Bron bij De kosten van de vergrijzing

De Volkskrant, 16-06-2005, column door Marcel van Dam

Ouder en gezonder, maar niet duurder

Ouder en gezonder, maar niet goedkoper, kopte de Volkskrant (Economie, 14 juni) boven een artikel van verslaggever Nico Goebert over het CPB-rapport Can we afford to live longer in better health ('Kunnen we ons veroorloven langer gezonder te leven'). De kop had ook kunnen luiden zoals boven deze column.
    Uit het rapport blijkt dat ouderen steeds gezonder worden en dientengevolge langer leven. Langer leven kost de overheid geld, omdat bijvoorbeeld langer AOW moet worden betaald. Maar gezonder langer leven betekent dat mensen langer kunnen doorwerken, dus langer belasting kunnen betalen en dat de zorgkosten minder toenemen. Winst en verlies vallen goeddeels tegen elkaar weg. Niets aan de hand dus.
     Maar de kop boven het artikel van Nico Goebert suggereert dat het een tegenvaller is. En het artikel staat weer in het perspectief van de vergrijzing die 'als een donkere wolk boven de samenleving' hangt. 'Zonder maatregelen nemen de kosten voor de gezondheid, de zorg en de pensioenen sterk toe. De tekorten op de begroting van de overheid stijgen en na verloop van tijd loopt de staatsschuld op tot onaanvaardbare hoogte.' Het verslag sluit goed aan bij het zwarte scenario dat in het CPB-rapport doorklinkt.
    Onder de kop 'Vergrijzing dwingt tot beleidsaanpassingen' wordt weer eens geschilderd dat 'zonder beleidsaanpassingen deze vergrijzing in de meeste landen tot onhoudbare publieke financiën zal leiden: budgettaire tekorten zullen sterk toenemen en na verloop van tijd zal daardoor de overheidsschuld tot onaanvaardbare hoogte oplopen'.
    Ook voor het CPB was het kennelijk een tegenvaller dat langer leven van ouderen met een betere gezondheid geen nadelige gevolgen voor het overheidsbudget zal hebben. Omdat winst en verlies elkaar compenseren zijn we, zegt het CPB. 'voor de publieke financiën ruwweg weer terug bij het vertrekpunt'. Maar het CPB is kennelijk bang dat we de toekomst daardoor minder somber gaan inzien. Want onmiddellijk volgt als slotzin: 'De ernst van de budgettaire problematiek verandert dan niet wezenlijk.
    Het is bon ton een zo zwart mogelijk scenario te schetsen van de gevolgen van de vergrijzing om met name de ouderen rijp te maken voor het inleveren van koopkracht. Veel gehoorde kreten zijn: 'Steeds minder werkenden moeten het verdienen voor steeds meer 65 plussers.' 'Zonder aanpassingen wordt de AOW onbetaalbaar.' 'De babyboomers hebben goed voor zichzelf gezorgd en laten de jongeren nu voor de kosten opdraaien.'
    Natuurlijk moet het beleid rekening houden met een sterke verandering in de leeftijdsopbouw van de bevolking. Als het aantal ouderen toeneemt, zullen de kosten van de AOW stijgen en zullen ook de uitgaven voor de zorg toe nemen. Maar er is geen enkele reden om daar 65-plussers meer voor te laten betalen dan mensen die jonger zijn dan 65. De kostenstijgingen zijn niet het gevolg van beleid maar van autonome ontwikkelingen. Toen het aantal schoolgaande kinderen explosief steeg als gevolg van de babyboom van na de oorlog, werd ook niet geconcludeerd dat ouders met kinderen dan maar meer belasting moesten gaan betalen. En toen in 1953 de dijken in Zeeland het begaven, werd ook niet van de bewoners van Zeeland gevraagd de Deltawerken te betalen. Gelukkig vragen we ook niet aan mensen die een gehandicapt kind ter wereld brengen een hogere AWBZ premie te betalen.
    Bovendien: het is helemaal niet waar dat steeds minder werkenden het moeten verdienen voor 65-plussers. De meeste 65-plussers hebben een zelf gespaard aanvullend pensioen. Als het pensioenfonds dat heeft belegd in ondernemingen die hun producten bijvoorbeeld in China laten maken, dan zijn het dus de Chinese werkenden die tiet voor onze ouderen verdienen.
Omdat over die steeds omvangrijker aanvullende pensioenen steeds meer belasting wordt betaald. nemen 65-plussers ook bijna de hele stijging van de AOW-uitgaven voor hun rekening. Volgens alle toekomstscenario's zal, ondanks de vergrijzing, hel besteedbaar inkomen in de komende decennia gemiddeld alleen maar toenemen. Dat betekent per definitie dat de koopkracht van iedere nieuwe generatie werkenden gemiddeld hoger zal zijn dan die van de vorige generatie.
    In werkelijkheid gaat de discussie in Nederland over de vraag of er koopkracht van 65-plussers moet worden overgeheveld naar jongere werkenden, zodat die groep er extra op vooruitgaat. Waarom dat zou moeten. is mij een raadsel. Als er toch mensen zijn die dat nodig vinden. moeten ze dat met zoveel woorden zeggen. Dan kan er gediscussieerd worden over de redelijkheid van dat verlangen.
    In ieder geval is er in Nederland. in tegenstelling tot in veel andere westerse landen, geen reden om veel zorgen te hebben over de materiële gevolgen van de vergrijzing. Want ondanks de vergrijzing hebben we met zijn allen ook over tien, twintig, dertig, veertig en vijftig jaar steeds meer te besteden. Ouderen moeten zich vooral niet bang laten maken.


Terug naar Anglicisme vs Rijnlandmodel, media , Anglicisme vs Rijnlandmodel, vergrijzing , Hiërarchie algemeen , of naar site home .