MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

PC-club: Anet Bleich

Anet Bleich is een van de meer intellectueel en filosofisch-geneigden binnen de PC club. De bekende fouten van de PC club worden daardoor extra versterkt, maar ook weet ze ze daardoor wat beter te verbergen. Onderstaand een aantal voorbeelden:


Uit: De Volkskrant 08-12-2004, column van Anet Bleich

Voor of tegen Ayaan?
...
'Wie in de zuivere islam gelooft en de jihad voert tegen de vijanden ervan komt in het paradijs.' 'Wie in de koran gelooft, besnijdt meisjes, slaat vrouwen en doodt ongelovigen.' Ik zie niet veel verschil. Het zijn allebei fundamentalistische credo's. Ben je vóór Allah of tegen Allah? Ach jee, daar gaat het toch niet om. Leven en laten leven, dat lijkt me een beter idee.


Red.
:   De bekende retorische truc van het "hellende vlak"  : je vervormt de punten waar het om gaat tot extremen, en je zegt dat beide extremen onzin zijn, dus doen we geen van twee. De juiste aanpak is: je kijkt voor beide partijen hoe dicht ze bij het extreem staan  - het in meerderheid niet-religieuze Nederland heeft wil niet de moslims een religie of bijpassende regels op te dringen, maar de meer gelovige moslims, en dat zijn nog geen fundamentalisten, willen dat wel. Dat is nu al een potentieel conflict, en later mogelijk nog veel meer.


De Volkskrant, 22-12-2004, column van Anet Bleich

Ongepaste kerstgedachtes

...    Eigenlijk wilde ik over iets heel anders schrijven. Over een prachtig dun boekje, 18 adressen heet het en het gaat over de adressen waar Ed van Thijn tussen z'n achtste en z'n elfde jaar noodgedwongen moest verblijven. Want Eddy was een joods jongetje en die waren in dit land tussen 1942 en 1945 hun leven niet zeker. Het is een ijzingwekkend verhaal van een barre trektocht door Nederland, een ervaring die onvermijdelijk levenslange sporen nalaat.
 ...
     Je zou met recht mogen verwachten dat iemand die als kind aan zulke hardheid is blootgesteld een psychisch wrak wordt of vervuld blijft van niet aflatend wraakgevoel. Maar Eddy/Jantje werd, de ogen hardnekkig op de toekomst gericht, volksvertegenwoordiger, minister, burgemeester, wetenschapper, schrijver. Een sociaal-democraat, die uit wat hem was overkomen afleidde, dat zoiets met geen jood en ook verder met niemand ter wereld hoort te gebeuren. 'Politiek correct', heet dat tegenwoordig. Ik noem het liever: een lichtend voorbeeld.


Red.
:  De politieke correctheid van Ed van Thijn die nu onder vuur ligt is de houding tegenover allochtonen in ons land en het toelaten van nog veel meer immigranten, waarbij uit de context afgeleid kan worden dat het voornamelijk over het laatste gaat. Het argument van Bleich is dus het volgende: omdat Van Thijn zo geleden heeft onder vervolging in de oorlog, heeft hij het recht te zijn voor het onbeperkt toelaten van iedereen die ons land wil binnenkomen.
    De onjuistheid in deze argumentatie zit in de gelijkstelling tussen de joden in de oorlog en groep die nu ons land wil binnenkomen: de laatste bestaat voor een grote meerderheid economische vluchtelingen en gelukszoekers  . Het aantal potentiële leden van deze groep loopt in honderden miljoenen. De Nederlandse samenleving is onmachtig aan deze vraag te voldoen. De politieke correctheid die dat wel wil, is van een weerzinwekkende naïviteit.
    Merk op dat Bleich deze argumentatie toeschrijft aan Van Thijn, maar er als auteur van de column, en zelf van joodse afkomst, ook achter staat. Hetzelfde geldt waarschijnlijk ook voor de andere vertegenwoordigers van joodse afkomst binnen de politiek-correcten, een niet te verwaarlozen groep, hetgeen mogelijk een deel is van de verklaring van de steun die asielzoekers in de media hebben, een steun die onder de bevolking als geheel zeer veel kleiner is.


