MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  
Van www.pcso.nl , door Gerrit van Houwelingen

Het geheim van de meester

Inleiding
Ad Verbrugge, hoofddocent sociale en culturele wijsbegeerte aan de VU, schreef samen met zijn vrouw Marijke Breeuwsma, lerares klassieke talen, een spraakmakende tekst onder de naam ‘Het geheim van de meester’, uitgesproken op de ledenvergadering van de Besturenraad op 3 maart 2005, opgenomen in de brochure ‘De waarde van de school’, die aan alle scholen van p.c.huize is toegezonden.

Mulo
Wie kent ze niet die didactische reuzen, wanneer hij of zij tenminste het voorrecht heeft gehad in de vijftiger of zestiger jaren op een school gezeten te hebben als de christelijke mulo van Alblasserdam: meneer Fiegel (wiskunde), meneer Korporaal (engels), meneer Hoving (Duits), meneer Van Bruggen (aardrijkskunde), beter bekend onder hun erenamen ‘propje, de betudo, de mik en wammes waggel’. Ad Verbrugge slaakt niet voor niets de verzuchting dat hij op grond van zijn eigen ervaring durft te beweren dat het niveau van de mulo voor bepaalde vakken hoger lag dan het niveau van het huidige gymnasium. Inderdaad, velen van mijn klasgenoten van vroeger hebben wat bereikt op de maatschappelijke ladder en je komt ze overal tegen in hogere functies, van bedrijfsleven tot bankwezen.

Vermeende zelfstandigheid
De rede van het echtpaar Verbrugge neemt vooral het voortgezet onderwijs onder de loep, maar er is ook een belangwekkende excurs naar het basisonderwijs, waar toch ook steeds meer de aandacht uitgaat naar het systeem waarin het ideaal van de geïndividualiseerde, zelfwerkzame leerling centraal staat. En dat terwijl je overal de klacht hoort dat van individuele ontplooiing niet veel terecht komt, alle didactische middelen van de laatste tien jaar ten spijt. Zelfs universiteiten, verzucht Verbrugge, zien zich genoodzaakt een steeds schoolser programma aan te bieden. Hieraan zou ik willen toevoegen dat je met de didactische middelen van tegenwoordig ook niet ver komt. Ga maar eens ‘zelfstandig werken’ met een methode als Pluspunt, Taal Actief of de serie ‘Wijzer door…’ Onmogelijk zonder ze te herschrijven.

Paradox
Verbrugge neemt de toetscultuur op de korrel. Wij gaan van toets tot toets steeds voort. Dat is je rol als ‘leerprocesbegeleider’. Een eigenaardige paradox. Want degene die wordt opgeleid moet zijn individualiteit ontplooien en degene die opleidt moet die ontplooide individualiteit weer opgeven en zich voegen naar een bepaald systeem, wat hem of haar degradeert tot een identiteitsloze functionaris die zijn lesjes afdraait volgens het protocol.
    Alsof er geen tijdloze voorwaarden voor goed onderwijs bestaan zoals aandacht, tijd, toewijding, discipline, in fragiele balans met de kwaliteiten van degene die lesgeeft, de eisen van het vak dat hij onderwijst, de specifieke hoedanigheden van degenen aan wie hij lesgeeft en de omstandigheden waaronder dat gebeurt.

Managersjargon
De onderwijsgevende anno 2005 dreigt een gekneveld figuur te worden, gemangeld in de centrifuge van het management dat van lesgeven geen kaas (meer) heeft gegeten en communiceert in het eigen ivoren-toren-jargon à la NSA, als u begrijpt wat ik bedoel. Temidden van al het tumult wordt het voetvolk niet gehoord. Laat mij de stem des volks vertolken, in navolging van Verbrugge, en zijn stelling ‘het geheim van goed onderwijs is het geheim van de meester’ vet onderstrepen. Ook durf ik de stelling aan dat zij die beweren dat klassikaal onderwijs achterhaald is en geen goede voorbereiding kan geven op onze maatschappij broodprofeten zijn. Verbrugge stelt: Goed leren traint ook de zelfbeheersing, de zelfrelativering, het doorzettingsvermogen, het concentratievermogen en, juist als het klassikaal gebeurt, het functioneren in een groep en binnen bepaalde gezagsverhoudingen. Dat zijn bij uitstek kwaliteiten waar iemand zich in onze maatschappij mee staande kan houden. Met dank aan mijn oude leermeesters!


Naar Rijnlands onderwijsbeleid, studiehuis RM vervolg , Rijnlandmodel, lijst , Rijnlandmodel overzicht  , of site home .