Onderwijsbeleid: vorm en inhoud
| 5 mei 2010 |
Een groot deel van de problemen in het onderwijs en de strijd erover zijn terug
te voeren naar de begrippen vorm en inhoud, en de strijd daartussen. Natuurlijk
hoeft er geen strijd te zijn tussen vorm en inhoud, en in de techniek is het een
gulden regel dat als de vorm goed zit, het met de inhoud ook meestal wel redelijk
oké is. Maar in de maatschappelijke context is die strijd er wel degelijk, en is
dit een aspect van de strijd tussen twee levenshoudingen: de alfa en de bèta
. De alfa, de kunstzinnige, literaire enzovoort, is van nature voor de vorm
. De bèta, de technicus, de wetenschapper, is van nature voor de inhoud.
Het onderwijs zoals in de eerste decennia na de oorlog gegroeid is, was een bèta-vorm van onderwijs: het ging erom de leerlingen wat te leren. Hoe dat ging
was minder belangrijk. De onderwijsvernieuwingen vanaf de jaren zeventig waren
in groeiende mate gericht op het aanleren van vorm, met als hoogtepunt
studiehuis-achtige leervormen waarin de leerlingen met een opdrachtje worden
losgelaten en het daarna zelf mochten uitzoeken. Dit onder het motto: later
moeten ze ook zelfstandig werken, dus het is goed ze dat nu te meteen als aan te
leren.
Dat laatste was natuurlijk een drogreden van het zuiverste water, van de soort:
gooi je peuter maar in het diepe, wat later moet hij/zij toch zelfstandig kunnen
zwemmen. Dat modern neurologisch onderzoek laat zien dat de hersens van pubers
nog dusdanig onvolgroeid zijn dat dit soort zelfstandigheid er nog even niet
inzit, was voor mensen met enig gezond verstand natuurlijk mosterd na de
maaltijd
.
De valse argumenten waren natuurlijk slechts een rookgordijn voor iets anders.
dat "wat anders" was de ideologie die als groep in de alfa's ingebakken zit: de
sterke voorkeur voor de vorm boven de inhoud. De inhoud is bedreigend, omdat ze
objectief is. En de inhoud is bedreigend, omdat bèta's er vaak beter is zijn.
Want steeds meer inhoud heeft een wetenschappelijke vorm, en de wetenschappelijke
vorm is steeds meer een bèta-vorm, en bèta's zijn nu eenmaal beter in de
bèta-vorm.
De inhoud is rekenen en aanverwante. De vorm is het verhaaltje. De capaciteiten
tot rekenen en dergelijke kan je redelijk goed uitdrukken in Cito-toetsen en IQ.
De capaciteiten tot het vertellen vaneen verhaaltje aalleen in waardering van
mensen. En heeft hoeft hier geen betoog hoeveel hekel alfa's hebben aan
Cito-toetsen
en IQ
.
In de loop van de laatste decennia hebben de alfa's, en daarmee bedoelen
we hier altijd de groep van alfa's en gamma's tezamen, een steeds invloedrijke
en uiteindelijk dominante rol gekregen in aansturing en beleid van het
onderwijs. Vaak waren het ook nog vrouwen, die met hun sterkere taalvaardigheden
nog meer een vormgericht neiging hebben. Het resultaat is bekend: het
competentiegericht onderwijs (De Volkskrant, 09-03-2010, van een verslaggever):
| |
Vernieuwing van bovenaf pakt funest uit voor mbo Lesvoorschriften onwerkbaar gedetailleerd | Te weinig vakkennis.
Het competentiegericht leren in het middelbaar beroepsonderwijs dreigt op een
fiasco uit te lopen. Hoewel inmiddels 84 procent van de scholen is overgegaan op
deze verplichte onderwijsvernieuwing, klagen directeuren van roc’s (mbo-scholen)
en de MBO Raad zelf over gediplomeerden met te weinig vakkennis en onwerkbare
papierwinkels.
Het competentiegericht onderwijs (CGO), dat sinds 2004 wordt
ingevoerd, gaat bij de opbouw van het beroepsonderwijs (met ruim 500 duizend
deelnemers de grootste schoolsoort) niet uit van per vak te halen eindnormen,
maar van voor elk beroep benodigde ‘competenties’. Die beslaan zowel
vaardigheden en kennis als houdingsaspecten (omgang met klanten, samenwerken),
en zijn geformuleerd in vuistdikke ‘kwalificatiedossiers’. ...
|
Dit competentiegerichte onderwijs, oftewel vormonderwijs, heeft het hele
onderwijsbouwwerk heeft ondermijnd. Hieronder wat voorbeelden van deze stand van
zeken, beginnende met het mbo (uit de Volkskrant, 09-03-2010, van verslaggever Robin Gerrits):
| |
'We zijn aan de verkeerde kant begonnen' Mbo-wereld komt in verzet tegen competentiegericht onderwijs: ‘Eerst
vakkennis aanleren, dan de juiste houding.’
