Bronnen bij Westerse cultuur: religie

De trend in de westerse cultuur was, in ieder geval in Nederland, tot voor een decennium of zo, een redelijk continue lijn weg van de religie. De traditionele kerken liepen en lopen in hoog tempo leeg, en omvangrijke groepen zoeken hun weg richting stromingen als het boeddhisme en non-seculiere levensovertuigingen. Dat hield in dat religie nauwelijks meer een item was in het maatschappelijke debat.
Daarin kwam verandering met de massa-immigratie van moslims, en de steun die ze kregen en krijgen van een groot deel van de bestuurlijke en intellectuele elite. Dat heeft ook hernieuwde kracht gegeven aan de christelijke religieuzen, en heeft het debat tussen religie en humaniteit, humanisme, verlichting of hoe je het ook wilt noemen, in zijn algemeenheid nieuw leven ingeblazen.
Veelal wordt dit debat, schrijvende in december 2010, opgehangen aan de botsing tussen de vrijheid van meningsuiting versus de vrijwaring van belediging - vaak in wat bedekte termen als: "Dat je alles mag zeggen, betekent toch niet dat je het hoeft te doen?"

Die bedekte termen zijn retoriek en/of huichelarij. Richting degenen die wijzen op de strijdigheid van islam en humanistiek worden de meest smerige beledigingen gehanteerd, inclusief vergelijkingen met het Derde Rijk. Het gaat dus duidelijk niet om beledigingen op zich - het gaat bij de oproep om terughoudendheid in de verbale uitingen uitsluitend om religie en dat dan weer vrijwel uitsluitend de islam. Daarnaast maakt men geen enkel bezwaar tegen de beledigingen geuit binnen en door de islam uitleg of detail . Men kent religie rechten toe die niet-religieuzen niet vindt toekomen. Het gaat hier dus wel degelijk over de strijd tussen religie en de vrijheid en de humanistiek.
Omdat religie niet verdwijnt vanwege haar aantrekkelijkheid voor de onzekere geest, laait deze discussie met grote regelmaat opnieuw op, net sinds een decennium of ze meestal de ostentatieve een rumoerige nieuwkomer, de islam, als focus. Voor het debat dat we er hier uitlichten, begon dat met een rede van (toenmalig) fractieleider van GroenLinks, Femke Halsema, die enigszins verschoof in haar langdurig multiculturele en pro-islam standpunt, in dat ze de vrijheid van godsdienst stelde tegenover één van de onvrijheden waar godsdienst zelf toe leidt, in de vorm van interne groepsdwang. Ook weer met de islam als aanleiding, omdat het vooral de islam is die het haar volgelingen vrijwel onmogelijk maakt zich in het openbaar van de islam te distantiëren, in zoverre dat daar formeel zelfs de doodstraf op staat.

Dit is het uitgangspunt. Meteen al leidden het tot een sterke tweedeling. Want Halsema's stap was dan wel een beweging in de richting van de vrijheid, maar ze stond nog voor een groot deel in het veld van de religieuzen (de Volkskrant, 15-10-2010, door Els Geuzebroek):
  Bescherm eerst vrijheid van godsdienstkritiek

Els Geuzebroek | Els Geuzebroek is secretaris van het Atheïstisch Verbond. Als de vrijheid van meningsuiting zelfs onder politici wordt geremd door angst voor religieuze woede en gevoeligheden, zouden die politici moeten beseffen dat ze juist deze vrijheid moeten beschermen tegen die religies. Tot dat gebeurt, voelt een groot deel van seculier links zich politiek ontheemd.


Tussentitel: Halsema wil kritisch zijn over religie en tegelijk schoon blazoen houden

‘Ons komt een taak toe om in het gepolariseerde debat dat wij nu kennen de godsdienstvrijheid te verdedigen’, zei Femke Halsema afgelopen zaterdag tijdens de conferentie ‘Godsdienstvrijheid of vrij van godsdienst?’ (O&D, 12 oktober).
    Natuurlijk komt die taak GroenLinks niet vandaag voor het eerst toe. Deze lag al te wachten sinds bijvoorbeeld GroenLinks-politicus Mohammed Rabbae voorstelde De Duivelsverzen van Salman Rushdie ‘via de democratische weg’ te verbieden in plaats van door een fatwa die opriep tot het vermoorden van de schrijver.   ...

En eigenlijk is dit nog niet scherp genoeg geformuleerd. "Godsdienstvrijheid" is psychologisch gezien een contradictie in zichzelf uitleg of detail , omdat godsdienst werkt als een beperking van de geest . Waar het ook voor bedoeld is, want godsdienst is ervoor om de onzekerheden van het leven het hoofd te bieden en te verminderen - en die onzekerheden zitten vastgenageld aan vrijheden. Mohamed Rabbae en zijn islamitische geloofsgenoten willen een boek verbieden, omdat dat boek hen bloot zou kunnen (!) stellen aan levensvrijheden waar ze bang voor zijn. Alle andere woorden waarin ze hun bezwaren gieten, zijn verhullingen, leugens, voortgekomen uit diezelfde angst.
  Sindsdien hebben zich ontelbare gelegenheden voorgedaan die de linkse partijen hadden kunnen inspireren tot het verdedigen van de godsdienstvrijheid én de godsdienstkritiek.
    De oproep van Femke komt erg laat. Linkse partijen zijn inmiddels massaal verlaten, mede omdat de opvattingen van het volk over de massa-immigratie en overal zichtbare, door de islam veroorzaakte problemen werden afgedaan als populisme, onderbuikgevoelens en vreemdelingenhaat. De discussie werd taboe verklaard, en daarmee overgelaten aan anderen. Velen hebben inmiddels hun nek al uitgestoken, met allerlei vormen van demonisering als resultaat.

Een herhaling van wat hierboven al staat.
  De polarisatie van het debat is niet in eerste instantie ontstaan door de opkomst van Wilders en zijn ruwe taal. De polarisatie ontstond doordat politici de discussie over godsdienst en vrijheid van meningsuiting onderdrukten vanwege de woede die dit opwekte in bepaalde religieuze kringen.

Datgene dat al enige tijd terug aanleiding zou hebben moeten zijn voor de multiculturalistische elite om hun standpunten op te geven: Wie bezwaar maakt tegen Wilders, moet de oorzaken van zijn opkomst bestrijden. En dat is per definitie niet Wilders zelf. De oorzaak van de opkomst van Wilders is de islam, met onder andere haar overduidelijke vrijheid-beperkende neigingen:
  Dit blijkt zelfs uit de inleiding van Halsema’s toespraak: ‘Laat ik er maar geen geheim van maken dat ik dit een moeilijke toespraak vind. Spreken over godsdienstvrijheid en godsdienstkritiek is als het betreden van een smal en met prikkeldraad omzoomd pad. De gevoeligheden zijn groot – dikwijls spreek je over de diepste overtuigingen en meest persoonlijke emoties van mensen, boosheid ligt op de loer en ergernissen hopen zich snel op.’

QED.
  Maar boze emoties zijn in een vrije maatschappij geen reden om een discussie niet te voeren. De problemen die door religie worden veroorzaakt zijn groot, en een van de oorzaken is het psychische verdedigingsmechanisme dat een confrontatie met de werkelijkheid belemmert. Dat zijn die ‘gevoeligheden’ waar elke criticus mee te maken krijgt.
    In het verleden werd vanuit het christendom met agressie en moordzucht gereageerd op iedere uiting die de dogma’s aantastte. Maar dit is niet vanzelf overgegaan. Het kwam tot een einde omdat de kritiek bleef klinken, en door een steeds groter publiek werd gehoord.    ...
    Wie kritisch is over religie en de fundamentele waarden ervan wil aanpakken, krijgt bij voorbaat te maken met verdachtmakingen en karaktermoord. Hoe vriendelijk, beleefd en invoelend je het ook probeert, zodra je aangeeft de waarden van de islam discriminerend, gewelddadig, onderwerpend en in wetenschappelijk en historisch opzicht onjuist te vinden, word je ingedeeld in het hokje van onwetende, xenofobe, racistische, extreemrechtse haatzaaier. Velen hebben dit genoegen tot hun verrassing al mogen smaken.

Allemaal waarheden.
    En dan waar het omgaat wat betreft het startpunt van de dialoog:
  Femke Halsema lijkt kritisch over religies te willen zijn en tegelijk een schoon blazoen te willen houden. Dat zijn tegenstrijdige doelen.

En de reden dat ze dit zo doet, is niet moeilijk te raden:
  Halsema probeert dit lot [demonisering, red.] misschien te ontlopen door te stellen dat religie een individueel recht is, en dat het collectief individuen dus niet mag dwingen bepaalde regels te volgen.

Wat weer een bewijs is van de vrijheid-beperkende rol van religie en haar ondersteuners.
    En in deze contradictoire positie worden, net als in alle contradictoire posities, enorme redenatiefouten gemaakt en valse gelijkstellingen gepleegd - want wie stelt dat 1 + 1 gelijk is aan drie, komt even makkelijk tot 1 + 1 is vijf, of nul, of zeven-en-een-half (wie niet snapt dat dit hetzelfde is als een contradictie: 1 + 1 kan dus ook 1 zijn - aangezien de eerste 1 al gelijk is aan 1, is de tweede 1 dan dus gelijk aan 0 - oftewel: 1 = 0 - een contradictie).
   Hier zijn een paar van die valse gelijkstellingen volgende uit de oxymoron "godsdienstvrijheid":
  Haar stelling strekt zich tegelijkertijd in twee richtingen uit: terwijl moslims hun dochters en zusters niet mogen dwingen hoofddoeken te dragen, mag de partij van Wilders moslimvrouwen niet dwingen ongesluierd als politieagente te werken. Wilders zal dan net zulke harde kritiek ten deel vallen als de fundamentalistische familieleden die hun dochters opvoeden met seksuele onderdrukking.
    Dat klinkt rechtvaardig, maar wat hier verloren gaat, is het uitgangspunt van scheiding tussen kerk/geloof en staat. De hoofddoek staat bijvoorbeeld voor een fundamenteel ander rechtssysteem dan het westerse. Iemand die een hoofddoek draagt, geeft in feite aan het westerse rechtssysteem ondergeschikt te achten aan het islamitische systeem. Zulke mensen moeten worden geweerd uit instanties die burgers wettelijke bescherming moeten bieden.
    Je kunt onderdrukking door familieleden helemaal niet gelijkstellen aan het streven religieuze uitingen te weren uit instanties die erop moeten toezien dat de wet wordt gehandhaafd.

En een andere, nog fundamentelere:
  Ook Halsema’s streven om het recht van ouders te beschermen om hun kinderen te laten vormen op de religieuze school van hun keuze weerspreekt de vrijheid van het individu. Religieuze scholen zijn juist een vorm van het collectivisme dat individuen onderwerpt. Zij voeden kinderen juist op met denkbeelden die religieuze discriminatie bevorderen. Zeker islamitische scholen leren kinderen de kunstmatige traditionele rolpatronen en seksuele onderdrukking aan.

Mat als logische conclusie:
  De staat zou het financieren van deze vormen van religieus onderwijs juist volledig moeten afschaffen. De staat moet zorgen voor neutraal onderwijs dat is gericht op het aanleren van een zo breed mogelijk scala aan vaardigheden en zo breed mogelijke kennis, waarin kinderen hun specifieke aard en talenten leren ontdekken.
    Religieus onderwijs kan in het kader van de godsdienstvrijheid daarnaast worden genoten, en kan eventueel worden gefinancierd door de religieuze instellingen zelf. Dat is in wezen niet anders dan allerlei hobby’s en sporten die kinderen naast het normale onderwijs beoefenen en die een rol spelen in hun algemene ontwikkeling.

En aangaande de algemene zaak:
  Als de vrijheid van meningsuiting zelfs onder politici wordt geremd door angsten voor religieuze woede en gevoeligheden, zouden die politici als eerste moeten beseffen dat juist deze vrijheid moet worden beschermd tegen de druk die vanuit de religies wordt uitgeoefend. Niet de vrijheid van godsdienst moet door de overheid extra worden ondersteund, maar de vrijheid van godsdienstkritiek.
    De oproep van Femke Halsema is een teken van progressie, maar progressief in de zin van vrije kritiek in een vrij land is het nog altijd niet echt. Zolang het nog niet wordt aangedurfd om zonder voorbehouden en concessies zekere religieuze uitgangspunten verantwoordelijk te stellen voor diverse maatschappelijke problemen is het blijkbaar nog steeds niet duidelijk waar de schoen wringt. Tot die tijd voelt een groot deel van seculier links zich politiek ontheemd.

    Goed, dat was de reactie op Halsema vanuit de seculiere hoek. Maar ook de religieuze hoek was getroffen (De Volkskrant, 15-10-2010, door André Rouvoet):
  Halsema, bemoei je niet met godsdienst

Femke Halsema meent ten onrechte dat je inbreuk op de grondrechten mag maken ter wille van de emancipatie

André Rouvoet | André Rouvoet is politiek leider van de ChristenUnie. Hij was coreferent op het congres over godsdienstvrijheid van GroenLinks. Rouvoet meent dat Femke Halsema inbreuk wil maken op grondrechten omwille van de emancipatie van het individu. Maar de grondrechten zijn juist bedoeld om de politiek buiten het privédomein te houden.

Tussentitel: Wie moet bepalen wanneer er sprake is van vernedering of dwang?

‘Spreken over godsdienstvrijheid is als het betreden van een smal, met prikkeldraad omzoomd pad. Je spreekt over andermans diepste overtuiging: boosheid ligt op de loer en ergernissen hopen zich snel op.’ Zo begon Femke Halsema haar toespraak tijdens het congres ‘Godsdienstvrijheid of vrij van godsdienst?’ van GroenLinks (Opinie & Debat, 12 oktober). Zij zette in met de opmerking dat de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging een individueel recht is dat bescherming verdient. Iedereen mag geloven wat hij of zij wil. Woorden die mij uit het hart gegrepen zijn. Het verdient waardering dat een politica van een zich bewust als seculier presenterende politieke partij dit recht op deze wijze markeert.    ...

Hierin, hoe logisch klinkend misschien ook, schuilt al de wortel van het kwaad. En wel in deze specifieke frase 'Je spreekt over andermans diepste overtuiging ...' Hoezo is dat een punt? Waarom moet dit apart genoemd worden?
   Dit zijn retorische vragen, waarop het bekende antwoord luidt: "Omdat religieuze meningen een hogere status hebben dan niet-religieuze". En hoe bekend ook, want het zijnde woorden van Halsema en ze is het er kennelijk mee eens, tot genoegen van Rouvoet natuurlijk, het is natuurlijk een glasharde leugen van de soort over de goede kledingsmaak van de keizer: iedereen denkt en gelooft het, maar het is doodgewoon niet war. Geen enkele mening van een mens is meer waard als die van een ander, ook al haalt hij er hemel en aarde bij. Een mening is een mening. En in het praten over die mening gelden dezelfde regels voor iedereen. Of het nu gaat over de juiste smaak van de kaas in de muizenval, of de aard van de bevelen van de god die in de hemelen zij. Zodra iemand gaat afwijken van dit standpunt, en zijn mening meer waarde toekent op onbewijsbare gronden, is de discussie afgelopen. Dan kan je alleen nog zwijgen, en ligt het risico van geweld op de loer.
   Nu heeft André Rouvoet van een vrij lichte vorm van religie:
  Ik ben het ook met Halsema eens dat in een open en plurale samenleving religies en levensovertuigingen bekritiseerd mogen worden: zij zijn niet boven kritiek verheven als hun oorsprong religieus is. Religiekritiek is dus mogelijk.

Maar hij heeft problemen zodra het fundamentele punt is de buurt komt: religie is onvrijheid:
  Mijn moeite met het betoog van Halsema zit in de manier waarop zij de grondrechten inzet in haar strijd tegen wat in haar ogen moet worden beschouwd als ‘dwang en vernedering’. Die kanteling in de toespraak wordt scherp gemarkeerd waar Halsema aangeeft dat zij respecteert ‘dat mensen samen, in de uitleg van hun geloof, tot gedragsvoorschriften en leefregels komen, waaraan zij zich – in vrijheid, zeg ik met nadruk – willen houden’. Zij vindt het zelfs haar plicht deze fundamentele vrijheid van mensen te verdedigen.
    Vervolgens verbindt zij daar een ‘maar’ aan: vanuit de gedachte dat godsdienstvrijheid een individueel recht is, mag zij ‘er niet toe leiden dat gelovigen worden bekneld in hun levensstijl of in hun hoogstpersoonlijke wijze van geloven’.

Scherper geformuleerd:
  Heeft de individuele godsdienstvrijheid voorrang boven de collectieve godsdienstvrijheid?’

Vervolgens komt er een stuk over dit dilemma en haar verhouding tot de geldende wetten. Waarna het terugkomtop de kernvraag:
  Het argument van emancipatie, hoe legitiem ook als doelstelling van politieke partijen of van overheidsbeleid, is onvoldoende legitimatie om vanuit het politieke domein te interveniëren in het door de grondrechten afgebakende privédomein.
    Dat kwam duidelijk aan het licht toen tijdens het debat de casus van de SGP werd opgevoerd: het zit Halsema en andere progressieve politici dwars dat er kennelijk vrouwen zijn die zich een verbod op actieve politieke participatie laten welgevallen.

En hier hebben we de contradictie weer: André Rouvoet vindt dat een godsdienstige club wel haar normen mag opleggen, maar de club van ons allen, de maatschappij of de staat niet. Hij acht zijn religieuze norm meer waard dan de niet-religieuze.
   Overigens zou hiertegen aangevoerd kunnen worden dat het lidmaatschap van de religieuze club vrijwillig is, en van de staat niet. Dat kan aanvaard worden. Maar dan is er een direct en onlosmakelijk vervolg: het argumenten is beslist niet geldig voor de kinderen. En die moeten dan van de religieuze dwang gevrijwaard worden. Wat grotendeels hetzelfde is als het opheffen van religie, zoals de ervaringen in Nederland van de laatste vijftig jaar bewijzen.
    Zoals al vermeld gaat Rouvoet tussendoor redelijk uitvoerig in op de rechten van godsdienst en godsdienstigen in de Grondwet en afgeleide wetten. De wetten zijn gebaseerd op de al gemelde fundamentele denkfout:dat godsdienstige meningen meer waard zijn dan andere. Dat blijkt inderdaad uit de Grondwet,door het apart vermelden ervan. Dit is het gevolg van de traagheid van de geschiedenis en de wetgeving. Dit is de oude, archaïsche, kijk op beschaving. Deze aparte vermelding van godsdienst zou onmiddellijk uit de wetten moeten worden geschrapt, en voor zover het geldige regels betreft, ingedeeld bijna de overige rechten aangaande meningen enzovoort.
    Hetgeen ook de weerlegging is van Rouvoet's laatste punt:
  De strategie van emancipatie en bevrijding van Halsema en GroenLinks is in wezen vatbaar voor dezelfde kritiek als de benadering van Geert Wilders en de PVV van de islam: gelovige moslims, christenen en SGP-vrouwen moeten bevrijd worden van onderdrukkende geloofsvoorschriften, leefregels en ideologieën. Mijn boodschap aan beiden is dan ook: de scheiding van kerk en staat werkt niet één, maar twee kanten op.

