|
De Volkskrant, 04-11-2006, door Karolien Knols
Gevlooi bij de koffieautomaat
Die op zijn borst roffelende gorilla, is dat niet onze directeur met die grote
auto? Apen, het zijn net mensen. In Apenheul helpen ze mensen inzicht te krijgen
in problemen op de werkvloer. Op cursus met tien secretaresses. 'Kijk 'm nou,
met zijn preistengel.'
Daar lopen ze: de tien secretaresses van de facilitaire dienst van de Isala
Klinieken te Zwolle, fototoestel in de aanslag, door Apenheul in Apeldoorn.
Langs de doodshoofdaapjes, de brulapen, de wanderoes en de berberapen,
beurtelings vertederd en opgewonden.
Bij een foto van een vrouwtjeschimpansee die haar kind beschermt: 'O ja, dat ben
ik. Ik wil altijd moeder overste zijn.'
Bij de brulapen: 'Whoeaaaaa.'
Bij de bonobo's, die tijdens het voederen even snel op elkaar
kruipen: 'Tien seconden! Je krijgt niet eens de tijd om te zeggen dat je
hoofdpijn hebt!'
En bij het mannetje dat daarna met een erectie en een
groenteboeket door het hok loopt: 'Kijk 'm nou, met z'n preistengel.'
Het is donderdagochtend 10 uur, in een schrale ochtendzon.
Nog even en dan zal in een Afrikaanse onderzoekstent op het terrein van Apenheul
de cursus 'Help, mijn baas is een aap' beginnen. Oorspronkelijk bedoeld voor
managers die iets willen leren over oergedrag; inmiddels is de cursus een gewild
dagje uit voor bedrijven en afdelingen waar het rommelt op de werkvloer.
Want de zilverrug die zich op de borst slaat - herkennen we
daarin niet de baas die elke ochtend met de grootste auto het parkeerterrein
oprijdt? Het gevlooi - is dat iets anders dan de dagelijkse samenscholing rond
de koffieautomaat? En dat mannetje daar, dat vandaag voor het eerst aan de groep
berberapen is toegevoegd, onrust zaaiend - dat is toch net die nieuwe collega
die al weken het evenwicht op de afdeling verstoort?
Ellebogen
Precies, dat dacht Patrick van Veen dus ook. Van Veen, opgeleid als bioloog in
een tijd dat er voor biologen helemaal geen werk was, is sinds twee jaar
directeur van Apemanagement. Samen met Apenheul ontwikkelde hij de cursus 'Help,
mijn baas is een aap'. De kennis die hij daarin overdraagt, deed hij onder meer
op in de tijd dat hij zelf in een 'management developmenttraject' zat bij een
grote verzekeringsmaatschappij. Een ratrace naar de top, noemt Van Veen zo'n
intern opleidingstraject. 'Het gaat helemaal niet om de inhoud, of om wie goed
is. Het gaat erom zo ver mogelijk je ellebogen uit te steken en vriendjes te
worden met de directie, of liever nog: met de raad van bestuur. Daar had ik dus
geen zin in.'
Of hij de ruimte kreeg om, zoals biologen bij dieren plegen
te doen, zijn collega's te observeren, vroeg hij zijn bazen bij Reaal
Verzekeringen. Dat mocht. Niet veel later verlegde hij zijn werkterrein en begon
hij zijn eigen zaak. Tien 'grote observatietrajecten' doet hij nu per jaar.
Evenzoveel workshops. Hij geeft lezingen en wordt door bedrijven ingehuurd om
sociaal gedrag op de werkvloer te observeren.
De belangrijkste lessen, over het bedrijf als apenrots: van
alle communicatie binnen een bedrijf gaat slechts 15 procent over de inhoud, de
overige 85 procent gebruiken we om te functioneren in de sociale groep; managers
kunnen wel snijden, maar niet observeren; conflicten in bedrijven worden zelden
goed uitgevochten; de formele hi'rarchie in een organisatie kan haaks staan op
de biologische hi'rarchie.
