastingvoordeel de woonkosten voor lagere inkomens met 10 procent dalen, voor de middeninkomens met 17 procent en voor de hogere inkomens met 25 procent. Heeft Bos dan toch gelijk? Nee, want door het belastingvoordeel neemt het besteedbaar inkomen van de lagere inkomens veel meer toe dan dat van de hogere. Het belastingvoordeel leidt tot een stijging van de koopkracht van de lage inkomens met 12 procent, terwijl de hogere inkomens er 8 procent op vooruit gaan. Afschaffen van de hypotheekrenteaftrek is inderdaad nadelig voor de hogere inkomens maar vooral ook voor de koopkracht van de lagere inkomens. ...


Red.:   Dit is zo opvallend fout, dat het ook het lezerspubliek het opmerkt - misschien wel omdat dat met centen moet betalen in plaats van procenten ...


De Volkskrant
, 01-06-2006, ingezonden brief van Johan Scholte (Sneek)

Centen en procenten

Wim Groot en Henriëttte Maassen, beiden hoogleraar economie, durven te beweren dat 12 procent koopkrachtstijging voor de lagere inkomens meer is dan 8 procent voor de hogere (Forum, 30 mei).
    Omdat je als consument niet met procenten, maar met centen moet betalen, is het misschien makkelijker gewoon in centen te rekenen.
    Want 12 procent van 40 duizend euro is 4800 euro, terwijl 8 procent van 150 duizend euro al 12 duizend euro is.
    Wie kan er nu meer geld uitgeven in de winkel?


Red.:   Er zijn twee mogelijke verklaringen voor dit soort fouten: grote domheid, of het maken van opzettelijke fouten. Dat laatste is fraude - ze hebben ook nog een financieel voordeel bij hun opvattingen, dus het is ook moreel frauduleus. In de natuurwetenschappen zou een dergelijke fraude tot ontslag leiden. In de natuurwetenschappen is het niet mogelijk met zo'n grote domheid een wetenschappelijke positie te krijgen. Beide hoogleraren, betaald met belastinggeld, zouden dus onmiddellijk ontslagen moeten worden.
    Na het schrijven van bovenstaande kwam er nog een reactie uit de beroepsgroep:


Uit: De Volkskrant, 15-06-2006, door Sweder van Wijnbergen, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Perverse herverdelingseffecten bestaan wel degelijk

Sommige economen moeten hun collegedictaten eerst afstoffen voordat ze over herverdelingseffecten schrijven, concludeert Sweder van Wijnbergen.


Een Amerikaans economentijdschrift heeft een rubriek anomalies, economische verschijnselen waarbij gezond verstand je op het verkeerde spoor zet. Maassen van de Brink en Groot (MBG) bieden er zo ook drie: in hun bijdrage `Terugdraaien perverse herverdeling is pas echt pervers` (Forum, 30 mei) willen ze ons overtuigen dat arme mensen er beter van worden als ze voor subsidies aan de rijken betalen. Drie nieuwe anomalies, of moeten de twee hoogleraren hun oude collegedictaten eens afstoffen?   ...


Red.:   Het volgende voorbeeld laat zien dat het maken van de fout de regel is:


Uit: De Volkskrant, 11-08-2006, van verslaggever Douwe Douwes

‘Hypotheekrenteaftrek vooral in het voordeel van lage inkomens’

Tussentitel: Conclusies zijn in strijd met gedachten van de PvdA

De hypotheekrenteaftrek pakt opmerkelijk genoeg gunstig uit voor huishoudens met een laag inkomen. Een gezin met een eigen huis en een inkomen beneden modaal (ongeveer 30 duizend euro per jaar), heeft door de renteaftrek een voordeel van 13 procent van het besteedbaar inkomen. Gezinnen met een inkomen van drie keer modaal hebben slechts een voordeel van 7 procent.


Dat concluderen drie economen van het pensioenfonds ABP in het economenblad ESB. Zij hebben cijfers van het ministerie van Financiën door de computer gehaald.
    De conclusies zijn in strijd met een cruciale veronderstelling van de PvdA. De sociaal-democraten pleiten al enige tijd voor een ingreep in de hypotheekrenteaftrek en benadrukken daarbij dat de vooral de hogere inkomens nu profiteren van deze regeling. ...


Red.:   En ook nu kwam er een reactie van dezelfde soort als de redactie al had geformuleerd (let overigens op dat de Volkskrant-verslaggever wel intellectueel in staat is een verbinding te maken met PvdA opvattingen, die kennelijk ook volgens hem net kloppen, maar niet de veel meer voor de hand liggende centen-procentenkwestie kan bedenken; ongetwijfeld een vorm van geestelijke blokkade van dezelfde soort als die van de economen: eigenbelang):


De Volkskrant
, 14-08-2006, ingezonden brief van Henk Klaren (Utrecht)

Procenten

Volgens ABP-economen is de hypotheekrenteaftrek in het voordeel van lage inkomens (Economie, 11 augustus). Zouden deze economen er bij stil hebben gestaan dat 7 procent van drie maal modaal meer is dan 13 procent van beneden modaal. En zouden zij zich ook realiseren, dat je euro`s nodig hebt om boodschappen te doen en dat je van procenten geen brood kunt kopen?


Red.:   Nog een voorbeeld:


Uit: De Volkskrant, 12-06-2005, van een verslaggeefster

CBS: koopkracht daalde in 2005

Bijstandsgerechtigden en gepensioneerden hadden in 2005 1 procent minder te besteden, aldus het CBS.


Gepensioneerden en huishoudens die moeten rondkomen van een bijstandsuitkering, hadden in 2005 minder te besteden dan in het jaar ervoor. De koopkracht voor deze groepen daalde met 1 procent. Gemiddeld hadden Nederlanders 21 duizend euro te besteden, 0,3 procent minder dan in 2004.
    Dit maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag bekend. Het CBS wijt de daling van de koopkracht aan de lichte stijging van de cao-lonen in vergelijking met de inflatie. De lonen stegen in 2005 met 0,8 procent, terwijl de inflatie op 1,7 procent uitkwam. Ook het ‘sobere’ beleid van het toenmalige kabinet, Balkenende II, heeft bijgedragen aan de daling van de koopkracht. ‘De uitkeringen zijn wel iets verhoogd, maar onvoldoende om de inflatie te compenseren’, stelt Michiel Vergeer van het CBS.   ...


Red.:   Wat deze cijfers in de werkelijke praktijk betekenen, dat wil zeggen: in geld, moet natuurlijk niet bij de economen van de Volkskrant zijn, maar bij het lezende publiek:


Uit: De Volkskrant, 31-08-2005, ingezonden brief van Wil Kooper-Stoel (Hei- en Boeicop) (volledig artikel hier uitleg of detail )

Koopkracht

Met verbijstering heb ik de plannen van het kabinet ten aanzien van de inkomens gelezen (voorpagina, 27 augustus). De hogere inkomens (zestigduizend euro en meer) gaan er volgend jaar 5,2 procent op vooruit, ouderen met een ruim aanvullend pensioen evenveel.
    Hier tegenover staat een groei van 0,9 procent voor een alleenstaande met het minimumloon, gezinnen op het sociaal minimum krijgen er 1 procent bij, en gezinnen met tweeverdieners die samen anderhalf keer modaal verdienen blijven op nul procent staan.
    Wie even berekent waar dat in werkelijkheid op uitkomt, ziet al snel dat 5 procent van zestigduizend euro drieduizend euro per jaar oplevert, terwijl de tweeverdieners met kinderen er in het geheel niet op vooruit gaan, en degenen die het minimumloon verdienen mogen rekenen op zo'n 150 tot 200 euro. ...


Red.:   Waaruit de conclusie valt te trekken dat het niet een enkele hoogleraar is, maar een groot deel van de beroepsgroep die de meest fundamentele waarheid omtrent de economie niet kent: aan de kassa wordt betaald in centen in plaats van procenten.
    Dat dit vermoedelijk geen vergissing is, blijkt uit het volgende, weer wat later gevonden bericht. Nu gaat het niet over inkomens en dergelijke, maar over belastingen, de andere kant van de medaille:
 

Uit: De Volkskrant, 27-10-2007, van verslaggever Olav Velthuis

Belastingdruk verder opgelopen door sterke winstgroei van bedrijven en hogere btw

Belasting drukt zwaarder in rijke landen

Nederland is geen kampioen belastingheffing | Nieuwe cijfers relativeren gevaar van race to the bottom


Uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling prikken (OESO) blijkt dat de belastingdruk in de rijke landen vorig jaar op een recordniveau uitkwam. De cijfers prikken een aantal mythen over belastingheffing door. ...

Mythe 2: Rijke landen schuiven op naar een Angelsaksisch model met een magere verzorgingsstaat.
De gemiddelde belastingdruk (de totale belastingopbrengst gedeeld door het nationaal inkomen) is in de meeste OESO-landen – zelfs in de Verenigde Staten – gestegen, gemiddeld van 29,5 procent in 1975 naar 36,2 procent in 2005.
    Volgens Christopher Heady van de OESO zijn de belastingtarieven in de loop der tijd gedaald, maar zijn tegelijkertijd veel aftrekposten voor werknemers en bedrijven afgeschaft. Daardoor nam de opbrengst toe. In landen waar de opbrengst van de inkomstenbelasting terugliep, werd dat bovendien vaak gecompenseerd door een stijging van de opbrengst uit de sociale premies. Roland Brandsma, hoogleraar fiscaal recht en partner bij de belastingadviseur PricewaterhouseCoopers, heeft nog een andere verklaring: ‘Door een stijging van de inkomens zijn steeds meer mensen in hogere belastingschijven terecht gekomen.’ ...


Red.:   Waar normaal onder belastingdruk de hoogte van de percentages van belasting op inkomen en dergelijk wordt verstaan, neemt men hier de totale belastingopbrengst, dat wil zeggen: het bedrag in euro's of dollars"het bedrag in geld. Dat dit daarna nog gedeeld wordt door het totale nationale inkomen is onvermijdelijk, want anders zijn landen van verschillende grootte niet te vergelijken. Maar wat hier de belastingdruk wordt genoemd, de percentages, is in feite dus de belastingopbrengst, het totaal in geld.
    En de reden blijkt al uit de kreten in de koppen: dat levert gunstigere uitkomsten op voor de hogere inkomens, voor de top van de maatschappij, voor het neoliberale en kapitalistische wereldbeeld.
    Tot het tegendeel bewezen is, kunnen economen dus absoluut niet vertrouwd worden met wat voor maatschappelijke beslissing dan ook, of met hun adviezen over die beslissingen. Onder staat nog een enkel voorbeelden van procenten- en aanverwante verwarringen, daarna volgen andere dwaasheden:


Uit: De Volkskrant, 03-10-2005, van correspondent Peter de Waard

Loon Indiase werknemers gaat volgend jaar het hardst omhoog

Werknemers in India gaan er volgend jaar in de wereld het meest op vooruit. De gemiddelde salarissen zullen in dit land met 11,3 procent stijgen. Bij een verwachte inflatie van 4 procent is dat een reële loonstijging van 7,3 procent.


Dit blijkt uit een onderzoek van Mercer Human Resources Consulting in alle landen van de wereld. Wereldwijd zullen de salarissen in 2006 iets sterker stijgen dan in 2005. De gemiddelde salarisstijging zal uitkomen op 2,4 procent tegen 1,9 procent dit jaar. Maar er zijn wel grote regionale verschillen.
    De stijging in de Europese Unie blijft beperkt tot 2 procent met vooral uitschieters in Oost-Europa en de Baltische landen. 'Hoewel de nieuwe EU-lidstaten in Oost-Europa een hoge looninflatie kennen, zijn hun arbeidskosten nog altijd uitermate concurrerend', aldus consultant Greg Cornish van Mercer. ...
 

Red.:   Dit artikel vermeldt alleen percentages, en leidt dus aan het "30% groter dan wat?"-syndroom uitleg of detail . De werkelijke loonstijging bij een percentage van 10 procent kan veel groter zijn dan bij dat van 20 procent, als de eerstgenoemde bijvoorbeeld 1000 euro verdient, en de tweede 100 euro. Dit artikel bevat dus zinloze gegevens.
    Dit is slechts een schier oneindig vele voorbeelden van het fout gebruik van procenten. Een ander bekend voorbeeld is dat van loonstijgingen die altijd in procenten worden uitgedrukt, terwijl iedereen in de winkel met euro's moet betalen.
    Een aanverwante van de centen-procenten verwarring is de geld-eenheid verwarring. Net als procenten niet vergeleken kunnen worden binnen een economie, kan een specifieke geldeenheid, hier de dollar, niet vergeleken worden tussen economieën. Want de dollar is in de ene economie iets heel anders waard dan in de andere, waarbij waarde staat voor de vertaling in goederen en arbeid. Bijvoorbeeld: als 100 lira overeenkomt met 1 dollar, zegt dat niets als je niet ook vertaalt wat je voor 100 lira kunt kopen. Kan je van 100 lira alle levensonderhoud voor een maand kopen, dan is monetair gezien 100 lira gelijk aan 1 dollar, maar koopkracht-technisch is het gelijk aan zeg 1000 dollar. Natuurlijk is dit een extreem geformuleerd voorbeeld, maar in de praktijk van het wereldeconomisch denken wordt hij dagelijks begaan:


Uit: De Volkskrant, 15-09-2005, van verslaggever Olav Velthuis

Armoedegrens is hard aan herziening toe

Als manicure goedkoper wordt, is de strijd tegen armoede een stap verder. Volgens de Wereldbank althans. Critici protesteren. De grens van een dollar per dag moet overboord.


