Bronnen bij Neurologie, taal, ontstaan: stotteren
|
4
okt.2010 |
In het hoofdartikel Neurologie, ontstaan taal
is
voorspeld dat nieuw fMRI-onderzoek meer details zou gaan geven over de
samenwerking tussen de gebieden van Broca en Wernicke. Hier is zo'n onderzoek -
voor een toelichting aangaande betrokken hersengebieden, zie hier
:
Uit: EOS, nr. 9-2010 (sept.), door Els Verweire.
Stotteren zit in de hersenen
Als praten niet vanzelfsprekend is
Op elke honderd pasgeboren baby's zijner gemiddeld drie die enkele jaren
nadien zullen stotteren. Hoewel stress de spraakstoornis duidelijk in de hand
werkt, is ze er niet de oorzaak van. Die ligt inde hersenen.
...
Tussenstuk:
Slechte verbindingen
Wie stottert, heeft een andere hersenstructuur.
Om te begrijpen wat er bij stotteren precies foutloopt, legt neurochirurg Dirk
De Ridder uit wat er in onze hersenen gebeurt als we een gesprek voeren. Bij
normale spraak verwerken de hersenen verschillende aspecten van de spraak -
lexicaal, syntactisch, fonologisch, pragmatisch - parallel. De hersenen
herkennen woorden al binnen de 100 a 150 milliseconden ter hoogte van de linker
posterieure temporale gyrus - het gebied van Wernicke. Na 250 milliseconden
analyseren de hersenen de betekenis en context van deze woorden. Vervolgens gaat
de linker prefrontale schors na 300 milliseconden een beweging plannen, nog eens
100 milliseconden later komt een articulatieprogramma in actie en voert de
motorische schors de geprogrammeerde beweging uit, nog wat gefilterd of
aangepast door de basale ganglia.'
Bij mensen die stotteren zijn zowel de waarneming, de
planning als de uitvoering van de spraak verstoord. Anatomisch zijn er
verschillen te zien ter hoogte van de linkszijdige verbindingsbanen tussen de
auditieve hersenschors die instaat voor de perceptie, de premotore die de
planning maakt, en de motore die het plan uitvoert. Deze slechte verbindingen
leiden tot een timingprobleem, waarbij de premotore schors actief wordt voordat
het articulatieprogramma aankomt uit de prefrontale schors.
'Dat is te vergelijken met een pianist (motore schors) die
een onbekend stuk begint te spelen vóór hij er de partituur (prefrontale schors)
van heeft bekeken', legt De Ridder uit. 'Het gevolg daarvan zijn haperingen in
de vlotte spraak, of dus gestotter.'
Waar die ongewone hersenstructuren aan te wijten zijn, is
voorlopig nog koffiedik kijken.
Vermoedelijk loopt er iets fout tijdens de embryonale ontwikkeling van de
hersenen en spelen genetische factoren daarbij een cruciale rol. 'Bij de ziekte
van Parkinson ligt een dopaminegebrek in de basale ganglia aan de bron van de
problemen. Men vermoedt dat er ook bij stotteren sprake is van te veel dopamine
in de basale ganglia en in andere spraakgebieden in de hersenen, zoals de
gehoorschors en de frontale schors', vertelt De Ridder. 'Dat is mogelijk het
gevolg van een variatie van drie dopaminegenen een dopaminetransportergen, een
dopaminereceptorgen, en een dopamine-afbraakgen. Gezien dopamine van belang is
voor synchrone hersenactiviteit, kan deze slecht functionerende
dopamine-activiteit mogelijk zorgen voor slechte verbindingen.'
Red.: Er wordt hier niet gesteld dat het onderzoek is gedaan
met fMRI, maar dat kan je uit de gegevens omtrent timing afleiden - fMRI is de
enige techniek die dit kan.
Naar Neurologie, beslissingen
,
Beslissingen
,
Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|