|
De Volkskrant, 10-06-2006, door Marieke Aarden |
15 sep.2006 |
Hoe een ijswikkel een boompje wordt
De mens kan een voorbeeld nemen aan de mier. Alleen afval produceren dat kan
terugkeren in de kringloop.
Tussentitel: Nike komt met sportschoen waarvan rubberen zool na 1,5 jaar is
opgelost
In de wereld van Michael Braungart begint de verpakking van het ijsje vloeibaar
te worden zodra het uit de vriezer komt. Na een paar uur is er niets meer over
van de wikkel. Die is opgegaan in zijn omgeving.
Het maakt dus niet uit of het papiertje op straat belandt.
Sterker nog, het is juist de bedoeling dat het wordt weggegooid. In de
verpakking zitten namelijk zaden van lokale planten. Met het wegwerpen, komen
ook de zaadjes vrij en zo plant de consument eigenlijk een boom.
‘Ik heb deze ijswikkel ontworpen in opdracht van Unilever’,
zegt dr. Michael Braungart. ‘Het bedrijf wil ijs verkopen in China en India. Dit
zijn landen waar bijna alles achteloos wordt weggegooid. Dat is helemaal geen
probleem, tenminste als het afval biologisch afbreekt en bijdraagt aan iets
nieuws.’
De Duitse chemicus was onlangs in Nederland, komend uit de VS
en op doorreis naar Tokio. Deze reislust is nuttig want er valt veel uit te
leggen over de nieuwe industriële revolutie, die Braungart en zijn zakenpartner,
de Amerikaanse architect dr. William McDonough, over de wereld willen
verspreiden.
Bij de autofabriek Ford, de sportschoenenproducent Nike, het
chemieconcern BASF en de kantoormeubelfabriek Herman Miller heeft het tweetal
productieprocessen ingrijpend gewijzigd en nieuwe kantoorgebouwen gecreëerd.
Greenpeace
Braungart werkte in de jaren tachtig bij Greenpeace, ondermeer in Duitsland,
waar de chemische industrie zich lange tijd van een slechte kant liet zien met
illegale lozingen op de Rijn. Hij promoveerde op het gebruik van zuurstof om
papier te bleken in plaats van chloor, waardoor de uitstoot van het
kankerverwekkende dioxine vermeden wordt. Deze methode wordt nu algemeen
toegepast in Europa en de VS.
Zijn loopbaan nam een wending toen in 1986 in Bazel de
Rijn rood kleurde doordat het chemieconcern Sandoz na een brand
bestrijdingsmiddelen in het water had laten wegstromen. De internationale
ontsteltenis was groot. De directie stond ineens open voor milieuadviezen en
sindsdien introduceert Braungart schone productieprocessen bij bedrijven.
De chemicus breekt radicaal met de gangbare opvatting dat
bedrijven minder moeten vervuilen door eco-efficiënter te produceren, door
bijvoorbeeld minder water, grondstoffen en energie te gebruiken. ‘Een beetje
minder vervuiling is niet goed genoeg. Dat is net zoals: Ik sla mijn dochter
niet tien keer maar vijf keer. We leven met te veel mensen op deze planeet om
met minder verontreiniging te kunnen overleven.’
‘We moeten de industriële processen opnieuw uitvinden en
daarbij de natuur als uitgangspunt nemen, en die nabootsen. Een mier leeft 21
dagen en produceert in die tijdspanne vier keer meer afval dan de mens.
Opvallend verschil is echter dat het mierenafval teruggaat in de natuurlijke
kringloop, wordt afgebroken en voedingstof is voor planten en dieren.’
Braungart wil dat producenten nog slechts goederen maken die
volledig teruggaan in kringlopen. In de biologische kringloop van de natuur gaat
alles wat composteerbaar en afbreekbaar is, zoals de ijswikkel. Maar dat kunnen
ook shampooflessen, tandpastatubes en sapverpakkingen zijn. In de technische
kringloop van bedrijven komt alles terecht wat als technische grondstof voor een
nieuw product kan dienen, zoals staal, plastic, polymeren, glas.
De Zwitserse textielfabriek Röhmer is totaal overhoop gehaald
door Braungart. Het bedrijf dacht goed werk te doen door als grondstof oude
petflessen te combineren met katoen. Het zou goed voor het milieu zijn om een
natuurlijk materiaal, katoen, met gerecyclede waterflessen te mixen. ‘Maar we
ontdekten een paar storende feiten’ zegt Braungart. ‘Een petfles bevat stoffen
die je niet wilt inademen. In combinatie met katoen – bij de teelt worden veel
bestrijdingsmiddelen ingezet – ontstaat een monsterachtige hybride, die niet
composteerbaar is. Het paste niet in ons doel om een schoon productieproces te
ontwerpen’. Röhmer gebruikt nu een pesticidevrije plant en dierlijke vezels
zoals wol. Wol isoleert in de zomer en de winter en de plant ramie absorbeert
vocht.
