|
Managementstijl en de correcties erop
De meest voorkomende klacht over managers vanaf de werkvloer is hun aanpak en
communicatie, samen te vatten in de "managementstijl". Ook daarover zijn hele
bibliotheken vol geschreven, maar die helpen allemaal niet tegen het blote feit
dat een manager een mens is, en dat mensen handelen naar hun eigen karakter. En
bij mensen die de behoefte hebben de baas te spelen, zijn er bijna altijd ook
andere dingen in dat karakter mis.
Alles tezamen leidt dat in een hoog aantal gevallen tot
ernstige problemen. Op zich geen probleem, als er achter de manager een
organisatie staat die de capaciteiten heeft corrigerend op te optreden. Dat
laatste is zelden het geval, en wel minder naarmate de instantie verder van het
bedrijfsleven staat. Onderstaande bron beschrijft een geval dat meteen ook een
aantal oorzaken van dat gebrek aan correctie aangeeft:
Uit:
NRC Handelsblad, 24-03-2007, column door Leo Prick
Managementstijl
Bureau Berenschot heeft een onderzoek uitgevoerd naar de crisis in het Centraal
Museum in Utrecht. Daarbij is gebleken dat het personeel een gebrek aan
vertrouwen heeft in Pauline Terreehorst, de directeur. Medewerkers kenschetsen
haar stijl van leidinggeven als "solistisch, slecht delegerend, niet open voor
kritiek, soms onvoorspelbaar, weinig communicatief en overhaast". Berenschot
onderschrijft deze kwalificaties. Terreehorst trekt uit het rapport de
conclusie: "Ik moet veranderen en dat wil ik ook." Niet alleen zijzelf vindt dat
nodig, ook Berenschot vindt dat haar managementstijl anders moet.
Waarom in een column over onderwijs aandacht voor het
probleem van een museum? Omdat vergelijkbare problemen zich voordoen op talloze
scholen. Er wordt een nieuwe directeur aangesteld. Het bestuur heeft bewust
gekozen voor die bepaalde persoon vanwege zijn of haar ideeën over de
organisatie, welke kant het op moet, op welke punten het anders moet. Daar is
die nieuwe directeur op uitgezocht. En dan blijkt dat het niet werkt. De
directeur zoekt binnen de school naar steun bij docenten die zijn ideeën delen
met als gevolg onderling wantrouwen binnen het docententeam en de
marginalisering van gevestigde docenten. De onvrede vertaalt zich in oplopend
ziekteverzuim en het besluit van enkele ouderen om eerder met vervroegd pensioen
te gaan dan ze oorspronkelijk van plan waren. Docenten melden hun klachten bij
het bestuur, maar dat stelt zich op achter de directeur, want uiteindelijk
hebben de problemen alles te maken met de keuze die zij als bestuurders hebben
gemaakt. Zo iemand laatje niet vallen. Er moet hoe dan ook een oplossing worden
gevonden waarbij die directeur kan aanblijven.
Soms gaat een bestuur zo ver de directeur te blijven steunen,
ook als duidelijk is dat dit ten koste van de school gaat. Het bestuur hecht dan
meer aan zijn eigen prestige dan aan het wel en wee van de school. Veel vaker
wordt, al dan niet na het inschakelen van een adviesbureau, gezocht naar een
oplossing zoals die nu ook wordt voorgesteld door Berenschot en waarbij kool en
geit gespaard worden: de docenten wordt gevraagd loyaal mee te werken met de
nieuwe directeur die van zijn kant belooft dat hij zijn stijl van leidinggeven
zal veranderen.
Een ruzie, ook als die hoog is opgelopen, kan worden
uitgepraat, bijgelegd, maar ik heb nooit gezien dat een nieuwe directeur die
vanwege zijn stijl van leidinggeven in conflict raakte met het gros van het
personeel, hierin slaagde. Managementstijl is niet een pak dat je, als blijkt
dat het niet past, zomaar kunt uittrekken en door een ander vervangen. Je mag
het dan ook niemand aandoen dit van hem of haar te eisen. ...
IRP: Het proces is simpel in dit en de meeste gevallen: de
directeur communiceert niet. Maar de directeur is de eigen keuze van nog hoger,
en men wil zichzelf niet corrigeren, dus men corrigeert de directeur niet. Met
dit soort processen tot gevolg.
