WERELD & DENKEN
 
 

De Volkskrant, 04-06-2005, column van Frank Kalshoven

... maar de tweede klap van de REA mist doel

Eťn zwaluw maakt nog geen zomer, dat was mijn conclusie nadat ik deze week het tweede rapport van de Raad van Economische Adviseurs gelezen had. U herinnert zich vast dat ik vorige week nogal opgetogen was over het eerste levensteken van deze adviesclub van de Tweede Kamer; een strakke analyse met harde aanbevelingen over het om zeep brengen van bureaucratie en regelzucht.
    De Tweede Kamer heeft met REA-voorzitter Willem Buiter en consorten afgesproken dat in elk geval geadviseerd wordt over de openbare financiŽn en wel over de begroting (in september) en over de Voorjaarsnota. Was het bureaucratie-advies dus een 'vrije kuur'; het onderhavige advies, Een statisch beeld in dynamische tijden is een `verplicht nummer'. Het mist de overtuigingskracht van het eerste en, belangrijker, het doet twee onverstandige beleidsaanbevelingen. Kijk maar.
    De raad stelt vast dat het kabinet 'in toenemende mate lijkt te slagen' in het 'op orde brengen' van de boekhouding. Ondanks het gure conjuncturele klimaat - de langdurigste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog - is het kabinet erin geslaagd het financieringstekort te laten dalen tot ver onder de Europese grenswaarde van 3 procent. Maar felicitaties van de economenclub blijven uit. Sterker nog: Buiter beschuldigt het kabinet van 'manipulatie van het conjunctuurbeleid' voor electorale doeleinden en acht dat 'zowel begrijpelijk als verwerpelijk'.
    Hoe dat zo?
    De economen besteden nogal wat aandacht aan de oorzaken van de huidige recessie, en leggen daarbij de nadruk op slecht getimed overheidsbeleid.
    Ze beginnen, om de huidige malaise te verklaren, bij de oververhitting eind jaren negentig; mede veroorzaakt door de snelle prijsstijgingen van aandelen en huizen. Deze oververhitting, schrijven ze, 'is in 2000 verder versterkt door de procyclische belastingverlaging'. Dit is feitelijk juist en ze hadden erbij kunnen/moeten schrijven dat de conjunctuur verder werd aangewakkerd door de uitgavenexplosie onder het tweede paarse kabinet.
    Ook helemaal juist is dat de conjuncturele ellende die op de oververhitting volgde, werd versterkt door de toezichtregels die gelden voor pensioenfondsen. U weet het nog: in de hosanna-jaren waren er premium holidays, maar de koersdalingen op de beurzen leidden tot grote (papieren) verliezen voor pensioenfondsen, waarop de toezichthouder direct forse premiestijgingen eiste. Hierdoor waren de bruto loonkosten in de hoogconjunctuur in feite te laag en zijn ze nu in de laagconjunctuur te hoog. Dat kun je gerust een 'institutionele weeffout' noemen die het conjuncturele herstel tegenwerkt.
    Het derde geval van slechte timing betreft de hervormingen van het zorgstelsel en de sociale zekerheid. Deze moeten ingaan op 1 januari 2006 'en leiden tot meer onzekerheid voor burgers' die hierop reageren met het 'aanleggen van financiŽle buffers'. Conjunctureel herstel is meer gebaat bij consumptie.
    Ten slotte wijst de Raad op het restrictieve begrotingsbeleid in de eerste twee jaren van Balkenende II. Dat was een manier 'om de groei van de economie af te remmen midden in een recessie'.
    De combinatie van deze factoren is, volgens de REA, de oorzaak van de langdurige recessie en de boodschap is dat die dus in elk geval voor een deel te vermijden was geweest als overheidsbeleid beter getimed was. Vandaar de drie beleidsaanbevelingen: voorkom procyclisch begrotingsbeleid; verander de toezichtregels voor de pensioenen; time hervormingen beter.
    Dat van de pensioenen is akkoord, maar de andere beleidsaanbevelingen zijn eerlijk gezegd een tikje dommig, want ze gaan veel te makkelijk voorbij aan de politiek in politieke economie. De hervormingsplannen van het huidige kabinet (sociale zekerheid, zorg) zijn alleen uitvoerbaar in een laagconjunctuur omdat er dan enig gevoel van urgentie is. De sociale zekerheid hervormen (lees: aanpakken, snijden, beperken) in een hoogconjunctuur is politiek domweg onmogelijk. Het volgen van de beleidsaanbeveling van Buiter zou er in de praktijk daarom toe leiden dat er nooit hervormd wordt. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor een belastingverlaging. Slechte aanbeveling dus.
    Iets soortgelijks - economisch geen onzin, maar politiek-economisch dommig - geldt voor het begrotingsbeleid. Zonder nadere adstructie bepleit de REA het loslaten van de huidige gebruiken voor een begrotingsbeleid gericht op het 'structurele financieringstekort', een elegante constructie die zeer veel ruimte laat voor politieke manipulatie. Dit is in de jaren zeventig van de vorige eeuw al uitgeprobeerd, met een torenhoog financieringstekort als belangrijkste resultaat.
    Niet alles wat de REA adviseert is dus verstandig. Anderzijds: 1 goed, 1 slecht is nog geen beroerd gemiddelde.