Uit: De Volkskrant, 25-03-2005, artikel van Anet Bleich

Sprookjes over de islam

...    Volgens Philipse kan iemand onmogelijk een Verlichtingsfundamentalist zijn, want dat woord is een contradictio in terminis. Een fundamentalist onderwerpt zich immers kritiekloos aan overgeleverde geloofswaarheden, terwijl 'het in de Verlichting gaat om de beslissing en de moed zelfstandig en kritisch na te gaan denken'. Die 'verlichte' mentaliteit is 'diametraal tegengesteld aan (...) geestelijke onderwerping aan een goddelijk gezag.' Deze redenering snijdt hout, en lijkt mij zelfs onbetwistbaar. Het is daarom inderdaad aan te bevelen om het prille begrip 'Verlichtingsfundamentalisme' weer uit ons taalgebruik te schrappen.
    Jammer genoeg maakt Philipse in het vervolg van zijn betoog duidelijk dat hij niet zozeer een 'Verlichtingsfundamentalist' is, maar veeleer iemand die de zoëven nog zo kernachtig geformuleerde essentie van een verlichte geesteshouding - kritisch, open, nieuwsgierig, vertrouwend op de rede en de menselijke denkkracht - zelf niet begrijpt, althans niet toepast. Want plotseling voegt hij aan het 'zelfstandig en kritisch nadenken over welke bewering dan ook' nog een ander verondersteld kenmerk van de Verlichting toe, namelijk: 'het moedige besluit slechts geloof te hechten aan beweringen waarvoor toereikend bewijsmateriaal bestaat.'
    Met alle respect, waarde Philipse, dit heeft niets te maken met de Verlichting, maar is simpelweg vulgair empiricisme, een stroming in de filosofie en de wetenschap die in de jaren twintig van de vorige eeuw opgang maakte, maar allang weer is achterhaald. Zelfs in de wetenschap kun je nu eenmaal niet alles wegen of meten, laat staan in de filosofie - probeer maar eens 'toereikend bewijsmateriaal' te vinden voor Kants categorische imperatief! - of in de metafysica. Als Philipse kortom de klassieke godsdiensten naar de vuilnisbelt van de geschiedenis wil verwijzen niet een beroep op het ontbreken van 'toereikend bewijsmateriaal', dan doet hij precies hetzelfde als de Russische kosmonaut Joeri Gagarin deed, die zodra hij buiten de dampkring was gekomen triomfantelijk uitriep: 'God bestaat niet, want ik zie hem nergens.' Philipse is dus geen 'Verlichtingsfundamentalist', maar ontpopt zich als een dogmatische atheïst.
    Nu is er ook niets tegen atheïsme, maar, zoals we ons herinneren uit de tijd van wijlen de Sovjet-Unie, het wordt tamelijk vervelend als atheïsme wordt gebruikt als wapen tegen andersdenkenden of gelovigen. Helaas is dat precies waartoe Philipse oproept. Hij wil ten strijde trekken tegen de monotheïstische godsdiensten in het algemeen en de islam in het bijzonder. Dat leidt hem tot de volgende conclusie: 'De bestrijding van moslimterrorisme op geestelijk vlak vraagt van ons dat we de beginselen van de Verlichting publiekelijk onderschrijven, uitleggen en verdedigen.' Moslims moeten zich blijkbaar aan de Verlichting onderwerpen. Hoe zat het ook al weer met dat onafhankelijke, kritische en vrije denken? ...


Red.
:  Bleich is een karakteristiek voorbeeld van de "verlichte intellectueel met een religieuze achtergrond", in haar geval de joodse. Natuurlijk komt deze soort in allerlei variaties voor, van weinig verlicht en sterk gelovig tot sterk verlicht en weinig gelovig. Maar in alle gevallen doen zich de typische verschijnselen voor van de geest die twee onverenigbare zaken probeert te verenigen, zoals polemisch taalgebruik, overdrijving, huichelarij, en tegenspraak. Onder een paar voorbeelden van deze verschijnselen.

Met alle respect, waarde Philipse, ... , en even later: De nep-verlichter Philipse ... . Deze twee kwalificaties spreken elkaar tegen; de eerste is huichelarij.

Want plotseling voegt hij aan het 'zelfstandig en kritisch nadenken over welke bewering dan ook' nog een ander verondersteld kenmerk van de Verlichting toe, namelijk: 'het moedige besluit slechts geloof te hechten aan beweringen waarvoor toereikend bewijsmateriaal bestaat.'
    Met alle respect, waarde Philipse, dit heeft niets te maken met de Verlichting,
...

Dit is doodgewoon onjuist. Men kan discussiëren of de gelijkstelling van Philipse juist is, maar het is volkomen duidelijk dat 'het moedige besluit slechts geloof te hechten aan beweringen waarvoor toereikend bewijsmateriaal bestaat.' er een essentieel deel vanuit maakt. Als beginpunt van de verlichting wordt wel de strijd van Giordano Bruno over de wereldbeelden, het goddelijk of het waarneembare, gezien  , en dat is precies waar Philipse op doelt. Wat Bleich doet is een kritiekpunt op de stelling van Philipse gebruiken om de hele stelling meteen tot onwaar te verklaren, de denkfout van het badwater  , of zwart-wit denken  .

Als Philipse kortom de klassieke godsdiensten naar de vuilnisbelt van de geschiedenis wil verwijzen niet een beroep op het ontbreken van 'toereikend bewijsmateriaal', dan doet hij precies hetzelfde als de Russische kosmonaut Joeri Gagarin deed, die zodra hij buiten de dampkring was gekomen triomfantelijk uitriep: 'God bestaat niet, want ik zie hem nergens.'

