|
De Volkskrant, 25-03-2006, door Willem de Bruin, redacteur van de
Volkskrant.
De vergrijzing biedt zicht op een betere samenleving
Tussentitel: De fixatie op jong leidt tot een intimiderende lawaaicultuur
Over de vergrijzing wordt alleen gesproken in termen van dreigende
vloedgolven, tot verbazing van Willem de Bruin. En dat terwijl het een zegen
voor het land is als de bevolking krimpt.
Het lijkt wel of het in het debat over de toekomst van Nederland nog maar om een
vraag gaat: wie doet het licht uit? Wat oprijst is het beeld van een in zichzelf
gekeerde natie die door de vergrijzing iedere dynamiek dreigt te verliezen en
langzaam verandert in een bejaardentehuis waar de bewoners voortschuifelen
achter uit China geïmporteerde rollators, want die maken we dan al lang niet
meer zelf.
Een maand geleden maakte het CBS bekend dat de
bevolkingsgroei nog nooit zo laag was geweest en in een aantal regio's zelfs al
sprake is van een terugloop van het aantal inwoners.
Is Nederland gedoemd ten onder te gaan? Integendeel, de
demografische ontwikkeling opent eerder het perspectief op een toekomst met een
duurzamere welvaart dan de mondiale ratrace ons belooft.
We weten niet beter of de vooruitgang is een lineair proces,
waarbij productie, bevolking en welvaart tot in het oneindige blijven groeien.
Bevolkingsgroei genereert economische groei die weer nodig is om de groeiende
bevolking te voeden. De Club van Rome wees ruim dertig jaar geleden al op het
menselijk onvermogen ons een wereld voor te stellen waarin een einde komt aan de
groei. De voorspellers van destijds konden worden weggehoond toen hun prognoses
al te somber bleken, maar inmiddels staat Nederland voor het onloochenbare feit
dat de bevolking niet alleen vergrijst, maar mede als resultaat daarvan over
enkele decennia zal krimpen.
Hoe geleidelijk dit ook zal verlopen en hoe bescheiden de
teruggang ook zal zijn, het roept een niet minder ongemakkelijk gevoel op. Het
vuurtje werd onlangs opgestookt door de Maastrichtse econoom Wim Derks in zijn
rapport Structurele bevolkingsdaling - Een urgente nieuwe invalshoek voor
beleidsmakers. Groei is, zo constateert Derks, sinds de industriële
revolutie in de negentiende eeuw het uitgangspunt van alle politieke
besluitvorming. Het is voor de meeste politici dan ook een schok te horen dat
het einde van de bevolkingsgroei nadert en zelfs hier en daar al is omgeslagen
in een krimp.
Of de boodschap nu wel overkomt, moet nog blijken. In het
politieke debat wordt de demografische ontwikkeling vooral beschouwd als een rem
op onze ambities in de top van de wereldeconomie mee te draaien. De vergrijzing
betekent in de ogen van de globalisten vooral meer bezuinigen en harder werken.
Een sprekend voorbeeld van deze vlucht naar voren vormt het manifest van de
jongeren verenigd in Lux Voor (Het Betoog, 18 maart) [zie hier
, reacties hier
; red. IRP].
Volgens eigen zeggen 'niet links en rechts, wel progressief' getuigen zij van
een ongeschokt geloof in de vooruitgang volgens traditioneel liberaal concept.
Vooruitgang die wordt bedreigd door zowel de 'donderwolk' van de vergrijzing als
de 'meedogenloze' internationale concurrentie. 'Onder het mom van
consensuscultuur wordt de andere kant op gekeken, terwijl de vloedgolven van
vergrijzende babyboomers, integratieproblemen en globaliseringseffecten komen
aanrollen. Dat kan niet goed aflopen.' Wie zichzelf zo bang maakt, wil de
noodklok wel luiden.
Waarom zouden we het niet omdraaien en van de nood een deugd
maken? De vergrijzing kan dan wel eens een weldaad blijken. Een rem op de
bevolkingsgroei kan alleen maar worden toegejuicht, niet het minst in de
westerse landen, waar reeds een onevenredig groot beslag op de beschikbare
hulpbronnen wordt gelegd.
De angst dat Nederland in een groot bejaardentehuis
verandert, is trouwens ongegrond. Vergrijzing is niet hetzelfde als ontgroening.
