| De Volkskrant, 14-06-2008, van verslaggevers Aimée Kiene en Merijn
Rengers |
18 jun.2008
|
Door alle vereenvoudigingen is de jeugdzorg alleen maar duurder en
ingewikkelder geworden, zeggen de architecten van Bureau Jeugdzorg
In de jeugdzorg is de bureaucratie geëxplodeerd
Rouvoets Centra voor Jeugd en Gezin ‘vergroten de problemen in de jeugdzorg’ |
Dijsselbloem ziet gelijkenis met onderwijsvernieuwingen
Als eind mei in het Golden Tulip-hotel in Loosdrecht de directeuren uit de
jeugdzorg bij elkaar komen, is PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem eregast.
Dijsselbloem maakte begin dit jaar met zijn parlementaire
commissie gehakt van de vele vernieuwingen in het onderwijs. En, zo betoogt hij
tijdens de bijeenkomst: de overeenkomsten met de jeugdzorg zijn groot. Ook in de
hulp aan jongeren zijn onder politieke druk aan de lopende band nieuwe stelsels
ingevoerd. Maar hadden de kinderen in de knel daar baat bij?
Dus mag Jan-Dirk Sprokkereef (directeur van Bureau Jeugdzorg
Friesland) op vrijdagmiddag in Loosdrecht vragen afvuren op de architecten van
de cruciale stelselwijziging van halverwege de jaren negentig: het Bureau
Jeugdzorg. Onder hen: Adri van Montfoort (lector jeugdbeleid), Gerard Gruppen
(oud-voorzitter van de werkgeversvereniging in de jeugdzorg) en Peter Lankhorst
(GroenLinks-politicus, voorzitter van het landelijke cliëntenforum).
In 1994 zaten de eerste twee met onder andere Micha de Winter
(hoogleraar pedagogiek) in de commissie ‘Plaatsmaken in de jeugdzorg’, onder
leiding van staatssecretaris Ter Veld van Volksgezondheid. Zij moesten een
manier bedenken om de ‘versnippering en verkokering’ in de jeugdzorg tegen te
gaan.
De commissie-Ter Veld stelde voor om de schotten tussen de
diverse vormen van hulp op te heffen. Er moest één toegangspoort komen. Een
soort huisartsenpost, waar ouders een hulpverlener treffen die kleine problemen
zelf aanpakt en grote problemen doorverwijst naar een specialist.
Veertien jaar geleden werden ze bedacht, de Bureaus
Jeugdzorg. De publieke opinie over hun functioneren is niet bepaald positief. Ze
kleunden mis bij een aantal breed uitgemeten incidenten met ontspoorde gezinnen
(Savanna, Maasmeisje) en worden geassocieerd met lange wachtlijsten.
De directeuren van de jeugdzorginstellingen zijn tijdens de
nagespeelde parlementaire enquête in Loosdrecht kritisch. Jan Dirk Sprokkereef:
‘We hebben teruggekeken naar de ontstaansgeschiedenis. Hadden we krachtiger op
moeten staan tegen veranderingen die geen verbeteringen waren?’
Dat had inderdaad gemoeten, zegt Adri van Montfoort, een van
de bedenkers. ‘Vanuit de politiek, vanuit het ministerie van Financiën, maar ook
vanuit de Bureaus is er heel veel regelgeving ingeslopen. Het eindresultaat is
dat er steeds meer gecontroleerd en geadministreerd wordt, terwijl de
hulpverlening op de achtergrond is geraakt.’
Ook Micha de Winter is hard in zijn oordeel: de Bureaus
Jeugdzorg zijn nooit geworden wat de commissie-Ter Veld ermee beoogde. ‘Ik weet
nog dat ik op een warme dag in een vergaderzaaltje stond uit te leggen wat ik
voor ogen had. Een soort voorportaal voor de rest van de hulpverlenende
voorzieningen, een huisartsachtige formule. Hoe moet zoiets dan heten, vroegen
ze me. Ach, noem het even Bureau Jeugdzorg, zei ik toen. Die naam is gebleven.’
