Het verre verleden en de nabije toekomst
| 16 jan.2007 |
De serie Walking with dinosaurs was een dusdanig groot succes dat de BBC wel met opvolgers
moest komen, en wat is voor de hand liggender dan één over de
ontwikkeling van de mensheid. Walking with cavemen trok minder de
aandacht, en was misschien inderdaad wel wat minder spectaculair, omdat de variatie in mensen nu eenmaal
kleiner is dan die bij een diersoort als de dinosaurus. Maar inhoudelijk valt er
voor de mensheid natuurlijk veel meer uit te leren.
Het centrale thema van de serie wijkt
enigszins af van de meeste eerdere versies van het verhaal van de menselijke
evolutie, die voornamelijk
uitgaan de ontwikkeling van de lichamelijke kenmerken en capaciteiten van de
aapachtige en menselijke voorlopers. In deze
serie legde men een sterkere nadruk op de ontwikkeling van geestelijke
capaciteiten als leidraad in zijn evolutie. Zo wordt bijvoorbeeld bij de overgang
naar de soort homo ergaster als opvallendste kenmerk zijn nieuwe grote
energievretende brein genoemd,
plastisch uitgedrukt als een gas guzzler (benzineslurper), en wordt erop gewezen dat
iets dat zoveel energie vergde, circa een zesde van alle energieverbruik, dus
wel een bijzonder groot overlevingsnut moest hebben. Het nut dat men noemt, is
dat dit grote brein de homo ergaster in staat stelde zich veel beter in zijn medemens te
verplaatsen, en dus beter te
communiceren, dus beter samen te werken, wat zijn opbrengst bij de voedseljacht sterk vergrootte.
Die stelling rond dat communiceren is
natuurlijk speculatief, want niet direct onderzoekbaar, maar het heeft een sterk
aura van waarschijnlijkheid. Vooral omdat men op soortgelijke manier ook nog een
aantal andere tot dusver enigszins duistere stappen kan verklaren.
Homo ergaster was een revolutionaire stap
voorwaarts in de ontwikkeling van de mensheid, en stelde deze in staat uit te
zwerven vanuit Afrika over de rest van de wereld (waarna hij ook als homo
erectus wordt aangeduid). Deze nieuwe mens maakte net als
zijn voorgangers stenen werktuigen, maar die van homo ergaster waren duidelijk
van superieure en constante kwaliteit, wat wees op een bewuste en van mens op
mens overgedragen techniek, in plaats van een hier en daar ontwikkelde
vaardigheid. Maar een andere opvallende eigenschap van homo ergaster was dat
deze techniek over zijn hele bestaan als soort dezelfde bleef. Gedurende circa een miljoen
jaar, tot een half miljoen jaar geleden, bleef homo ergaster zijn stenen werktuigen
op precies dezelfde manier maken. Het wijst op succes, zie het als soort maar een
miljoen jaar uit te houden, maar ook op een tekortkoming vanuit onze menselijke
ogen.
Er was dus ruimte voor verbetering, en dat
werd de homo heidelbergensis, die leefde van ca. een half miljoen tot 200
duizend jaar geleden. Toen overkwam heidelbergensis iets waar de moderne mens
zijn neus voor optrekt: een klimaatwijziging. In Europa, waar heidelbergensis
inmiddels ook terecht was gekomen, uitte zich dat in een diepe ijstijd, in
Afrika in een langdurige periode van extreme droogte. Heidelbergensis kreeg het
heel zwaar, en onder die druk ontwikkelde hij zich in Europa tot homo
neandertalensis, die de noodzakelijk kracht had om om te gaan met sneeuw en ijs,
en gebouwd was voor de ruwe avonturen van de jacht op exemplaren van de
overblijvende zoogdieren, zoals mammoeten.
De Afrikaanse tak van heidelbergensis
hadden het zwaarder. Sneeuw wil in de zomer deels smelten, en de natuur levert
dan voldoende op om het toch vol te kunnen houden. Droogte is droogte, daar is
heel moeilijk tegen te vechten en in te overleven. En, gaat de documentaire
nuchter verder, dat deed de Afrikaanse heidelbergensis dan ook niet. Hij ging
dood bij bosjes, en de schattingen zijn dat er uiteindelijk niet meer dan op
hoogst enkele tienduizenden overbleven, maar mogelijkerwijs nog veel minder
.
Maar het globale klimaat is altijd twee kanten opgegaan, en ook deze ijstijd
ging weer voorbij. Voor zowel voor neandertalers als de Afrikaanse heidelbergensis
braken betere tijden aan, en beiden groeiden weer in populatie en
verspreidingsgebied. Uiteindelijk trok de Afrikaanse heidelbergensis Europa weer
binnen, en stuitte daar op de andere overleveraars.
