Bronnen bij Architectonische lelijkheid: steun
| 22 jul.2006 |
Wat andere waarnemers van de architectonische ramp die over ons spoelt:
Uit: De Volkskrant, 17-12-2005, door H.J. Schoo
Nieuwste lelijkheid
Wie het over de lelijkheid van Nederland heeft, loopt het risico snel op de
mestvaalt van de geschiedenis te belanden. Niets zo achterhaald als mooi en
lelijk. Gebruik je die begrippen toch, dan beken je je tot de maatschappelijke
en esthetische achterhoede. Werd prins Charles met zijn uitvallen tegen de
moderne architectuur niet de risee van smaakmakend Engeland? De Nederlandse
columnisten' die zich alweer jaren geleden tegen de Nieuwe Lelijkheid keerden,
verging het nauwelijks beter. Zij beleden hun afkeer van schreefloze letters en
'doodshoofdarchitectuur' met verve, maar verstand van typografie of architectuur
- ho maar.
Om mezelf in deskundige ogen niet ook te diskwalificeren,
biecht ik meteen maar op dat ik een zwak heb voor die indertijd zo gewraakte
'kantoorvilla's' tegenover het Rijksmuseum in Amsterdam. ...
Aan geld schort het tegenwoordig minder dan ooit. Aan
heldere, ordenende ideeën des te meer. Binnensteden, buitenwijken,
bedrijventerreinen, kantorenwijken, dorpen, buitengebied, snelwegen - allemaal
vertonen ze de sporen van dit manco. Het is mooi dat het rijk de ministeries
terughaalde naar Den Haag, maar het kinderachtige brutalisme van de
kantoor-torens waarin ze inmiddels zetelen is dat absoluut niet. De aanblik van
het Binnenhof vanaf het Buitenhof is een regelrechte tragedie.
Den Haag, met stadsplanners die van de hak op de tak zijn
gesprongen, is een notoir beroerd voorbeeld. Maar landelijk dreigt het dezelfde
kant op te gaan nu alle ruimtelijke ordeningsbeginselen worden ingeruild voor
een onbesuisd laisser faire. Het rijk trekt zich terug van dit
beleidsterrein, gemeenten mogen autonoom hun ambities botvieren. Bijgevolg
'verrommelt' Nederland. Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. De wanorde
en groteske lelijkheid van de nieuwe beleidscyclus zullen pas geleidelijk steeds
zichtbaarder worden.
Ging het bij de Nieuwe Lelijkheid nog voornamelijk om een
enkel Amsterdams stadsgezicht, de Nieuwste Lelijkheid wordt als een mottige
deken over het hele land gedrapeerd. En er komt nog veel meer aan, met het
betrekkelijk nieuwe Ruimtelijk Planbureau (RPB) als hoofdsponsor van de
rommeligheid. In weerwil van zijn naam heeft het RPB de planninggedachte
namelijk afgezworen. Deze week verblijdde het ambitieuze lokale bestuurders en
grote winkelketens met een pleidooi voor megawinkels en megawinkelcentra:
Winkelen in megaland (curs www.ruimtelijkplanbureau.nl) De bollebozen
van het RPB concluderen dat Nederland het onmogelijk nog langer kan stellen
zonder winkelinferno's aan de stadsranden. Mondialisering van de detailhandel,
niet minder, en de veeleisende consument dwingen daartoe. De overheid dient de
tekenen des tijds te verstaan. 'De logica van de lelijkheid' is zulke
bestuurlijke voortvarendheid in dienst van meegaandheid onlangs genoemd.
Megaland. Misschien trotseert het kabinet deze hernieuwde
sirenenzang van de stadsrandwinkellobby en laat het zijn conservatisme zwaarder
wegen dan zijn - in dit geval onbezonnen liberalisme. Zo niet, dan moet de
Volksbeweging tegen de Lelijkheid, een initiatief uit 2001 van bestuurskundige
Roel in 't Veld, maar in het geweer komen.
Al een paar jaar niets meer van dat veelbelovende gezelschap
gehoord. Maar de tijd is gekomen om oude tegenstellingen te overwinnen en een
eenheidsfront te vormen tegen de Nieuwste Lelijkheid. Met z'n allen - elitaire
oude modernisten en volkse nieuwe traditionalisten - de straat op. Voor
Schoonheid door ordening.