Oftewel: de conclusie in de uitroep van Gagarin was naïef; de conclusie van Philipse stellingname is dezelfde als Gagarin's; dus Philipse's stellingname is ook naïef. Een volledig onbekende vorm van logica.

Philipse is dus geen 'Verlichtingsfundamentalist', maar ontpopt zich als een dogmatische atheïst.

Onjuist. Philipse blijkt atheïst. Uit niets blijkt dat hij dogmatisch atheïst is. Dat zou Philipse zijn als hij atheïst bleef als God voor zijn neus stond, of iets dergelijks. Dergelijke gebeurtenissen hebben zich niet voorgedaan, dus kan het dogmatisch zijn van Philipse, of andere atheïsten nooit bewezen worden. Het is dus ook een loze uitspraak.

Nu is er ook niets tegen atheïsme, maar, zoals we ons herinneren uit de tijd van wijlen de Sovjet-Unie, het wordt tamelijk vervelend als atheïsme wordt gebruikt als wapen tegen andersdenkenden of gelovigen. Helaas is dat precies waartoe Philipse oproept.

De laatste redenatie is het analogon in dit debat van het gebruik van het verwijzen naar het Derde Rijk in het allochtonendebat  . Het is het spiegelbeeld van badwater redenatie, in karakteristieke vorm: Hitler had een snor, en Hitler deugt niet; Jan Smit heeft ook een snor, dus Jan Smit deugt ook niet. Bij Bleich: het atheïsme hoort bij de Sovjet-Unie; de Sovjet-Unie deugt niet; dus het atheïsme deugt niet.

... het wordt tamelijk vervelend als atheïsme wordt gebruikt als wapen tegen andersdenkenden of gelovigen. Helaas is dat precies waartoe Philipse oproept. Hij wil ten strijde trekken tegen de monotheïstische godsdiensten in het algemeen en de islam in het bijzonder. Dat leidt hem tot de volgende conclusie: 'De bestrijding van moslimterrorisme op geestelijk vlak vraagt van ons dat we de beginselen van de Verlichting publiekelijk onderschrijven, uitleggen en verdedigen.'

De stelling van Bleich is dat Philipse niet mag oproepen om zich naar de normen der verlichting te gedragen. Als Philipse dat niet mag, als verlichtingsaanhanger en atheïst, mogen religieuzen niet oproepen zich naar de normen van de religie te gedragen. dat laatste is de kern van de meeste religies: de oproep tot conformeren. In de monotheïstische religies is de conformerende en bekerende stroming het sterkst (van de grote religies), en dit zou dan ook verboden moeten worden. Dat betekent in ieder geval het verwijderen van alle religie uit openbare instellingen, en in feite uit het hele openbare leven.

Moslims moeten zich blijkbaar aan de Verlichting onderwerpen. Hoe zat het ook al weer met dat onafhankelijke, kritische en vrije denken?

De andere kant van dit verhaal is dat moslim religie de Verlichting wil onderwerpen, of in andere termen: je kan niet een beetje almachtige god hebben. Dit is de kern van de zaak: religie en verlichting zijn onverenigbaar.

Want de Verlichting, met haar nadruk op open en vrij denken, met haar inzet voor gelijke, universele rechten, heeft niets gemeen met het vertellen van sprookjes over de grote boze islamwolf.

 De 'sprookjes over de grote boze islamwolf' is de onverenigbaarheid van islam en ieder ander geloof met verlichting. Hier maakt Bleich dus een heldere keuze: als het erop aankomt, kiest zij voor religie  .
    Voor er conclusies getrokken worden uit deze analyse, nog een recent stuk van Bleich, en de analyse ervan.


