|
De Volkskrant, 21-05-2005, hoofdredactioneel commentaar
Europese Grondwet ...
Aanvankelijk leek het erop dat de campagne voor het Nederlandse referendum over
de Europese Grond wet zich goeddeels zou afspelen in de slagschaduw van de
Franse volksraadpleging. Terwijl in Frankrijk het debat volop woedde, viel hier
tot enkele weken geleden weinig belangstelling voor de hele kwestie te
bespeuren. Aangenomen werd dat de Grondwet zonder veel moeite liet fiat van de
Nederlandse kiezers zou krijgen. De grootste zorg was dat het opkomstpercentage
niet beschamend laag zou uitvallen.
Maar de Nederlandse campagne is niet langer een sideshow.
Ook hier is de vlam in de pan geslagen. De peilingen, inclusief die van de
regering. laten zien dat verwerping van de Grondwet zeer wel tot de
mogelijkheden behoort. Het land dat altijd werd gezien - en ook -zichzelf zag -
als een steunpilaar van het Europese integratieproject, blijkt vervuld van
euroscepsis of althans van grote aarzelingen over de nieuwste ordeningsplannen
voor een Europese Unie die de afgelopen jaren niet de indruk heeft gewekt dat ze
maat weet te houden.
De scepsis kan niet verbazen en hoeft ook niet te worden
betreurd. Het is terecht dat de Nederlandse kiezers een kritische houding
aannemen nu ze voor het eerst de gelegenheid krijgen een gerichte uitspraak te
doen over de grondslag van de Europese samenwerking. Maar voor de regering is
het opborrelend onbehagen uiteraard een beperkt genoegen. Een nee tegen de
Grondwet zet haar bij uitstek te kijk, zowel nationaal als internationaal.
Dat de kans op een electoraal echec zo groot is, heeft Den
Haag voor een deel aan zichzelf te wijten. Men heeft zich ten ene male niet
gerealiseerd dat de kloof die op nationaal niveau bestaat tussen politiek en
burger, de afmeting van een ravijn aanneemt als het gaat om Europese zaken. Voor
velen is de Europese integratie een voortdenderende trein, die weliswaar
voordelen heeft gebracht, maar waarvan ook een voornaam kenmerk is dat de
passagiers nauwelijks iets te zeggen hebben over het traject dat ze bereizen.
Er had dus vanaf het begin serieus en weloverwogen campagne
moeten worden gevoerd. Dat is niet gebeurd. Onder het formalistische argument
dat het besluit tot het referendum voor rekening van het parlement komt, heeft
het kabinet zich te lang vrijblijvend opgesteld. Rij de verspreiding van de
omvangrijke en weinig toegankelijke tekst van de Grondwet ontbrak in eerste
instantie enigerlei vorm van uitleg en begeleiding. Toen uiteindelijk het besef
doordrong dat een krachtige inspanning is vereist om de kiezers over de streep
te trekken, werden door sommige ministers onbesuisde uitspraken gedaan die de
animo om ja te zeggen alleen maar kleiner maakten. Minister Donner spande de
kroon door zelfs het oorlogsgevaar ten tonele te voeren in het geval dat de
Grondwet wordt verworpen.
... verdient een ja-stem
Maar alle Haagse misgrepen en legitieme onlustgevoelens over Brusselse
zelfgenoegzaamheid ontslaan de consciëntieuze kiezer niet van de plicht de
Grondwet op zijn eigen merites te beoordelen en een nuchtere afweging te maken
van de voors en tegens. Zeker als men de Europese samenwerking in beginsel
beschouwt als een belangrijke verworvenheid, zoals ook veel critici zeggen te
doen.
Die afweging brengt de Volkskrant ertoe ja te zeggen
tegen de Grondwet. Niet omdat het zo'n baanbrekend en meeslepend document zou
zijn - dat is het niet en hoeft het trouwens ook niet te zijn. Maar eenvoudigweg
omdat het de bestuurlijke constellatie van de Europese Unie, die mede door de
uitbreiding van vorig jaar uit haar voegen dreigt te barsten, voorziet van een
beter fundament.
Het hele grondwettelijke project (waarbij het woord grondwet
trouwens beter achterwege had kunnen blijven, want het gaat in wezen een verdrag
tussen 25 staten) is vooral ingegeven door de noodzaak om de besluitvorming in
de EU effectiever te maken. Op dat punt wordt inderdaad winst geboekt. Op een
aantal beleidsterreinen komt het vaak verlammende vetorecht van de individuele
lidstaten te vervallen. Anderzijds wordt door de gekwalificeerde
meerderheidsregel voorkomen dat enkele grote landen hun wil kunnen opleggen.
Positief is verder dat het Europees Parlement duidelijk meer te zeggen krijgt.