Red.: Gezond verstand kan zelfs in de hoogste kringen
voorkomen:
Uit:
De Volkskrant, 01-05-2009, van correspondent Gert-Jan van Teeffelen
Prins Charles blijkt zijn tijd toch vooruit
Hij zou ‘niet van deze tijd’ zijn. Maar de Britse kroonprins, 60 jaar
inmiddels, wordt anno 2009 serieuzer genomen.
Het was de duurste Britse grondtransactie ooit, toen het ministerie van Defensie
een Londens kazerneterrein in de exclusieve wijk Chelsea verkocht. De vijf
hectare ging naar de koninklijke familie van Qatar. Die betaalde 1,1 miljard
euro voor de Chelsea Barracks, ofwel ruim 20 duizend euro per vierkante meter.
Sindsdien is omstreden hoe de Qatarezen dit willen
terugverdienen. Ze mikken op 550 appartementen en huurden Richard Rogers in. De
75-jarige architect, medeontwerper van het Centre Pompidou in Parijs, is een
grootheid. Veel bewoners van Chelsea zijn echter boos over zijn hypermoderne
woontorens van 36 meter hoog. Al het glas en staal zou vloeken met de klassieke
architectuur in de omgeving.
Onlangs kregen ze steun uit onverwachte hoek. Kroonprins Charles
blijkt zijn collega-royals in Qatar per brief te hebben verzocht het
‘onsympathieke’ en ‘ongeschikte’ ontwerp van Rogers te schrappen. De kroonprins
schoof een door hem bewonderde conservatieve architect naar voren.
Zijn inmenging lokte veel commentaar uit. Toparchitecten maakten
gehakt van de prins, die een nieuwe vleugel aan de National Gallery al eens had
aangeduid als ‘monsterlijke steenpuist op het gezicht van een geliefde en
elegante vriend’. ...
Red.: Net als de ene rottigheid meestal samengaat met andere
rottigheden, gaat de ene uiting van gezond verstand vaak samen met andere
soortgelijke uitingen. Ook in dit geval:
| |
... Van alle brievenschrijvers in de kranten, was de overgrote
meerderheid opgetogen over zijn interventie in Chelsea om de ‘visuele
vervuiling’ tegen te gaan.
Actief is hij zeker. Al jaren probeert hij oude dorpspubs te
redden, waarvan de sluiting alom wordt betreurd. Zijn belangrijkste
liefdadigheidsinstelling, de Prince’s Trust, heeft intussen
honderdduizenden jongeren aan extra scholing geholpen.
Charles’ kruistocht om aandacht voor klimaatverandering begon
al toen veel mensen de term nog niet eens kenden, en zijn inspanningen
om regenwouden te redden worden alom geprezen.
Want met sommige zaken is Charles zijn tijd ver vooruit
gebleken. Al in 1986 stortte hij zich op de biologische landbouw, in
Groot- Brittannië nu een hot item. Charles verdient er intussen een
flink deel van zijn inkomen mee – een kleine 20 miljoen euro per jaar.
Dit dankt hij aan het Hertogdom van Cornwall, in 1337 in het
leven geroepen om Engelse kroonprinsen bezig te houden. Charles koos
ervoor de 55 duizend hectare deels in te zetten voor de productie van
verantwoorde etenswaar onder de naam Duchy Originals.
De koninklijke trein rijdt intussen op biobrandstof. Zijn
hofauto’s verbruiken bakolie. Zijn stokoude Aston Martin DB6 rijdt op
ethanol uit Engelse wijn die ongeschikt is voor menselijke consumptie.
Dit overigens tot woede van de Engelse wijnindustrie, die jaren van
zorgvuldige marketing bedreigd ziet. ... |
Steun van een afvallige (zie het CV) - een deel van een lang
artikel:
Uit:
De Volkskrant, 03-03-2010, door Marc van den Eerenbeemt
Weg met de stedenschenders
Moderne architectuur heeft de stad onherstelbare schade toegebracht. Vindt de
kersverse hoogleraar Vincent van Rossem. ‘Zeg niet dat de stadsvernieuwers niet
beter hadden kunnen weten.’
