De Volkskrant, 25-01-2007, door Rutger Pontzen 28 jan.2007

Een symbool van het menselijk tekort
 
De extreme toetakeling van Rodins De Denker, het beeld dat onlangs uit het Singer Museum werd ontvreemd – waarschijnlijk vanwege de bronswaarde –, is niet het eerste voorbeeld van iconoclasme in Nederland. Toch lijkt de ontzetting over het molest anders dan in voorgaande gevallen.


Zo eenvoudig gaat dat dus: je rijdt met een vrachtwagen een hek door, trekt een een paar bronzen beeldhouw-werken van hun sokkel, versleept ze in de laadruimte en scheurt met gierende banden op weg naar een metaalsmelterij.
    Zo gebeurde dat in de nacht van 16 op 17 januari, in de tuin van Museum Singer in Laren. Het leek op een van de eerdere ontvreemdingen die de afgelopen weken in Nederland werden gepleegd. Totdat bekend werd dat onder de gestolen beelden er een was van uitzonderlijke waarde: De denker van Auguste Rodin.
    Afgelopen vrijdag werd het beeld teruggevonden, zonder rechter onderbeen en zwaar gehavend en half gescalpeerd door de pogingen het in stukken te zagen.
    Hoe uitzonderlijk is dit geval? Er zijn in het verleden meer kunstwerken vernield. Ook in Nederland. Zoals onlangs de Schuttersmaaltijd van Bartholomeus van der Helst in het Rijksmuseum en eerder, de ‘Übermahlung’ van een Malevitsj in het Stedelijk Museum of de vernieling van de twee schilderijen van Barnett Newman, eveneens uit het Stedelijk, Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III en Cathedra. Met name de beschadiging van de twee laatste, in respectievelijk 1986 en 1997, bracht een golf van verontwaardiging teweeg. De nietsontziendheid van de dader, Gerrit-Jan van B., was haast ongekend: met een stanleymes sloeg hij over de volle breedte van het doek enkele malen toe, waardoor het schilderij binnen vijftien seconden in een lappenmand was veranderd.
    Toenmalig Stedelijk-directeur Rudi Fuchs karakteriseerde de aanslag op het Cathedra-schilderij als ‘niet alleen een aanslag op een schilderij en een museum, maar ook op een cultuur waarin musea dit soort schilderijen ophangen, en mensen die ze graag bekijken’.
    Beeldschennis is een vreemd fenomeen. De 17de-eeuwse beeldenstorm werd destijds met veel passie uitgevoerd, en even gepassioneerd door een groot deel van de Nederlandse bevolking gevierd; ondersteund door een ideologie die letterlijk korte metten wilde maken met het katholieke geloof. De inzet is vergelijkbaar met het opblazen van de boeddha’s door de Taliban en het neerhalen van het bronzen standbeeld van Saddam Hoessein in Bagdad, twee jaar geleden die, hoewel geïnitieerd door de Amerikanen, onder bepaalde Irakezen euforisch werd ontvangen; even euforisch als nu de ontsteltenis is over de poging De Denker door te zagen.
    Het zijn voorbeelden die uitwijzen dat iconoclasme altijd twee kanten heeft: een gruwelijke voor de slachtoffers; een triomferende voor de daders. Daarbij, wat vroeger werd veroordeeld kan later goed worden gepraat – en andersom. Het vernielen van beelden kent niet één bepaald motief; het zijn er meerdere en ze bevinden zich op een glijdende schaal. Van ideologisch fundamentalisme tot privéproblemen; van artistieke onmin tot maatschappelijke balorigheid.
    De Saureattentäter, zoals de vernieler van de ‘Van der Helst’ werd genoemd (hij spoot zuur op het doek), was psychisch een wrak. Van B., verantwoordelijk voor de Newman-incisies, had zich naar eigen zeggen gericht tegen de abstracte kunst, ten faveure van zijn idool Carel Willink. Hun motieven praat je niet goed, maar de zuurspuiter en de messentrekker hadden, god betere het, tenminste nog een ‘argument’. Net als de Russische kunstenaar Alexander Brener die tien jaar geleden een schilderij van Malevitsj bekladde met een groen dollarteken, onder het mom van een ‘politiek, culturele actie’. Dit soort vandalen laat het oog vallen op dat ene werk dat hun agressie oproept en waarop ze, hoe verwerpelijk ook, hun wraak willen koesteren.
    Daarvan is bij de vernieling van Rodins De denker geen sprake. Hieraan liggen geen privémotieven ten grondslag, laat staan maatschappelijke redenen; wél pragmatische: hoe kan je een beeld in hapklare brokken verzagen zodat het makkelijk en onopvallend verplaatst kan worden. De toetakeling van het beeld is alleen uit oogpunt van transport en financiën gedaan.
    Wat de beschadiging van Rodins beeld verder zo aangrijpend maakt, is dat het molest in dit geval een gezicht heeft – een verzaagd gezicht. Een verminking die beelden oproept van hoe Tutsi’s en Hutsi’s elkaar afslachtten met machetes. Komt bij dat de identificatie met De denker, als een herkenbaar beeldhouwwerk, net iets groter is als met een abstract doek, hoewel de ramp van precies dezelfde omvang is als bij Who is Afraid of Red, Yellow and Blue of Cathedra.
    Juist die herkenbaarheid voedt de verontwaardiging: de empathie die de beschadigde Denker oproept, staat haaks op het feit dat de daders rücksichtslos te werk zijn gegaan, met de botte zaag, sjorrend aan ledematen. Én omdat het om koperdieven zonder scrupules gaat, die van de ene beeldentuin naar de volgende spoorbaan trekken, en voor wie de prijs van koper doorslaggevender is dan de culturele waarde van het beeldhouwwerk. En dat terwijl de opbrengsten van hun roof in het Singer Museum geschat moet worden op maximaal duizend euro.
    Dat het bij deze vernieling uitgerekend om De denker gaat, geeft aan de vernieling een bijzondere bijsmaak. Rodin maakte De denker in 1880, oorspronkelijk als onderdeel van een veel groter beeldhouwwerk: de Poort van de hel. Hoewel nooit definitief uitgevoerd, waren de twee gigantische deuren met brede omlijsting zijn eerste opdracht, bedoeld voor de Ecole des Arts Décoratifs in Parijs. Rodin liet zich in zijn ontwerp leiden door Dantes Divina Comedia, hét geschrift dat uitdrukking gaf aan hoe de maatschappij zal worden beoordeeld in het licht van de gevolgen in het hiernamaals.
    De beeltenis van de denkende man – gespierd, krachtig; type prijsvechter – nam een centrale plaats tussen alle ellende van lijdende figuren op de rest van de poort. Hij moest het geweten personifiëren van alle onrecht en gewelddadigheid waartoe de mensheid in staat is. Als symbool van het menselijke tekort.
    Dat nu juist híj het slachtoffer zou worden van datzelfde menselijke falen, maakt de vernieling navrant.


Naar Homo economicus  , Moraal, lijst , Rijnlands beleid, lijst , Rijnlandmodel, overzicht  , of site home .