Ook de betrokkenheid var de nationale parlementen en het initiatiefrecht van de
Europese burgers worden versterkt, al moet worden afgewacht hoe groot de
praktische betekenis daarvan is.
Ontegenzeglijk bevat de Grondwet weeffouten en
tekortkomingen. Maar er doen in het afwijzingskamp bezwaren de ronde die uit de
lucht zijn gegrepen. De Nederlandse uitkeringen worden geen gemakkelijke prooi
voor allerhande arbeidsmigranten. De Ieren en de Slovenen krijgen geen
zeggenschap over de Nederlandse abortuspraktijk, net zomin als de toon voor het
vaderlandse drugsbeleid voortaan wordt gezet in Parijs. Dat het Europese recht
in principe prevaleert boven het nationale, zal door een nee niet veranderen.
want daaraan is Nederland al door verdragen gebonden. Net zoals de andere
lidstaten boet Nederland weliswaar iets in aan invloed, maar dat heeft alles te
maken met de komst van tien nieuwe landen; en hel valt niet uit te drukken in
procenten, zoals sommigen doen met een aplomb alsof het om kernfysica gaat.
Deze Grondwet vestigt geen Europese superstaat. Het document
probeert een nieuw evenwicht te vinden tussen de communautaire en de
intergouvernementele pijlers van het Europese gebouw. Geen gemakkelijke opgave,
die welhaast per definitie een broos resultaat oplevert. Maar de Europese
werkelijkheid laat zich nu eenmaal niet dwingen. In brede kring klinkt de roep
om nauwere samenwerking, maar in even brede kring wenst men de nationale
soevereiniteit zoveel mogelijk intact te houden.
In dat spanningsveld moet de Unie haar machinerie draaiende
zien te houden en een rol van betekenis proberen te spelen op het wereldtoneel.
In die onderneming is Nederland altijd een actieve vennoot geweest, een traditie
die niet lichtvaardig moet worden verlaten. De beslissende vraag bij het
referendum is: zijn de bedenkingen tegen de Grondwet zo ernstig en worden
nationale belangen zozeer geschaad, dat het risico van een ontregeld Europa - en
van een geïsoleerd Nederland indien de Fransen alsnog ja zeggen - op de koop toe
moet worden genomen? Het antwoord luidt: goedkeuring van de Grondwet is de beste
keuze. Hopelijk weet een meerderheid van de kiezers die begrijpelijke verleiding
van een proteststem te weerstaan.
IRP: De bewering dat het referendum enkel en alleen gaat over
de inhoud van de grondwet is natuurlijk onjuist. Het gaat om de resultaten van
de Europese Unie, en richting waarin de grondwet beweegt. Die resultaten waren
lange tijd gunstig, maar de laatste jaren niet meer, door overdadige
gedetailleerde regelgeving op terreinen die eigenlijk op het niveau van staten
of lager liggen, als arbeidsomstandigheden en subsidies. Tegelijkertijd wil men
de economie verder liberaliseren. De richting van de Grondwet is in die van meer
centrale regelgeving en meer liberalisering. Die richting hoort bij die van de
grote staat, en de bijbehorende parafernalia als een vlag, een volkslied en een
president. Dit is wat de meerderheid van de bevolking heeft verworpen. De
verdeling over de verschillende bevolkingsgroepen daarbij was dat hoe hoger
opgeleid en hoe hoger inkomen, hoe meer men voor was. Bij een verdeling in
vieren qua inkomen was de verhouding in de hoogste groep ca. fifty-fifty. Een
meerderheid voor was er alleen in de gemeentes van echte topinkomens: Wassenaar
en omgeving, Bloemendaal en omgeving, de randgemeentes van Eindhoven, en
dergelijke. De Volkskrant stemt mee met deze groep.
Los van deze afwegingen is het natuurlijk sowieso een vraag of een krant dit
soort aanbevelingen moet. Het IRP, voorstander van de scheiding van informatie
en opinievorming, en stellende dat het beroep dat een krant in andere situaties
doet op haar rechten als informatievoorziener ook plichten met zich mee brengt,
vindt dus, juist uit hoofde van dit beroep, dat een krant zich moet onthouden
van het soort politieke meningvorming als het bovenstaande advies; voor een
andere argumentatie, zie hier
.
Addendum: De bewering van het IRP dat de argumenten van de
Volkskrant gezocht zijn bij het gewenste antwoord, bleek juist toen de
uitslag van het referendum bekend was. Toen wist men wel wat het doorslaggevende
argument was, en wist men ook ineens waar het vooral over ging: gaan we in de
richting van een federaal Europa
.
Terug naar Volkskrant beleid
, Media lijst
, Anglicisme home
, of naar
site home
.
|