Voor wie redelijk op de hoogte is van de
wat modernere geschiedenis zal inmiddels duidelijk zijn dat de Afrikaanse
overblijvers van homo heidelbergensis de moderne mens is, homo sapiens. Die homo
sapiens was dusdanig verder ontwikkeld dan de neandertalensis, dat de laatste
sociaal en economisch overvleugeld werd, en uitstierf. Bewijzen van een directe
onderlinge strijd zijn er niet, maar de langdurige aanwezigheid in dezelfde
gebieden maakt de afwezigheid van contact vrijwel tot een onmogelijkheid. De
BBC-documentaire speculeert weer over een fundamenteel verschil in geestelijke
capaciteiten, waarbij men, wijzende op het bestaan van grafriten en het maken van
de eerste figuratieve afbeelding (de bekende rotstekeningen), bij de moderne
mens aanneemt dat deze een capaciteit tot verbeelding had, in tegenstelling tot
de neandertalensis (hoewel de redactie ook wel eens gehoord heeft over neandertalensis graven).
Wat redelijk onomstreden lijkt, is dat de
capaciteiten van de moderne mens een schaal hoger lagen dan die van neandertalensis. Dat is merkwaardig, omdat beide afstammen van dezelfde
heidelbergensis, en beiden onderworpen waren aan een keiharde overlevingstest.
Hier speculeert de documentaire weer wat
verder. Het verschil tussen Europese heidelbergensis, neandertalensis, en Afrikaanse heidelbergensis is dat
de eerste het toch redelijk bol wist te werken, en de laatste, die het nog veel
zwaarder had, niet. Er bleven wel heel erg weinig mensen over, en men neemt aan
dat dit de meest inventieve en meest slimme exemplaren waren, mensen die in staat
waren om de weinige water en voedselbronnen tot het uiterste te benutten, en
iets te
bewaren voor nog slechtere tijden - dat wil zeggen: degenen die in staat waren
zich zulke slechte tijden voor te stellen, en er actief maatregelen tegen te nemen:
Imagination is an insurance policy against the problems of the future
. Zelfs als men aanneemt dat de aantallen
overblijvers in de tienduizenden liepen, is dat op de oorspronkelijke miljoenen
of tientallen miljoenen dusdanig weinig, dat als men ze selecteert vanaf een
uiteinde van de normale verdeling van capaciteiten
, dit dusdanig afwijkend is
dat men van een nieuwe soort kan spreken. Het is deze kwalitatieve stap die de neandertalers,
die altijd veel talrijker zijn gebleven, niet heeft hoeven te maken.
Deze laatste mogelijkheid klopt met de steeds sterkere genetische aanwijzingen dat de huidige mensheid niet van een
grote groep, maar slechts van een zeer beperkt aantal individuen afstamt, waarbij men
het heeft over enkele tientallen tot enkele stuks, of soms zelfs een enkele
stammoeder. Hoe kleiner het aantal, des te makkelijker is het een echt
kwalitatieve stap te maken - hoe groter de groep, des te eerder zal ze het
bestaande gemiddelde weerspiegelen
.
Hier komt nog een verhaal om de hoek
kijken, één dat niet stamt uit de BBC-documentaire, namelijk dat de mensheid in een niet al te
ver verleden een fase van aan-en-in-het-water leven heeft doorgemaakt, bekend
als de aquatic ape theory
(Wikipedia)
(Elaine Morgan)
. Deze
theorie is omstreden, maar er zijn wel een aantal fysiologische aanwijzingen
voor. De
mens heeft een beharingspatroon dat lijkt op dat van vele waterzoogdieren, dat
wil zeggen, net als vele waterzoogdieren is hij grotendeels kaal. Met als
opzichtige uitzondering het lange hoofdhaar van de vrouw: dat was het
gereedschap waar de mensenkinderen zich in het water aan vastklampten. De
vruchtwatersamenstelling van vrouwen is, net als bij alle zeezoogdieren, van
ongeveer dezelfde samenstelling als zeewater. En aan de psychologische kant
plaatst dit de duidelijke aantrekkingskracht en achting die bijna alle mensen
voor de zeekust hebben in een nieuw licht.

Alle deze aanwijzingen zijn bestrijdbaar,
en omstreden. Maar recenter is er een nog veel sterker argument opgedoken: de
menselijke waterafvoer. Maar daarvoor eerst een stapje verder.