Die scheiding van kerk en staat is er nu niet. Die scheiding van kerk en staat moet er dus wel komen, op de boven beschreven manier. Daarna kunnen alle nog lopende problemen aangaande gedrag van mensen besproken worden in het kader van deze nieuwe wetten en de oude regels. Die regels ruwweg zijnde dat je aan ander geen schade mag berokkenen, als daar geen andere goed argumenten tegenover staat. En als wetenschappelijk aangetoond kan worden dat het onderhouden van religie leidt tot geestelijke schade, is dat dus het einde van het fundamentele recht om een kind met een religie op te voeden. Net zo goed als er geen fundamenteel recht bestaat je kind lichamelijk tekort te doen. In hoeverre dat reikt, is een punt van toekomstige maatschappelijke discussies.
     Natuurlijk waren er ook andere bezwaren (de Volkskrant, 16-10-2010, ingezonden brief van Jan de Beer (Den Haag)):
  Rouvoet moet toontje lager zingen

In reactie op de bijdrage van Femke Halsema haalt André Rouvoet zelf artikel 6 van de Grondwet al aan: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’ (Opinie & Debat, 15 oktober).
    Dat ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’ is belangrijk, omdat het betekent dat een religieuze opvatting nooit een excuus mag zijn de wet te overtreden. Dus ook het verbod op aanzet tot discriminatie niet (Wetboek van Strafrecht, artikel 137d).
    Door hier te spreken over botsende grondrechten, miskent Rouvoet dat de grondwettelijke vrijheid van geloofsbelijdenis precies daar ophoudt waar de wet begint. Zeker als vooraanstaand lid van een partij die onlangs heeft bewezen niet op een volwassen manier met praktiserende homoseksuelen om te kunnen gaan, zou het hem passen een toontje lager te zingen als het over grondrechten gaat.

De huidige positie en wetspraktijk komt er min of meer op neer dat niemand mag discrimineren, behalve religieuzen: "De religieus mag weigeren jouw hand te schudden, maar jij mag die religieus niet uit jouw werkkamer weren".
    En (de Volkskrant, 16-10-2010, ingezonden brief van P. Steeman (Assen)):
  Keppeltje of hoofddoek

Hierbij een reactie op het betoog van de heer Rouvoet over de scheiding van kerk en staat. Ik ben het helemaal eens met André Rouvoet in zijn kritiek op mevrouw Halsema, voor zover het de voorbeelden betreft die hij opvoert.
    ... er zijn andere voorbeelden te geven, waarbij godsdienstige opvattingen schuren met andere belangen. Wat bijvoorbeeld te denken van ritueel slachten van dieren? Ervan uitgaande dat dieren om deze reden erger moeten lijden dan toch al het geval is.
    Ik vraag mij sowieso af of je elke regel die van een godsdienst uitgaat direct moet accepteren als een godsdienstige regel en het dus onder de vrijheid van godsdienst moet laten vallen. ...
    ... Als je dat gaat doen, ligt de weg open om in een heilig boek allerlei willekeurige zaken op te nemen die dan vanwege godsdienstvrijheid moeten worden geaccepteerd.   ...

En (de Volkskrant, 16-10-2010, ingezonden brief van Margot Blom (Amsterdam):
  Bemoeizucht

Grondrechten zijn bedoeld om politiek buiten het privédomein te houden, stelt André Rouvoet. Graag! Mag ik dan de ChristenUnie vriendelijk verzoeken zich niet te bemoeien met andermans lijf en leden inzake thema’s als euthanasie en abortus?

Daarna was de dialoog ver genoeg gevorderd, en het maatschappelijke veld ook inmiddels genoeg opgebroken, om tot de publicatie te kunnen komen van een stuk dat voorheen niet had gekund (de Volkskrant, 24-12-2010, door Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA):
  Elke religie bedreigt rechtsstaat

Het perspectief van een seculiere staat is het beste antwoord op de religieuze en exclusivistische eisen die aan de overheid gesteld worden.


Tussentitels: Goddelijke bevelstheorie ontkent individuele autonomie
Voor Amerikaanse revolutionairen is ook beste overheid noodzakelijk kwaad


In de afgelopen tien jaar is vrij plotseling het idee ontstaan dat wij in een joods-christelijke traditie staan en dat wij die moeten verdedigen tegen aanspraken die moslims maken op een eigen traditie, gebaseerd op islamitische wetten die zich niet verdragen met de democratische rechtsorde.
    Die stelling impliceert dat de joods-christelijke traditie zich wél laat combineren met een democratische orde. In zijn recente boek The Secular Outlook beweert Paul Cliteur echter dat de joods-christelijke traditie net zo min als de islamitische een positieve bijdrage levert aan de democratie, omdat ook het jodendom en het christendom gebaseerd zijn op een goddelijke bevelstheorie die de morele autonomie van de mens ontkent. En zonder morele autonomie geen liberale democratie.
    Als Cliteur gelijk heeft, dient de democratische rechtsorde erop gericht te zijn alle goddelijke bevelstheorieën buiten de deur te houden. Cliteur noemt dat in zijn boek 'het seculiere perspectief'. Burgers die het 'joods-christelijk perspectief' omhelzen, staan niet afwijzend ten opzichte van een rechtsstaat die het christendom een geprivilegieerde positie toeschrijft. In hun ogen is niet elke goddelijke bevelstheorie een vijand van de democratie, maar alleen die van de islam.    ...

Deze kop is een nevenstelling van hetgeen hierboven is betoogd: een religieuze mening is niet meer waard dan welke andere ook. Namelijk: als je er wel vanuit gaat dat een religieuze mening meer waard is dan een andere, is een religie een gevaar voor de rechtsstaat. want het kweekt fundamentele ongelijkheid tussen mensen.
    Fennema behandelt ook nog een van de vele contradicties van religieuzen, namelijk die van degenen die menen dat hun religieuze mening wel meer waard is, en de mening van een andere religie niet.
  In dit laatste perspectief herkent men onmiddellijk de opvatting van Frits Bolkestein over de vrijheid van onderwijs, en de standpunten van de PVV. Paradoxaal genoeg ligt het standpunt van Rob Riemen, auteur van De eeuwige terugkeer van het fascisme, daar niet ver van af. Ook Riemen verdedigt onze cultuur als een joods-christelijke, tegen het platte materialisme van de PVV ...
    Ook Ella Vogelaar en een deel van haar partijgenoten zien de sociale democratie in het verlengde van de joods-christelijke traditie, al wil zij daar de islamitische aan toevoegen.   ...
    Volkskrant-redacteur Chris Rutenfrans verdedigt de joods-christelijke traditie tegen die van de islam. Alleen de laatste leidt in zijn ogen tot moord en doodslag. Rutenfrans brengt in debat met Cliteur (Opinie & Debat, 4 december) twee argumenten in. Ten eerste zegt hij dat christendom en jodendom vandaag de dag toch niet of nauwelijks terroristen voortbrengen, terwijl dat bij de islam wel het geval is. Cliteur antwoordt dat zijn filosofische verhandeling niet bedoeld is om tot empirisch toetsbare hypotheses te leiden, maar om in algemene zin de tegenstrijdigheid aan te tonen tussen de grondslagen van de democratische rechtstaat en de goddelijke bevels-theorieën, die kenmerkend zijn voor alle monotheïstische godsdiensten.
    Rutenfrans' tweede argument is van theologische aard. Volgens hem is Allah meedogenlozer jegens ongelovigen dan JHWH, die zich volgens hem beperkt tot het doen doden van vijanden van Israël. Cliteur vindt dat onderscheid niet relevant, omdat hij onderzoekt in hoeverre een principiële incompatibiliteit bestaat tussen goddelijke bevelstheorieën en de moderne democratie. Hij is niet geïnteresseerd in de vraag welke van de drie monotheïstisch religies het meest gewelddadig is.

Overigens gaan dit soort contradicties meestal gepaard met grote hoeveelheden retorische trucs en soms regelrechte scheldpartijen, van de soort die refereert aan de Tweede Wereldoorlog.
    De conclusie van Fennema is natuurlijk uiteindelijk dezelfde:
  Mij dunkt dat het perspectief van een seculiere staat inderdaad het beste antwoord is op de religieuze en exclusivistische eisen die aan de overheid gesteld worden. De debatten tussen joden, christenen en moslims lijden veelal aan een ongemak dat door Freud het narcisme van het kleine verschil genoemd is.

Oftewel: monotheïsme is één pot nat, dat 'nat' zijn de van de soort die men vindt in beerputten.
    Eén aspect van de relatie tussen religie en rechtstaat moet hier nog aan worden toegevoegd (de Volkskrant, 07-02-2011, van verslaggever Peter de Graaf):
  CDA rekent op jonge lijst en rijke traditie in Limburg

... Bij de Tweede Kamerverkiezingen van juni 2010 werd het CDA weggevaagd in Limburg, en was de PVV de grote winnaar. De tijd dat praktisch alle Limburgse katholieken automatisch stemden op de K van KVP (Katholieke Volkspartij) en op de C van haar opvolger CDA (Christen-Democratisch Appèl), lijkt voorgoed voorbij.    ...

Het heeft dus tot voor zeer kort gegolden dat de christenen niet stemden om politieke redenen, maar om religieuze - oftewel: dat is een democratie maar theocratie. Het bestaan van dit soort religie is dus op zich dus al een gevaar voor de democratie - en darmee de rechtstaat. Iets dat voorde christenen in afnemende mate geldt, maar voor moslims in hoge mate uitleg of detail - voor de afzienbare toekomst.

Het artikel van Fennema was natuurlijk een schop tegen het wespennest. De Volkskrant had een hele pagina aan reacties, en ongetwijfeld nog de nodige op haar burelen (de Volkskrant, 28-12-2010, door Dick Lieftink):
  Religie moet ons fundament zijn

Geen enkele religie of levensovertuiging kan het morele primaat claimen. Maar de seculiere staat heeft dringend behoefte aan compassie en een ethisch kompas.


Dick Lieftink is voorzitter van de Stichting Platform voor Religie en Levensbeschouwing van de provincie Groningen. Hij betoogt dat de seculiere staat niet de oplossing biedt voor de hedendaagse problemen.


In de Volkskrant van 24 december houdt Meindert Fennema een gloedvol betoog voor het behoud van het perspectief van ons land als een seculiere staat onder de kop Elke religie bedreigt de rechtsstaat. Naar het oordeel van Fennema is de seculiere staat het beste antwoord op de religieuze en exclusivistische eisen die aan de overheid worden gesteld.
    Met zijn betoog pareert Fennema enerzijds het opgelaaide idee dat wij in Nederland in een exclusief joods-christelijke traditie zouden staan. Anderzijds wapent hij zich op voorhand tegen claims die een groeiende moslimgemeenschap op ons bestel zou kunnen leggen.
    Het vraagstuk is niet nieuw in onze geschiedenis. Aan het begin van de vorige eeuw verkeerde Nederland eveneens in een heftige richtingenstrijd, toen tussen protestanten, katholieken en socialisten. ...
    Dankzij ons seculiere bestel kon mede met behulp van een cultureel systeem van verzuiling onze democratische rechtsorde worden beschermd. Lange tijd leefden wij in een sfeer van maatschappelijke co-ëxistentie, een status quo van ideologische tegenstellingen. ...

Dit is dus onjuist: ons stelsel is niet seculier, maar bevoordeelt protestanten en katholieken. Er bestaat geen extra bescherming van de socialistische mening.
  Die status quo staat kennelijk opnieuw ter discussie en dus moeten we met elkaar opnieuw op dit thema 'aan de bak'.
    De vraag is echter of we het deze keer met het betoog van Meindert Fennema redden.
    Op 12 november 2009 werd in de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam het Charter for Compassion gelanceerd. Op basis van jarenlang wetenschappelijk onderzoek van de theologe Karin Armstrong komen de opstellers tot de conclusie dat 'het principe van compassie of mededogen ten grondslag ligt aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities en dat vanuit dat principe steeds opnieuw een beroep op ons wordt gedaan alle anderen te behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden'.   ...

En nog wat van dit spul. Dit is in feite al afgehandeld door Fennema, als 'De debatten tussen joden, christenen en moslims lijden veelal aan een ongemak dat door Freud het narcisme van het kleine verschil genoemd is.' Het gaat er niet om of Karin Armstrong of wie dan ook dit vindt. Het gaat erom dat ze dit onderbouwt met een beroep op een mening die meer waard is. Want als zij hierin op dit argument gelijk krijgt, komt als volgende de moslim met zijn mening en zijn kromzwaard.
    Maar de clou moet nog komen:
  Bezien we het actuele politiek-maatschappelijke speelveld, dan heeft Fennema gelijk dat geen enkele religie of levensovertuiging het primaat kan claimen om de grote vraagstukken waarvoor we als samenleving staan, op te lossen. Maar een seculiere staat zonder een ethisch-morele basis lijkt niet de oplossing.

Oftewel: wie geen religie aanhangt heeft geen ethisch-morele basis. Een overbekend standpunt van het religieuze denken uitleg of detail uitleg of detail .
    Daarom is Karin Armstrong nodig om ons te vertellen wat voorafgaande aan enige christelijke religie allang door Confucius was verteld, die het ook weer had van zijn voorvaderen: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet". Als Confucius het zegt, of Meindert Fennema het zegt, of de redactie van deze website het zegt, is het slechts een mening waar niemand zich in principe aanhoeft te storen. Maar als Karin Armstrong het zegt, of Dick Lieftink, is het een van God gegeven waarheid, die voor iedereen geldig is, en is het de kern van ethiek en moraal. Die Confucius, Fennema en de redactie dus niet hebben  -die ethiek en moraal ...
    Mensen als Rouvoet, Armstrong en Lieftink bedoelen het ongetwijfeld goed, maar in hun onnozelheid hebben ze dus totaal niet door hoe verregaand onbeschoft hun standpunten zijn. Door niet-religieuze zomaar en zonder meer amoraliteit te verwijten. En het verwijt van  immoraliteit ligt dan ook al snel op loer. Dat is namelijk het punt waarop moslims zitten: niet-moslims zijn eigenlijk immoreel - ze zijn in ieder geval "haram" - onrein.
    Waarna een frase als de volgende alleen maar gezien kan worden als een gotspe:
  Naar mijn overtuiging moeten we een geheel ander paradigma hanteren: religie en levensbeschouwing als fundament voor ons denken en handelen.

Een verschijnsel als religie, dat goed bedoelende mensen ongemerkt tot de diepste vormen van belediging kan brengen, kan niet anders gezien worden als een psychologisch ziek-makend verschijnsel.
    De volgende reageerder (de Volkskrant, 28-12-2010, door Frans Hoppenbrouwers):
  Niet iedere gelovige is een extremist

Frans Hoppenbrouwers is kerkhistoricus. Hij verwijt Meindert Fennema een karikatuur te maken van de rol van de godsdienst en zijn religiekritiek te baseren op voorbeelden uit een ver verleden.

En na die kop zou je kunnen besluiten het stuk verder over te slaan, want het "Niet iedere ..."-argument is al duizenden malen weerlegt: Niet iedere Nederlander is langer dan alle Japanners, maar Nederlanders zijn (gemiddeld) langer dan Japanners . Maar misschien is die kop geschreven door de krant, en niet door de auteur. Een stukje tekst, dus:
  De bijdrage van Meindert Fennema aan Opinie & Debat van 24 december over de politieke onaangepastheid van religie was een uitstekend getimede uitsmijter voor het jaar 2010. Het was immers op een haar na Kerstmis. Maar snijdt zijn stuk eigenlijk veel hout?

Ha, retorische trucs ... Dat belooft meer:
  Fennema heeft het over religieuze en exclusivistische eisen aan de overheid, maar over wie heeft hij het eigenlijk? Waar in Nederland zien Fennema en de door hem aangehaalde Paul Cliteur de gezaghebbende, door scharen van gelovigen nagevolgde goddelijke bevelstheoretici, die een gevaar voor onze democratie vormen?

Het argument uit de kop, verpakt in nog wat trucs. De riposte: "Mooi, als er geen religieuze scherpslijpers zijn, kunnen we meteen die bevoordeling van de religie uit de Grondwet schrappen, en de betaling door de overheid van christelijke scholen stoppen. Christenen betalen hun eigen scholen maar".
    En dan nogmaals het argument dat niet alle christenen fundamentalisten zijn:
  En laten we niet vergeten dat een seculiere staat danig op hol kan slaan. De Franse Revolutie ...

Maar dan in andere vorm: voor niet-religieuzen telt het kennelijk wel dat er uitwassen zijn. Alsof als je religie afwijst, je dan dus voor de uitwassen van de niet-religie bent.
    En ook de volgende is nog aardig, hoewel ook bekend:
  De grootste wandaden van de 20ste eeuw zijn door atheïstische nazi's en communisten georkestreerd.

Inderdaad: de seculiere ideologie is al even erg als de religieuze . Hoewel, als de christenen de atoombom had gehad in de 12de eeuw, leidt het weinig twijfel dat ze die met veel plezier overal in het Midden-Oosten had rondgestrooid - dat zou die muzelmannen geleerd hebben ...
    Dus inderdaad, dit stuk had u aan de hand van de kop al meteen kunnen overslaan.
    Er was ook nog een reactie van buiten het ideologische Midden-Oosten (de Volkskrant, 28-12-2010, door René Meijer (Anand Aadhar)):
  God woont ook in India

Verwonderd las ik de kop Elke religie bedreigt de rechtsstaat, terwijl in het betreffende artikel van Meindert Fennema toch duidelijk wordt gemaakt dat het probleem van de onverenigbaarheid met de moderne democratische staat schuilt in de monotheïstische bevelstheorie. Dat impliceert dat een polytheïstische religie als het hindoeïsme niet onder deze bevelstheorie valt, hetgeen de aanhef 'elke religie' wel suggereert.
    Bovendien wijst de geschiedenis uit dat de hindoes prima in staat zijn zich te weren tegen een agressieve islam. Mijns inziens moeten we afstappen van het idee dat God uit het Midden-Oosten komt. Want vanwege de agressieve jaloezie van die godsgedachte wordt de seculiere staat als enige oplossing voorgesteld.

Overigens doen de hindoes dat door moslims gewoon op hun sodemieter te geven. In diverse vormen, zoals af en toe een moskee in de brand steken, als de moslims weer een aanslag hebben gepleegd.
    Maar dat zijn dat natuurlijk heel andere moslims dan de moslims die wij nu ondersteunen door bijvoorbeeld scholen voor ze te betalen, op grond van de wet die religie bevoordeelt ...
    Fennema reageert zelf ook op het weerwoord (de Volkskrant, 30-12-2010, door Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie van etnische verhoudingen aan de UvA):
  Ook ongelovige kan naaste liefhebben

De morele autonomie van het individu is niet verenigbaar met goddelijke bevelstheorieën.


