Rijnlandmodel: kleinschaligheid

22 feb.2006

De voordelen van kleinschaligheid zijn eigenlijk duidelijk en bekend genoeg. Landen waar de grootschaligheidvirus minder heeft toegeslagen, zoals Zwitserland en de Scandinavische landen, zijn volgens die Nederlanders die erheen zijn gegaan veel aangenamer om te wonen. De oorzaken van de grootschaligheidsmanie staan elders uitleg of detail . Onder staan de bronnen die de nadelen van grootschaligheid en de voordelen van kleinschaligheid laten zien. Meer artikelen over inrichting en architectuur, verdeeld in voorbeelden van goed en fout, staan in het rechter menu bij dit artikel uitleg of detail .


Uit: De Volkskrant, 02-02-2006, rubriek Gemengde berichten door Martin Sommer

Ujamaa-gemeenten

De Borghouts-norm voor een gemeente is minimaal dertigduizend inwoners. Nederland moet ontpimmen, de bestuurlijke hoogmoed steekt de kop weer op.


Op bezoek op Texel. Tevreden schapen, karig wintergroen en op de boot een saucijs - vakantie. In Café Lindeboom in Den Burg zit burgemeester Joke Geldorp-Pantekoek. Ze paait een Texelaar aan de bar. Wat vindt u, moet ons eiland een status aparte krijgen? Nee natuurlijk, zegt hij. Maar bij Den Helder worden gevoegd, dat willen ze zeker niet. Den Helder slaan wij altijd over, zegt de man. Daar word je van je fiets geschoten als je niet uitkijkt. En er zijn wijken waar de post niet wordt bezorgd.
    Kijk, dat kan hier nog op Texel. Vlot contact van de burgemeester met een onderdaan in het café. Mevrouw Geldorp schreef onlangs een geestige reactie na de nieuwjaarstoespraak van de Noord-Hollandse commissaris van de koningin Borghouts. De rationalisatiedrift had weer eens toegeslagen en de commissaris meende te weten dat de ideale omvang van een moderne gemeente tussen de dertigduizend en 75 duizend inwoners ligt. En Texel, 13.700 eilanders groot, dreigde over te stappen naar Friesland of anders een status aparte aan te vragen. Een grapje, knikt de burgemeester. Het raakte wel een snaar en ze haalde ruimschoots krant en radio.
    Tweederde van de gemeenten in Noord-Holland is niet aan de maat vanwege de vele zaken die op ze afkomen, zei de commissaris. Dat er veel omgaat, kan mevrouw Geldorp bevestigen. Ze doen op Texel hetzelfde als de gemeente Amsterdam, en dan hebben ze de Waddenzee er nog bij. De bijstand, de nieuwe Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning, plus natuurbeheersing, de eilandenraad, het internationale waddenverband dat loopt tot en met de Denen in Esbjerg. En dan de ruimtelijke ordening en de speciale vergunningen voor nieuwbouw. Ze voelen zich wel eens 'vermorzeld' door alle wetten en regels op Texel.
    Hoe lossen we dat op, minder regels of de boel bestuurlijk eens flink saneren? ...
    Die gemeenten moeten groter, vindt Borghouts, en ook zijn Zuid-Hollandse en Utrechtse collega-commissarissen hebben de tekenen verstaan. Werk aan de winkel, samenvoegen, graag uit te voeren door de provincies want die hebben zo weinig omhanden dat er ambtenaren uit moeten. Van het democratische tekort dat nu de gemeenten zo gevaarlijk bedreigt, hebben ze in het provinciehuis ogenschijnlijk geen last.
    Wat zouden de mensen in het land ervan denken? Dat is een ordinaire vraag, vindt Boele Staal, commissaris in Utrecht, van de partij D66 die ooit streed voor meer democratie. Landelijke partijen, zei hij in het blad Binnenlands Bestuur, 'laten zich in hun opvattingen soms leiden door het streven naar kiezersgunst in die gebieden'. Hij bedoelt dat een flinke meerderheid zonder twijfel tegen samenvoeging is, maar dat we dat niet kunnen hebben. ...
    ... Ik denk alleen dat de bestuurlijke hoogmoed van de administratieve medemens de kop opsteekt. Lees erover in het boek Seeing like a state van de Amerikaanse socioloog James C. Scott. Bestuurders willen maar één ding, een controleerbare, telbare, wat Scott in 2001 'leesbare' orde noemde. Snel en rationeel bestuur, met uiteraard de beste bedoelingen, zoals elke schaalvergroting in onderwijs of ziekenhuis ook altijd met de mooiste vergezichten is gebeurd.
    Dat betekent automatisch dat allerlei andere verbanden en eigenschappen niet worden gezien of ontkend. 'De abstracte burger heeft, in verband met de planning, geen geslacht, geen smaak, geen geschiedenis, geen waarden, geen meningen of eigen ideeën, geen tradities en geen onderscheidende persoonlijkheid die een bijdrage kan leveren', schrijft Scott.
    Overboord met de tradities, daar waren we in Nederland altijd al goed in. Scott noemt als radicaalste voorbeeld de zeer goedwillende Tanzaniaanse president Nyerere. Die dreef de boerenbevolking samen in afgepaste, eenvormige Ujamaa-dorpen. Een radicale mislukking. Nyerere had geen flauw benul dat een dorp iets anders was dan een administratieve verzameling bewoners.   ...


Uit: De Volkskrant, 02-02-2006, van een verslaggeefster

Bewoners blijken gebaat bij klein woonwagenkamp

Het spreiden van woonwagenbewoners over Deventer heeft de 'kampers' goed gedaan. De criminaliteit daalde en het opleidingsniveau steeg spectaculair. Dit concluderen Frits Alsemgeest en Gerard Vennema in het onderzoek Bevrijd van een stigma, dat vandaag wordt gepresenteerd.


Het regionale woonwagencentrum Zuid-West Overijssel was 25 jaar geleden het eerste grote centrum dat werd opgeheven. De tweehonderd gezinnen kwamen terecht op 34 kleinere locaties. Later volgde het hele land. Er bestaan nog een paar grote kampen, bijvoorbeeld in Maastricht (Vinkenslag), Nijmegen, Enschede en Apeldoorn. Dat zijn vooral vanwege hun omvang vrijplaatsen geworden, meent socioloog Frits Alsemgeest.
     Van de tweehonderd gezinnen die in Deventer gedwongen moesten verhuizen, wonen er nu nog 123 in een woonwagen en 77 in een huis. Van de 91 geïnterviewde woonwagenbewoners wil niemand terug naar een groot kamp. ...
    Maatschappelijk gaat het veel beter met de woonwagenbewoners, en dan vooral met hun kinderen. Was het voorheen ondenkbaar dat kampers meer dan enkele jaren basisschool hadden, nu heeft 63 procent van de generatie van 16 tot 26 jaar een vmbo-diploma of hoger behaald. Woonwagenbewoners waren 25 jaar geleden massaal afhankelijk van de bijstand. Dat veranderde: ze zijn in loondienst, of werken als zelfstandige.
    Verder valt op dat de woonwagenbewoners zich maatschappelijk actief opstellen. Ook dat was 25 jaar geleden een zeldzaamheid, stelt Alsemgeest: 'Ze draaien nu kantinediensten bij de voetbalvereniging, helpen mee met schoonmaken, gaan mee als ouder op een jeugdkamp.' Als kroon op wat de onderzoeker assimilatie noemt, valt een toename van gemengde huwelijken te constateren.


Red.:   Voor de nadelen van grootschaligheid, zie onder:


Uit: De Volkskrant, 22-11-2005, door Aaron Betsky, directeur van het Nederlands Architectuur Instituut (NAi) in Rotterdam

Opinie | Banlieu en buitenwijken

Menselijke maat

Dat in Frankrijk de auto's in de banlieues brandden, terwijl in Nederland de buitenwijken rustig blijven heeft te maken met de manier waarop politici en architecten met de ruimtelijke ordening omgingen. In Nederland is de samenleving beter ontworpen.

Tussentitel: Herkenbaarheid, geborgenheid, een menselijke maat - dat kenmerkt de
                  jaren-zeventig wijken.

In 1968 dachten de studenten van Parijs dat het strand onder de straatstenen lag. Je kon de utopie in de stad vinden als je maar hard genoeg zocht. In 2005 zag de generatie van '68, nu allang zelf aan de macht, haar dromen in rook opgaan in de wijken rond de stad. Dat kwam omdat ze niet alleen zelf in de binnenstad waren blijven wonen, maar ook omdat ze hun idee en over hoe een ideale samenleving er uit zou moeten zien met dezelfde megalomanie op het 'platteland daarbuiten hebben proberen te leggen als Louis XIV dat deed met zijn paleizen. In Amsterdam zijn een paar jaar na 1968 de straten ook opengebroken, ironisch genoeg om een metro aan te,leggen naar onze eigen banlieue, de Bijlmermeer. Maar hier hebben de achtenzestigers zich ingezet voor een ander soort stedenbouw. Het resultaat was niet zo indrukwekkend dat de fotograaf Andreas Gursky het in reuzegrote beelden kon vastleggen (zoals hij dat in La Couronne buiten Parijs heeft gedaan), maar het werkt een stuk beter. Dat is een van de belangrijkste redenen waarom buitenwijken en vinexlocaties in Nederland waarschijnlijk niet zullen ontploffen.
    Nederland is de dans ontsprongen - dankzij de ruimtelijke ordening en de manier waarop politici en architecten daarmee zijn omgegaan. Natuurlijk, er zijn veel en bijzonder ingewikkelde redenen waarom dat zo is, en waarom de buitenwijken hier anders werken.
De economische, sociale en politieke situatie is natuurlijk anders. Maar de architectuur ook. Je kunt in de wijken en de huizen gewoon zien dat er in Nederland een betere samenleving is gemaakt, beter ontworpen in elk geval, beter met elkaar verbonden. ...


Red.:   Overigens is de manier waarop die wijken gebouwd zijn op zich niet erg ideaal, en de positieve oordeel is gebaseerd op een vergelijking met veel slechter - voor een voorbeeld van een betere visie, zie Theo Bosch uitleg of detail . Maar dat veel slechter kennen we ook in Nederland:


Uit: De Volkskrant, 05-01-2006, door Weert Schenk

Het tij is gekeerd

Tussentitel: Dweilen met de kraan open? 'Als we niet dweilen, overstroomt het', zegt een agent

Vanwege het verziekte leefklimaat riep de Amsterdamse politiecommissaris Ad Smit de Bijlmer uit tot 'nationaal rampgebied'. Nu gaat het beter, constateert de Volkskrant, die er meeliep met de politie en daar de komende tijd over bericht in de reeks 'Standplaats politie Bijlmer'.
...
Tussenstuk:
Hoe het misging met de Bijlmer
De Bijlmer ligt in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost, ingeklemd tussen Diemen en Weesp. In de Bijlmer wonen vijftigduizend mensen; heel Zuidoost, waartoe ook de rustige wijken Gaasperdam en Driemond behoren, telt ruim 86 duizend inwoners.
    De Bijlmer moest ooit de stad van de toekomst worden, waarin wonen, werken, verkeer en recreatie ruimtelijk gescheiden waren. Er zouden dertienduizend woningen in honingraat-vormige complexen van elf lagen hoog worden gebouwd.
    Het ging mis met de Bijlmer toen de middenklasse, waarvoor de woningen bestemd waren, liever bleek te wonen in huizen met een tuintje, in steden als Hoorn, Alkmaar en Almere. Naar de Bijlmer kwamen vervolgens veel immigranten, die veelal arm waren en werkloos. Drugsgebruik en bijbehorende criminaliteit namen hand over hand toe. Toen bleek hoe de bouw van de Bijlmer de sociale onveiligheid in de hand werkte. ...