Het belangrijkste bezwaar tegen de
aquatic ape
theorie is niet de weerlegging van het oorzakelijke verband van de ene of de
andere factor, want het gaat toch om het samenstel van alle factoren.
Echt bezwaarlijk is het feit dat zelfs als er een mensenstam was die deze
aquatic ape fase heeft doorgemaakt, dit niet verklaart
waarom het een universele menselijke trek is geworden. Maar tezamen met het verhaal van het
lot van de Afrikaanse heidelbergensis valt alles nu op zijn plaats. Want waar te
overleven in tijden van zo'n extreme droogte: daar waar nog wel water is - een
rivier indien nog aanwezig, en anders de zeekust. Als het voedsel dan ook nog
uit het water moet komen, is het wel duidelijk waar je een flink deel van je
tijd moet zijn: in het water. En nu komt de menselijke waterhuishouding om de
hoek kijken. Want neem nu even zonder meer aan dat de mens afstamt van een
voorloper die extreme droogte heeft doorstaan. Dan zou die mens de kenmerken
daarvan moet dragen. Dat wil zeggen: net als alle woestijnwezens bijzonder
zuinig moeten zijn met water
- niks geen stralen urine, maar een druppeltje hier en daar. En de mens
produceert behoorlijke stralen. Wat uitermate logisch is in verband met niet
alleen een leven nabij water, maar juist nabij brak- of zeewater: de urine dient
om de overmatige hoeveelheden opgenomen zout uit te scheiden. En wat dus ook
meteen nog eens aangeeft hoe hoog de nood van de mensheid in die tijd gestegen
moet zijn, dat hij zich in een dergelijke onaangename omgeving heeft bewogen.
Het heeft er dus alle schijn van dat de creatief en rationeel denkende mens met al zijn nieuwe andere
vaardigheden is ontstaan vanuit een kleine groep die de zwaarste beproevingen heeft
moeten doorstaan. Deze moderne mens leeft nu circa tweehonderdduizend jaar, en
is steeds machtiger geworden in zijn beheersing van de hem omringende natuur. En
dientengevolge is zijn soort explosief gegroeid, tot over de hele aardbol
.
Deze explosieve groei, tezamen met de
producten en het afval van zijn nieuwe technieken, vormen een zichtbare
bedreiging voor de natuur die de mens omringd
. De al merkbare toename in
klimaatextremen brengen een aanzienlijk kans op een blijvende klimaatverandering
in de redelijk nabije toekomst met zich mee. Deze tekenen zijn zodanig duidelijk
dat verstandige mensen nu al maatregelen zouden nemen om de kans zo klein
mogelijk te houden, en dus zijn levensgewoontes veranderen.
De huidige mensheid blijkt als geheel niet in staat om deze mate van verstand,
van rationaliteit, op te brengen, noch de mate van samenwerking te bezitten om de
raad van verstandige mensen op te volgen - men prefereert de geruststellingen
van de vertegenwoordigers van de gevestigde orde met haar materialistische belangen.
Voor de verstandige mensen die deze
gebeurtenissen voor hun aangezicht zien ontrollen, kunnen de ervaringen uit het
verleden een zekere troost zijn. Mocht het zo zijn dat de mensheid zichzelf
binnen afzienbare tijd naar een nieuwe klimaatomwenteling consumeert
, zal dat
zeker leiden tot het uitsterven van een aanzienlijk deel ervan. Een gebeurtenis
die zich eerder in het klein heeft afgespeeld op Paaseiland
.
De les uit het ontstaan van de homo
sapiens sapiens is dat zo'n uitsterven ook de kans biedt op de ontwikkeling van een nieuwe vorm van
mensheid, één waarin de neiging tot verstandig handelen en denken, en de neiging
tot samenwerking met verstandige mensen, wel voldoende aanwezig is.
Een
uit de sciencefiction bekend scenario is dat van de ruimtevaartkolonie - de
ruimtevaart is dusdanig duur en arbeidsintensief, dat iedereen zich volledig
moet kunnen inzetten op een technisch of wetenschappelijk niveau. Op dezelfde
manier als de kleine waterkolonie tienduizenden jaren geleden de homo sapiens
sapiens heeft opgeleverd, geeft een uitsterven van de mens op aarde de kans aan
deze kleine kolonie een nieuwe mensheid te ontwikkelen, de homo sapiens
rationalis.
Maar het kan ook anders aflopen. Ook de
gedachte aan een wereld zonder mensheid
dringt zich steeds meer op, zie de illustraties hier
.
Naar Klimaat & Milieu lijst
, Wetenschap overzicht
, of site home
.
|