Uit: De Volkskrant, 30-03-2005, column van Anet Bleich

Ver van huis

...    Wat minder geestig vond ik de poging tot brandstichting in de islamitische basisschool Bedir in Uden. De tweede poging in een paar maanden tijd. Gelukkig was de materiële schade ditmaal niet zo groot. Niettemin is dit angstaanjagende staaltje pyromanie in mijn ogen het nieuws van deze week.
    Want wat bezielt mensen (kwajongens of wie het ook mogen zijn) om notabene op een christelijke feestdag de fik te steken in een school van jonge kinderen met een ander geloof? Wat broeit er voor irrationele haat en vijandigheid midden in de Nederlandse samenleving'' Wie zijn die lui die een niet eens zo symbolisch signaal afgeven dat zij in hun Brabantse provincieplaats geen moslims willen hebben? Waar komt zo'n destructieve geest vandaan en hoe krijgt Nederland die terug in de fles?
    Urgente vragen, zou ik zo denken. Wat de afgelopen maanden in Uden is gebeurd en vooral niet is gebeurd (niet voldoende in elk geval om een herhaling van de brandstichting tegen te gaan), is niet alleen buitengewoon vervelend voor de moslims ter plaatse, maar maakt ook op een akelige manier de barst zichtbaar die sinds die rampzalige 2 november de Nederlandse samenleving uiteen dreigt te scheuren. Op de berichten afgaand - ik ben geen kenner van de lokale Udense verhoudingen - zijn de moslims daar reuze geïntegreerd en de vredelievendheid zelve. Maar dat schijnt niet genoeg te zijn om onbedreigd te kunnen leven. Wie de mond zo vol heeft van de noodzaak tot integratie als de Nederlandse overheid en media, zou het Udense alarmsignaal met de hoogste prioriteit moeten oppakken. Dat is, ik constateer het nuchter, tot nu toe in het geheel niet het geval.
    Vergeleken bij pakweg het incident in de Amsterdamse Diamantbuurt, waar een echtpaar de wijk ontvluchtte na wat geplaag door hangjongeren, is de berichtgeving over de Udense brandstichting, laten we zeggen, low key. Plichtmatig en bepaald niet gekenmerkt door grote verontrusting. Van de landelijke dagbladen bracht alleen het AD Uden op de voorpagina, de Volkskrant, Trouw en De Telegraaf volstonden met korte berichten. Standpunt.nl heb ik nog niet over de kwestie gehoord, laat staan dat onze minister van Integratie, Rita Verdonk, naar Uden is afgereisd om er een van haar ferme toespraken te houden.
    Vanwaar deze non-hype? Dit verschil met de hijgerige verhalen en politieke interventies inzake de Diamantbuurt? Is dat omdat de hangjongeren daar Marokkaans waren en de Udense brandstichters roomblank? Ik hoop vurig dat die conclusie aan de voorbarige kant is, maar anders zijn we zo langzamerhand echt ver van huis.


Red.:  Let ten eerste op het taalgebruik. Draai het even om: "Wie zijn die lui die als hobby hebben om gewone autochtonen van tasjes beroven, autochtonen die hun foute gedrag corrigeren uit hun huis pesten, en autochtonen met een grote mond vermoorden?" En in Bleich's origineel gaat het nog even zo door. Het is duidelijk dat het gebruik van dit soort taal indien aangaande allochtonen een storm van verontwaardiging zou veroorzaken.
     Bleich's tweede aanval is dat de berichtgeving over de Diamantbuurt veel prominenter was. Dat is alleen deels juist voor de eindfase, na een voorafgaande periode van maanden van onderberichtgeving. Na het verhuizen van de slachtoffers is er even uitgebreider aandacht geweest, dat wil zeggen interviews met slachtoffers en functionarissen. De reden daarvan was dat dit de eerste keer was dat zo'n geval, waarvan er al velen in Nederland hebben plaatsgevonden, zo in detail in het nieuws kwam, en dat alleen omdat de slachtoffers al een uitvoerig contact met een verslaggever van de Volkskrant stonden. Het incident had een zeer duidelijke voorbeeldfunctie voor alle overlast die autochtonen van allochtonen hebben ondervonden. Ook na het Udense incident zijn er interviews met slachtoffers en functionarissen geweest. Misschien wat minder, maar toch representatief genoeg. De bewering van Bleich dat er een kwalitatief verschil is, is doodgewoon onjuist. Waarschijnlijk is zij verblind door het feit dat tot voor twee jaar Diamantbuurt incidenten in zijn geheel niet in de media kwamen, of beter, eruit gehouden werden. Het voorval hierboven is daar een uitstekend voorbeeld van; en merk op: in tegenstelling tot het Udense geval valt hier een dode.
    En als derde, gebouwd op de eerste twee, hebben we de aanval op de autochtone, 'roomblanke' volksaard, die beschuldigd wordt van racisme.
    Deze beschuldiging is zeer ernstig. Ze kan alleen gedaan worden als er overduidelijke aanwijzingen zijn. In het geval van Bleich is dat in het geheel niet zo; wat Bleich als aanwijzingen ziet is dusdanig niet juist, dat van onjuistheden kan worden gesproken. Het eerste deel van het Bleich citaat en de analyse ervan laat zien dat hier geen sprake is van toeval, maar van emoties. In Bleich's taalgebruik zijn haar onjuistheden leugens, en is haar conclusie propaganda van het zwartste soort. Gebruik makende van Bleich's schrijfpatroon is het gerechtvaardigd de vraag te stellen of haar propaganda ingeven wordt door haar eigen niet-'roomblanke' achtergrond, die een joodse achtergrond is. Dan zouden we hier een geval hebben van de allochtoon in de media, die de allochtonen die "onder vuur liggen van de kwade autochtonen" ondersteunt. Dit is een uitnemende verklaring voor de uit het citaat stralende emoties.


De Volkskrant, 27-04-2005, column van Anet Bleich (volledige column hier  )

Nooit meer?