Het idee dat jongeren uit het straatbeeld verdwijnen, is een misverstand. Omdat
de daling van het aantal geboorten reeds lang geleden is ingezet, heeft
Nederland de ontgroening in feite al achter de rug. Vergrijzing houdt in dit
geval dus in dat het aantal ouderen toeneemt, zonder dat het aantal jongeren
noemenswaardig daalt.
Het zou helpen als we onder ogen zagen dat de vergrijzing ons
niet overkomt, maar een door onszelf gecreëerd verschijnsel is. Hoe drukker we
ons maken over de dreiging die uitgaat van een ouder wordende bevolking, hoe
meer we uit het oog dreigen te verliezen dat de vergrijzing ook een teken van
vooruitgang is. Wat vormt een beter bewijs voor de verbetering van de
gezondheidszorg, de hygiëne en de voedselvoorziening dan de toegenomen
levensverwachting? Is het niet dankzij de emancipatie van de vrouw dat alleen
nog kinderen worden geboren die echt zijn gewenst? Meer welvaart betekent een
langer leven en minder kinderen.
Het is een illusie te denken dat deze trend, waar vroeger of
later alle Europese landen mee te maken krijgen, nog zou kunnen worden gekeerd.
Maatregelen om het geboortecijfer op te krikken - variërend van hogere
kinderbijslag, 'fokpremies', tot gratis kinderopvang - kunnen de vergrijzing
hooguit iets afremmen, maar niet voorkomen.
Wie zich zorgen maakt over de kosten van de vergrijzing moet
bovendien bedenken dat een geboortegolf dit probleem, hoe paradoxaal het moge
klinken, slechts zou vergroten. Kinderen kosten de eerste twintig jaar van hun
leven alleen maar geld. Tegen de tijd dat kinderen een bijdrage gaan leveren aan
de productie, en dus economisch 'rendabel' worden, is de vergrijzing al bijna op
zijn hoogtepunt.
Voor immigratie geldt hetzelfde. Tijdelijke arbeidsmigranten
uit bijvoorbeeld Oost-Europa kunnen helpen de tekorten op de Nederlandse
arbeidsmarkt aan te vullen, maar zodra zij zich hier blijvend zouden vestigen,
worden zij onderdeel van het probleem. Migranten zijn al volwassen als zij hier
komen. Om de gemiddelde leeftijd van de bevolking niet te laten oplopen, zullen
al snel nieuwe migranten nodig zijn. Het Nederlands Interdisciplinair
Demografisch Instituut (NIDI) heeft uitgerekend dat als we immigratie willen
inzetten als middel tegen de vergrijzing Nederland in 2050 zo'n 40 miljoen
inwoners zou tellen. Het is niet te verwachten, en in elk geval niet te hopen,
dat deze optie op veel steun kan rekenen.
De oplossing moet dus in eigen huis worden gezocht. Dat kan
als we ons realiseren dat we het probleem veel groter hebben gemaakt dan nodig
is. Waar je zou verwachten dat met de toegenomen levensverwachting ook de
leeftijd waarop iemand als 'oud' wordt beschouwd, opschuift, gebeurde precies
het omgekeerde. Terwijl we langer, en ook langer in goede gezondheid leven dan
ooit, is de lat van de ouderdom steeds lager komen te liggen. De fixatie op jong
( in de ogen van de marketeers synoniem voor nieuw en dynamisch), materieel
genot en culturele oppervlakkigheid, heeft er niet alleen toe geleid dat wij
worden omringd door een intimiderende lawaaicultuur en netten vol pulp-tv.
Schadelijker is de uitsluiting van ouderen op de
arbeidsmarkt. Het gaat niet aan ouderen eerst te stimuleren plaats te maken voor
jongeren - zo ouderen er niet nog steeds als eerste uitvliegen - om hen er nu
van te beschuldigen feest te vieren op kosten van de jongere generatie.
De vrees dat door een krimpende bevolking ook de welvaart zal
afnemen, is ongegrond. Minder inwoners betekent ook minder druk op schaarse
goederen als ruimte, natuur en milieu, factoren die nu ten onrechte in de
berekening van het nationaal inkomen buiten beschouwing blijven. Per saldo zal
de welvaart bij een krimpende bevolking daardoor juist kunnen toenemen.
