Israël en Palestijnen in de media
Er is dagelijks iets in het nieuws over de strijd in Israël. In de reeks wederzijdse gewelddaden
wordt door de media veelvuldig gerefereerd aan eerdere voorvallen, zoals: De Israëlische
actie volgt op een Palestijnse zelfmoordaanslag in Jeruzalem.
Het is begrijpelijk dat de media pogen de wederzijdse acties enigszins begrijpelijk te maken.
Het zou wenselijk zijn als dit op evenwichtige wijze zou gebeuren, dus dat de
voorgeschiedenis van Israëlische acties even vaak belicht wordt als de voorgeschiedenis van
Palestijnse acties. Dat evenwicht wordt niet bereikt. Een deel van de oorzaak ligt
waarschijnlijk in het voortdurend herhalen van Israëlische en Amerikaanse politici dat
Israëlische acties gezien moeten worden als reacties van een staat tegen gewelddadige
burgers.
Het is echter de taak van de journalist om conflicten zo onpartijdig mogelijk weer te geven. In
het kader daarvan is zorgvuldig refereren aan voorgeschiedenis essentieel, vooral bij zo'n
historisch conflict als dat rond Israël. Het refereren aan Palestijnse zelfmoordaanslagen is een
geldige vorm van referentie als er een gelijkwaardige vorm van referentie bij Palestijnse
aanslagen tegenover staat.
Er is maar één vorm van geldige referentie bij Palestijnse aanslagen: het vermelden
van het feit dat de Palestijnen strijden tegen bezetting van hun gebied. Die bezetting heeft
plaats gevonden in drie fasen. In 1946 heeft de Verenigde Naties een deel van Palestina
toegewezen aan de joden, zonder daar de Palestijnen vooraf over te horen, inspraak te geven,
of toestemming te vragen; het is maar de vraag of in de context van algemene mensenrechten
en het volkenrecht dit een geldige daad was. Het tweede deel van de bezetting van Palestina
vond plaats in 1948, toen de nieuwe joodse staat Israël het aan de Palestijnen toegewezen deel
ook bezette. En een derde bezetting vond plaats na de zesdaagse oorlog in 1967
.
De vereisten van journalistieke berichtgeving zijn dat het aantal referenties bij Israëlische
acties gepaard gaat met een even groot aantal referenties bij Palestijnse acties, waarbij die
referenties de volgende simpele vorm kunnen hebben, kiezende uit drie mogelijkheden
afhankelijk van de plaats van de Palestijnse aanslag:
"De aanslag vond plaats in: - door de Verenigde Naties in 1946 aan de joden
toegewezen Palestijns gebied.
- door Israël in 1948 bezet gebied.
- door Israël in 1967 bezet gebied."
Bij het weglaten van deze referenties, en het wel vermelden van referenties aan Palestijnse
aanslagen bij Israëlische acties, is er sprake van partijdige berichtgeving. In Nederland is dat
op dit moment de normale situatie. De reden daarvoor is simpel, namelijk de
bemensing van de berichtgeving over het conflict in Palestina. De
meerderheid van de vaste verslaggevers van het conflict, de correspondenten, is van joodse
afkomst. Dit is vanuit iedere vorm van journalistieke beroepsethiek onaanvaardbaar.
Terug naar Hiërarchie
sociologie
, Media lijst
, of naar
site home
.
|