Dat er een wildgroei is aan trainingen met dieren verontrust
Van Veen wel een beetje. 'Knuffelen met varkens, ik zou niet weten wat je daar
als manager van opsteekt.' Maar naar apen kijken, is volgens hem leerzaam: 'Onze
genen komen voor 99 procent overeen met die van de chimpansees, apen hebben net
als wij een lange kinderperiode waarin ze veel mogen leren, ze kunnen tot op
hoge leeftijd leren, ze zijn zelfbewust, en mensapen kunnen inschatten hoe er op
hun wordt gereageerd, en daarop anticiperen.'
Agressieve overname
'Mooi weer, hè', zegt Patrice Klompenhouwer terwijl ze met een kop koffie voor
de tent gaat zitten. 'Vind je?', vraagt een collega. 'Dan ben je de enige.'
Dat is het probleem van dit secretariaat in een notendop.
Patrice is de nieuwe baas van de tien secretaresses - alleen, die naam heeft ze
formeel niet. Ze is 'coørdinator'.
Dat zit zo. Voor de laatste reorganisatie werkten alle
secretaresses voor een eigen manager. De een voor de manager Keuken, de ander
voor de manager Inkoop, een derde voor de manager Voeding. Dat was natuurlijk
wat: rechtstreeks aangestuurd worden door je baas. Dat gaf status. Maar nu
zitten de vrouwen voor het eerst samen op een afdeling. Moeten ze verantwoording
afleggen aan Patrice, die tussen hen en de managers in is komen te staan. Maar
die managers, die passeren Patrice nog regelmatig. Ze blijven hun eigen
secretaresse te veel rechtstreeks aansturen.
Een week voor de training in Apenheul zei Patrice
Klompenhouwer aan de telefoon: 'Ik voel hier en daar weerstand. Er is
machtsstrijd, ja. Ik moet meer met de vuist op tafel, maar dat is niet mijn
sterkste kant.' En: 'Ik hoop dat we door de training het groepsgevoel kunnen
versterken.' Patrick van Veen zag het zo: 'Die dames moeten leren niet meer voor
alles naar hun manager te hollen. Bij bavianen en gorilla's komt een nieuwe
leider aan de macht door een agressieve overname. Die zet meteen heel duidelijk
zijn positie neer. De vraag is: kan Patrice dat?'
Informele leider
Het voorstelrondje begint. De opdracht is: kies uit vijf apen, met vijf
verschillende gezichtsuitdrukkingen, de aap die bij je past. Opvallend veel
vrouwen kiezen de observerende, afwachtende wanderoe, of de moederlijke
chimpansee. Patrice Klompenhouwer herkent zichzelf niet in de dominante gorilla,
maar in de bonobo met zijn gezicht in de lucht: 'Ik wil altijd alles weten.' 'O
ja?', zegt collega Geertje, die later die middag de informele leider van de
groep wordt genoemd.
Na het voorstelrondje is er een powerpointpresentatie in de
tent. De gemoederen lopen hoog op als het gesprek komt op de komende
reorganisatie, waarbij waarschijnlijk iedereen een flexplek zal krijgen.
Patrick van Veen: 'Dat gaat dus niet werken. Want iedereen
wil zijn eigen plek. Dat zit in ons oergedrag. Mannetjes willen elke ochtend
even tegen hun bureau plassen.'
Gelach. Iemand zegt: 'Zoiets doen wij ook, we zetten 's
ochtends eerst onze tas op het bureau. Kopje koffie ernaast...'
Van Veen: 'Dus met een flexplek doorkruis je de hele
groepsstructuur. Elke ochtend onrust. Terwijl je je veilig wilt voelen.'
Nog zo'n onderwerp dat een gevoelige snaar raakt: vlooien.
Hoe doen wij dat?, vraagt Leontine, 'want friemelen kan natuurlijk niet. Dan ben
je meteen ongewenst intiem'.
