| De Volkskrant, 31-05-2008, door Karolien Knols |
8 jun.2008 |
Fleur Agema
Ze is 549 dagen Kamerlid voor de PVV. Tot nu toe werden alle moties van Fleur
Agema (31) verworpen. ‘Wat niet wil zeggen dat iedereen het altijd met me oneens
is.’
‘Herinner je je die foto nog van die 88-jarige dame die schuin in haar rolstoel
hing, een paar maanden geleden in De Telegraaf?’, vraagt Fleur Agema,
vicefractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid, als het gesprek een
kwartier op gang is.
Nee.
‘Ik ben haar gaan opzoeken. Ze zat in een barrel, echt verschrikkelijk. De
wielen stonden scheef, de rugleuning was een houten schot. Zat die mevrouw al
vier jaar in een tijdelijke rolstoel. De gemeente wilde geen betere stoel
vergoeden. Twee weken geleden is ze overleden. Ik heb haar dochter gebeld met de
vraag of ik de rolstoel mocht ophalen om hem in de Tweede Kamer neer te zetten
als voorbeeld: dit nooit weer. Zegt de dochter: ‘Dat zou heel mooi zijn, maar de
gemeente heeft ’m al gehaald.’’ Agema draait met haar ogen en zegt: ‘Daar kan ik
echt helemaal... dat vind ik dus onvoorstelbaar... dat er nu weer iemand anders
in moet zitten. Daar word ik echt pissig van.’
Want anderzijds: ‘Al dat geld dat wordt uitgegeven aan dingen
die geen zin hebben. Junks laten afkicken in Suriname, voor 50 duizend euro per
junk. De club die daarvoor subsidie had gekregen, was na een paar maanden alweer
terug; bankroet.’
Nog zo’n voorbeeld: ‘Laatst is de subsidie voor voorlichting over
meisjesbesnijdenis verhoogd van 2 naar 5 miljoen euro. Mooi hoor, maar intussen
weet nog steeds niemand hoeveel meisjes er in Nederland worden besneden. Er
wordt een zak geld op tafel gezet, en daarmee wordt een gevoel gekocht van: wij
hebben tenminste iets gedaan. En dan denk ik aan zo’n vrouw in haar rolstoel,
aan hoe zij aan haar lot is overgelaten, en dan bekruipt mij het gevoel: er is
hier in Nederland iets heel erg scheef gegroeid.’
Het is de week na het meireces, en een paar dagen voor Verantwoordingsdag. Fleur
Agema, 549 dagen Tweede Kamerlid, woordvoerder voor onder meer gezondheidszorg
en welzijn, is uitgerust teruggekomen van een vakantie op de wijnboerderij van
vrienden in Zuid-Afrika. Dit keer had ze eens geen dossiers in haar koffer
gedaan: ‘Als lid van een middelgrote partij voer je zo veel debatten dat je
bijna slaaf wordt van je dossiers. Ik moest daar echt even van loskomen.’
Temidden van de druiventrossen kwam de voortdenderende trein
in haar hoofd even tot stilstand. ‘Ik doe tijdens een reces altijd een beetje
aan reflectie, en deze keer dacht ik: hè gatsie, ik heb helemaal geen positieve
boodschap. Het is allemaal zo negatief wat ik over de zorg heb te zeggen. Kijk,
de feiten zijn niet mooi, ik kan daar niks anders van maken. Maar kan ik er geen
positieve draai aan geven?’
