|
Leids universiteitsblad Mare , 14-05-2005, door David Bremmer
'De Raad voor de Journalistiek werkt niet'
De Raad voor de Journalistiek functioneert slecht en mist gezag, vindt
promovendus Hans Mentink. 'Vast blijven houden aan hoor en wederhoor leidt tot
krankzinnige situaties.' Mare schoof aan bij een zitting.
Tussentitel: 'Tot de rechter het verbiedt blijf ik moffen zeggen'
Moffen. Die term veroorzaakte het geschil dat vorige week vrijdag in een statig
pand te Amsterdam-Zuid werd uitgevochten. Daar boog de Raad voor de
Journalistiek zich over een column van oer-Hagenees en columnist Henk Bres. In
het Haagse huis-aan-huisblad De Posthoorn had hij het woord gebruikt, tot
ergernis van Duitse klager Hildebrand. 'In Den Haag wonen zo'n tienduizend
Duitsers. Die zullen met opgetrokken wenkbrauwen deze column hebben gelezen',
stelt het Bureau Discriminatie Haaglanden namens Hildebrand. 'Als de heer Bres
nu de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt of daarin was geboren, hadden we er
begrip voor gehad, maar dat is hier niet het geval.'
Bres, door zijn hoofdredacteur gekenschetst als een
'authentieke, gewone Hagenaar', begrijpt weinig van de aanklacht. 'Moffen is in
Den Haag een doodnormale term voor Duitsers', vertelt hij in onvervalst plat
Haags. 'Ik heb niets tegen ze, ben er zelfs voor RTL geweest om tijdens het WK
een paar potjes te gaan voetballen op campings. Ik heb me prima vermaakt in
Moffrica, braadworsten gevreten, prachtig. Tot de rechter het verbiedt, blijf ik
moffen zeggen:
Dat Bres en zijn hoofdredacteur vandaag zijn komen opdagen is
niet vanzelfsprekend. In 30 procent van de gevallen laat de verweerder het bij
zittingen van Raad voor de Journalistiek afweten. Bladen als Elsevier en
HP/de Tijd boycotten hem helemaal. Het illustreert volgens Hans Mentink
het gebrekkige gezag van de Raad, die sinds 1982 in de huidige vorm
functioneert. Mentink was eerder advocaat en wethouder in Rotterdam. Deze week
promoveert hij de Leidse Rechtenfaculteit. 'De Raad wil een laagdrempelig
instituut zijn dat een snelle bevredigende oplossing biedt op klachten. Dat
gebeurt niet:
Zowel klagers als journalisten plukken er de wrange vruchten
van. 'Als je als burger klaagt over een journalistieke misser ligt de bewijslast
bij jou. Jij moet de onjuistheid van de berichtgeving aantonen. Dat lukt zelden
en staat haaks op het meest fundamentele in het recht. Bij de civiele rechter is
de bewijslast omgekeerd en volstaat een deugdelijke onderbouwing van de feiten.'
Journalisten op hun beurt moeten van de Raad krampachtig voldoen aan het
principe van hoor en wederhoor. 'Dat is een wet van Meden en Perzen. Doe je dat
niet dan wordt de klacht altijd gegrond verklaard. Dat leidt vaak tot
krankzinnige situaties.'
Hij noemt als voorbeeld een zaak waarin de Raad de
Evangelische Omroep terechtwees bij een reportage over Volkert van der G., de
moordenaar van Pim Fortuyn. 'Deze zou niet alleen Fortuyn, maar eerder ook een
boswachter hebben vermoord. De EO had verzuimd dat voor te leggen aan Van der
G.'s raadsman. Alsof de advocaat, die net midden in de Fortuyn-rechtszaak was
verwikkeld, dat dan ronduit zou toegeven.'
Het gebrekkige gezag van de Raad voor Journalistiek heeft
meer oorzaken. Er kunnen bijvoorbeeld geen sancties worden opgelegd. De
journalist en zijn medium komt er zonder boete van af, bovendien kan publicatie
van de uitspraak of rectificatie van de gewraakte publicatie niet worden
afgedwongen.
Terug naar Amsterdam voor de volgende zaak. Wederom wordt er
geklaagd over een column, dit keer door spelersmakelaar Ger Lagendijk.