Tussentitel: 'Niemand weet meer waar een mbo-opleiding nu eigenlijk voor
staat
‘Natuurlijk is het fijn als de loodgieter niet met zijn vieze schoenen door
het huis banjert’, zegt collegevoorzitter Kees Tetteroo van ROC Eindhoven. ‘Maar
wat heb je aan iemand die netjes bij de deur zijn schoenen uitdoet, als hij de
verwarming niet kan repareren? Dát is toch de volgorde: eerst vakkennis, dan de
houdingsaspecten die erbij horen. Bij competentiegericht leren zijn we aan de
verkeerde kant begonnen.’
Volgens steeds meer directeuren van roc’s (regionaal
opleidingencentrum, mbo-school) heeft de invoering van het competentiegericht
onderwijs (CGO) de balans van vakkennis en houdingsaspecten stevig verstoord.
Vroeger was het duidelijk: als je lts had gedaan en je ging nog niet werken,
volgde mts. Ook bij meao wisten ouders, decanen, leerlingen en bedrijfsleven wat
ze konden verwachten. ‘Nu staat er een opleiding tot leisure assistant of zoiets
in de folder, en tast iedereen in het duister over welk niveau dat is’, zegt
Tiny Pheninckx van horeca-beroepsopleiding De Rooi Pannen in Tilburg. ‘Als je zo
het onderwijs inricht, roep je de ellende over jezelf af.’ ...
|
Maar het geldt overal - om te beginnen bij degenen die het
uiteindelijk moeten doen (uit
De Volkskrant, 04-05-2010, column door Aleid Truijens):
| |
Juffie ‘Ik wil voor de klas’, zei
J. beslist. ‘En het liefst op een basisschool.’ J. heeft haar
gymnasiumdiploma op zak. Ze kan bijna alles studeren, maar ze wil
werken met jonge kinderen. Niet als pedagoog of therapeut, maar als
juffie.
Haar ouders zien liever dat ze rechten gaat studeren, of
economie. Haar vrienden verklaarden haar voor gek toen ze liet
vallen misschien naar de pabo te willen. Dat was toch een opleiding
voor losers die niks anders konden? Niks voor de ambitieuze J. Die
werd het moe om haar keuze te verdedigen. ...
Mensen als J. zijn hard nodig. Gelukkig vindt Annette Roeters,
directeur-generaal van de Onderwijsinspectie, dat ook. Een unicum
trouwens: voor het eerst in lange tijd geeft de inspectie toe dat de
kwaliteit van onderwijs in hoge mate bepaald wordt door de kwaliteit
en het niveau van de mensen die er werken. Jarenlang werd beweerd
dat slechte prestaties kwamen door de vele allochtonen, de grote
klassen, de slechte wijken. De grootscheepse verbeteractie die op
initiatief van wethouder Lodewijk Asscher is ingezet op zwakke
Amsterdamse scholen, laat zien dat door het opschroeven van eisen
die scholen zichzelf en leerkrachten aan de kinderen stellen, enorme
winst te boeken is.
Het gaat overal beter als de eisen op de lerarenopleidingen
fors omhoog gaan. Goed uitleggen, zodat kinderen de leerstof
begrijpen en kunnen toepassen, daar schort het volgens de inspectie
bij veel leraren aan. Die overdosis didactiek op de opleidingen
werkt dus niet.
Misschien is het probleem vooral dat je zelf de stof
superieur moet beheersen voordat je een kind iets helder kunt
uitleggen. Dat lesgeven draait om zoiets saais als ‘inhoud’, wilde
er bij de opleiders jarenlang niet in. Op een checklist voor
universitaire stagiaires op havo-vwo die mij onder ogen kwam, zag ik
honderden doelen en ijkpunten, maar ‘beheerst zelf de lesstof’ stond
daar niet bij.
Meer academici in het onderwijs hoeft niet een kwestie
van fewer but better te zijn, zoals Roeters meent. Waarom
niet meer én beter? In landen waar alle leraren, ook die voor de
basisschool, universitair zijn opgeleid, zoals Finland en Frankrijk,
is geen lerarentekort. In Finland bestaat een strenge selectie,
alleen de allerbesten mogen leraar worden. De kandidaten stromen
toe. Er lopen vele J.’s rond. Laat ze niet ontglippen. |
De strijd tegen het vorm-onderwijs zal hard zijn en nog lang duren, aangezien ze
staat midden in de strijd tussen alfa's en bèta's
. En de alfa's zullen
niet zonder slag of stoot hun bestaande positie van overmacht
opgeven.
Ferry Haan was jarenlang economie-journalist bij de
Volkskrant geweest, toen hij zij-instroomde richting het onderwijs, als
economieleraar. Hij schrijft regelmatig over zijn ervaringen in column-vorm (op
de Volkskrant-website), en af en toe in wat grotere vorm, als onder (uit de Volkskrant, 12-06-2010, door Ferry Haan, leraar economie):
| |
Leraar, boei of ga ten onder Een goede docent communiceert makkelijk, heeft vakkennis en kan
relativeren en doorzetten. Die kwaliteiten zijn moeilijk in één persoon te
vinden, maar wie ze heeft, heeft een geweldig leven in het theater van het
klaslokaal.
‘Het onderwijs is één groot theater’, roepen ervaren krachten in koor. Ze hebben
gelijk. De docent is een podiumkunstenaar die zeven voorstellingen per dag
geeft. Dat is niet iedereen gegeven.