‘Betekenisloos’ en ‘onbetrouwbaar’, zeggen de critici over de manier waarop armoede wordt gemeten. De veel gehanteerde grens van rondkomen met een dollar per dag is nodig aan herziening toe.
    Volgens de Wereldbank is tussen 1981 en 2001 het aantal mensen dat van een dollar per dag rondkomt gehalveerd, van 40 naar 21 procent van de wereldbevolking. Dat is aanleiding voor borstklopperij op de Millenniumtop van de Verenigde Naties, waar wereldleiders sinds woensdag onder andere spreken over de strijd tegen armoede.
    Volgens steeds meer ontwikkelingsdenkers moeten de wereldleiders de mooie cijfers zo snel mogelijk vergeten, want de strijd tegen armoede staat er helemaal niet zo goed voor als de Wereldbank wil doen geloven.
    Dat over armoedecijfers te twisten valt, is geen nieuws voor de Wereldbank. Tot 2002 dachten de bankeconomen dat het aantal allerarmsten in de laatste twee decennia met tweehonderd miljoen was afgenomen. Maar door op een andere manier te tellen, kwam de Wereldbank van de ene op de andere dag op het dubbele aantal uit: het betrof toen een vermindering met vierhonderd miljoen.
    Sanjay Reddy en Thomas Pogge van Columbia University in New York schreven twee jaar geleden een artikel met de titel Hoe je de armen niet moet tellen. Volgens de auteurs is de grens van een dollar per dag (preciezer: de Wereldbank rekent sinds 2000 met een grens van 1,08 dollar per dag) arbitrair: de Wereldbank vraagt zich niet af wat de basale levensbehoeften zijn van mensen, en wat ervoor nodig is om daarin te voorzien.
    Ook bij de berekeningen gaat volgens de sceptici veel mis. Zo moeten de armoedecijferaars de kosten van levensonderhoud over de hele wereld eerst met elkaar vergelijkbaar zien te maken. Voor een dollar koop je in de Verenigde Staten heel wat minder dan in India. De Wereldbank doet dat door te corrigeren voor het prijsniveau van een groot aantal goederen en diensten. Maar volgens Reddy en Pogge kijken ze daarbij naar de kosten van een consumptiepatroon waarvan armen alleen maar kunnen dromen. Manicure, bijvoorbeeld, is daarbij inbegrepen. Daalt de prijs daarvan in India, dan komt de koopkracht van Indiërs hoger uit, en zijn er opeens minder armen. Terwijl de overlevingsstrijd van een arme Indiër, die tot in lengte der dagen niet bij de manicure in aanmerking zal komen, er niet lichter op geworden is.  ...
    De Brit George Monbiot heeft een minder onschuldige verklaring voor de rekenmethode van de Wereldbank: volgens hem is die vooral bedoeld om te laten zien dat het huidige, neoliberale model van globalisering uitstekend werkt. De wereldleiders op de Millenniumtop zouden schrikken als de methode van Pogge en Reddy wordt opgepakt: op grond van hun eerste berekeningen is de wereldarmoede 30 tot 40 procent hoger dan volgens de Wereldbankcijfers.


Red.:   In dit artikel is ook al het commentaar op de economische opvattingen van de Wereldbank verwerkt.
    Nu over op een andere reeks voorbeelden: de toepassing van theoretische modellen en berekeningen:


Uit: De Volkskrant, 12-08-2005 door Xander van Uffelen

Export en nieuwbouw groeimotors economie

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal met 1,3 procent gegroeid. Die onverwachte opleving is te danken aan de export en aan de bouw van nieuwe woningen.

...
Tussenstuk:
Voorspellers van krimp economie tastten mis

Twee Rotterdamse economen voorspelden half juli dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal met 1,5 procent zou krimpen. Na zijn eerste telling constateert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de economie juist met 1,3 procent groeit. 'Het getal klopte ongeveer, alleen het minteken staat verkeerd', zegt onderzoeker Michiel Vergeer van het CBS.
    'Ik denk dat dit rekenmodel nog maar eens tegen het licht moet worden gehouden.' Een van de Rotterdamse voorspellers, Philip Hans Franses, is 'buitengewoon verrast' over de sterke groei. 'Ons model is vrij eenvoudig. Het CBS kijkt naar veel meer indicatoren. Wij willen echter vrij snel na het einde van een kwartaal een eerste indicatie geven. Onze eerste twee voorspellingen klopten aardig. Deze keer tastten we mis.' De econoom wijst erop dat de sombere analyse over het tweede kwartaal door veel deskundigen werd gedeeld. 'Zelfs Herman Wijffels van de SER beaamde dat het beroerd ging.' De twee Rotterdamse economen krijgen binnenkort een nieuwe kans: half oktober voorspellen zij de groei over het derde kwartaal.


Red.:   Meteen nog maar wat voorbeelden van een van de redenen dat economen zulke fouten maken: Ze werken te veel met theorie, die ze bovendien ook nog fout gebruiken:


Uit: De Volkskrant, 04-12-2004, door Martijn van Calmthout

Het is zoals het is

Een logicus schreef een proefschrift over de denkfouten in veel speltheoretische verklaringen, met name in de economie.


Jazeker, ook Boudewijn de Bruin, promovendus aan de universiteit van Amsterdam, heeft A Beautiful Mind gezien, de film met Russell Crowe uit 2001 over de wiskundige John Nash.
Aardig verhaal, zegt hij nog steeds. Maar eigenlijk vooral vanwege het drama van een geniale man die schizofreen wordt en desondanks een Nobelprijs wint, voor economie in 1994. 'Om de speltheorie in de film en de uitleg van het beroemde Nash-evenwicht moesten de meeste mensen hier een beetje lachen', zegt De Bruin. En dat is ook zo'n beetje de boodschap van De Bruins proefschrift, dat hij komende dinsdag in Amsterdam verdedigt. Daarin is hij op logisch-filosofische gronden uiterst kritisch over de manier waarop in de economische theorie wordt omgesprongen met speltheorie.
    Ze gebruiken, zegt hij, basisbegrippen uit de handelingstheorie zo slordig dat de resultaten nooit echt waterdicht kunnen zijn. 'Vooral waar het echt op verklaren aankomt, is het vaak ronduit tautologisch: het is zo omdat het zo is, er ontstaat een situatie, omdat dat dat de natuurlijke gang van zaken is. Dat zijn natuurlijk pseudoverklaringen.' ...
    Een van de problemen, vindt De Bruin, is dat speltheoretici doorgaans extreem wiskundig werken. 'Hun publicaties zijn van het type stellingbewijsstellingbewijs. Om de meetbaarheid van de grootheden waarmee ze werken, bekommeren ze zich minder.'
    Voor het verklaren van historische of sociale gebeurtenissen schiet dat doorgaans te kort, aldus De Bruin. 'Laat staan dat je het als beleidsinstrument gaat gebruiken.'
 

Uit: De Volkskrant, 22-01-2005, rubriek Twijfel van Hans van Maanen

Lusvormige lussen in de (bedrijfs)ecoconomie

Er is werkelijk geen touw vast te knopen aan het proefschrift van Tim Verdoes. Hij promoveerde afgelopen woensdag aan de Leidse universiteit. 'In deze studie', zo steekt hij van wal, 'wordt gezocht naar de fundamenten van de (bedrijfs)economie. Hierbij wordt de achterliggende wereld van schaarste en rationaliteit - of de noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor economisch handelen - in beeld gebracht.'
    Dan wordt het snel dieper: 'Daarnaast wordt ingegaan op de oorsprong en vormgeving van economische problemen. Dit metatheoretische thema wordt weergegeven door middel van de data en de metaforen. Schaarste is veel fundamenteler van aard - de metaschaarste - die wordt weerspiegeld in de data; de metaforen vormen de elementen om problemen vorm te geven. Een belangrijk symptoom waarin problemen zich voordoen, is het lusvormige karakter ervan; dit is verbonden met wisselende niveaus waartussen theorieën, concepten en begrippen worden geslingerd. Economen maken afbeeldingen van de werkelijkheid; dit zijn metaforische composities. Door het lusvormige karakter van de economische wetenschap zijn deze onderling verweven en terug te voeren op het metathema.'
    We zien direct al: economische problemen (of de symptomen, dat is uit de onpeilbare zin niet op te maken) zijn lusvormig, maar de economische wetenschap zelf is ook lusvormig. Als dat maar goed gaat. ...
    Verdoes doet, als ik het goed samenvat, een poging om diverse economische theorieën en tegenstrijdigheden te schetsen en te vergelijken. Daar is niets mis mee, maar wat Gödel en Hofstadter ermee te maken hebben, laat staan de snaartheorie, is een raadsel.
    Gödel bewees in 1931 dat in elk niet al te simpel axiomatisch systeem, zoals de meetkunde van Euclides, altijd stellingen zijn te vinden die niet bewezen kunnen worden, en dat er altijd nare paradoxen dreigen.
    Ook de economie zit vol nare paradoxen en onbewezen ideeën, maar is ze een axiomatisch systeem? Dat is toch het eerste wat moet worden aangetoond voor we Gödel kunnen aanroepen.
    Daartoe doet Verdoes geen enkele poging. Hij haspelt slechts 'dat het eigenaardige, bijzondere en daardoor algemene van de economie de basis voor de rechtvaardiging is waarom de inzichten van Hofstadter de economische wetenschap 'op het lijf geschreven zijn'.' Maar wat nu precies die inzichten van Hofstadter zijn, ben ik na vijfhonderd bladzijden niet te weten gekomen.
    Nu ja. De promotiecommissie, onder leiding van prof. dr. J. G. Kuijl, was in ieder geval dik tevreden. 'Het proefschrift zet op een originele en onorthodoxe wijze naast een weergave van overeenkomsten en verschillen ook beperkingen van economische theorieën uiteen. Promovendus opereert op en tussen diverse abstractieniveaus.'
    Tussen abstractieniveaus? 'Promovendus geeft ook geen antwoorden op praktische vragen, maar brengt juist het wetenschappelijke fundament in kaart: de metaforische opbouw van de (bedrijfs)economie.'
    Ik hád ook geen praktische vragen. Ik begrijp alleen niet wat promovendus met een lus bedoelt.


Red.:   Wat er gaat gebeuren als dit soort mensen zich met maatschappelijke kwesties gaat bezighouden is voorspelbaar: er komt ernstige onzin uit. Hier hebben we gekozen voor voorbeelden vanuit het belangrijkste orgaan wat betreft de toepassing van economische theorie: het Centraal Planbureau:


Uit: De Volkskrant, 11-09-2004, door Michael Persson
 
U kunt zo'n subsidie ook gewoon weigeren

Universiteiten moeten geregeld geld meebrengen om onderzoek gesubsidieerd te krijgen. Niet erg, vindt het Centraal Planbureau in opdracht van de minister.


Joop Sistermans probeert zich netjes uit te drukken. 'De manier waarop dit rapport tot stand is gekomen, zit zeer dicht tegen het beledigende aan', zegt de voorzitter van de eerbiedwaardige Adviesraad voor Wetenschaps-en Technologiebeleid (AWT), die de regering bijstaat in wetenschapskwesties. 'Ik heb me afgevraagd of ik er boos om moet worden. Toen heb ik maar besloten dat het om de inhoud moet gaan.'
    Het rapport in kwestie is het in augustus verschenen document No. 62 van het Centraal Planbureau. Een contraexpertise, aangevraagd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Contra een in april gepubliceerd advies van Sistermans' AWT.
    Het gaat over matching, het mechanisme waarop veel universitaire subsidies en samenwerkingsprojecten met derden zijn gebaseerd. Voor elke euro steun van onderzoeksfinanciers, zoals NWO en het bedrijfsleven (de zogeheten tweede en derde geldstroom) moet de universiteit volgens dat mechanisme zelf ook een euro bijleggen.
    Een steekproef van accountancybureau Ernst & Young, onder auspiciën van de AWT, wees in april uit dat de subsidies op die manier ongeveer de helft van het 'vrij' te besteden academische onderzoeksbudget wegzuigen. Dat betekent dat universiteiten minder geld overhouden voor niet-gesubsidieerd onderzoek.
    Het CPB onderschrijft die diagnose. Maar onderschrijft níet de daarop gestoelde conclusie van de AWT, namelijk dat 'matching de Nederlandse kennisinfrastructuur ondergraaft'.
    Want, constateert het CPB: universiteiten zijn vrij om subsidies en contractonderzoek te weigeren. Zonder subsidies zijn er ook geen matchingverplichtingen, en zonder matchingverplichtingen kunnen de universiteiten hun eigen geld, de eerste geldstroom, naar eigen goeddunken besteden.
    'Zo simpel is het natuurlijk niet', vindt mr. Ed d'Hondt, voorzitter van de vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU. 'Het CPB is in deze materie kennelijk niet zo goed thuis.'
    Volgens universiteitsbestuurders kunnen onderzoekers helemaal geen subsidies weigeren. De tweede en derde geldstroom vormen namelijk rond de veertig procent van het totale academische onderzoeksbudget. 'We zijn op dat geld aangewezen, omdat de eerste geldstroom - het geld dat rechtstreeks van de overheid komt - de afgelopen jaren is afgenomen', zegt bestuursvoorzitter dr. Wim Noomen van de Vrije Universiteit Amsterdam. Maandag waarschuwde hij bij de opening van het academisch jaar al voor de groeiende hang naar nuttig onderzoek. Hij noemt het CPB 'naïef'.
    Dinand Webbink van het CPB, één van de auteurs van het gewraakte rapport, houdt echter voet bij stuk. 'Ik vind de argumenten van de universiteiten nog steeds niet overtuigend. Ze zeggen dat ze door het binnenhalen van subsidies ten onder gaan aan hun eigen succes. Maar niemand kiest toch voor zijn eigen ondergang. De AWT onderbouwt dit in elk geval niet met voorbeelden waaruit blijkt dat het gebeurt.'
 ...  In de plannen van het ministerie van OCW en van het innovatieplatform gaat de mate waarin universiteiten zichzelf bedruipen met extern geld, zelfs mede bepalen hoeveel geld ze van het ministerie krijgen. Subsidies en contractonderzoek vormen in die filosofie het bewijs van kwaliteit, en kwaliteit moet worden beloond. Universiteiten die dan nee zeggen tegen externe financiering, krijgen ook minder geld van de overheid.
    Daar heeft het CPB geen rekening mee gehouden. 'Dat zijn zaken die pas op den duur gaan spelen', zegt Webbink. 'Wij hebben alleen gekeken naar de onderbouwing van het AWT-rapport. En die vonden we niet overtuigend. We hebben geen analyse gemaakt van hoe het anders zou moeten.'
    Dat is precies wat de universiteiten steekt. 'In het CPB-rapport overheerst de theorie', zegt D'Hondt. 'Het is meer gedachtenspinsel dan werkelijkheid.' ...