Red.:    Deze fout stamt uit de vijftiger en zestiger jaren. Dat weerhield de modernistische stijfkoppen natuurlijk net ervan om die fout grootscheeps te herhalen, zoals bijvoorbeeld de Peperklip is Rotterdam, een schepping van een van de grote architectonische schurken in Nederland, Carel Weeber, zie hier uitleg of detail . Dat de gevolgen van grootschalig denken niet alleen beperkt zijn tot sociaal zwakkeren blijkt hier:


Uit: De Volkskrant, 27-02-2006, van verslaggeefster Aimée Kiene

Grote stad onprettige plek voor kinderen

Harlingen staat tweede op de ranglijst van de meest kindonvriendelijke gemeenten in Nederland. De grote steden (Rotterdam, Amsterdam en Den Haag) zijn ook geen prettige plekken voor kinderen om te wonen. Zij zijn het beste af in de gemeente Rozendaal in Gelderland.


Dit blijkt uit het onderzoek Kinderen in Tel dat onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut hebben uitgevoerd in samenwerking met instanties als Jantje Beton, Defence for Children, Unicef en de Stichting Kinderpostzegels Nederland.
    In het onderzoek zijn gegevens verzameld over de situatie van kinderen in 467 gemeenten in 2004. De cijfers gaan over kindersterfte, jeugdcriminaliteit, werkeloosheid onder jongeren, schoolverzuim, het aantal tienermoeders en over het aantal kinderen dat een hectare speelruimte moet delen.
    ... Het onderzoek is opgezet naar het voorbeeld van Kids Count, een Amerikaans onderzoek uit 1990. Dit Kids Count maakt het mogelijk de situatie van kinderen in de ene staat te vergelijken met die in een andere staat.
    Met de gegevens uit Kinderen in Tel kunnen de Nederlandse gemeenten met elkaar worden vergeleken. De verschillen blijken groot. In Rozendaal zijn geen achterstandswijken, in Rotterdam woont ruim 60 procent van de kinderen in een arme wijk.
    Ook in de noordelijke provincies ligt het percentage kinderen dat in armoede opgroeit boven het landelijk gemiddelde.
    In Rozendaal delen tien kinderen een hectare grond om op te spelen, in Den Haag wordt een hectare speelruimte door 110 kinderen gedeeld.  ...
 

Red.:   Het feit dat architecten als Weeber zolang in Nederland hun gang hebben kunnen gaan, is veroorzaakt door de steun van de destructieve krachten van de kapitalistische bedrijfsleven, en de morele steun van de alfa-intellectuelen, die zich tegen kleinschaligheid en orde van de kleine gemeenschap hebben gekeerd ten gunste van glas-en-beton en de chaos van de grootschalige gemeenschap . Voor een literaire beschrijving van de resultaten van deze laatste vormen van groei, zie hier .

Na de ruimtelijke ordening, nu wat voorbeelden van kleinere instellingen, te beginnen met ziekenhuizen.


Uit: De Volkskrant, 14-09-2006, van medewerkster Jet Bruinsma

Kleine ziekenhuizen beter dan grote

Kleine ziekenhuizen doen het in medisch en financieel opzicht beter dan grotere. Vooral in Friesland en Drenthe scoren de ziekenhuizen bovengemiddeld. Het beste ziekenhuis van Nederland is het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. De zorgkwaliteit daar is de beste van heel Nederland. Financieel gezien hoort het bij de toptwintig.


...   De onderzoekers hebben de jaarverslagen van alle 86 algemene ziekenhuizen en de acht academische medische centra bekeken. Ook de medische prestaties, waarover de Inspectie voor de Gezondheidszorg beschikt, zijn onderzocht. Goede kwaliteit en een gezonde financiële bedrijfsvoering gaan vaak samen, concludeert Roland Berger. Het argument dat ziekenhuisfusies tot schaalvoordelen, meer efficiency en lagere kosten leiden, gaat volgens de onderzoekers niet op.
    'In kleine ziekenhuizen zijn de lijntjes korter. Managers en medische staf ontmoeten elkaar op de werkvloer. In grotere ziekenhuizen staat de patiënt vaak minder centraal. De planning is er complexer', zegt Collot d'Escury. 'Grote ziekenhuizen zeggen tweemaal zo vaak operaties af als kleine', constateert Alma. 'En in kleine ziekenhuizen worden per werknemer 25 procent meer patiënten behandeld.' ...


Red.:    Dit is al oudere kennis zoals onderstaand blijkt, maar natuurlijk is daar ondertussen weinig mee gedaan. Want de kapitalistische neiging naar grootschaligheid is te sterk:


Uit: De Volkskrant, 03-10-2002, van verslaggeefster Femke Deen

Protest tegen fusies kleine ziekenhuizen helpt

Gebruikers van kleine ziekenhuizen kunnen opgelucht ademhalen. De golf van fusies tussen streekziekenhuizen lijkt voorbij. Minister Bomhoff van Volksgezondheid roemt de prestaties en het geringe ziekteverzuim in de kleinere basisziekenhuizen.


...   Vandaag zijn vele van de toenmalige demonstranten weer in Den Haag. De nieuwe minister Bomhoff van Volksgezondheid praat met de Tweede Kamer over de toekomst van kleine ziekenhuizen. Maar waar ruim acht maanden geleden onvrede heerste en nors gemompel klonk, zal nu vooral opluchting heersen. Want Bomhoff, heeft hij gezegd, wil er alles aan doen om basisziekenhuizen te helpen.
   De menselijke maat staat centraal, schrijft hij aan de Kamer. Kleinere basisziekenhuizen 'vormen het fundament van onze ziekenhuiszorg'.
    Het ziekteverzuim is er volgens hem laag en de productie hoog. Dus, schrijft hij, 'een relatieve verbetering van de kleine ziekenhuizen acht ik aangewezen'.
    Dat is wel eens anders geweest. Decennialang richtten ziekenhuizen en overheid zich op schaalvergroting. Sinds het eind van de jaren zeventig vonden er maar liefst 69 fusies plaats.
    Dat kwam doordat veel kleine ziekenhuizen niet konden voldoen aan de hogere kwaliteitseisen. Ook de steeds geavanceerdere medische technologieën werden onbetaalbaar. Bovendien stimuleert de overheid de instellingen om samen te gaan: grote ziekenhuizen krijgen extra geld, een 'fusiebonus'.
    Die bonus is een verkeerde prikkel en moet zo snel mogelijk worden afgeschaft, aldus minister Bomhoff. Die beslissing komt niet helemaal uit de lucht vallen. De Tweede Kamer dwong zijn voorgangster Els Borst een begin te maken met afschaffing.  ...


Red.:   Wat voorspelbaar was dat kwaliteit niet inherent gebonden is aan omvang, en vaak juiste beter is bij kleinere eenheden. En als kwaliteit een issue is, kan dat ook binnen de bestaande vorm worden opgelost. De grote medische voorzieningen als scanners kunnen uitstekend beperkt worden tot de grote ziekenhuizen, en een regionaal samenwerkingsverband worden opgezet.
    Het volgende voorbeeld laat zien dat kleinschaligheid in de vorm, naast de organisatorische, ook veel menselijke, sociale en psychologische, voordelen met zich mee brengt:


Uit: VARA TV Magazine, nr. 43-2005, door Sjak Jansen

Van streek

Ze werken er 'twee, zo niet drie keer harder' dan ze in Hilversum deden. Het grote geluk bij de regionale omroep: 'Hier kun je nog je stempel drukken.'

Tussentitel: Wij hebben niet dat eilandjesgedoe zoals in Hilversum

...  De regionale omroep. Reddingsboei voorvelen die in Hilversum te licht of te oud zijn bevonden. Echter ook een haven voor omroepmedewerkers die op het Mediapark wel toekomstperspectief hebben, maar andere lucht willen ademen en zich willen bewijzen.
    'In Hilversum kon ik nergens mijn stempel op drukken, dat kan hier wel,' zegt Marjanne Wassink (51), die bij L1 in Maastricht presentator is van Limburg Laat, ook wel Nova aan de Maas genoemd. Ze produceert er haar eigen gas ten, doet er 's zondags ook nog radio bij. 'Als je iets kunt en een beetje je best doet, liggen hier alle wegen voor je open,' zegt Wassink, die tien jaar geleden naar het zuiden afzakte na werkzaam te zijn geweest bij TV3 en tal van radioprogramma's, waaronder Echo en Met het oog op morgen.
    Korte lijnen, geen gedoe met netcoördinatoren, morgen uitvoeren wat je vandaag hebt bedacht. Sjoerd IJbema (56), eindredacteur gevarieerd bij Omrop Fryslân, kan tien redenen bedenken waarom hij liever bij een regionale omroep werkt dan bij een landelijke. Alleen bij groot wereldnieuws zoals 9/11 verlangt hij terug naar het NOS-Journaal, waar hij een gewaardeerd eindredacteur was. Maar ook een die het na de twaalfde Prinsjesdag wel gezien had. De kans om in Leeuwarden een televisie-afdeling op poten te zetten, greep IJbema in 1993 met beide handen aan. 'Het voordeel van de regio is ook: je staat veel dichter bij het publiek. Dat is ook de opdracht: Boer Borrel in Hijkersmilde moet het ook snappen en leuk vinden.'
    In Hilversum maak je je items in feite voor je collega's, meent Rik Groenewegen 'Vinden zij het goed, dan kun je de volgende dag een nieuw item maken. Hier in Zeeland maak je televisie voor de man en vrouw om de hoek. Die spreken je aan bij de bakker, bellen op naar de studio en vragen dan: "Krijgen we vanavond weer een aflevering van Trugkieke?" een programma over hoe Zeeland vroeger was.' .
    Met afstand de populairste serie die Groenewegen als programmaleider televisie op de zender heeft gebracht. Kijkdichtheden van boven de 25 procent. 'Ik weet niet of Ron Brandsteder dat ook haalt. Ik vind het mooi. Zo heb je het idee dat je het ook nog ergens voor doet.'
...   De luxe in Hilversum geeft regelmatig scheve ogen bij de regionalen. 'Het verbaast me ook niet dat ze op het Mediapark nu een bezuinigingsronde meemaken,' zegt Sjoerd IJbema. Marjanne Wassink: 'Met minder geld kun je toch goede programma's maken, maar dan moetje wel creatief zijn. Als ik dat geklaag uit Hilversum hoor, denk ik: kom eens bij ons kijken.'
    Niet alleen op de markt is de gulden een daalder waard, ook bij Omroep Zeeland. Regieassistentes en uitzendtechnici bestaan er niet. Die taken worden uitgevoerd door cameramensen en editors naast hun gewone werk. 'Iedereen beheerst ten minste twee disciplines. Als iemand ziek wordt, vang je dat op die manier in de organisatie ook makkelijker op,' zegt Groenewegen.
   ...Men is hier nogal terughoudend. Aan de andere kant: gaat iemand weg, dan zeggen ze hier oprecht: "Jammer, we zullen je missen". In Hilversum is het: "Mooi zo, die plek wordt van mij".'
    ... zegt de presentatrice, die zelf als voordelen van het werken in de regio nog noemt: nul files en veel meer gemoedelijkheid, nauwelijks korte lontjes. Collega's in Hilversum die voorspelden dat ze vroeg of laat wel met hangende pootjes bij de landelijke omroep zou terugkomen, moet Wassink teleurstellen. 'Toen ik hier kwam, heb ik wel eens gedacht: Waar ben ik in terechtgekomen? Maar de afgelopen tien jaar zijn we uitgegroeid tot een echte professionele organisatie. Elke dag maken we twee nieuwsuitzendingen. We hebben een eigen satellietwagen. En we hebben niet dat eilandjesgedoe zoals in Hilversum, dertig omroepen die telkens onenigheid met elkaar hebben. Wij zijn een club.' Rik Groenewegen herkent dat hechte clubgevoel. Hij gaat nu voor zichzelf beginnen als mediatrainer. Dat betekent: afscheid van Omroep Zeeland. Terwijl op de Westerschelde enkele coasters aan hem voorbijtrekken, bekent hij: 'Ik ga met pijn in het hart.'


