Bronnen bij Westerse cultuur: wetenschap en islam
| 25 apr.2009 |
De zeer lange tenen in multiculturalistische kringen aangaande invloed van islam
op de moderne wetenschap en maatschappij blijken uit onderstaande stukken:
Uit: De Volkskrant, 31-05-2008, column door Maarten Keulemans
Zonder Islam geen moderne wetenschap
Tussentitel: Zelfs de geschiedschrijving zit klem tussen islamofoben en
Allah-brullers
... deze week is de moslimwereld weer een klein beetje meer weggezet als
achterlijke cultuur.
De belangrijkste populair-wetenschappelijke boekenprijs, de
Eurekaprijs, viel toe aan historicus Floris Cohen voor zijn boek De
herschepping van de wereld, over het ontstaan van de natuurwetenschap.
... En toch kromden mijn tenen toen ik het las, zo erg dat
mijn klomp brak. Glashard eist Cohen de wetenschap op als een exclusief Europese
uitvinding. Wat de Chinezen en de moslims deden, was aardig, maar échte
wetenschap, in de zin van cycli van theorievorming en experimentele toetsing,
die is Europees. Een radicale breuk, stelt Cohen.
Een belachelijk idee natuurlijk, waarvan ik verwacht dat
andere historici er gehakt van maken. Er was net een voorzichtige consensus dat
sommige wortels van de moderne wetenschap teruggaan op de islamitische wereld
van ruim duizend jaar geleden. Terwijl Europese intellectuelen rondscharrelden
in de kloosters, deden islamitische geleerden als Jabir ibn-Hayyan en Al-Rhazi
wel degelijk al toetsende experimenten. Niet voor niets komen woorden als
al-gebra, al-chemie en al-kali uit het Arabisch en schrijven we 1, 2, 3 in
plaats van I, II, III.
Maar Cohen heeft een andere kijk: middeleeuws gepruttel was
het. Het echte werk komt uit het Westen. De wetenschap is een innovatie van een
kennisbewust Europa; het werk van geniale, blanke mannen die de toffe ideeën als
het ware uit de lucht plukten. Dat anderen erop wijzen dat die Europeanen
voortborduurden op de vertaalde werken van Geber (Ibn-Hayyan), Avicenna (Ibn-Sina)
en Rhazes (Al-Rhazi), doet er niet toe.
Wat dat betreft is al die bijval voor Cohen een teken des
tijds. Het boek verdeelt de wereld in vernieuwende, moderne Europeanen en
ouderwetse, achtergebleven moslims. Past prima in ons denkraam. Terwijl de échte
geleerden van destijds waarschijnlijk gewoon op elkaars schouders gingen staan
als ze verder wilden, moslim of niet.
Zelfs de geschiedschrijving zit klem tussen islamofoben en
Allah-brullers, realiseer ik mij met een lichte schok. ...
Red.: Keulemans schrijft over de clou, maar mist hem
desondanks: de islamitische wetenschap was van dezelfde soort als de Chinese
wetenschap. De Chinese wetenschap heeft niet geleid tot een moderne wetenschap.
En islamitische wetenschap heeft op dezelfde wijze niet geleid tot een modern
wetenschap. De redenen zijn dezelfde: moderne wetenschap is niet gebouwd op
enkele genieën, enkele excellente wetenschappers, zoals de Chinese en
islamitische wetenschap maar op talloze goede wetenschappers.
Daarnaast: de islamitische wetenschap is in het geheel niet
islamitisch. De zogenaamde "islamitische" wetenschap vond plaats in een door de
islam overheerste maatschappij, maar is net zo min islamitisch, als de
wetenschap in de huidige Verenigde Staten, een land dat voor 90 procent
christelijk is, een christelijke wetenschap is.