Tussentitel: 'Afbreken en oude huizen terugbouwen, dat kan heel goed'
Ook Vincent van Rossem was modernist. Aanhanger van de stroming in architectuur
en stedenbouw die het volk zou bevrijden van de tierlantijnen van de
traditionele architectuur. Met een groot gebaar, liefst in beton, zou het volk
naar een nieuwe tijd worden geloodst. In heldere architectuur, ruim van opzet,
zuiver van vorm en gedachte.
‘In feite ben ik nu nog steeds bezig mijn eigen nest te
bevuilen’, zegt Van Rossem in zijn bovenwoning in de Amsterdamse Jordaan. De
kunsthistoricus, 60 jaar oud, is nog aan het bijkomen van zijn oratie aan de
Universiteit van Amsterdam, afgelopen vrijdag. Met zijn rede over
‘Stedenschennis’ aanvaarde hij publiekelijk zijn benoeming tot hoogleraar
‘Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken’. Een verheffing, nadat hij bij de
monumentendienst van Amsterdam jaren heeft mogen boekstaven wat de stad allemaal
heeft verloren aan haar vernieuwers.
‘Door te zeggen dat die lui, die modernisten, zich
verschrikkelijk vergist hebben, zal ik ook mijn laatste vrienden in die hoek wel
verliezen. Toen die hele beweging begon, begin vorige eeuw, was er natuurlijk
alle aanleiding voor vernieuwend denken. De toestanden hier in de Jordaan alleen
al. Dat was derde wereld, net als al het andere sub-proletariaat in de Europese
industriesteden.
‘Maar het probleem met grote ideeën is dat ze altijd
mislopen. Met die moderne stedenbouw is het net zo. Modernisme op de goede plek
kan ik nog altijd wel waarderen. Maar modernisme op de verkeerde plek, lukraak
in de oude stad, is de pest.’
Van Rossem trekt graag van leer tegen de vijanden van de
Nederlandse stad. Beter gezegd: van de Europese stedelijke cultuur, een
hoogtepunt in de beschaving van de mens. Zoals Amsterdam zijn historische
structuur heeft doorboord met de aanleg van verkeersbanen, zoals de Wibautstraat,
dwars door oude straten en grachten, dat is, wat hem betreft, een regelrechte
misdaad.
‘Je bent als mens verloren tussen de moderne gebouwen, die ook nog
eens niet mooi verouderen. Die breken ze dan maar weer af en dan bouwen ze nog
hoger. Ze hadden gewoon de oude stad moeten herbouwen. Langs de oude rooilijnen
en de oude straten. Dat is met Middelburg gedaan, dat in mei 1940 ook is
platgegooid door de Duitsers. Dat is weer een geweldige stad geworden.’
Na de Duitse bezetters viel de stad ten prooi aan de grote
denkers over verkeer en wegen. Op oude kaarten toont Van Rossem wat voor plannen
klaar lagen voor Amsterdam. Brede banen leiden naar de Dam, ten koste van veel
hak- en breekwerk. ‘Wat al die auto’s dan op de Dam moesten, is mij een raadsel.
Het hele denken over autoverkeer berust op een tragische vergissing. Dat
probleem heeft zichzelf opgelost. Het verkeer is vastgelopen. Dus hadden we ook
de halve stad niet plat hoeven slaan, zoals in de Valkenburgerstraat naar de
IJtunnel, om die auto’s toegang te verschaffen.’
Ondertussen deden ook de volkshuisvesters hun verwoestende
werk, vertelt hij. ‘Ze worden gedreven door de klassieke saneringsgedachte. Op
een prachtige plek als Uilenburg begon het met de vaststelling: ‘Dit zijn
krotten.’ Maar wat is een krot? Een oud huis dat uitgewoond is, in hun ogen. Ja,
300 jaar oud. En zwaar bewoond. En vaak geen behoorlijk sanitair. Maar dat kun
je natuurlijk allemaal verhelpen. Een particuliere eigenaar zou dat ook doen.
Die buurt zou nu, huis na huis, superhip zijn. Allemaal prachtige pandjes met
mooie geveltoppen, hartje binnenstad.
‘Maar dat soort overwegingen zijn niet besteed aan de
fantasieloze mannen van de woningbouwverenigingen. Die zwemmen in het geld en
kunnen naar hartenlust breken en woonblokken laten neergooien. Kijk in de Nieuwe
Uilenburgerstraat. Een troosteloze bende. Dat geldt ook voor het eiland
Wittenburg. Ontroerend mooi op oude foto's. Nu is het een getto, al is het een
modern getto.