Red.:   De volgende bron gaat over een terrein waarvan iedereen eigenlijk wel weet dat kleinschaligheid absoluut noodzakelijk is, maar waarvan men het tot voor kort absoluut niet wilde weten: het onderwijs. Vanuit politiek rechts met in het achtergrond dat het duur is, en vanuit politiek-links dat het het gelijkheidsideaal tegenspreekt: iedereen op dezelfde grote school school, liefst zo groot en breed mogelijk. Het volgende bericht stamt uit de tijd dat men een beetje begon in te zien dat het misschien niet zo'n goed idee was:


Uit: De Volkskrant, 14-02-2006, van een verslaggever

Rem op fusiegolf in onderwijs

Minister Van der Hoeven en staatssecretaris Rutte van Onderwijs willen een rem op het aantal fusies in het onderwijs. Scholen die willen samengaan, moeten dit voortaan eerst melden aan het ministerie. Dat kan dan op tijd ingrijpen als de fusie ‘ongewenste effecten’ heeft.


Dit schrijven Van der Hoeven (CDA) en Rutte (VVD) vandaag in een opiniestuk in de Volkskrant. Ze benadrukken dat ze niet ‘uitsluitend’ kleine scholen willen. ‘Maar wij vinden wel dat er een tegenkracht mag komen op de soms ongebreidelde fusietrend in het beroeps- en hoger onderwijs’.
    Zij volgen hiermee een aanbeveling van de Onderwijsraad, hun belangrijkste adviesorgaan. Die waarschuwde vorig jaar dat de fusiedrang ouders en leerlingen dreigt te belemmeren in hun vrije schoolkeuze.   ...
    Bestuurlijke schaalvergroting is sinds de jaren tachtig door de politiek juist gestimuleerd. Het werd scholen voordeliger gemaakt om samen te gaan. Het effect: tussen 1999 en 2003 nam het gemiddeld aantal leerlingen per school in het voortgezet onderwijs toe van 970 naar 1334. Ruim de helft van de leerlingen krijgt les op een locatie met meer dan duizend jongeren.
    De laatste jaren klinkt de kritiek steeds luider. Veel ouders en leerlingen vinden de scholen te groot. De ‘menselijke maat’ is zoek, vinden zij: het onderling contact tussen leerlingen en leraren neemt af en de medezeggenschap van ouders komt in het gedrang. Van der Hoeven sprak al eerder haar zorg uit over de steeds grotere scholen: ‘Daarmee moeten we stoppen. Er moet wel iets te kiezen zijn.’   ...


Red.:   En als degenen die dit beleid gestart hebben, de landelijke politici, dit zeggen, en daarmee terugkomen op eerder gehanteerd beleid, dan moet het echt heel erg zijn. Zie ook nog de volgende reactie:

 
Uit: De Volkskrant, 15-02-2006, ingezonden brief van Cor van Erp (Heesch)

Fusie

Op de Forumpagina van 14 februari zetten Maria van der Hoeven en Mark Rutte vraagtekens bij de fusies van scholen. Eindelijk zien politici in waarvoor leraren al jaren waarschuwen. Fusies leiden tot conglomeraten van scholen die vanuit ivoren torens worden bestuurd. In de ivoren toren schuift men elkaar baantjes toe. De meest fantastische banen worden gecreëerd ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Het geld stroomt weg naar de bestuurders. De frustratie over zelfverrijking is op de werkvloer duidelijk merkbaar. Leraren met competentie en kwaliteit haken massaal af. ...


Red.:   Als het over allochtonen gaat, is het natuurlijk veel makkelijk om de neoliberale vooroordelen opzij te zetten - de ene ideologie die wijkt voor de nog hogere ideologie:


Uit: De Volkskrant, 03-11-2006, van onze verslaggever Gerard Reijn

Kleinschaligheid helpt allochtone student

Allochtone studenten in het hoger onderwijs hebben intensieve begeleiding nodig en een kleinschalige omgeving. Als ze die krijgen, is er van een achterstand op autochtone studenten geen sprake meer.


Dat blijkt uit onderzoek van het Risbo, een instituut voor sociaal-wetenschappelijk beleidsonderzoek van de Erasmus Universiteit. Het onderzoek wordt vandaag gepubliceerd.
    Tot nu toe werd aangenomen dat de achterstand van allochtone studenten vooral het gevolg was van hun achterstandspositie. Zij zouden van huis uit een slechtere positie hebben wat betreft taalbeheersing en begeleiding van de schoolcarrière. ...


Red.:   De conclusie die men trekt is natuurlijk onzin: het constateren van de noodzaak van meer intensieve begeleiding is hetzelfde als het constateren van een achterstand (bijlesleerlingen zijn per definitie niet de beste leerlingen). Maar hier gaat het om het feit dat intensievere begeleiding, kleinschaligheid, de remedie is tegen een achterstand. Het enige opmerkelijke aan deze constatering is dat men hem doet voor het geval van allochtone leerlingen, terwijl het natuurlijk even waar is voor alle leerlingen. Het enige dat hier aan het allochtone van belang is, is dat door het feit dat het over allochtonen gaat, men bereid is over de situatie na te denken.- in medische of chemische termen: de kleur dient als marker voor het moeilijk zichtbare stofje.
    De aloude, universele waarheid die men op deze manier dus herontdekt is deze: hoe kleinschaliger het onderijs, hoe meer aandacht voor de individuele leerling, hoe beter het onderwijs.
    Nu een nog kleiner en nog duidelijker voorbeeld:


Uit: De Volkskrant, 16-09-2006, door Mac van Dinther

Zien wat je eet

La Place is het succesnummer van de kwakkelende V&D-keten. Al het eten is vers, zo uit het rek te pakken. Nu al langs de A13 en op station Leiden, straks ook in de bedrijfskantine.


...  Het enige succes van V&D, wordt La Place smiespelend wel genoemd. Bringmann: ‘Ik mag geen winstcijfers geven, laat ik volstaan met dat het uitstekend gaat.’
    Wat is het geheim van La Place? En is er wel een geheim? Ja, dat is er, zegt Bringmann. Het heet versheid en transparantie. Wat je eet wordt voor je neus bereid, zodat je kunt zien dat het vers is. Show, don’t tell is het adagium. Niet praten, laat maar zien.
    Zie bijvoorbeeld het meisje van de La Place Delft aan de A13 (het beste wegrestaurant van Nederland volgens de Consumentengids van maart 2006) watermeloen in stukken snijden om er vers sap van te maken. Haar collega op het station in Leiden schuift broodjes in de oven, de keukenjongen in Amsterdam perst aardappels door de frietsnijder, de kok van Marché du Monde in Utrecht blancheert boontjes voor de Thaise wokschotel en de bakker in Arnhem spuit room in de vers gebakken krakelingen. Daarna komt er vers fruit op.
    Geen personeel dat met de armen over elkaar staat te wachten. Er moet worden gewerkt achter de toonbank: hakken, snijden, kneden, bakken en persen. Het hele systeem is erop ingericht. Neem het sinaasappelsap. Dat wordt gemaakt met kleine persjes. Want je weet hoe het gaat als ze een grote hebben. Dan persen ze ’s morgen veertig liter waar ze de rest van de dag mee toe kunnen – en dan kun je dat lekkere schuimlaagje wel vergeten. Zo ook de ovens voor de quiches en focaccia’s: die zijn met opzet klein gehouden. De bakkers moeten wel blijven bakken om de vraag bij te houden. De groenten worden ongeschild aangevoerd, de vis wordt ter plekke gefileerd en op ijs gelegd. ...


Red.:   Precies: door de grootschaligheid van de sinaasappelpers verpest de sinaasappelsap. Niet direct, maar door de infrastructuur van het groot-zijn ontstaat processen die het goede verpesten.


Uit: De Volkskrant, 05-01-2007, door Ianthe Sahadat

Sigarettenfabriek wordt broedplaats

Kleine, creatieve zelfstandigen, kruipen steeds vaker bij elkaar. Oude fabriekspanden zijn daarvoor een ideale locatie. Gemeenten zien ze graag komen. ‘Je ontmoet elkaar heel ongedwongen.’


Werknemers van verschillende bedrijven lunchen samen aan een lange tafel. In dezelfde ruimte wiegt een vrouw bellend heen en een weer op een schommel, naast haar staat een groepje te praten. ‘Ik kom zo nog even bij jullie binnenlopen, dan praten we verder’, zegt een man met flitsend brilmontuur tegen twee anderen.
    Zakelijk samenwonen: kleinere bedrijven, voornamelijk in de creatieve sector, huren een paar vierkante meter in een groter complex en hebben zo een aantrekkelijke ruimte om klanten te ontvangen, lagere kosten, extra faciliteiten en de mogelijkheid op samenwerking met aanwezige gelijkgestemden. Het gebeurt al jaren, maar steeds vaker speelt de gemeente een rol.
    Het jongste voorbeeld is de Haagse Caballero Fabriek, gelegen op industrieterrein Binckhorst. Waar ooit sigaretten van de loopband rolden zijn sinds juni dit jaar tientallen bedrijfjes gevestigd. De gemeente kocht de fabriek in 2001 en heeft hem omgetoverd tot ‘een bedrijfsverzamelgebouw voor creatieve en innovatieve bedrijven’: van sigarettenfabriek tot innovatiefabriek dus. ...


Uit: De Volkskrant, 09-01-2007, van verslaggever Harry van Gelder

Commercieel directeur Michael van dne Hurk van de Dagwinkel: 'Buurtsupers kunnen wel degelijk geld verdienen'

Buurtsupers hebben bestaansrecht

Buurtwinkels hebben wel degelijk bestaansrecht, als zemaar inspelen op de behoeftevan de dorpelingen. ‘Kleine supers houden dorpen leefbaar.’


Het kan echt. Buurtsupers kunnen overleven en de winkelier kan er ook nog een goede boterham mee verdienen.
    Deze blijde boodschap verkondigt Michael van den Hurk, commercieel directeur van groothandel Van Tol, gespecialiseerd in kleinschaligheid.
    Van den Hurk gaat regelrecht in tegen de trend. Supermarkten worden steeds groter, het lijkt de enige weg om het hoofd boven water te kunnen houden. Uit onderzoek blijkt dat eenderde van de kleine supermarkten kleiner dan 800 vierkante meter het niet lang meer volhouden door dalende omzetten en stijgende kosten.
    ‘Buurtsupers hebben veelal een stoffig imago’, zegt Van den Hurk. ‘Ze investeren minder snel en lijken ten dode opgeschreven, omdat er vaak geen opvolgers meer klaarstaan. Die hebben er geen zin in om 24 uur per dag te werken voor een mager loon.’
    Van den Hurk, zelf woonachtig in een kleine gemeente, vindt dat doodzonde. ‘Kleine supers houden een dorp of buurt leefbaar.’
   Volgens hem valt er wel degelijk een goede boterham te verdienen, zonder dat er dag en nacht hoeft te worden gewerkt. ‘Er zijn genoeg jonge ondernemers die een supermarkt willen beginnen, maar die willen meteen een grote tent. Veel jonge ondernemers weten niet dat met een kleinere winkel goed geld te verdienen valt.’ ...  