Ze bedacht een plannetje. ‘Met cijfers van het CBS heb ik berekend
dat als eenderde van het management in de zorg eruit wordt gegooid – niet bot;
we laten ze met behoud van salaris weer uitvoerende taken vervullen – we
tienduizend medewerkers in de zorg erbij krijgen. En dan is er ook nog geld over
om iedereen 1.000 euro per jaar erbij te geven.’ Aan een van de muren van haar
werkkamer hangen mailtjes van bewonderaars. ‘Je bent een echte (en mooie!)
bikkel.’ En: ‘Zojuist je artikel over burgervader Balkenende gelezen. Als ik een
pet op mijn hoofd had, deed ik hem spontaan voor je af.’ Hoe anders waren de
afgelopen anderhalf jaar de reacties op Agema tijdens debatten in de Tweede
Kamer. Ineke van Gent van GroenLinks zei tijdens het ouderendebat: ‘Wat mevrouw
Agema zegt, is volstrekte onzin.’ Fatma Koser Kaya van D66: ‘Dat uw
intelligentieniveau niet zo ver gaat, begrijp ik.’
Wat vindt u daarvan?
‘Ik loop nogal eens voor de troepen uit. Dan krijg je iedereen over je heen.’
Onlangs nog zei ze tijdens een debat waar de onvrede in de zorgsector aan de
orde was: ‘Wacht maar af. Straks staat het Malieveld vol met PVV-aanhangers.’ Er
ging een geroezemoes door de zaal. ‘Net als die keer dat ik voorstelde: als een
meisje in Nederland wordt besneden, moet het hele gezin het land uit. Toen ging
het ook van vwoeehh. Dat snappen ze dan niet. Terwijl ik denk dat het een goed
signaal is aan gezinnen die hun dochter willen laten besnijden. Misschien laten
ze het dan wel uit hun hoofd.’
Vindt u buiten uw partij weleens een medestander aan uw zijde?
‘Tot nu toe zijn al mijn moties verworpen. Wat niet wil zeggen dat iedereen het
altijd met me oneens is. Ze vinden alleen mijn toon zo hard. Nou ja, in
spoeddebatten heb je maar een paar minuten spreektijd. Dan moet het hard, klats,
bam.’
Jan Blokker schreef in een column: ‘Het is bij de PVV nooit één bom of één
granaat. Het moeten er altijd minstens duizend zijn.’
Lachend: ‘Relativeren past inderdaad niet bij mij. Ik vind relativeren
afstompen. Ik kan enorm genieten van een zwaar emotioneel betoog in de Tweede
Kamer. Kom, zeg, anders wordt het zo’n saaie boel.’
Het moet heftig.
‘In mijn werk wel. Daar heb ik een verantwoordelijkheid. Privé ben ik de lieve,
zachte, zoete Fleur.’
Café Parkzicht, Wormerveer, juni 1988.
Agema’s gezicht begint te stralen.
Het voetbalcafé van uw ouders beleefde hoogtijdagen tijdens het EK in
Duitsland.
‘Wij waren het eerste café in Nederland dat de wedstrijden op een groot
scherm liet zien. We haalden er de voorpagina van het Algemeen Dagblad
mee.’ Zoete herinneringen: ‘Mijn vader die met een club voetbaljongens een
stadion in het café bouwde. En toen het Nederlands elftal had gewonnen, moest de
weg worden afgesloten, zo druk en bruisend was het bij ons. Er zijn die avond 48
vaten bier doorheengejaagd – vanuit de hele Zaanstreek kwamen de vaatjes naar
ons toe. Het gonsde overal: het bier moet naar Parkzicht.’
Welk publiek trok jullie café?
‘Overdag hadden we de oude mannen aan de bar met de verhalen en de
levenservaring, ’s avonds en in het weekend gingen alle remmen los. Het was een
plek waar iedereen terecht kon, van de vuilnisman tot de ontwerper bij Fokker.’
Wat leerde u in die kleine biotoop over de samenleving?
‘Dat er veel verschillende soorten mensen zijn, en dat die er allemaal andere
normen en waarden op na houden. Het is de grote verdienste van mijn vader dat
hij mij en mijn broer heeft geleerd daarvoor open te staan.’
Typerend voor gesprekken aan de bar: het is van dik hout zaagt men planken,
en zullie hebben het altijd gedaan.
