Leids universiteitsblad Mare, 12-05-2005, door Hester van Santen

Bioloog Jared Diamond beschrijft ondergang van samenlevingen

Op weg naar de afgrond

Momenteel worden de eerste stappen gezet naar een wereldwijde ineenstorting van samenlevingen, denkt bioloog Jared Diamond op basis van zijn onderzoek naar de ondergang van oude culturen. Toch blijft hij `voorzichtig optimistisch'.


'Rwanda was Thomas Malthus' worst nightmare', zo hield Jared Diamond zijn bijna tweeduizendkoppige publiek dinsdag voor in de Pieterskerk. De econoom Malthus zag in 1798 dat de aarde niet genoeg zou kunnen opleveren om de groeiende wereldbevolking te onderhouden. De bevolking kan exponentieel groeien, de landbouwproductie niet, was diens redenering. En dan gaat het uiteindelijk fout, want volgens Diamond was niet stammenstrijd cruciaal voor het Rwandese drama, maar een ontoereikende voedselproductie.
    Diamond, hoogleraar fysiologie en geografie aan de Universiteit van Californië in Los Angeles, was uitgenodigd om de Tinbergen-lezing over evolutie te houden die de universiteit, NRC Handelsblad, onderzoeksorganisatie NWO en museum Naturalis dit jaar voor de derde maal organiseerden. Hij hield zich daarbij nauwkeurig aan zijn onlangs verschenen boek Collapse, waarin hij de huidige staat van het wereldmilieu relateert aan het lot van verdwenen beschavingen als de Paaseilanders, de Maya's en de Vikingen op Groenland. Hoewel die geschiedenissen weinig redenen tot optimisme bieden, denkt Diamond toch dat we ervan kunnen leren. Als we tenminste willen, zo legde hij eerder aan Mare uit.

'Alle factoren die cruciaal waren voor de Groenlandse vikingen, spelen vandaag de dag ook een rol. Beïnvloeding van ons leefmilieu? Ja, want we kappen onze bomen en we vangen teveel vis. Klimaatverandering? Ja, want er is nu zelfs wereldwijde klimaatverandering. Vijanden? Ja, zowel Nederland als de Verenigde Staten hebben problemen met vijandige mensen. Bevriende volkeren? ja, want jij en ik zijn afhankelijk van bevriende samenlevingen voor essentiële producten als olie, en sommige van die samenlevingen zijn momenteel instabiel. En levenshouding? Ja, onze president heeft zeker een paar slechte standpunten, en de 52 procent van de bevolking die op hem heeft gestemd ook.
    'Ik denk dat we momenteel de eerste stappen nemen richting een wereldwijde ineenstorting van samenlevingen. Uiteindelijk leidt de geïsoleerde afbraak van samenlevingen, zoals in Rwanda of Haïti, tot wereldwijde problemen, want landen staan over de hele aardbol met elkaar in contact. Ik zeg niet dat ik weet hoe het begin van een wereldwijde ineenstorting eruit ziet, en ik weet ook niet óf die er zal komen. Maar we kunnen nu al de problemen zien die, als we ze niet oplossen, leiden tot die ineenstorting. 'Toch is er nu een verschil met de Paaseilander die machteloos de laatste boom op zijn eiland omhakte. Wij weten nu wat onze milieuproblemen zijn: problemen met de bossen, visvangst, zoetwatervoorziening, bodem, biodiversiteit, toxische chemicaliën, het broeikaseffect, geïntroduceerde soorten [zoals de konijnenplaag in Australië, HvS], energievoorziening, enzovoort. En we kunnen leren van de manier waarop verdwenen beschavingen met hun milieuproblemen omgingen, want van culturen als die van de Groenlandse vikingen is de historie vastgelegd.
    'Ik denk dat we daarom zelfs wereldwijde milieuproblemen kunnen oplossen, als we tenminste willen. We hebben het al gezien bij de cfk's in de atmosfeer, die in de hele westerse wereld gebruikt en geproduceerd werden voor koelkasten en als drijfgas. Ze ruïneerden de ozonlaag, en rond 1987 hebben alle landen samen besloten om de productie te stoppen. China produceert ze nog steeds, maar het illustreert wel dat je zulke beslissingen als groep kunt nemen. Dan kan het dus ook met de klimaatverandering, want we weten allemaal welke landen de grote producenten zijn van broeikasgassen. Ik zeg niet dat het gemakkelijk is, maar wel dat het soms werkt.
    'Het zou goed zijn als we onze morele waarden, onze levenshouding zouden veranderen om onze milieuproblemen op te lossen. Maar het is niet noodzakelijk om over milieuproblemen te spreken in morele termen. Er zijn veel mensen die gewoon praktisch willen denken. Onze president bijvoorbeeld: die maakt het niets uit dat wij 32 keer zo rijk zijn als mensen in de derde wereld. Maar die maakt zich wel druk om terroristen en miljoenen illegale immigranten. Hij zal zich niet laten bewegen door de morele argumenten voor consumptieveranderingen. Maar wel door de praktische.'