Uit: De Volkskrant, 15-06-2007, door Lidy Nicolasen

Groot is ook niet alles

Veel gemeenten fuseren of gaan nauwer samenwerken. De ‘bestuurskracht’ moet groter. Maar dreigt er geen verwijdering van de burger? Opmeer koos ervoor klein te blijven, Bolsward sloeg de weg in van verregaande samenwerking.


Eeuwen geleden kruiden ze er koning Willem II van Duitsland met paard en al onder het ijs. Hij wilde er met hun autonomie aan de haal gaan. De wapens zijn in Noord-Holland sindsdien allang neergelegd en ook ijsschotsen vind je er zelden meer. Maar tot op de dag van vandaag bewaken ze in Opmeer de eigen grenzen, beducht voor inlijving.
    Vier jaar geleden begon de hedendaagse strijd, kort nadat met de Fortuyn-revolte ook de gemeenteraad van Opmeer van kleur verschoot. Anders dan in andere gemeenten zaten VVD en D66 ineens aan het roer. Met acht tegen zeven stemmen keerde die raad zich tegen fusies met andere gemeenten, tien jaar praten met de buren ten spijt. De wens van de burger, daar ging het in die dagen om.
    Opmeer wilde dicht bij de burger blijven en dus koos Opmeer voor zichzelf. Aan de grenzen ontstonden de nieuwe gemeenten Koggenland en Medemblik. Fors groter dan Opmeer, waar na de jongste verkiezingen CDA en Gemeentebelangen de macht weer terugwonnen. Maar het besluit werd niet teruggedraaid.
    ‘Het allerbelangrijkste voor ons was het terugwinnen van vertrouwen en rust’, herhaalt wethouder Elly Deutekom (Gemeentebelangen) als ze trots dwars door haar gemeente toert: acht dorpen, 11.500 inwoners, 4.200 hectare, ruimte zo ver het oog reikt. Pal in het midden tussen Hooghoud en Opmeer ligt De Weijver, een uitgestrekt evenemententerrein met sportvelden, zwembad en sporthallen. Een eigen politiekorps of GGD zijn er allang niet meer. Voor de nieuwe wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Bijstandwet wordt samengewerkt met andere gemeenten, maar de begroting is sluitend, er is een eigen woningbedrijf, de gemeente is grootgrondbezitter, bouwt huizen en legt hangplekken aan.
    Deutekom: ‘Er is steeds een beweging gaande van klein naar groot en omgekeerd, dat zie je in het onderwijs ook. Klein is daar nu weer fijn. Voor ons is belangrijk dat we de dienstverlening voor de burger op peil kunnen houden en dat kunnen we. Je zit dichtbij, de mensen spreken je aan.’
    En dan vertelt de wethouder over de kransen die na de dodenherdenking op 4 mei pardoes in de sloot lagen. Duizend euro loofde de gemeente uit voor de beste tip. Binnen een dag waren de daders opgespoord: twee meisjes van 14 jaar. De ouders en de meisjes moesten bij de burgemeester komen en de officier van justitie gaf hun straf: een scriptie schrijven over de Tweede Wereldoorlog. Kom er eens om in een grote gemeente, wil Deutekom maar zeggen. ...    Terug naar Opmeer. Niemand zal er Elly Deutekom horen zeggen dat haar gemeente nooit aan de fusietafel zal plaatsnemen. Maar even niet. ‘Het is niet zo dat grotere gemeenten per definitie betere kwaliteit leveren. Daar zitten ook mensen. Wij verkeren in de gelukkige omstandigheid dat we voor jonge ambtenaren een aantrekkelijke gemeente hebben, omdat ze een breed takenpakket krijgen. In grotere gemeenten zie je vaak verkokering, ambtenaren die van voren niet weten waarmee ze van achteren bezig zijn. Te groot kan ook een nadeel zijn.’


Red.:   Onderstaand weer een onderzoek dat laats zien dat de voordelen van grootschaligheid in de praktijk verdwijnen:
 

Uit: De Volkskrant, 30-08-2007, van verslaggeefster Carlijne Vos

Kleinere ziekenhuizen presteren in bijna elk opzicht beter, blijkt uit vergelijkende studie

Fusie helpt ziekenhuizen geen zier

Zelfs de voordelen van schaalvergroting worden niet verwezenlijkt. Onderzoeker: het is helaas te laat om fusies terug te draaien.


De fusiegolf in de ziekenhuissector van de afgelopen jaren heeft niets opgeleverd. Integendeel: kleinere ziekenhuizen presteren beter dan grote ziekenhuizen. Ze zijn beter te besturen, er is minder bureaucratie en de afstand tussen arts en patiënt is kleiner.
    ‘Het is bewust beleid geweest om ziekenhuizen te laten fuseren. Toch zijn geen synergievoordelen gerealiseerd zoals efficiëntiewinst of vermindering van de overhead’, zegt Tijo Collot d’Escury van het adviesbureau Roland Berger Strategie Consultants, dat een studie verrichtte naar de Nederlandse ziekenhuissector. ‘Helaas is het nu te laat om de zaken terug te draaien; de grootste fusiegolf is al achter de rug.’ ...
    Volgens de onderzoekers blijkt dat grotere ziekenhuizen leiden tot meer bureaucratie en meer managers. De afstand tussen arts en patiënt wordt daardoor groter. Voordelen van schaalvergroting zoals kostenbesparing of een betere planning blijven echter uit. ‘De grotere patiëntengroepen die door de gefuseerde ziekenhuizen worden aangetrokken, worden bij voorkeur opgeknipt in kleine groepjes, waardoor de mogelijke efficiëntiewinst wordt verspeeld’, aldus consultant Robin Alma. ...


Uit: De Volkskrant, 31-08-2007, door Toine Al

Van baan veranderen? Kies een klein bedrijf

Wil je variatie, verantwoordelijkheid en vrijheid in je werk? Vergeet dan de lijstjes met beste werkgevers, en steek je licht op bij een klein en onbekend bedrijf. Grote kans dat daar de ideale baan wacht.

...
Tussenstuk:
Werknemer in een kleine organisatie heeft meer plezier in zijn werk

‘Tevredenheid onder medewerkers betekent meer omzet’, zegt Marc Sijtstra van Effectory. Het onderzoeksbureau meet in opdracht van bedrijven hoe de medewerkers hun werk ervaren. Zo deed het bureau onderzoek bij de medewerkers van de Free Record Shop. En wat bleek? De omzet was significant hoger in filialen waar ook de medewerkertevredenheid hoog was.
    Effectory ondervraagt jaarlijks meer dan 175 duizend werknemers. Daaruit blijkt dat organisaties met minder dan honderd medewerkers hoger scoren op onderwerpen als tevredenheid, efficiëntie, motivatie, klantgerichtheid en verloopbestendigheid. Sijtstra noemt deze verschillen significant, met andere woorden: ze kunnen geen toeval zijn.
    Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de mate waarin iemand zijn werk waardevol vindt, wordt bepaald door de variatie aan vaardigheden en talenten die hij erbij kan inzetten, of hij een taak van begin tot eind kan uitvoeren en een zichtbaar resultaat heeft en in hoeverre zijn werk effect heeft op het leven van anderen, ofwel iets betekent. Ook blijkt dat werknemers zich meer verantwoordelijk voelen wanneer ze meer autonomie hebben. Bij een kleine organisatie ervaar je dit alles waarschijnlijk eerder dan bij een grote.

 
Uit: De Volkskrant, 25-09-2007, door Toine Al

Ontevreden klanten? Maak je bedrijf kleiner

Grote bedrijven presteren vaak kleiner dan slechte. De klanten ervan worden hoorndol. De oplossing: creëer kleine, zelfstandige eenheden.


‘De klanttevredenheid loopt hier steeds verder terug. Ik bedenk tegenwoordig alleen nog manieren om meer klachten per uur af te kunnen handelen. Maar dat gaat ten koste van de mogelijkheden om klanten echt te helpen’, zegt Tjeerd van Rijn. Hij helpt callcentermedewerkers van telecombedrijf Orange bij het afhandelen van klachten en vragen.
    Veel klachten van grote bedrijven blijven onopgelost. Tot ergernis van de klanten. De Consumentenbond publiceerde vorige maand een onderzoek waarin twee van de drie ondervraagden aangaven zich flink te hebben geërgerd aan een bedrijf of instelling. KPN en UPC stonden bovenaan het lijstje. Ook in de zorg staat grootte niet per se voor meer kwaliteit. Integendeel, bleek uit onderzoek door Roland Berger Strategy Consultants een jaar geleden. Gefuseerde ziekenhuizen hadden geen kostenbesparingen en evenmin een betere zorgkwaliteit gerealiseerd. Sterker nog, kleinere ziekenhuizen hadden per werknemer zelfs 25 procent méér patiënten behandeld.
    ‘Veel grote bedrijven grossieren in schijnefficiency. Dat is slecht voor de klant en slecht voor de motivatie van de medewerkers’, zegt Eckart Wintzen (68), oprichter en oud-topman van het Nederlandse it-bedrijf BSO/Origin.
    In een grote organisatie voelt de medewerker vaak geen band met de klant. ‘Bij een omvang van een paar duizend medewerkers raakt een bedrijf voor een groot deel intern gericht,’ zegt Jeroen van Zelst, mede-oprichter van it- en organisatieconsultant Andarr met zeventig medewerkers. Hiervoor werkte Van Zelst bij it-reus Ordina: ‘Daar was het voor mij soms moeilijker om contact te krijgen met een interne collega dan voor een klant van buiten. In een kleine organisatie kom je elkaar tegen bij de borrel en is de bereidheid elkaar te helpen groot.’
    Bij de klachtenafhandeling wreekt zich het gebrek aan persoonlijk contact met de klant, stelt Winzten: ‘Een persoonlijke benadering is misschien duurder, maar iedereen voelt zich er beter bij. En als er geen klanten weglopen, hoef je dus ook niet zo veel geld te besteden om nieuwe binnen te halen.’
    Wintzen bedacht een alternatief organisatiemodel, waarmee grote bedrijven net zo klantvriendelijk en slagvaardig kunnen zijn als kleine bedrijven. Een bedrijf moet daarvoor worden opgebouwd als een verzameling van kleine bedrijven (cellen) met ongeveer vijftig medewerkers. Elk daarvan wordt als familiebedrijf gerund en opereert in zijn eigen marktgebied. De klant en de medewerker staan centraal. Management en medewerkers krijgen maximale zelfstandigheid. Alleen missie, uitstraling en kwaliteitsstandaard zijn voor iedereen hetzelfde. Centrale afdelingen voor marketing, personeelszaken of wagenparkbeheer bestaan niet. Al deze taken regelen de plaatselijke vestigingen zelf.
    Wintzen bracht zijn ideeën met BSO/Origin succesvol in de praktijk. Hij begon in 1976 met twaalf medewerkers en verkocht het bedrijf in 1996 met zesduizend medewerkers, verspreid over honderd vestigingen in twintig landen. Wintzen: ‘In een kleine organisatie ziet iedereen wat er wordt gemaakt en waaraan hij zelf bijdraagt. Als je bij een bakker werkt, waar de klanten de hele dag in een lange rij op de stoep staan te wachten voor het brood dat er gebakken wordt, dan voel je trots. En trotse medewerkers zorgen voor tevreden klanten. Daarin ligt de basis voor een succesvol bedrijf.’
    Alle grote bedrijven zouden volgens Wintzen zo kunnen werken. ‘Mijn hartekreet is: laat degene die de klant bedient, zelf uitmaken hoe die dat wil doen. Die gedachtegang kan ieder bedrijf volgen, behalve bedrijven die heel complexe producten maken, zoals Boeing of ASML.’   ...
    Maar misschien is de tijd inmiddels toch rijp voor het celmodel. Grote Nederlandse organisaties zoals ING en NS zoeken naar manieren om de kennis bij medewerkers beter te benutten voor bijvoorbeeld het creëren van nieuwe producten en diensten.
    ‘We zijn langzamerhand tot het inzicht aan het komen dat dingen in een bedrijf meer organisch veranderen, dan door van bovenaf een kant-en-klaar besluit op te leggen. Dat speelde in de crisis over het rondje om de kerk bij NS destijds sterk mee’, zei Kees Blokland, directeur personeelszaken van de NS onlangs in een interview. ‘Diepgaande verandering vraagt een meer participerende vorm van besluiten. Dan is de medewerker bereid zijn kennis en ervaring werkelijk in te brengen.’

