Wetenschap en religie
Eén van de essentiële kenmerken van de wetenschap is de aanname dat een grote
hoeveelheid gebeurtenissen een relatie hebben van "oorzaak" en "gevolg". Dit
lijkt een aanname die zich beperkt tot het veld van de wetenschap. Dat is
onjuist. Het is tevens een algemene culturele uitspraak, zoals we eerder gezien
hebben in Wetenschap en cultuur
. In
het huidige artikel gaat het om een andere specifieke culturele houding die op vele plaatsen
nog steeds domineert: religie.
In de meeste religies kent men geen relatie tussen "oorzaak" en "gevolg" op
de ons bekende manier. In het religieuze denken wordt de oorzaak van gebeurtenissen geheel of volledig
toegeschreven aan de invloed van gepersonifieerde krachten die de loop van de
gehele wereld en het universum bepalen - in
het algemeen één of meerdere goden die vaak tevens de scheppers van de wereld
zijn.
Een groot deel van de aantrekkelijkheid van dit soort religies bestaat uit het idee dat de
mens een apart soort relatie met de godheid heeft, bijvoorbeeld dat de mens naar
het goddelijke evenbeeld geschapen is, of dat de godheid door menselijk gedrag,
zoals bidden, beïnvloed kan worden, en daarmee ook de dagelijkse werkelijkheid.
Er is dus sowieso een impliciete tegenstrijdigheid tussen wetenschap en
religie wat betreft de oorzaak der dingen. De expliciete strijd tussen wetenschap en religie is ontstaan toen wetenschap
en technologie steeds meer zaken gingen produceren die niet eerder bestonden - toen ze
gingen scheppen - een claim die de religie aan zichzelf had voorbehouden. Het pijnlijke voor de
religie is dat de wetenschap haar scheppende claim kan demonstreren, en de
religie niet.
Dat laatste is de leidraad van het bekende verhaal van de strijd tussen
religie en wetenschap, zoals normaliter gesitueerd vanaf de Verlichting
. Hier
gaat het verder om het impliciete deel van die strijd en tegenstelling:
de manier van denken.
Het feit dat de wetenschap resultaten boekt en religie niet, gaat terug naar
hun respectievelijke basis - daar waar je terecht komt als je een probleem gaat aanpakken: je
ziet iets gebeuren, en het probleem, de vraag, is "Waarom?". Dan zijn er, zoals
al beschreven in de eerste alinea, twee soorten aanpak: de oorzaak ligt in een
of ander waarneembaar gebeuren, of de oorzaak ligt in een onwaarneembaar
gebeuren. Het eerste pad volgende begint er een zoektocht: welke andere dingen
veroorzaken het waargenomene - het tweede pad volgend is de zoektocht meteen
afgelopen - er valt niets meer te zoeken. Het eerste pad kan tot resultaten
leiden, of niet, maar het is vrij zeker dat als je het een enkele keer doet er
al wat van
leert, en als je het vele malen doet, is het absoluut zeker dat je er wat van
leert
. Van
het tweede pad is zeker dat je er niets van leert als je het één keer volgt - je
kende de uitkomst namelijk al. En
het is dus even zeker dat je er niets van leert als je het talloze malen volgt.
Dit
geldt in principe voor alle vormen van religie, maar er zijn aanzienlijke
verschillen voor de mate waarin. Naarmate een religie meer gecodificeerd is, en
die codes dichter bij het dagelijkse leven staan, is die invloed natuurlijk
groter. Het drietal van de joods-christelijke-mohameddaanse godsdiensten met hun
enkele wereldbestierende godheid zijn dan ook de allerergste - met als toppunt
degene met de meeste praktische regels: de islam. Binnen de christelijke
godsdiensten zijn er ook weer vrij grote verschillen. In de katholieke versie
wordt de geloofsbelevenis geregeld via het priesterdom, met aan de top van de
hiërarchie de paus als vertegenwoordiger van christus op aarde. In het
protestantse godsdiensten moeten de gelovigen ieder voor zich de relatie tot hun
god regelen - zie de figuur die links de katholieke, en rechts de protestantse
benadering van god illustreert (uit E. de Bono, The Greatest Thinkers).
Het spreekt voor zich dat de laatste groep flexibeler is in haar omgang met de
werkelijkheid en de wetenschappelijke benadering, daar ze zelfstandiger leert
denken. Voor zover wetenschappers gelovig waren of zijn, gebruiken ze het rationele deel
van hun geest voor de wetenschap, en het emotionele deel voor het geloof, een
vorm van compartimentalisatie
- een
van de vele psychische gevolgen die geloof blijkt te kunnen hebben
.