...    Dick Lieftink beroept zich op de theologe Karin Armstrong die tot de conclusie is gekomen dat 'het principe van compassie of mededogen ten grondslag ligt aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities en dat vanuit dat principe steeds opnieuw een beroep op ons wordt gedaan alle anderen te behandelen zoals wij zelf behandeld willen worden'. De oproepen tot genocide die men in het Oude Testament en in de Koran aantreft, heeft zij jarenlang genegeerd. ...
    In religieuze vervoering schrijft Lieftink : 'Leven en werken vanuit individualiteit zonder de verantwoordelijkheid voor het geheel van het milieu en de mensheid, het zijn de pijlers waarlangs onze crises zich voltrekken en waarlangs dit kabinet onze problemen wil gaan oplossen. Zie hier het antwoord van een seculiere staat!'
    Lieftink volgt hier een oude christelijke drogredenering die tegen atheïsten wordt ingezet: het christendom is gebaseerd op naastenliefde en rentmeesterschap. Wie geen christen is, zorgt dus niet voor zijn naaste en neemt geen verantwoordelijkheid voor het geheel. ...
    Frans Hoppenbrouwers schrijft: 'En laten we niet vergeten dat een seculiere staat danig op hol kan slaan. De Franse Revolutie heeft op grond van minimale meningsverschillen grote groepen mensen onder de guillotine gebracht. (...)De grootste wandaden van de 20ste eeuw zijn door atheïstische nazi's en communisten georkestreerd.' Het is allemaal juist, maar niet to the point. Behalve dan dat Jacobijnen, nazi's en communisten het collectief boven het individu stelden. De morele autonomie van het individu, daar gaat het om. Die laat zich moeilijk rijmen met goddelijke bevelstheorieën en nog minder met collectivistische ideologieën.

Op de toevoeging over Armstrong na, dus precies dezelfde argumenten als boven gebruikt. Niet verwonderlijk - wie 1 + 1 op een redelijke manier uitwerkt, komt uit op 2 of daar heel dicht in de buurt. Wie het ook is ...
    Er kwam nog iemand bij die ook wat contradicties en dergelijke kwijt wilde (de Volkskrant, 30-12-2010, door Cees Maris):
  Islam gaat wel degelijk samen met rechtsstaat

Cees Maris | De auteur is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij wijst erop dat in het debat over religie en de staat de politieke theorie van de wederkeringe tolerantie én de Europese praktijk genegeerd worden.


De PVV telt onevenredig veel Kamerleden met een strafblad. Dat moet komen door de christelijk-westerse waarden die de PVV propageert. En inderdaad, het christendom kenmerkt zich door een ongekend agressieve intolerantie. In 1494 ... Kortom, zo'n fascistische ideologie is onverenigbaar met de Nederlandse rechtsstaat.
    Deze karikatuur van het christendom berust op een eenzijdige selectie van intolerante uitingen die voorbijgaat aan de christelijke nadruk op naastenliefde. Op een soortgelijke selectieve manier schetst de PVV een karikaturaal beeld van de islam als oorlogszuchtige ideologie. ...

Nummer één: de PVV heeft het over de huidige islam, niet de historische (categorie: leugen). Nummer twee: dat het christendom niet deugt, wil niet zeggen dat de islam wel deugt (categorie: Non sequitur).
  De Koran biedt ook passages vol verdraagzaamheid: Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn (2:62).

Reactie:  Een moordenaar heeft ook dagen dat hij niet moordt (categorie: Non sequitur - toelichting: een goed compenseert niet een kwaad).
  Fennema sluit zich aan bij het 'seculiere perspectief' van Cliteur: omdat de islamitische, joodse én christelijke religie uitgaat van een almachtige god, miskennen alle drie de autonomie van het individu die onontbeerlijk is voor de democratische rechtsstaat. Deze redenering veronderstelt ten onrechte dat godsdiensten slechts voor één orthodoxe uitleg vatbaar zijn.

Reactie: er waren ook nazi's die niet inde concentratiekamp werkten (categorie: Non sequitur - toelichting: alle stromingen kennen fanatieken en rekkelijken - het draait meestal om de fanatieken).
   Ze gaat bovendien voorbij aan een alternatieve grondslag van de moderne rechtsstaat die pragmatischer is dan het metafysische ideaal van individuele autonomie: de wederkerige tolerantie die Europeanen ontwikkelden in reactie op de verwoestende godsdienstoorlogen van de zestiende en zeventiende eeuw. Dit alternatief leidt tot een constitutie die staatsneutraliteit succesvol verzoent met religie.

Nummer één: die staatsneutraliteit is er niet (categorie: leugen).Nummer twee: Fennema gaat er niet aan voorbij, hij gaat er juist een stap mee verder (categorie: leugen).   
  Hoewel het CDA zich christelijk laat inspireren, voert het geen religieuze argumenten aan ter rechtvaardiging van staatsdwang.

Reactie: Het CDA voert religieuze argumenten aan tegen euthanasie, abortus, en dergelijke (categorie: leugen).
  Van moslims wordt soms gezegd dat ze de Europese Verlichting niet hebben doorgemaakt.

Reactie: Moslims hebben de Europese Verlichting niet doorgemakt, los van wie wat zegt (categorie: feitenverkrachting uitleg of detail ).
  Maar zoals gezegd kent de islam ook een traditie van verdraagzaamheid. ...

Reactie: Van circa 800 tot circa 1200. Van circa 1200 tot en met 2010 is het steeds minder verlicht geworden (categorie: feitenverkrachting).
  Ook de islam kan dus gematigde vormen aannemen die passen in de rechtsstaat.

Reactie: De maan kan ook van groene kaas zijn, maar hij is het niet (categorie: onbekend - toelichting: geen enkel huidig islamitisch land is een echte rechtsstaat)
  Bovendien wijst sociaalwetenschappelijk onderzoek uit dat de Nederlandse moslims in grote meerderheid de constitutionele grondbeginselen aanvaarden.

Reactie: Al dit sociaalwetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op enquêtes onder moslims uitleg of detail , en dus wetenschappelijk ongeldig uitleg of detail . Alle sociale indicatoren wijzen op het tegendeel uitleg of detail uitleg of detail .
    Wie zich verbaast over het grote aantal leugens en foute redeneringen: Als je begint met een idee in je hoofd dat in strijd is met de feiten ("Islam gaat wel degelijk samen met rechtsstaat"), leidt vrijwel iedere confrontatie met de werkelijkheid tot contradicties, en pogingen idee en feiten te rijmen tot foute redenaties.
    Overigens is de tussentitel nog een grappige vorm van contradictie - tezamen met de erop volgende zin luidt hij:
  Het menselijk verstand is echter feilbaar, zodat we nooit zeker kunnen weten welke godsdienst de ware is. Ook de overheid weet dat niet, en mag dus niet één specifieke godsdienst aan alle burgers opleggen.

Het is echter het centrale dogma van de islam en dus de moslim, dat het absoluut zeker is dat de islam wel de ware is. Het centrale dogma van de islam, of afgekort: de islam, is dus in strijd met de rechtsstaat.

Maar niet alleen islam is, op zijn minst potentieel, in strijd met de rechtstaat ... Alle religie, voor zover in de staat aanwezig, is in strijd met de rechtstaat. Bijvoorbeeld als dat gebeurt op deze manier (de Volkskrant, 07-03-2011, door Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn):
  Wat doet God op mijn belastingformulier?

Thijs Kleinpaste | Marcel Duyvestijn | Thijs Kleinpaste is raadslid voor D66 in Amsterdam Centrum en Marcel Duyvestijn is 'liefdevol lid' van de PvdA. Zij vinden het oneerlijk dat gelovigen voordelen genieten die mensen met een andere mening niet hebben.

Na de statenverkiezingen is één partij de echte winnaar: de SGP. Met de liefdesverklaring van Mark Rutte op zak kunnen de mannenbroeders ongekend veel macht naar zich toetrekken. Er breken mogelijk gouden tijden aan voor Nederlandse gelovigen, zolang ze natuurlijk christen zijn. En dat terwijl gelovigen in Nederland nu al vaak worden voorgetrokken.
    In een land waar de meerderheid van de bevolking niet religieus is, heeft God wel een heel grote broek aan. We komen hem tegen in wetgeving en onderwijs, op de euro en het belastingformulier. God heeft zich diep genesteld in het Nederlandse bestuurlijke systeem.
    We zijn een tolerant land. Dus we gunnen iedereen zijn plek. Zijn aanwezigheid kan echter een probleem worden als gelovigen en niet-gelovigen ongelijk behandeld worden.
    De gelovige wordt namelijk stelselmatig voorgetrokken. Christelijke scholen die homo's mogen schorsen en naar een 'vrijwillig vertrek' intimideren. Openbare scholen mogen dat niet. Ook islamitische scholen mogen zichzelf isoleren. Nu het Islamitisch College Amsterdam de deuren moet sluiten, willen honderd ouders hun recht opeisen van zelfonderwijs. Dat mogen ze doen, met de wet in de hand. De wet vindt het kennelijk belangrijker dat mensen (orthodox) kunnen geloven, dan dat ze goed klassikaal onderwijs krijgen. Een ongelovige die zijn kind thuishoudt, krijgt direct de inspecteur op zijn dak.
    Art. 23 Grondwet garandeert een gelijke financiering van religieus en openbaar onderwijs. Dit is meer een privilege dan een echt grondrecht. Maar verder heeft het onderwijssysteem met gelijkwaardigheid weinig te maken. Religieuze scholen kunnen zonder pardon allochtonenquota instellen en verder allerlei regels die goed van pas komen om Froukje wel, maar Fatima niet toe te laten.
    ... Ook op het belastingformulier moet iets veranderen. Goede doelen, kerken en moskeeën hebben allerlei belastingvoordeeltjes. Sportclubs of carnavalsverenigingen niet. Dat komt doordat godshuizen eenvoudig de ANBI-status krijgen, waardoor ze gelijk worden gesteld met goede doelen. Zo kunnen kerken en moskeeën giften van de belasting aftrekken. Maar wat is het algemene nut van een godshuis, en waarom is een kerk of moskee een beter doel dan een sportclub of carnavalsvereniging?    ...
    Hetzelfde geldt voor Grondwetsartikel 6. Waar art. 7 het recht op vrije meningsuiting en vrije pers garandeert, doet art. 6 er een schepje bovenop door religieuze uitingen expliciet in de Grondwet te verankeren. ...

Waarmee de ongelijke behandeling voor eens en altijd is vastgesteld. En hier is waar het om gaat:
  Het probleem zit hem in de neiging het geloof in god net even hoger te waarderen dan willekeurig welke andere mening. Volgens ons is geloof een mening. Je hebt een keuze. Je gelooft wel. Je gelooft niet. Of je weet het (nog) niet. Dan is het idioot dat de ene mening meer bescherming geniet dan de andere.

En ter bevestiging (de Volkskrant, 11-03-2011, ingezonden brief van Paul Schenderling, vice-voorzitter CDJA, Wouter van den Berg, voorzitter politiek bestuur SGPJ, en Robert Heij, voorzitter Perspectief (CU)):
  Religie is geen mening

Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn stellen dat geloof 'een mening' is en dat 'privileges voor religies zoveel mogelijk uit wet- en regelgeving moeten worden geschrapt' (Opinie & Debat, 7 maart).   ...
    Een mening is een bepaalde overtuiging die uit een mens zelf voortkomt en daarom slechts van toepassing is op het aardse domein. Een religie, daarentegen, komt niet uit de mens voort, maar is een geopenbaarde waarheid met transcendente oorsprong, die dus ook buiten het hier en nu relevant is. Religies kunnen daarom antwoord bieden op vragen omtrent goed en kwaad, de zin van het bestaan en andere levensvragen.   ...

Nu was de situatie rond de hier aan het woord zijnde christelijke gelovigen redelijk geregeld: hun invloed was beperkt geworden. Maar de instroom van een klein miljoen fundamentalistische gelovigen van het type islam heeft deze situatie fundamenteel veranderd. Want, hoe gematigd ze zelf ook beweren te zijn, zaken als "belediging" door andere meningen geldt voor vrijwel allemaal, en dat is het treken van religieus fundamentalisme. Aanleiding voor het volgende citaat uit het artikel van Kleinpaste en Duyvestijn
  Doordat God zo expliciet in de Grondwet voorkomt, heeft dat zijn weerslag op allerlei eenvoudiger wetgeving. Zo heb je de Algemene Wet Gelijke Behandeling, maar ook het verbod op godslastering. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil dat afschaffen, maar het geldt nog steeds. Minister Hirsch Ballin wilde de wet zelfs verder 'verduidelijken', zoals hij dat noemde, zodat het weer echt gebruikt kon worden als iemand God beledigt. Minister Donner wilde het 'revitaliseren'. Een grap over God is kennelijk erger dan een grap over onze zuiderburen.

Wat, zoveelste leugen van Donner, natuurlijk niet gaat over God, maar Allah.
    Conclusie: Religie is een potentiële bedreiging voor de rechtsstaat en de westerse cultuur, en de islam is daarvan een hoogst geactualiseerde vorm.
    De reacties blijven weer binnenkomen. Eerst eentje aan de kant van de mens (de Volkskrant, 14-03-2011, ingezonden brief van Jan van Hoek, IJsselstein):
  Dat is pas een mening

Paul Schenderling, Wouter van den Berg en Robert Heij kunnen er wat van in Opinie en Debat (11 maart). Hun idee over wat een mening is en wat religie, dàt is pas een mening: 'Een religie ... komt niet uit de mens voort, maar is een geopenbaarde waarheid met transcendente oorsprong, die dus ook buiten het hier en nu relevant is.' Kan het aanmatigender? Blijkt waarheid misschien uit onbewijsbaarheid?
    De gelovige briefschrijvers hebben het over het kortzichtig 'miskennen van de rol van religie in onze geschiedenis'. Zullen we het maar weer eens hebben over de vele godsdienstoorlogen, de kruistochten (ook tegen medechristenen), de dodelijke vervolging van massa's ketters, heksen, tovenaars, duivelaanbidders, afgodendienaars, heiligschenners, godslasteraars, vijanden van God en wat voor godsdienstdelinquenten dan ook?
    'Joods-christelijke noties van onder meer verdraagzaamheid' zorgden er zeker voor dat (vooral vanaf de periode van de kruistochten) grote groepen joden in Europa steeds maar weer dodelijk vervolgd werden, wegens rituele kindermoord of hostie-schennis samen met andere niet-christelijke minderheidsgroepen?
    Tsja, met zulke opinies in de krant valt te begrijpen dat artikel 147 (met 147a) van ons Wetboek van Strafrecht maar niet wil verdwijnen. U weet wel, het artikel waarin godslastering strafbaar wordt gesteld. Dat artikel dreigt warempel nog overbodig te gaan worden door ruime toepassing van artikel 137, leden c-f, waarin het woord godsdienst steeds maar zorgt voor speciale bescherming van aanhangers van erkende religies. De mening van gelovigen over hun geloof blijft voor hen zelf blijkbaar onwankelbaar verheven boven de mening van anderen. Wee de anderen die de vinger op deze zere plek leggen.
    Nog steeds sneuvelen er dag in dag uit hordes mensen door religieus geïnspireerd geweld. Wie nu nog het geloven in god of goden boven kritiek wil verheffen, als onfeilbare openbaring van absolute waarheid, maakt zich medeschuldig aan een hoop onduldbare misstanden.

En van de kant van God (de Volkskrant, 14-03-2011, door Dirk-Jan Nijsink):
  Geloof in God is niet 'ook maar een mening'

Dirk-Jan Nijsink | De auteur is historicus en werkt als beleidsadviseur voor SGP-jongeren. Hij stelt dat het belijden van een religie niet hetzelfde is als een mening hebben. En dat laatste is trouwens ook maar een mening.


Volgens Thijs Kleinpaste en Marcel Duyvestijn (Opinie & Debat 7 maart) 'heeft God wel een heel grote broek aan (...) God heeft zich diep genesteld in het Nederlandse bestuurlijke systeem.' En dat in een land waar de meerderheid van de bevolking niet religieus is. Kleinpaste en Duyvestijn klinken verontwaardigd. De reden: 'Zijn [God] aanwezigheid kan echter een probleem worden als gelovigen en niet-gelovigen ongelijk behandeld worden'.
    Het is opnieuw de religie van de gelijkheid die krijg voert tegen de religie die eeuwenlang ons land gevormd heeft.   ...

Twee onjuistheden. ten eerste: dat religie ons land gevormd heeft, spreekt niet in haar voordeel - je kan het even gemakkelijk als een nadeel zien. En ten tweede: de afschaffing van onterecht bevoordeling is niet hetzelfde als als een dictatuur van gelijkheid.
  Het geloof in God, als moreel kader, verkies ik boven een relativerende visie waarin alles gelijk is en waar er geen mening boven een andere mening telt. Waaruit zou zoiets als moraal dan voortkomen? Waaruit en waardoor wordt het moreel fundament voor onze democratische rechtsstaat dan gevormd? Het zijn juist deze prepolitieke voorwaarden die de Nederlandse democratie nodig heeft en die we niet mogen relativeren.

Modern onderzoek, onder meer door Frans de Waal heeft laten zien dat moreel een evolutionaire oorsprong heeft. God is hiervoor dus totaal overbodig, en misschien zelfs een gevolg van dat morele gevoel, en niet een oorzaak.
  Kleinpaste en Duyvestijn stellen: 'Het probleem zit hem in de neiging het geloof in God net even hoger te waarderen dan willekeurig welke andere mening.'
    Die 'neiging' is overigens niet nieuw. Ik draai het om, en dat met de traditie van Grieken, Romeinen, Joden en Christenen achter mij

Twee denkfouten of retorische trucs: historisch beroep uitleg of detail en massa-argument uitleg of detail - het geloof in een platte aarde heeft eenzelfde argumentatie achter zich.
   En helaas, want dit soort gelovigen zijn over het algemeen nette mensen:
  Er zijn veel regimes geweest, niet zelden voortgejaagd door een seculiere religie, die in hun totalitaire macht geen spaan heel wensten te laten van religieuze overtuigingen.

Tja, inderdaad, er zijn ook ideologieën zonder godheid, die even gevaarlijk zijn ...
    Een gelijksoortige reactie (de Volkskrant, 16-03-2011, ingezonden brief van Marc Hesseling):
  Beste Dirk-Jan Nijsink,

In je ingezonden stuk (Opinie & Debat, 14 maart) gebruik je een hoop ingewikkelde zinnen en moeilijke woorden, om eigenlijk maar één ding te zeggen: je voelt je moreel en intellectueel verheven boven mensen die niet geloven.
    En van die verhevenheid uitgaande, vind je het niet meer dan normaal dat daarbij privileges horen die andersdenkenden niet toekomen. Helemaal niet aan degenen die uitgaan van het gelijkheidsprincipe.
    Mensen die geen religie aanhangen hebben écht ook normen en waarden, alleen moeten ze verantwoording afleggen aan zichzelf en dat is minstens even moeilijk als aan een 'hogere' macht.
    Met jouw insteek wordt de kloof met de seculiere medemens alleen maar groter en zal de 'kruistocht' uit die hoek steeds luider worden om de religieuze claim in het normen- en waardendebat te weerleggen.