Van Veen zegt: 'Wij gaan kletsen, roddelen, koffie voor
elkaar halen. Vlooien is de olie in de sociale machine. En het grappige is: er
wordt meer naar boven gevlooid dan naar beneden.'
Zegt Patrice Klompenhouwer tegen de groep: 'Dus jullie
vlooien mij.'
Maar dat is niet zo. Althans, niet vandaag. Pik je normaal
vrij snel de leider van een groep eruit, hier in Apenheul wijst niets erop dat
Klompenhouwer de hoogste in de hiërarchie is. Ze fotografeert apen en collega's,
staat steeds letterlijk aan de rand van de groep. Niet één keer is ze het
middelpunt. Niet één keer verheft ze haar stem om aandacht te vragen. Zelfs als
iedereen de opdracht krijgt zijn plaats binnen de groep te definiëren, ook weer
aan de hand van foto's van apen, en ze voor de mantelbaviaan kiest, een
dominante, dan zegt ze: 'Maar machtsvertoon, dat ken ik niet.'
Goed dan, nog een opdracht. Stelt u zich voor, luidt die, u
bent de diermanager van Apenheul en u staat aan de wieg van een nieuw
fusieproject: een groep van vier bonobo's wordt uitgebreid met twee nieuwe
groepen die onderweg zijn vanuit Kinshasa. Het is aan u die fusie in goede banen
te leiden. Welke individuen laat u het eerst kennismaken? Hoe en waar vindt de
kennismaking plaats? En in welk tijdsbestek?
Twee groepjes van vijf vertrekken naar de bonobo's. Daar
ontstaat een discussie.
Patrice: 'Is het een idee, jongens, om die twee dominante
vrouwen eerst aan elkaar te laten wennen? Want als de leiders het met elkaar
kunnen vinden, vormt het team zich vanzelf.'
Joyce, die al talloze reorganisaties heeft meegemaakt: 'Kun
je niet de laagst geplaatsten bij elkaar zetten, meteen in het hok waar ze
horen? Want die kunnen niet zo goed tegen verandering.'
'Zet die apen gewoon allemaal bij elkaar', zegt collega Miep.
'Dan hebben ze steun aan elkaar. Dat dominante vrouwtje komt toch wel
bovendrijven. Die vecht dat wel uit.'
Respect
Terug voor de tent, zegt Patrice Klompenhouwer: 'Ik denk dat we een hecht team
zijn.' Haar collega's knikken, terwijl zeker de helft zichzelf nog geen twee uur
geleden als einzelgènger of buitenstaander heeft getypeerd. 'We draaien niet om
de hete brei heen', zegt Klompenhouwer. Weer instemmend geknik. O ja, ze voelen
zich allemaal gelijk aan elkaar. Ze hebben respect voor elkaar. Er spelen geen
onderhuidse dingen.
Maar waarom wordt Patrice dan steeds door Joyce
tegengesproken? Waarom is iedereen stil als Geertje iets zegt? En waarom zegt
Monique, buiten gehoorsafstand van de rest: 'Ik hou niet van grote groepen
vrouwen. Dat vind ik te gevaarlijk.'
Een week na de cursus zegt Patrick van Veen: 'Ik had gehoopt
dat ze iets verder waren in de onderkenning van hun problemen. Dat ze al door
hadden gehad dat ze er moeite mee hebben Patrice als hun nieuwe leider te
accepteren. Patrice had dat ook hardop moeten zeggen. Dan had ik aan al die
vrouwen die zichzelf als individualist neerzetten kunnen zeggen: dat maakt het
wel verdomd lastig als je als team moet functioneren.'
En wat hebben de vrouwen van de facilitaire dienst van hun
dag aapjes kijken opgestoken? Patrice Klompenhouwer zegt het maar eerlijk: 'Ik
had nooit gedacht dat het vooral voor mij zinvol zou zijn. Elke verandering op
de afdeling zal bij mij moeten beginnen.'
Terug naar Managers, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht , of naar
site home
.
|