Bronnen bij Wetenschap, historie: de Nederlanden
|
26 sep.2008 |
Een voorbeeld van de vruchtbare grond waaruit ontdekkingen ontstonden in de
Nederlanden van de Verlichting is de gang van zaken rond de ontdekking van de
telescoop. Binnen korte tijd zijn daar zo veel mensen mee bezig geweest, dat
nauwelijks of niet is te achterhalen wie de eerste was. En daarbij gaat het hier
om het relatief aantal mensen:
Uit: De Volkskrant, 20-09-2008, door Govert Schilling
Jubileum | Historici blijven het oneens over de vraag wie de eerste 'buyse om
verre te sien' bouwde
Iedereen heeft de telescoop uitgevonden, misschien wel in 1608
Sacharias Jansen in Middelburg was niet de uitvinder van de telescoop, blijkt
uit .
historisch onderzoek. Hans Lipperhey trouwens ook niet.
Tussentitel: 'Johannes Sachariassen secht, dat syn vader den eersten
verrekijcker
maeckte hier te lande anno 1604'
Wetenschapshistoricus Huib Zuidervaart windt er geen doekjes om. De rol van
Sacharias Jansen bij de uitvinding van de telescoop is 'van nul en generlei
waarde'.
De flamboyante Zeeuwse marskramer en valsemunter mag dan
geëerd zijn met een gedenksteen in de muur van de Nieuwe Kerk in Middelburg en
met een klein gevelbeeldje op het Amsterdamse Rokin, hij heeft hoegenaamd niets
bijgedragen aan de belangrijkste uitvinding in de geschiedenis van de
sterrenkunde, die volgende week uitgebreid wordt herdacht.
De oudst bekende melding van 'een seecker instrument om verre
te sien' dateert van 25 september 1608, aanstaande donderdag vierhonderd jaar
geleden.
Het gaat om een aanbevelingsbrief die de Middelburgse
brillenmaker Hans Lipperhey meekreeg van de Gecommiteerde Raden van Zeeland toen
hij bij de Staten-Generaal in Den Haag octrooi wilde aanvragen op zijn
'verrekijker'.
Lipperhey demonstreerde het instrument aan Stadhouder prins
Maurits, die er vanaf de toren van het huidige Binnenhof de tijd mee kon aflezen
op de kerkklok van Delft. Zo'n instrument kon tijdens de Tachtigjarige Oorlog
nog goed van pas komen.
Lipperhey kreeg opdracht voor de bouw van drie telescopen
(voor het indertijd 'astronomische' bedrag van 900 gulden), maar het octrooi
werd hem nooit verleend.
Half oktober 1608 bleek namelijk dat er meer ambachtslieden waren die de
uitvinding claimden, onder wie Jacob Metius uit Alkmaar en een 'jongeman' uit
Middelburg. De Staten-Generaal concludeerden in elk geval dat de benodigde
kennis voor de bouw van de 'buyse om verre te sien' kennelijk vrij algemeen
bekend was.
Was de 'jongeman' uit Middelburg Sacharias Jansen? Niet
uitgesloten, aldus wetenschapshistoricus Zuidervaart, die verbonden is aan het
Huygens-instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen,
maar allerminst zeker. ...
Vermoedelijk, aldus Zuidervaart, bestond de telescoop
inderdaad al vrij ver voor 1608, als een soort optisch speeltje. Lipperhey was
zo goed als zeker de eerste die er een echt bruikbaar instrument van maakte,
door het toepassen van een diafragma. Bovendien leidde zijn demonstratie voor
prins Maurits, mede dankzij de daaropvolgende publiciteit, tot een zeer snelle
verspreiding van de verrekijker door Europa. ...
Over één ding zijn Zuidervaart en De Rijk het in elk geval
eens: de verrekijker is niet zozeer uitgevonden, maar eerder geëvolueerd uit het
idee om een bolle en een holle lens te combineren. ...
Red.: Een redelijk soortgelijk verhaal geldt voor de
uitvinding van de boekdrukkunst.
Naar Wetenschap, historie
, Wetenschap lijst
,
Wetenschap overzicht
, of site home
.
|