Toelichting bij In het kort: moslim-orgaandonatie
Aanleiding voor deze stelling zijn de problemen rond de regeling van
orgaandonatie. Er is al vele jaren een structureel tekort aan orgaandonoren, en
de vorige pogingen door middel van een registratiesysteem voor donoren en een
actieve aanpak in het ziekenhuis hebben niet geholpen. De discussie is om het
systeem van stilzwijgende weigering om te zetten in stilzwijgende toestemming.
Vanwege principiële bezwaren uit sommige
kringen heeft dit voor de hand liggende voorstel het moeilijk, en daarom kwam
staatssecretaris Hoogervorst (na overleg met de beroepsgroep) met een nieuw
stimulans initiatief: wie zich opgeeft als donor krijgt voorrangspunten bij een
noodzakelijke transplantatie. De redenatie hierachter is dat een grote groep
mensen op principiële gronden geen donor wil
zijn, maar wel een orgaan wil ontvangen. Hij noemde als belangrijk deel van die
groep de moslims
.
Moslim-woordvoerder N. Joemman, secretaris van het Contactorgaan Moslims en
Overheid (CMO), suggereert Hoogervorst daarmee dat moslims alleen maar willen
profiteren, en dat hij daarmee de moslims stigmatiseert . Bestuurslid A.
Marcouch van de Unie van Marokkaanse Moskeeën Amsterdam en Omstreken, vindt ook
dat de uitspraak moslims bestempelt als profiteurs, en dat ze riekt naar
discriminatie
.
Het hebben van een stigma is het dragen van kentekens die op meestal
negatieve wijze doen onderscheiden van de rest. Stigmatisering is zeggen dat
iemand stigmata heeft, en de uitdrukking wordt tegenwoordig vrijwel uitsluitend
gebruikt in een context dat dit onterecht is.
Daarmee is de klacht van Joemman meteen ontkracht. Zodra het negatieve
kenteken terecht is toegewezen, is er geen sprake van stigmatisering. Het gaat
dan om het werkelijke gedrag, en er is weinig twijfel dat voor moslims als groep
geldt dat ze fundamentele bezwaren hebben tegen orgaandonatie. Dat ze het niet
allemaal hebben, en dat er fundamentalistische anders-gelovigen zijn die het ook
hebben, is van secundair belang. De moslim weigeraars zijn waarschijnlijk de
grootste groep onder de weigeraars, en als zodanig mag Hoogervorst ze noemen.
Zijn uitspraken zijn gekomen na overleg met het veld, en het zou prettig zijn als
er concrete cijfers komen, maar in dit geval kan er op grond van een inschatting
van de grote van de groepen en bekende houdingen en verantwoorde uitspraak
worden gedaan (nog afgezien van het feit dat het voorstellen van zo'n onderzoek
zonder voorgeschiedenis sowieso niet kan, in verband met de al genoemde kreten
van stigmatisering en discriminatie).
Daar waar klachten over gedrag zoals het omgaan met orgaandonatie terecht
zijn, is het belangrijk voor moslims als groep dat ze deze problemen met de
omgang met de westerse maatschappij zo min mogelijk benadrukken. Dat betekent
als allereerste dat ze zich niet als aparte groep moeten afficheren. Tegen deze
voor de hand liggende raad handelen ze op zeer nadrukkelijke wijze, door zich te
hullen in kleding die hun lidmaatschap van de groep van moslims nadrukkelijk
afficheert, namelijk het dragen van hoofddoekjes, kaftans, djellaba's enzovoort
(zoals N. Joemman doet door een djellaba te dragen bij interviews op televisie).
Omdat ze dit vrijwillig doen, stigmatiseren de moslims daarmee zichzelf. Een
klacht over stigmatisering door anderen, al dan niet terecht, is dus hypocriet.
Voor de klacht van discriminatie geldt natuurlijk precies hetzelfde.
Naar In het kort
, of site home
.
|