De naam Tjeerd van Rijn is op verzoek van betrokkene gefingeerd.
 

Uit: De Volkskrant, 07-11-2007, van verslaggeefster Margreet Vermeulen

Inspectie legt diepe crisis in gehandicaptenzorg bloot

Op nieuwe website is te lezen waar het fout gaat | Kleine instellingen doen het veel beter dan grote


Sommige instellingen voor gehandicapten sluiten bewoners op omdat er te weinig personeel is. Of ze laten ze domweg alleen. In andere instellingen komen nauwelijks artsen over de vloer en is de medische zorg dus onvoldoende. Vaak ontbreekt deskundig personeel dat kan omgaan met agressie met als gevolg dat bewoners en werknemers bang zijn en zich onveilig voelen. En weer andere instellingen zetten bewoners om de haverklap vast in een band of de separeerkamer, zonder na te gaan of er minder ingrijpende oplossingen zijn.
    De crisis in de gehandicaptenzorg gaat diep. Dat blijkt uit het rapport Verantwoorde zorg voor gehandicapten onder druk van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. ‘Slechts in een kwart van het veld wordt verantwoorde zorg geboden’, staat in de samenvatting te lezen. Driekwart van de 96 bezochte instellingen moet een plan van aanpak opstellen om zich te verbeteren. Doen ze dat niet snel genoeg naar de zin van de Inspectie, dan krijgen ze nog meer controles aan hun broek. ...
    De kleinere instellingen doen het in alle opzichten een stuk beter dan de grote. ‘We moeten kleinschaligheid stimuleren’, zei staatssecretaris Jet Bussemaker dan ook in een eerste reactie. Want kleinschalige instellingen luisteren beter naar het personeel en naar de cliënten en leveren daardoor betere zorg. ...


Uit: De Volkskrant, 03-09-2008, door Staf Depla, Tweede Kamerlid voor de PvdA en Steven de Waal is voorzitter van Public Space Foundation.

Terug naar menselijke maat in non-profitsector

Bewoners, onderwijzers en verpleegkundigen die kleinschalige initiatieven ontplooien, moeten ondersteund worden, vinden Stef Depla en Steven de Waal.


Tussentitels: Geef docenten en ouders kans hun eigen school af te splitsen
                   Hiermee gaat PvdA terug naar beginsel ‘macht vergt tegenmacht’


De schaalvergroting en de technocratische managementstijl in onderwijs, zorg en woningcorporaties hebben grote schaduwkanten en roepen steeds meer weerstand op. Burgers voelen zich verweesd. Docenten, verplegers en artsen voelen zich miskend door de vele managementlagen die hun iedere professionele zuurstof ontnemen. Ze kunnen niet de door hen gewenste kwaliteit zorg of onderwijs bieden. En politici voelen zich gemarginaliseerd, omdat ze terecht aangesproken worden op de kwaliteit van onderwijs, zorg of wonen, maar steeds minder kunnen ingrijpen als de kwaliteit in het geding is.
    Dat moet anders. We willen de menselijke maat terug. De praktijk laat zien dat een fusietoets onvoldoende is om de schaalvergroting te stoppen. Wat dan wel? Van al deze voorzieningen weer overheidsdiensten maken, rechtstreeks onder controle van een minister of wethouder? Nee, want dat frustreert burgerinitiatieven en burgerinvloed en zou ook een einde maken aan de goed draaiende scholen en corporaties. Of de publieke sector maar afschaffen en alles zetten op de tucht van de markt? Ook geen goed idee. Dan regelt de invloedrijke elite voor zichzelf de zorg en het onderwijs goed, maar heeft geen belang meer bij collectieve investeringen in goede en toegankelijke publieke zorg of onderwijs.
    Er is een derde weg mogelijk, gericht op terugkeer naar werkelijk particulier initiatief van burgers, waarbij ook de positie van professionals wordt versterkt. Het stimuleren van initiatieven van onderop. Het makkelijker maken voor huurders hun eigen corporaties op te richten. Thuiszorgmedewerkers ondersteunen die hun eigen bedrijf beginnen. Of docenten en ouders de mogelijkheid geven hun school af te splitsen van een groter bestuur. Zo worden de gesloten en steeds groter wordende bolwerken opengebroken en geprikkeld.
    Waar komt die schaalvergroting in de publieke sector toch vandaan? Ten eerste is ze een antwoord op bezuinigingen. Met schaalvergroting snijd je in theorie in de overhead. Ten tweede is ze een strategie van bestuurders om immuun te worden voor beleidsveranderingen. Als je een zorgconglomeraat bent dat alle soorten van zorg verleent, ben je minder kwetsbaar voor politieke koerswijzigingen. Ten derde komt ze voort uit de noodzaak tot specialisering en de daaraan gekoppelde investeringsbehoefte in een beperkt aantal terreinen in de zorg. Ten vierde is ze bedoeld om tegenkracht te vormen tegen steeds grotere marktpartijen. Een kleine corporatie die woonzorg-eenheden wil bouwen, wordt door grote zorgverzekeraars genegeerd. Directeuren in de GGZ zijn alleen een partij voor zorgverzekeraars als ze groot genoeg zijn. Tot slot zijn er ook nog allerlei non-argumenten om te fuseren. Het gaat er dan om directeur van de grootste woningcorporatie of zorginstelling te willen zijn.
    Al die jaren dat het management bezig is met fusies en reorganisaties is er te weinig aandacht voor de kwaliteit van het echte werk, zoals pas weer bleek uit de analyse van de Raad voor Veiligheid van het incident met cardiologie in het Radboudziekenhuis. Een van de bevindingen was dat de top van de organisatie onvoldoende bezig was met de echte kwaliteit van geleverde zorg. Dat moet 180 graden gekeerd. Andere symbolen van de te ver doorgeschoten schaalvergroting zijn de leerfabrieken in het mbo, grote roc’s in kolossale gebouwen bij stations waar leerlingen zich niet meer gekend voelen en niet meer gekend worden, en megacorporaties die bewoners weinig zeggenschap geven over hun eigen buurt.
    Tegen dit fusiegeweld en de nadelen ervan ontbreekt nu tegenwicht. Verkeerde fusies en verkeerde managementbeslissingen na de fusie worden te weinig getoetst en afgestraft. Burger en politiek staan aan de zijlijn. Het is ‘noch markt, noch staat’. Wetgever en instellingen hebben in deze sectoren bewust gekozen voor een maatschappelijk verantwoord en vanuit publieke waarden gereguleerd bestel. Maar de instrumenten om fusies te beoordelen, zijn vormgegeven alsof het een volledig vrije markt is. De Nma toetst alleen in hoeverre de fusie de markt hindert. Maar tegelijk ontbreekt het normale correctiemechanisme van markten op verkeerde fusies. Het zijn helemaal geen volledige markten, want dat wilden we immers niet. Bij een echte markt zien we nieuwe toetreders die zorgen voor innovatie en bestaande spelers onder druk zetten. In de publieke sector blijft dit beperkt tot uitzonderingen. De laatste twintig jaar is er misschien één nieuwe woningcorporatie bij gekomen en in de zorg vormen nagenoeg alleen de Thomashuizen een werkelijk nieuw initiatief.
    In de vrije markt komt regelmatig schaalverkleining voor door actieve afstoting van onderdelen onder druk van aandeelhouders. Het aantal zorginstellingen, scholen of corporaties dat zich heeft opgesplitst, is echter zeer gering. Nooit besluit een bestuur te defuseren, omdat de fusie niet de verwachte voordelen heeft gebracht. Het resultaat is een nimmer stoppende schaalvergroting in juist dat deel van de publieke sector waar dat slechte effecten heeft op burger en dienstverlening.
    Het is daarom goed dat het kabinet met een wetsvoorstel Maatschappelijke Onderneming is gekomen. Daarmee erkent het dat er een probleem is. Dat is pure winst na jarenlange brede steun vanuit de politiek voor schaalvergroting. Jammer is dat het wetsontwerp geen adequaat antwoord biedt. Het komt te veel tegemoet aan de wens uit de non-profitsector om zich losser te weken uit het publieke bestel. Kern van het wetsontwerp is dat in ruil voor een verplicht periodiek overleg van directies van scholen, zorginstellingen en corporaties met hun stakeholders, deze instellingen meer ruimte voor privaat ondernemen krijgen. In het slechtste geval is dit overleg het institutionaliseren van het old boys netwerk: directeuren die bij elkaar in het maatschappelijk middenveld op bezoek moeten. In het beste geval is het meer inspraak van bewoners of patiënten. Dit zijn halfslachtige oplossingen. De invloed van burgers als lid van kruis-, school- of woningbouwverenigingen is gemarginaliseerd door er stichtingen van te maken. Meer inspraak maakt geen einde aan het verlichte regentschap van de bestuurders van een stichting.
    Dat moet beter. Wij kiezen voor een wettelijk recht van professionals en burgers om zelf kleinschalige initiatieven te starten en toegelaten te worden tot de publieke sector en willen dat vooral faciliteren als ‘maatschappelijke onderneming’. Bewoners die hun eigen vereniging oprichten en financieel en organisatorisch ondersteund worden door een corporatie nieuwe stijl. Ook moet er een recht komen van bewoners, docenten, schoolleiders, verpleegkundigen om zich met een onderdeel af te splitsen uit een zorginstelling of schoolbestuur. In sectorregelgeving moet worden opgenomen onder welke voorwaarden dergelijke startende maatschappelijke ondernemingen worden toegelaten en bekostigd. Hier pleiten we sterk voor een ‘ja, tenzij’-beleid. De ervaring is namelijk dat bestaande instituten en de bureaucratie baat hebben bij strikte, gedetailleerde regels die nieuwe toetreding binnen het publiek bestel belemmeren.
    Daarnaast moet er naast een fusietoets voorafgaande aan een fusie ook een postfusietoets komen gericht op kleinschaligheid. We staan nu met lege handen als ondanks de mooie beloften de gefuseerde corporatie zich terugtrekt uit de buurt of zich anoniem gaat gedragen. Hetzelfde geldt als docenten minder te vertellen krijgen over hun vak, omdat na de fusie de nieuwe stafafdelingen centraal het onderwijs menen te moeten innoveren. Als de beloofde voordelen van een fusie of de beloofde interne kleinschaligheid niet waargemaakt worden, moet de fusie kunnen worden teruggedraaid.
    Inmiddels zijn veelbelovende initiatieven genomen in deze richting. Een aantal Nederlandse corporaties gaat experimenteren met de Duitse Genossenschaften. En in de Thuiszorg is recent Buurtzorg gestart. Die werkt met lokale teams van verpleegkundigen, dichtbij de huisarts. Die mogen hun werk, anders dan hun collega’s bij grote thuiszorginstellingen, wel zelf inrichten. Hun werk is niet dichtgeregeld met protocollen en verantwoordingsplicht. Ze hebben daardoor meer tijd voor patiënten, schakelen vaker de kennis van collega’s in en ontwikkelen zo meer hun professionaliteit. Bijkomend voordeel is dat er veel minder overhead nodig is.
    Ook in het onderwijs zijn er ideeën. De Onderwijsraad heeft geadviseerd om schoolleiders en docenten, onder voorwaarden, de mogelijkheid te geven uit een schoolbestuur te stappen. Bijvoorbeeld als in een regio alle mbo-instellingen dezelfde onderwijsmethode hanteren en er geen ruimte is voor studenten die op een andere manier willen leren. Minister Plasterk heeft op verzoek van de Tweede Kamer toegezegd de mogelijkheid te onderzoeken en hiermee in een regio een proef te doen. Voor het einde van het jaar komt hij met een uitgewerkt voorstel.
    We pleiten dus voor een heel ander wetsontwerp ‘maatschappelijke onderneming’. Een wetsvoorstel dat een vehikel is voor allerlei initiatieven van professionals en burgers. Waardoor de professionals hun beroepseer terug kunnen krijgen en de kwaliteit van de relatie tussen professional en burger weer centraal komt te staan. ... En we doen eindelijk wat steeds de bedoeling was van de filosofie van maatschappelijk ondernemen: terug naar de menselijke maat van maatschappelijk en professioneel initiatief.


