|
EOS Magazine, nr.2-2008, door Peter de Jaeger |
10 jul.2008 |
Stadsmensen willen
Terug naar de natuur
De natuur rukt op in de stad. Groen vermindert stress, nodigt uit tot
beweging en zuivert de lucht. Binnen de stadsgrens worden complete boerderijen
opgenomen. Wijkbewoners plukken bessen en appels uit hun buurtpark en
schoolkinderen oogsten winterpenen en uien van een eigen lapje grond. Stad en
platteland raken steeds meer met elkaar verstrengeld.
Tussentitels: Stadslandbouw kan onze verloren band met de natuur herstellen
Voordelen van groen: vermindert stress, dempt geluidhinder, mildert
extreme temperaturen en verbetert luchtkwaliteit
Vroeger waren kinderen buiten in de weer met hutten bouwen, kikkers vangen en
appels jatten uit de boomgaard. Geschaafde knieën van het slootje springen of
geschramde armen van het bramen plukken langs de weg kennen moderne kinderen
niet meer. Ze zitten achter hun computer en lijden aan het 'natuurtekortsyndroom'.
Gebrek aan contact met de natuur maakt latere generaties fysiek en psychisch
minder weerbaar, zo is bewezen in studies en neergepend in het boek Het
laatste kind in het bos van de Amerikaanse journalist Richard Louv.
Die Amerikaanse boodschap is overgewaaid naar Europa, met
name Groot-Brittannië en Nederland. Hangjongeren moeten weer scharrelkinderen
worden, aldus de Nederlandse landbouwminister Gerda Verburg. Door
natuurervaringen kunnen kinderen zich beter concentreren, zijn ze creatiever,
actiever en weerbaarder, worden ze minder snel dik en voelen ze zich minder snel
depressief. Kortom: natuur moet, elke dag. En mevrouw Verburg meent het. In
oktober gaf zij elk lid van het kabinet een exemplaar van de Nederlandse
vertaling van het boek van Louv. Voorts ontvouwde ze een plan om tienduizend
stages in het groen te realiseren, om zo de jeugd te betrekken bij de productie
van goed voedsel in een landelijke omgeving. De gezamenlijke Nederlandse natuur-
en milieuverenigingen starten onlangs de campagne De Nationale Uitdaging.
De uitdaging bestaat erin woongebieden natuurlijker in te richten en
natuurterreinen te maken die spannend en leuk zijn om in te spelen. De fysieke
ruimte waarin kinderen zich bewegen is de afgelopen dertig jaar schrikbarend
afgenomen van zes vierkante kilometer tot enkele honderden vierkante meters.
Akkers adopteren
Eerste aanzetten voor terug naar de natuur zijn vooral te vinden in de grote
steden. Alleen al in Amsterdam krijgen elk jaar zevenduizend kinderen een
schoolwerktuin. Op een eigen perceel van 130 bij 400 centimeter telen de
kinderen siermaïs, winterwortel, uien, sperziebonen en aan de rand zetten ze wat
afrikaantjes en viooltjes. De kinderen maken de seizoenen mee, van opkomst tot
aftakeling. In het najaar strijden ze om de grootste wortel via de ludieke
winterwortelweegwedstrijd. De jonge deelnemers weten nu dat je wortelen moet
zaaien en dat die niet groeien uit een dikke moederwortel die je in de grond
stopt.
Niet alleen kinderen hebben recht op groen, ook volwassenen
zijn gebaat bij een betere band met de natuur. Biologica, een organisatie van
biologische boeren en handelaren, biedt de consument de kans een appelboom in de
Betuwe te adopteren. De adoptant kan dan op bepaalde dagen zijn eigen appels
komen plukken. Inmiddels zijn er ruim 17.000 appelbomen verkocht. Zeeuwse
akkerbouwers op Schouwen-Duiveland bieden de mogelijkheid akkerranden te
adopteren. De nieuwe eigenaren mogen zelf bepalen welke bloemen daar worden
ingezaaid. In de Ooijpolder bij Nijmegen kunnen mensen stukken landschap kopen,
met dat geld kan de boer zijn grond beter onderhouden. De kopers krijgen in ruil
faunatunnels of patrijsranden toegewezen. Een indirecte manier van omgang met de
natuur, op afstand.
De band met de natuur kan rechtstreekser worden aangehaald door de
voedselproductie naar de stad te brengen. 'Stadslandbouw kan de verloren band
herstellen door de stad te vervlechten met her platteland', zegt Andries Visser
van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving in Lelystad. Hij spreekt over een
kentering in het denken over onze voedselproductie tijdens het historische jaar
2007, waarin voor het eerst de helft van de wereldbevolking in de stad woont.