‘Zeg niet dat die stadsvernieuwers het ook niet beter konden
weten. Wittenburg is afgebroken terwijl we al wisten – en daar is uitgebreid
over geschreven – dat Boston in de vaart der volkeren omhoog werd gestoten omdat
de oude stad werd opgeknapt in plaats van afgebroken.’
Wat Van Rossem ernstig stoort, is de banvloek die in
Nederland hangt over alles wat afwijkt van het modernisme. Dat is een van de
verklaringen voor de ongeremde en ongebreidelde breek- en bouwwoede van de
laatste decennia. Het begint te slijten, maar de scheiding der geesten doet hem
nog steeds denken aan de scheiding tussen katholieken en protestanten. ‘Het
nieuwe traditionalisme wordt door de Nederlandse architectuurkritiek gewoon
genegeerd. In het vakblad De Architect staat maand na maand niets. Terwijl er in
Nederland gigantisch veel wordt gebouwd in de traditionele, soms historiserende
hoek.
‘De consument vindt het geweldig. Ondertussen heeft het
modernisme zich bij de doorsnee Nederlander geweldig impopulair gemaakt. Mensen
hebben een hekel aan beton, aan niemandsland tussen de gebouwen, aan te kleine,
steeds dezelfde woningen.’
Zijn eigen modernistische opvattingen begonnen te schuiven
toen van Rossem – met enige tegenzin, maar het was een mooie opdracht – het werk
zag van de Luxemburgse architect Rob Krier. Hij bouwde tussen de moderne
hoogbouw van Den Haag het project De Résident (1998), volgens de principes van
de oude stad; compact, gevarieerd en toegesneden op de menselijke maat. ‘Ik
moest toegeven, dat werkte enorm goed.’
Kort daarna bezocht Van Rossem een woonwijkje van dezelfde
Krier aan de Amsterdamse Sloterplas. De scholieren die hij begeleidde vonden dat
zo’n mooi buurtje. ‘Dat project stond me toen helemaal niet aan. Te
kleinschalig, op die plek. Zegt een Marokkaans meisje, uit de grond van haar
hart: ‘Als ik daar toch ooit zou mogen wonen, dan heb ik het helemaal gemaakt.’
Moet ik daar dan als een architectuurpastoor uitleggen dat dat niet mag? Dat ze
daar in een torenflat moet gaan wonen? Dat is toch bezopen?’
Wat te doen met de huidige, ‘onherstelbaar verbeterde’ stad?
Van Rossem: ‘Afbreken en de oude huizen terugbouwen. Dat kan heel goed. Er zijn
genoeg oude foto’s. Of misschien kunnen die stomme architecten ooit nog eens
iets leuk nieuws bedenken, iets dat niet modernistisch is, maar ook niet
historiserend. Gewoon, iets interessants anders. Dat moet ze op een goede dag
toch lukken.’ ...
‘We moeten terug naar waar we vandaan komen. Dat is de
traditionele Europese stad. Eigenlijk het beste idee dat we ooit hebben gehad.
De stad is een natuurverschijnsel, geen wegwerpartikel. Een termietenberg.
Alleen kunnen die termieten het veel beter dan wij, want die proberen nooit wat
nieuws te verzinnen. Die gaan rustig door met wat ze altijd gedaan hebben, al
een miljoen jaar lang.’
Tussenstuk:
C.V.
Vincent van Rossem (60) heeft vrijdag met zijn oratie ‘Stedenschennis’ zijn
benoeming gevierd tot hoogleraar ‘Monumenten en stedenbouwkundige vraagstukken
sinds de 19e eeuw, in het bijzonder in de stad Amsterdam’. Zijn leerstoel
bekleed hij aan de Universiteit van Amsterdam.
Van Rossem is sinds 1997 als architectuurhistoricus werkzaam
bij het Bureau Monumenten en Archeologie van Amsterdam (BMA). Hij is lid van het
bestuur van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. Ook was hij
lid van, onder meer, de Raad voor de Monumentenzorg en de Commissie voor
Welstand en Monumenten.