‘Nou, de gesprekken waren bij ons op een behoorlijk niveau, hoor. Want de
apotheker zat bij ons ook aan de bar. Maar over het algemeen was de teneur: Den
Haag moet zich er niet mee bemoeien. Ik herinner me de discussies over de
sluitingstijden in de horeca. Zat er om 2 uur ’s nachts nog een groepje met het
licht uit en de muziek zacht, kwam de politie langs, zeiden ze: ‘We zijn
volwassen, we bepalen zelf wel of we nog een biertje willen.’
Typisch kind van horecaouders: Agema en haar broer waren veel alleen thuis. ‘Op
woensdagavond hadden we gezinsavond. Dan gingen we met ons vieren uit eten en
tijdens die avond probeerden mijn ouders goed te maken dat ze het de rest van de
week erg druk hadden.’
Wat niet lukte, natuurlijk.
‘Mijn ouders zeiden toen ik 14 werd: ‘Je bent nu volwassen. Je krijgt ons
vertrouwen en we verwachten van je dat je dat niet beschaamt.’
En dat deed u ook niet?
‘Nee. Ik ben nooit in de problemen geraakt. Kinderen van wie de ouders erbovenop
zaten, ontspoorden veel sneller. Kijk, ik heb mijn ouders natuurlijk best
gemist, maar ik dacht ook al vrij snel: het is goed zo. Want je leert al vroeg
verantwoordelijkheid voor je leven te nemen. Toen ik in havo-2 bleef zitten,
moest ik van mijn vader en moeder zelf bedenken wat ik moest doen zodat het niet
weer zou gebeuren.’
‘Het is mijn levensmissie om de ruimte zo leeg mogelijk te laten.’ Was
getekend: Fleur Agema, Master of Arts.
‘Die missie heb ik nog steeds.’
Na de kunstacademie ging u naar de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, om
architect te worden. Wat voor student was u?
‘Een harde werker. Dat heeft me uiteindelijk ook de das om gedaan.’
Ze doelt op de zenuwaandoening aan haar hand, gevolg van zes
jaar lang 14 tot 20 uur per dag werken. ‘Overdag was ik ontwerper op een
architectenbureau. ’s Avonds ging ik naar de academie en daarna ging ik terug
naar mijn werk om mijn studieopdrachten te maken. Dan kwam ik ’s nachts om 2 uur
thuis, dronk ik nog een kopje thee met mijn toenmalige echtgenoot – een muzikant
– en een paar uur later ging de wekker al. Ik dacht dat ik dat kon volhouden,
maar toen scheurde er een bandje in mijn hand, dat ging van kwaad tot erger. Het
bleek een koetsiershand, en later kwam daar nog distrofie bij. En nu is het
zenuwgebeuren van mijn hand tot aan mijn schouder en nek uit balans. Overdag
merk ik er weinig van doordat ik zo met mijn werk bezig ben, maar ik ben geen
nacht zonder pijn. Het is er altijd.’
Ze noemt het haar grootste verdriet, maar ook haar wijste
les. ‘Ik was intens gelukkig als ontwerper, en dat geluk ben ik kwijtgeraakt. Ik
kan niet meer tekenen, niet meer zelf een ontwerp maken. Laatst heb ik weer eens
geschilderd, met vingerverf. Een kwast kan ik niet meer vasthouden.’
Wat is precies de les geweest?
‘Ik ben rustiger geworden. Vroeger moest ik mezelf altijd bewijzen, dat ik dit
kon en dat kon. Ik droeg toen ook alleen maar donkerblauwe pakken met een blauwe
col. Nu vind ik het leuk om me vrouwelijk te kleden, en ook leuk om als vrouw
gewaardeerd te worden.’
Een keiharde werker. Dat is nog steeds het beeld dat in alle portretten in de
media naar voren komt.
‘Ik werk hard, maar veel efficiënter. Vroeger schreef ik eerst 34
conceptteksten, nu denk ik eerst alles uit en schrijf het dan in één keer op.
Simpelweg omdat ik niet langer kan typen.’
Blijft er niet iets knagen als datgene wat je het liefste doet, niet meer
kan?