Maar hier gaat het eigenlijk niet om. Waar het om gaat is dat
Maarten Keulemans, die deze verhalen ook maar weer van anderen heeft die het ook
niet over alles eens zijn omdat het al 500 jaar gelden is gebeurd, daar een
eigen volkomen zekerheid uit heeft gebouwd: de moderne wetenschap heeft een
islamitische oorsprong. En Floris Cohen zegt iets dat niet helemaal overeenkomt
met de absolute wetenschap van Maarten Keulemans. Dus is Maarten Keulemans heel
erg boos. Zoals iedere bezitter van absolute kennis heel erg boos is als zijn
absolute zekerheid wordt aangetast.
En wat is de meest bekende vorm van absolute zekerheid? Juist:
Maarten Keulemans is misschien geen islamiet, maar hij is wel een gelovige
- een gelovige in de multiculturele samenleving
- een gelovige in de gelijkheid
der culturen.
De volgende is, heel opvallend, weer een
wetenschapsjournalist:
Uit: Dagblad De Pers, 07-05-2008, door Marcel Hulspas
Waarom wij geen Grieken zijn
Niet alleen de Grieken, ook de Babyloniërs en Arabieren hebben een
wezenlijke bijdrage geleverd aan onze beschaving. Europa stond altijd open voor
vreemde invloeden.
... Gymnasia zijn natuurlijk niets meer dan vwo-scholen, met dat ene
verschil: onderwijs in Grieks en Latijn. Wie tijdens die open dag de vraag durft
te stellen waar deze dode talen goed voor zijn, wordt meestal getrakteerd op de
drogredenering dat de leerlingen dankzij dat Grieks en Latijn sneller een
levende taal oppikken. In feite echter schuilt achter dit elitaire onderwijs een
twee eeuwen oude, Pruisische visie op onze westerse cultuur. De Grieken en
Romeinen – daar is het allemaal begonnen. Daarna werd alles minder.
Nadat de Pruisen in 1806 bij Jena door Napoleon waren
verslagen, constateerde koning Frederik Willem dat zijn onderdanen heropgevoed
moesten worden. Ze moesten slimmer en sterker worden dan de Fransen, en
aangezien de Fransen een voorbeeld namen aan het Romeinse Rijk, moest Pruisen
zich richten op de daaraan voorafgaande cultuur, die algemeen beschouwd werd als
de bakermat van onze beschaving: de Griekse. De koning gaf de beroemde
wetenschapper Wilhelm von Humboldt de opdracht het onderwijs in deze richting te
hervormen en Von Humboldt bedacht het gymnasium: want wie kon praten als de
Grieken, kon denken als de Grieken, en zou uiteindelijk even briljant en
vrijheidslievend zijn als de Grieken.
Vergriekste Pruisen moesten straks de Fransen klop kunnen geven. En
dat lukte zowaar, zeven jaar later. Daarmee werd het Pruisische onderwijsmodel
de Europese standaard.
De idee dat de Griekse cultuur de bakermat zou zijn van de westerse
beschaving – niet door Humboldt bedacht maar door de beroemde historicus
Winckelmann – is nog steeds hardnekkig dominant, zo constateert historicus Jona
Lendering.
Wiskunde, wetenschap, literatuur, democratie – het zouden
allemaal Griekse uitvindingen zijn. En daar zet Lendering in zijn boekje
Vergeten erfenis grote vraagtekens bij. Het wordt hoog tijd om de bijdragen
van andere culturen aan onze beschaving te erkennen en op waarde te schatten.
Het schrift bijvoorbeeld is een uitvinding van de Feniciërs. De codificatie van
wetten is een idee van de Babyloniërs. Ook de wiskunde is voor een niet
onbelangrijk deel ouder dan Grieken. De beroemde stelling van Pythagoras
bijvoorbeeld was al bekend bij de Babyloniërs, en zij konden zonsverduisteringen
en de bewegingen van de planeten voorspellen.
Wat de ontwikkeling van de democratie betreft wijst Lendering
op belangrijke middeleeuwse ‘uitvindingen’, vooral in het openbaar bestuur. En
dan is er de grote invloed van Arabische denkers op het gebied van de wiskunde,
de wetenschap en het recht. Niet alleen inhoudelijk, maar ook als het gaat om
het ontstaan van ‘structurerende elementen’ van de westerse samenleving zoals de
universiteit (een westerse kopie van de islamitische madrassa), de experimentele
wetenschap en het idee dat iedereen gelijk is voor de wet.