Voetbaljournalist en analyticus Hugo Borst suggereerde onlangs in het AD
dat Lagendijks client Ronald Koeman jaren geleden als trainer bij Vitesse geld
verdiende aan een transfer. 'Dat is volstrekt onjuist. Koeman is een echte
gentleman, ik werk al 26 jaar met hem. Daarom wil ik deze zaak voorleggen
bij uw raad. Als ik een excuus krijg, ben ik tevreden en hoef ik geen advocaat
in te schakelen voor een rechtszaak.'
Veel verstand van voetbal blijkt de Raad niet te hebben.
Wanneer Lagendijk in zijn toelichting de naam van voormalig Ajacied en
international John Bosman laat vallen, krijgt hij de vraag: 'Bedoelt u de Bosman
van het Bosman-arrest?'
Lagendijks zaak toont meteen het voordeel dat de Raad wel
heeft. De procedure is goedkoper en laagdrempeliger dan de civiele rechter. En
inhoudelijk gezien maakt de keuze weinig uit: de civiele rechter blijkt veelal
niet minder streng te oordelen dan de Raad voor de Journalistiek.
Hoewel de gang naar de civiele rechter door alle manco's bij
de Raad vaak meer voor de hand ligt, wil Mentink niet af van de
klachteninstantie.
'Kijkend naar andere Europese landen blijft er behoefte aan een laagdrempelig
instituut dat gratis klachten over journalistieke gedragingen behandelt: In zijn
proefschrift doet de promovendus tien voorstellen om het functioneren van de
Raad voor de Journalistiek te verbeteren. Een belangrijke daarvan is de komst
van een gedragscode waarin staat welke journalistieke gedragingen wel of niet
acceptabel zijn. 'Nu toetst de Raad alleen of het handelen van de journalist
"maatschappelijk aanvaardbaar" is. Dat is een heel onduidelijk criterium.
Zeker als je weet dat zeventig procent van de klagers bestaat uit gewone
particulieren die zich meestal niet door een advocaat laten vertegenwoordigen.'
Daarnaast zou de Raad meer aan bemiddeling moeten doen. 'Nu
wordt elke klacht, hoe futiel ook, door de voltallige Raad van Journalistiek
behandeld. Als je kijkt naar de gewone rechtspleging dan is mediation de
trend, in veel zaken wordt geschikt.' Mentink stelt voor klachten door een
bemiddelaar te laten behandelen. Is er binnen een maand geen bevredigende
oplossing dan behandelt de Raad de zaak alsnog. Verder moet een speciale
voorprocedure onterecht ingediende klachten eruit zeven. 'Bovengenoemde
voorstellen versnellen de procedure en verkleinen het aantal zaken waardoor het
gewicht van de uitspraken toeneemt:
Belangrijk is ook dat de Raad voor de Journalistiek voldoet
aan Europese regelgeving. Nu voelt het instituut zich niet gebonden aan artikel
10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en noemt het de
jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten voor de Mens irrelevant. 'Zo
weegt de raad persvrijheid zwaarder dan het recht op privacy', aldus Mentink.
'Volgens het Europese recht zijn beide even belangrijk.'
Het kenmerkt de haast arrogante houding van de Raad, die zich
weinig aantrekt van de buitenwereld en vindt dat het eigenlijk wel goed gaat.
'Er zijn de laatste tien jaar meerdere adviezen ter verbetering uitgebracht.
Bijna allemaal zijn die de bureaula ingegaan. En ook op mijn voorstellen
reageert de huidige voorzitter mr. Anton Herstel grotendeels afwijzend.'
Mentink weigert somber te zijn. 'Dat ik een dik boek heb
geschreven, zal weinig helpen. Daarom heb ik mijn hoop op de overheid gevestigd.
Als de Raad het zelf niet oppakt, doet de politiek het wel. Dat is een
belangrijke stok achter de deur.'
Johannes Mentink: Veel Raad, weinig baat. Een onderzoek naar nut en noodzaak
van de Nederlandse Raad voor de Journalistiek.
Naar Journalistieke regels
,
Politiek & Media overzicht
, Media lijst
, of naar
site home
.
|