De Volkskrant, 27-05-2006, door Michael Persson
Geef onderzoekers rust, rust alsjeblieft
Tussentitel: Werken met een tijdelijke aanstelling aan een kort project:
‘niet de situatie waarin creativiteit het best gedijt’
Wie excellent werkt, oog heeft voor de buitenwacht en modes
aanvoelt, krijgt geld van NWO. Dat staat wetenschappers steeds meer tegen.
Toen er maandag eindelijk door echte wetenschappers over echte wetenschap werd
gepraat, waren de meeste politici al vertrokken. ‘Jammer’, zegt de Delftse
rector magnificus Jacob Fokkema. ‘Zo komen ze er nooit achter hoe leuk onderzoek
eigenlijk is.’
Hij probeert met een glas rode wijn in de hand te bedenken wat nog eigenlijk de
conclusie is van deze middag in de Grote Kerk in Den Haag, waar
wetenschapsfinancier NWO in aanwezigheid van zevenhonderd hoogleraren en hun
bestuurders zijn nieuwe vierjarenplan Wetenschap gewaardeerd! heeft
gepresenteerd. Moeilijk.
Natuurlijk, NWO heeft om geld gevraagd, veel geld, 433
miljoen euro bovenop het huidige jaarlijkse budget van 423 miljoen. En
wetenschapsminister Maria van der Hoeven heeft aangegeven dat het vreemd zou
zijn – een ‘trendbreuk in het kabinetsbeleid’ zelfs – wanneer ze niet aan dat
verzoek tegemoet zou komen.
Goed nieuws dus voor de Nederlandse universiteiten: via NWO
komt dat geld voor een flink deel bij hun vakgroepen en onderzoekers terecht.
Maar Van der Hoeven heeft, met een opgeheven vinger, ook
gezegd dat de universiteiten zélf van haar geen cent extra zullen krijgen.
Tenminste, niet zolang ze niet helderder aangeven wat ze met deze zogeheten
eerste geldstroom doen. Want nog steeds is voor beleidsmakers onduidelijk wat
nou eigenlijk de toegevoegde waarde is van zo’n academische instelling. Wat
gebeurt daar nou precies? En wat heeft de maatschappij daaraan?
Bestemmingsplan
NWO heeft wél een duidelijk bestemmingsplan voor het onderzoeksgeld. Volgens de
nieuwe strategie voor de periode 2007-2010 zijn de miljoenen bedoeld voor
individuele, excellente wetenschappers, voor bundeling en samenwerking, voor
nieuwe infrastructuur, en voor dertien nieuwe onderzoeksthema’s die zijn
voortgekomen uit een gevoelde maatschappelijke behoefte. NWO heeft voor het
opstellen van haar strategienota niet alleen het oor te luisteren gelegd bij
wetenschappers, maar ook bij bedrijfsleven en overheid. ‘We hebben van buiten
naar binnen gekeken’, zegt NWO-voorzitter Peter Nijkamp.
Het geld wordt in competitie verdeeld: elke onderzoeker kan
aanvragen indienen, voorstellen schrijven, een gooi doen. De besten krijgen het
geld.
Die twee eigenschappen van de NWO-subsidies (de tweede
geldstroom) passen mooi in het wetenschapsbeleid van het kabinet. De aandacht
voor excellentie en aandacht voor de wensen van de buitenwacht is een neerslag
van Haagse begrippen als ‘kennisvalorisatie’, ‘kennisparadox’ en ‘dynamisering’
(kennisvalorisatie: de vertaling van wetenschappelijke resultaten in klinkende
munt. Kennisparadox: de constatering dat er in Nederland veel kennis is, maar
weinig valorisatie. Dynamisering: een vorm van prestatiebeloning om de
kennisparadox op te lossen). Vandaar het enthousiasme van de minister, die
overigens pas in augustus officieel zal reageren.
Maar de nadruk op competitie en maatschappelijke behoeften
begint steeds meer wetenschappers tegen te staan, zo blijkt maandag in de Grote
Kerk in Den Haag. Voor steeds meer euro’s moeten onderzoekers aanvragen
indienen, zich verantwoorden, zich tussentijds evalueren, met resultaten komen.
Zelfs Fokkema, als rector van een technische universiteit wel genegen tot
toegepaste wetenschap, merkt dat het sommigen te veel wordt. ‘Er komen steeds
vaker collega’s naar me toe die zich beklagen. Ze zeggen Jacob, geef me rust,
rust, rust, alsjeblieft. Die onrust is niet goed.’