Een van de voordelen van het herdenken van het einde van de Tweede Wereldoorlog is dat het geregeld fraaie televisie oplevert. Nieuwe documentaires - vaak van Duitse makelij - over het Ende mit Schrecken als gevolg van de opmars van het Rode Leger naar Berlijn, herhalingen van speelfilms, zoals het hartverscheurende De Pianist van Roman Polanski en nu ook een verfilming, in dertien afleveringen, van de dagboeken van Victor Klemperer. De serie wordt dagelijks uitgezonden op het eerste Duitse net. helaas om een uur's nachts, maar het is de moeite waard er voor op te blijven. Langzaam, tergend langzaam zie je hoe het net zich sluit om professor Klemperer, een Duitse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, maar, jammer voor hem, ook jood. ...
    Inderdaad, vrijheid is niet vanzelfsprekend. Indertijd, 65 jaar geleden, moest ervoor gevochten worden. Er waren mensen die dat deden. Niet zo heel veel, maar ze waren er. Gelukkig. Ook voor mij persoonlijk, want als ze er niet waren geweest, dan ik ook niet. Toen die ellendige tijd ten einde was gekomen, hebben de mensen hier gezegd: dit willen wij nooit meer. Dit mag nooit meer gebeuren. ...
    Vrijheid kan tenslotte zomaar verloren gaan. Zoals toen is gebeurd. En zoals nu voor sommigen dreigt te gebeuren. Voor Geert Wilders bijvoorbeeld die het afgelopen weekend z'n boek niet mocht signeren bij Scheltema, omdat de boekhandel bang was dat na zijn vertrek de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. En - bien étonnes de se trouver ensemble - voor de 26 duizend uitgeprocedeerde asielzoekers die al meer dan vijf jaar in Nederland verblijven, maar van Rita Verdonk het land uit moeten, ook al zijn sommigen van hen hier geboren en getogen. Wie staat er op zich in te zetten voor hun vrijheid? (Ik doe zelf ook veel te weinig, hoor.) Voor die van Geert Wilders om dat boek van hem - vol ideeën die als ze zouden worden uitgevoerd op hun beurt de vrijheid aantasten van mensen die in Allah geloven in plaats van in God of in Niets - te signeren waar en wanneer hij maar wil. Ingewikkeld hè? Zo ingewikkeld kan het zijn. Wie staat er op om op luide toon te eisen dat die 26 duizend mensen, met wie jarenlang is gesold, hier nu eindelijk een toekomst mogen opbouwen? ...


Red.:  Na eerst met inzet van literaire middelen de ernst van de zaak te hebben geschetst, laat Bleich haar logica los. De behandeling van asielzoekers is eenzelfde aantasting van hun vrijheid als die van de joden in de Tweede Wereldoorlog, en dus dienen wij ze onderdak te geven. Dus maar even verder met die logica: wat geldt voor de jood, pardon Koerd of Syriër of Afghaan of Irakees of Kongolees  die al hier zit, geldt natuurlijk voor alle Koerden, Syriërs, Afghanen, Irakezen en Kongolezen. Dus moeten we ze allemaal een verblijfsvergunning geven. Dat is pas een echt generaal pardon.
     Absurd.
     Maar het schandelijke zit in de vergelijking met de joden. Het maakt degene die niet bereid zijn Bleich's absurde logica over te nemen tot jodenvervolgers. De inzet van de jodenvervolging in deze discussie is een herhaling van de wandaad die gepleegd is in de discussie rond Pim Fortuyn. Hoewel dat laatste nu enigszins wordt toegegeven, is er kennelijk niets van geleerd. In ieder geval niet door Bleich. Het feit dat ze zelf joodse is, maakt dit nog ernstiger, omdat kritiek erop ook als anti-joods afgeschilderd zou kunnen worden. Tussen twee haakjes: dit is geschreven in 2005 - in 2010 is dit soort beschuldiging al heel gewoon geworden.
    Ander punt: deze zaak maakt nog eens duidelijk dat er een ernstige behoefte is aan een regulerend orgaan voor de media, waar dit soort vormen van racisme aangeklaagd kunnen worden.
    Ten overvloede even nog iets over Bleich's logica, in de vorm van een opmerking te plaatsen achter haar opmerking over het uitvoeren van de ideeën in Wilders' boek: als de ideeën uit de het boek van hen die in Allah geloven zouden worden uitgevoerd zou de vrijheid pas echt aangetast worden.


Uit: De Volkskrant, 14-02-2007, column door Anet Bleich
 
Nieuw begin, terug naar af

‘Samen werken, samen leven’, luidt het motto bij het regeerakkoord van de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie. Dat akkoord roept bij mij veel gemengde gevoelens op. Letterlijk gemengd. Van sommige afspraken en formuleringen krijg ik een haast lenteachtig gevoel: iets nieuws begint en er komt een eind aan een periode van vijf jaar waarin de regering keihard de confrontatie zocht met groepen met wie ik me juist verwant en solidair voel. ...