Sommige steden zijn daar al mee begonnen. In de Culemborgse
wijk Eva-Lanxmeer lopen de achtertuinen over in openbaar groen, met fruitbomen,
bessenstruiken en moestuinen. In de Tilburgse nieuwbouwwijk Tuindorp kunnen de
appels en peren zo uit de voortuin worden geplukt. In Eindhoven wordt de Philips
fruittuin, waar ooit producten voor Philips' werknemers werden verbouwd, een
stadspoort die de stad met het platteland verbindt. Het gemeentebestuur wil nog
twee van dergelijke stadspoorten aan de rand van de stad. In het Drentse Meppel
is de wijk Nieuwveense Landen extra aantrekkelijk om te wonen wegens het
uitbundige groen. Uniek is dat het wijkontwerp is aangepast aan de verkaveling
en e bestaande boerderijen zijn opgenomen in de stadsuitbreiding. Meestal is het
andersom en voegt de verkaveling zich naar de plannen van de steden bouwers en
worden de boerderijen gesloopt. Almere kent het grootste project met
stadslandbouw. Er is een volwaardig bedrijf van 100 hectare biologische
akkerbouw en 500 hectare natuur. De stadsboerderij bevindt zich op een landgoed
dat speciaal is opgericht voor alle bewoners van de stad om te kunnen recreëren
en om lessen te kunnen volgen over landbouw, natuur en milieu. Visser: 'De
stadsboerderij ligt in een sterk groeiende stad, en beheert gronden die
uiteindelijk voor stedenbouw beschikbaar moeten komen. De stad gaat daar 30.000
tot 60.000 woningen bouwen. Dat biedt een unieke kans om woningbouw te
combineren met landbouw. Normaal verdwijnt de landbouw als er ergens een
nieuwbouwwijk opgetrokken wordt. Maar waarom zou je ze niet combineren?'
Ook de boer heeft er voordeel bij. De boer kan zijn inkomsten
verbreden door zich te richten op voorlichting aan scholen in de buurt of het
aanbieden van zorg. Het aantal zorgboerderijen in Nederland is in tien jaar tijd
gestegen tot ruim 600 en biedt plaats aan 10.000 cliënten. De doelgroep wordt
steeds breder. Eerst vonden alleen verstandelijk gehandicapten en psychiatrische
patiënten er een goede plek. Nu gaat het ook om mensen met een burnout,
langdurig werklozen, mensen met een verslaving, overlastgroepen en ouderen. De
stadse boer kan ook geld halen uit de verkoop van streekproducten aan huis of
door recreatie te bieden. Rust en ruimte genoeg.
En de gemeente zelf heeft er ook voordeel van, zegt Visser:
'Groenvoorziening en onderhoud is vaak een kostbare post voor een stad. Als je
dat door een agrarisch ondernemer laat doen is dat relatief eenvoudig en
goedkoop.' Ander pluspunt is dat de voedselkilometers worden beperkt door het
voedsel bij de mensen om de hoek te verbouwen. Grote delen van de stad die nu
onbenut liggen, kunnen hiervoor worden gebruikt. 'Groenstroken veranderen van
louter esthetisch in commercieel, waar ieder de vruchten van plukt.'
Groen is gezond
Ook figuurlijke vruchten. Sociologe Jolanda Maas van het Nederlands InstituUt
voor onderzoek van de Gezondheidszorg doet een promotiestudie naar de effecten
van groen op de gezondheid. 'Ieder weet eigenlijk wel dat groen goed is voor de
mens. Maar wetenschappelijke bewijzen zijn er maar weinig.' Zij heeft gegevens
van 280.000 mensen geturfd over hun gezondheid en die gekoppeld aan de plek waar
ze wonen. 'Hoe meer agrarisch groen, grote stadsparken of natuurlijk groen in de
vorm van heide of bos in de woonomgeving, des te gezonder voelen ze zich.' Haar
bevindingen werden dit voorjaar gepubliceerd in Journal of Epidemiology and
Community Health.
Het verband is vooral gevoelsmatig, benadrukt ze. Ze heeft
niet aangetoond dat de mensen lichamelijk daadwerkelijk gezonder zijn. Ook in
andere studies is dat verband hooguit indirect bewezen. Omgevingspsychologe
Agnes van den Berg van het Wageningse Alterra heeft de effecten op een rij gezet
in haar essay: Van buiten word je beter. Zo stimuleert een uitnodigende
omgeving tot beweging, bijvoorbeeld door te wandelen, te joggen of te fietsen.