Het verschil met het bedrijfsleven is dat daar de directeur
zijn stijl, goed of fout maar meestal het laatste, botweg oplegt - en daar is
die stijl dezelfde:
Uit: De Volkskrant, 03-09-2008, van medewerkster Yvonne Zonderop
‘Permanent conflict in werkrelatie’
Werkgever en werknemer moeten vaker een open gesprek met elkaar voeren.
Conflicten op de werkvloer zijn niet te vermijden, maar wel te hanteren,
meent Aukje Nauta. Niet door alles vast te leggen in regels of instrumenten,
maar door de werkgever en de medewerker een individueel, open gesprek te laten
voeren. ‘Er wordt te weinig met elkaar gepraat, terwijl daar de sleutel ligt’,
zegt ze.
Psycholoog Nauta spreekt vandaag op de eerste Verwey-Jonker/SER-lezing in Den
Haag over sociaal vertrouwen, een actueel onderwerp in beleidskringen. De lezing
is ingesteld ter nagedachtenis van de honderd jaar geleden geboren sociaal
pionier Hilda Verwey-Jonker.
Aukje Nauta (41) combineert de praktijk met de wetenschap. Ze is bijzonder
hoogleraar organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam en tevens
senior consultant bij Randstad HR Solutions. In die hoedanigheid komt ze
regelmatig bij grote bedrijven over de vloer. ‘Men praat niet met mensen op de
werkvloer. Ik ken een bedrijf met een prachtige website waar mensen aan hun
eigen ontwikkeling kunnen werken, met tests en loopbaangesprekken. Maar dan
spreek ik iemand hoog in de hiërarchie en die neemt het helemaal niet serieus.’
Dat is niet alleen jammer uit menselijk, maar ook uit zakelijk oogpunt, vindt
Nauta. De verhouding tussen werkgevers en werknemers is niet zo simpel meer als
vroeger. ‘Werknemers willen voortdurend iets nieuws en iets anders, maar ze
willen ook zekerheid. Werkgevers willen hun personeel overal kunnen inzetten,
maar ze willen ook loyaliteit. We eisen gewoon tegenstrijdige dingen van elkaar;
er zit een inherent conflict in de arbeidsrelatie. Dat is heel normaal, maar dat
conflict moeten we wel leren overbruggen. We moeten het gesprek aangaan.’
...
IRP: De bij verre meest gebruikelijke stijl van managen kent
namelijk maar één route: van boven naar beneden.
De manager heeft deze stijl, omdat hij manager is geworden om
twee redenen: rijk worden en de baas zijn. En de clou van de baas zijn, is dat
juist dat je niet hoeft te luisteren naar anderen. En dat je je beslissingen
helemaal zelf neemt. Want jij weet het natuurlijk allemaal veruit het beste:
Uit: De Volkskrant, 20-10-2006, door Mirjam van Immerzeel
Bijna elke manager handelt irrationeel
Van leidinggevenden wordt daadkrachtig optreden verwacht. Het blijkt precies de
reden waarom zo veel besluiten beroerd uitpakken. Managers handelen irrationeel.
Tussentitel: Uit angst of loyaliteit lopen werknemers liever niet uit de pas
‘Managers hebben vaak niet eens door dat ze irrationeel gedrag vertonen, ze
hebben juist meestal het gevoel dat ze kritisch zijn. Niet dus.’ Abe de Jong
oordeelt hard over de besliskunde van managers. Volgens de bijzonder hoogleraar
Corporate Finance & Corporate Governance bij RSM Erasmus University heeft
irrationeel handelen een negatief effect op strategische besluiten. ‘In een
recente studie hebben we samen met een Amerikaanse universiteit onderzocht hoe
reorganiserende bedrijven kiezen welke divisie ze willen afstoten, en wat bleek?
Na alle voordelen en nadelen te hebben gewogen, was één ding zeker: de keuze
viel in ieder geval niet op de divisie waar de CEO (topman, red.) zelf ooit had
gewerkt. Ook al zou dat wel economisch optimaal zijn geweest’, aldus De Jong.
Waarom laten managers zelfs op dat niveau zich leiden door
zulke banale overwegingen? Volgens De Jong gebeurt dit meestal niet eens bewust.