Red.:   Het maken van gedachtenspinsels is kennelijk een specialiteit van Webbink:


Uit: De Volkskrant, 23-11-2004, van verslaggever Michael Persson (volledig artikel hier )

Economen kraken innovatiebeleid

Economen van naam bogen zich over de vraag wat vernieuwing is. Ze trokken tegendraadse conclusies. Een tekort aan bèta's? Waarom verdienen ze dan niet meer?


...   Zo betogen Bas Jacobs (Universiteit van Amsterdam) en Dinand Webbink (CPB) dat er in Nederland, in tegenstelling tot wat doorgaans wordt gedacht, helemaal geen tekort aan bètawetenschappers en ingenieurs is. Het zijn er weliswaar weinig, zeker vergeleken met andere landen, maar het is zeker geen tekort.
    Hun redenering is niet nieuw. Kwestie van vraag en aanbod. Als er daadwerkelijk een tekort zou zijn, dan zou het prijsmechanisme in werking treden en zouden de salarissen van bèta's hoger zijn dan dat van niet-bèta's. Terwijl, zeggen de economen, het al twintig jaar andersom is. Bèta-opgeleiden verdienen 5 tot 10 procent minder dan anderen.
    Jacobs en Webbink verwachten zelfs dat de arbeidsmarktpositie van bèta's steeds verder zal afkalven, omdat ze zullen worden vervangen door nog goedkopere buitenlanders. 'Het beeld dat hieruit naar voren komt, wijkt af van de diagnose die ten grondslag ligt aan het huidige kabinetsbeleid.' Het kabinet wil juist miljoenen uitgeven om scholieren te stimuleren een exacte studie te kiezen.
    De auteurs van de pre-adviezen baseren zich voornamelijk op theoretische modellen. Daarmee gaan ze voorbij aan de realiteit, zegt een woordvoerder van het Innovatieplatform, dat zich juist zorgen maakt om een bètatekort. ...


Red.:   De eerste, verborgen, aanname die onze CPB-economen doen is dat betaling geschiedt naar arbeidsmarkt. Dat is patentonzin. Voor alle gewone productiebanen, dat wil zeggen: alles tot aan het niveau van management, is niet de arbeidsmarkt bepalend, maar de winstmarge op de arbeid. Ook al is er nog zo'n groot te kort aan timmermannen, ze worden niet meer betaald dan ze aan productie opleveren, minus de marge die nodig is om overhead als bazen, financiers en dergelijke te betalen.
    Dit proces geldt niet voor de managementlagen (en hoger) zelf, want die hebben geen productie, dus dat kan niet in de overwegingen worden betrokken. Bij gebrek aan een objectief criterium, worden die betaald naar het gebruikelijke alternatief: vriendjespolitiek: wie het dichtst staat bij degene die beslist, krijgt het meest betaald. Hoe hoger de manager, hoe hoger het salaris. Het is volkomen duidelijk dat dit niets met objectieve, productieve, resultaten te maken heeft.
    Dit verschil in methodiek in vaststelling van betaling is mede bepalend voor een essentiële scheiding tussen soorten werknemers, meestal ook een soort glazen plafond.
    Het is volkomen duidelijk dat de rol van de technicus in een bedrijf, ook al bevindt hij zich temidden van de hoger opgeleiden, die is van onder dit sociale plafond, bijvoorbeeld in tegenstelling tot de manager die zijn activiteiten "aanstuurt". Of er nu een tekort is aan technici of niet, het is ondenkbaar dat de technicus meer zou verdienen dan zijn manager, laat staan de mensen die daar weer boven staan. Die manager is meestal een figuur die rechten, economie, bedrijfskunde, of iets dergelijks heeft gestudeerd, of gewoon een iemand met een vlotte babbel is -  een alfa, of in ieder geval geen bèta.
    Daar waar de CPB-economen constateren dat bèta's minder verdienen, en dus er geen tekort is, is dus flagrante onzin. Niet-bèta's worden nu altijd meer betaald, en bèta's worden bovendien ook nog eerder ontslagen, om precies dezelfde reden: ze hebben de lagere functie.
    Ook in dit geval baseren de auteurs, onze CPB-economen, 'zich voornamelijk op theoretische modellen.', de nette terminologie voor gedachtenspinsels, als je het niet test aan de praktijk. In dit geval klopte zelfs de theorie niet.
    De definitieve ontmanteling van dit stuk wordt door één van de auteurs zelf gestart, een paar jaar later, zie hier uitleg of detail .
  Ook het eerste deel van dit artikel is interessant:
 

  ...  Eindelijk 'een verstandig economenadvies' over innovatie. Althans, zo noemt de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde het boekwerk dat zij dit weekend naar haar leden heeft gestuurd en dat in december op het ministerie van Economische Zaken wordt gepresenteerd. 'Een bundel waar niemand die over innovatie wil meepraten omheen kan. Want dat gebeurt te vaak, met verstandig economenadvies.'
    Het zijn auteurs van naam, die zich over de kwestie hebben gebogen. Van de Tilburgse hoogleraar en Spinoza-prijswinnaar Lans Bovenberg tot voormalig staatssecretaris Rick van der Ploeg. ...

Combineer dit met het volgende artikel:


Uit: De Volkskrant, 16-11-2005, van verslaggever Ferry Haan

Achtergrond | 'Eenvoudig werk onmisbaar'

Nederland heeft oude industrie niet echt nodig

Nederland kan zonder de rokende schoorstenen van de oude industrie. De dienstensector kan zich richten op de im- en export. Maar waar moeten de laaggeschoolden dan werken?

De Nederlandse economie trekt aan, maar de industrie blijft achter, zo meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Deze situatie doet zich al decennialang voor. Voor de Nederlandse economie maakt de teloorgang van de 'maak'-industrie kennelijk niet uit. 'Nederland kan zonder industrie', beaamt de Utrechtse hoogleraar en industrie-expert Hans Schenk. ...


Red.:   Gebruik vervolgens je gezonde verstand:


De Volkskrant, 04-01-2006, ingezonden brief van A. Straathof  (Purmerend)

Gas

De situatie in de Oekraïne is een voorbeeld van wat er kan gebeuren als een conflict ontstaat met de leverancier van goederen (Voorpagina, 3 januari).
    Als wij de suikerfabrieken gaan sluiten, gebeurt dat bij ons ook. We worden te afhankelijk, er ontstaat een conflict en dan kan men zo de leverantie stop zetten.
    Dus laten wij zelf ook nog wat produceren.


Red.:   En trek dan maar de conclusie dat hoogleraren Bovenberg en Schenk dus voorstellen om Rusland als betaling voor het gas maar hypotheken te leveren. En trek daarna wat haren uit je hoofd van verbijstering.
    Nog wat werk van Bovenberg hier uitleg of detail .
    En tot slot, en voor de volledigheid alhier, een herhaling van de belangrijkste reden voor dit soort fouten: het eigenbelang:


Uit: De Volkskrant, 13-07-2005, door Ferry Haan
 
Economen verzwegen hun commerciële belangen

Tussentitel: 'Ik wil weten welke pet men draagt als ik wat lees'

Enkele toonaangevende Nederlandse economen hebben hun commerciële belangen verzwegen in een recente publicatie van ESB, het vakblad voor economen.
    De economen Eric van Damme, Maarten Janssen, Hugo Keuzenkamp en Arnout Boot schreven artikelen in een aparte uitgave van ESB ter ere van tien jaar mededingingsbeleid in Nederland.
    Alleen Hugo Keuzenkamp meldt hierbij dat hij directeur is van zorgverzekeraar Delta Lloyd. De andere economen melden niets over hun contacten met energiebedrijf Essent (Van Damme), telecomreus KPN (Janssen) en de financiële sector (Boot).
    Marcel Canoy, economisch adviseur van de Europese Commissie, zegt zich zorgen te maken over deze vercommercialisering van de marktwerkingsdiscussie.
    Eric van Damme, hoogleraar in Tilburg, ziet zichzelf niet als bijklussende hoogleraar. Hij erkent wel dat zijn instituut Tilec in Tilburg een contract heeft met Essent. Essent zou geen invloed hebben op het onderzoek. ...


Red.:   Een paar jaar later ...:


Uit: De Volkskrant, 26-09-2008, van verslaggever Michiel Haighton

Miljarden steun voor automakers VS

Huis van Afgevaardigden akkoord met miljardenkrediet | Autofabrikanten financieel aan de grond | Investeren in zuinige auto's


De remmen bij de Amerikaanse overheid lijken los als het aankomt op het ondersteunen van noodlijdende sectoren. Na de financiële instellingen wordt nu ook de geldkraan opengedraaid voor de gemankeerde Amerikaanse auto-industrie, zo werd donderdag bekend. ...
    Marcel Canoy, hoofdeconoom bij het economische onderzoeksbureau Ecorys en gespecialiseerd in marktwerking, ...


Red.:   ... en Marcel Canoy verdient nu zelf aan de marktwerking.
    De kredietcrisis van 2008 laat natuurlijk zien dat het economische onbenul van economen bijna universeel is - de enkelingen die de juiste voorspellingen hebben gedaan en waarschuwingen hebben afgegeven werden universeel niet geloofd en werden belachelijk gemaakt. Het leidde zelfs tot enige bekentenissen:


Uit: De Volkskrant, 15-11-2008, door Martijn van Calmthout

Kenniscafé | Hoofdeconoom ABN-Amro Han de Jong

'Je theewater is cruciaal'


Hij gaat natuurlijk geen namen noemen, maar de casus staat chief economist Han de Jong van ABN-Amro nog helder voor de geest. Toen dit voorjaar de wat toen nog huizencrisis in de VS heette, losbarstte, waren er hooggeleerde economen van vooraanstaande universiteiten, die zeker wisten dat het na maart wel weer goed zou komen. 'Dan moesten immers de banken met hun kwartaalcijfers komen, was de redenering, en dus zullen ze tot een herwaardering van de kredietpapieren moeten komen. Dan is alles weer op een reële waarde en is de rust dus terug.'
    Een dik half jaar pure crisis in de financiële sector verder illustreert de soms wel erg ivoren toren waarin de academische economen zich hebben verschanst. Want ga maar na: op zich was die redenering over de herwaardering logisch, alleen klapte de huizenmarkt daarna verder in en waren de nieuwe waarden net zo waardeloos als de oude. 'Over dat soort dingen vecht ik weleens een robbertje met de collega's.'    ...

Meneer De Jong, wat is dat eigenlijk: een hoofdeconoom?
'Dat is de baas van een team economen die de bank van economische analyses voorzien; wat doet de rente, de inflatie, de werkloosheid.'

Een soort privaat Centraal Planbureau dus?
'Nou, ik denk dat ze ons daar maar een onwetenschappelijk stelletje vinden. En terecht. Het is vaak wat meer quick 'n dirty.'

Bent u een van de economen die de huidige crisis allang zagen aankomen?
'Ja en nee. Niet in de heftigheid. Maar we hebben wel gewaarschuwd voor de excessieve kredietgroei, zoals in de VS. Het probleem is dat je waarschuwt terwijl het geweldig goed gaat. Maar het kon niet voortduren.'   ...

Wat voor methoden heb u ter beschikking bij dergelijke analyses?
'Economische modellen, gegevens uit de markt. Maar ook een aanzienlijk deel intuïtie, ervaring en signalen van klanten. Je theewater is cruciaal, juist omdat de wereld zo complex is.'

Intuïtie is de bottom line?
'Zo gek is dat nou ook weer niet. De wereld is grillig en onvoorspelbaar. Ik vroeg een kwarteeuw geleden een meisje ten huwelijk zonder goed te weten wat de gevolgen zouden zijn. Zij is nog steeds mijn vrouw.'

Mooi. Maar de economie?
'Wel een wetenschap, maar geen exacte. Academische economen neigen wat mij betreft te vaak naar een soort hogere wiskunde. Heel knap, maar in de praktijk niet erg interessant.'