En nog een aardige weerlegging (de Volkskrant, 15-03-2011, ingezonden brief van Manon Vogel (Vlaardingen)):
  Kapen van de moraal

Wat een zelfingenomenheid spreiden Schenderling, Van den Berg en Heij (CDJA, SGPJ en CU) ten toon (Opinie & Debat, 11 maart).
    Geloof zou geen mening zijn, maar een geopenbaarde waarheid met transcendente oorsprong. Ook dat is natuurlijk slechts een mening. Het wordt irritant als zij blijk geven van een veelvoorkomend religieus trekje: het kapen van de moraal. De normen en waarden waarnaar zij verwijzen (naastenliefde, verdraagzaamheid en onbaatzuchtigheid) zijn universeel en in alle culturen terug te vinden. Dat toe te schrijven aan de joods-christelijke traditie is pas hoogmoedig.
    Ik ben niet erg bijbelvast, maar genoeg om te weten dat hoogmoed door de christelijke God niet zo gewaardeerd wordt.

En nog een poging van religieuze kant (de Volkskrant, 16-03-2011, ingezonden brief van Marcel Buurman (Roermond)):
  Atheïstische intolerantie

Jan van Hoek plaatst een vraagteken bij de bescherming die de artikelen 137 c-f Wetboek van Strafrecht bieden aan aanhangers van een godsdienst (Opinie & Debat, 14 maart).
    Het gaat om de anti-discriminatiebepalingen die zijn gericht tegen discriminatie wegens ras, godsdienst, levensovertuiging, seksuele geaardheid, en lichamelijke of verstandelijke handicap.   ...

In welk rijtje godsdienst en levensovertuiging niet thuishoren, omdat het gaat over meningen. "Discriminatie" wegens het aanhangen van meningen als het nazisme zijn ook toegestaan.
  Van Hoek fulmineert tegen gelovigen die 'hun mening over hun geloof onwankelbaar verheven achten boven de mening van anderen'. Naar aanleiding van een brief van gelovigen, die vragen om waardering voor de rol van religie in onze geschiedenis, stelt hij dat wie het geloven in god of goden boven kritiek wil verheffen, als onfeilbare openbaring, zich medeschuldig maakt aan een hoop onduldbare misstanden, zoals religieus geweld.
    Welbeschouwd laat Van Hoek hier een extreem atheïstische intolerantie ten opzichte van andersdenkenden zien.

Het bekende misverstand: het afkeuren door gelovigen van de meningen of eigenschappen van anderen, zoals het vervloeken van a-religieuzen en het haten van homo's en joden, wordt beschermd in de wet. De meningen van atheïsten niet. En als een niet-religieus hetzelfde zegt over religieuzen als religieuzen over niet religieuzen, wordt hij vervolgd wegens haatzaaien (Geert Wilders).
  De briefschrijvers waar hij op reageert, zijn niet gewelddadig. Evenmin propageren zij strafbare feiten tegen, of discriminatie van niet-gelovigen.

Nog een bekend misverstand: het gaat om degenen die het vanuit hun religie wel zijn (de dagen dat en moordenaar niet moordt tellen niet ten gunste van hem) - zie de uitgebreide discussie over dit specifieke aspect hier uitleg of detail .

Kennelijk gaat het wat dit betreft niet de goede kant op in Nederland, en is er enige bijsturing nodig - door de religieuzen de gelegenheid te geven hoe zeer ze wel niet gekwetst worden door de niet-religieuzen (de Volkskrant, 23-03-2011,door Sarah Venema):
  Interview | Uitingen van religie worden in Nederland minder geaccepteerd

'Ik word wel belachelijk gemaakt door mensen om mij heen'

Het is niet makkelijk om jong en gelovig te zijn in Nederland. Jonge gelovigen hebben last van vooroordelen, blijkt uit recent onderzoek van het instituut FORUM voor multiculturele vraagstukken en het Verwey-Jonker Instituut. Ze vinden ook dat de tolerantie ten opzichte van hun geloof afneemt.
Het onderzoek Jongeren en hun geloof sluit aan bij een eerdere studie naar jonge moslims in Nederland. Nu spraken de onderzoekers met verschillende groepen jonge hindoes, christenen en joods-gelovigen over hun religie en de anderen. Vier korte interviews.


Fabienne Wikler (20), orthodox-joods
Student bedrijfskunde
'Ik ben orthodox-joods, maar dat kun je niet aan mij zien. ...
    'Ik merk dat er de laatste jaren minder tolerantie voor religies is in Nederland. Op bepaalde feestdagen mag ik van mijn geloof niks doen. Ik mag niet schrijven, dus kan ik geen tentamen maken. Vroeger maakten ze dan een uitzondering voor je. Nu willen ze dat op de Vrije Universiteit niet meer doen, omdat islamitische studenten dan ook uitzonderingen willen. De groep gelovigen is te groot geworden.'

Remco Bangma (26), katholiek
Student architectuur

...   'Met mijn geloof hebben mensen geen moeite, maar ze hebben wel vooroordelen. Ze denken dat we de paus klakkeloos volgen en vinden dat we middeleeuwse denkbeelden hebben. We zijn allemaal anti-homo of eigenlijk anti-alles, denken ze.
    'Ook word ik wel eens belachelijk gemaakt door mensen om me heen. Ze maken flauwe opmerkingen over artikelen over katholicisme die ik op Facebook zet. Maar ik heb er niet dagelijks hinder van. Ik probeer met ze in gesprek te gaan.'

Kris Appalsamy (23), hindoe
Ondernemer in de zorg
... 'Nederlanders weten weinig van het hindoeïsme. De islam staat veel meer op de voorgrond. Er is weinig aandacht in de media en daardoor hebben mensen veel vooroordelen. Ze denken dat het hindoeïsme een zweverig en onontwikkeld geloof is, met verschillende goden, heilige koeien die op straat lopen en stippen op je hoofd. Dat is best negatief, dus ik probeer mensen vaak een korte geschiedenisles te geven.
    'Mensen hier zijn huiverig over andere geloven. Als ik vertel dat ik hindoe ben zijn ze afstandelijk. Mijn vader vertelt vaak dat het dertig jaar geleden heel anders was. De tolerantie van toen is verdwenen....'

Alia Azzouzi (30), moslima
Projectmanager

'Mensen hebben veel vooroordelen over de islam. Sommigen zijn heel naïef. Die denken dat je geen moslim bent als je geen hoofddoek draagt of dat vrouwen binnen de islam minderwaardig zijn. Andere mensen hebben nog heftiger ideeën. Die zien religie als iets voor mensen die nog niet verlicht zijn. Zij vinden het niet van deze tijd en denken dat het alleen een houvast is. Alsof de islam niets meer is dan een bundel dingen die je niet mag, en wel moet. Voor mij is juist de spirituele islam belangrijk, maar die wordt meestal vergeten.
    'Uitingen van religie worden steeds minder geaccepteerd. Mensen zien die als een aanval op hun secularisme. Als ik reacties op internetfora van kranten lees, schrik ik altijd. ...'

Oftewel: religieuzen mogen naar believen verkondigen dat hun opvattingen geen meningen zijn, maar door een hogere autoriteit afgekondigde zaken waaraan iedereen zich dient te houden, en degenen die zich niet onder dat regime scharen, zijn op zijn best verstoken van moraliteit, en volgens de moslims op zijn gunstigst apen, honden en varkens. Welker opvattingen ze zelf dan aanprijzen als de hoogste vorm van moraliteit en spiritualiteit.
   En dan gaan klagen als er van niet-religieuzen reacties komen, die ook nog veel matiger geformuleerd zijn. Het is een gruwelijke gotspe. De duivel had het niet kunnen verzinnen.
    Overigens: FORUM = moslims. De overigen staan hier alleen in het kader van hoe religie werkt: misleiding van de onnozelen.

Een ander aspect van de vernietigende invloed van religie (de Volkskrant, 18-03-2011, column door Max Pam):
  Het einde der tijden is aangebroken!

Na de tsunami van 2010 heeft bijna elke krant een foto gepubliceerd van een moskee die onbeschadigd overeind stond, midden in een landschap dat voor de rest met de grond gelijk was gemaakt. Pregnante beelden waren dat, van even verstilde als heldhaftige gebouwen die het einde der tijden hadden getrotseerd. Later bleek dat het geval van die ene onaangeraakte moskee niet op zichzelf stond.
    Of de claim waar is dat alle moskeeën het geweld van de tsunami hebben doorstaan, weet ik niet, maar op internet vond ik er ten minste vijf die na de vloedgolf nog fier overeind stonden.    ...

De verklaring kan iedereen verzinnen, en is door velen verzonnen: moskeen zijn de gebouwen die het stevigst gebouwd waren. Oftewel: aan moskeeën is ten opzichte van de rest van de gebouwen veel meer moeite en geld besteed. En gezien het door de tsunami direct zichtbaar gemaakte resultaat: aan moskeeën is buitensporig veel moeite en geld besteed.
    Hetgeen ook geldt voor moslimmigranten (de Volkskrant, 29-03-2011, van verslaggeefster Charlotte Huisman):
  Libië financiert Utrechtse moskee

Tussentitel: Welk regime Libië ook krijgt, de steun gaat gewoon door | Abdelmajid Khairoun - Bestuurder moskee Omar al Farouk

Het voortbestaan van de Marokkaanse moskee Omar al Farouk in de Utrechtse wijk Overvecht, deels draaiend op Libische giften, loopt geen gevaar.
    Dat bezweert moskeebestuurder Abdelmajid Khairoun. Volgens hem staat de Libische zendingsorganisatie World Islamic Call Society (WICS), die de moskee financieel ondersteunt, los van het regime van kolonel Kadhafi.    ...
    De geschiedenis van de Omar al Farouk-moskee bevat elementen van een spionagefilm. Begin jaren tachtig schreven armlastige Marokkanen uit het noorden van de stad bedelbrieven aan rijke Arabische landen als Saoedi-Arabië, Koeweit en Libië, om geld voor een nieuwe moskee.   ...

Geen geld voor een nieuwe school ... Nee, geld voor een nieuwe moskee. Welke inschatting van het belang der zaken ook terug te zien in alle andere aspecten van het onderwijs zoals we al gezien hebben in de serie artikelen over islam en onderwijs uitleg of detail uitleg of detail uitleg of detail .
    Maar ook binnen de Europese culturele grenzen is een dergelijk verband zichtbaar (
de Volkskrant, 14-03-2011, van correspondent Jan Hunin):
  Roemeense kerk krijgt staatssteun voor megakerk

Tussentitel: Roemenië telt vier keer meer kerken dan scholen

De Roemenen hebben iets met monumentale bouwwerken. Nadat eerder Nicolae Ceausescu de wereld verraste met zijn Huis van het Volk in de Roemeense hoofdstad Boekarest, is het deze keer de beurt aan de orthodoxe kerk voor een staaltje grootheidswaan.
    Tegenover het gedrocht van Ceausescu, na het Pentagon het grootste gebouw ter wereld, moet tegen 2013 de grootste kerk van Centraal-Europa verrijzen.    ...
    Het geld voor de bouw van de enorme kerk moet komen van een grote inzamelingsactie bij gelovigen, maar ook de staat draagt zijn steentje bij. Vorige week besliste de regering de kerk 100 miljoen lei (2,3 miljoen euro) cadeau te doen. Die gift komt bovenop de 11 hectare bouwgrond die ze voor de kathedraal ter beschikking stelde.   ...
    In 2007 besliste de rechter dat het gebouw niet thuishoort in een park waar zich het graf van de onbekende soldaat bevindt.
    Maar nu de kerkleiding voor een andere locatie heeft gekozen, lijkt niets nog de bouw van de kathedraal in de weg te staan.
    Weinig politici voelen er iets voor een instelling voor het hoofd te stoten die 19 van de 21 miljoen Roemenen vertegenwoordigt. Sinds de val van het communisme maakten ze gretig gebruik van hun recht de kerkbouw financieel te stimuleren.
    Met succes: Roemenië telt ondertussen vier keer meer kerken dan scholen.

Ook hier dus buitensporig veel moeite en geld voor de gebouwen van de kerk, ook boven zoiets essentieels als onderwijs - iets dat we dus ten sterkste terug zien bij de ergste der religies: de islam uitleg of detail . En we kunnen rustig aannemen: religie krijgt in het algemeen buitensporig veel maatschappelijke bronnen. Die dus niet besteed worden aan zaken die bijdragen aan welvaart en vooruitgang. Religie is dus ook in het algemeen maatschappelijke opzicht, zeg maar in het opzicht van beschaving, een buitengewoon schadelijke en dus kwaadaardige zaak.
    Ook in Rusland is dit een overbekend fenomeen. Hier een klein voorbeeld (de Volkskrant, 11-07-2012, door Andrew E. Kramer (The New York Times)):
  Baboesjki hebben hun dorpje op de kaart gezet

Tussentitel: Optreden op het Eurovisiesongfestival heeft grote gevolgen

Het dorp Buranovo was lang een in vergetelheid ondergedompeld gehucht, zoals er zoveel zijn op het Russische platteland. ...
    Tot de Buranovskiye Baboesjki zich deden gelden. De omaatjes in hun folklore patchwork jurken, zelfgebreide sokken en met hoofddoeken hebben hun dorpje weer op de kaart gezet. Wereldwijd. Tijdens het Eurovisie Songfestival afgelopen mei in Bakoe behaalden de moekes van tussen de 70 en 80 jaar de tweede plaats met hun lied Feest en Dans Iedereen! ...
    Rijk zijn de bejaarde zangeressen niet geworden met hun optredens. Vrijwel al hun inkomsten stoppen ze in een fonds voor de bouw van een nieuwe dorpskerk. De vorige werd in 1937 verwoest tijdens het Stalinregime.    ...

Het communisme was nog nauwelijks gevallen, of men begon als eerste met het herbouwen van reusachtige kathedralen uitleg of detail . Geen wonder dat het communisme daar niet werkte ...

Een van de vele gezwellen van dit kanker is haar invloed op de politiek. In de parlementaire democratie worden de parlementsleden zonder last of ruggespraak hun stem te kunnen uitbrengen en dus ook hun oordeel te kunnen vormen. Dat is zo geformuleerd om te voorkomen dat externe krachten de parlementsleden beïnvloeden, hetgeen de bedoeling ervan zou ondermijnen. Nu is dat deels theorie, want in de praktijk van ook westerse democratieën als de Amerikaanse, is het zo dat rijken, via processen als h]lobby, wel degelijk politici kunnen beïnvloeden. Wie hier streng is en roept "Maar dan zijn ook de westerse maatschappijen geen democratie!" heeft gelijk - dat is ook in redelijke tot aanzienlijke mate zo. Het is alleen ook zo dat het elders nog slechter is.
    Wat heeft dat te maken met religie? Dat is dat religie een diepgravende vorm is van "last en ruggespraak".  Aanhangers van religie stellen de overige aanhangers van hun religie boven bijna a alle mensen - enigszins overdreven: de overgrote meerderheid der religieuzen kiest eerder voor de kampbeul van eigen religie dan de Moeder Theresa van een andere religie. En dit is slecht een klein beetje overdreven. In de politiek was dat niet anders (de Volkskrant, 07-02-2011, van verslaggever Peter de Graaf):
  CDA rekent op jonge lijst en rijke traditie in Limburg

In peilingen voor de provinciale verkiezing in Limburg staat het CDA er slecht voor. ‘Wij blijven aan de macht.’

'We hebben nog duizend CDA-chocolaatjes', zegt Gijs Dupont (27), directeur van het campagnebureau van CDA Limburg in Susteren. ...
    Laurence Stassen, oud-presentatrice van TV Limburg en nu europarlementariër, is lijsttrekker van de PVV ...
    Maar is er nog wel een gevecht? Bij de Tweede Kamerverkiezingen van juni 2010 werd het CDA weggevaagd in Limburg, en was de PVV de grote winnaar. De tijd dat praktisch alle Limburgse katholieken automatisch stemden op de K van KVP (Katholieke Volkspartij) en op de C van haar opvolger CDA (Christen-Democratisch Appèl), lijkt voorgoed voorbij.    ...

Een individueel voorbeeld (Volkskrant Magazine, 12-02-2011, door Kim van Keken):
  Emile Roemer

Emile Roemer (48) kwam naar Den Haag en nam uiteindelijk de rol als politiek leider van de SP op zich. Hij beheerst inmiddels zijn korte lontje, maar blijft ongeduldig. ‘Tegen dat getreuzel kan ik niet.’
...
Uw ouders waren CDA’ers. Hoe vonden zij het dat u naar de SP ging? ‘Die hadden liever gezien dat ik actief CDA’er was geworden. Ja, helaas. We hadden altijd wel lekkere discussies. Mijn vader en ik waren het altijd oneens. Dat hoorde zo. Maar als we op een verjaardag zaten en ik hoorde hem discussiëren met de buren of de overburen, dacht ik: man, je bent nog rooier dan ik. Katholieken stemden op de KVP, later het CDA. Dat stond niet ter discussie. Ik durf te beweren dat als mijn vader later de keuze had gehad, hij op een andere partij had gestemd.’

Zo is het dus wel een kleine honderd jaar geweest: religieuzen stemden niet op politieke standpunten, maar op religieuze overeenkomsten. En hadden en hebben daarin nauwelijks tot geen vrijheid, want via hun leiders zijn ze verbonden met hun godheid - in het geval van de katholieke klerk heel expliciete: de paus is de vertegenwoordiger van Jezus op aarde. En vanaf de paus, via kardinalen, bisschoppen enzovoort, is ook de baas van de overeenkomstige politieke partij een vertegenwoordiger van Jezus op Aarde. Ga daar maar eens tegenin.
   Later gevonden: een andere waarnemer van het verschijnsel (VARAgids, nr. 16-2011, column door Paul Witteman):
  Rooie Ruth

Het gemiddelde CDA-lid is een stuk geraffineerder dan we geneigd zijn te denken. Alom werd de keuze voor Ruth Peetoom tot voorzitter uitgelegd als een overwinning van de linkervleugel. Alsof het CDA-congres een beetje spijt had van de steun die het vorig jaar gaf aan het kabinet Rutte-Verhagen-Wilders en dat foutje met de keuze voor Rooie Ruth wilde rechtzetten.
    Woordvoerders lieten ons op fluistertoon weten dat de partijtop liever de rechtse Sjaak van der Tak als voorzitter wilde. Vriendje van Maxime tenslotte. Maar ik geloofde de spinners geen moment. Ruth Peetoom is de ideale excuustruus voor het rechtse kabinet. ...
    ... Het CDA heeft een  broertje dood aan oppositievoeren. Er is niets op tegen, elke politiek is machtspolitiek. En dus was Ruth stiekem de kandidaat van de partijtop. Zij moet ervoor zorgen dat bij de volgende verkiezingen de sociaalvoelende CDA-kiezers weer terugkeren op het oude nest. Om ze een dag later te gebruiken voor het consolideren van de macht.