Red.:   Het staat er niet uitgeschreven, maar het is volkomen duidelijk wat hier bedoeld wordt: Anet Bleich voelt zich als joodse verwant met andere immigrantengroepen, uitsluitend en alleen op grond van hun anders-zijn, hun gekleurde immigrant zijn in de Nederlandse samenleving. Dat 'gekleurde' hoort erbij, want ze zou nooit en te nimmer zoiets schrijven over Duitse of Amerikaanse immigranten, het gaat om allochtone immigranten. Kortom: hier wordt kleur gebruikt als een criterium staande los van andere overwegingen - het is racisme. Want waar er één bevoordeeld wordt, wordt er bijna altijd ook één benadeeld, en hier is ook duidelijk wie: de autochtone Nederlander, die trouwens door Anet Bleich ook direct beschuldigd wordt, zie hier  . Anet Bleich is een racist.


Conclusie:

Het eerste artikel van Bleich lijkt geen standpunt in te nemen, want het stelt zich in het midden. Dat is een illusie, omdat de waarheid zich niet in het midden bevindt - in de reeks van waarden is religie van de islamsoort aanzienlijk lager in te schatten dan a-religiositeit, nog lager dan die van de verlichting. In feite beweegt Bleich dus richting religie.
    Het tweede artikel toont de motieven van Bleich is haar stellingnames in de allochtonen- en asielzoekers debatten, dat wil zeggen: mensen van buiten: haar joodse afkomst.
    Het derde artikel is een meer filosofische versie het eerste, in dat het in veel uitvoeriger termen en veel meer nadruk kiest voor religie boven verlichting.
    Het vierde artikel bevestigt in veel duidelijkere termen de conclusies getrokken uit het tweede. Het foute handelen van allochtonen wordt altijd afgedaan als incidenten, die als oorzaak allerlei zaken buiten henzelf hebben, zoals een zwakke sociale positie. Soortgelijke handelingen door autochtonen worden niet gezien als incidenten of een zwakke sociale positie, maar meteen beschreven in categorisch termen, plus dat er direct verstrekkende gevolgen wat betreft de ondeugdelijkheid van de achterliggende cultuurhoudingen. Kortom: Bleich kiest niet alleen onverkort voor de moslim, ze kiest ook tegen de 'roomblanke' autochtonen en hun cultuur.

Zoals uit deze stukken blijkt, is Bleich, naast een habitueel maker van grote denkfouten, ook een voorstander van extreem taalgebruik, en het schilderen van de andere partij in de meest zwarte beelden. Dit toepassende op Bleich zelf, komen we tot het volgende: Uit alles blijkt dat Bleich in het intellectuele debat een soort Quisling is: een schijnbaar tot onze cultuur behorende figuur, die in werkelijkheid onze ondergang voorstaat. Uiteindelijk wil ze dat wij onze waarden inleveren ten gunste van de dogma's van de religie. De reden daarvan is natuurlijk dat ze, met haar joodse achtergrond, haar religieuze fundamenten nooit volledig heeft afgeschud. De oorzaak voor haar grote, diepliggende, sympathie voor de moslims is het besef dat om het geloof af te leggen, men moet breken met de culturele en sociale achtergrond. Dat laatste is inderdaad een heel moeilijk iets, maar als men het niet doet, vervalt men toch bijna altijd in het lot van Bleich: men beweert wel de verlichting te hebben gezien, maar zodra het erop aankomt, kiest men toch voor de gelovige moederschoot, zelfs als dat van een ander geloof is.
    Dat kiezen voor de gelovige moederschoot is meteen ook het grote gevaar van de grote moslimminderheid in ons land. In dit opzicht zijn mensen als Bleich een vijfde colonne, die een dodelijke gevaar vormen voor het behoud van onze culturele vrijheid. Dit gevaar wordt versterkt door het feit dat er in onze culturele elite, intellectuele, en media personen een aanzienlijk aantal van dit soort personen rondloopt. Door het bestaan van deze elkaar beschermende groep kunnen mensen met zulke overduidelijke foute sympathieën als Bleich, Etty, Polak en Van Dam, de PC-club  , hun prominente posities in de media vasthouden. Meer daarover hier  .

Een addendum: sinds de opkomst van Geert Wilders en zijn PVV wordt er een felle campagne tegen hem gevoerd vanuit het bolwerk van de politieke correctheid. Anet Bleich levert natuurlijk ook haar bijdrage


Uit: de Volkskrant, 16-10-2009, door Anet Bleich:

En dan schiet Mephisto te hulp

De actualiteit roept soms een universeel verhaal in herinnering, dat in de kunsten vorm kreeg. In deze rubriek aandacht voor deze ‘archetypes’ van het nieuws. Vandaag: Agnes Jongerius die wilde onderhandelen met de duivel.