Zijn de overwegingen van minister Bos om met miljarden in te grijpen ook zo intuïtief, denkt u?
'Nee, dat valt nou wel weer mee, schat ik. Zoiets is haast bedrijfseconomie: wat kost het en wat zijn de geschatte opbrengsten? Dat kun je binnen redelijke marges wel rondrekenen.'


Red.:   Kortom: waar het eigenlijk omdraait: voorzien wat er gaat gebeuren, is de waarde van de econoom dezelfde als die van een waarzegger- alle verzachtingen ervan door De Jong zijn natuurlijk uitsluitend en alleen preken voor eigen parochie: hij had de crisis niet voorzien, want anders had hij het gezegd; hij heeft geen methodiek, behalve intuïtie = natte-vingerwerk; er is geen enkele vorm van voorspelling mogelijk; en dus nee: economie is dus geen wetenschap. En wat Wouter Bos heeft gedaan met de aankoop van de banken is gewoon huishoudboekjeswerk.
    Nog een bron:


Uit: Dagblad De Pers, 20-01-2009, door Jan-Hein Strop

Kredietcrisis

Macro-economen weten het nu ook niet meer

Macro-economen maken er een potje van. Ze zijn het massaal oneens en hun voorspellingen worden voortdurend bijgesteld.

Eerst zou de economie stagneren, toen licht krimpen en nu kijkt Nederland aan tegen een zware recessie. De Europese Commissie voorspelde voor dit gewest gisteren een krimp van min twee procent, het zwartste scenario tot nu toe. Een contrast met twee maanden geleden toen Brussel bescheiden groei voorspelde, en wat een verschil met de visie van topeconomen alhier.
    Het voor de regering leidende Centraal Plan Bureau (CPB) becijferde in december nog een krimp van ‘slechts’ -3/4 procent, begeleid door een waarschuwing van directeur Coen Teulings, die benadrukte dat de ramingen dit keer met ‘veel onzekerheid’ zijn omgeven. De Nederlandsche Bank liet vlak na de bekendmaking van het CPB weten dat de raming ‘te voorzichtig’ was.
    Daar hebben ondernemers en minister van financiën Wouter Bos weinig aan. Zonder accurate ramingen is het lastig begrotingen en investeringsplannen maken. Maar de voorspellende macro-economen, of ze nu uit Brussel, Amsterdam of Washington komen – bij het Internationaal Monetair Fonds is ook bijstelling na bijstelling gedaan – zijn in deze crisis het spoor bijster. Om over de vooruitziende kwaliteiten van commerciële banken maar te zwijgen. Goeie kans daarom dat de verwachting van licht herstel in 2010 binnenkort ook naar de prullenbak wordt verwezen.   ...


Red.:   In populairdere taal: ze klojen maar wat raak.
    Nu naar het hoogste niveau qua economen:


Uit: De Volkskrant, 18-09-2009, boekenrecensie door Pieter Klok

Non-fictie | De (ir)rationaliteit van de vrije markt

Onbetaalbare huizen, dierlijke instincten

Alan Greenspan van het Amerikaanse stelsel van Centrale Banken, het Nederlandse Centraal Planbureau en vele andere ingewijden en experts – allemaal hadden ze in een stevig geloof in de rationaliteit, efficiëntie en veiligheid van de vrije markt. Een arsenaal aan typische menselijke neigingen zagen ze voor het gemak over het hoofd.

Edmund L. Andrews was al lang journalist bij de The New York Times, ...
    Waarom heb ik dit gedaan, vraagt Andrews zich in Busted af. ...
    De scherp geschreven analyse van de gekte op de Amerikaanse huizenmarkt en de beschrijvingen van Alan Greenspan, die man die tussen 1987 en 2005 aan het hoofd stond van de Fed, het Amerikaanse stelsel van Centrale Banken, maken echter veel goed. Andrews laat prachtig zien hoe Greenspan zichzelf keer op keer overtuigde dat het het beste was om vooral niets te doen en de vrije markt alle ruimte te geven. De hoge schuldenlast van de Amerikanen, was volgens hem juist een teken van welvaart. Inderdaad, zei dan Ben Bernanke (die de laatste jaren zijn trouwe kompaan was en Greenspan begin 2006 opvolgde): niet wij hebben een probleem, maar de Chinezen, die niet weten wat ze met hun geld moeten beginnen en het ons dus maar al te graag lenen.
    Greenspan had een heilig geloof in de rationaliteit van de vrije markt. Hij geloofde dat bankiers en huizenkopers voortdurend rationele afwegingen maakten tussen rendement en risico. ‘De meesten van ons, en ik in het bijzonder, zijn geschokt en we kunnen het nog steeds niet geloven’, zei hij eind 2008 over het gedrag van de banken.
    George Akerlof en Robert Shiller laten in Animal Spirits zien waar het wereldbeeld van Greenspan tekort schiet. ‘Het publiek, de overheid en de meeste economen waren gerustgesteld door een economische theorie die zei dat we veilig waren. Het was allemaal in orde. Maar die theorie deugde niet’, schrijven ze in de inleiding. ‘Ze negeerde rol van animal spirits.’
    Shiller was een van de weinige die zowel de internetcrisis voorspelde als de crisis op de Amerikaanse huizenmarkt. Akerlof, die in 2001 de Nobelprijs won, hekelt al jaren de gangbare theorieën over de ‘efficiënte vrije markt', die volgens veel economen het best in staat zou zijn om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en de economie stabiel te houden.
    John Maynard Keynes was de eerste econoom die de animal spirits heeft beschreven. Mensen worden niet gedreven door rationele motieven, schreef hij in de jaren dertig. Hun daden komen niet voort uit kosten-en-baten-analyses. Ze zijn eerder het resultaat van een ‘spontane drang om actie te ondernemen’. En hoe ‘deze spontane drang’ ontstaat is niet te verklaren uit de klassieke economische theorie.
    In de loop der jaren zijn deze inzichten langzaamaan op de achtergrond geraakt. Dat kwam omdat de economen na de oorlog een sterke behoefte hadden om bij de exacte wetenschappen aan te sluiten. Ze wilden een economische theorie die net zo onwrikbaar was als de wet van de zwaartekracht en waren lange tijd doof voor inzichten uit de (massa) psychologie en de sociologie. Met deze crisis lopen de economen op tegen hun grenzen.
    Shiller en Akerlof zetten uiteen op welke punten de wetenschap aanpassing behoeft. Ze wijzen onder meer op de belangrijke rol die verhalen spelen in de economie: ‘verhalen zijn als virussen. Hun verspreiding van mond tot mond is een soort besmetting.’   ...


Red.:    Greenspan en Bernanke zijn dus gewoon ideologen of waarzeggers. Wat ze doen heeft niets met deskundigheid te maken.
    Een grappige:


Uit: De Volkskrant, 18-05-2010, van onze verslaggever Pieter Klok

PvdA'ers: VVD-program op termijn beste

Het verkiezingsprogramma van de VVD is op lange termijn het beste voor het Bruto Binnenlands Product, een belangrijke maat voor de economische groei. Dat volgt uit een rekenprogramma dat PvdA-prominenten Willem Vermeend en Rick van der Ploeg hebben geschreven.   ...
    Het rekenprogramma, dat te vinden is op de website debaasvannederland.nl, is gebaseerd op de voorspellingen van het CPB aangevuld met de economische theorie die Van der Ploeg en Vermeend in 2008 hebben ontwikkeld in hun studie Taxes and the Economy.
    Het model van Vermeend en Van der Ploeg richt zich sterk op de aanbodkant van de economie. Een lagere belasting maakt de productie in Nederland goedkoper waardoor de concurrentiekracht stijgt. Het model heeft minder oog voor de vraagkant: een lagere belasting en lagere uitkeringen leiden er ook toe dat de bestedingen afnemen. ‘Op dat punt had ons model wel wat beter gekund’, zegt Van der Ploeg zelf.   ...


Red.:   Dat is grappig: de heren economen hebben een model dat maar een stukje van de economische werkelijkheid beschrijft en fundamenteel onvolledig is: ze nemen wel het effect van lagere inkomsten van de overheid mee, maar vergeten dat de overheid daardoor minder geld uitgeeft in de economie - want geld van de overheid gaat naar mensen die het besteden in de economie. En op grond van dat halfbakken model doen ze uitspraken en voorspellingen. Wetenschappelijk gezien volstrekt onzinnig.
    Maar misschien is het toch niet zo grappig. Want de heren beseffen het deels zelf ook wel:  ‘Op dat punt had ons model wel wat beter gekund’. Net zoals ze beseft moeten hebben hoe het in de pers zou komen, namelijk met de kop die we hierboven zien - of als in:
 

  ... de vergaande conclusies die De Telegraaf gisterochtend trok onder de kop ‘VVD beste programma’. ...

Hetgeen totaal niet meer gecorrigeerd wordt door praatjes achteraf:
 

  Van der Ploeg haast zich echter om de conclusies te relativeren. ‘Het zijn maar rekensommetjes, je moet ze niet te serieus nemen. Net als de rekensommen van het CPB dienen ze slechts als opmaat voor een gesprek.’

De heren mogen dan wel PvdA-prominenten zijn:
 

  Vermeend was sinds 1984 Kamerlid voor de PvdA en vanaf 1994 eerst staatssecretaris van Financiën en vanaf 2000 tot 2002 minister van Sociale Zaken . Rick van der Ploeg was Kamerlid vanaf 1994 en tussen 1998 en 2002 staatssecretaris van Cultuur.

Maar het zijn natuurlijk klasse-verraders van het zuiverste soort.
    Er zijn problemen met de dekkingsgraad van diverse pensioenfondsen. Lans Bovenberg (Knevel & Van den Brink, 19-08-2010) heeft de oplossing: "We moeten aanvaarden dat onze pensioenen niet meer zeker zijn, en die pensioenen gewoon verminderen". Een bewijs van de volstrekt eenzijdige, myope, geest van de econoom. Want er is nog een tweede kant aan deze zaak, te formuleren als het antwoord aan de "heer" Bovenberg die geld wil ontnemen aan de pensioneerden (namelijk: het geld dat ze verplicht hebben afgedragen tijdens hun werkzame leven voor dat pensioen) met de volgende respons op zijn opmerking: "Degenen die meer dan een halve ton verdienen moeten gewoon aanvaarden dat hun inkomen niet meer zeker is, en hun inkomen moet verminderd worden" (en dat kan heel simpel: via de  bestaande inkomensbelasting). En dat geven we dan aan de gepensioneerden.
    De eerste grote crisis na de kredietcrisis van 2008-2011 is de Griekse en andere zuidelijke landen crisis in Europa. Net als de kredietcrisis veroorzaakt door het geven van frauduleuze leningen aan instellingen ging die niet kredietwaardig zijn. Wat net als de kredietcrisis voordelig was voor de financiële markten en de rijken. En waarvoor net als na de kredietcrisis de gewone burgers moeten opdraaien. En net als voor, tijdens en na de kredietcrisis kiezen de economen kant van de financiële markten en de rijken:


Uit: De Volkskrant, 25-07-2011, van verslaggever Tjerk Gualthérie van Weezel

Interview | Hoogleraar economie Alfred Kleinknecht

Eurolanden moeten naar één begrotingsbeleid

Eindelijk doen de Europese leiders wat de Delftse hoogleraar Kleinknecht al jaren bepleit. Maar de integratie gaat nog niet ver genoeg, zegt hij.

Alfred Kleinknecht (60) was sinds het begin tegenstander van de euro omdat de integratie van de muntunie volgens de Delftse hoogleraar economie niet ver genoeg ging. De muntunie zou een gezamenlijk begrotingsbeleid moeten voeren, zei hij al in 1997. ...


Red.:   Meneer Kleinknecht vergeet een belangrijk ding, waardoor ook de uitkomst heel anders uitvalt dan waar hij voorpleit. Naast een voorwaarde voor gezamenlijke munt in een gezamenlijk begrotingsbeleid, zijn er ook een voorwaardes voor dat gezamenlijke begrotingsbeleid. Een voorwarde voor een gezamenlijk begrotingsbeleid is een gelijksoortige economie. Een maak-economie vraagt een heel ander begrotingsbeleid dan een handelseconomie, of een toeristeneconomie. Of: een solidaire maatschappij met een eerlijke betrouwbare belastinginning vraagt een heel ander begrotingsbeleid dan een zwarte en corrupte gauw-dieveneconomie waar belastingontduiking de norm en nationale sport is.
    Het is volkomen duidelijk dat de zuidelijke landen in alleen al de twee genoemde opzichten dramatisch verschillen van de noordelijke uitleg of detail . Dat er dus nooit sprake zal kunnen zijn van een gemeenschappelijke begrotingsbeleid. Dus dat er ook nooit sprake had moeten zijn van een gezamenlijke munt. En het is net zo duidelijk dat dit door de praktijk bewezen is. En dat deze omstandigheden de komende decennia niet zullen veranderen. En dat die gezamenlijk munt dus onmiddellijk weer opgedoekt moet worden. En dat als je dat niet doet, de Noord-Europese burgers het verlies moeten gaan dragen. En even duidelijk is dat meneer Kleinknecht vindt dat de burgers dat maar moeten doen:

  Hoe moet dat probleem worden op gelost?
'...Er zou ook meer steun voor de losers moeten zijn. Binnen Nederland vinden we het heel normaal dat we in de Randstad geld betalen voor Zeeland en Limburg. West-Duitsland doet dat ook nog steeds voor Oost-Duitsland. Maar binnen de euro is de steun van de winnaars voor de verliezers minimaal.'