Frits van Oostrom, president van de Koninklijke Nederlandse
Akademie van Wetenschappen KNAW, sprak tijdens zijn jaarrede twee weken geleden
over een ‘vrij hijgerig klimaat’ dat is ontstaan door de groei van de tweede en
derde (door het bedrijfsleven betaalde) geldstroom. Hij hekelde de grote
hoeveelheid potjes waaruit wetenschappers kunnen putten. ‘Het voortdurende
hollen naar fondsen heeft van het wetenschapsbedrijf – in de ogen van de
buitenwereld zo’n vredige oase, op het saaie af – een hyperdynamische
flipperkast gemaakt, waarin met veel gerinkel en luminescentie de teller alsmaar
hogerop moet lopen. En voor hij het goed en wel in de gaten heeft, staat de
onderzoeksleider bij die flipperkast niet eens meer aan de knoppen maar is hij
zelf het balletje.’
Want de subsidies uit tweede en derde geldstroom, hoe hoog
ook, zijn flexibel en altijd tijdelijk. Steeds meer onderzoekers werken met
voorlopige aanstellingen aan een project dat maximaal een jaar of drie, vier
duurt. ‘Dat is niet de situatie waarin creativiteit het best gedijt’, zegt Van
Oostrom. ‘Ik had net wel op het podium willen springen om dat tegen Balkenende
te zeggen. Die somt dat lijstje op van die dertien thema’s, maar dat is niet de
enige wetenschap die ertoe doet. Over vier jaar somt hij weer een ander lijstje
op – maar als je dan iets in handen wilt hebben, moet je die andere gebieden nu
niet gaan verwaarlozen.’
Geduld
‘In de wetenschap moet je geduld hebben’, zegt ook Fokkema. ‘Het heeft 25 jaar
geduurd voordat ons vliegtuigmateriaal Glare toegepast kon worden. Dat was met
deze subsidies niet gelukt.’
De meeste thema’s in de nieuwe strategienota van NWO zijn
nieuw. Daarmee zijn veel thema’s uit de vorige strategie, zoals cultureel
erfgoed (waaronder het onderzoek naar oude talen) en dna-onderzoek weer
verdwenen. Volgens Nijkamp betekent dit niet dat de wetenschapsfinanciering zo
aan modes onderhevig wordt. Volgens hem was de keuze vier jaar geleden te veel
van bovenaf gestuurd en zijn de thema’s nu beter ingebed.
Toch benadrukt ook hij het belang van een stabiele
onderstroom in het onderzoek. ‘Ik steun het pleidooi van Van Oostrom voor een
sterke eerste geldstroom. NWO kan niet eens goed werken met een uitgehold
universitair budget. De eerste geldstroom is het hoogland, wij zorgen voor de
toppen daarbovenop.’
En Van Oostrom kan zich op zijn beurt wel voorstellen waar
het ‘zwaar gestolde wantrouwen’ van de politiek jegens de eerste geldstroom
vandaan komt. ‘De universiteiten geven er zelf voeding aan. Toen wij hun vroegen
hoeveel van de anderhalf miljard euro uit de eerste geldstroom daadwerkelijk aan
onderzoek wordt besteed, had de VSNU daar geen antwoord op.’
Directeur Han Elbers van de universiteitenvereniging VSNU nu:
‘Het probleem is dat er geen vaste schotten zijn tussen onderzoek en onderwijs.
Is een hoogleraar bezig met onderzoek of onderwijs als hij een afstudeerder
begeleidt? Die twee bezigheden zijn in ons systeem volledig verweven. Toch
zullen we daar nog goed naar kijken. Hoe kun je tegemoetkomen aan die behoefte
aan transparantie zonder dat we dat financieringssysteem op de tocht zetten en
zonder te vervallen in bureaucratie?’
Als dat goed komt, dan willen de meeste partijen dat de
eerste geldstroom minstens evenzeer wordt versterkt als de tweede. Taede Sminia,
rector van de Vrije Universiteit en voorzitter van het rectorencollege: ‘Het
heet niet voor niets de eerste geldstroom.’
Tussenstuk:
‘433 miljoen is een minimum’
De Nederlandse wetenschapsfinancier NWO (Nederlandse Organisatie voor
Wetenschappelijk Onderzoek) wil jaarlijks 433 miljoen euro extra, bovenop het
huidige bedrag van 423 miljoen. Voorzitter Peter Nijkamp licht de strategie voor
de komende vier jaar toe.
U wil meer dan een verdubbeling van het huidige budget. Is dat niet wat veel
gevraagd?
‘Het is een historisch ambitieus programma, het bedrag is nog nooit zo hoog
geweest. Maar we denken het te kunnen verantwoorden. We vroegen ons af: waar
gaat het nou eigenlijk om, in de wetenschap? We laten ons mede inspireren door
maatschappelijke problemen. We willen de meest excellente wetenschap zodanig
verankeren dat we de samenleving dienen.’
Was dat nog niet zo?
‘Tot nu toe hadden alle partijen in het Nederlandse kennissysteem –
universiteiten, bedrijven, politiek, financiers – de neiging om alles vanuit de
eigen positie te bekijken. Wij hebben besloten geen monoliet meer te zijn. We
kijken van buiten naar binnen. Dus hebben we de afgelopen anderhalf jaar met
veel partijen gesproken: de universiteiten, VNO-NCW, MKB-Nederland. Alle neuzen
staan nu dezelfde kant op.’
