De Volkskrant, 26-04-2008, door Wouter Keuning 3 mei 2008

Cradle to Cradle is een prachtconcept, nu nog even uitvinden hoe het werkt
 
Ongebreidelde groei is mogelijk als je producten maar ontwerpt op hergebruik, zeggen de bedenkers van Cradle to Cradle.


Niet veel chemici kunnen het hem nazeggen: Michael Braungart is sinds een jaar of twee vaste gast van wereldleiders, politici, topmensen uit het mondiale bedrijfsleven en veelgevraagd spreker op congressen en symposia over duurzaamheid.
    De reden voor zijn populariteit: samen met de Amerikaanse architect William McDonough lijkt hij de heilige graal van de 21ste eeuw gevonden te hebben. Het in hun boek Remaking the Way We Make Things beschreven Cradle-to-Cradle-concept (zie kader) zou volgens de twee dé oplossing bieden voor het duurzaamheidsvraagstuk op wereldniveau.
    De kern van hun boodschap: elk product kan aan het eind van zijn levenscyclus volledig hergebruikt worden. Dat is alleen realiseerbaar als al vanaf de ontwerpfase met dat doel rekening wordt gehouden. De vergaande consequentie: hoe meer consumptie hoe beter, want ‘afval’ is immers ‘voedsel’ voor nieuwe producten.
    Cradle to Cradle (C2C) is aan een onstuitbare opmars bezig. Ook in Nederland blijkt de bodem vruchtbaar. Premier Balkenende en milieuminister Cramer bleken onder de indruk van het concept en beiden ontvingen Braungart voor overleg. De gemeente Venlo wil de eerste C2C-gemeente van Nederland worden en C2C-adviesbureaus schieten als paddestoelen uit de grond. Ook multinationals zijn geïnteresseerd. ‘Ik zie in hun gedachtengoed een bevestiging dat het noodzakelijk en haalbaar is om zaken structureel anders aan te pakken’, zegt DSM-topman Fijke Sijbesma.
    Minister Cramer meldde onlangs met trots dat het concept in Nederland zo goed aanslaat, dat Nederland wel eens het eerste C2C-land ter wereld zou kunnen worden. Hoe zo’n land er concreet uit zou zien, liet zij onvermeld.
    Daar zit precies een van de pijnpunten. Veel vragen over C2C blijven voorlopig onbeantwoord. De kritiek op de theorie van Braungart en McDonough wordt daarom steeds luider. Opvallend is dat die kritiek uit onverdachte hoek komt. Juist mensen uit de duurzaamheidswereld zijn kritisch.
    ‘Er wordt de indruk gewekt dat ongebreidelde groei mogelijk is’, zegt Peter van Vliet. Hij is voorzitter van iNSnet, een stichting die duurzame ontwikkeling promoot. Die claim is ‘absolute onzin’, aldus van Vliet. ‘Voor elk nieuw product zijn nieuwe grondstoffen nodig en de voorraden daarvan zijn nou eenmaal eindig.’
    Van Vliet vindt het concept van Braungart en McDonough bovendien te algemeen. ‘Ze doen net alsof het toepasbaar is op alle producten en diensten. Zo makkelijk is het niet. Je zal dat per product moeten bekijken.’ Nog een punt van kritiek: ‘Er wordt niet doorberekend hoeveel extra energie- en transportkosten het gevolg zullen zijn van Cradle to Cradle.’
    Bas Amelung is het daarmee eens. Hij werkt bij het Maastrichtse onderzoeksinstituut ICIS, dat zich bezighoudt met duurzame ontwikkeling. ‘Je hoeft geen deskundige te zijn om te bedenken dat ongebreidelde groei een even aanlokkelijk als onzinnig perspectief is’, zegt hij. C2C kan in zijn ogen nooit een oplossing zijn voor het duurzaamheidsprobleem op wereldniveau.
    Wouter van Dieren, die aan de wieg stond van de Nederlandse en internationale milieubeweging en lid is van de Club van Rome, is al vijfentwintig jaar goed bevriend met Braungart. Maar ook hij heeft kritiek. De boodschap dat we eindeloos zouden kunnen consumeren, noemt hij ‘nogal onverantwoord’. En: ‘Braungart wijst iets als normale recycling af. McDonough en hij maken er een ideologische alleingang van en dat is fout.’
    Ook het gebrek aan ideeën over de beleidsmatige kant van het verhaal beschouwt Van Dieren als een zwakte. ‘Als je aan Michael vraagt wat voor beleid er voor zijn plannen nodig is, dan begint hij over iets anders. Hij weet het antwoord op die vraag gewoon niet.’
    Ook bij het ministerie van Milieu speelt dat probleem, weet Van Dieren, die er regelmatig mensen spreekt. ‘Braungart heeft afspraken gemaakt met het ministerie, maar daar zitten ze nu met hun handen in het haar. Ze hebben geen idee hoe dat beleid eruit moet zien.’
    De milieucoördinator van Unilever Nederland, Chris Dutilh, gaat een stap verder in zijn kritiek. De claims van Braungart en McDonough staan een oplossing van het probleem wat hem betreft in de weg. ‘Braungart zet mensen aan om niet meer na te denken over de gevolgen van hun gedrag.’ Unilever zal zich wat Dutilh betreft dan ook ver van de hype houden. ‘Hergebruik van margarine of shampoo is sowieso niet mogelijk.’
    Braungart is niet onder de indruk van de kritiek. Tijdens een korte tussenstop in Rotterdam tussen twee bezoeken aan Taiwan en Israël, blijkt hij heilig overtuigd van zijn gelijk. ‘Het is allemaal een kwestie van ontwerp’, bezweert hij. ‘Je kunt alles zo ontwerpen dat het volledig is te hergebruiken.’
    Maar op de vragen hoe bijvoorbeeld de luchtvaart C2C moet worden of hoe een Cradle-to-Cradle-maatschappij er concreet uit zou zien, antwoordt hij: ‘Ik ben niet mister know-it-all. Ik heb goede ideeën en ik kan inspiratie geven.’
    Wouter van Dieren beaamt dat. ‘Michael is een briljant chemicus en een briljant activist. Zijn punt dat chemische wetgeving en milieuwetgeving niet hebben kunnen voorkomen dat we onze producten nog steeds volstoppen met weekmakers, zware metalen en brandvertragers, is ijzersterk. Hij heeft glashelder gemaakt dat we producten optimaliseren op functie en niet op duurzaamheid. Daarmee is hij een verrijking voor het debat. Bovendien kan hij mensen aanzetten tot actie. Hij is de aanjager, er zijn anderen nodig die het verder uitwerken.’