En ook duidelijk is dat meneer Kleinknecht hiermee een revolutie tegen de elite riskeert.
    De volgende is niet als econoom aangesteld, maar als economisch journalist, die we gemakshalve maar in dezelfde groep indelen - vaak zijn ze zelfs opgeleid als econooom. En ze zijn ook even grote onbenullen (zouden ze iets in het water doen bij die faculteiten?). Hier is zijn zoveelste stukje vol onzin:


Uit: De Volkskrant, 08-08-2011, hoofdredactioneel commentaar, door Fokke Obbema

Crisis naar hoogtepunt

Verlies van de AAA-status voor de VS en de noodzaak van opkopen van Italiaanse staatsobligaties - de crisis culmineert.

De historische stap van Standard&Poor's om de VS de hoogste kredietstatus te ontnemen, is terecht. Wel is de timing ervan ongelukkig, nu de eurocrisis naar een nieuw hoogtepunt toegaat en de Europese Centrale Bank zich genoodzaakt zag tot een spoedbijeenkomst op zondag. Extra onzekerheid op de financiële markten als gevolg van de stap van de Amerikaanse kredietbeoordelaar komt dan slecht uit.
    De beslissing van S&P is geen verrassing. Als hij niet was genomen, was de kredietbeoordelaar geen knip voor de neus waard geweest. ...


Uit:   Natuurlijk is het precies andersom:  S&P was al geen knip voor zijn neus waard, gezien het feit dat de met hun AAA-beoordelingen voor totaal waardeloze hypotheekpakketten en speculerende baken als de IJslandse in hoge mate verantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis. Obbema, in zijn neoliberale en totaal versteende denkwereld, is het al weer vergeten - feiten niet in overeenstemming met de ideologie kunnen niet opgeslagen worden in zo'n brein.
 

  Gelukkig heeft S&P het aangedurfd onafhankelijk te opereren.

Een nog veel grotere blunder. S&P is een bedrijf en wordt betaald voor zijn adviezen. Een betaald advies, dat wil zeggen: een advies met belangen eraan verbonden, is nooit en te nimmer een onafhankelijk advies. Op grond waarvan iedereen allang had kunnen concluderen dat ze niet deugen uitleg of detail .
    Maar Obbema is totaal over de rooie:
 

  De druk die op deze organisatie en zijn branchegenoten in deze crisis wordt uitgeoefend, valt niet te onderschatten. Zie de schandalige inval van de Italiaanse justitie bij hen, midden vorige week.

Hier lijkt een plaats in een gesticht meer op zijn plaats dan een plaats in de krant.
    Hetgeen kort daarop nog eens bevestigd wordt:


Uit: De Volkskrant, 22-08-2011, van verslaggever Peter de Waard

Oud-vicepresident van kredietbeoordelaar klapt uit de school

'Moody's dwingt analisten hoge waardering te geven'

Kredietbeoordelaar Moody's zou zijn eigen analisten onder druk zetten om aan bepaalde producten en instellingen een hogere kredietwaardering te geven.
    Dit beweert een voormalig medewerker van het Amerikaanse ratingbureau. Moody's en de concurrenten Standard & Poor's en Fitch liggen sinds de kredietcrisis onder vuur. Soms zouden ze te hoge en soms te lage waarderingen geven over de kredietwaardigheid van bedrijven, landen en producten. Daardoor zouden ze medeverantwoordelijk zijn voor de kredietcrisis en de eurocrisis.   ...


Red.:   Wat voor een belangrijk deel het gevolg van het in de inleiding genoemde basale: er bestaat geen betaald onafhankelijk advies. Met als achterliggender nog fundamentelere probleem: er bestaat geen onafhankelijk advies als er eigenbelangen in het spel zijn. En dat geldt per definitie voor een bedrijf dat afhankelijk is van het bestaan van een financiële markt:
 

  William J. Harrington, een voormalig vicepresident en analist van Moody's, is in een brief van tachtig kantjes aan de Amerikaanse toezichthouder SEC uit de school geklapt over de interne gang van zaken bij het kredietbureau.   ...
    Harrington bekritiseert in de brief de belangentegenstellingen binnen het bedrijf. 'Moody's wordt betaald door de instellingen over wier kredietwaardigheid een objectief oordeel moet worden geveld', aldus Harrington, die van 1999 tot vorig jaar voor Moody's werkte op de afdeling derivaten.

En een bedrijf heeft een aantal aanvullende eigenschappen die het geven van onafhankelijk advies aal helemaal onmogelijk maken:
 

  Volgens Harrington zijn medewerkers van hogerhand gelast hogere waarderingen te geven aan sommige kredieten of kredietinstellingen. Systematisch werden naar zijn zeggen twijfels van analisten met de mantel der liefde bedekt, zodat de klanten niet af zouden haken en de winsten in tact bleven.   ...
    Hij spreekt van een cultuur van intimidatie en vernedering binnen Moody's. Analisten worden gedwongen in te stemmen met de eisen van de klant die betaalt en moeten ook volgens het schema van die klant werken. 'Het doel van het management is van analisten plichtsgetrouwe jaknikkers te maken die in de kredietcomités het bedrijfsdoel voorop zetten: het maximaliseren van de winst. Herhaaldelijk heeft Moody's interne waarschuwingen genegeerd dat werknemers die verantwoordelijk waren voor de waardering van hypotheekobligaties waardeloze meningen naar buiten brachten.'    ...
    Harrington beweert dat Moody's de objectiviteit van de comités ondergraaft door mensen met een tegengesteld geluid te kleineren. 'Leden van het comité die hun persoonlijke bezwaren houden over een besluit kunnen tot de orde worden geroepen. Hierdoor zijn de waarderingen van Moody's die naar buiten worden gebracht vaak in strijd met de meningen die er binnen het bedrijf zijn.'    ...
    Harrington beweert dat Moody's in 2009 en 2010 disciplinaire maatregelen tegen hem wilde nemen om te voorkomen dat hij een transactie tussen de zakenbank Merrill Lynch en de verzekeraar AIG in gevaar zou brengen. Tot die tijd had hij tijdens functioneringsgesprekken juist complimenten gekregen voor zijn vakkundigheid op het gebied van ingewikkelde transacties en zijn analytische kwaliteiten.
    Wel werd hem steeds te kennen gegeven dat hij het werk voor bankiers en bedrijven die schuldpapier plaatsen, beter wat gemakkelijker zou kunnen maken.

Met natuurlijk de bekende bijkomende verschijnselen:
 

  Harrington beschuldigt ook met name genoemde topmensen bij Moody's van het plegen van meineed tijdens hoorzittingen over het functioneren van de ratingbureaus.

Zoals die van het glasharde liegen.
    De zo door Obbema geëerde instelling blijkt niets anders dan een ordinaire boevenclub. Een witte-boordenmaffia.
    Collega Peter de Waard beoefent een andere hobby: open deuren intrappen:


Uit: De Volkskrant, 31-08-2010, rubriek De kwestie, door Peter de Waard

Hebben economen eigenlijk nog enig nut?

Economen zijn even ongeschikt om prognoses te doen als Johan Derksen. Helaas schrikken ze er niet voor terug.

'Het enige nut van economische voorspellingen is dat ze astrologie respectabel maken', zei John Kenneth Galbraith, de vermaarde econoom.
    Behalve zakenbankiers, hedgefondsbeheerders, toezichthouders en kredietanalisten liggen ook economen sinds het begin van de crisis in 2007 onder vuur. Ze hebben sinds die tijd - een jaar na Galbraiths dood - zo vaak de plank misgeslagen dat het al geringe vertrouwen in deze beroepsgroep nog verder is ondermijnd. 'Doen economen er überhaupt nog toe?', vroeg de econoom John Kay - hoogleraar aan de London School of Economics - zich vorige week af in een lijvig artikel in de Financial Times. De kritiek op macro-economen is niet dat zij de kredietcrisis van 2007 en de gevolgen van de val van de bank Lehman niet voorzagen, maar dat ze ook geen modellen hebben die laten zien hoe het zover heeft kunnen komen.   ...


Red.:   Dat nauwelijks iets anders kan zijn dan opzet, aangezien het natuurlijk wel degelijk mogelijk is zinnige dingen te zeggen over de economie . Maar die leiden onvermijdelijk naar de conclusie dat economen leugenaars zijn, zie boven, en de financiële wereld oplichters . En dat is niet de uitkomst die ze wensen.
 

  De kritiek op macro-economen is ... dat ze ook geen modellen hebben die laten zien hoe het zover heeft kunnen komen.  De economen moeten dus in de glazen bol kijken. Dat kunnen ze niet. Het kenmerk van economische systemen is dat ze dynamisch en non-lineair zijn. Behalve dat de uitkomsten door de kleinste verandering van parameters totaal anders kunnen uitvallen zijn ze ook afhankelijk van massapsychologie of massahysterie.

Dat laatste geldt ook voor het weer-systeem, maar toch kunnen daar tegenwoordig steeds betere voorspellingen over gedaan worden. Dit is dus weer onzin van Peter de Waard.
 

  Dat schrikt de meeste economen niet af. Ze laten zich overhalen toch in de toekomst te kijken. Economen die op televisie alleen analyses maken, wikken en wegen, laat staan modellen tevoorschijn toveren, worden de volgende keer niet meer in de uitzending gevraagd. En wie niet vaak genoeg in de media is, doet er als econoom niet toe.
    In wezen hebben hun voorspellingen echter alleen maar entertainmentwaarde. Ze gaan er even vaak mee de mist in als Johan Derksen bij het invullen van de voetbaltoto, zij het dat die laatste zich tegenover Wilfred Genee in de week daarop nog wel voor zijn miskleunen moet rechtvaardigen.

Het is maar te hopen dat Peter de Waard voorzichtig bij het open-trappen van deuren, want net als bij voetballen kan je daar een lelijke blessure aan overhouden. Maar gelijk over de onzin van de huidige economen heeft hij natuurlijk wel.
    De kanker is kennelijk verspreid tot in de hoogste kringen:


Uit: De Volkskrant, 11-10-2011, van verslaggever Jonathan Witteman

Amerikanen delen Nobelprijs

Thomas Sargent en Christopher Sims winnen de Nobelprijs voor de economie voor hun methoden die ‘dagelijks gebruikt worden door alle centrale banken in ontwikkelde landen’.

De Nobelprijs voor de economie is maandag in Stockholm toegekend aan de 68-jarige Amerikanen Thomas Sargent en Christopher Sims. Sargent (New York University) en Sims (Princeton) krijgen de prijs 'voor hun empirisch onderzoek naar oorzaak en gevolg in de macro-economie'.
    Het levenswerk van Sargent en Sims bestaat uit het vorsen van de wisselwerking tussen de economie en beleidsinstrumenten als rentetarieven en overheidsuitgaven. Hoe beïnvloeden belastingverlagingen of renteverhogingen de welvaart en inflatie van een land? Wat gebeurt er als een centrale bank haar inflatiedoel oprekt of een regering minder bezuinigt dan gepland?   ...
    Niet alle economen delen de geestdrift voor de laureaten. Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economie aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, promoveerde op een dissertatie over Thomas Sargent. Ook volgde ze college bij Sargent aan Stanford. Sargents werk is als 'een mooie schroevendraaier, die uiteindelijk helemaal niet op de schroef blijkt te passen', zegt Sent. 'Het probleem met Sargent is dat zijn modellen niets met de complexe realiteit te maken hebben. Daarom vind ik het misplaatst en verrassend dat daar nu de Nobelprijs naartoe gaat. Ik had gehoopt dat economen iets van de crisis hadden geleerd.'    ...
    Sent herinnert zich haar eerste college van Sargent op Stanford. 'Hij zette drie vergelijkingen op het bord en zei: dit is de economie. Als je daar vragen over hebt, wil ik je niet helpen. Maar heb je vragen over de wiskunde in deze vergelijkingen, dan ben ik bereid je vragen te beantwoorden. Waar haalt hij de arrogantie vandaan, dacht ik.'
    De denkfout in het werk van Sargent, zegt Sent, is dat hij ervan uitgaat dat alle mensen koele, rationele actoren zijn. 'Stel dat de overheid de belastingen verlaagt. De rationele actor weet dat de overheid de belastingen in een later stadium weer zal verhogen, omdat ze de begroting sluitend moet maken. Een rationele burger gaat dus sparen, om te anticiperen op belastingverhogingen in de toekomst. In werkelijkheid gaat maar een klein deel op zo'n rationele manier met de eigen financiën om.'    ...


Red.:   Vernietigende kritiek.
    Maar wie is er dus hartstikke voor? Nee, niet Nout Wellink uitleg of detail , en nee ook niet Frank Kalshoven uitleg of detail . Althans, die zijn er waarschijnlijk wel voor, maar zijn er niet naar gevraagd. Nee, het gaat om de grote adviseur van de regering:
 

  Coen Teulings, directeur van het Centraal Planbureau, beaamt dat. De modellen van Sims en Sargent over de gevolgen van bezuinigingen of belastingmaatregelen op economische groei, inflatie of werkloosheid hebben 'een diepgaande invloed' op het planbureau, zegt Teulings.