Tussenstukken
Vikingen in Groenland
(984 - 15e eeuw): Nadat viking Erik de Rode wegens moord verbannen was uit Noorwegen en IJsland, vestigde hij zich met familieleden in een fjord aan de westkust van Groenland. Twee vikingnederzettingen ontstonden er, die beide via onregelmatig scheepscontact met het moederland verbonden bleven. Voor de inwoners van de nederzettingen brachten de schepen niet alleen goederen, maar ook culturele waarden. De Groenlanders waren christen, kleedden zich Europees en hielden bij voorkeur koeien als vee. Vis werd niet gegeten, mogelijk wegens een religieuze spijswet - wel was er jacht op kariboes en zeehonden. Toen het Groenlandse klimaat vanaf de veertiende eeuw kouder werd, vroor de route naar Noorwegen dicht en werd het daarnaast vrijwel onmogelijk om 's zomers voldoende hooi voor de koeien te verzamelen. Leren van de Inuit had de bewoners mogelijk de juiste overlevingstechniek opgeleverd, maar die werden door de vikingen gemeden en een enkele keer vermoord. Uiteindelijk stierven de laatste Groenlandse vikingen in de vijftiende eeuw, nadat ze hun laatste koeien tot aan de hoeven hadden opgegeten.

Beeldhouwers van Paaseiland
(ca.9e eeuw -19e eeuw): Waarschijnlijk was het in de negende eeuw dat Paaseiland, een uithoek van de Polynesische archipel ter grootte van Schiermonnikoog, werd bereikt door kanovaarders met vee en landbouwgewassen aan boord. Paaleiland, nu vrijwel boomloos, was op dat moment rijk begroeid. Op het eiland ontstonden 11 of 12 regio's, die competeerden in het bouwen van grote stenen moai, de bekende mensbeelden waarvan de zwaarste 87 ton woog. Het hakken, vervoeren en oprichten van de beelden kostte echter veel mankracht, voedsel en bomen om als rollers te gebruiken. Dat brak het weinig vruchtbare eiland op. In eerste instantie leefden de bewoners van watervogels, vis en zeeschildpadden. Nadat veel soorten waren uitgestorven, werden landbouw en het houden van kippen steeds belangrijker. De voedseltekorten zorgen echter voor onrust onder de bevolking; kannibalisme werd gewoonte, stammen gooiden elkaars moai om. In 1840 stond geen beeld, en geen boom, meer overeind.

Japan in het Tokugawa-tijdperk
(1603 - 1867): Toen Toyotomi Hideyoshi en zijn opvolger Tokugawa Ieyasu na honderdvijftig jaar burgeroorlog aan de macht kwamen, begon in Japan een rustige periode. Een kwart van de huidige oppervlakte kwam onder leiding kwam van een serie leiders die de titel shogun droegen. Door de stabiliteit groeiden de populatie en de economie explosief, maar de invoer van materiaal uit het buitenland bleef zeer beperkt. Shogun Tokugawa Ieyasu zag namelijk weinig heil in ontmoetingen met zeevarende Europeanen. Door de economische isolatie ontstond een belangrijk tekort: hout. Bijna alle huizen werden ervan gebouwd en ermee verwarmd; ijzersmederijen en keramiekfabrieken draaiden er op. In 1710 waren alleen nog slecht bereikbare hellingen met bos begroeid. De shoguns wisten het tij echter op tijd te keren: na een grote brand in de hoofdstad Edo (nu Tokio) bevolen ze de ontwikkeling van bosbouw. Aan het begin van de 18e-eeuw was de houtproductie op deze manier verzekerd; dat bleef zo tot het eind van het Tokugawa-tijdperk in 1867.

Jared Diamond: Collapse, Uitgeverij Viking Penguin 2005, vertaald als Ondergang, Het Spectrum. Gebonden, 684 blz E35,75


Terug naar Linkse denkfouten, kernenergie en techniek , Sociologie overzicht , of naar site home .