De leerlingen van nu verlangen niet veel van een docent. Ze
hebben eigenlijk maar één eis: ‘Boei, of ik schiet.’ Wanneer de scholier geboeid
is, dan kan er heel veel en is het een feest om voor de klas te staan. Wordt de
puber matig gevoed, dan duurt een lesuur ineens heel lang.
Het boeien van jongeren is niet eenvoudig. Ze zappen snel weg
naar andere verleidingen wanneer hun aandacht niet gevangen blijft. Of ze
sneller hun aandacht verliezen dan ik zelf deed toen ik in de schoolbanken zat
(in de jaren tachtig), weet ik niet. Ik vermoed van wel.
De kunst van het lesgeven, is de kunst van het vasthouden van
aandacht. Dat hoeft niet per se aandacht voor de persoon van de leraar te zijn.
Aandacht voor een goed ontworpen opdracht werkt ook. Wanneer de leerlingen hun
aandacht erbij hebben en die richten, dan leren ze. Dat is wat onderwijs beoogt.
... |
Waarna Haan verder gaat over de eisen te stellen aan
de docent. Hij ziet echter een belangrijk ding over het hoofd: de organisatie. De
boeiende leraar is een enthousiaste leraar. En de commando-structuur van de
moderne onderwijsmanager
is de vijand van enthousiasme. Dus de vijand van de boeiende leraar. Dus de
vijand van onderwijs.
Maar nu even over dat "boeien" zelf. De allereerste en
allerbelangrijkste zaak dienaangaande is een vervelende maar keiharde waarheid:
(veruit) de meeste mensen weten zichzelf nog niet eens te boeien. Laat staan
een ander!
Het verst dat de meeste mensen komen is oppervlakkige
zelfbevrediging, en nog veel frequenter is allerlei misbruik van eten en
genotsmiddelen, tot diverse vormen van verslaving als roken, te veel drinken,
koopverslaving en erger aan toe. En er is geen enkele reden om aan te nemen dat
onderwijsgevenden in dit geheel een dusdanig grote uitzondering vormen dat je
daar wel van kan stellen dat het voor het merendeel boeiende mensen zijn - of
met meer dan een zekere minderheid.
De eis stellen dat een leraar moet boeien, is de eis stellen dat in
iedere leraar een goede acteur schuilt. Het is onmogelijk en onzin. De
gemiddeldeleraar is iemand die een aantal aspecten van zijn vak goed beheerst,
de meest redelijk, en een paar minder of niet. Acteur-zijn en boeiend-zijn
zitten eerder in de laatste dan de eerste groep.
Te stellen dat een leraar boeiend moet zijn, is een
uitingsvorm van het dwaze idee dat ede gemiddelde leerling vrijwillig naar
school moet kunnen gaan. Op gelijke voet met de eis dat werk vrijwillig moet
zijn - iets dat je doet als je zin hebt naast de ruime uitkering die je sowieso
al geniet. Het zou het beste van twee werelden zijn, maar geen van deze werelden
bestaat.
Wat niet wegneemt dat een boeiende leraar een enorme pre is. Maar
is absurd je systeem op deze persoon in te richten. Je systeem moet erop
ingericht zijn dat de gemiddelde leraar niet boeiend is, en de leerlingen toch
gedwongen zijn om op te komen dagen. Boeiende wiskunderegels - boeiende
grammatica - boeiende schwere Wörter - het is allemaal onzin.
Haan's waanzin is een speciaal geval, of een gevolg
van, een algemeen maatschappelijke waanzin. Hieronder een archetypisch voorbeeld
van die algemeen maatschappelijke waanzin (de Volkskrant, 03-06-2010, door Yvonne Zonderop):
| |
Interview | Inez Groen, publiciste 'Lesgeven is ingewikkeld geworden'
In de Onderwijsagenda zoekt de Volkskrant naar oplossingen voor
problemen in het onderwijs. Ook jonge kinderen willen serieus worden genomen,
zegt Inez Groen.
Pubers zijn slimmer en socialer dan ooit, ook al kunnen ouderen hun gedrag vaak
moeilijk volgen. Dat was de strekking van het boek Generatie Einstein,
waarmee Inez Groen en Jeroen Boschma een paar jaar geleden furore maakten.
|
Een typisch geval van "aan het einde van de regenboog ...". De auteurs hadden
die mening ongetwijfeld al, en zijn er vervolgens de jeugd naar gaan vragen - de
aloude "enquête"-valkuil
. Ook een enquête, maar dan eentje zonder de
valkuil, namelijk door over anderen te vragen, leerde al snel de
waarheid: ruim 80 procent van de ouders vindt de kinderen van anderen matig tot
slecht opgevoed
- met als hoofditem discipline. Sociale discipline,
natuurlijk. Oh ja, bij de eigen kinderen viel het natuurlijk allemaal reuze mee.
Net zoals het slim en sociaal zijn van de huidige pubers natuurlijk reuze
"meevalt" ...
