| Bronnen bij Innovatie, bèta tekort: het geval Shell |
20 mrt.2005 |
Het geval Shell is een uitnemend voorbeeld van de waarde van de bèta versus die
van de alfa-werknemer - of de ingenieur versus de manager. Ergens in de jaren
tachtig en verder is het accent steeds meer bij de manager gaan liggen. Shell
laat zien wat het resultaat is: de neergang van het bedrijf want managers
voegen niets toe:
Uit: De Volkskrant, 19-01-2005
Shell zoekt extra olie-ingenieurs
Shell is naarstig op zoek naar nieuwe olie-ingenieurs. De komende vier
maanden heeft het Nederlands-Britse oliebedrijf plaats voor 170 ingenieurs.
Volgens Shell zijn de nieuwe werknemers mede nodig vanwege de extra
investeringen in de winning van olie en gas.
Shell kwam in 2004 in grote problemen door het afboeken van delen van zijn olie-
en gasreserves. De affaire was deels te wijten aan het verlies van
technologische kennis bij het bedrijf. Bij het laboratorium in Rijswijk en ook
op het kenniscentrum in het Amerikaanse Houston zijn sinds midden jaren negentig
vele banen verloren gegaan.
Door teloorgang van technische kennis is Shell slechter gaan
presteren bij de zoektocht naar olie. ...
Shell heeft inmiddels zijn investeringen in de winning van
olie en gas opgevoerd. ...
Voor deze proefboringen zijn extra ingenieurs met kennis van
oliewinning nodig. ...
De zoektocht naar nieuwe olie-ingenieurs kan de komende tijd
zelfs verder oplopen tot duizend nieuwe medewerkers, zo blijkt volgens de
Financial Times uit een interne nieuwsbrief.
Het personeel zal door Shell wereldwijd worden gezocht. Een
deel van het personeel zal op het Shelllab in Rijswijk komen te werken. Een deel
van het personeel wordt bij universiteiten vandaan gehaald, een ander deel van
het personeel moet bij andere werkgevers worden weggekocht.
Volgens kenners zijn oliedeskundigen schaars. Aan de
Technische Universiteit Delft ronden jaarlijks dertig studenten hun opleiding
tot petroleumingenieur af. Veel van deze studenten krijgen een baan bij Shell.
Ruim de helft van zijn ingenieurs haalt Shell uit het buitenland.
IRP: Shell heeft in de tussentijd nooit moeite gehad om managers te
vinden. Shell bemerkt nu dat het aannemen van managers geen meerwaarde aan het
bedrijf geeft. Shell merkt dit, omdat het een objectief meetbaar economisch goed
produceert: olie. Die olie moet geproduceerd worden door ingenieurs, technici,
en arbeiders. De extra bijdrage die managers daaraan kunnen leveren als er een
goed werkend systeem bestaat, is nihil. Wil je meer olie ontdekken heb je niet
door managers te ontwikkelen nieuwe targets nodig, maar heb je meer ingenieurs,
technici en arbeiders nodig. Shell was in de problemen, omdat het ten prooi was
gevallen aan het Angelsaksische management en haar cultuur, bestaande uit het
concentreren op targets formulerende managers. Meestal zijn die targets dan ook
nog van het financiële soort. Het leidt
weinig twijfel dat de ontslagen bij de Shell laboratoria gedaan zijn door deze
managers.
Wat voor Shell geldt, geldt voor alle bedrijven als ze iets zinvols produceren,
zelfs als dat zinvolle zaken als beleid betreft. ook daar zijn er mensen die het
beleid maken, en managers die dat proces begeleiden, met precies dezelfde
misstanden. Bij bedrijven en instellingen die minder goed meetbare zaken
produceren als Shell spelen precies dezelfde problemen, alleen zijn ze daar
minder goed meetbaar.
Het is dus volkomen duidelijk dat als men de prestaties van bedrijven en
instellingen wil verbeteren, men in de meeste gevallen kan volstaan met het
ontslaan van alle managers, en het eventueel opnieuw invullen van een beperkt
aantal management functies bij gebleken noodzaak, dat wil zeggen gebleken
behoefte van het producerende personeel aan dit soort ondersteuning.
Terug naar Managen en vakkennis, foute
managers
, Innovatie
, Economie
overzicht
, Wetenschap lijst
, of naar
site home
.
|