‘Managers worden gevormd door hun carrière. In het begin helpt hun overmoed
aansprekende prestaties te leveren en een machtspositie te verwerven. Als ze
vervolgens de hemel in worden geprezen en niemand meer kritiek durft te leveren,
gaat diezelfde overmoed tegen ze werken. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat
bij eenderde van de overnames in het bedrijfsleven sprake is van overmoed,
terwijl we allemaal weten dat ze meestal weinig voordeel opleveren.’
Gebrekkige beslissingen vind je op elk niveau in
organisaties. Stel: je hebt een project voor een nieuw informatiesysteem onder
je hoede, maar beetje bij beetje krijg je het gevoel aan een dood paard te
trekken. Intussen duurt het maar en lopen de kosten stevig op. Bij elkaar is al
90 procent van het budget opgesoupeerd en nog steeds heb je geen werkend systeem
in handen.
Dan biedt een andere leverancier ineens een kant-en-klaar en
beter systeem dat nog veel goedkoper is ook. Wat nu te doen? Besteed je de
laatste 10 procent budget aan het lopende project, op hoop van zegen? Of sla je
je slag met het nieuwe aanbod? Besliswetenschappers weten wel wat een rationeel
mens zou doen: verliezen nemen en voor de tweede optie gaan. Elke uitgave is
namelijk een nieuwe beslissing die los van het verleden behoort te staan. Alleen
werkt het niet zo. ...
Tussenstuk:
Monumentale missers van topmanagers
Vlucht naar voren
Miskleunende managers die hun fouten niet kunnen erkennen en herstellen, hebben
volgens psychologen last van zogeheten ‘escalatie van commitment’. Ze blijven
investeren in dingen die verkeerd gaan. Hun motto: het kan toch niet altijd
slecht blijven gaan? Gokkers in het casino herkennen het fenomeen, net als
Laurus sinds een rampzalige reorganisatie.
Een beetje dom
Motorola bracht eind jaren negentig grote, dure satelliettelefoons op de markt
toen gsm-netwerken de wereld al min of meer hadden veroverd. De topmannen van
distilleerder Bols en voedingsconcern Wessanen hielden wel van een blokje kaas
bij hun borreltje en vonden dat een goede reden om te fuseren. De beloofde
winstgroei werd nooit waargemaakt en het stel is nu weer uit elkaar.Philips is
koning van de mislukte productintroducties (en enkele schoten in de roos
uiteraard). Wie kent nog Video 2000, DAT (digital audio tape), DCC (digital
compact cassette) en CD-i (Jan Timmers persoonlijke speeltje)?
Dodelijk groepsdenken
Het ongeluk van de spaceshuttle Challenger midden jaren tachtig bewijst nog
altijd hoe gruwelijk zogenoemde group think kan uitpakken. Ondanks duidelijke
signalen van technici dat er iets mis was met het ruimtetoestel, ging de NASA
over tot lancering. Contractverplichtingen, politiek en pr voerden zodanig de
boventoon tijdens de vele vergaderingen dat de technici niet voet bij stuk
hielden. Resultaat: zeven doden.
Fout op fout stapelen
Dat Nick Leeson begin jaren negentig de kans kreeg om vanuit Singapore zijn
werkgever Barings Bank op te blazen (figuurlijk dan) is inmiddels verworden tot
schoolvoorbeeld van gebrekkig management. Leeson kon bijvoorbeeld in de positie
komen waarin hij zijn werk zelf moest controleren. Zijn managers vertrouwden op
hun intuïtie en konden zich niet voorstellen dat Leeson hen belazerde. Financiële
schade: 1 miljard dollar.
Met boter en suiker…
Bestuurders en boekhouders van Enron konden rustig hun gang gaan met het
wegmoffelen van verliezen en schulden. Beslissingen werden ‘unaniem’ genomen,
critici hielden hun mond, tot de Amerikaanse Securities and Exchange Commission
(SEC) op de stoep stond. Resultaat: faillissement, boetes en
gevangenisstraffen.Bij Ahold dachten de bestuurders en boekhouders weg te komen
met gepruts met omzetcijfers. Onaantastbare ego’s blokkeerden een kritische
beschouwing van de besluiten. Uitkomst: koersverlies, voorwaardelijke
celstraffen en geldboetes.
IRP: Intussen aan te vullen met talloze andere
voorbeelden.
Maar het belangrijkst is de algemene trend. Die is naar steeds meer
controle en institutioneel wantrouwen. Terwijl het omgekeerde zou moeten
gebeuren:
Uit: De Volkskrant, 22-06-2010, door Christjan Knijff
Koester serieus je sleutelfiguren
Het stimuleren van betrokkenheid bij je werknemers, is de les die
werkgevers uit de crisis zouden moeten trekken. Een precies werkje!
