Bronnen bij Ontstaan moderne wetenschap: gilden
|
9 aug.2008 |
Merkwaardigerwijs
is er na de publicatie van het Rijnland-artikel over de invloed van de Middeleeuwen
ineens meer te lezen over de mogelijke goede waarden ervan:
Uit:
De Volkskrant, 07-08-2008, door Lenny Bosman e.a.
Je leert meer van je werk dan van een dure cursus
Mensen leren meer in de dagelijkse praktijk van hun werk dan op een cursus. Hoog
tijd om de relatie meester-gezel in ere te herstellen, menen Lenny Bosman e.a.
... De afgelopen maanden deden wij onderzoek naar leerprocessen
bij de overheid. Wij ontdekten dat professionals in de publieke sector méér
leren van ‘de praktijk’ dan van opleidingen, cursussen of trainingen. Die
laatste spelen vooral in het begin van iemands loopbaan een rol. Naarmate
professionals méér ervaring hebben, leren ze vooral van fouten. Populair
gesteld: van je neus stoten.
Iemand die dat goed begrepen had, was Arthur Docters van
Leeuwen. De voormalige baas van de Binnenlandse Veiligheidsdienst vroeg zijn
diensthoofden regelmatig wat er de afgelopen maanden mis was gegaan. Wie ‘niets’
antwoordde, kreeg te horen dat hij zijn best niet had gedaan.
In deze conclusie voelen wij ons gesteund door twee recente
publicaties. De eerste is een onderzoek van Intermediair onder bijna tienduizend
werknemers. Ook daaruit blijkt dat medewerkers meer van hun werk dan van een
dure cursus leren.
Volgens het weekblad kan een organisatie dan ook beter
investeren in een stimulerend leerklimaat dan in trainingen. Zo’n klimaat heeft
een structureel, een cursus of een training slechts een incidenteel karakter.
De tweede publicatie is die van de commissie-Bakker. Deze
adviseerde onlangs over blijvende arbeidsparticipatie. ...
In een kenniseconomie is levenslang leren volgens de commissie onvermijdelijk.
Ook zij stelt dat mensen vooral leren door steeds nieuwe dingen te doen op hun
werk.
We leren dus het meest van ons werk, maar ondertussen blijven
we iedereen maar vrolijk naar cursussen en opleidingen sturen. Precieze bedragen
zijn niet voorhanden, maar jaarlijks gaan er vele honderden miljoenen euro om in
de opleidingenmarkt voor de publieke sector. ...
Want eigenlijk is het heel eenvoudig. Hoewel we in dynamische
tijden leven, kunnen we nog altijd het beste te rade gaan bij de rustige en
overzichtelijke Middeleeuwen. Toen ontstonden de gilden. In een gilde werd
kennis en ervaring uitgewisseld. Nieuwe gildeleden werden opgeleid in ‘het vak’.
Na een gedegen opleiding kon een leerling erkend worden als vakman met de titel
‘gezel’. En uiteindelijk kon hij de titel ‘meester’ verwerven.
Dergelijke meester-gezel-verhoudingen zien we tegenwoordig
nog in de relatie tussen de chirurg en de arts-assistent, de notaris en de
kandidaat, de inspecteur en de rechercheur en de hoogleraar en de promovendus.
Voor de meester is zijn kennis vaak zo vanzelfsprekend dat
hij het moeilijk vindt om die over te dragen. De gezel kijkt dus af, imiteert,
leert door te doen. Waarom kunnen deze meester-gezel-verhoudingen niet op
grotere schaal worden toegepast bij de overheid? ...
Lenny Bosman-Koch, Hans van den Hul, Maxwell Keyte, Jan Wiebe Land, Serge
Lukowski, Paul Strijp en Jelleke Truijen zijn studenten aan de Nederlandse
School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.
Red.: Een voorbeeld:
Uit:
De Volkskrant, 07-08-2008, door Katrijn de Ronde
‘Mensen praten over een mooi dak’
Er zijn beroepen die nieuwsgierig maken. De naam is misschien nog wel bekend,
maar wat doet zo iemand eigenlijk? In een vijfdelige serie komen ze aan bod.
Vandaag: de rietdekker.
‘Het is mooi om ergens bovenop te zitten’, zegt Richard van Kempen (44). Vroeger
was hij rietdekker én succesvol marathonschaatser, tegenwoordig concentreert hij
zich op het maken van daken. ‘Als klein jongetje ging ik woensdagmiddag en
zaterdags met mijn vader mee, beetje op het dak zitten en kijken. Ik wist al
heel jong dat ik dit wilde.’
In 1985 ging hij bij zijn vader in het bedrijf. Hij begon met
halve dagen, zodat hij daarnaast kon trainen voor het schaatsen. Sinds 1996
werkt hij fulltime als rietdekker. In 2000 nam hij het bedrijf over.
...
Rietdekkers zijn vakmensen. Nederland telt ongeveer 350
rietdekkersbedrijven, met een gemiddelde grootte van 2,4 man. Nieuwe rietdekkers
worden intern opgeleid via een leerlingsysteem. ‘Het duurt drie tot vier jaar
voor je alle kneepjes kent en zelf een dak kunt leggen’, zegt Van Kempen. ...
...De oudste rietdekker bij Van Kempen is de 70-jarige Nico, die
bovenop het dak het riet bijsnijdt. Hij werkt drie dagen in de week en leert de
jonge jongens de kneepjes van het vak. Op die manier oud worden, lijkt Van
Kempen ook wel wat. ...
Naar Wetenschap, historie
, Wetenschap lijst
,
Wetenschap overzicht
, of site home
.
|