Volgens TNO bedroegen in 2004 de gezondheidskosten door gebrek aan beweging 744
miljoen euro. Meer dan de helft van de Nederlanders haalt de norm van een half
uur beweging per dag niet. Alleen in Groot-Brittannië wordt nog minder bewogen.
Uit een TNO-enquête komt naar voren dat een onaantrekkelijke werkomgeving als
belangrijkste reden wordt gegeven om niet te gaan wandelen tijdens de lunch. Het
ontbreken van wandelpaden of een park worden het meest genoemd.
Er zijn evenwel sterke aanwijzingen voor een positieve
invloed van natuur en groen op herstel van stress en aandachtsmoeheid. Allerlei
experimenten hebben aangetoond dat alleen al het kijken naar natuur effect
heeft. Dat begon al met de inmiddels klassiek geworden studie van de Amerikaan
R. Ulrich uit 1984. Patiënten die een galblaasoperatie hadden ondergaan, bleken
sneller te herstellen en minder pijnstillers nodig te hebben in een kamer met
uitzicht op bomen dan in een kamer met uitzicht op een bakstenen muur. Een
recente eigen studie van Alterra ligt in het verlengde hiervan. Proefpersonen in
examenspanning vertonen minder angst na het zien van natuurfoto's vergeleken met
zij die stedelijke situaties te zien kregen. Mensen die naar een
stressopwekkende film met industriële ongevallen hadden gekeken, herstelden
sneller van hun stress na het zien van rustgevende natuuropnames. Dat herstel
bleek zowel uit zelfrapportages als uit fysiologische metingen. Bij kinderen met
ADHD blijkt het spelen in een natuurlijke omgeving de symptomen van ADHD te
verminderen. Mensen met autisme kunnen meer sociale contacten leggen.
Groen vermindert tevens de factoren die stress veroorzaken.
Geluidhinder is er één van. Groen kan bijdragen tot verstrooiing en demping van
geluidsoverlast, tot wel zes decibel. Langdurige blootstelling aan extreem hoge
geluidsniveaus kunnen de bloeddruk opzwepen en verhogen de kans op hart- en
vaatziekten.
Groen vermindert daarnaast luchtvervuiling. Om die reden wil
Beijing in de aanloop naar de Olympische Spelen meer groen in de stad. Bomen
verwijderen kilo's verontreinigingen aan ozon en koolmonoxide uit de lucht. In
Antwerpen en Californië is bewezen dat de luchtkwaliteit daadwerkelijk beter is
in buurten met meer groen. In straten met bomen is de concentratie grof stof
slechts een tiende van het niveau in een straat zonder bomen.
Ook fijn stof, dat tot astma en allergieën leidt, wordt door planten opgenomen.
Voorts bevorderen bomen een gezond luchtklimaat rondom het huis, omdat ze de
luchtcirculatie beïnvloeden.
Ten slotte worden extreme temperaturen door groen getemperd.
Ze zorgen met name voor verkoeling op warme zomerdagen. In Milaan wordt om die
reden daktuinaanleg gestimuleerd. In Genua was de meer dan gemiddelde sterfte
onder ouderen tijdens de hete zomer van 2003 niet aanwezig in buurten met veel
groen. Vanwege het temperatuurdrukkende effect bespaart groen bovendien energie.
Volgens Van den Berg is het voldoende wetenschappelijk
bewezen dat natuur de gezondheid positief kan beïnvloeden. Toch wordt gezondheid
door de overheid nauwelijks gebruikt als argument om natuurwaarden te
bevorderen. Evenmin wordt de natuur door het gezondheidsbeleid erkend als
preventief of helend middel. Dat komt volgens Van den Berg door het gebrek aan
een samenhangende visie op dit thema. Er zijn slechts onsamenhangende
brokstukken. Bovendien zijn vele vragen nog onbeantwoord. Hoeveel groen is
bijvoorbeeld nodig voordat er sprake is van een positief gezondheidseffect? Zijn
enkele grassprietjes tussen de straattegels al voldoende of is minimaal een
voetbalveld nodig? Hoe belangrijk is de visuele kwaliteit van het landschap?
Heeft voor een kantoorklerk het uitzicht op een bloemenveld hetzelfde gunstige
effect als de blik op een bosrand? In hoeverre kunnen stedenbouwers bij
inrichtingsplannen rekening houden met de relatie tussen natuur en gezondheid?
En wat is het mogelijk gevaar van waterpartijen en 'wilde' natuur bij overdracht
van ziekten naar de bewoners? Vragen om eens rustig te overdenken in een
rustieke groene omgeving.
Naar Rijnlandmodel, kleinschaligheid ,
Inrichting, lijst
, Rijnlands beleid,
lijst
, Rijnlandmodel overzicht
, of site
home
.
|