Maar het idee van de zelfstandige jeugd is nog steeds reuze
populair in links-ideologische kringen, dus reden genoeg om mevrouw Groen haar
expert opinion over het onderwijs te vragen:
| |
Sindsdien doet Inez Groen onderzoek, geeft ze lezingen en houdt ze
de vinger aan de pols van de jeugd, in een samenleving die technologisch
en sociaal in rap tempo verandert. Als lid van het Panel van Wijzen van
de Onderwijsagenda vroeg ze aandacht voor de weerslag van de
sociaal-culturele veranderingen op het onderwijs. |
In welke richting dat gaat, blijkt al snel:
| |
Samen met Jeroen Boschma ze is druk bezig met een update van
Generatie Einstein. En ze leggen de laatste hand aan een boek over kinderen tot
12 jaar. Want ook die ontkomen niet aan de veranderende tijdgeest.
Vertonen kinderen op de basisschool ook al dezelfde trekken als pubers?
‘Voor een deel. De basisschoolleeftijd is doorgaans gemakkelijker. Acht- tot
tienjarigen zijn enthousiast en vrolijk, ze vinden het leuk om met elkaar
wedstrijdjes te doen. Ze zijn op een andere manier met elkaar bezig dan pubers.
Maar toch duidt recent onderzoek op overeenkomsten, met name onder jongetjes van
9 en 10 jaar. Zij zeggen: ik heb voor iedereen respect, behalve voor de leraar,
want die heeft geen respect voor mij. Die term respect hoor ik te vaak om het te
negeren. |
Je gelooft je ogen niet. Kinderen van 10 over "respect" ... Ze weten
ongetwijfeld niet eens wat het woord precies inhoudt, want het is een redelijk
abstracte term - iets waarover je zou kunnen leren op de middelbare school - en
dat dan nog alleen de vwo's. Die kinderen van 10 gebruiken wel het woord
"respect", maar bedoelen ongetwijfeld iets dat niet overeenkomt met het
volwassen "respect". Wat ze bedoelen is: "Mijn zin krijgen".
Met deze vertaling is het voorgaande meteen volkomen begrijpelijk:
kinderen willen hun zin krijgen. En dat "de leraar ze geen respect geeft" moet
je vertalen als: "de leraar geeft me mijn zin niet". Althans, niet zo
veel als mijn ouders. Wat naadloos past in het genoemde onderzoek over de
houding van andermans kinderen: die zijn slecht opgevoed omdat ze te veel hun
zin krijgen.
Maar naast dit essentiële punt staan er in deze passage nog
andere zeer opmerkelijke zaken. Ten eerste: het heeft iets met geslacht te maken
want het gaat vooral over jongetjes. Ten tweede: er wordt hier meteen ook over geslacht
gelogen, want van de onderwijsgevende wordt het verkeerde geslacht vermeldt: de
'leraar' van het jongetje van 10 is in overgrote meerderheid een "lerares".
En dan
is er nog een leugen, want de 'leraar' is geen "leraar" maar "onderwijzer",
tezamen met de andere correctie dus
"onderwijzeres" - of "juf" - zie ook boven.
Met al een stuk ideologie en een aantal leugens achter de
rug, is het gerechtvaardigd om bijzonder achterdochtig te worden aangaande alle
uitspraken en motieven van deze mevrouw. Laten we nog eens terugkomen op dat
respect en het feit dat het jongetjes betreft. Er is in deze tijd wel een
natuurlijke bron van het gebruik van de term "respect" te vinden: de allochtone
cultuur: vooral bij Marokkanen, Antillianen en dergelijke ligt het woord vooraan hun
mond bestorven. Niet meteen bij jongetjes van 9 of 10, maar wel bij jongetjes
van 15, 16 en ouder
. En met wie gaan de jongetjes van 9 en 10 om?
Juist: hun
broertjes van 15, 16 en ouder.
We hebben hier dus al meerdere zaken uit de
links-ideologische beerput te pakken: gelijkheidsideologie, gezagsfrustraties,
een vermoeden van man-vrouwfrustraties, en een vermoeden van multiculturele
frustraties.
We lezen verder - het volgende is allemaal zin voor zin:
| |
Wat moet ik me voorstellen bij respect voor een tienjarige?
‘Je moet ze gelijkwaardig behandelen. Dat is heel belangrijk, want dat
doen ouders ook. |
Precies. Waarover ze aangaande andere ouders sterk negatief zijn.
| |
Die zeggen tegen hun kind: jij moet er zelf achter komen wat jij
wilt. |
Wat modern neurologisch onderzoek (zie verderop) heeft laten zien als iets
waar pubers nog moeite mee hebben en moeten leren. Bij en 9 tot 10 jarige kan dat
hoogstens rudimentair zijn.
| |
Daarmee zeggen ze in feite: je bent gelijkwaardig, al moet je nog
veel leren. Het is allang niet meer zo dat ouders zeggen: dit gebeurt,
omdat ik het zeg. |
Een herhaling van de waanzin: kinderen van 9, 10 zijn niet
gelijkwaardig - dat worden ze door goede opvoeding, ergens als ze een jaar
of 20 zijn.
| |
Ouders willen heel graag dat kinderen gelukkig zijn, en dat geluk
komt als je je eigen ikje ontdekt. |
En je eigen ikje ontdek je het beste door regelmatig gecorrigeerd te worden -
kinderen die zo maar hun gang kunnen gaan, worden monstertjes
- en het laatste
dat monstertjes worden, is gelukkig. Zelfs volwassen die niet genoeg gecorrigeerd
worden, worden monsters - dit heet "de valkuil van de bewondering"
.
| |
De boodschap is: je moet het zelf uitzoeken en niet
klakkeloos alles aannemen en gehoorzamen. Die houding verwachten ze ook van hun
docent.’ |
En hier is dit stuk analyse rond: dit is precies zoals we het al beschreven
hadden: hun "geen respect van de leraar" is "niet mijn zin krijgen van de
leraar".