Er is dus een fundamentele tegenstrijdigheid tussen wetenschap en alle vormen van religie die een
invloed op de waarneembare wereld beweren te hebben. Er is geen uitweg uit dit
dilemma, behalve de veronderstelling dat die gepersonifieerde kracht, die godheid,
het gehele universum inclusief de wetenschap heeft geschapen (klik op het
plaatje voor een illustratie van dit dilemma). Deze uitweg maakt in feite de
wetenschap zelf de religie als verklaring van de wereldlijke gebeurtenissen, en
is daarmee identiek aan het idee dat de wetenschap die verklaring is zonder de universum creërende
godheid.
Die kloof tussen wetenschap, of rationaliteit in het
algemeen, en religie slaat niet alleen op de visie over hoe de wereld werkt,
maar strekt zich ook uit tot hoe die wereld ingericht wordt door de mens. In feite zijn waarden als democratie en vrijheid gebaseerd
op rationaliteit, en daarmee in strijd met religie. Het is heel makkelijk om aan
te tonen dat landen waar de wetenschap bloeit, de landen zijn waar democratie
heerst, en religie weinig invloed heeft op de staat, en landen waar religie een
grote invloed hebben op de staat, weinig democratisch zijn en weinig presteren
in wetenschap. In landen waar de invloed van de religie toeneemt, neemt de druk
op de wetenschap toe, zie bijvoorbeeld in Amerika
.
Daar waar de rationaliteit of wetenschap als basis voor een maatschappelijke inrichting wordt
genomen, is religie dus fundamenteel in tegenspraak met die inrichting. Op grond
hiervan zou in een echt rationele wereld het verschijnsel religie in de openbaarheid
verboden moeten worden, en beperkt moeten worden tot de privé-sfeer. Dat dit
niet gebeurt komt omdat religie over de hele wereld nog
steeds veel populairder is dan wetenschap. De reden daarvan is simpel: wetenschap
is veel moeilijker dan religie - althans de meest scheppende
van de wetenschappen waar we het hier over hebben: de natuurwetenschap. Vanwege zijn
inherente moeilijkheid zijn er relatief weinig geschoolden in welke wetenschap
dan ook, en in natuurwetenschap in het bijzonder. De
rest van de bevolking doet dus wat ze kán doen: zich behelpen met de religie.
Dat religie nog zo'n openbare rol in zelfs onze westerse maatschappijen heeft,
betekent dat deze maatschappijen niet anders dan als redelijk primitief kunnen
worden gezien. Dat is niets bijzonders want net zoals wij alle vorige beschavingen
als primitief zien, zullen toekomstige waarnemers de huidige wereld natuurlijk
als primitief of onbeschaafd beschouwen - er vanuit gaande dat de ontwikkeling van de
mensheid zich voortzet. En het leidt bijzonder weinig twijfel dat de dominantie
van religie één van die kenmerken zal zijn op grond waarvan ze onze wereld als primitief
en onbeschaafd zullen bestempelen. Ter illustratie: er zijn ontelbare titels in
het genre van sciencefiction geschreven, maar het aantal waarin religie een rol
van betekenis speelt, of zelfs voorkomt, is op de vingers van een hand te tellen
- religie is niet iets van de toekomst, vindt zelfs het veelal uit het
behoorlijk religieuze Amerika afkomstige sciencefiction-schrijversvolk
Als we onze huidige maatschappij willen verbeteren, is het dus een voor de
hand liggende stap om religie uit haar bestuur en het openbare leven te verbannen. Maar als er
een relatief aanzienlijk aantal mensen is waarvoor de normen van de privé-sfeer
fundamenteel verschillen van de maatschappelijke normen, zijn er dusdanige
problemen te verwachten dat in feite de religie in de privé-sfeer ook op alle
mogelijke manieren ontmoedigd zou moeten worden
.
De huidige wereld is in een dusdanig primitief ontwikkelingsstadium dat de laatste stappen vooralsnog
onhaalbaar zijn.
Meer over religie vanaf hier
.
Naar Wetenschap en cultuur
, Wetenschap lijst
,
Wetenschap overzicht
, of site home
.
|
|
2 nov.2003; rev.2 dec.2008 |
|