Waar nu veel geld gaat zitten in infrastructuur en
voorzieningen die anticiperen op groei - nieuwe woonwijken, wegen,
bedrijfsterreinen en kantoren - zullen deze middelen in de toekomst ter
beschikking komen voor investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, onderzoek en
ouderenzorg. Om met oud-directeur Henk Don van het CPB te spreken: 'Ik zou
zeggen hoera, de bevolking groeit niet meer.' (NRC Handelsblad, 9
februari).
Een krimpende bevolking - hoe bescheiden die krimp overigens
ook zal zijn - plaatst ons voor de vraag welke doelen we eigenlijk met
economische groei nastreven. Niemand zal de illusie koesteren dat we met China
zullen kunnen concurreren. Moet het meedraaien in de wereldtop überhaupt een
doel zijn? De mondiale milieuproblemen en het beslag dat de opkomende economieën
leggen op schaarse hulpbronnen, dwingt eerder tot het zoeken naar een manier een
eerlijke verdeling van de welvaart te combineren met duurzaamheid.
Tegen deze achtergrond vormen krimp en vergrijzing geen
bedreiging, maar bieden zij juist nieuwe kansen. Het stemt hoopvol dat sociale
rechtvaardigheid en zorg voor het milieu in Europa even belangrijk worden
gevonden als een goed inkomen. Alleen zo kan immers het draagvlak worden
gecreëerd om ouderen de zorg te blijven geven waar zij recht op hebben.
Zo'n klimaat creëert ook de condities die het voor ouderen
mogelijk en aantrekkelijk maken langer te blijven werken. Daarbij gaat het zowel
om materiële voorwaarden, zoals flexibele pensioenvormen en deeltijdbanen, als
om onze kijk op ouderdom.
Zolang we blijven denken in termen van 'jong & dynamisch' en
'oud & behoudend' schiet het niet op. Het begrip dynamisch is reeds lang een
inhoudsloos cliché geworden - wie werkt er niet bij een 'dynamische'
organisatie. En wat als die dynamiek afneemt? Als minder dynamisch ook betekent
minder stress, minder uitval, minder lawaai, minder vernieuwing om de
vernieuwing en meer aandacht voor continuïteit en kwaliteit, kan de vergrijzing
ook langs deze weg de kwaliteit van het bestaan verbeteren.
Blijft over de vraag wie straks de AOW en het verzorgingshuis
voor al die feestvierende babyboomers gaat betalen.
Sinds de jongste voorspellingen van het Centraal Planbureau
buitelen economen opnieuw over elkaar heen, kwistig strooiend met miljarden aan
bezuinigingen. Prognoses zijn een mogelijke uitkomst, geen zekerheid. Niemand
weet hoe hoog de rente over vijf jaar is, of de inflatie toeneemt en of de
beurskoersen dalen.
Vast staat wel dat het in laatste instantie om politieke
keuzen gaat. Nederland is rijker dan ooit en de vraag bij de vergrijzing is dan
ook niet of we de kosten ervan kunnen betalen, maar of we kiezen voor
solidariteit of voor een zo hoog mogelijk privé-inkomen, voor collectieve
arrangementen of 'eigen verantwoordelijkheid'. Of we ouderen als een last zien
of vinden dat in een beschaafde samenleving ouderen ook na hun productieve leven
recht hebben op een volwaardig bestaan.
Tussenstuk:
Revolutionaire veranderingen
De Nederlandse bevolking krimpt. De vergrijzing die daarvan het gevolg is, zal
over enkele jaren leiden tot krapte op de arbeidsmarkt. 'Revolutionair' stelde
de econoom Wim Derks, die onlangs een rapport over dit verschijnsel publiceerde.
Het Centraal Planbureau luidde kort daarna de noodklok. De vergrijzingsgolf in
Nederland is zo ingrijpend, dat die de overheid zou moeten dwingen tot
drastische maatregelen. Zo zal er flink moeten worden bezuinigd om onze welvaart
op peil te kunnen houden.
Willem de Bruin, redacteur van de Volkskrant, zet op
deze pagina vraagtekens bij de doemscenario's. Bevolkingskrimp en vergrijzing
kunnen in plaats van een bedreiging van onze welvaart juist ook nieuwe kansen
bieden. Zij dwingen ons onze economische doelen bij te stellen. De uitkomst zou
kunnen zijn: een eerlijker verdeling van de welvaart, gecombineerd met
duurzaamheid.
Terug naar Vergrijzing, lijst
, of naar site home
.
|