De moeilijkste klus was de verf, zegt Braungart. ‘In
plaats van het uitfilteren van alle chemische stoffen die kankerverwekkend zijn,
geboorteafwijkingen veroorzaken en hormoonverstorend zijn, wilden we
ongevaarlijke stoffen die terug konden in de kringloop. Zestig chemische
producenten die we hadden uitgenodigd om met ons samen te werken, haakten af
omdat ze hun bedrijfsprocessen niet wilden bekendmaken. Een wilde meedoen: Ciba
Geigy. Met hun hulp elimineerden we duizenden stoffen die bij de vervaardiging
van textiel worden gebruikt. Uiteindelijk kwamen we uit op 38 stoffen, waarmee
we de hele fabriekslijn maakten. Het personeel hoeft geen stofkapjes meer te
dragen en afnemers zijn zeer tevreden. Controleurs konden geen enkele vervuiling
meer vinden. Het water ging er even schoon uit als het de fabriek in ging. Na
gebruik kan de stof van de kantoormeubels in de natuur worden achtergelaten. De
natuur eet het op’, aldus Braungart.
Bedrijven vragen zich tegenwoordig af of gebruik van
hun product kan leiden tot schadeclaims van consumenten vanwege schadelijke
stoffen. Ook bij multinational Nike, dat niet aangeklaagd wil worden voor
productie van toxische schoenen, hebben McDonough en Braungart opzienbarende
ontwikkelingen in gang gezet. Nike wil het leer niet meer met verdachte toxische
stoffen behandelen. ‘Er is nu een sportschoen in de maak waarvan de rubberzolen
na anderhalf jaar zijn opgelost. De rest van het schoeisel wordt gebruikt voor
nieuwe Nikes. Oude schoenen kunnen worden ingeruild voor een nieuw paar en tegen
betaling krijgt men dan nieuwe Nikes, die volgens de laatste mode en met de
beste technologie zijn vervaardigd. Eigenlijk koop je geen schoen meer maar een
gezond voettransportsysteem voor achttien maanden, een soort eco-lease’, zegt de
chemicus.
Wie zo consumeert krijgt geen schuldgevoel, stelt Braungart.
‘Er is niets mis met tv-toestellen, schoenen, computers, auto’s. Alleen met het
afval is er wat mis, de chemicaliën, de zware metalen en de kooldioxide die bij
de productie worden uitgestoten. Elimineer het afval, gebruik zonne-energie en
weg is het probleem’.
Wieg tot wieg
Braungart heeft dan ook niets op met de theorie dat een product milieu-efficiënt
is als het van de wieg tot het graf op milieuaantasting wordt beoordeeld. Bij
hem is het van wieg tot wieg; na het gebruik wordt het oude product weer
onderdeel van het nieuwe product. Cradle to cradle heet dan ook het boek dat hij
met McDonough in 2002 publiceerde.
Onder leiding van Braungart en McDonough heeft Ford 1,3
miljard euro besteed aan herontwerp van het industriegebied van 500 hectaren in
Dearbourn, Michigan. Hier werd de legendarische T-Ford gemaakt. Het hele
industriepark is herbouwd. ‘Ford had gemakkelijk het verouderde industrieterrein
kunnen verlaten, er een hek om kunnen zetten en elders opnieuw kunnen beginnen.
Nee dus. De Rouge was een icoon van de eerste industriële revolutie en nu wilde
de achterkleinzoon van Henry Ford, William Clay Ford jr., er een nieuw levend
geheel van maken’, zegt Braungart.
De bodem is schoon geworden dankzij planten die zware metalen
opnemen. De gezondheid van de bodem wordt afgemeten aan het aantal wormen per
vierkante meter. Een grasdak op het complex houdt de warmte beter vast. Planten,
insecten, vogels worden er door aangetrokken. Bij hevige regenval kan het dak
ruim 5 centimeter water vasthouden.
De parkeertegels zijn waterdoorlatend. De planten in de
moerassige gebieden rond de fabriek zijn gekozen op hun filterende werking,
zodat het geloosde afvalwater gezuiverd kan worden en ook de rivier Rouge
schoner wordt. Zonnepanelen en windturbines zorgen voor elektriciteit. Er wordt
een nieuw type auto ontwikkeld van materialen die na hun gebruik biologisch
afbreken of opnieuw gebruikt worden in de industrie.
Tussenstuk
Michael Braungart
1958 geboren in Duitsland
1981 studies eco-chemie aan universiteiten van Darmstadt, München, Hannover,
Hamburg. 1981 - 1987 medeoprichter van afdelingen van Greenpeace in Duitsland,
Zwitserland,
Oostenrijk, Argentinië, Costa Rica
1987 - 1994 professor universiteit Lüneburg in ecodesign, gastcolleges
universiteiten Harvard,
Tokio
1989 oprichter-directeur van EPEA, internationaal milieuonderzoek
1991 oprichting MBDB in Verenigde Staten met zakenpartner McDonough.
Naar Rijnlandse bedrijfsvormen
, Rijnlands beleid
, Hiërarchie
Rijnland , of naar
site home
.
|