Amen.
 
En dat het op dit eigenste moment (de jaren 2010) zichtbaar beter wordt, heeft een oorzaak die niet in de religie zelf ligt ( De Volkskrant, 26-03-2011, door Uwe Arnhold):
  Kerk moet meedoen aan het debat

Het CDA trekt weinig kiezers, omdat het christendom uit Nederland verdwijnt. Kerken hebben niet het vermogen om een rol te spelen in het publieke debat.


Uwe Arnhold | De auteur was Luthers predikant in Duitsland. Hij werkt nu als jurist in Nederland en is lid van de Duitse Protestantse Gemeente in Amsterdam. Hij vindt dat dat kerkelijk Nederland zich beter op de kaart moet zetten.


Wat was de oorzaak voor de CDA-verkiezingsnederlaag? Gebrek aan een echte leider? De keuze voor PVV? De onduidelijkheid over waar deze partij staat? Binnen en buiten de partij wordt daarover gedebatteerd en geruzied. Echter, de kern van de zaak wordt in deze discussies niet of nauwelijks geraakt.
    De kern is dat het christendom uit Nederland verdwijnt! Terwijl de kerken al lang aan hun marginalisering en neergang gewend geraakt zijn en zich daarbij neergelegd hebben, worden nu opeens ook de christelijke partijen daarmee geconfronteerd: hun achterban en daarmee hun bestaansgrond valt weg.
 geloven.    ...
    Kerkelijk Nederland, inclusief het CDA, is steeds minder in staat, zichzelf overtuigend op de kaart te zetten en voor de hele samenleving een inhoudelijk overtuigende gesprekspartner en wegbegeleider te zijn.

Daarover zo meteen meer. Eerst nog een ander punt. Zoals iedere grotere organisatie hebben ook kerken en religieuze partijen een hiërarchie. En deze kerken en partijen moeten, indien ze niet zelf de absolute baas zijn, functioneren tezamen met andere hiërarchische organisaties. En dan dient zich een paar belangrijke sociologische en psychologische regels aan: naarmate mensen hoger in een hiërarchische organisatie zitten, eigenen ze zich meer vrijheden in het algemeen, en ook ten opzichte van de regels van hun organisatie toe. Bekend zijn de vel voorbeelden van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders die zich dusdanig weinig aan de regels van hun religie gelegen laten liggen, dat er sprake is van regelrechte doodzonden - criminele daden en erger.
    En de tweede regel is dat de waar er vrijheid is om banden aan te gaan, die het sterkst zijn tussen de mensen op het eigen niveau - de sympathieën tussen mensen als premier Berlusconi van Italië en dictator Kadhafi van Libië, om maar een actueel (schrijvend in 2011) voorbeeld te noemen., zijn ontstaan door hun min of meer gelijke positie in de sociale hiërarchie. 
    De leiders van de religieuze politieke partijen zijn op die manier sterk solidair met de mensen op hun eigen niveau: de leiders van der andere politieke partijen en de maatschappij in het algemeen.
    En regel drie is dat leiders in maatschappelijk machtige positie, zonder de aanwezigheid van sterke tegenkrachten in de vorm van één of ander moraal, vrijwel onbedwingbaar geneigd blijken te zijn om zichzelf te bevoordelen. En dat vaak in extreme mate
    Dat bevoordelen van zichzelf kan niet zonder het benadelen van anderen - de mensen onderin de hiërarchische organisatie.
    Als je deze drie dingen samen neemt, krijg je de situatie dat de tot van religieuze organisaties sterk geneigd zijn om samen te werken met mensen in de top van andere organisaties en gezamenlijk de mensen onderin de diverse maatschappelijke organisaties, zeg maar: de maatschappij, te benadelen.
    Dit soort meer algemene overwegingen leiden tot precies de situatie zoals je die in de huidige maatschappij aantreft: de leiders van de religieuze partij, het CDA, werken samen met de meest rechtse, neoliberale, "recht van de sterkste", "Ieder voor zich en God voor ons allen", "Ikke ikke ikke en de rest kan stikke" partij . Met als noodzakelijk gevolg dat die leiders van de religieuze partij samen met de rechtse kannibalen de burgers aan de onderkant van de maatschappij, tot circa tweederde, benadelen.
    Waar het hier om gaat is het volgende: de leiders van de religieuze politieke partijen kunnen dit doen, omdat hun kiezers, voor het overgrote deel lid van de groep benadeelde burgers, op grond van religieuze motieven toch wel op hun partij stemmen.
    Oftewel: het bestaan van politieke partijen die gebaseerd zijn op andere loyaliteiten, overwegingen en argumenten anders dan politiek inhoudelijke, is een ondermijning van het democratische proces. Wat het sterkste geldt voor religieuze partijen.
    En daar waar het bestaan van religieuze politieke partijen zijn een vrijwel noodzakelijk gevolg is van het bestaan van religies, is het bestaan van religie dus een sterke ondermijning van het democratische proces.
    Ter illustratie terug naar het punt van Arnhold dat de huidige religieuze partij, het CDA, zichzelf niet meer op de kaart blijkt te kunnen zetten. Dat is is eigenlijk hetzelfde als het bovenstaande. een religieuze partij kan twee soorten argumenten naar voren brengen: religieuze en niet-religieuze. Niet-religieuze argumenten kunnen beter door niet-religieuze partijen en mensen naar voren worden gebracht, omdat religieuze mensen, door het op absolute goddelijke regels vervormde manier van denken , niet goed zijn in het overzien van de reikwijdte van de vele menselijke factoren. En de religieuze argumenten van een religieuze partij zijn allemaal te herleiden tot het volgende: "Ik heb gelijk omdat mijn God zegt dat ik gelijk heb'. Welke laatste uitspraak voor iedereen die niet van dezelfde religie is, niets anders is dan: "Ik heb gelijk omdat ik gelijk heb, en daarom moet ik mijn zin krijgen'.
    De laatste alinea samenvattend: het CDA kan zichzelf niet meer op de kaart zetten, omdat het op een inhoudelijke manier op de kaart zetten van een religieuze partij in een democratie onmogelijk is.

Nog een nieuw invalshoek: het culturele conservatisme (de Volkskrant, 30-03-2011, door Bart Jan Spruyt):
  Alleen islam noopt tot debat kerk-staat

Bart Jan Spruyt | Bart Jan Spruyt is historicus en voorzitter van de conservatieve Edmund Burke Stichting
.

In het debat over 'kerk en staat', politiek en geloof, vallen steevast grote woorden. Op instigatie van de Kamerleden Jeanine Hennis (VVD) en Tofik Dibi (GroenLinks) gaat de Tweede Kamer een 'meer beschouwend debat' aan dit onderwerp wijden. Dan zal het dus gaan over de vrijheid van godsdienst (artikel 6 Grondwet) en over de scheiding van kerk en staat, die niet in de Grondwet wordt genoemd maar toch als een belangrijk grondprincipe van onze rechtsstaat geldt. ...

Maar er dus niet is, zodra de staat godsdiensten bevoordeelt zoals de werkelijkheid is.
  De misverstanden rondom dit onderwerp hopen zich echter op.

Waarvan we het eerste van Spruyt dus al achter de rug hebben.
  Velen denken dat een neutrale overheid betekent dat de overheid seculier, godsdienstloos, moet zijn. Geloof is best, maar achter de voordeur, niet in de publieke ruimte. Dit standpunt is een vergissing.

Nee, dat is niet de kern. De kern is dat godsdienst niet bevoordeeld wordt boven andere meningen. Als de religie in de grondwet vermeld wordt als dienende bescherming, verdient het communisme dat ook.
  Het seculiere standpunt is niet neutraal, maar even goed een levensbeschouwelijke keuze.

En elementaire denkfout, van de soort: niet-zwart is wit: niet-religieus is niet een levensbeschouwelijke keuze, keuze maar oneindig veel levensbeschouwelijke keuzes - niets wordt verder uitgesloten, behalve een stuk of wat gevallen.
  Neutraal wil zeggen onpartijdig, en dat betekent dat alle levensbeschouwingen in principe dezelfde ruimte krijgen om er te zijn en zich te uiten.

Precies. Dat wil zeggen: wie de islam of een andere religie haat, moet evenveel ruimte krijgen als de islam en andere religies krijgen om hun haat voor niet-religieuzen te verspreiden. En aangezien dat eerste niet mag, mag het tweede ook niet.
  Velen denken dat de scheiding van kerk en staat betekent dat gelovigen geen politieke standpunten mogen uitdragen die op hun geloof gebaseerd zijn. Zo zouden gelovigen zich niet tegen abortus of euthanasie mogen uitspreken omdat zij dan andere mensen iets zouden willen verbieden op grond van hun geloof. Wie zich vóór abortus en euthanasie uitspreekt, creëert evengoed een maatschappelijke werkelijkheid die gebaseerd is op levensbeschouwelijke keuzes.

Nog een elementaire denkfout: niet-religieuzen dwingen religieuzen niet tot abortus - religieuzen dwingen niet-religeuzen tot afzien van abortus. Een volkomen asymmetrische situatie.
  Een 'meer beschouwend debat' over staat en geloof is nauwelijks mogelijk omdat de nodige irritatie aan de behoefte aan dat debat ten grondslag ligt. In de jaren negentig leken we af te stevenen op een religieloze publieke ruimte: de secularisatie ging onverminderd door en het CDA was uit het centrum van de macht gemanoeuvreerd. Maar het CDA bleek toch nog levensvatbaar en een nieuw geloof, de islam, bleek zich assertief te manifesteren.
    De discussie zoals die nu wordt gevoerd, is eigenlijk volledig te danken aan de aanwezigheid van de islam. Over religieuze symbolen achter gemeentebalies is nooit enige ophef gemaakt, omdat dat ook niet nodig was. Een kruisje of keppeltje riepen geen wantrouwen op, een hoofddoekje (blijkbaar) wel. Het verzet tegen het ‘vrouwenstandpunt’ van de SGP komt voort uit de zorg dat een (veel grotere) islamitische partij vergelijkbare standpunten zal gaan huldigen. Het verzet tegen de rituele slacht komt voort uit verontwaardiging over de slachtpraktijk onder moslims. Sinds de komst van de islam is het niet meer mogelijk, zo blijkt, om nog net zo ongeclausuleerd voor de vrijheid van godsdienst, onderwijs, vereniging en rituele slacht te zijn als daarvoor. En als je op basis van een relativistische levensovertuiging in gelijkheid gelooft – en dus alle geloven even erg of even mooi vindt – dan kun je het niet over de islam hebben maar alleen over religie in het algemeen.

Klopt. En als je de islam dit soort rechten geeft, hebben communisme en nazisme er ook recht op.
    Dit lijkt te wijzen op een ongelijkheid in behandeling. wat klopt. En dat mag ook, want islam en christendom zijn doodgewoon niet gelijk. De laatste is nog grotendeels in zijn weerzinwekkende woestijnfase, de eerste in vijfhonderd jaar bijgeslepen door de rede.
 
  Dat voorstel om art. 6 Grondwet te schrappen noopt ook tot enig wantrouwen. De voorstanders zeggen dat gelovigen al vrijheid van meningsuiting en vereniging hebben en dat de vrijheid van godsdienst daarom overbodig is. Maar als deze artikelen materieel samenvallen, waarom dan die moeite gedaan om art. 6 te schrappen? Blijkbaar is er iets anders aan de orde. Wanneer je art. 6 schrapt kun je het geloof gaan zien als ook maar een mening. En dat is het niet

En daar komt de aap uit de mouw: ook Spruyt wil de godsdienst twee rechten toekennen dat andere meningen  niet krijgen: het recht zijn meningen niet te hoeven onderbouwen, en het recht die menig aan anderen dwingend op te leggen. Waarbij de term 'recht' in het voorgaande dus geen recht is, maar een dictaat. En de huidige toestand, waar godsdienst die "rechten" wel heeft, is dus dictatoriaal.
    Enige weken later komt het weerwoord (de Volkskrant, 07-05-2011, door Rik Smits):
  Godsdienstvrijheid gaat echt niet boven alles

Wanneer de rechten voor religieuze minderheden botsen met de opvattingen van de meerderheid moet alles wijken voor de religie. Godsdienstvrijheid legt groepsprivileges vast.

Rik Smits | De auteur is taalkundige en publicist. Hij voelt zich onbehaaglijk bij de betekenis die godsdienstvrijheid in de Nederlandse praktijk heeft. Met een beroep op dit grondrecht leggen gelovigen hun bijzondere vrijheden vast.

Tussentitel: Er is geen grond om gelovigen uit te zonderen van de brede consensus

'Nu gaan we wat mij betreft terug naar de Middeleeuwen', brieste SGP-woordvoerder Elmert Dijkgraaf op 13 april in de Tweede Kamer. 'Dat wij in Den Haag gaan bepalen wat de inhoud van een geloof is. Dat bepalen mensen zelf.' Het waren ware en heldere woorden in een debat waarin het verder deerlijk aan helderheid en waarachtigheid schort.
    Dat debat gaat over het schrappen van de ontheffing wegens religieuze - lees joodse en islamitische - bezwaren van de wettelijke verplichting dieren voorafgaand aan de slacht te verdoven. Vooral de orthodox joodse gemeenschap verzet zich daar fel tegen, en haar verzet is ogenblikkelijk overgenomen door het CDA, de ChristenUnie en de SGP.
    Dat enigszins curieuze verbond heeft de discussie compleet vergiftigd. ... Het gaat maar om één ding: het zo ver mogelijk oprekken van het begrip godsdienstvrijheid.
    Dat is een trend die al langer zichtbaar is. Zodra verplichtingen die een geloof met zich meebrengt botsen met de publieke moraal of met de eisen die de wet stelt, moet alles wijken voor de religie. We zagen het bij ambtenaren van de burgerlijke stand die weigeren homo's te trouwen, bij streng christelijke scholen die homoseksuele of anderszins onwelgevallige sollicitanten weigeren, en bij Volendamse tienermeisjes die hun recht om met een hoofddoek op in de klas te zitten tot bij de hoogste rechter bevechten. En nu dus ook in het geval van ritueel slachten. Telkens probeert men met een beroep op de godsdienstvrijheid voor de eigen groep bijzondere vrijheden te regelen.
    Maar het creëren van uitzonderingsposities is niet waar het grondrecht van godsdienstvrijheid voor dient. Die is er juist om achterstelling, uitsluiting en vervolging van mensen om geloofsredenen uit te bannen, vooral door de staat, maar in tweede instantie ook door anderen, bijvoorbeeld andersgelovigen. Artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geeft een ieder 'recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid [...] zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften'. Maar die rechten zijn wel onderhevig aan wettelijke beperkingen die 'noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen'. Kort samengevat gaat bij conflicten tussen de algemene democratische rechtsorde en eisen van een geloof de rechtsorde dus voor. Die belichaamt in een democratie immers qualitate qua alles wat we met ons allen 'noodzakelijk' achten.
    Als er dus een door brede concensus gedragen wettelijk vereiste bestaat dat vee voor de slacht verdoofd moet worden, is er geen grond om gelovigen daarvan uit te zonderen. De tegenwerping dat onder rechten van anderen geen rechten van dieren verstaan mogen worden, snijdt geen hout. Dieren zijn geen partij in de rechtsorde. Het gaat om de morele verantwoordelijkheid tegenover dieren die andere mensen voelen. En wie durft beweren dat hun diepe, door aantoonbare feiten geschraagde overtuiging minderwaardig is aan religieuze symboliek? Dat er wel meer mis is in de veehouderij, is een onwaardige jijbak, geen excuus om het extra kwaad dat door onverdoofd slachten gedaan wordt, te bagatelliseren of te laten voortduren.   ...
    In een maatschappij waar vrijwel iedereen hetzelfde geloof aanhangt, is dat allemaal geen probleem, behalve voor de rafelrand van respectloos behandelde minderheden. Maar zo zit Nederland gelukkig niet meer in elkaar. De moeilijkheid zit hem in het gelijk van Dijkgraaf: mensen maken zelf uit wat hun geloof inhoudt, net als ongelovigen zelf bepalen wat ze waardevol en van principieel belang achten.
    Wie zal dan uitmaken welke gevoelens dieper zijn, wiens principes meer waard dan die van anderen? 'Wij!', roepen nu alle strenge gelovigen, 'want onze god heeft het zelf gezegd'. De enige fatsoenlijke koers die een wetgever onder die omstandigheden kan varen, is vasthouden aan de gelijkberechtiging van allen, zonder privileges voor welk geloof dan ook.

Want onder het mom van geloof kan je in feite iedere vorm van krankzinnigheid scharen. Los van het feit of de eigenaardigheden van christendom en islam dat al dan niet zijn.

Volgende kwestie (de Volkskrant, 26-03-2011, door Uwe Arnhold):
  Blasfemieverbod is geen wassen neus

Uwe Arnhold | Uwe Arnhold is jurist en theoloog. Hij betoogt dat de wetgever en rechters zich niet met theologische opvattingen dienen te bemoeien.


Tussentitel: VVD denkt dat ommezwaai niet veel kwaad kan

Er is ophef ontstaan in Den Haag omdat de VVD niet meer het wetsvoorstel tot afschaffing van het blasfemieverbod in artikel 147 van het Wetboek van Strafrecht wil ondersteunen. Het vermoeden is dat de VVD dit doet omdat de regeringscoalitie in de Eerste Kamer zelf geen meerderheid heeft en men daarom de SGP te vriend wil houden. Artikel 147 verbiedt onder meer ‘smalende godslasteringen’, dus blasfemie, en de SGP wil dit verbod graag in stand houden. Nu leidt deze wetsbepaling al decennia een comateus bestaan. Verdere instandhouding van deze bepaling zal daarin niet veel verandering brengen. Waarschijnlijk denkt de VVD dat haar ommezwaai niet veel kwaad kan en dat het mooi meegenomen is als de SGP met zo’n wassen neus genoegen neemt.
    Maar de SGP is een beginselpartij die niet zozeer kijkt naar op korte termijn te behalen partijpolitieke winst. Het gaat deze partij om fundamentele keuzen en de verankering van haar principiële standpunten. En dus hecht de SGP eraan dat smalende godslastering ondanks de rechterlijke praktijk verboden blijft.
    Toch is dit standpunt van de SGP opmerkelijk. Immers, haar achterban strijdt tegen blasfemiewetgeving in andere, met name islamitische landen. De in Ermelo gevestigde orthodox-christelijke stichting Open Doors vierde afgelopen maart nog het feit dat de VN-Mensenrechtenraad een resolutie heeft aangenomen die de godsdienstvrijheid benadrukt en waarin over de belediging van godsdiensten met geen woord wordt gerept.
    De stichting vond dit 'geweldig nieuws voor christenen', omdat het standpunt dat blasfemie verboden moet worden ertoe leidt dat vooral christenen vervolgd en gediscrimineerd worden. ...
    Nu is het uiteraard onwaarschijnlijk dat de SGP deze belijdenis als blasfemie zou aanmerken. Integendeel. Het gaat deze partij waarschijnlijk eerder daarom dat Jezus Christus tegen smaad en laster beschermd wordt. Immers, de SGP houdt vast aan artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1566, waarin gesteld wordt dat de overheid de ware godsdienst moet beschermen en bevorderen. En de ware godsdienst dat is nu eenmaal volgens de SGP datgene wat deze partij daaronder verstaat. Juist dit gegeven maakt duidelijk dat het bij de beoordeling van wat al dan niet godslasterlijk is om theologische opvattingen en keuzen gaat. Fundamentalistische moslims hebben daarover een andere mening dan de orthodox-christelijke gezindte.   ...