Het is om misselijk van te worden. Dit soort lieden staat tot
aan de neus in de drek, en terwijl ze de drek proeven, herkennen ze niet dat het
drek is:
| |
Ieder kind op eigen gezag zijn identiteit laten vinden. Zouden daarom zo veel
docenten pleiten voor kleinere klassen?
‘Ik snap wel dat ze daarvoor pleiten. Lesgeven is echt ingewikkelder
geworden. Het komt eigenlijk niet meer voor dat leerlingen gehoorzamen,
omdat de leraar het zegt. Dan is een klas met dertig leerlingen erg
veel, zeker als ze allemaal aandacht willen. Ook leerlingen hebben liever een klas met vijftien klasgenoten. |
Nee, natuurlijk. Lesgeven is ingewikkeld geworden vanwege de ideologie van
deze strontscheppers, die in het onderwijsbeleid de baas zijn.
En het houdt maar niet op:
| |
‘Ik was laatst op een school die van alle betrokken partijen wilde
weten: hoe kunnen we het leuker maken? Aan leerlingen vroegen ze: noem
kenmerken van een goede docent. Het antwoord: dat hij je kent, dat hij
weet wie je bent, dat hij of zij vraagt: hoe was je weekend? |
Wat een volstrekte waanzin: daar sta je met je klas van dertig
leerlingen, en moet aan Marietje gaan vragen hoe haar weekend was. En daarna ook
nog Jantien, Klaas, enzovoort. Voor je je ronde hebt gedaan gaat de bel voor de
volgende aflevering van Goede Tijden, Slechte Tijden ...
En dit is dus ook het punt waar we de koppeling kunnen maken met
het verhaal van Ferry Haan. Want lees voor 'leuker' ook 'boeiender'.
Twee zinnen later ook nog een gotspe:.
| |
‘Het zijn geen prinsen en prinsesjes die allemaal hun zin moeten
krijgen, dat is heel denigrerend. |
Hoezo denigrerend? Het is de glaszuivere waarheid als je het Groen-recept
volgt. Dit is wat de Amerikanen een pre-emptive strike noemen: je voelt
dat je op dit punt kwetsbaar bent, en je doet alvast een tegenaanval. Deze
mevrouw Groen is een levensgevaarlijk manipulator.
| |
Ouders zien hun kinderen als individuen met wie je kunt
praten. Ik snap uit het oogpunt van de leraar ook wel dat dit lastig is, maar
tegelijkertijd kun je ver komen als je ze weet te raken en ze enthousiast weet
te maken. Als je dat niet goed doet, val je door de mand, dat maakt het erg
zwaar. |
Kortom: je stelt onmogelijke eisen aan de leraar uit grond van jouw eigen
ideologie, en als de leraar daar niet aan kan voldoen, en de meeste zullen dat
niet kunnen, is het je eigen schuld. Deze mevrouw Groen is ook een regelrecht
takkenwijf.
Kijk hoe ze liegt en bedriegt bij een confronterende vraag:
| |
Maar kinderen en jongeren hebben toch ook structuur nodig? Onderzoekers beweren
dat vooral lageropgeleide jongeren te weinig orde krijgen.
‘Het is een misvatting dat alles zogenaamd leuk moet zijn op school. |
Je moet maar jet loef hebben om jezelf zo tegen te spreken. Om maar te hoeven
zeggen dat je ongelijk hebt.
| |
Veel kinderen zijn wel degelijk geïnteresseerd in moeilijke vakken
als wis- of natuurkunde. Ze worden graag uitgedaagd. |
Ja, op het vwo is er een groepje. Maar elders nauwelijks tot niet.
| |
Ontzettend veel leerlingen vervelen zich, zeker binnen het mbo. |
Ja, precies, vanwege die wiskunde. Deze menvrouw slaat werkelijk alles
aangaande inconsistentie.
| |
‘Ik weet ook niet of de behoefte aan structuur nu groter is op het vmbo. |
Vertaald: mijn gelijkheidsideologie stelt dat er geen schil in
structuurbehoefte is tussen de diverse niveaus.
| |
Het is
wel zo dat als er problemen zijn, dan zijn ze op het vmbo extremer dan op havo.
Als er wordt geroepen om structuur, is dat sterker op het vmbo. |
En als de werkelijkheid zegt dat dat niet zo is ...
| |
Maar die
behoefte aan structuur speelt bij de hele jeugd. Geen orde kunnen houden is in
de ogen van alle leerlingen geen goed leraarschap. |
... dan ontken je dat gewoon keihard: jeugd is jeugd, en er kan geen verschil
zijn.
Of je zet de piramide op zijn kop, en zegt dat het een
normale piramide is:
| |
Ze verwachten leiding en structuur van een leerkracht die naast hun
staat, niet boven hun.’ |
Een andere omschrijving van "een leiding- en structuurgevende rol" is "erboven
staan".