Uit: De Volkskrant, 23-09-2008, column door Aleid Truijens

Op een kleine school wil iedereen werken

Door schaalvergroting in het onderwijs is een overzichtelijke, kleine school nauwelijks meer te vinden. Ouders: richt zelf de ideale school op en het lerarentekort behoort tot het verleden.


Stel. Je hebt een kind van 12 dat naar de middelbare school gaat. Jij weet precies welk soort school het beste is voor jouw kind: een kleine, overzichtelijke school met niet al te grote klassen, waar alle docenten en leerlingen elkaar kennen. De leraren die er werken, zijn volledig bevoegd, weten veel van hun vak, worden goed betaald en hebben hart voor kinderen. Ze bepalen samen het programma, ondersteund door een directie die uit hun midden komt en door hen is gekozen.
    Het onderwijs op die ideale school is voornamelijk klassikaal, maar stimuleert ook nieuwsgierigheid, ondernemendheid en zelfstandig denken. Culturele vakken nemen een belangrijke plaats in. De school streeft naar een hoog kennisniveau en stelt flinke eisen aan leerlingen, maar die krijgen in ruil daarvoor excellent onderwijs; ze worden niet aan hun lot overgelaten achter hun computers. Je kunt er best een keer blijven zitten, maar als je niet werkt, moet je eraf. En o ja, die school wordt geleid door een klein bestuur. Daarin zitten leraren en ouders en enkele deskundige buitenstaanders die grote affiniteit hebben met de school. Ze werken onbezoldigd of tegen een kleine vergoeding.
    Eigenlijk helemaal niet zo’n rare school, zou je denken. Heel wat minder extreem dan de nieuw opgerichte scholen waarover je wel eens in de krant leest: een school waar dagelijks drie uur wordt gemediteerd en in de pauze aan voetzoolmassage wordt gedaan, bijvoorbeeld. Of die scholen waar klassikale docenten en roosters zijn afgeschaft en kinderen vier jaar lang hun eigen leervraag beantwoorden – of niets vragen, niets beantwoorden en dus niets leren. Dan zijn er ook nog scholen voor elke denkbare geloofsrichting: voor islamieten, kopten, boeddhisten, antroposofen en artikel-zoveel-christenen – allemaal gesubsidieerd door de overheid.
    Maar die gewone, kleine school, waar iedereen welkom is van welke kleur, klasse of geloof ook, maar die zich wél onderscheidt door een hoog niveau van leren, die is nergens te bekennen. Hoe je ook zoekt in je stad of regio, je vindt ’m niet. Je ziet alleen maar kolossale scholengemeenschappen die met vele andere scholen en nevenvestigingen onder professionele besturen vallen. Je hebt geen idee van de leerresultaten, de kwaliteit van de leraren of het aantal onbevoegden, want daarover spreken de flitsende folders en websites van de megascholen niet.
    Goed, de zelfstandige gymnasia komen in de buurt van het ideaal, maar het is de vraag of jouw 12-jarige een gymnasiumadvies krijgt. Trouwens, het enige gymnasium in de stad heeft steevast te veel aanmeldingen, zonder dat de gemeente verplicht is een nieuw gymnasium te openen. Bovendien zouden er ook excellente vmbo’s moeten bestaan – om met koningin Beatrix te spreken: ‘voor leerlingen met vooral ambachtelijke gaven’. Maar die ‘nieuwe ambachtsscholen’ zijn bijzonder schaars. Zoek je voor je kind dat timmerman wil worden een vmbo of mbo-school, dan is er slechts één smaak in de aanbieding: het Nieuwe Leren. Grote kans dat je kind op zo’n school noch ambachtelijke vakkennis, noch algemene vorming opdoet.
    Hoe kan dat? Hadden we geen vrijheid van onderwijs? Natuurlijk, artikel 23 van de Grondwet garandeert die vrijheid. Het opent met: ‘Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering’. Dit plechtige zinnetje heeft de laatste decennia, waarin onderwijs door gestage neergang een hoofdpijnportefeuille werd, een cynische bijklank gekregen.   ...
    Toch biedt ditzelfde artikel ouders en leraren kansen. Waarom zou je zelf die ideale school niet oprichten? In theorie kan dat, maar de praktijk is weerbarstig: het argument dat er ‘voldoende’ scholen van dat type – bijvoorbeeld havo/vwo – in de buurt zijn (een argument dat voor een boeddhistische school meestal niet geldt) is voor de overheid afdoende om zo’n school te weren.
    Dat is niet slim van de overheid. Als je onder geen beding afwilt van de ‘autonome school’, bied dan ook echte vrijheid. Geef scholen de kans om voor hetzelfde geld – dat wordt bespaard op bestuur en management – hoogwaardig onderwijs te leveren, door steengoede, goedbetaalde docenten. Ouders: werk mee aan de oprichting van zulke scholen. Dan is het lerarentekort spoedig opgelost, want op zo’n school wil iedereen wel werken.


Red.:   Een concreet voorbeeld:


Uit: De Volkskrant, 25-01-2010, van verslaggever Robin Gerrits

Klagen gebeurt ook op een kleinschalige school

Kleinschaligheid doet de Helen Parkhurstschool veel goed. Maar een wonderschool?

‘Klagende docenten wordt werkelijk eens een professional! Onderzoek je eigen leerpraktijk en leer daarvan.’ Zo luidde de oproep van aardrijkskundedocent Rolf Weeshoff op de site van de Onderwijsagenda. Zelf werkt hij op een school met ruim 2.000 leerlingen, schreef hij, waar door kleinschaligheid geen rompslomp bestaat, en waar docenten ruimte krijgen voor eigen pedagogisch beleid. ‘Ik ben blij met de ondersteuning van de schoolmanagers.’
    Die wonderschool, daar moesten we heen. Het blijkt te gaan om de Helen Parkhurstschool in Almere, voortgezet onderwijs volgens Dalton-principes. Rolf Weeshoff blijkt een 57-jarige, academisch gevormde eerstegraads leraar te zijn, met geitenwollen sokken, bril en baard.
    Volgens hem is kleinschaligheid het geheim van zijn school. ‘Die is verdeeld in 5 afdelingen met elk 400 leerlingen en een eigen team van leraren, afdelingsleider en administratie.’ Hierdoor voelt iedereen zich erg betrokken bij zijn afdeling en zijn de lijnen kort.
    De afdelingen vallen weliswaar onder één schoolleiding en rector, maar in hun aanpak mogen ze verschillen. ‘Elk team is zelf verantwoordelijk voor het pedagogisch klimaat. Binnen de Daltonaanpak ben je ook vrij je lessen zo te geven als je wilt.’
    Tekenleraar Vincent van Wanrooy valt hem bij. ‘Die kleine afdelingen helpen enorm voor de betrokkenheid. En het idee van Daltononderwijs, dat je verantwoordelijkheid moet geven, maar ook zelf moet oppakken, draagt ook bij aan het gevoel dat je zelf zaken in de hand kunt nemen.’    ...


Red.:   Hier wordt 2000 leerlingen een kleinschalige scholgenoemd ...zo ver is het al.
    Nog een voorbeeld met een hoog "dat wisten we allang"-gehalte:


Uit: De Volkskrant, 27-12-2008, van verslaggevers Jeroen Trommelen en Ellen de Visser

Kleinschaligheid fundament onder goede ouderenzorg

De Volkskrant onderzoekt voor de tweede keer kwaliteit verpleeg- en verzorgingstehuizen


Het beste verpleeghuis en het beste verzorgingshuis zijn kleinschalige voorzieningen. Dat blijkt uit de Volkskrant-verpleeghuizenlijst die de krant dit jaar voor de tweede keer heeft samengesteld. Het beste verpleeghuis van 2008 is De Naber in Rotterdam. Het best scorende verzorgingshuis is Menno Simons in Amsterdam. Beide huizen hebben minder dan veertig bewoners.
    De kwaliteitsvergelijking laat grote verschillen zien tussen huizen onderling. Slecht scorende verpleeghuizen hebben bijna twintig keer zoveel doorligwonden, dertien keer zoveel medicijnincidenten en acht keer meer bewoners die onbedoeld afvallen.
    In de hoogst scorende huizen worden vrijwel geen antidepressiva gebruikt, is er vrijwel geen probleemgedrag van bewoners en komen doorligwonden niet voor.
    De Naber in Rotterdam werd in 1995 opgezet als een van de eerste kleinschalige verpleeghuizen voor demente ouderen. Het maakt gebruik van voorzieningen van het naburige verpleeghuis De Hofstee. Verzorgingshuis Menno Simons is een zelfstandige eenheid binnen een groter seniorencomplex in Buitenveldert.
    De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) kan de gevonden verschillen niet precies verklaren. Alle huizen krijgen evenveel geld van de overheid en de kwaliteitcijfers zijn gecorrigeerd voor de zorgzwaarte van de bewoners.
    Maar hoofdinspecteur Jenneke van Veen is niet verbaasd: ‘De menselijke maat die je aantreft in kleinschalige voorzieningen maakt dat er aandacht is voor de mens, dat men zich kan inleven in de bewoners. Dat zorgt voor kwaliteit’.
    Kleinschalig wonen voor dementerende ouderen is bezig aan een sterke opmars. Ouderen voeren in groepjes een zelfstandig huishouden en leiden een zo normaal mogelijk leven. ...
    ...  Onderzoek toont aan dat kleinschalig wonen goed is voor bewoners én personeel. Bewoners hebben minder hulp nodig en vertonen minder gedragsproblemen. Personeel is zelfstandiger en heeft daardoor meer werkplezier.