Dat is de waarde van de komst van de islam: het laat nog eens duidelijk zien wat voor verderfelijk goed godsdienst is.
  Moeten zich nu echt de wetgever en de rechter met deze theologische opvattingen bemoeien? Is het zinvol dat de wetgever de rechter de ruimte verschaft om hierover te oordelen?

De vraag stellen is hem beantwoorden.
  Ook al zijn de vertegenwoordigers van de SGP beminnelijke en keurige heren, dan nog mag niet vergeten worden dat zij een theocratisch staatsmodel nastreven dat meer overeenkomsten heeft met Iran en Saoedi-Arabië dan met wat wij hier in West-Europa inmiddels aan vrijheid gewend zijn.

Waar de SGP als meest extreme vertegenwoordigers van het christendom dat misschien zijn, is het volkomen duidelijk dat de meest extreme vertegenwoordigers van de islam dat zeer beslist niet zijn. En daarom alle bevoordeling van godsdienst met onmiddellijke ingang uit de wet moet worden geschrapt.
    Twee christenen laten zich in de val lokken (de Volkskrant, 10-06-2011, door Arie Slob en Gert-Jan Zegers):
  Liberalen, verdedig vrijheid van godsdienst ook hier

Arie Slob is fractievoorzitter van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de CU.


Tussentitel: Godsdienstvrijheid is de koningin der vrijheden

Het is meestal de moeite van het luisteren waard als Frits Bolkestein van zich doet spreken. Zo ook toen hij in Opinie & Debat (4 juni) samen met Hala Naoum Nehme, opkwam voor vervolgde christenen in het Midden-Oosten. Daarmee laat Bolkestein zien dat veel liberalen een betrouwbare bondgenoot zijn in de strijd voor godsdienstvrijheid voor vervolgde christenen. Maar een pleidooi voor vrijheid dáár, is alleen geloofwaardig als het hand in hand gaat met een pleidooi voor vrijheid hier.
    De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging is de koningin van de vrijheden. Als het slecht gesteld is met deze vrijheid, is er altijd meer aan de hand. Beperkte godsdienstvrijheid is een indicatie van een gebrekkige democratie, beknotting van het vrije woord en inperking van de academische vrijheid.
    Een religieuze overtuiging zelf blijft ook niet beperkt tot een particuliere mening en een persoonlijk gebed. Geloof raakt alle aspecten van het leven. ...

En hier ligt men in de kuil. Het gaat natuurlijk al eerder mis, daar waar men stelt dat godsdienstvrijheid de koningin der vrijheden is. Dat is alleen zo vanuit het standpunt van religieuzen. Alle objectieve waarnemers constateren dat in ieder geval de drie monotheïstische godsdiensten matige tot sterke beperkingen opleggen aan de vrijheden van anderen. Maar hier komt men mee weg omdat de religieuze opvattingen nog in de meerderheid zijn en nog steeds de gedachten domineren - ook, onbewust bij de meeste niet-gelovigen.
    Maar op het moment dat men stelt dat de religieuze overtuiging meer is dan een particuliere mening, overschrijdt men voor iedereen zichtbaar de lijn, omdat dat betekent dat de religieuze mening een zwaarder gewicht heeft dan een andere mening. een mening waarvan men beweert dat dat slechts een particuliere mening is die niet alle aspecten van het leven raakt. Dus dat de religieuze mening per definitie meer is.
    Waarna men liggende in de kuil nog een ernstige fout maakt:
  De discussie over het ritueel slachten laat goed zien dat de vrijheid voor joodse rituelen - waar Bolkestein terecht voor opkwam - door geen enkele andere in de Grondwet vastgelegde vrijheid verdedigd wordt.

In deze uitspraak kan men 'ritueel slachten' vervangen door elke willekeurige opinie. Je zou ook "rituele kindermoord" kunnen invullen, iets dat niet verzonnen is maar in Zuid- Amerika ooit beoefend is. met de veroordeling waarvan men dus ook meteen rituele slacht veroordeeld, omdat ze beide gebaseerd zijn op hetzelfde principe: willekeur.
    Voor de religieus is dit onmogelijk in te zien, zoals blijkt uit de volgende woorden:
  Daarom geldt dat waar aan de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wordt getornd, de beschaving op het spel staat.

Het kan daarom niet anders dan doodgewoon niet te discussiëren met of luisteren naar religieuzen. Men zal gewoon het volgende moeten uitvoeren:
  De grondwettelijk verankerde vrijheid van godsdienst en levensovertuiging laat zich daarom niet vervangen door een combinatie van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering, zoals Jeanine Hennis-Plasschaert onlangs suggereerde. 

Ondanks dit soort protestaties van religieuzen.

De vrij-van-religie beweging deelt een nieuwe klap uit (de Volkskrant, 20-07-2011, door Marcel Duyvestijn en Thijs Kleinpaste):
  De gelovige geniet te veel privileges

De overheid is te genereus in de erkenning van gewetensbezwaren op religieuze gronden.

Marcel Duyvestijn | Thijs Kleinpaste | Marcel Duyvestijn is zelfverklaard 'liefdevol lid van de PvdA'. Thijs Kleinpaste is lid van de deelraad Amsterdam Centrum voor D66. Ze bepleiten gelijkheid tussen gelovige en niet-gelovige.

Vorige week onthulde GeenStijl dat minister Van Bijsterveldt toegeeft dat mensen die in Allah of God geloven 'gewetensbezwaard' mogen zijn bij het sluiten van een homohuwelijk. Alle anderen mogen dat niet. Merkwaardige discriminatie.
    Vaak hoort men dan het argument dat God 'nu eenmaal belangrijk is voor mensen'. Zo belangrijk, dat hij overal mee naartoe genomen moet worden, dus niet alleen naar de kerk of moskee. Maar hoe zit het bijvoorbeeld met de overtuigde socialist, die elke avond voor het slapengaan Das Kapital openslaat, en elke ochtend wordt gewekt door de opzwepende klanken van de internationale? Mag hij echtparen die een te protserige trouwring dragen weigeren, omdat excessieve rijkdom hem in het verkeerde keelgat schiet? Kunnen atheïsten eigenlijk weigeren om gelovige mensen in de echt te verbinden?
    Het is niet onze bedoeling om voor iedereen een eigen uitzondering te bedenken. Liever geven wij gelijke monniken een gelijke kap, en gelijke trouwambtenaren gelijke werkvoorschriften. Een overheid die de term 'gewetensbezwaard' steeds als konijn uit de hoge hoed trekt voor een ambt dat iemand vrijwillig kiest, en deze uitzondering bovendien alleen toestaat voor godsvruchtige mensen, kan niet blijven doen alsof alle overtuigingen en alle mensen gelijkwaardig behandeld worden.   ...

De crux: religieuzen worden bevoordeeld, en hun beroep daarop berust op superioriteitenken: hun opvattingen zijn inherent beter.
  Ook wij zien dat gelovigen nerveus worden van al die aanvallen op hun geloof. Iemand zei eens tegen ons: 'Jullie rusten niet totdat ik zeg dat ik niet meer geloof.' Dat is onzin. Wij willen een eerlijk debat. De opdracht houdt dus niet in dat gelovigen ons voor de zoveelste keer voorhouden dat met atheïsten aan de macht er nooit en op geen enkele wijze meer moraliteit zou zijn, of dat smalende atheïsten die malle gelovigen nog eens uitleggen dat God toch echt niet bestaat. Godsdienst is belangrijk voor veel mensen. Godsdienst biedt troost, houvast, engagement. Die vrijheid willen wij behouden. 

Helaas is het noodzakelijk de malle gelovigen uit te leggen dat hun God echt niet bestaat, iedere keer dat ze beroep doen op superioriteit van opvatting gebaseerd op die God. Als ze redelijke argumenten aanvoeren, mogen ze in alle vrijheid hun gang gaan.
    Maar dit soort dingen zeggen, is nog steeds lastig:
  Hier en daar horen we politiek protest, maar meestal is dat in de marge. Het is tijd voor meer lef in dit debat. De Kamerleden Boris van der Ham (D66), Tofik Dibi (GroenLinks) en Jeanine Hennis-Plaschaert (VVD) zijn betrekkelijk eenzame voortrekkers en baanbrekers die de ongelijkwaardigheid in het Nederlands staatsbestel blijven agenderen, maar zelfs bij hen mag het een tandje meer. Consistenter, met meer doorzettingsvermogen en visie.

De noodzakelijke maatregelen:
  Wij zijn er van overtuigd dat uit een open debat zal blijken dat een eerlijke, gelijkwaardige behandeling altijd de voorkeur heeft boven uitzonderingen en privileges van de ene groep boven de ander. Het blijven voortrekken van gelovigen zal op lange termijn bovendien averechts werken. Een zo seculier mogelijke overheid, eentje die zich zo min mogelijk bemoeit met de ideeën van haar burgers terwijl zij die ideeën zelf gelijkwaardig behandelt, is het best in staat om recht te doen aan alle meningen die in omloop zijn.
    Schrap daarom de wet op de smalende godslastering, ook al is dat inmiddels een slapend wetsartikel. Maak de vrijheid van meningsuiting net zo belangrijk als de vrijheid van godsdienst en vice versa door artikel 6 van de Grondwet niet langer apart te laten staan. Ook artikel 23 moet worden opgedoekt. Op school leer je rekenen, taal en omgaan met andere kinderen. Godsdienstlessen zijn nuttig, zolang alle religies met dezelfde belangstelling aan leerlingen wordt aangereikt. Geen aparte regels voor het leerlingenvervoer naar religieuze scholen, geen belastingvoordelen die wel voor godshuizen, maar niet voor carnavalsverenigingen gelden, geen weigerambtenaren meer, geen 'ik een beetje meer dan jij'.
    Haal de stofkam door de wet. Maak werk van een seculiere, vrijzinnige politiek die uitgaat van de gelijkwaardigheid van rechten, juist om recht te doen aan alle opvattingen. Van God tot Vliegend Spaghettimonser, van Allah tot Das Kapital. Want het kan anders en het moet eerlijker. 

Een verdere stap richting beschaving.
    Ook dit keer komt er een reactie (de Volkskrant, 23-07-2011, ingezonden brief van Kars Hazelaar, Sleeuwijk):
  Geloven of niet geloven: wat is het probleem?

In hun bijdrage aan Opinie en Debat (20 juli) stellen Marcel Duyvestein en Thijs Kleinpaste godshuizen, kerken, gelijk aan carnavalsverenigingen. Die vergelijking komt na een betoog waarin zij proberen duidelijk te maken dat gelovigen te veel privileges zouden genieten. Nergens in hun betoog kunnen ze echter duidelijk maken wat nu eigenlijk het probleem is.   ...

Een proces dat inmiddels als neurologisch bekend is: mensen met een overtuiging, vooral een religieuze, blokkeren waarnemingen die in strijd zijn met hun geloof. In dit geval het hele onderwerp van het artikel: de bevoordeling van religieuzen.
  Naast een kleinerende benadering richting gelovigen doen ze hapsnap een greep uit een aantal onderwerpen waarvan zij menen dat er sprake zou zijn van te veel privileges voor gelovigen.

Dit dus. Deze waarneming is verzameld in één deel van de hersenen, waar het geïsoleerd is gebleven ten opzichte van de rest, zodat het niet in dat deel is gekomen waarin de bedoeling van zaken wordt geëvalueerd.
  Zo wordt het onderwijs er bijgehaald, waarbij ze suggeren dat er alleen scholen zijn met onderwijs op gelovige grondslag.

Dit wordt nergens gesuggereerd door Duyvestein en Kleinpaste. Wqat ze zeggen is dat de bevoordeling van religieus onderwijs ongedaan moet worden gemaakt. Kennelijk zit de associatie religieus onderwijs" "alle onderwijs" in het hoofd van de briefschrijver".
    En de kern hiervan is natuurlijk dit:
  Het onderwerp gewetensbezwaren maakt duidelijk dat ze geen enkel idee hebben wat gelovigen, christenen, moslims enzovoorts, beweegt.
    Een mening wordt door hen gelijkgesteld aan geloof. Een beetje lacherig wordt daarbij een vergelijking gemaakt tussen een mening over 'een protserige ring' als uiting van rijkdom en het onderwerp gewetensbezwaren voortkomend uit geloof.

Het onderwerp van Duyvestein en Kleinpaste was de vrijstelling die religieuzen krijgen van het non-discriminatiebeginsel. Waarmee de opvattingen van religieuzen dus gesteld worden boven die van overige burgers voor het non-discriminatiebeginsel wel geldt. Oftewel: de opvattingen van religieuzen worden superieur geacht aan die van niet-religieuzen. Zoals de briefschrijver uiteindelijk ook bijna expliciet stelt:  'Een mening wordt door hen gelijkgesteld aan geloof' is bij ontkenning ervan direct te formuleren als: "Een religieuze mening is meer dan een niet-religieuze mening".
  ... Veel gelovigen, van welke signatuur dan ook, beseffen echter dat er meer is dan het aardse.
    Duyvestein en Kleinpaste staan daar kennelijk niet voor open. Hun aardse geloof gaat uit van het hier en nu waarneembare. Prima, geen probleem. Ik gun hun graag de ruimte om te geloven wat zij willen. Ze lijken echter niet te rusten totdat een andersgelovige niet meer gelooft. Mijn vraag is: wat is het probleem? Waarom willen ze het geloof van anderen in de hoek drukken?

Het antwoord: "Omdat gelovigen uitgaan van de superioriteit van hun opvattingen".

Stammende van een paar maanden terug, en hierboven staande, hebben we de oproep van de christenen aan de liberalen gezien om de vrijheid te verdedigen. De vrijheid van godsdienst, om preciezer te zijn. Niet de vrijheid van meningsuiting, volgens diezelfde christenen (de Volkskrant, 13-09-2011, van verslaggever Remco Meijer):
  Interview | Joël Voordewind (46)

'Op kwetsen moet gelijke straf staan'

Ontkenning van de Holocaust of de Armeense genocide moet expliciet strafbaar worden, vindt de ChristenUnie. 'De toevalligheid bij rechters moet weg.'

Vanavond zit hij in 'vak K', zoals de ruimte met blauwe stoelen voor ministers in de Tweede Kamer wordt genoemd. Zo wil de traditie het als een Kamerlid een initiatiefwetsvoorstel heeft ingediend dat het stadium van plenaire behandeling heeft bereikt. Het blijft een bijzonder moment en zo ervaart Joël Voordewind van de ChristenUnie het ook.
    Voordewind wil dat genocide-ontkenning strafbaar wordt gesteld. Dat kan door aan artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht, dat gaat over strafbare (groeps)belediging, een bepaling toe te voegen. ...

Nou geldt voor belediging in het algemeen en groepsbelediging in het bijzonder dat: 'Nou, een mening kan beledigend zijn, snap je. Dus het kan zijn dat als ik mijn mening geef dat dat voor iemand anders beledigend is. Bovendien is belediging voor sommige mensen gewoon …uh ja, een waarheid die ze liever niet willen horen. En dat zou dan kunnen betekenen van oh, dan mogen daar dan niet over praten want dat is beledigend. Da’s heel erg multi-interpretabel.' (Hans Teeuwen). Dus kan kan je geen wetsartikel over formuleren, anders dan dit: [Meid van Halal] Waar ligt de grens? Waar ligt voor u de grens? [HT, zeer nadrukkelijk] De grens ligt bij gewéld.' Waarbij een persoon die zich naam "Meid van Halal" aanmeet natuurlijk een dodelijke groepsbelediging is voor iedereen die niet-moslim, dus haram, dus onrein, dus een aap, hond en varken is.
    Volgende gotpse:
  Waarom is uw voorstel nodig?
Voordewind: 'Het gaat mij om negationistische uitingen met de uitdrukkelijke bedoeling te kwetsen. Dus het op grievende wijze ontkennen van de Holocaust of bijvoorbeeld de Armeense volkerenmoord door de Turken in 1915. Daarvoor is nu geen haakje in het strafrecht.

Mensen die ontkennen dat er zoiets als een Joodse of Armeense genocide bestaat doen niets anders dan de mensen die beweren dat er een hel bestaat waarin niet-gelovigen eeuwig zullen branden. En zolang het laatste niet verboden wordt, hebben degenen die het eerste beweren daar alle recht toe.
    Een volkomen de sluitende vorm van logica, die geperverteerd wordt door dit soort uitspraken:
  Kunt u een voorbeeld noemen?
'De Arabisch-Europese Liga plaatste in 2006 spotprenten op verschillende websites. Twee joodse mannen hebben een gesprek naast een aantal lijken. 'Ik weet niet zeker of dit wel Joden zijn', zegt de een. Waarop de ander antwoordt: 'Maar we moeten wel aan die zes miljoen komen.' De Hoge Raad heeft hiervoor vorig jaar 2500 euro boete opgelegd. Dat ervaar ik als een steuntje in de rug.'

Welker pervertering voortkomt uit de voorkeursbehandeling die Joden krijgen in dot soort zaken. ee4n andere vorm van perversie. Want Russen hebben meer slachtoffers te betreuren aan de hand van de nazi's van de Joden, en Russen krijgen dit soort voorrechten niet. Een glaszuivere vorm van racisme.
    Het onderhouden van dit soort ideologische opvattingen leidt bij confrontatie met de praktijk natuurlijk razendsnel tot verwarring voor de ideoloog:
  U twitterde vrijdag dat u de documentaire 9/11, waarin wordt gespeculeerd dat het WTC niet alleen door vliegtuigen maar ook met explosieven is neergehaald, schokkend vond. Mag dat wel, 9/11-ontkenning?
'Ik neem afstand van alle complottheorieën daarover. Mijn tweets waren ongelukkig. Die hebben verwarring gegeven, dat had ik zo niet moeten doen.'

Met als duidelijke conclusie dat niet zozeer zijn tweets ongelukkig zijn, alswel zijn ideologisch opvattingen.

De religie probeert zich te hergroeperen (de Volkskrant, 13-09-2011, van verslaggeefster Janny Groen):
  Samen in geweer tegen aanval op halalvlees, 'we zijn in shock'

Dat de Tweede Kamer een verbod op de rituele slacht wil, heeft er in joodse én islamitische kring diep ingehakt. Zij hebben de handen ineengeslagen.