Waar de scheidslijn tussen waanzin en de nog gezonde mensen
ligt, blijkt ook nog even:
| |
‘Op de school die laatst aan iedereen vroeg hoe ze het leuker konden
maken, stond tijdens de discussie een leraar op die tegen een leerling
zei: wie denk je wel dat je bent? Jullie mogen dankbaar zijn dat wij ons
elke dag uitsloven voor jullie! Ik schrok, de directie ook, maar hij
kreeg wel applaus. |
Die applaudiserenden waren de mensen die les wilden geven, en het onmogelijk
wordt gemaakt door de mevrouwen Groen en de directies die naar hen luisteren. En
die dan verbaasd zijn als de "les willen geven"-den boos op hen worden:
| |
Ik maak het
vaker mee dat docenten boos weglopen als ik bij een lezing zeg dat jongeren
gewoon goed les willen krijgen en als gelijkwaardige behandeld willen worden.
Dat valt sommigen heel erg moeilijk. |
Ja, het is om uit je vel te springen: goed les geven is vrijwel volstrekt
incompatibel met gelijkwaardige behandeling. "De leerlingen zijn mijn vrienden
niet", zei de onderdirectrice in het gehoor van de redacteur. Pas een haljaar of
wat later begreep hij die uitspraak. Toen er inmiddels leerlingen waren blijven
zitten mede door lage cijfers behaald bij zijn vak - zoiets doe je je vrienden
niet aan.
En tot slot nog een teken van de ideologische achtergrond:
| |
De tijdgeest verandert. De roep om strengere regels is echt iets van
de laatste twee jaar. Het negatieve van de wereld is met vol geweld
teruggekeerd. |
Alsof
regels iets te maken hebben met het negatieve van de wereld. Losbandigheid, dat
heeft te maken met het negatieve van de wereld. En gebrek aan discipline, en al
dat soort zaken. Mevrouw is meer dan lichtelijk ideologisch gestoord.
En dat wordt dan gehoord over de inrichting van het
onderwijs... terwijl het nu volop bekend is dat het onderwijs gedurende de
laatste decennia ernstig ontspoord is, en het, buiten de groep zelf, aan
iedereen duidelijk is dat dit komt door dit soort mensen. Voor het type, zie bij
het artikel geplaatste foto hiernaast. Een in het onderwijs werkende vriendin,
die dit soort mensen met grote regelmaat langs ziet komen, die de foto zonder een woord omtrent
de achtergrond werd voorgelegd met de vraag: "Wat is dit voor een type?" gaf
zonder aarzelen de kwalificatie "Onderwijs...", met op het stippellijntje een
lichte krachtterm. Hetzelfde gevoel als van die onderwijsgevenden die als reactie op
haar praatjes de zaal verlaten.
Voor een uitgebreid verhaal vol met weerleggingen van deze
waanzin door één van de boze "les willen geven"-den, zie hier
.
Nog een onderwijsvorm die door het nieuwe leren bijna te
gronde is gericht:
Uit:
De Volkskrant, 26-11-2010, door Arnold Heertje en Jasper van Dijk
Verloedering van het hbo moet nu stoppen
Red het hbo van autonome bestuurders, perverse financiële prikkels,
doorgeschoten schaalvergroting en slecht onderwijs.
Arnold Heertje | Jasper van Dijk | Arnold Heertje is emeritus-hoogleraar
economie en Jasper van Dijk is SP Tweede Kamerlid. Zij menen dat het hbo-stelsel
fundamenteel moet worden herzien. De overheid moet weer verantwoordelijk worden
voor het bestuur en de onderwijskwaliteit.
Tussentitel: Vakkennis werd onbelangrijk, studenten moesten zich redden met
zelfstudie
Na het vertrek van Geert Dales zijn de overige leden van het college van bestuur
van de hogeschool InHolland opgestapt. De inspectie doet onderzoek naar
malversaties met declaraties, dubieuze uitgaven en diplomafraude. Nieuwe
onthullingen over gebrekkig onderwijs en het intimideren van docenten door het
management liggen in het verschiet. ...
Deze vormen van wanbeleid doen zich in meerdere of mindere
mate ook bij andere hbo’s en roc’s voor. Daarom is een fundamentele herziening
van het stelsel nodig. Vier zaken moeten worden aangepakt: de autonomie van
bestuurders, de doorgeschoten schaalvergroting, perverse financiële prikkels en,
last but not least, de kwaliteit van het onderwijs. ...
Ten slotte de inhoud van het onderwijs zelf. Dat heeft
jarenlang moeten lijden onder de zogenoemde vernieuwingsdrang van het nieuwe
leren. Vakkennis werd onbelangrijk, het ging voortaan om competenties.
Vakinhoudelijk opgeleide docenten waren niet meer van belang. Studenten moesten
zich redden met zelfstudie zodat ook om die reden het aantal lessen werd
geminimaliseerd.
De vertrokken manager Joke Snippe bij InHolland droeg deze
doctrine uit, tot schade van generaties afgestudeerde hbo-studenten. Het heeft
geleid tot grote uitval in het hbo. En wie kennis relativeert, kijkt ook soepel
naar het eindniveau. Het droeg bij aan de diplomafraude. Talloze studenten
kregen via alternatieve trajecten een diploma aangeboden. De schade is enorm: de
samenleving heeft het vertrouwen in hbo-diploma’s verloren.