Illustratie: Eugène Delacroix: illustratie bij Goethes Faust, 1828.

Dealen met de duivel en z’n oude moer is hoe je er verder ook over mag denken een onderneming die tot de verbeelding spreekt. Hoe komt een mens daartoe en hoe verloopt zoiets? Menig Europees kunstenaar en denker heeft er zijn fantasie op losgelaten. De beroemdste is zonder twijfel de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) die in zijn meesterwerk Faust dit thema onderzoekt.
    De geleerde Faust wordt gekweld door onbehagen. ...
    In moderne termen uitgedrukt kampt Faust met een midlifecrisis. ‘Ich bin zu alt, um nur zu spielen/ Zu jung um ohne Wunsch zu sein.’ Mephistopheles speelt handig op deze geestesgesteldheid in en biedt zijn diensten aan. Als trouwe knecht zal hij Faust terzijde staan en al diens wensen vervullen. Pas als er niets meer te wensen over blijft, zullen de rollen worden omgedraaid en moet Faust de duivel dienen.
    Het kost weinig moeite om dit patroon te herkennen in de recente poging tot toenadering tussen FNV-voorzitter Agnes Jongerius en Geert Wilders. Het onbehagen: Jongerius is ernstig gefrustreerd doordat werkgevers, kabinet en zelfs PvdA onwillig bleken om serieus in te gaan op het FNV-voorstel voor een flexibele AOW. De midlifecrisis: de vakbond wil actie voeren tegen de regeringsplannen, maar Jongerius vreest dat haar bond daarvoor niet meer aantrekkelijk genoeg is. Leden en kader zijn aan het vergrijzen, het linkse imago van de FNV is niet meer hip. Wie kan haar redden uit deze benauwende impasse?
    En dan betreedt Mephisto Wilders de arena, ...


Red.:   Over de aanpak van Fortuyn wordt altijd beweerd dat het geen demoniseren was  . Net zoals dat nu over hun houding tegenover Wilders wordt gezegd. Nou, als dit geen demoniseren is ...

Nog een "addendum": politicoloog Meindert Fennema, een van de weinige niet-besmetten, analyseert een van de recensies van Bleich:


Uit: De Volkskrant, 11-10-2010, door Meindert Fennema

Zo makkelijk is links niet van Bosma af

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA. De PVV gaat aantonen dat Nieuw Links de oude idealen van de PvdA onder Drees, die teruggaan op de geschriften van Jacques de Kadt, verkwanseld heeft.


Het boek van Martin Bosma, De Schijn-Elite van de Valse Munters, heeft wél veel interviews opgeleverd met de auteur, maar weinig kritische beschouwingen. In de Volkskrant van 2 oktober maakt Anet Bleich korte metten met het boek en geeft Bosma slechts één ster.
    Voor een behoorlijke samenvatting is geen ruimte, hoewel Bleich wel de kern van zijn vraagstelling te pakken heeft: ‘Wat zorgde ervoor dat sinds ergens halverwege de jaren zeventig niet meer rationeel gekeken kan worden naar massa-immigratie? Waarom is niet geluisterd naar burgers die niets moesten hebben van de massa-immigratie? Het antwoord is dit: overal in de maatschappij kreeg een bepaald geluid de overhand. Dat waren de ideeën van de opstandelingen van 1968, die op veel plekken in de maatschappij de macht overnamen. Zij legden met succes anderen het zwijgen op.’
    Wat vindt Bleich hiervan? Zij schrijft: ‘Laten we even ... veronderstellen dat het zo gegaan is. Dan rest nog de vraag waar precies de belangenovereenkomst ligt tussen deze machtsgeile babyboomers en ‘de moslims’. Bosma legt uit: “Links heeft zijn nieuwe revolutionaire klasse gevonden. Die draagt geen overall, maar een hoofddoek. Moslimimmigranten zijn de stoottroepen van mei 1968; het zijn de mohammedanen die moeten slagen waar de soixant-huitards faalden: de vestiging van het postraciale, multiculturele, egalitaire Utopia.” Waarna Bosma, blijkbaar geen Beatles-fan, ter staving van deze analyse Imagine van John Lennon citeert. Arme Lennon, blind op weg naar ‘Londonistan’ en ‘Hollandistan’.’ Tot zover Bleich.
    Zij maakt Bosma wel belachelijk, maar doet geen enkele poging zijn argument te weerleggen. ...


Red.:   In aanvulling op dat laatste: "What's new ...". In de brede stroom recensies en andere opinies van Bleich zijn objectiviteit en werkelijkheidszin als blaadjes die zonder enig eigen inbreng door het kolkende water van de ideologie en emotie worden meegesleurd....
    Zoals al vermoed krijgt Bleich de ruimte voor een weerwoord:


Uit: De Volkskrant, 12-10-2010, door Anet Bleich

Van valsemunters naar valse redeneringen

Tussentitel: We zijn niet bezig in het geniep radicale imams het land binnen te smokkelen

Anet Bleich | De ‘68ers’ worden ten onrechte over één kam geschoren, vindt Anet Bleich, recensente van de Volkskrant. Antwoord aan Meindert Fennema (Opinie & Debat, 11 oktober).