Tussenstuk:
Van wieg tot wieg

Cradle to Cradle (C2C) betekent van Wieg tot Wieg. In 2002 beschreven de Duitser Michael Braungart en de Amerikaan William McDonough het concept in het boek Remaking the way we make things. Het is een visie op duurzaam ontwerpen. Alle goederen kunnen volgens C2C volledig hergebruikt worden, mits de producten met dat doel voor ogen ontworpen en geproduceerd worden. C2C impliceert dat ongebreidelde groei van de consumptie mogelijk is, omdat al het ‘afval’ volgens de theorie ‘voedsel’ is voor nieuwe producten.
    Braungart benadrukt dat er nog veel te doen is. ‘Mensen moeten gaan beseffen dat het niet gaat om ethiek, zoals Al Gore ons wijs probeert te maken, maar om economie.’ De huidige manier waarop de wereld omgaat met het duurzaamheidsvraagstuk is volgens Braungart ingegeven door schuldgevoel, dat vooral uit religie voortkomt .
    ‘Steeds klinkt het idee door dat wij hier eigenlijk niet mogen zijn en dat de mens slecht is. Als je dat maar blijft benadrukken, wordt het vanzelf zo. Uit zo’n benadering komen geen creatieve ideeën voort. Cradle to Cradle gaat over het vieren van het leven, niet over het compenseren van schuldgevoel.’


Naar Rijnlandse economie, recycling , Rijnlandse economie , Rijnlands beleid , Rijnlandmodel overzicht  , of site home .