Op korte termijn is het nodig extra te investeren in de
vakinhoudelijke opleiding van docenten en het vastleggen en handhaven van een
verantwoord eindniveau. Zo mogelijk door landelijke examens, zoals nu ook in het
mbo wordt onderzocht. ...
Red.:
Bij een groot artikel van de Volkskrant over de InHolland-affaire stond
een foto van de bestuurders ervan. Hiernaast daaruit Joke Snippe - dit in
verband met de gelijkenis met Inez Groen, hierboven.
Intussen is een rechts kabinet aangetreden, en zijn ook weer
meer uitwassen van de onderwijsvernieuwingen (de spellingchecker blijft
voortdurend "onderwijsvernielingen invullen ...) naar buiten gekomen. De mensen
van de inhoud krijgen meer gehoor. Hetgeen het veld van onderwijsdeskundigen
niet helemaal over zich heen kan laten gaan:
Uit:
De Volkskrant, 18-06-2011, van verslaggever Robin Gerrits Interview
| Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde
'Nadruk op kernvakken schaadt het kind'
Vrijdag pleitte Monique Volman in haar inaugurele rede voor een
liefdevoller onderwijs.
Red.: Liefdevoller onderwijs: beginnen met de halve
ochtend kringgesprek, daarna een uurtje rekenen, en als troost de hele middag
naar het museum.
| |
Kernvakken, prestatienormen, verantwoordingscultuur. Van Monique
Volman (50) hoeft het allemaal niet zo. Althans: de nieuwe hoogleraar
Onderwijskunde van de Universiteit van Amsterdam plaatst scherpe
kanttekeningen bij de huidige nadruk op presteren in het
onderwijsbeleid. |
'De huidige nadruk' zijnde een klein herstel van dertig jaar afbraak.
| |
'Als docent heb ik een hekel aan de beruchte zesjescultuur en ik
gruw van tentamens vol spelfouten. Toch voel ik me ongemakkelijk bij het
streven naar het maximaliseren van prestaties, als ik zie dat kinderen
van elf op huiswerkinstituten worden voorbereid op de Cito-toets', zei
ze vrijdag in haar oratie. |
De retorische truc van "Ja, maar ...": "Ik ben voor schaatsen, maar dat die
kou en het ijs erbij moeten ze afschaffen" => . Gevolgd door de truc van het
zwart-wit denken: het grijs van "meer ijnhoud en presteren" wordt overgslagen en
meteen verklaard tot "alleen inhoud en presteren". Dit natuurlijk om te pleiten
voor alleen gezelleigheid en feest.
| |
U heeft de onderwijscontext in een paar jaar drastisch zien
veranderen.
'Vijf jaar geleden, toen ik bijzonder hoogleraar werd op de VU, was het
nog heel erg de tijd van het Nieuwe Leren. Daar ben ik ook niet zozeer
aanhanger van, maar scholen dachten wel geïnspireerd na over hoe ze
kinderen konden bereiken. |
Een aperte leugen: scholen probeerden op een zo makkelijk mogelijke manier
ouders en leerlingen tevreden te stellen, en een maximaal aantal leerlingen
binnen te halen door de normen te verlagen en veel feestjes te organiseren.
| |
Daartegen is vervolgens een hetzerige sfeer ontstaan, die je
terugvindt bij bijvoorbeeld Beter Onderwijs Nederland, en toen ook in
columns in de Volkskrant.' |
Aperte leugen. tegen de hetze die gevoerd werd tegen de mensen van de inhoud
is in de Volkskrant een opstand van leraren gekomen, en die door
schoolmanagers en onderwijsdeskundigen heftig bestreden mensen hebben toen Beter
Onderwijs Nederland opgericht.
| |
Maar hadden die ook niet een beetje gelijk?
'Ik ben niet tegen presteren, maar het debat is veel te gepolariseerd
gevoerd. Niemand in het onderwijs vindt dat je kinderen niets moet
bijbrengen. Maar zulke karikaturen werden vanuit die hoek wel steeds
gevoed. |
Aperte leugen. De karikaturen kwamen van de schoolmanagers en
onderwijsdeskundigen die voortdurende bleven hameren op "We kunnen niet terug
naar de ouderwetse leraar voor de klas".
| |
Wat zijn de risico's van de nadruk die minister Van Bijsterveldt
van Onderwijs legt op kernvakken en prestaties?
'Het doel van onderwijs is niet prestaties behalen. Het doel is dat
kinderen zich ontwikkelen. ... |
En "ontwikkelen" geschiedt door uitdagingen. dus door prestaties verricht als
antwoord op die uitdagingen.
| |
Prestaties kunnen nooit meer zijn dan indicatoren daarvoor. Maar
door de grote nadruk daarop, dreigt het hele onderwijs zich alleen nog
maar op die toetsprestaties te richten. |
Weer zwart-wit. Het hele onderwijs heeft zich tot voor kort alleen maar op de
feestjes gericht. Zoals deze:
| |
Zo krijgen andere belangrijke taken, zoals bredere vorming, leren
samenwerken en organiseren, minder aandacht. Scholen zijn bezig met hele
kinderen.' |
In de praktijk: kringgesprekken en feestjes, dus.
| |
Maar moeten die dan niet rekensommen oefenen en correct leren
spellen?