‘O, ik héb ook heel veel verdriet gehad. Ik bén ook 35 specialisten en
kwakzalvers afgelopen. Maar toen dat niet hielp, kwam er iets op mijn pad
waardoor ik de aandacht kon verleggen van pijn naar bevlogenheid.’
Pim Fortuyn kwam op haar pad. Ze weet nog dat ze samen met haar moeder ’s avonds
langs de televisiezenders zapte, in de hoop hem weer ergens te zien optreden.
‘Fortuyn heeft een deur opengetrapt. Dingen die muurvast zaten, leken ineens
oplosbaar. Hij heeft de problemen van de massa-immigratie benoemd. Dat maakte
voor mij de weg vrij er net zo over te praten.’
U hebt nooit geloofd in de multiculturele samenleving?
‘Nee. Ik heb van meet af aan argwaan gehad tegen de islam en ik heb ook altijd
geweten dat onze westerse cultuur beter is dan de islamitische.’ De laatste keer
dat ze het wij-gevoel nog had, was in 1996, met de hit 15 miljoen mensen.
‘Ik was trots op ons mooie kleine landje aan de Noordzee. Toen was er nog
saamhorigheid.’
En dat die er niet meer is, komt door de immigranten?
‘Dat vind ik wel. De immigranten hebben onze samenleving ontwricht. Ze zijn met
z’n honderdduizenden hierheen gekomen, laag tot zeer laag opgeleid, ze hebben
overwegend grote gezinnen gesticht, en ze hebben een religie meegebracht die
anti-westers is. Nederland lijkt wel Rabat aan de Rijn te zijn geworden, terwijl
het Monaco aan de Maas had kunnen zijn. Dat is ook de schuld van de politiek,
die dit liet gebeuren.’
Met Fleur Agema praten over de islam: dat is een opsomming van wat er allemaal
misgaat. Op verzoek geeft ze een lijstje met feiten, die ze zelf voorziet van
bronvermelding:
De voor de arbeidsmarkt geworven migranten belanden massaal in de WAO
(Parlando 29389-5, p.11). Minder dan 10 procent van de Turken en Marokkanen in
de leeftijd van 55 tot 64 jaar werkt, tegenover ruim 40 procent van de
Nederlanders (SCP, GWAO ’03, tabel 3.2);
96 procent van de Marokkaanse vrouwen boven de 65 heeft nooit betaald
werk gehad, tegenover 11 procent van de Nederlanders (zelfde rapport, tabel
3.3).
Heeft u in uw eigen leven ook last gehad van de multiculturele samenleving?
‘Ik liep vorige week op straat, in een rode jurk, komen er twee Marokkaanse
jongens langs, zegt de een tegen de ander: ‘Abou, Abou, pak ’r.’ Als we vijftien
jaar geleden tegen dit soort jongens hadden gezegd: ‘Zo gaan we hier niet met
elkaar om’, dan hadden we nu niet de strandterroristen gehad die ik ook vorige
week langs een groepje vrouwen zag lopen. Die vrouwen lagen topless te zonnen,
de jongens begonnen seksueel getinte opmerkingen te maken, binnen tien minuten
hadden alle vrouwen hun bovenstuk weer aan, en na een half uur was de helft van
de groep vrouwen weg. Dan denk ik: is dat wat ze willen, dat we ons onbehaaglijk
voelen?’
Maar kijk ook eens naar de dingen die goed gaan. Onderweg naar dit gesprek
zat ik naast een Marokkaans meisje met spijkerbroek en hoofddoek, en ze zat zich
zeker een kwartier lang aandachtig op te maken.
‘Die make-up doet ze vast weer af voor ze thuiskomt.’
Je kunt ook zeggen: over een paar jaar heeft ze die hoofddoek niet meer
nodig.
‘Ik ben daar niet positief over. Je ziet namelijk ook de omgekeerde
ontwikkeling: steeds meer nikabs. Of meisjes met een hoofddoek, en een zwart
lapje voor hun mond. Volgens de stichting Together Forever is de islam here
to stay, en dat vind ik verschrikkelijk.’