Maar De Winter zag ‘zijn’ Bureau Jeugdzorg verworden tot een
‘gigantisch bouwwerk’. Alle instellingen werden er in verenigd, zegt hij: ‘Het
JAC (Jongeren Advies Centrum), de reclassering, de jeugdbescherming, de bureaus
voor gezinsvraagstukken. Het werd een enorme moloch, die niets te maken had met
persoonlijk contact.’
Peter Lankhorst was via de politiek betrokken bij de
oprichting van Bureau Jeugdzorg. ‘Er was weerstand uit het veld. Logisch, want
er moesten drie culturen samengaan: de medische cultuur, die van justitie en van
welzijn. Die zijn moeilijk op een lijn te brengen. Dat is zwaar onderschat.’
Bovendien mochten de medewerkers van Bureau Jeugdzorg niet
meer zelf hulp verlenen. Vreemd, vindt Lankhorst. ‘Bij Bureau Jeugdzorg kwamen
hulpverleners werken; en dat werd nou net niét de hoofdtaak van die organisatie.
Daar waren weer andere mensen voor nodig. Het Bureau Jeugdzorg was bedacht om
schotten weg te halen, maar er kwamen juist schotten bij.’
Jeugdzorgdirecteur Jan Dirk Sprokkereef is het daar niet mee
eens. Hij vindt dat zijn Bureau Jeugdzorg best effectief is, juist omdat de
medewerkers geen lichte zorg meer zelf uitvoeren. ‘Als je dat wel doet, vorm je
een barrière. Je probeert een kind te helpen, en als dat niet lukt moet je hem
opnieuw doorverwijzen. Dat moeten we niet willen. Wij zijn ervoor om ouders de
weg te wijzen door het ondoorzichtige en versnipperde veld van hulpverleners.’
Maar vanuit een Bureau Jeugdzorg klinkt zelfkritiek: ‘Uit
onderzoek blijkt dat een gezinsvoogd slechts zeven uur per week direct contact
heeft met cliënten en dat hij ze gemiddeld eens per drie weken ziet. De overige
tijd gaat op aan bureaucratische handelingen. Dat is het echte probleem in de
jeugdzorg’, aldus een bestuurder.
Sprokkereef herkent dit beeld niet. Volgens hem zijn de
Bureaus Jeugdzorg op de goede weg. ‘Ik spreek liever van een vertraagd succes,
dan van een mislukking.’
Het is de vraag of dit vertraagde succes ooit zichtbaar zal
worden. De discussie over de Bureaus Jeugdzorg is verdrongen door de plannen van
minister Rouvoet om in elke gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin neer te
zetten.
Micha de Winter en Adri van Montfoort hebben bij die plannen
een déja vu. ‘Dit concept lijkt op de oorspronkelijke plannen voor Bureau
Jeugdzorg, waarvan niets terecht is gekomen’, zegt De Winter. ‘We gaan de
problemen oplossen door een extra instantie toe te voegen, waardoor de zaken
voor ouders, kinderen en verwijzers nog onoverzichtelijker worden.
‘Ik vind snelle hulp in de wijk uitstekend maar dan moet er
ook echt een deskundig en herkenbaar persoon gaan zitten, die werkelijk iets
doet. De minister zou bovendien, nu hij met deze Centra bezig is, de rol van de
Bureaus Jeugdzorg moeten herbekijken.’
Daar ziet de minister niets in, zegt een woordvoerder. ‘Dat
kost tijd en geld en dat levert voor het kind niets op.’ Het ministerie ziet
meer in ‘korte lijnen’ tussen de twee instanties.
Peter Lankhorst mist in de hele discussie de mening van
diegenen waar het allemaal om gaat: de ouders en de kinderen die hulp nodig
hebben. ‘Luister naar wat zij willen, voordat je nieuwe gebouwen gaat
neerzetten. Of de jeugdzorg aanslaat zit niet in de methodiek of in de
structuur, het gaat om de samenwerking tussen hulpverlener en cliënt. Het gaat
erom dat die elkaar vertrouwen. Dat heeft niets met systemen te maken.’
Naar Managers, te veel
,
Managers, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht , of site home
.
|