Babylonisch, Grieks of Arabisch – het lijkt een academische
kwestie maar onze samenleving gaat nog steeds gebukt onder de oogkleppen van
Winckelmann en Von Humboldt. In de talloze analyses sinds 9/11 en de opkomst van
Al Qaida wordt ‘het Westen’ steevast tegenover ‘het Oosten’ geplaatst. Het
Westen staat voor rationeel, wetenschappelijk, democratisch; het Oosten voor
irrationeel en despotisch. Het Westen voor vooruitgang; het Oosten voor
stagnatie. Het klassiek Griekse superioriteitsgevoel is daarmee opgetild tot op
wereldschaal, met als gevolg (zie de Tweede Irak-oorlog) catastrofale
inschattingsfouten van westerse zijde.
Lendering heeft daarom tot slot een advies voor onderwijzend
Nederland: ‘Onderwijs moet de waarheid dienen. Europa heeft een cultuur die
altijd heeft opengestaan voor andere beschavingen. Laat die pluriformiteit in
het geschiedenisonderwijs centraal staan.’
Red.: Hier speelt weer het bekende proces van de zwart-wit
denker die constateert dat het niet zwart is, en het dus wit moet zijn - de
Griekse invloed is overschat, dus gaat hij in plaats daarvan andere invloeden
overschatten. En daar gaat het natuurlijk om, want dit boekje van Lendering
komt er natuurlijk niet zomaar, maar in de discussie waarin Keulemans zich ook
mengde: Wat is de inbreng van de islam? Een zinnetje als 'de universiteit is een
westerse kopie van de islamitische madrassa' zegt in dit verband natuurlijk al
alles - de enige overeenkomst is het feit dat er jonge mensen voor instructie
worden verzameld,en daar houdt alle overeenkomst op:aan de universiteit werd
gewerkt aan verbreding van inzichten en wereldbeeld, op de madrassa wordt
gewerkt aan precies het tegenovergestelde.
En in direct vervolg op dit zinnetje de alinea die neerkomt op: "de
Westerse samenleving overbelicht haar Griekse oorsprong, dus is het niet waar
dat ze rationeler is dan de Oosterse" - een klassiek voorbeeld van de denkfout
Non sequitur: de conclusie volgt niet uit het gestelde, analoog aan: "De
maan komt iedere dag op, dus is ze van groene kaas" => .
De allerlaatste zin nog een illustratie: 'Europa heeft altijd
een cultuur gehad die open stond voor andere beschavingen'. Dit is geen
wetenschappelijke uitspraak, want 'open' is hetzelfde als "groot" - onzin tot je
zegt ten opzichte van wat => . De zinvolle, wetenschappelijke, versie is:
'Europa heeft altijd een cultuur gehad die opener stond voor andere beschavingen
dan andere culturen'. Of, het taaltechnische synoniem er even uithalende:
'Europa heeft altijd een cultuur gehad die opener stond voor andere culturen dan
andere culturen'. Kijk, dan is het meteen weer duidelijk waar we over praten:
moet je van andere culturen overnemen dat die andere culturen minder open en
tolerant zijn dan de Westerse cultuur? En die vraag stellen is hem beantwoorden:
"Nee!"
En een belangrijk deel van het "waarom" is dat die
"islamitische verlichte cultuur" voor een belangrijk deel hetzelfde is als de
"Griekse oorsprong": een gemakzuchtig een sprookje:
Uit: De Volkskrant, 09-05-2008, door Gerard Jacobs
Een glorieuze droom
Córdoba was de bakermat van de Renaissance, een smeltkroes waarin moslims,
joden en christenen vreedzaam samenleefden. Tot in 1009 de rede bezweek in een
orgie van religieus fanatisme. Gerard Jacobs beluistert verhalen over een
vervallen lusthof en bekijkt een historische vergissing.
De geur van jasmijn hangt rond het standbeeld van Maimonides. ...