Aha, vandaar dat ze er altijd zo consequent naast zitten.
    De financiële crisis in Europa die eind 2011 tot zijn hoogtepunt is gekomen heeft vele economen prominente gezichten in de media gegeven. En meest prominent onder de prominenten is Arnoud Boot. Waarbij het deze redactie al snel opviel dat hij bijzonder weinig origineels zei, hetgeen ongetwijfeld een reden van zijn populariteit is, want originele dingen zeggen in dit soort kwesties betekent dat je de ware oorzaken van de financiële crisis aanroert, wat automatisch kritiek op het kapitalisme, het neoliberalisme, de vrije financiële markt, en het rechtse politieke denken inhoudt. En als je kritische opmerking in dit richting gaat leveren, wordt je niet meer gevraagd in de media, die zelf ook vrijwel volkomen kapitalistisch, neoliberaal, voor vrije financiële markten en en economische rechtse denken zijn - ook die takken die zichzelf "links" noemen.
    En alsof om dit te bewijzen, komt de Volkskrant met een hagiografie van Arnoud Boot. dit overigens nadat de vorige hagiografie in deze reeks de persoon van Nout Wellink tot onderwerp had, waarna je op grond van de gezond-verstandredenatie dat je niet in China geweest hoeft te zijn om te weten dat de lucht daar ook blauw is, je meteen al een goede inschatting kan maken van de capaciteiten van Arnoud Boot. Gelukkig legt de auteur van het artikel het ook omstandig uit:


Uit: De Volkskrant, 29-11-2011, door Bert Wagendorp

Wervelwind met een geweldige hekel aan laksheid

Financieel econoom Arnoud Boot staat met zijn grote kennis van de financiële markten in het oog van de storm van de eurocrisis. 'Als ooit een Nederlandse econoom de Nobelprijs wint, is hij het.'


    Na de lagere school luidde het dringende advies hem naar de mavo te sturen. Meer zat er echt niet in, schreef de school aan zijn ouders. Die stuurden hem desondanks naar het vwo, waar hij zich met hangen, wurgen en een herexamen doorheen sloeg. Hij behoorde er zeker niet tot de uitblinkers. Hij wilde niet onderdoen voor zijn twee slimme zussen, dat was zijn belangrijkste motivatie.
    Toen hij in 4 vwo zat, luidde het advies nog steeds dat hij elke gedachte aan een wetenschappelijke loopbaan meteen uit zijn hoofd moest zetten. ...


Red.:    Middelmatige intellectuele capaciteiten, dus. Want echte capaciteiten op dit vlak komen, ook al wil je niet, toch naar buiten, bijvoorbeeld door hoge cijfers in de exacte vakken zonder er voor te hoeven werken.
    Maar waarom kan Arnoud dan toch zo hoog stijgen. Nou, hierom:
 

  In Eersel, een van de acht Kempische zaligheden ten zuidwesten van Eindhoven, was in die tijd, zo rond 1975, een speelveld. ...
    Hij was competitief en provoceerde - maar nooit onsportief. Hij praatte op het sportveld en op school overtuigend en snel - heel snel, vonden de andere jongens. Hij struikelde soms over zijn woorden, zo snel. Alsof z'n tong zijn gedachten niet kan bijhouden, dacht Bas Spaapen, die ook altijd meehockeyde en bij Arnoud Boot op het Rythovius College zat.
    Boot bleef een snelle prater. ...

Waarna je het beeld volkomen rond is. De huidige economie is tenslotte een praatvak dat het niveau van de astrologie nauwelijks of niet is overstegen, en waar ook overtuiginggskracht de doorslaggevende factor is.
    Nog wat details voor het vermaak:
 

   In 1978 ging Boot economie studeren aan wat toen nog de Katholieke Hogeschool Tilburg heette. Niet dat hij zo geïnteresseerd was in economie, maar je moest toch wat. En toen was het alsof hij naar een hogere versnelling schakelde en het gaspedaal diep indrukte. De modellenbouw van professor Schouten sprak hem aan: hij begon economie leuk te vinden. Hij stapte later over naar de researchgroep van hoogleraar Piet Verheyen - de groep die zich bezighield met besluitvormingskwesties en wiskundige optimaliseringsproblemen.

Weet je ook meteen waarom dát vak zo weinig opschiet.
 

  Piet Verheyen zag een 'wilde jongen' die heel slim was, dat wil zeggen: wild van ideeën. Hij spoot er 25 per uur uit. Verheyen moest hem leren focussen. Boot, zag Verheyen, bezat het talent de werkelijkheid terug te brengen tot eenvoudige modellen en zo de kern van het probleem te benaderen - en meteen ook dicht bij de oplossing te komen.
    En Verheyen zag ook wat iedereen die met Boot in aanraking kwam ook opmerkte: een geweldige energie, gepaard aan een enorme creativiteit. Het heette destijds nog niet 'out of the box'-denken, maar dat was wel precies wat Boot deed. Hij kantelde het probleem, veranderde het perspectief en opeens keek je er anders tegenaan.

Dat kan niet, want als je out of the box denkt in de omgeving van de huidige benepen economische wetenschap, zou je onmiddellijk als "communist", "Marxist" of "Keynesiaan" de laan uit worden gestuurd. Een voorbeeld van het in the box denken:
 

  Toen Ronald Plasterk financieel woordvoerder werd van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer, was Arnoud Boot de eerste aan wie hij dacht voor een bijspijkercursus haute finance. Als hij belde nam Boot altijd meteen de telefoon op, of hij belde binnen tien minuten terug, altijd bereid zijn inzichten over de financiële crisis met Plasterk te delen. Zoals hij dat overigens met andere politici ook deed.

Waarna Plasterk als financieel woordvoerder van de PvdA meteen voorstelde om eindeloos geld te storten in de Griekse financiële zwarte gat te storten - volkomen volgens de univereel verkochte eurofiele praatjes. Zonder een woord te reppen van de bestemming aan het einde van dat zwarte gat: de Griekse rijken. Zo origineel zijn de ideeën van Arnoud Boot.
    En nog een voorbeeld:
 

  In Tilburg had de jonge Boot nog iets anders geleerd dan modellen bouwen. ... Iets wat je ook terugzag bij Tilburgse economen als Harald Benink en Lans Bovenberg: een sterk maatschappelijk engagement.

En wat het maatschappelijke engagement is van Lans Bovenberg zijn we hier ook al tegengekomen; hij is een keiharde aanhanger van het Angelsaksische model, wat synoniem is met het neoliberalisme uitleg of detail . De volgende praatjes zijn dus botte leugens:
 

   Gebaseerd op wat Benink het 'katholiek humanisme' noemde en Wijffels 'de katholieke sociale leer'. Ze onderwezen economie, maar ook filosofie. Altijd was er de waarom-vraag. Altijd: wat zit er áchter de verschijnselen? Dat Tilburgs dna, zei Wijffels, zag je ook bij Boot. Dieper graven en invloed uitoefenen; niet voor jezelf, maar voor een betere samenleving.

En tenslotte:

  Boot werd kroonlid van de SER, lid van de Bankraad van De Nederlandsche Bank (DNB)

En als er één groot financieel instituut is dat wanhopig gedisfunctioneerd heeft over de laatste twintig jaar, dan is het De Nederlandsche Bank, met name onder de leiding van de wraakzuchtige prutser Nout Wellink uitleg of detail . Een wanbeleid waar Arnoud Boot volledige medeverantwoordelijk voor is, en wat genoeg reden is om hem, tezamen met die hele Bankraad natuurlijk, te ontslaan. Sociaal-psycholoog Diederik Stapel is ontslagen voor vergrijpen met minder ernstige gevolgen.
    Een econoom heeft beweerd dat economen het wel goed doen - hier is de riposte:


De Volkskrant
, 06-12-2011, ingezonden brief van Wim Velthorst, Hauwert, voormalig economieleraar

Crisis

Dat de toenmalige hoofdeconoom van het IMF al in 2005 voor de kredietcrisis waarschuwde, duidt er volgens hoogleraar Eelke de Jong (O&D, 5 december) weer eens op, dat de economie wel degelijk een echte wetenschap is, Nobelprijs-waardig.
    Politici echter sloegen deze waarschuwingen in de wind: 'Men gaf liever anderen de schuld dan zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Bovendien werden de medewerkers van het IMF als lastige onheilsprofeten beschouwd. Zij gingen daarom hun mening in bedekte termen opschrijven'.
    Twee kanttekeningen:
1. Als de huidige zogenoemde crisis werkelijk uit de theorie te voorspellen was, waarom hebben alle gezaghebbende professorale economen dan al niet in 2005 in een gezamenlijke petitie de publieke opinie bewerkt? Als je de 'ondergang van de Titanic' ziet aankomen, schreeuw je toch moord en brand?
2. Economie, geachte professor, is gerust wel een wetenschap. Alleen hebben economen de exogene variabelen niet in de hand. Die zijn, naast uw politici, inderdaad (wellicht grotendeels) voer voor psychologen.


Red.:   Stop dat dat maar in uw zak, heren economen.
    Nog een leerstelling van vrijwel alle economen: flexwerken is goed voor de economie - eerst even het artikel zonder de titel:


Uit: De Volkskrant, 23-12-2011, van verslaggeefster Nanda Troost

...

...   Onder economen is de gangbare opvatting dat flexwerk wel grotere ongelijkheid creëert, maar dat iedereen profiteert door de economische groei die daardoor ontstaat. Dat is volgens de onderzoekers niet zo. Er zijn aanwijzingen dat de groei van flexwerk vooral ten koste gaat van het aantal vaste banen en niet leidt tot meer banen. Bijna drie miljoen Nederlanders hebben geen vast werk.   ...


Red.:   Iedereen met gezond verstand weet dat het niet zo is - op een relatief klein aantal uitzonderingen na:

  Arbeid | Flexibilisering loont niet

'Flexwerk op lange termijn niet gunstig'

Het gebruik van flexibele krachten kan de productiviteit en de innovatie van bedrijven schaden.

Flexwerk levert op langere termijn geen economisch voordeel op. Hoewel werkgevers in eerste instantie profiteren van de lagere personeelslasten, worden op langere termijn de productiviteitsgroei en het innovatievermogen geschaad. Werkers zonder vaste aanstelling worden vooral geconfronteerd met de nadelen: onzekerheid en doorgaans lager loon. Vooral lager opgeleiden lopen de kans langdurig in flexbanen te belanden.
    Die conclusies trekt Paul de Beer, directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging in Amsterdam uit onderzoeken naar de flexibilisering van de arbeidsmarkt door Ronald Dekker van de Universiteit van Tilburg en Martin Olsthoorn van de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek is gedaan mede in opdracht van FNV Bondgenoten en de Stichting Instituut Gak. Voor de economie als geheel valt de balans negatief uit, stelt De Beer, al levert het onderzoek - een literatuurstudie - geen kosten-batenanalyse in euro's op. 'De positieve werkgelegenheidseffecten ontbreken en onzeker werk zorgt voor meer ongevallen en grotere gezondheidsrisico's.'    ...

Precies die factoren die je met je gezonde verstand al kon benoemen. Maar, zoals algemeen bekend, economen hebben geen verstand maar een schizofrene rekenmachine in hun kop. Laat staan dat er daar sprake zou zijn van gezond verstand.
    Grappig. een redelijk vooraanstaand econoom bevestigt deze laatste conclusies:


Uit: De Volkskrant, 06-12-2012, door Henk Folmer, hoogleraar methoden en technieken van ruimtelijk economisch onderzoek.

De economen weten het echt niet

De economische wetenschap heeft aan gezag ingeboet omdat veel beoefenaren niet te rade gaan bij de sociologie, de psychologie en de geschiedenis.

Aangewakkerd door de banken- en eurocrisis, is de economische wetenschap zwaar onder vuur komen te liggen. Zo stelde in de Volkskrant van 30 november de hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen voor om de komende vijf jaar geen Nobelprijs economie beschikbaar te stellen. Volgens hem hebben economen te weinig oog voor psychologische factoren en zijn zij te veel onderdeel geworden van politieke ideologieën. Hierdoor zijn hun beleidsadviezen vaak misleidend en zijn ze medeverantwoordelijk voor de huidige crises.   ...


Red.:   Het intrappen van een bijzonder open deur.
 

  Ook uit eigen kring komt forse kritiek. Zo schreef Nobelprijswinnaar Paul Krugman in the New York Times van 20 september 2009 dat economen het spoor bijster zijn geraakt omdat zij hun wiskundige modellen als realiteit zijn gaan beschouwen.

Wat niet de kern is - wiskunde komt er op een gegeven moment noodzakelijkerwijs aan te pas. het is maar hoe je die wiskunde gebruikt - in welk model.
 

  Soortgelijke kritiek viel ruim twintig jaar geleden al te beluisteren bij de vooraanstaande theoreticus Michio Morishima. Volgens hem produceren economen op grote schaal 'vliegtuigen zonder motoren' omdat ze te weinig kennis van en interesse hebben in de economische realiteit. Hij verliet de economische wetenschap en ging zich via sociologie, antropologie en geschiedenis verdiepen in de economie.

Precies. Daar zit de clou.
 

  De kritiek van Morishima, Krugman en vele andere vooraanstaande economen betreft vooral de hoofdstroming, de neoklassieke economie. Die gaat uit van rationele consumenten en producenten die over perfecte informatie beschikken en hun nut, respectievelijk, winst maximaliseren. Uitgaande van deze extreme veronderstellingen is het gedrag van consumenten en producenten in hoge mate voorspelbaar en valt het met wiskundige optimaliseringsmodellen te beschrijven.