De godsdienstvrijheid staat in Nederland hevig onder druk, waarschuwen rabbijn Lody van de Kamp en voorzitter Ibrahim Wijbenga van het Islamitisch Begrafeniswezen (IBW). Zij hebben een nieuw joods-islamitisch platform opgericht om paal en perk te stellen aan 'de voortdurende aantasting van onze religieuze identiteit'.
    Aanleiding is de gang van zaken rond het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren (PvdD) de rituele slacht in Nederland te verbieden, dat in juni door een zeer ruime Kamermeerderheid (116 stemmen voor, 30 tegen) werd aangenomen. Veel joden en moslims waren 'in shock'. Nooit hadden zij verwacht dat zoveel Kamerleden dierenwelzijn zouden stellen boven godsdienstvrijheid. Volgens Van de Kamp en Wijbenga is dat voor menigeen 'een eye opener'.    ...

De logica was onweerlegbaar: snijden doet pijn - verdoving vermindert de pijn - dus niet-verdoving zorgt voor onnodige pijn. Maar religieuzen doen niet aan logica. Daarom voldoen religieuzen aan deze beschrijving:
  Het pijnlijkst, zeggen beiden, is het beeld dat is gecreëerd. Wijbenga: 'De joodse en islamitische gemeenschappen zijn neergezet als middeleeuwse groepen die er barbaarse methoden op nahouden. Zelfs als het verbod wordt geblokkeerd, zitten we met die negatieve beeldvorming.'

Waartegen natuurlijk niets ter doen is:
  Ook dat moeten we rechtzetten, betoogt de rabbijn, al zal dat niet makkelijk zijn. Van de Kamp deed na de stemming in de Kamer aangifte wegens aantasting van eer en goede naam. Hij heeft zelf gewerkt als sjocheet, volgde een opleiding van zes jaar. Twee jaar daarvan waren gewijd aan dierenwelzijn, zegt hij. 'Op aangiften hoor je bijna nooit iets terug. Nu kreeg ik binnen een week een reactie van de officier van justitie. Het was niet vervolgbaar.'

En voor de volledigheid: de heren dragen opvattingen uit die ruim worden gedragen:
  Wijbenga en Van de Kamp worden voortdurend door hun achterban op die PvdD-triomf aangesproken. Wijbenga, die ook CDA-raadslid is in Eindhoven: 'Het gevoel is dat de politiek geen enkele compassie heeft met religieuze minderheden.' Hij zegt dat moslimpolitici, vooral van linkse partijen, in het hele land op grote woede stuiten. 'Aanvallen op de hoofddoek, op het halalvlees. Wat is de volgende stap? Dat hoor ik heel vaak.'
    Vanuit moslimlanden krijgt hij ook verbijsterde reacties. Hij denkt dat tot de politiek nog niet is doorgedrongen hoe ingrijpend een verbod op onbedwelmde slacht is voor joden en moslims. Hij hoopt dat steeds meer joodse en moslimgroeperingen zich bij het nieuwe platform aansluiten. Zij moeten er voor zorgen dat als de Eerste Kamer gaat stemmen, de boodschap luid en duidelijk is overgebracht.

Dus ze zijn nog niet kansloos in de Eerste kamer. Die is al berucht vanwege haar steun aan oligarchische projecten als Europsese eenwording , multiculturalisme en migratiefundamentalisme.

D66 is bezig met de aanzet tot wat een nieuw en nog heter debat lijkt te gaan worden: de onderwijsstrijd. de principes van onderwijs gefinancierd door de staat zijn simpel: het komt van belastinggeld betaald door iedereen, dus de schol;en die ermee gefinancierd worden moeten toegankelijk zijn voor iedereen.  En niet bedoeld zijn voor de indoctrinatie met de ideologie van een of andere maatschappelijke subgroep. Door de loop der historie is de huidige toestand anders (de Volkskrant, 14-09-2011, door Robin Gerrits):
  Wat te doen met de onderwijsvrijheid?

Op verzoek van de Tweede Kamer bereidt de Onderwijsraad een zwaarwegend advies voor over de toekomst van 'artikel 23 Grondwet'. Het beschermt al 94 jaar de onderwijsvrijheid in Nederland, toch is het niet onomstreden.
...

Tussenstuk:
Hoe zit het met artikel 23?

Wel of geen hoofddoekje, wel of geen handdruk, wel of geen homo voor de klas? De kwesties in het onderwijs van 2011 zijn heel andere dan degene die in 1917 aanleiding gaven tot de toen grondwettelijk vastgelegde onderwijsvrijheid. In dat jaar eindigde de schoolstrijd, die de Nederlandse politiek sinds begin 19de eeuw sterk bezighield.
    Tot de Franse Tijd was onderwijs geen overheidstaak. Maar in 1815 bleef een vorm van nationaal openbaar onderwijs achter, met weinig aandacht voor godsdienst, dat tot 1848 bleef bestaan. De nieuwe Grondwet van liberaal Thorbecke gaf onderwijs vrij: iedereen kon een school stichten, maar ook zelf betalen.
    In 1917 vond de uitruil plaats: de socialisten en liberalen kregen het algemeen kiesrecht voor mannen, de confessionelen de gelijkberechtiging van het onderwijs. Elke rooms-katholieke of protestants-christelijke school kreeg voortaan evenveel geld voor middelen, gebouwen en salarissen als een openbare. Tot in de jaren tachtig gold ook de vaak geridiculiseerde regel dat als bij de openbare basisschool een ruit was ingegooid, ook de confessionele scholen geld kregen voor herstel, kapotte ruit of niet.
    Na 1917 ontstonden in no time honderden confessionele scholen. Door de ontzuiling vanaf de jaren zestig en zeventig verdween het religieuze karakter van veel scholen. Vooral de laatste decennia staat artikel 23 ter discussie. Andere rechten en wetten kunnen bijten met het grondwetsartikel. Reformatorische scholen beroepen zich op artikel 23 als ze eisen stellen aan de levenswandel van hun personeel, maar homoseksuele leerkrachten mogen niet worden gediscrimineerd. Islamitische scholen zien in het grondwetsartikel een aanmoediging voor een eigen zuil, maar de overheid wil wel een vinger in de pap houden bij kwaliteit en integratie. Scholen met radicaal vernieuwende ideeën worden nog niet officieel beschermd. D66 werkt daarom aan een initiatiefwet.
    Op verzoek van de Kamer bereidt de Onderwijsraad een gewichtig advies voor over de toekomst van artikel 23. ...

De term "onderwijsvrijheid als afkorting voor de beschreven regeling is van de soort "oorlog is vrede". Op de zogenaamde "confessionele' scholen wordt in feite ideologische indoctrinatie bedreven, en dat is dus geen vrijheid maar dwang. En ook staat die "onderwijsvrijheid' voor onderwijsongelijkheid, want de ideologen kunnen er voor kiezen om naar een openbare of niet-ideologische school te gaan en de indoctrinatie thuis te doen, terwijl de niet-ideologen alleen keuze hebben uit de openbare of niet-ideologische scholen.
    Natuurlijk wordt daar door de ideologen van de diverse soorten naarstig over gelogen. In volgorde van ernst, duie niet die van het artikel is:
  Kudret Camdere, bestuursvoorzitter van de islamitische As Siddieq-school in Amsterdam: 'Iemands religie en de normen en waarden die eruit voortvloeien, houden niet op als iemand zijn huis verlaat. Die gelden ook op school, op het werk. Zeker in het onderwijs zijn ze van belang. ...'

Op de scholen van deze ideologie wordt regelrechte discriminatie en rassenhaat bevorderd, met name die tegen Joden en homo's. het bestaan van alleen al deze stroming is ruim meer dan voldoende reden om de onbeschfte bevoordeling van ideologie onmiddellijk af te schaften.
  Werner van Katwijk van het christelijke Ouders & Coo: 'Ik denk niet dat er veel ouders zijn die zich hier niet door beschermd voelen. Nee, het artikel komt niet meer op voor de besturen dan voor ouders. Wel is hun rol in de professionele besturen sterk teruggedrongen. Het bijt ook niet met andere grondrechten. Als homoseksuelen vinden dat op een school moeilijk wordt gedaan over hun seksuele geaardheid, kunnen ze naar de rechter stappen. Dus lekker zo laten. Er is geen land waar zo'n grote pluriformiteit bestaat als in Nederland, en dat komt door artikel 23. '

Een kwade grap: de systematische discriminateur die vindt dat hij daar wel recht op heeft. Zoals bekend: christenen zijn wel wat beter dan moslims, maar niet zo veel.
  James Kennedy, historicus aan de Universiteit van Amsterdam: 'Het is deels een anachronisme - veel scholen hebben alleen in naam nog een levensbeschouwelijke identiteit. De context waarin artikel 23 ontstond, is totaal verdwenen (zie kader, red.).

Als dat waar is, kan de ongelijkheid onmiddellijk afgeschaft worden. Maar James Kennedy is als immigrant  een ideoloog van de multiculturalistische soort:
  Maar de huidige culturele context geeft het onverminderd waarde: de laatste jaren ligt zo veel nadruk op assimilatie en op conformeren, dat de pluriformiteit onder druk staat. Artikel 23 kan helpen die diversiteit in stand te houden.

Oftewel: iedere hoeveelheid inmenging van andere culturen is prachtig, en dient gesteund te worden met ideologie die dit uitdraagt.
  Bert-Jan Kollmer van de Vereniging Openbaar Onderwijs: 'Het artikel heeft geen enkel bestaansrecht meer. Ouders laten zich bij hun keuze volstrekt niet meer leiden door de grondslag van een school. Het openbaar onderwijs waarborgt de pluriformiteit veel beter, omdat het openstaat voor iedere gelovige of seksuele geaardheid. Goed ook voor de integratie: samen opgroeien. Weg met die denominaties. Belachelijk dat je alleen een school kunt oprichten als die een bepaalde religieuze kleur heeft. Dat is toch niet meer van deze tijd?'

Uit die laatste opmerking kan je destilleren dat er wel een soort nut is voor een soort artikel 23 regeling. Zie deze volgende:
  Erik Reith van Iederwijs in Apeldoorn: 'Artikel 23 leidde in het verleden tot rare zaken. Vroeger gaf ik les op rooms-katholieke scholen en als er dan bij de openbare school een ruit werd ingegooid, kregen wij evenveel geld. Waanzin natuurlijk. Maar het artikel geeft wel ruimte aan vernieuwende ideeën, en die wil ik niet kwijt! Telkens als in de Kamer stemmen opgaan om bij Iederwijs in te grijpen, zeggen mensen van bijvoorbeeld de ChristenUnie: nee, geen staatspedagogiek! Bij al het overheidsingrijpen via inspectie en prestatie-eisen, heb ik toch het gevoel dat artikel 23 bescherming biedt.'

Dat nut dus zijnde dat ook een door de staat gereguleerde omgeving bezeten kan raken van een ideologie, zoals we die gezien hebben van het competentie-gericht leren en andere vormen van het "nieuwe leren". Ouders die in staat zijn om een genoeg steun te krijgen voor een andere vorm van onderwijs, uitsluitend op didactisch en niet op ideologische basis, dienen de ruimte te krijgen om zoiets te doen. Natuurlijk met bewaking van de prestatienormen op grond van landelijke examens of andere vormen van algemene toetsing.
    En onmiddellijk brandt de strijd los (de Volkskrant, 15-09-2011, door Robin Gerrits):
  Deskundigen tegen afschaffen bijzonder onderwijs
 

Pleidooi voor vrij onderwijs

Blijf af van grondwetsartikel 23, dat de onderwijsvrijheid regelt; de schade van aanpassing kon wel eens groter zijn dan de opbrengst. En als er al iets anders moet, verruim dan vooral de gronden waarop een school kan worden gesticht: niet louter godsdienstig, zoals nu, maar ook opvoedkundig.
    Dit was woensdag de rode draad in de discussies en toespraken op een symposium over actualiteit en toekomst van artikel 23 in de Van Nelle Ontwerpfabriek in Rotterdam.
    Tientallen wetenschappers, politici en vertegenwoordigers van besturen, inspectie, bonden en andere onderwijsorganisaties waren er samengekomen om te debatteren over de vrijheid van onderwijs. Alles in het kader van een 'gezaghebbend' advies dat de Tweede Kamer van de Onderwijsraad verwacht over dit heilig huisje in de Nederlandse politiek-maatschappelijke geschiedenis.   ...

Verruiming van "uitsluitend godsdiensten mogen eigen scholen oprichten" naar "iedereen mag dit" is het allerminste. Dat is slechts het rechtzetten van de meest blatante vorm van discriminatie. Maar zelfs daartegen is tegenstand. Niet van een echte deskundige overigens, overigens:
  Paul Schnabel was heel duidelijk: pas op dat het debat niet uitdraait op 'een vorm van ritueel slachten'. De directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau verwees daarmee naar de felle strijd tussen politiek en religieuze groeperingen naar aanleiding van het verbod op ritueel slachten, waartoe voor de zomer was besloten.

Paul Schnabel is naast directeur van het SCP ook een multiculturalist van joodse afkomst, zoals geïllustreerd door zijn "Er bestaat geen Nederlandse identiteit"-standpunt uitleg of detail , en hier door zijn steun aan het judaïsme en de islam aangaande hun barbaarse gewoonte van de rituele slacht. Paul Schnabel steunt dus zowel de religieuze ideologie als de seculier in de vorm van multiculturalisme. Hij is dus per definitie geen deskundige, want en deskundige mag alleen letten op de inhoudelijkheid van zaken. Dat deze seculiere en religieuze ideoloog partij kiest voor de pro-religieuze discriminatie van artikel 23 is niet meer dan logisch, en in de rationele afwegingen dus minder waard dan niets. 
    Het is ook veelbetekenend dat de verslaggever zowel aan het begin als het einde van zijn stuk de ideologische praatjes van Schnabel neerpent. Hier is de laatste alinea:
  Daarom, adviseerde Schnabel de politiek: bezint eer ge begint aan een grondwetshervorming. Het bestaande systeem is zo slecht nog niet. En dan geldt: if it ain't broke, don't fix it.

Een keiharde leugen, want de flagrante pro-religieuze discriminatie is natuurlijk bijna de definitie van 'broke', als het een wettelijke regel betreft.

De dag dat voorgaande artikel verscheen is een opmerkelijke. Want er volgde nog twee over aanverwante zaken. Hier is de eerste (de Volkskrant, 15-09-2011, van verslaggeefster Janny Groen):
  Artsen willen verzet tegen besnijdenis

KNMG vindt dat vanzelfsprekendheid van besnijden van minderjarige jongensmoet verdwijnen

De KNMG roept alle relevante maatschappelijke en politieke organisaties op zich uit te spreken tegen jongensbesnijdenis. Het kabinet, de Tweede Kamer, de kinderombudsman en mensenrechtenorganisaties moeten hun verantwoordelijkheid nemen en dat 'pijnlijk en schadelijk ritueel' bestempelen als een schending van kinderrechten.
    Zo kunnen zij de broodnodige discussie losmaken binnen religieuze gemeenschappen en twijfelende ouders een steun in de rug geven, aldus de artsenfederatie. Een verbod van het ritueel vindt de KNMG nog een brug te ver. 'Jongensbesnijdenis is stevig ingeburgerd in de joodse en islamitische gemeenschappen', zegt de aan de KNMG verbonden ethicus Gert van Dijk. 'Als je het nu verbiedt, gaat het ondergronds en worden besnijdenissen weer uitgevoerd met keuken- of stanleymes.'
    De bewustwordingscampagne moet vooral op ouders worden gericht. Religieuze leiders benaderen heeft geen zin, zegt Van Dijk: 'Die laten zich niet overtuigen. Ouders moeten beseffen dat het om een onomkeerbare ingreep gaat, uitgevoerd op wilsonbekwame kinderen. Die moeten later, vanaf hun zestiende, zelf kunnen beslissen of en welke risico's ze willen lopen.'   ...

Tussenstuk:
'Pijnlijk en schadelijk ritueel'

De meest voorkomende complicaties bij besnijdenis zijn bloedingen, infecties, plasbuisvernauwingen, een gat in de plasbuis, verlittekening en misvormingen. Amputaties en sterfgevallen worden soms gerapporteerd. Over hoe vaak het misgaat, lopen de schattingen uiteen: van 0,2 tot 20 procent. De Utrechtse kinderuroloog Tom de Jong stelt dat eenvijfde van de jongens levenslang problemen houdt. Besnijdenissen worden nergens geregistreerd. Volgens KNMG-ethicus Gert Van Dijk zijn er tientallen besnijdeniscentra in Nederland, vooral gebruikt door moslims. De ingreep wordt meestal uitgevoerd door arts-assistenten en kost 250 à 350 euro. De joden leiden hun besnijder, of moheel, zelf op. ...

De opmerking over religieuze leiders wordt meteen bewaarheid:
  Voorzitter Yusuf Altuntas van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) vreest op niet al te lange termijn te worden geconfronteerd met 'weer een religieus verbod'. De KNMG zegt wel daar niet op uit te zijn, zegt hij smalend, maar intussen wordt het politieke klimaat daarvoor wel rijp gemaakt. Altuntus: 'Als het de KNMG om bewustwording gaat, moeten ze hun oproep niet richten aan regering, parlement en mensenrechtenorganisaties, maar de dialoog zoeken met joodse en islamitische jongeren. Vraag hen maar hoeveel onrecht hun is aangedaan.'

Dit heeft twee mogelijke uitkomsten: de jongeren vinden het wel erg, en dan moet het onmiddellijk verboden worden. En mogelijkheid twee: de jongeren vinden het niet erg, en dan moet onmiddellijk de hele religie verboden worden, want dan propageert het een gewoonte die overduidelijk niet alleen pijnlijk en schadelijk is, maar barbaars.
   En natuurlijk geldt dit ook voor die andere barbaren:
   'Dat thema leeft helemaal niet', zegt Nathan Boucher (27) van jongerenorganisatie Gezellig Joods. Hij zal, zegt hij, opnieuw 'met verve mijn besneden piemel verdedigen'. Dat deed hij acht jaar geleden en vorig jaar al, toen de KNMG ook waarschuwde voor de gevaren van besnijdenis. Vrijwel alle joodse jongens zijn volgens hem blij besneden te zijn. 'Bacteriën en vocht blijven hangen achter de voorhuid, het is veel schoner.'
    Boucher vindt het prima dat ouders worden opgeroepen 'drie keer na te denken' voordat ze zo'n ingrijpend besluit nemen. De oproep van de KNMG aan de overheid vindt hij echter misplaatst. 'Die moet zich verre houden van religieuze zaken. Verontrustend vind ik dat de horizontale lijn tussen overheid en burgers steeds vaker wordt aangetast. De overheid dient minderheden, ook religieuze, te beschermen.'