Of ze nou tevreden zijn of niet, de meeste werknemers kijken wel uit om te
jobhoppen tijdens de recessie. Maar langzamerhand zijn de eerste tekenen
zichtbaar dat de economie weer wat aantrekt. Hoe zorgt een werkgever ervoor dat
het talent binnenboord blijft? Betrokkenheid blijkt de sleutel tot succes.
‘Bij ons was het verloop in het middelmanagement een
probleem. Ongeveer 50 procent was binnen twee jaar weer vertrokken’, zegt
HR-manager Brenda van Gelderen over de situatie voor de recessie. Ze werkt bij
Aluchemie, een Rotterdams bedrijf met 370 werknemers dat anoden maakt, een
halffabricaat voor de productie van aluminium.
Om na de recessie niet weer tegen hetzelfde probleem aan te
lopen, gooide het bedrijf anderhalf jaar geleden het beleid om. ‘We zijn
begonnen door de medewerkers in één ruimte te zetten. Ze moesten met elkaar
bespreken wie wat deed. En waarom.’
Vooral de laatste vraag bleek lastig te beantwoorden.
‘Medewerkers kregen opdrachten die ze gewoon moesten opvolgen. Ook de uitvoering
mochten ze niet zelf bepalen.’ Dat moest anders, vond Van Gelderen. ‘Maar door
de bedrijfscultuur waren mensen niet gewend om het initiatief te nemen.
Bovendien durfden ze er ook niets over te zeggen.’
De observaties werden verwerkt in een nieuw beleidsplan, met
als twee doelen: bazen vaker op de werkvloer en werknemers meer
verantwoordelijkheid. Volgens Van Gelderen werkt het. ‘De betrokkenheid is
vergroot. Dat merken we bijvoorbeeld aan de sollicitanten. Meer dan de helft
komt inmiddels via-via bij ons terecht. Die mensen gaan echt niet solliciteren
als een werknemer negatief over het bedrijf heeft gesproken.’
Volgens HR-consultant Ap Eigenhuis geloven nog veel bazen in een
strakke hiërarchische structuur. ‘Ze zouden veel meer tijd intern moeten
besteden, want er is veel positivisme onder medewerkers. Ze willen trots zijn op
hun werk, maar dat moet wel aangeboord worden. Bazen moeten ontdekken wie de
sleutelmensen zijn en wat hen beweegt. Die groep is veel groter dan de rand om
de ceo.’
Bazen moeten minder in hokjes denken, vindt hij. ‘Vaak
beperkt het contact zich tot functioneringsgesprekken. Maar uit onderzoek blijkt
dat de belangrijke zaken dan vaak niet besproken worden. Het klinkt misschien
oubollig, maar drink samen eens een kop koffie. Bij elkaar eten hoort er
eigenlijk ook bij, al ligt daar voor veel organisaties de grens. Ga dan samen,
of met een groep, zeilen. Zolang je als baas maar dingen doet die bij je
passen.’ ...
Bij Aluchemie brak de hiërarchische structuur dus vooral de
managers onder de bedrijfstop op. Ondertussen voelen ze zich wel betrokken. Van
Gelderen: ‘Volgens mij is het afgelopen jaar maar 1 op de 30 vertrokken. Dat
geeft het bedrijf zekerheid en stabiliteit. ...
Tussenstuk:
Minder trots
Het personeelsbeleid lijkt door de recessie bij veel bedrijven naar
de achtergrond te zijn verdwenen. Zo concludeert organisatieadviesbureau Hay
Group dat 59 procent van de middel- en seniormanagers in 2010 op zoek is naar
een nieuwe baan bij gebrek aan betrokkenheid. Volgens onderzoeksbureau Integron
is het percentage trotse werknemers gedaald van 47 procent in 2009 naar 35
procent in 2010. Vakbond CNV Dienstenbond stelt op basis van onderzoek bij de
achterban dat 70 procent van de werknemers te weinig ruimte ervaart voor eigen
ideeën.
IRP: Dat organisatiebureau Hay is trouwens één van de
aanstokers van het hiërarchische conrtole- en wantrouwenbeleid.
Naar Managers, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht , of site home
.
|