Maimonides staart naar zijn bronzen haremsloffen, diep in
gedachten verzonken. Een man met vele talenten, filosoof en jurist. En met vele
namen: wij kennen hem als Maimonides, de moslims noemen hem Musa ibn Maymun,
zijn joodse naam luidde Moshe ben Maimon.
Hij geldt als een van de inspiratiebronnen voor de Verlichtingsdenkers, net als
Averroës - Ibn Rushd zoals zijn Arabische naam luidt - wiens standbeeld even
verderop staat, bij de poort van Almódovar, die toegang geeft tot de joodse wijk
van Córdoba, de stad die met recht de kraamkamer van onze Renaissance genoemd
mag worden.
Córdoba is een geheugenpaleis in het noorden van Andalusië,
op de oever van de Río Guadalquivir. Ooit, duizend jaar geleden, was het de
grootste stad van Europa, het hart van het westelijke kalifaat. Nu wordt het
islamitische rijk waarvan Córdoba de hoofdstad was, door historici geroemd als
hét voorbeeld van een glorieuze, multiculturele samenleving. Als een smeltkroes
waarin moslims, joden en christenen vreedzaam samenleefden, een stad waar de
schatten van de Griekse cultuur konden overleven, waar Aristoteles en Plato in
ere werden gehouden, terwijl de rest van Europa in diepe duisternis leefde, gras
de straten van Rome overwoekerde en wolven door de straten van Parijs joegen.
Niet ver buiten Córdoba ligt het Medina Azahara, een ruïne
die steen voor steen wordt herbouwd. ...
De restauratie gaat traag. Al decennia is een kleine staf,
bijgestaan door vrijwilligers uit de hele wereld, studenten vaak, bezig aan de
wederopbouw. 'Het paleis is grondig verwoest, alle rijkdom gestolen', vertelt de
archeoloog, die zorgvuldig de brokstukken verzamelt, ze afstoft en in kisten
opbergt. 'Met de grond gelijkgemaakt. Niet door de christenen, maar door
fanatieke moslims. Niet tijdens de kruistochten, maar al in 1009, precies
duizend jaar geleden dus, lang voordat de christenen dit gebied heroverden.'
Het debat of de Koran het Woord van Allah was of de creatie
van stervelingen en dus te interpreteren, werd hier met het kromzwaard beslist.
Tienduizenden islamitische boeken werden verbrand in de straten van Córdoba. De
rede verloor. Het geloof overwon. Allahs woord was voortaan een Openbaring waar
een sterveling niet aan mocht twijfelen of over mocht redeneren.
De fundamentalisten kwamen uit Marokko, uit het
Atlasgebergte. 'Barbaarse Berbers', noemt María Rosa Menocal hen in haar studie
over de gouden eeuwen van Andalusië. Ze waren streng in de leer, niet bereid tot
een compromis. ...
Maar meer dan vijfhonderd jaar na de voltooiing van de
Reconquista is de strijd blijkbaar nog steeds niet gestreden.
Maimonides vluchtte uiteindelijk naar Egypte, naar
Alexandrië, zoals zoveel joden na hem. Hij vluchtte voor de scherpslijpers
binnen de islam.
Maar zijn ideeën zouden worden opgepikt ten noorden van de
Pyreneeën en ze zouden de Renaissance in gang zetten. En in Andalusië, in de
stad waar hij geboren werd, wordt hij nu gehuldigd, net als dat verre verleden,
en die droom van vreedzame coëxistentie.
Red.: Misschien heeft er lokaal iets van die multiculturele
islam bestaan - maar die is door de echte islam hardhandig om zeep geholpen.
Onze huidige islam is de opvolger van die echte, fundamentalistische islam. Het
is dus totale waanzin om iets met die fundamentele islam te willen - ze was de
moordenaar van die betere islam, en ze zal ook de moordenaar zijn van de van die
andere open samenleving: onze westerse cultuur, als ze daartoe de kans krijgt.
Want religie is fundamenteel onverenigbaar met openheid van ideeën.
Naar Westerse organisatie
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|