'Zeker wel, je moet het allebei doen. Ook de Onderwijsraad constateert
dat het vormingsaspect van het onderwijs wel heel erg in het gedrang aan
het komen is. De grote nadruk op de kernvakken betekent een verschraling
van waar het onderwijs voor moet staan.' |
Mede door de wanstaltige prietpraat van onderwijsdeskundigen, zoals dit:
| |
De grote nadruk op de kernvakken betekent een verschraling van waar
het onderwijs voor moet staan.'
Wat is uw oplossing?
'Ik ben voor wat ik noem betekenisvol leren. Dat je kinderen iets leert
waarvan ze zelf kunnen inzien waarom ze het leren en wat ze ermee
kunnen. |
Waanzin. dat is in een enkel zinnetje uitgelegd: school is oefening voor
later kunnen functioneren in de maatschappij. En in de maatschappij functioneer
je het beste als je af en toe wat presteert.
| |
Nadruk op presteren zou ook slecht zijn voor de kinderen die niet
in de hoogste regionen kunnen meedoen, zegt u.
'Ik vind het hartverscheurend in een recent onderzoek te lezen dat
vmbo'ers niets konden noemen waar ze goed in waren. De toetscultuur van
nu benadrukt heel erg die hiërarchie. |
Een ander aspect van de invloed van de alfa- en gamma onderwijsdeskundigen:
de waanzinnige overwaardering van intellectueel werk ten opzichte van handwerk.
| |
Vmbo-leerlingen moet veel meer het gevoel bijgebracht worden dat ze
later echt wat gaan betekenen in de bejaardenzorg of als goede
dakdekker.' |
Krokodillentranen. Ze zijn zelf één van de drijvende krachten achter de
afschaffing van het inhoudelijke vakonderwijs, ambachtschool en dergelijke,
geweest.
Voor deze laatste en de andere genoemde misdaden zou de hele
beroepszaak van de onderwijsdeskundigheid onmiddellijk ontslagen moeten worden,
en processen gestart tegen de ergste figuren, zoals deze professor, wegens het
massale en collectieve leed de leerlingen aangedaan. Chinese straffen zouden de
norm moeten zijn.
Overigens heeft deze ideologie ook op psychologische terrein
gevolgen. Want ze past volledig het in het patroon dat kinderen opvoedt tot
egocentrische, narcistische en weinig gecontroleerde persoonlijkheden, zie hier
.
Een aantal dagen later komt er een reactie die de redactie de
moeite van het bovenstaande bespaard zou hebben:
Uit:
De Volkskrant, 22-06-2011, ingezonden brief van Jaap de Jonge (Amsterdam)
Minachting
Het interview met hoogleraar onderwijskunde Monique Volman (Binnenland, 18 juni)
illustreert volmaakt hoezeer de onderwijskunde is losgezongen van het onderwijs.
Volman stelt dat het vijf jaar geleden 'nog heel erg de tijd van het Nieuwe
Leren' was. Ze noemt zichzelf daarvan 'niet zozeer' aanhanger, maar, zegt ze er
in één adem achteraan, 'scholen dachten wel geïnspireerd na over hoe ze kinderen
konden bereiken'. Het signaal is duidelijk: daar zou het reguliere onderwijs een
voorbeeld aan kunnen nemen. 'Het hele onderwijs' dreigt zich nog alleen maar op
toetsprestaties te richten, zegt ze.
Wat kan ik daarop zeggen? Op mijn school, een categoraal
gymnasium, is daar geen sprake van. Het gevaar dat Volman in deze dreiging zegt
te zien, is dat 'andere belangrijke taken, zoals bredere vorming, leren
samenwerken en organiseren' minder aandacht krijgen. Breder dan wat? En
suggereert Volman nu dat samenwerking en goed organiseren een slechte invloed op
prestaties hebben?
'Natuurlijk', zegt ze, 'moet je kritisch kijken naar het
niveau van je prestaties, maar in die slag zijn creativiteit, probleemoplossend
vermogen en kritisch denken van minstens even groot belang.' Ook hier is mij de
gesuggereerde tegenstelling een raadsel. Beweert Volman nu echt dat betere
prestaties voor vakken als wiskunde, geschiedenis en muziek op gespannen voet
staan met de door haar genoemde competenties?
De oplossing voor het raadsel schuilt voor haar in
'betekenisvol leren. Dat je kinderen iets leert waarvan ze zelf kunnen inzien
waarom ze het leren en wat ze ermee kunnen.' Ik geloof niet dat het
bestaansrecht van Beter Onderwijs Nederland veel steviger geschraagd kan worden
dan met deze woorden, die zo niet een grove miskenning dan in elk geval een
forse minachting voor het dagelijkse werk van duizenden docenten en
schoolleiders inhouden.
Het is waar: niet-bestaande problemen kun je oplossen met
nietszeggende begrippen. Waar in deze tijd van bezuinigingen de beste kansen
liggen, lijkt me duidelijk.
Red.: Met ook bijna dezelfde conclusie: ontslaan die hele
handel.
Naar Onderwijsbeleid, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht
, of
site home
.
|