Praat u nog met vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap? Mensen die u
advies geven, met wie u een beetje kunt sparren?
‘Twee jaar geleden kwam ik nog weleens in een moskee. Maar nu heb ik er niet
meer zoveel mee. Mijn mening is uitgekristalliseerd.’
Gelukkig, zegt Agema, zijn er meer Nederlanders net als zij verder naar rechts
opgeschoven. ‘We zijn niet allemaal links en lief.’
Uw ouders, de mensen die u hebben bijgebracht open te staan voor anderen,
zijn die het met u eens?
‘Ik sta nog steeds open voor anderen. En tegelijkertijd heb ik het volste recht
gedragingen die tegen mij, de mijnen en de westerse samenleving zijn gericht, af
te keuren en te bestrijden.’
Stemmen uw ouders op u?
‘Jazeker. Ik kreeg laatst van mijn vader een sms’je, tijdens een debat: ‘Pak ’m.
Wat een slijmbal.’ Nou, pappie, dacht ik, dat is heftige taal voor iemand die
altijd zo in balans is.’
En uw vrienden?
‘Ik ga niet zo snel vriendschappen aan, en van dat kleine clubje stemmen er een
paar wel, en een paar niet op me. Zij die niet op me stemmen, vinden me nog
steeds leuk.’
Maar hé, nou gaat het weer over de islam. En dat terwijl de PVV zich heeft
voorgenomen te laten zien geen one-issuepartij te zijn. Ook Agema had zich –
tijdens die vakantie in Zuid-Afrika – voorgenomen het sociale gezicht van de PVV
beter over het voetlicht te brengen. Want: ‘Je wordt als PVV’er makkelijk in een
strenge, norse hoek gezet.’
Daar heeft u zelf ook aan meegewerkt.
‘Zeker. Maar als je net in de politiek begint, ben je serieus. En er zijn
natuurlijk veel dingen die slecht gaan.’
U heeft een heel leuk, opbouwend vak moeten opgeven voor iets dat vooral uw
chagrijn opwekt. En chagrijn gaat in je lijf zitten.
Ze lacht. ‘En dat kan ik me met mijn beperking natuurlijk niet permitteren. Nee,
serieus. Ik doe nu ook iets moois. Er is geen vakgebied in de politiek dat zo
gericht is op mensen als de gezondheidszorg.’
Op Youtube is een filmpje van u te zien uit 2006. U gaat op bezoek in uw oude
studentenflat. We zien een vrolijke, bebrilde jonge vrouw, met een open blik en
een vriendelijke lach...
Enthousiast: ‘Ja, ja.’
... maar onlangs werd u geïnterviewd door Mat Herben, bij de tv-zender Het
Gesprek, en u leek net een wassen beeld.
‘O, gossie. Hmmm.’ Een boos wassen beeld. ‘Oké.’ Is dat wat anderhalf jaar
Tweede Kamerlid zijn voor de PVV met u heeft gedaan? ‘Ik ben nog wel de
levensgenieter van het eerste filmpje, maar dat stukje maatschappelijke
betrokkenheid is verankerd in wie ik ben geworden. Ik heb het verschil zelf ook
gezien.’
Bevalt het u?
‘Ja, nou ja... ik ben een project in progress.’
Tussenstuk:
CV Fleur Agema
geboren
1976, Purmerend burgerlijke staat ongehuwd
opleiding
1994 Havo
1999 Bachelor of Arts (architectuur), AKI
2000-2001 Master of Arts (architectuur), Academie voor Bouwkunst
2004 Master of Arts, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
2006 NEI Practitioner Neuro Emotionele Integratie
werk
1997-1999 Parttime bedrijfsleider eetcafé
1999-2003 Ontwerper en projectleider op een architectenbureau
2003-2007 Statenlid Noord- Holland
2006-heden Tweede Kamerlid PVV
Naar Managers, te veel
,
Managers, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht , of site home
.
|