Hoogleraar politicologie Meindert Fennema staat bekend als fervent verdediger van de vrijheid van meningsuiting. ...
    Fennema klaagt over het geringe aantal kritische beschouwingen over Bosma’s De schijn-élite van de valsemunters en neemt vervolgens de recensie van ondergetekende (Boeken, 2 oktober) onder de loep.
    Hij verwijt me dat ik niet inhoudelijk inga op Bosma’s voornaamste stelling: ‘Moslimimmigranten zijn de stoottroepen van mei 1968’, maar die redenering slechts als belachelijk terzijde schuif. Ik voeg hier graag aan toe dat Bosma’s redenering naar mijn mening behalve ridicuul ook een vrucht is van vervaarlijk complotdenken. Fennema noemt haar trouwens zelf ook ‘nogal ongelooflijk’.
    Zijn betoog neemt daarop een moeilijk te volgen wending wanneer hij stelt: ‘Maar nog ongelooflijker was de radicale afwijzing van Ayaan Hirsi Ali toen zij openlijk van haar geloof afviel.’    ...


Red.:    De redenatie van Fennema is uiterst simpel: wat Bosma schrijft ziet er op het eerste gezicht misschien ongelofelijk uit (met een bij te denken tussen twee haakjes: in de ogen van de standaard min of meer politiek-correcte geest), maar er zijn nog wle gekkere dingen gebeurd  -waarop het voorbeeld volgt van het afvallen van Ayaan Hirsi Ali. Conclusie: die stelling van Bosma is misschien ook niet zo ongelofelijk.
    Naar Bleich zit zo vast in haar politieke-correctheid, dat de redenatie haar ontgaat. Dat de houding van de linkse politiek-correcte multiculturalisten tegenover moslimmigranten iets anders is dan het puurste ideaal dat niets met eigen belangen van doen heeft, is een gedachte die volstrekt onmogelijk bij haar kan binnendringen - een geval van filtering  .
    Vervolgens noemt Bleich een paar koppels van zaken die echt niet op elkaar slaan. Om te concluderen:

  Sorry als ik me hard uitdruk, maar ik vind dit een staaltje verhuftering van het debat.

Een zware vorm van zelfbeschuldiging, want Bleich's verhalen zitten, zoals al gezien, zo vol retorische trucs, bijvoorbeeld Ad judaïcum ("het lot van de Joden gebruiken in onvergelijkbare gevallen")  , dat "verhuftering" wel de minste term is - trouwens: in een weggelaten deel van dit stuk neemt Bleich het ook nog even op voor Elsbeth Etty, een columniste die in haar politieke stukken tegen niet-links om de twee woorden de term "nazi" laat vallen  .
   Vervolgens komt Bleich  met meest afgesleten cliché van de retorische valsemunter in dit soort discussies:

  Blijkbaar beschouwt Fennema de ‘68’ers’ als één blok, waarvan degenen die ertoe behoren collectief schuldig zijn aan wat wie dan ook uit deze kring beweert.

Kortom: er bestaan geen groepen  . Behalve natuurlijk als ze zielig zijn en gesteund moeten worden, zoals moslims of Joden: "Nee, we mogen geen moslimimmigranten weigeren, want die zijn net als de Joden, en die waren zielig toen ze er niet in mochten, dus de moslimimmigranten  moeten wel toegelaten worden". In haar huidige woorden:

  Of het bijvoorbeeld een goed idee is om migranten die hun inburgeringsexamen niet hebben gehaald het land uit te zetten, zoals het beoogde nieuwe kabinet voorstelt.

Dus, nee, je mag geen enkele eis stellen aan immigranten ... die zijn een groep die zielig is, en  ze moeten allemaal worden toegelaten.
    Overigens: de omschrijving "68'ers" zoals hier gebruikt door Fennema is duidelijk genoeg - hij wordt regelmatig genoeg gebruikt door anderen. Maar hij is misschien niet  geheel accuraat. War het in feite om gaat is de groep als op deze website omschreven als de "politiek-correcte club", of "PC-club". Daarin is er telkens ook weer een nieuwe instroom van mensen jonger dan de 68-generatie. Mensen zoals Malou van Hintum, Anil Ramdas, Peter Giesen, Pieter Hilhorst enzovoort - de bij het onderwerp"politieke correctheid" verschijnende lijst. Het criterium voor het lidmaatschap is de verzameling eigenschappen omschreven in Linkse denkfouten  .


Naar PC club  , Politiek lijst  , Media lijst  , Politiek & Media overzicht  , of site home  .