Samen te vatten als de theorie van de homo economicus . De mens waar voormalig economie-chef van de Volkskrant, Frank Kalshoven uitleg of detail , zo dol op is, ook onder de noemer de "bv-Ik" uitleg of detail , en wiens ideeën bij de Volkskrant nog steeds volstrekt dominant zijn. Net als in de rest van de wereld:
 

  Het neoklassieke model werd al meer dan een halve eeuw geleden verworpen door Nobelprijswinnaar Simon en vervangen door een veel realistischer model ...
    Dit heeft ertoe geleid dat naast de neoklassieke economie andere stromingen zijn ontstaan, vooral de gedragseconomie en de institutionele economie. ...
    Ondanks deze ontwikkelingen spelen de rationele, nuts- en winstmaximerende agenten nog steeds de hoofdrol in de economische wetenschap.

En daar ligt, zelfs volgens Folmer het probleem:
 

  Het is deze dubbelzinnige wijze van wetenschapsbeoefening die de geloofwaardigheid en beleidsrelevantie van de economische wetenschap aantast. Enerzijds is het neoklassieke model volledig onderuit gehaald, anderzijds domineert het nog steeds, ondanks het feit dat er alternatieven voorhanden zijn die beter sporen met de economische realiteit.

Maar dat roept een andere vraag op: waarop houdt men, ondanks de voor-de-handliggendheid van de problemen, toch zo vast aan dit foute model? Waarop het antwoord in één keer simpel wordt, als je nog een enkele blik erop werpt:
 

  De neoklassieke veronderstellingen impliceren ook dat wanneer prijzen en lonen niet gehinderd worden om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, de economie als totaliteit een hoog zelfregulerend vermogen heeft. In een dergelijke abstracte wereld is een beperkte rol weggelegd voor overheidsregulering; de overheid dient er vooral voor te zorgen dat de markt en het prijsmechanisme hun zegenrijke werk kunnen verrichten.

Waarna onmiddellijk duidelijk is dat Folmer het niet heeft over neoklassieke economie, maar neoliberale. Of althans: dat wat hij neoklassieke economie noemt, in de rest van de maatschappij bekend is als neoliberale economie. De economie van Bernard Mandeville, Ayn Rand, Milton Friedmans en Alan Greenspan uitleg of detail .
    En na het beestje de juiste naam te hebben gegeven, is het in één oogopslag duidelijk waarom de grote massa van de economen er, ondanks overvloedig bewijs van het tegendeel, eraan vasthoudt: omdat ze er voordeel bij hebben. Want neoliberalisme betekent veel hogere inkomensverschillen, dus hogere inkomens voor de klassen waar economen in zitten. Ze zeggen het zelfs letterlijk:
 

  Vanwege de theorie van zelfregulering is aan de schaduwwerking ervan minder aandacht besteed.

Want deze zelfregulering slaat met name op de top van de maatschappij en economie, en niet op de rest - die wordt gereguleerd door die top.
    Wat de betreft de economische wetenschap trekt Folmer de juiste conclusies:
 

  In een reactie op Derksen in de Volkskrant van 6 december stelde Arnold Heertje terecht dat economen niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor beroerd economisch beleid. Wat een grote, invloedrijke groep wel verweten kan worden, is dat zij te weinig gewaarschuwd heeft voor de beperkte beleidsrelevantie van hun modellen.
    Verder doen zij er goed aan de neoklassieke economie af te zweren en de institutionele en gedragseconomie in rap tempo verder te ontwikkelen - onder andere door te rade te gaan bij de zusterwetenschappen geschiedenis, sociologie en psychologie - en deze empirisch te onderbouwen. Verder moeten beleidsmakers doordrongen zijn van de beperkte, en soms misleidende, betekenis van economische modellen en daarop gebaseerde adviezen.

Wat betreft de maatschappelijke conclusies doet hij dit natuurlijk niet. Voor dat soort conclusies, dat wil zeggen: de erkenning van de klassenstrijd, zijn nog grotere problemen nodig.
   Met zo veel falende economen, zou je het als enigszins kleinzielig kunnen zien om een economie-journalist op de korrel te nemen. Maar als de media de onzin en leugens van de conomen niet zouden publiceren, zou niemand er last van hebben. De media zijn op zijn minst even verantwoordelijk voor de puinzooi de economen veroorzaken, als die economen zelf.
    Maar de werkelijkheid is natuurlijk nog navranter: de media en de economie-journalisten geven die onzin en leugens door, omdat ze dezelfde belangen hebben als de economen: wij in de bovenste derde van de maatschappij tegen de onderste tweederde. het is één groot dievencomplot. Niet dat ze letterlijk geschreven of mondelinge afspraken maken, maar het effect is hetzelfde als een complot - het is een sociologisch complot.
    Dit alles was in uitnemendheid van toepassing op de vorige economie-chef van de Volkskrant, Frank Kalshoven uitleg of detail , maar de huidige staf probeert zijn tradities voort te zetten. Onderstaande, Peter de Waard, heeft ongeveer drie keer per week een column of anderszinse bijdrage, en is dus een belangrijke rader. Hier een product dat er in zijn onzin nogal uitsprong:


Uit: De Volkskrant, 13-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Moet het Westen gaan herindustrialiseren?

Schoorstenen moeten roken en arbeiders zweten. Het Westen lijkt gegrepen door industriefetisjisme


Red.:   Je zou het bijna niet geloven. Gaat deze economie-"deskundige" beweren dat dingen maken passé is? Gaat hij de lofzang zingen op de diensteneconomie. Terwijl we midden in een Europese economische crisis zitten die voornamelijk waart in de landen met de diensteneconomie? En waarin het sterkste land, Duitsland, het meest een productie en het minste een diensteneconomie sis..? Gaat Peter de Waard dat echte allemaal doen? Ja, dat gaat Peter de Waard doen:
 

  Iedereen moet Duitser worden. In de politiek zijn simpele oplossingen de handigste. Een van de simpele oplossingen voor de huidige crisis en onevenwichtigheden in de wereldeconomie is herindustrialisatie. De VS, Frankrijk, Groot-Brittannië en ook Nederland moeten weer leren dingen te maken zoals de Duitsers, die de wereld overspoelen met hun puike auto's en voortreffelijke machines.   ...
    De Franse president Sarkozy, die eveneens verkiezingen wachten, is begonnen met een 'Produceer in Frankrijk'-campagne. ... In Engeland riep premier David Cameron op tot een comeback van de nijverheid en werd daar zelfs in bijgevallen door de progressieve krant The Guardian, die vond dat de Britten iets zouden kunnen leren van de Duitsers. 'Wilt u niet liever een treinlocomotief maken dan Made in China-artikelen achter de kassa onder de scanner leggen?' Het industriefetisjisme is een wereldwijde trend geworden.
    De moderne diensteneconomie is ineens inferieur aan de oude geïndustrialiseerde economie. Ontwerpen, verhandelen, bedienen, transporteren, bankieren - het is allemaal bijzaak. De echte winst ligt in het maken van dingen, de rest is windhandel. Fabricage geeft mensen ook meer bevrediging en maakt ze gelukkiger, zo wordt geroepen. Wie de economie draaiende wil houden, zal daarom moeten zorgen voor tevreden zwetende arbeidersklassen, zoals die in oude Sovjetfilms te zien waren.

O ja, Peter had ook argumenten:
 

  De werkelijkheid is heel anders. Van de producten die in de winkel liggen of online worden verkocht, maken de productiekosten maar een heel klein deel uit. Het maken van een iPad kost Apple misschien maar 10 tot 20 dollar - nog geen 5 procent van de verkoopprijs. Het overige deel gaat naar het bedenken, ontwerpen, transporteren, verhandelen, adverteren en financieren van het product. Dat gebeurt voor het overgrote deel in de diensteneconomie. De westerse welvaart is juist gebaseerd op diensten waarbij het produceren is verplaatst naar lagelonenlanden. Dat gebeurt al vijftig jaar zeer efficiënt en sinds die tijd zijn de inkomens wereldwijd gestegen.

Natuurlijk ... de opkomst van China is te danken aan hun specialisatie in de diensteneconomie. Net als daarvoor Japan, en vervolgens Korea, enzovoort. Allemaal te danken aan de diensteneconomie. Volgens Peter de Waard. Die duidelijk ernstig behoefte heeft aan psychologisch hulp. Want ideologie is een verwoestende kwaal. Ook een economische ideologie.
    Voor enige nuance nog maar twee artikeltjes van Peter:


Uit: De Volkskrant, 18-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Is de arbeidsmarkt al niet te flexibel?

In Nederland is het niet moeilijk ook babyboomers te ontslaan. Het gebeurt al op grote schaal.

Super De Boer reorganiseert zijn distributiecentra. Alle medewerkers moeten solliciteren naar hun eigen baan. Werknemers die er soms dertig jaar hebben gewerkt, krijgen te horen dat ze overbodig zijn.
    Een groot misverstand is dat het Nederlandse ontslagrecht star is. Dat is niet waar. Uit Oeso-onderzoek blijkt dat Nederland na de invoering van de 'Flexwet' in 1999 een buitengewoon flexibele arbeidsmarkt kent - flexibeler dan Duitsland, Frankrijk en België. ...
    Het misverstand is de verwachting dat werkgevers de ontslagen ouderen door afgestudeerde jongeren zullen vervangen. Het wordt eerder zoals vorige week een directeur vertrouwelijk zei: 'Als we duizend 50-plussers kunnen ontslaan, nemen we daar honderd studenten voor terug en besteden we de rest van het werk uit in India.'
    Het huidige Nederlandse ontslagrecht is sociaal gezien eerder te flexibel dan te star. Vooralsnog werkt het uitstekend. De werkloosheid is laag, de loonontwikkeling gematigd en stakingen zijn zeldzaam.
    Uiteraard moeten maatregelen worden genomen om te zorgen dan ouderen relatief niet te duur worden (door schrappen van seniorendagen en door vormen van demotie), maar als de ondernemerslobby zijn zin krijgt, explodeert niet alleen de werkloosheid, maar verandert de overlegeconomie in een confrontatie-economie.   ...


Red.:   Kijk, hij kán het wel ... Maar het is geen regelmaat:


Uit: De Volkskrant, 18-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Moet er een Europees ratingbureau komen?

De ratingbureaus hebben veel te laat in plaats van te vroeg de rating van Frankrijk verlaagd.

...    Voor Nicolas Sarkozy is het bijzonder pijnlijk dat zijn lot bij de komende presidentsverkiezingen afhangt van het oordeel over de Franse economie van een Amerikaans ratingbureau dat hem niet bijster goed gezind is.   ...


Red.:    Waarna er een heel artikel volgt over dit onderwerp. Allemaal onzin. Die ratingsbureaus geven "betaald advies". Dat is hetzelfde als "een onderhoudsloze tuin" uitleg of detail . Die ratingsbureaus geven het advies dat het gunstigst is voor de hoogstbetalende uitleg of detail . En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat een Europese versie het beter zou doen. Dit vanwege nog een andere regel: iedereen die kan voorspellen in de economie (en advies rond kredietwaardigheid is een voorspelling), kan hartstikke steenrijk worden - in de biljarden. Wie niet hartstikke steenrijk is, persoon of instelling, kan niet voorspellen. Ook niet de kans dat krediet terugbetaald wordt.
    Allemaal zaken die iedereen kan bedenken.
    Ook neoliberalen hebben dromen. Ook neoliberalen hebben iets als "de pot met goud aan het einde van de regenboog". De  neoliberale "pot met goud aan het einde van de regenboog"  is dat iedereen hetzelfde bedrag aan belasting betaalt: Jan een tientje, en Piet ook een tientje. Een vlaktaks. Mensen zijn gelijk, tenslotte ....
    Dat plan heeft een vervelende bijkomstigheid: als iedereen evenveel belasting betaalt, en je gaat de uitgaven die de overheid voor iedereen doet:  die voor onderwijs, zorg, veiligheid enzovoort, gelijkelijk verdelen over Jan, Piet en Klaas en alle andere Nederlanders, dat een groot deel van die Nederlanders, zeg Jan, niets overhoudt om van te leven. Om preciezer te zijn: hij zou onmiddellijk zwaar in de schulden komen. Terwijl Jan als onderwijzer wel zijn bijdrage aan de maatschappij levert.
    Dus de neoliberale natte droom van gelijke belasting in euro's voor iedereen, de vlaktaks, kan niet.
    Maar als substituut, zeg een goede tweede, hebben ze de gelijke belasting in percentage voor iedereen. De procentuele vlaktaks.
    Ook dat is natuurlijk een volkomen asociaal plan. Iets minder asociaal dan een echte vlaktaks, maar die echte vlaktaks komt neer op massamoord. De term "asociaal" lijkt daarop toch niet van toepassing. Dat is meer iets op het niveau van "genocide". En als een echte vlaktaks gelijk is aan genocide, is het toch niet overdreven om te stellen dat een procentuele vlaktaks "asociaal" is.
    Toch komt het voorstel voor een procentuele vlaktaks met enige regelmaat langs. Uit neoliberale hoek natuurlijk, dat wil zeggen: van mensen uit de werkgeversclubs, of uit de VVD.
     Tot voor een paar dagen terug. Toen kwamen de christelijke denkers en bestuurders van het CDA met het voorstel. Hier is de reactie in de Volkskrant, die, in tegenstelling tot eerdere keren, opmerkelijk negatief is:


Uit: De Volkskrant, 19-01-2012, van verslaggever Robert Giebels

'Vlaktaks leidt tot enorme toename van inkomensongelijkheid'

Daar is-ie weer: de vlaktaks

Om de zoveel jaar steekt het idee voor dat ene uniforme belastingtarief de kop op. Nu weer bij het CDA . Wetenschappers laten er niets van heel.