Dat laatste is een bekende propagandazet van religieuzen, maar het feit dat een wandaad door een minderheid begaan wordt heeft natuurlijk geen enkele weerslag op de beoordeling van die wandaad.
    Het derde artikel - de bezorgde religieuzen verenigen zich -  dit zijn de auterus:
  Kursat Bal is lid van het Contactorgaan Moslims Overheid.
Klaas van der Kamp is algemeen secretaris van de Raad van Kerken.
Rabbijn Raphael Evers is lid van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Rabbijn Menno ten Brink en Harry Polak zijn lid van het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom.

En dit is hun boodschap (de Volkskrant, 15-09-2011, door Kursat Bal en anderen):
  Vrijheid van godsdienst is grondrecht

Scheiding kerk en staat | Juist islamitische vertegenwoordigers zouden vandaag niet mogen ontbreken bij het rondetafelgesprek over de scheiding van kerk en staat, omdat zij vaak het mikpunt van kritiek zijn.

Vandaag houdt de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over de scheiding van kerk en staat en grondrechten. Er werd in de aanloop naar dat gesprek een keur van sprekers uitgenodigd, maar geen van hen is van islamitische huize.
    Dat is opvallend, omdat juist de islam in de ogen van velen het mikpunt is van kritiek. Immers, aanhangers van deze religie zouden op een eigen wijze omgaan met de scheiding van religie en staat of deze scheiding niet accepteren. Dus zou het op zijn minst interessant zijn voor de Kamerleden om uit die hoek te vernemen hoe over het thema wordt gedacht.   ...

Formeel is dat juist, en het had dan ook moeten gebeuren. maar er zijn  twee praktisch omstandigheden: nummer één: je opvattingen van moslims aangaande dit soort zaken zijn even bekend als die van kalkoenen omtrent kerstmis. En ten tweede weten moslims van dit soort omstandigheden toestanden te maken die sterk tegen ze pleiten, zoals meest recent bewezen met het proces tegen Geert Wilders. Het schieten in de eigen voet heeft bij moslims de kracht van mitrailleurvuur.
  Met het oog op het komende rondetafelgesprek willen wij op persoonlijke titel aangeven hoe we aankijken tegen de scheiding van religie en staat.

Voorspelling: ze zijn er tegen.
  Sinds de Unie van Utrecht in 1579 is het principe van vrijheid van godsdienst ingevoerd in Nederland. ...
    In Frankrijk werd na de Franse Revolutie een strikte scheiding doorgevoerd tussen kerk en staat. De kerk mag zich niet meer mengen in staatszaken. En de Franse laïcité doet daar nog een schepje bovenop, omdat religieuze uitingen uit het openbare leven dienen te worden geweerd, religie is een privézaak.
    In Nederland bestaat weliswaar een scheiding van kerk en staat, doch er is traditiegetrouw veel meer respect geweest voor de religieuze zuilen dan in Frankrijk. Nederland is nu eenmaal een land van minderheden die het met elkaar eens moeten zien te worden, terwijl Frankrijk meer een monocultuur is met een voorliefde voor centraal gezag.

Voorspelling uitgekomen. Gevolgd door nog wat oecumenisch voetenschieten:
  Vroeger dicteerden religies de wet. Stonden ooit atheïsten in de hoek, nu zijn het de aanhangers van religies die met onbegrip te maken krijgen en vanuit onwetendheid als bedreigend worden gezien. 

Vertaald: vroeger dicteerden religies de wet, en zetten ze bewaarden op de brandstapel. Nu zijn er meer atheïsten en durven ze dat niet meer. En dat is onrechtvaardig, want ten eerste:
  Vrijheid van godsdienst is een grondrecht.

En ten tweede:
  Aanhangers van georganiseerde religies vormen steeds meer een minderheid in westerse samenlevingen.

En minderheden moge alles, omdat ze minderheden zijn:
  Een democratie die zichzelf serieus neemt, gaat zorgvuldig om met grondrechten, juist als het gaat om minderheden.

En ten derde:
  Geloof wordt steeds meer gezien als 'een mening' met uitsluitend een privébetekenis. Daarmee wordt ontkend dat religieuze opvattingen voor gelovigen zeer bepalend zijn voor het dagelijks leven.

Oftewel de opvattingen van religieuzen zijn meer waard dan, superieur aan, die van niet-religieuzen. Het recht van atheïsten om niet met religieuze symbolen geconfronteerd te worden is natuurlijk inferieur aan het recht van religieuzen om die symbolen van haat en onderdrukking rond te paraderen:
  Het dragen van religieuze symbolen, zoals hoofddoeken, keppels of kruizen, zou geen issue moeten zijn (behalve voor bijvoorbeeld rechters en politie), net zo min als de vraag op welke wijze men invulling wil geven aan rituelen of de manier waarop men religieus onderwijs inricht.

Overigens is natuurlijk iedereen vrij om zijn eigen godsdienst aan te hangen, inclusief alle wanstaltigheden die daar bij horen. Als het maar niet anderen raakt. Want dat is in strijd met de wet. En als het nog niet in strijd met de wet is, moet het dat meteen gemaakt worden. Want het recht om anderen te benadelen heeft niemand.

En ja hoor, meteen kruipen de andere multiculti-wormen weer uit het hout (de Volkskrant, 16-09-2011, hoofdredactioneel  commentaar, door Peter Giesen):
  Ingeburgerde gewoonte

De nadelen van besnijdenis bij jongens rechtvaardigen geen inbreuk op de vrijheid van godsdienst.

Ayaan Hirsi Ali zette de strijd tegen de besnijdenis van meisjes terecht op de agenda. Nu komt de artsenorganisatie KNMG ook in verzet tegen de besnijdenis van jongens, een religieuze praktijk bij moslims en joden.
    Tussen beide ingrepen bestaat een belangrijk verschil. De besnijdenis van meisjes is bedoeld om de vrouwelijke seksualiteit, en daarmee de vrouw zelf, te onderdrukken. De besnijdenis van jongens heeft vooral een hygiënische achtergrond en is nooit bedoeld om jongens te onderdrukken. ...

Een leugen. Natuurlijk is dat wel zo. want het pint de jongens stevig vast aan hun cultuur. Onomkeerbaar stevig vast. En volkomen sluitende reden om het even hard af te keuren als meisjesbesnijdenis.
    En dus komen we, net als in de rest van het multiculturalisme, weer met de kul-argumenten:
  Bovendien botst het verbieden van een zo sterk ingeburgerde religieuze gewoonte

Ten eerste een leugen: zo sterk is de gewoonte in Nederland niet ingeburgerd, of beter: het is helemaal niet ingeburgerd en in Nederland gelden Nederlandse wetten, regels en gewoontes. En ten tweede: dat betovergrootvader het ook deed, is al helemaal geen argument. Die hield ook slaven, en dat is ook afgeschaft.

En daar zijn de voorspelbare reacties van de cultuurbarbaren (de Volkskrant, 17-09-2011, ingezonden brief van Eran Magril, Amsterdam, sinoloog):
  Staat heeft geen alleenrecht op ethiek

Gert van Dijk pleit namens de KNMG voor een 'bewustswordingscampagne' tegen de besnijdenis van minderjarige jongens (Binnenland, 15 september). Het deed me meteen denken aan antireligieuze campagnes in maoïstisch China en in de Sovjet-Unie, uitgevoerd in de naam van gezondheid, volksveiligheid en correcte morele waarden.
    Ik zie er een diep geworteld paternalisme in en een totaal gebrek aan respect voor traditionele waardensystemen ...

Een argument waar geen enkel argumentswaarde in zit - het is het bekende "Wat goed genoeg voor mijn vader, mijn grootvader en mijn betovergrootvader, is ook goed genoeg voor mij". Alle waarden sustemen moeten vamn tiojd tot tijd bekeken worden, en wat betreft besnijdenis is dit een uitstekende tijd, gezien de toename ervan in Nederland. En bij dat bekijken blijkt onmiddellijk dat het dezelfde status heeft als lotusvoetjes. Hopelijk begrijpt in ieder geval de sinoloog dit voorbeeld, dat hem kennelijk even ontgaan si. Chinezen doen niet meer aan lotusvoetjes om heldere reden. Diezelfde redenen gelden voor besnijdenis. Voor meisjes en jongens.
   Ter illustratie van de tactieken van dit soort dwaallichten, nog even de rest van zijn argumenten:
  Ik zie er een diep geworteld paternalisme in en een totaal gebrek aan respect voor traditionele waardensystemen dat gepaard gaat met een utopisch beeld van de natie-staat met het exclusieve monopolie op kennis, welzijn en zingeving.

Retorisch truc - stroman of spookaanval uitleg of detail . De KNMG zegt niets van dit alles.
  Van Dijk creëert een schrikbeeld door te zeggen: 'Als je het nu verbiedt, gaat het ondergronds en worden besnijdenissen weer uitgevoerd met keuken- of stanleymes.'

Leugen. Dat is een ervaringsfeit, bijvoorbeeld bekend van abortus en meisjesbesnijdenis.
  Ouders nemen vrijwel alle belangrijke beslissingen voor hun kinderen, die ongetwijfeld ook gevaar met zich mee brengen. Maar de staat moet zich daarmee niet zo snel bemoeien.

Retorische truc - ad ponandum uitleg of detail . De staat neemt talloze belangrijke beslissingen over kinderen, onder andere dat ze niet mishandeld mogen worden, niet te werk gezet, en naar school moeten. Niet-besnijden past daar naadloos in.
  Het gaat om een integraal deel van een traditionele manier van leven en een traditioneel systeem van kennis, ethiek en zingeving, die niet minder waard of geldig zijn dan het modernistische ethos.

Retorische truc - ad ponandum. Met hetzelfde gemak kan je stellen: "Het gaat om een integraal deel van een moderne manier van leven en een modern systeem van kennis, ethiek en zingeving, dat meer waard en geldiger is dan het traditionele barbaarse ethos".
    En ook de joden zijn er natuurlijk snel bij (de Volkskrant, 17-09-2011, ingezonden brief van Rachel Reedijk, Amsterdam, docent Jodendom VU, lid van de Liberaal Joodse Gemeente):
  Volgende fase

Daar is hij dan, de verwachte volgende fase in het marginaliseren van joden en moslims. Nadat we als dierenbeulen zijn afgeschilderd wil men nu onze kindermishandeling aan de kaak te stellen. De KNMG doet een oproep aan relevante maatschappelijke organisaties om zich tegen de besnijdenis uit te spreken.
    Joodse en islamitische organisaties vallen niet in die categorie. Met hen wordt later de discussie aangegaan, met dien verstande dat de KNMG alleen wil praten met verlichte joden en moslims die niet langer naar hun religieuze voorgangers luisteren. Van hen is immers bekend dat ze, als de nood aan de besneden man komt, teruggrijpen op barbaarse methoden.
    Dergelijke aannames gaan eraan voorbij dat het besnijdenisritueel een bewuste keuze is door ouders die hun kind in de eigen traditie wensen op te voeden - net als atheïstische, liberale en GroenLinkse ouders. Zelfs joden die vervreemd zijn van de joodse traditie kiezen er doorgaans voor om hun zonen te laten besnijden.
    De besnijdenis is een van de laatste grensmarkeerders, dát opgeven komt neer op het opgeven van de joodse identiteit. Het enige positieve effect van een verbod is dat joden en moslims elkaar beter begrijpen.

Uit de mond van blanken zou dit onmiddellijk heftig veroordeeld worden als wij-zijdenken, culturalisme, nationalisme, fascisme, of racisme, en de diverse combinatie uit deze. Stel dat de blanken zouden voorstellen om iedere blanke bij de geboorte chirurgisch blonde haren en blauwe ogen aan te meten ... Dat zou meteen gelijkgesteld worden aan het nazistische Lebensborn-project uitleg of detail . De joodse en islamitische besnijdenispraktijk behoort tot dezelfde reeks intenties en doeleinden.

Elders hebben we aan de hand van een uigebreide reeks voorbeelden betoogt dat de islam, of de moslims, een gevaar voor de democratie is, of zijn. Hier een expliciete onderstreping daarvan met betrekking tot de monotheïstische godsdienst in het algemeen (de Volkskrant, 23-09-2011, ANP, DPA):
  Toespraak voor Duitse Bondsdag:

Paus: in ethiek beslist de meerderheid niet
 
Het principe dat in een democratie de meerderheid beslist, gaat niet op voor ethische kwesties die op de waardigheid van mens en de mensheid betrekking hebben. Dat betoogde paus Benedictus XVI donderdag in zijn rede tot het Duitse parlement. ...

Het is dus waar voor de christelijke godsdienst dat ze anti-democratisch is - en dat de islam altijd erger is, wordt eigenlijk nergens serieus bestreden. Blijft over het judaïsme, maar het "Wij joden zijn het uitverkoren volk" daarvan is zo principieel anti-democratisch, dat verder betoog overbodig is.

Cultuurhistoricus Thomas von der Dunk houdt zich meestal bezig met andere zaken, en verdwaalt daarbij regelmatig in de hoek van de multiculturalisten. Maar beperkt hij zich toe zijn vakgebied, dan komt er meer zinnigs uit. Aanleiding voor het volgende stuk was een eerdere bijdrage van een D66-Europa-adpept over de toetreding van Turkije, en dat die zo sneu behandeld werden (de Volkskrant, 06-11-2012, door Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus):
  EU-lid Turkije was altijd onbestaanbaar

Niet de twijfel aan het Turks lidmaatschap van de EU is opmerkelijk, maar het feit dat die twijfel pas nu wordt geventileerd. Het project was altijd al kansloos.


Tussentitel: Atatürk was een kruising tussen Robbespiere en Mussolini
Het mag voor Nederland beslist een mijlpaal op weg naar een realistischer denken over Europa heten: de eerste (oud-)politicus van de meest pro-Europese partij die openlijk erkent dat een Turks EU-lidmaatschap een fictie is. In de Volkskrant van maandag 29 oktober wond de voormalige delegatieleider van D66 in het Europees Parlement, Bob van den Bos, er geen doekjes om: de Turkse toetredingsonderhandelingen zijn een farce en niemand gelooft er nog in.    ...
    Zodra de greep van de Turkse seculiere staat op de samenleving verzwakt, wordt zowel de Koerdische minderheid als de gelovige islamitische meerderheid zichtbaar - en dankzij dat laatste oogt Turkije dan heel wat minder Europees. Er blijkt dan een grote kloof te bestaan tussen 'westerse' wetten en een minder westerse praktijk - bijvoorbeeld inzake onacceptabele familieverhoudingen. Van den Bos kaart het onbeschroomd aan, maar loopt tegelijk met een grote boog om een typisch Nederlands taboe heen: om het feit dat dat iets met godsdienst te maken zou kunnen hebben. De term 'islam' valt in zijn betoog niet.
    Godsdienst is echter meer dan dogmatiek; zij heeft ook betekenis voor opvattingen omtrent goed en kwaad. Die vloeien in een samenleving in belangrijke mate uit de dominante godsdienst voort.
    Weliswaar valt in dat opzicht zelden een onontkoombaar logische lijn tussen theologische dogmatiek en maatschappelijke moraal te trekken (het misverstand dat fundamentalisten met hun felste tegenstanders delen), van belang is dat gelovigen hun opvattingen - juist die inzake familierecht - veelal onder verwijzing naar hun geloof zullen legitimeren, of dat nu in strict exegetische zin gerechtvaardigd is of niet.
    Al is de Turkse islam zeer gematigd vergeleken bij de Afghaanse of de Arabische, irrelevant is hij daarmee niet. Wat Europa is, valt niet los te zien van het (Latijnse) christendom, en dat werpt automatisch een enorme culturele hindernis op voor inpassing van Turkije - niet ómdat, maar dóórdat het islamitisch is.

En zo gematigd is die islam in Turkije niet - het is alleen gematigd als je het meest extreme als norm stelt - daar waar ze meisjes stenigen als ze verkracht zijn. Er bestaat dan ook geen gematigde islam. Er bestaat een zeer extreme islam, en een erg extreme islam. Gezien van de buitenkant.

Een paar inhoudelijk volstrekt overbodige observaties vanuit de islamitische wereld zelf (de Volkskrant, 26-10-2011, door Rob Vreeken):
  Kennis en religie | Fundamentalisme remt vooruitgang

Ontsluier de wetenschap

Religie en wetenschap moeten ver uit elkaars buurt blijven, betoogt de Tunesische natuurkundige Faouzia Charfi. Want godsdienst is gebaseerd op absolute waarheid en wetenschap, dat is twijfel, altijd zekerheden ter discussie stellen.


Als hoogleraar heeft zij dagelijks met ze te maken in de collegezalen van de Universiteit van Tunis, de salafistische studenten die niets willen horen van Darwin en de evolutietheorie, die menen dat de oerknal het werk van God was, die beweren dat alle wetenschappelijke kennis tot en uit de Koran te herleiden is.
    Faouzia Charfi gruwt ervan. Voor haar is het geen academisch vraagstuk, de verhouding tussen wetenschap en islam, het is een permanente strijd. Wetenschap en religie moeten bij elkaar uit de buurt blijven, vindt de natuurkundige. Wetenschap, dat is 'twijfel, vragen stellen, het onderzoeken van hypothesen, teleurstelling soms, altijd zekerheden ter discussie stellen'. In de wetenschap, zegt ze, 'bestaat nooit een definitieve waarheid'.
    Wel in de godsdienst, althans in de stellige varianten daarvan. Godsdienst is gebaseerd op een absolute waarheid. De rede is daaraan ondergeschikt. 'De orthodoxie gaat ervan uit dat de rede slechts kan bestaan bij de gratie van de openbaring, de boodschap van de profeet. Waarom? Omdat de rede anders twijfel zou kunnen uitlokken. En zodra je gaat twijfelen, loop je het risico het geloof te verliezen.'
    Charfi schreef er een boek over, La Science voilée (de gesluierde wetenschap), onlangs uitgekomen bij de Franse uitgever Odile Jacob.
    Daarin beweert ze niet dat wetenschap en islam elkaar uitsluiten. Ze herinnert aan de eeuwen - zo tussen 800 en 1250 - waarin de islamitische wereld voorop liep in de wetenschap, met Arabische geleerden als de wiskundige, filosoof en astronoom Ibn al-Haytham (ook wel Alhazen, 965-1040), een van de grondleggers van de optica. Of de jurist, arts en filosoof Averroes (Ibn Rushd, 1126-1198), homo universalis en de grote commentator van Aristoteles. Er was sprake van een 'grote intellectuele rijkdom', die alleen kon bestaan dankzij de vrijheid van denken.
    'Voor de islamisten is zekerheid de kern van het geloof', zegt Charfi in haar woning in Tunis, waar ze zojuist is teruggekeerd van haar boekpresentatie in Parijs. 'Ze kunnen bepaalde wetenschappelijke inzichten wel aanvaarden, maar ze menen dat alle theorieën al bestonden in de tekst van de Koran, dat de Koran reeds de gehele wetenschap omvat.    ...

Het grote misverstand: dat de genoemde geleerden iets met de islam te maken hadden. Ze leefden in een wereld waarin de islam de godsdienst was - en daar hield de overeenkomst op.


Naar Westerse cultuur , of site home .

29 dec.2010