Red.:   Kortom: kleinschaligheid is in alle opzichten beter. En dat dit logisch is, komt door de essentie van dit gebeuren: het gaat over mensen. Dus dan is kleinschaligheid altijd beter - het "dat wisten we allang"-moment.
     Hetzelfde geldt natuurlijk voor alle zaken waarin mensen betrokken zijn, naarmate het meer om het mens-zijn zelf gaat. Dus ook zeker voor het onderwijs.
    Eerets werd er schaalvergroot "uit het oogpunt van bezuiniging", nu blijkt het weer wat anders te liggen:


Uit: De Volkskrant, 19-03-2010, van verslaggevers Douwe Douwes en Gijs Herderschee

Kleinere zorginstellingen schelen 3 miljard

Onderdeel bezuinigingspakket 29 miljard euro | Basiszorg in verpleeg- en verzorgingshuizen, bijbetalen voor extra's

De eerste contouren van de ambtelijke plannen voor grootschalige bezuinigingen doemen op. Ingewijden bevestigen dat de negentien werkgroepen die het vorige kabinet instelde serieus werk maken van voorstellen over kleinschaliger instellingen in de zorg, aanpassingen van de hypotheekrenteaftrek en een alternatief voor de kilometerheffing.
    De werkgroep die de langdurige zorg bekijkt, denkt dat kleinere instellingen wellicht 3 miljard euro minder hoeven te kosten dan de huidige, grote instellingen. ...


Red.:   Er lijkt ook wat meer protest te komen tegen de grootschaligheid:


Uit: De Volkskrant, 11-10-2010, van correspondent Merlijn Schoonenboom

Opstand van keurige Duitse burgers

De strijd om een nieuwe station in Stuttgart krijgt landelijke proporties. Dat begint ook een probleem te worden voor Angela Merkel, die het omstreden project steunt.

Tussentitel: Revolutie-symboliek in het bolwerk van de christen-democratie

Inderdaad, ze staat er; de meest onwaarschijnlijke Duitse volksheldin van dit moment. Christine Oberpaur (64), een keurig parelkettinkjes-type met grijs gegolfd haar. Helemaal vooraan tussen de mensenmassa bij het station van Stuttgart, tijdens de tot nu toe grootste demonstratie in een reeks.
    Als een ervaren demonstrant scandeert ze haar leuzen. Ze draagt gymschoentjes en een rugzakje. Ze wordt gefeliciteerd door deelnemers die haar afgelopen week op televisie hebben gezien. Want, zoals ze het zelf zegt: ‘Ik was altijd een brave burger. Ik kom uit een ondernemersfamilie, stemde CDU’. Maar nu kan ‘Frau Oberpaur’ niet meer. De maat is vol.
    Als je het niet zelf hebt zien, geloof je het haast niet. Al maanden vindt in de stad Stuttgart de ‘opstand’ van de keurigste burgers van het land plaats, en hun aantal wordt steeds groter. Zaterdag verzamelden zich naar schatting tussen de 63- en 100 duizend demonstranten. Donderdag is zelfs een heuse bemiddelaar, Heiner Geissler, een landelijk bekende oud-politicus, aangesteld om ‘vrede’ te stichten tussen politiek en ‘opstandelingen’.
    De aanleiding? Die is klein. Alweer 15 jaar geleden is besloten een nieuw ondergronds station te bouwen, onder de naam Stuttgart 21. Dit jaar is de bouw begonnen, het oude moet worden afgebroken. Het zou goed zijn voor de economie en de internationale verbindingen, bezweert de regering van CDU en liberale FDP van de deelstaat Baden-Württemberg.   ...
    En toch is de strijd rond Stuttgart 21 inmiddels uitgegroeid tot een onvervalste nationale richtingenstrijd, die dwars door alle partijen loopt. Een strijd die, afhankelijk tot welke groep men behoort, zich tussen ‘provincialen’ en ‘vooruitgang’ af zou spelen, tussen ‘democraten’ en ‘het grootkapitaal’; en die een toenemend probleem blijkt te vormen voor Angela Merkel, die het project steunt.   ...
    De echte emoties liggen dan ook dieper, vertelt bewoner Patrick Theobald (34). Hij staat aan de zijlijn naar de optocht te kijken. Hij begrijpt de tegenstanders, zegt hij, maar: ‘Bomen worden overal gekapt, en voor de regio zie ik voordelen.’ Het gaat er volgens hem vooral om, dat de politiek het project verkeerd heeft overgebracht. ‘De burgers hebben het gevoel dat ze niet meer betrokken worden: dáár demonstreren ze tegen.’
    Volgens de aanwezige Uwe Müller (57), in zijn blauwe blazer een Stuttgarter zoals je je hem voorstelt, toont het massaprotest zelfs de opkomst van een nieuw politiek bewustzijn. Hij was jaren vóór het station; maar sinds een nieuwe kosten-baten-analyse, een half jaar geleden, niet meer. De politiek kijkt niet naar de feiten, zegt hij. Burgers eisen daarom inspraak en referenda, ‘en politici vrezen die als de duivel het wijwater’.
    Gelukzalig spreken de aanwezigen dan ook van een ‘nieuwe democratische burgerbeweging’, die zich hier zou manifesteren. Ze trekken parallellen met de actuele protesten tegen kernenergie. De demonstranten dragen niet voor niets allerlei heroïsche teksten die bekend zijn uit de vreedzame revolutie van 1989 in de DDR, zoals: ‘Wir sind das Volk’.   ...
    De voorstanders hebben inmiddels begrepen dat ze hun zaak beter moeten overbrengen. Ook zij laten nu van zich horen met al even grote woorden. Vrijdag was er al een eerste demonstratie ‘Pro Stuttgart 21’. Ze beschuldigen de tegenstanders ervan ‘tegen de vooruitgang’ te zijn, en zeggen dat de Duitsers zich toenemend tegen grote projecten lijken te keren. ‘Duitsland wordt een museum’, waarschuwt bijvoorbeeld de bekende ondernemer Martin Herrenknecht. Merkel zegt te vrezen voor de Zukunftsfähigkeit van haar land.   ...


Red.:   Zelfs in de industrie zijn er voordelen:


Uit: De Volkskrant, 01-11-2010, door Wouter Keuning

Botlek in miniformaat

Voor de productie van waterstof zijn doorgaans enorme installaties nodig. Een Arnhems bedrijf maakt chemische fabrieken in miniformaat.

Marinus van Driel verontschuldigt zich voor de rommel in het test- en onderzoekslab van zijn bedrijf. ...
    Voor van Driel is het zijn dagelijkse werkomgeving, sinds hij met een aantal collega’s het bedrijf in 2003 oprichtte. De ingenieur en bedrijfskundige werkte tot dat moment bij een Amerikaanse producent van brandstofcellen, maar wilde na een aantal jaar waarin hij als leidinggevende voornamelijk bezig was geweest met reorganiseren, iets anders. De kennis die hij en zijn collega’s hadden opgedaan over waterstof leidde tot de oprichting van Hygear.
    Het bedrijf zou zich richten op het omzetten van zowel duurzame als fossiele brandstoffen in waterstof. Een logische keuze, mede omdat de ‘waterstofeconomie’ destijds door velen werd gezien als de oplossing voor het energievraagstuk.   ...
    Het geloof in de toekomstige waterstofeconomie mocht wereldwijd groot zijn, in Arnhem wisten Van Driel en zijn mensen dat toekomstdromen geen brood op de plank brengen. ‘We wilden ons niet, zoals veel anderen dat deden, laten volstoppen met durfkapitaal, verkregen op basis van allerlei schitterende toekomstscenario’s. We wilden een gezonde business oprichten, waar ook toen al geld mee te verdienen was’, zegt Van Driel.
    Die vonden ze, naast waterstof als energiedrager, in bestaande toepassingen van waterstof. In veel industriële processen werd waterstof immers al toegepast als een zogenoemd schutgas. ‘In de glas- en staalindustrie gebruiken ze het om te voorkomen dat producten oxideren als ze in aanraking komen met zuurstof’, legt Van Driel uit. ‘En boterproducenten gebruiken het om vetten mee te harden.’
    Waterstof kent echter een aantal nadelen. Omdat het een gas is, is het niet makkelijk te vervoeren, behalve als het onder hoge druk gezet wordt. ‘Dat kost een hoop energie. Transport is bovendien milieubelastend en duur’, aldus Van Driel. Van fabrieken in Rusland wist hij bovendien dat er tijdens strenge winters vaak aanvoerproblemen waren, wanneer afgelegen fabrieken niet te bereiken waren.
    Genoeg redenen, vond Van Driel, om zich te storten op de decentrale opwekking van waterstof. De installaties die het bedrijf nu maakt om aardgas op locatie te kraken en te zuiveren tot waterstof, noemt hij zelf ‘chemische fabrieken die in een koffer passen’.
    Al te letterlijk moet dat niet genomen worden, want het gemiddelde formaat van de apparaten is dat van een kleine zeecontainer. Maar vergeleken met bestaande kraakinstallaties zijn het inderdaad minifabriekjes.
    In het lab legt Van Driel uit hoeveel eigen kennis er in die apparaten zit. ‘In een grote fabriek had je voor de warmtehuishouding vroeger zogenaamde katalysatorpallets. Die moest je aanzetten en dan drie dagen wachten tot alles op temperatuur was. Onze installaties moet je ’s ochtends bij binnenkomst kunnen inschakelen om tien minuten later aan de slag te kunnen gaan.’   ...
    Twee jaar geleden volgde uit de bouw van de compacte waterstofgeneratoren een tweede activiteit, vertelt Van Driel. ‘We beseften ons dat we inmiddels niet alleen veel wisten van waterstof, maar ook van het ontwikkelen en produceren van kleine fabriekjes. We hadden het idee dat ook andere industrieën daar interesse in konden hebben.’
    Dat idee bleek juist, en inmiddels maakt Hygear installaties in vergelijkbare maten voor uiteenlopende bedrijven. ‘Het gaat altijd over gassen en over kleine installaties, denk aan installaties voor bio-ethanol of andere biobrandstoffen’, aldus de bestuursvoorzitter.
    De kleine installaties worden ook gemaakt als proeffabriek voor bedrijven die een nieuw te bouwen installatie eerst in een kleine testversie willen opstellen. Deze activiteiten vormen de snelst groeiende tak van het bedrijf.
    De uitbouw van de activiteiten legde het bedrijf geen windeieren. Begin 2009 stapte het Spaanse Albengoa, de grootste producent van bio-ethanol ter wereld, in als aandeelhouder van Hygear. Inmiddels heeft het bedrijf een kleine vijftig medewerkers en de omzet zal dit jaar uitkomen rond de 8 miljoen euro. Over de winst wil Van Driel niets meer kwijt dan dat die ‘zeer goed is’.   ...
    Verdere groei zal mede afhangen van de beschikbaarheid van voldoende eigen vermogen. Steun van de overheid zou hij daarbij overigens wel op prijs stellen. ‘Van al het geld dat zij uitgeeft, gaat mijns inziens te veel naar implementatie, zoals de bouw van windmolens, en te weinig naar innovatie. Als je je nou afvraagt waarmee Nederland in 2040 zijn geld moet verdienen, is dat volgens mij niet met het halen van de CO2-reductiedoelstellingen door het neerzetten van honderd windmolens, maar juist met innovatie.’
    Zou die innovatie alsnog kunnen leiden tot een hernieuwde waterstofhype en de in 2003 al voorspelde komst van een waterstofeconomie? ‘Het kan’, denkt Van Driel. Mondjesmaat ziet hij de interesse voor waterstof als duurzame brandstof voor auto’s wel weer terugkeren. ‘Daimler heeft zijn waterstofproject weer nieuw leven ingeblazen en het oude ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft onlangs nog 5 miljoen euro vrijgemaakt voor waterstofprojecten in Nederland. Wij zouden het heel leuk vinden als die interesse in waterstof als brandstof weer toeneemt, maar voor de gezondheid van het bedrijf is het niet noodzakelijk.’