Dat is de kant van die dertien thema’s. De meeste daarvan zijn nieuw, de
thema’s van de vorige strategienota zijn verdwenen. Is het risico niet dat
wetenschap te modieus wordt?
‘Er zit continuïteit in het begrip “thema’s”. Sommige van de vorige thema’s zijn
niet helemaal uit de verf gekomen, doordat we onvoldoende geld hadden om ze op
te bouwen. Bovendien was er destijds veel kritiek op de manier waarop thema’s
waren gekozen. Erg topdown. Dat wilden we nooit meer zo doen. Nu hebben we
gekeken naar de wensen van het wetenschappelijk veld en naar thema’s,
verkenningen en sleutelgebieden van onder andere het Innovatieplatform, VNO-NCW,
TNO, KNAW, COS, en naar bestaande subsidieprogramma’s van de Europese Commissie
en SenterNovem. ‘Daaruit volgden 180 thema’s, en daarvan hebben we er in overleg
met de universiteiten dertien gekozen.’
Pech voor de rest?
‘Niet iedereen kan tegelijk in de ene reddingboot. Er volgen nog wel meer
reddingboten.’
Wordt de invloed van het bedrijfsleven op de wetenschap zo niet te groot? U
wil ook een ‘senatorencollege’ instellen met vertegenwoordigers uit het
bedrijfsleven ‘om het NWO-beleid meer maatschappijbreed te verankeren’.
‘Die vrees is koudwatervrees. NWO heeft al een heleboel programma’s gedraaid met
externe partners. Die invloed van het bedrijfsleven kan heel positief werken.
Als je maar de goede mensen hebt. De onderzoekers zelf, niet de managers. En ze
moeten zich kunnen ontdoen van eigenbelang. Ik ben daar helemaal niet bang
voor.’
KNAW-president Frits van Oostrom vreest voor hijgerigheid, die ziet het geld
liever rechtstreeks naar de universiteiten gaan.
‘Ik steun zijn pleidooi voor een sterke eerste geldstroom. NWO kan niet eens
goed werken met een uitgehold universitair budget. Er is geen spatje verschil
tussen onze opvattingen.’
En die hijgerigheid?
‘Wij spreken over competitie. Als wetenschapper weet ik ook hoe het werkt. Je
kijkt eerst wat je kunt krijgen binnen de universiteit – dat krijg je ook niet
zomaar. En als je echt nieuwe dingen wil doen, is het heel gebruikelijk om te
kijken waar verder wat te halen valt. Dat is bijvoorbeeld bij NWO.’
Wat als de politiek een keuze moet maken tussen eerste en tweede geldstroom?
‘Als er straks extra geld gaat naar de universiteiten, zullen wij niet zeggen:
kan dat niet wat minder? We moeten niet proberen elkaar vliegen af te vangen.’
Verwacht u dat dat half miljard er komt?
‘Dat is een democratische afweging. Maar we hebben het er met veel partijen over
gehad, en niemand heeft gelachen toen we dat bedrag noemden. Als je weet dat de
toekomst van dit land afhangt van de wetenschap, dan zul je daar gewoon in
moeten investeren. Er is geen andere mogelijkheid, want doe je het niet, dan
loopt het bedrijfsleven weg. Dan ben je bezig met zelfdestructie. Niemand
verwacht dat hier op 1 januari een cheque in de bus valt met 433 miljoen, maar
ik heb geen enkele twijfel dat het komt. Het is niet zomaar een bedrag, het is
een minimum bedrag.’
Tussenstuk:
13 thema’s
In de nieuwe strategie voor 2007-2010 presenteert NWO dertien interdisciplinaire
onderzoeksthema’s, die de speerpunten moeten vormen voor de bouw van nieuwe
wetenschappelijke infrastructuur, en voor maatschappelijk gerichte projecten.
Het gevraagde budget voor deze ‘actielijnen’ bedraagt jaarlijks 580 miljoen
euro, 285 miljoen meer dan het huidige budget.
De dertien thema’s zijn:
- Conflicten en veiligheid
- Creatieve industrie
- Culturele dynamiek
- Duurzame aarde
- Dynamica van complexe systemen
- Gebruik van nanowetenschap en -technologie
- Hersenen en cognitie
- Kennisbasis voor ICT-toepassingen
- Kwaliteit van leven/Dynamiek van levenslopen
- Maatschappelijk verantwoord innoveren
- Nieuwe instrumenten voor de gezondheidszorg
- Nieuwe methoden voor productie, opslag, transport en gebruik van energie
- Systeembiologie
Naar Innovatie lijst
, Wetenschap lijst
, Wetenschap
overzicht
, of site home
.
|