Daar is-ie weer: de vlaktaks. Eens in de zoveel tijd duikt het idee op van dat ene belastingtarief voor iedereen. Maar nooit ter linkerzijde. Alleen VVD, PVV, SGP en vooral het CDA omarmen even de flat tax. En dan komen ze er weer op terug. De vlaktaks staat ook weer in de toekomstvisie van het Strategisch Beraad van de christendemocraten. Het is de vierde keer deze eeuw dat het CDA ermee komt.   ...


Red.:    Dat laatste was de redactie even vergeten: CDA'ers, de bestuurders, zijn eigenlijk ook neoliberalen. Jezus zou wel raad met ze hebben ze geweten, maar gelukkig voor hen bestaat die dus niet.
 

  Omdat het idee zo hardnekkig is, buigen belastingexperts zich er regelmatig over. En omdat het Nederland is, altijd in de vorm van een commissie. De laatste keer in het voorjaar van 2010. De wetenschappers laten er geen spaan van heel, van dat uniforme belastingtarief. Hoe hoog of laag dat ook is.
    Stel dat iedereen ongeacht zijn of haar inkomen 38,15 procent inkomstenbelasting moet betalen, oppert de Studiecommissie Belastingstelsel. Dan stijgt de werkgelegenheid met maar liefst ruim 100 duizend arbeidsplaatsen. Maar de prijs daarvoor is dat ruim drie op de vier huishoudens er financieel op achteruit gaan.
    Die rekensom komt van het Centraal Planbureau. Het CPB wijst de vlaktaks ook categorisch af omdat het moderne, gerichte inkomensherverdeling onmogelijk maakt. De wetenschappelijke conclusie van de commissie en het CPB is dan ook: een vlaktaks leidt tot een enorme toename van de inkomensongelijkheid.

Hier trok de redactie haar wenkbrauwen op. Dat er wetenschappers zijn die negatief oordelen over de vlaktaks is mogelijk. Maar deze redactie heeft tot nu toe zeer weinig van hen gehoord en vernomen. Dat het CPB er tegen zou zijn, is al helemaal een verrassing, gezien de vrijwel consequent neoliberale opvattingen van die club uitleg of detail . Het artikel werd ingedeeld in de rubriek Belastingmoraal, en voorlopig ter zijde gelegd.
    Maar er is een aanleiding om erop terug te komen. Daarom eerst nu wat verdere informatie over de huidige CDA-versie:
 

  Ja, maar wacht even, zegt het CDA steeds, wij bepleiten ook niet zomaar een vlaktaks (van 35 procent), maar een sociale vlaktaks. Dat houdt in dat topinkomens een 'aanvullende solidariteitsheffing' moeten betalen. Oftewel: nóg een belastingschijf speciaal voor de rijken. ...
    ... CDA zit ... te denken aan ...: 'Een extra toptarief van 10 procent hoger dan het vlaktakstarief voor alle inkomens boven de balkenendenorm.' 

Dat wil zeggen: het CDA wil het huidige stelsel met schijven met iets van (uit het hoofd) 30, 40 en 50 procent, naar twee tarieven: (afgerond) 40 procent voor iedereen en 50 procenten boven de anderhalve ton. Uit welke cijfers overduidelijk blijkt: de lage inkomens gaan erop achteruit, en de hoge inkomens op vooruit. Precies zoals de aanhaalde "de wetenschappers" al stellen.
    De reden om dit nu allemaal wel te noteren, is het nu volgende artikel - ook van "wetenschappers":


Uit: De Volkskrant, 24-01-2012, door Raymond Gradus, hoogleraar Vrije Universiteit Amsterdam en Directeur Wetenschappelijk Instituut CDA,  Roel Beetsma, hoogleraar Universiteit van Amsterdam,  Lans Bovenberg, hoogleraar Universiteit van Tilburg, Koen Caminada, hoogleraar Universiteit van Leiden en Universiteit van Amsterdam., Elbert Dijkgraaf, hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam en Tweede Kamerlid SGP, en Sylvester Eijffinger, hoogleraar Universiteit van Tilburg.

Sociale vlaktaks is goed voor iedereen

Een sociale vlaktaks, met een topinkomenheffing, is rechtvaardig, creëert veel banen en leidt ertoe dat de koek voor iedereen groter wordt.


Red.:   Hier zou bij iedereen verbazing moeten opkomen: dit is een situatie tussen wetenschappers met tegenstellingen zo groot, dat ja zou kunne spreken van een geval van "de maan is van groene kaas" versus "de maan is van steen".  Waarbij het dus echt wenselijk is om uit te zoeken welke van de twee groepen wetenschappers gelijk heeft. Want het gaat over een basaal punt aangaande de inrichting van onze maatschappij. Nog belangrijker dan om te weten van welke stof de maan is gemaakt.
    Dus maar eens snel gekeken naar de argumenten die deze laatste groep, die met naam en toenaam, te berde te brengen hebben:
 

  Een sociale vlaktaks van ongeveer 35 procent kent veel voordelen. Voor iedereen geldt hetzelfde belastingtarief, ook ten aanzien van de aftrekposten.

Dat klopt: als de maan van groene kaas, is hij van kaas.
 

  De overheid beïnvloedt niet langer de keuzes in een gezin via de belastingtarieven, bijvoorbeeld ten aanzien van de vraag wie hoeveel uren werkt. Ook worden gezinnen verlost van een ingewikkelde discussie over het verplaatsen van aftrekposten in de loop van de tijd en het schuiven met aftrekposten tussen gezinsleden.

Dat klopt ook: als de maan van groene kaas is, hoef je niet te discussiëren over het soort steen waarvan hij gemaakt is.
 

  Het belastingsysteem wordt ook veel eenvoudiger.

Ook dat is waar. net zoals iemand die zojuist onthoofd is, zich geen zorgen hoeft te maken over het ontbijt van morgen.
 

  Het is bovendien maar zeer de vraag of fiscale prikkels wel effectief zijn, omdat het overgrote deel van de Nederlanders zich daar helemaal niet bewust van is.

Een scherpzinnige constatering. Die ons er onmiddellijk toe verleidt om voor te stellen om het belastingtarief voor inkomen boven de twee ton op 100 procent te zetten. Argumenten: ze zijn zich als Nederlanders daar toch niet bewust van - en het is bovendien heel erg simpel, je hebt geen gezeur met aftrekposten, en nog zo wat meer van die voordelen  zoals ze zonet genoemd zijn.
    Je vraagt je af hoe zich als "wetenschappers" afficherende heren zulke onzin kunnen opschrijven. Misschien ligt het aan het net eerder geciteerde Volkskrant-artikel:
 

  Van een vlaktaks wordt vaak gezegd dat lagere inkomens erop achteruit gaan en hogere inkomens bevoordeeld worden. Zo kopt de Volkskrant (19 januari) dat een sociale vlaktaks 'leidt tot enorme toename van inkomensongelijkheid'. Dit is onjuist. De onderzoeken, waaruit wordt geciteerd, zijn allemaal gebaseerd op een kale vlaktaks.
    Door twee eenvoudige aanpassingen spreken we over een sociale vlaktaks. ...

Waarvan we zojuist het rekenvoorbeeld gezien hebben, wat tot dezelfde conclusie leidt als die voor de gewone vlaktaks: asociaal. Een ietsje minder dan de procentuele vlaktaks, maar dat is op het niveau van het verschil tussen het afhakken van één vingerkootje in plaats van twee.
    Waarna de heren de discussie verduisteren door met vage rekenvoorbeelden te komen:
 

  Door twee eenvoudige aanpassingen spreken we over een sociale vlaktaks. De belangrijkste wijziging betreft de omzetting van de huidige degressieve werkgeversbijdrage in de Zorgverzekeringswet (ZVW) in een proportionele ZVW-loonsomheffing. In 2012 draagt iedere werkgever tot een inkomen van 50 duizend euro 7 procent van het inkomen af. In ons voorstel wordt, na invoering van de vlaktaks, van ieder inkomen 4 à 5 procent afgedragen voor de zorg. Hierdoor wordt het denivellerende effect van de vlaktaks aan de onderkant beperkt. Bovendien wordt de huidige ingewikkelde financiering overboord gezet en wordt gekozen voor een meer houdbare financiering van de zorg.

Niet meer in aantallen euro's te volgen, en daarom waardeloos in een discussie over de effecten.
    Dus daarom de discussie maar besloten met een paar loze beweringen:
 

  Een sociale vlaktaks is rechtvaardig

Een leugen.
 

  ... er komen veel banen bij ...

Het spiegelbeeld: "Er gaan veel banen af", is net zo onderbouwd.
 

  ... en de koek wordt voor iedereen groter.

Dat wil zeggen: de overheid krijgt netto veel minder belasting binnen. Welk effect eerst verder uitgerekend zou moeten worden, voor dit als voordeel kan worden gekenmerkt. het niveau van deze bewering is dat van "Geen gezeik, iedereen rijk". Letterlijk.
    En tenslotte:
 

  De grote voordelen maken het perspectief van een sociale vlaktaks noodzakelijk en alleszins realistisch.

Sociaal-psycholoog Diederik Stapel is onteerd en ontslagen voor zijn wetenschappelijke fraude. De schade die deze heren economische "wetenschappers" aanrichten is ontzettend veel groter.
    Een briefschrijver had er nog een goede witz over:


De Volkskrant
, 28-01-2012, ingezonden brief van Ab van der Veen, Poortugaal

Vlaktaks

De schrijvers van het artikel waarin zij de voordelen van de vlaktaks uiteenzetten (O&D, 24 januari), zouden overtuigender zijn als zij enige rekenvoorbeelden hadden gegeven. Wellicht kunnen zij laten zien hoe een en ander uitwerkt voor mensen met een minimuminkomen, een modaal inkomen en tweemaal modaal.


Red.:   Een goeie ... Voorbeelden, dat kan niet hoor ... Dan blijkt onmiddellijk dat ze maar een beetje liegen ...
    Het lijkt wel of Peter de Waard deze verzameling volgt, want binnen korte tijd komt hij met een tweede artikel met zinnige dingen:


Uit: De Volkskrant, 26-01-2012, rubriek De Kwestie, door Peter de Waard

Stopt The Economist echt met economie?

Economen hebben zich geïsoleerd met standpunten die politiek onhaalbaar zijn. Het debat moet terugkeren.

In de 19de eeuw deden economen er nog toe. Karl Marx sprak bijvoorbeeld de mensen toe vanaf een zeepkist in Speakers' Corner in Hyde Park, waarna felle discussies ontstonden. ...
    In 1843 begon een Schotse hoedenmaker een blad waardoor ook mensen die niet ter plekke konden zijn van de nieuwste standpunten kennis konden nemen. Het blad heette The Economist en zou uitgroeien tot een van de meest gezaghebbende bladen in de wereld en een huisorgaan van economen.
    Van de ideeën van Marx heeft het blad nooit iets moeten weten. The Economist is de grootste verdediger gebleven van het liberale gedachtengoed en vrijhandel. Zelfs deze crisis heeft het blad niet aan het twijfelen gebracht..
   Begin dit jaar heeft The Economist echter wel de titel van zijn rubriek Economics Focus (Aandacht voor Economie) verandert in Free Exchange (Vrije Uitwisseling). Reden is niet alleen dat economische modellen en theorieën in deze crisis als onbruikbaar door de mand zijn gevallen, maar ook dat economen bijna allemaal hun ziel en zaligheid hebben verkwanseld. Zij zijn geen onafhankelijke denkers meer, maar nauw gelieerd aan machthebbers, partijpolitieke denktanks, adviesorganisaties of het bedrijfsleven. De beloningen die ze hiervoor ontvangen, bezoedelt hun oordeel. Uit onderzoek is gebleken dat economen die de hoge beloningen van bestuurders rechtvaardigen, een aanmerkelijk grotere kans hebben op publicatie dan economen die deze beloningen als zelfverrijking bekritiseren.   ...


Red.:   Wat wij hier onder gebruik, van meer heldere terminologie en onder aanvoering van ruim voldoende bewijs betogen: economen die in het geheel niet aan wetenschap of iets dat daar op lijkt, maar prostitueren zichzelf inde bordelen van het kapitaal. Enkele uitzonderingen daargelaten. En dit is daar een slap aftreksel van:
 

  Daarnaast hebben economen zich geïsoleerd in het maatschappelijke debat. Hun opinies zijn vaak te academisch en staan te ver af van de politieke realiteit. Zij bekommeren zich er te weinig om of hun ideeën ook politiek haalbaar zijn. De eurocrisis is daarvan bij uitstek een voorbeeld. Politici halen hun schouders op over de door economen bepleite oplossingen, omdat ze er niets mee kunnen.

Dat laatste een situatie van de soort "lamme en blinde". En tot slot nog een bekentenis:
 

  The Economist zal niet worden hertiteld in The Politician, maar mogelijk wordt economie hiermee teruggebracht van de collegezaal naar de straat, waarbij de achterban van de PVV en de SP de degens kruist met de intellectuele bovenlaag.

De bekentenis zijnde dat dat degens kruisen nu dus niet gebeurt - men vermijdt angstvalig alle inhoudelijke discussie, natuurlijk omdat men weet dat men verliest.


Naar Economen , Economie lijst , Economie overzicht , of site home .

 

 

4 apr.2006