Red.:   Kalshoven heeft bezwaar tegen de conclusies van dit rapport, en behandelt punt voor punt de door de Raad genoemde argumenten van die conclusie. Hier een herhaling van Kalshovens analyse aan de hand van citaten:

'Ze beginnen, om de huidige malaise te verklaren, bij de oververhitting eind jaren negentig; mede veroorzaakt door de snelle prijsstijgingen van aandelen en huizen. Deze oververhitting, schrijven ze, 'is in 2000 verder versterkt door de procyclische belastingverlaging'. Dit is feitelijk juist ...'

Argument een is dus juist. Kalshoven maakt een aantekening:

'... en ze hadden erbij kunnen/moeten schrijven dat de conjunctuur verder werd aangewakkerd door de uitgavenexplosie onder het tweede paarse kabinet.'

Daar kan de redactie zich niet veel van herinneren; explosie betekent zeer meer dan de economische groei. Kalshoven moet dit aantonen (de bron hier meldt dat de uitgaven aan sociale zekerheid procentueel zijn gehalveerd gedurende de laatste twintig jaar, en dat sluit het tweede paarse kabinet in; dit weerspreekt Kalshovens bewering). We vervolgen:

'Ook helemaal juist is dat de conjuncturele ellende die op de oververhitting volgde, werd versterkt door de toezichtregels die gelden voor pensioenfondsen.'

Dus argument twee is ook juist.

'Het derde geval van slechte timing betreft de hervormingen van het zorgstelsel en de sociale zekerheid. Deze moeten ingaan op 1 januari 2006 'en leiden tot meer onzekerheid voor burgers' die hierop reageren met het 'aanleggen van financiŽle buffers'. Conjunctureel herstel is meer gebaat bij consumptie.'

Geen commentaar van Kalshoven, en dus instemming met argument drie (wie zwijgt stem toe).

'Ten slotte wijst de Raad op het restrictieve begrotingsbeleid in de eerste twee jaren van Balkenende II. Dat was een manier 'om de groei van de economie af te remmen midden in een recessie'.'

Weer geen commentaar, dus instemming met argument vier. Dat is dus instemming met arguementen een tot en met vier. Maar Kalshoven heeft ook een tegenargument, van eigen makelij:

'De hervormingsplannen van het huidige kabinet (sociale zekerheid, zorg) zijn alleen uitvoerbaar in een laagconjunctuur omdat er dan enig gevoel van urgentie is. De sociale zekerheid hervormen (lees: aanpakken, snijden, beperken) in een hoogconjunctuur is politiek domweg onmogelijk. Het volgen van de beleidsaanbeveling van Buiter zou er in de praktijk daarom toe leiden dat er nooit hervormd wordt. Hetzelfde geldt, mutatis mutandis, voor een belastingverlaging.'

Hier staan in feite meerdere dingen: ten eerste: Kalshoven vindt het snijden en beperken van de sociale zekerheid in alle omstandigheden gewenst; want als het niet kan als het moet (bij hoogconjunctuur), moet het maar als het eigenlijk niet kan (bij laagconjunctuur). Ten tweede: Kalshoven vindt belastingverlaging in alle omstandigheden gewenst; want (zie de term mutatis mutandis) als het niet kan als het moet (bij laagconjunctuur), moet het maar als het eigenlijk niet kan (bij hoogconjunctuur). Ten derde staat hier dus dat Kalshoven vindt dat het doorvoeren van het beleid van bezuinigingen en lastenverlichting belangrijker is dan het handhaven van een goede economie. Ten vierde stelt Kalshoven dat de politieke realiteit het onmogelijk maakt om de voorgestelde maatregelen te nemen als het economisch gezien wel kan. Aangezien de politieke realiteit het regeren door CDA, PvdA en VVD is, stelt hij dat deze partijen economisch gezien niet kunnen regeren.

Zoals meestal is het helder formuleren van het probleem of de redenaties hetzelfde als het geven van de antwoorden. Het is nu duidelijk dat Kalshoven naar een conclusie werkt, en zijn argumenten daaraan probeert aan te passen. De Raad van Economisch Adviseurs bewandelt de gebruikelijke weg van argumenten naar conclusie.

Belangrijkste conclusie: Kalshoven is een voorstander van bezuinigingen en lastenverlichting, ook als dit tegen het algemene economisch belang ingaat. Volgens Dr. Phil moet mensen ergens voordeel voelen als ze iets doen dat tegen het gezond verstand ingaat, zoals te veel eten, of roken. De voor de hand liggende verklaring in Kalshoven geval is dat het genoemde  beleid in zijn persoonlijke voordeel is, althans dat hij dat denkt: hoe minder belasting, hoe meer ik overhoud. Verdere bevestiging van deze redenatie is te vinden hier .


Terug naar Belastingmoraal, Kalshoven , HiŽrarchie sociologie , of naar site home .