Eerder studeerde Van Rossem kunstgeschiedenis. Hij
promoveerde in 1991 op een onderzoek naar het Amsterdamse uitbreidingsplan en
geldt als een kenner van de architect en stedebouwkundige Cornelis van Eesteren,
een vertegenwoordiger van het modernisme. ...
Red.: Overigens valt ook hierbij wat aan te tekenen:
Uit:
De Volkskrant, 05-03-2010, ingezonden brief van André Rodenburg
(Voorburg) Stadsgezicht
Hoogleraar Vincent van Rossem bindt de strijd aan met de `onbeschermde
stadsgezichten` (Katern 2, 3 maart). ...
Hij noemt als tegenvoorbeeld De Resident - de nieuwbouw van
Rob Krier in Den Haag. Inderdaad zijn de gebouwen een opvallende verschijning en
rijden er geen auto`s. Het tussenliggende plein heeft echter geen doorkijk die
het voor buitenstaanders uitnodigend maakt, voetstappen galmen er meestal in de
leegte. De gemiste kans is dat - behalve een paar terrasjes - er niet veel meer
winkeltjes, galeries, een kinderspeelplaats of andere met mensen gevulde ruimte
op straatniveau is gecreëerd.
Een levende stad maak je niet alleen door het opknappen of
terugbouwen van mooie huizen, maar ook door mensen uit te nodigen naar buiten te
komen en elkaar te ontmoeten.
Red.: Ook vanuit de beroepsgroep is nu soms een andere geluid
te horen:
Uit:
De Volkskrant, 02-09-2011, door Bob Witman
Interview | Lars Spuybroek, hoogleraar Architectuur in Atlanta
De week van 'The Sympathy of Things'
Lars Spuybroek (52) verruilde zijn architecten-bureau voor een
hoogleraarschap. Zijn boek 'The Sympathy of Things' komt deze week uit en gaat
over schoonheid. 'Het modernisme is een gruwelijk dogma'.
Wat is schoonheid?
'Ik zag laatst Mariana, een schilderij uit 1851 van John Everett Millais, een
pre-rafaeliet. Die jurk van blauw fluweel, ik denk niet dat die stof ooit zo
mooi is geschilderd.'
Wat is er mis met de 20ste eeuw?
'Het modernisme. De dominante schoonheidsopvatting van de afgelopen honderd
jaar. Niet voor niks begon het modernisme bij de Eerste Wereldoorlog en stopte
het op 11/9 in 2001. Het is een gruwelijk dogma.'
Hoe erg is dat modernisme?
'Het modernisme, abstracte kunst, dat is hetzelfde streven naar sublimatie en
purificatie als genocide. In de kern van denken zoeken modernisme en het
minimalisme dezelfde rechtvaardiging als Auschwitz.'
Woah!
'Begrijp me goed. Enerzijds is het idioot om een Amerikaans-Joodse kunstenaar
als Mark Rothko in verband te brengen met de Holocaust. Anderzijds is die serie
volledig zwarte schilderijen van hem, de wens om dingen zo verregaand te
generaliseren, gebaseerd op dezelfde denkpatronen. Het is dezelfde esthetiek van
shock and awe.' ...
Red.: De redactie heeft ooit eens mogen genieten van de
abstracte schilderkunst op een tentoonstelling genaamd La Grande Parade, in het
Stedelijk Museum Amsterdam. Een van de hoogtepunten was een serie schildrijen
van een kunstenaar wiens naam de redactie ontschoten is, maar wiens werken
bestonden uit volkomen witte doeken. De redactie kan dan ook niet anders dan de
diepste bewondering hebben voor de Joodse kunstnaar Mark Rothko, die de wereld
heft verrijkt met zijn totaal nieuwe en dus revolutionaire concept van een serie
totaal zwarte doeken. Het is duidelijk dat dit de weg is die de kunst moet gaan.
Eindelijk verlost van zaken die de kunst banaliseren als vakmanschap, kwaliteit
en schoonheid. Een weg waarop de architectuur al forse schreden heeft gemaakt,
tot groot genoegen van iedereen.
Naar Rijnlandmodel, kleinschaligheid ,
Inrichting, lijst
, Rijnlands beleid,
lijst
, Rijnlandmodel overzicht
, of site
home
.
|