Red.:   Ook in de energie zijn er lichtpunten:


Uit: De Volkskrant, 01-11-2010, door Michael Persson

Interview | Jeroen de Haas, directeur Eneco & Johan van de Gronden, directeur WNF

‘Burgers voelen intuïtief: die windmolen is óns ding’

De duurzame revolutie komt niet van de overheid, maar van onderaf, uit de wijken van burgers. Energiebedrijf Eneco en het Wereld Natuur Fonds gaan de mensen helpen. ‘De overheid weet zich geen raad met de toekomst.’

   ... De Haas: ‘Wij hebben moeite dat vertrouwen te krijgen. Het is de paradox van de vrije markt: toen wij nog GEB waren, Gemeentelijk Energie Bedrijf, presteerden we op veel fronten veel minder, maar toch was iedereen daar veel tevredener over. Het is een klote-GEB, maar wel ons klote-GEB, dat idee. Daarna kwam de liberalisering, we hebben schaalvergroting op schaalvergroting gehad, want dan zouden we effectiever gaan werken. Het is allemaal flauwekul geweest.
    De liberalisering is begonnen vanuit het idee dat de grote vernieuwingen in de infrastructuur voorbij waren – die werd stabiel geacht voor de komende veertig, vijftig jaar. Konden we ons concentreren op efficiency. Als je terugkijkt, sloeg dat natuurlijk helemaal nergens op: we staan voor enorme veranderingen in de energie-infrastructuur, en dan gelden andere criteria dan alleen efficiency.’

Nuon en Essent zijn gefuseerd met buitenlandse partners, vanwege de schaalvoordelen. Heeft Eneco dat echt niet nodig?
De Haas: ‘Natuurlijk hebben we ons dat een paar jaar geleden ook afgevraagd. Is onze schaal levensvatbaar? Alle adviseurs voorspelden van niet, maar de afgelopen jaren is op geen enkele manier gebleken dat we te klein zouden zijn. Toch moet ik me nog steeds verdedigen waarom ik niet groter wil groeien.’
    Van de Gronden: ‘Er zit schoonheid in de menselijke maat van een bedrijf als Eneco. Ik kan Jeroen gewoon bellen. Bij RWE hoefde ik niet aan te kloppen.’   ...


Red.:    De huidige maatschappelijke trend is naar verstedelijking. Een pleidooi ertegen:


Uit: De Volkskrant, 27-12-2010, door Leo Q. Onderwater

Rem groei Randstad af en stimuleer regio's

Leo Q. Onderwater | Leo Q. Onderwater is architect. Een gelijkmatiger spreiding van functies en voorzieningen over het gehele land leidt tot een rechtvaardiger verdeling van de welvaart en tot een grotere leefbaarheid van de regio's.


In Nederland doet zich een tegenstrijdige situatie voor: hoewel de bevolking de komende decennia nog fors blijft groeien, hebben sommige regio's te maken met aanmerkelijke krimp.
    Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft er onlangs voor gepleit dat krimpgemeenten de krimp niet moeten bestrijden, maar accepteren. Het ligt echter meer voor de hand de groei van steden en dorpen in de Randstad een halt toe te roepen en het noorden, oosten en zuiden van Nederland te stimuleren. Want daarmee kan naast het tegengaan van de congestie, de krapte op de woningmarkt en het gebrek aan ruimte in het westen ook de werkgelegenheid elders in Nederland worden versterkt.   ...
    Krimp in de regio's is niet slechts een kwestie van vergrijzing, sterfte en onvoldoende geboortes, maar vooral van het wegtrekken van gezinnen en jongeren door een toenemend gebrek aan voorzieningen. De bevolkingskrimp krijgt hierdoor een zichzelf versterkend effect.
    Om de verpaupering van het platteland tegen te gaan, wil de overheid vooral investeren in natuur en landschap. Maar het is veel belangrijker om steden als Heerlen en Kerkrade een fikse stedenbouwkundige oppepper te geven. De Euregio van gemeenten in de grensstreek van Zuid-Limburg met 5 miljoen consumenten zal aanmerkelijk worden versterkt als Kerkrade en Heerlen economisch, sociaal en cultureel meer tot bloei kunnen komen.
    Almere kan slechts groeistad blijven als het voorzieningenniveau en de infrastructuur navenant meegroeien. Almere staat wellicht het lot van Lelystad te wachten. Lange tijd was Lelystad de meest ongewenste plaats van Nederland met een hoge criminaliteit en veel leegstand. Als voorzieningenniveau, werkgelegenheid en goede verbindingen achterblijven, kan ook in Almere de groei stagneren en zelfs omslaan in krimp.
    Een negatieve bijkomstigheid van een vergaande groei en verdichting in de Randstad is dat het warmteverschil tussen de steden en hun omgeving steeds groter wordt. Volgens onderzoek van de universiteit van Wageningen bedraagt het gemiddelde temperatuurverschil nu 4 graden Celsius. Rotterdam is door zijn hoogbouw zelfs 7 graden warmer dan zijn omgeving. De hoge temperatuur wordt veroorzaakt door lagere windsnelheden, meer menselijke activiteit, accumulatie en opslag van warmte door gebouwen en een gebrek aan openbaar groen.
    Voor de volksgezondheid is de opwarming van steden een probleem, omdat stressfactoren toenemen, de productiviteit aanmerkelijk daalt en de luchtwegen van astmapatiënten worden geïrriteerd. De maximaal toegestane fijnstofconcentraties worden op veel plaatsen in de Randstad al ruimschoots overschreden; toch blijkt het aantal rijstroken van snelwegen ten gevolge van de congestie steeds weer toe te nemen.
    Het spreiden en integreren van functies en voorzieningen over het gehele land leidt niet slechts tot een rechtvaardiger verdeling van economische welvaart en recessie, maar verhoogt ook de belevingswaarde, de sociale controle en cohesie, alsmede de leefbaarheid van de regio's.
    Niet minder belangrijk is dat zo ook het voortgezet en hoger onderwijs - door voldoende aanbod van studenten - in de regio's op voldoende niveau blijven. Want goed opgeleide werknemers zijn naast investeringen in infrastructuur en voorzieningen bepalend voor een duurzame economische, sociale en culturele ontwikkeling - ook in de regio's.


Red.:   Een voorstander?
 

Uit: De Volkskrant, 29-01-2011, door Douwe Douwes en Jan Hoedeman

Interview | Henk Bleker, staatssecretaris Economische zaken, landbouw en innovatie

'Is groter en groter nog wel maatschappelijk aanvaardbaar?'
 
Als bewindsman gaat hij over elf miljoen varkens en 45 miljoen legkippen. En hij wil daarover een debat. 'Het houdt een keer op.'

...    'Ik heb al vrij snel aangekondigd dat er een maatschappelijk debat moet plaatsvinden over de schaalgrootte in de veehouderij, de megastallen. Kijk, je kunt rationeel zeggen: tienduizend varkens kunnen qua dierenwelzijn op en top worden gehouden. En als er verdiend wordt, kun je het qua milieu, met luchtwassers, optima forma voor elkaar krijgen. Dat soort grote bedrijven heeft ook het kapitaal om het gebouw op een mooie manier in te passen in het landschap. Dit jaar komt een onderzoek uit of er ook gezondheidseffecten voor de omgeving zijn. Stel nou dat daar ook uitkomt: dat is allemaal top en top in orde. Dan nog kun je de vraag stellen: is nog weer groter maatschappelijk aanvaardbaar? Past het bij de Nederlandse structuur van de landbouw?
    'Daarvan zeg ik: wij moeten groei kunnen bieden voor het gezins- en familiebedrijf. Als het bedrijven worden waar zeer kapitaalkrachtige concerns achter zitten, die daar zetbazen op zetten, dan verliezen we iets heel essentieels. Dat moet niet. Dat leeft ook in de samenleving: het houdt een keer op. Dat heb ik ook.'    ...
    'Kijk naar de jeugdzorg. Die was kleinschalig, die is grootschalig geworden. Sterk overheidsgelieerd, weg bij de mensen. De vraag is: gaan mensen als vrijwilliger weer sturing geven aan hoe de jeugdzorg praktisch in de gemeente functioneert? Dat ze zich weer gaan bemoeien met wie er benoemd worden, hoe het met het personeel en de zorg gaat? Dat bij een kleine school de mensen de schooluitjes en de jaarlijkse barbecue weer zelf organiseren? Dat zullen we dus moeten gaan doen op al die terreinen, ook bij de kinderopvang bijvoorbeeld.'    ...

Red.:    Het vraagteken stamt van dit:

  '... wij moeten groei kunnen bieden voor het gezins- en familiebedrijf. Als het bedrijven worden waar zeer kapitaalkrachtige concerns achter zitten, die daar zetbazen op zetten, dan verliezen we iets heel essentieels. Dat moet niet. Dat leeft ook in de samenleving: het houdt een keer op. Dat heb ik ook.'

Wat kunt u daar concreet aan doen?
'Ik sta open voor die discussie. Misschien zijn er wel in mijn partij, het CDA, die zeggen: Henk, dat hadden we niet van jou verwacht.'

Want om heel precies te zijn zit het CDA vol met dit soort verraders van haar eigen zaak. Vanuit haar christelijke achtergrond zou het CDA voor kleinschaligheid, de menselijke maat, moeten zijn, maar ze lopen alsof vastgeplakt achter de neoliberalen van de VVD aan.
    Ook op een terrein waar je dat niet zou verwachten blijkt kleinschaligheid een voordeel:


Uit: De Volkskrant, 19-02-2011, van verslaggever Noël van Bemmel

Politie: kleine klachten heel serieus nemen

Een delegatie van politie, Openbaar Ministerie en Nederlandse gemeenten hebben afgelopen dagen het Britse graafschap Lancashire bezocht, waar de politie opvallend veel succes boekt met een nieuwe werkwijze. Door kleine klachten van burgers heel serieus te nemen, neemt op termijn de algehele criminaliteit af en groeit het vertrouwen in de overheid. In Nederland gaan vijf steden experimenteren met deze zogeheten Signal Crime-aanpak.   ...
    Net als in Engeland daalt in Nederland de criminaliteit. Desondanks voelen burgers zich onveiliger en verliezen het vertrouwen in de politie. Een zorgwekkend verschijnsel, stellen onderzoekers, want als burgers denken dat hun buurt onveiliger wordt, dan gebeurt dat ook.
    Daarom houden sinds vijf jaar sommige Engelse korpsen rekening met de subjectieve veiligheidsbeleving van burgers. Verrassend resultaat: de criminaliteit in Manchester nam met 5 procent af, in Cardiff met 13 procent.
    Geïnspireerd door deze cijfers begeleidde Van Os al enkele pilotprojecten in Nederland, onder de naam 'buurtsignaal'. Die waren bedoeld om te kijken welk overheidsinstanties betrokken zouden moeten zijn. ...
    ... De gemeente wil weten welke overlast bewoners ervaren, welke plekken ze mijden en of de gemeente of politie wel reageert als daarbij wordt aangeklopt. Dat levert doorgaans veel kleine klachten op over verloedering en overlast, die voorheen geen zaak waren voor de politie. Uit de Engelse aanpak blijkt echter dat burgers hun beeld van hun veiligheid en van de overheid ontlenen aan dit soort kleine dingen.


Red.:   Het gevoel van slechte veiligheid is dus niet slechts een idee, als door dit soort aanpak de criminaliteit daadwerkelijk wordt teruggedrongen. Het is zelfs heel goed mogelijk dat ook allerlei grootschaliger vormen van criminaliteit hierdoor worden teruggedrongen.


Naar Rijnlandmodel, algemeen , Rijnlandmodel, lijst , Rijnlandmodel overzicht , of site home .