Bronnen bij Allochtonen, sociale achterstand 30 sep.2007

Het punt dat allochtonen een sociale achterstand zouden hebben is tientallen jaren een sterk taboe geweest, los van enkele opmerkingen over het gebied van oorsprong: de Marokkaanse Rifgebergte en de het Turkse Anatolische hoogland. Nog steeds wordt iedere opmerking over oververtegenwoordiging van allochtonen op allerlei verkeerde lijstjes afgedaan met opmerkingen als: "Maar er zijn toch ook Nederlandse hangjongeren/tasjesdieven ...".
    Een punt als een fundamentele culturele sociale achterstand is dus eigenlijk nog onbespreekbaar in algemene termen, en kan alleen behandeld worden door te wijzen op concrete gevallen, en gegevens uit allochtone kring zelf. Hieronder een verzameling daarvan:


Uit: De Volkskrant, 24-08-2007, column door Nazmiye Oral

Geen prachtwijk maar gezonde wijk

Leven in een zogenaamde probleemwijk kan best leuk zijn, dacht ik. Presikhaaf in Arnhem is erg groen ...
    Presikhaaf is tot vreugde van de wijk zelf opgenomen in de lijst probleemwijken van minister Vogelaar. En dat betekent natuurlijk meer geld en aandacht. In vier jaar 'van probleemwijk naar prachtwijk!' Ik zou optimistischer willen zijn, maar ik zie het somber in. Een wijk, dat zijn niet alleen de gebouwen maar vooral de mensen. Het duurde denk ik ongeveer een jaar voordat de realiteit in Presikhaaf zich aan me begon op te dringen. Na een tijdje leer je de mensen een beetje kennen en weet je wat er zich zoal om je heen afspeelt. Zo is daar Lorenzo, die elke dag na schooltijd onder ons balkon staat te loeien om Esther, mijn onderbuurvrouw, op wie hij, vermoed ik, verliefd is. Lorenzo is licht verstandelijk gehandicapt en sinds ik weet dat hij het huis ontvlucht omdat hij bang is voor zijn vader, neem ik de honderden keren per dag dat ik hem hoor roepen om Esther voor lief. Alleen zie ik een volgend probleem opdoemen nu Lorenzo duidelijk in de pubertijd komt en her en der seksueel getinte opmerkingen begint te maken.
    Zo is er de Turkse mevrouw die me altijd groet sinds ze weet dat ik ook een Turkse ben. Ze kijkt me daarbij altijd ietwat onnozel aan. Alsof ze zoekt naar iets. Ik knik ter begroeting en fiets door, terwijl ik haar dochter in de rolstoel die begint te schreeuwen, negeer. Ik hoor de Turkse mevrouw vloeken en verwensingen uiten, uiteindelijk volgt de klap. Het meisje begint hard te huilen, wat haar op weer een klap komt te staan. Dat is de reden waarom mijn contact met de Turkse mevrouw nooit meer zal zijn dan een kort knikje. Ik heb haar iets te vaak haar gehandicapte dochter zien slaan. ... Ik stelde me haar voor' terwijl ze haar dochter van in de twintig weer een luier omdoet. Het kind dat zich in alle onschuld totaal laat zien. Ik moest denken aan mijn eigen moeder die als weduwe moest leren haar volwassen, gehandicapte zoon te scheren. ...
    Ik heb geprobeerd zelfs de hardnekkige roddel te negeren dat haar dochter eigenlijk gezond was, maar op jonge leeftijd door alle mishandelingen door haar vader gehandicapt is geraakt. Turken zijn nou eenmaal dol op sterke verhalen. ... Dan heb je Esther, op wie Lorenzo verliefd is. Ze is een van de geweldigste mensen die ik ken en de enige Hollander die Turks met me praat alsof ze een Koerdische bouwvakker is. Heel soms praat ik met Esther over liefde, niet vaak. Ik heb er twee jaar over gedaan te accepteren dat ze nog steeds met de vader van haar kinderen, een Turk, is om één reden: omdat hij haar anders kapot maakt. ... Esther, met haar hart van goud, haar praktische, nuchtere geest en haarlange ervaring uit eerste hand zou een geweldige sociaal werker zijn. In plaats daarvan zie ik haar redderen.
    Het wonen in probleemwijk heeft een grotere invloed op je dan je zou denken. Het is deprimerend. Overal om me heen zie ik mensen echt wanhopig vechten met het leven. De meesten zijn te zwak en verzuipen elke dag weer. Het is een ongelofelijk plan van minister Vogelaar om deze wijken aan te willen pakken ...
    Ik vrees dat de verandering blijft steken in cosmetische opknapbeurten. Achterstand en armoede zijn onderwerpen die de regering aangaan, maar hoe zit het met mensen die te zwak zijn om het leven aan te kunnen? Moet je als regering ingrijpen of heet dat gewoon 'het leven'? Het is lastig laveren tussen empowerment en pamperen waardoor mensen niets meer zelf doen.
    Ik zou willen dat Vogelaar van probleemwijken gezonde wijken maakt met zelfredzame mensen. Wat extra geld voor schuldsaneerders, therapeuten en maatschappelijk werkers zou geen al te grote luxe zijn. ...


IRP:   En een belangrijk deel van de oorzaak van deze problematiek is ook bekend:


Uit: De Volkskrant, 01-09-2007, column door Fadoua Bouali (volledig artikel hier uitleg of detail )

Een mond half-open, een vreemd loopje

...   We verbleven samen een weekje in Agadir en gingen een dagje naar een dorp vlak daarbuiten. Na een uurtje rondslenteren begon mijn vriendin erover. Toen ze een shirt wilde afrekenen op de markt, kostte het haar veel moeite contact te krijgen met de verkoper. Hij zat haar met grote ogen en een half-open mond aan te kijken.
    De meeste dorpelingen hadden die vreemde blik, hun mond half-open, of een raar loopje. Bij sommigen zag je dat de ene schouder lager hing dan de andere.
    Bij de ingang van de markt lagen zwaar gehandicapte mannen en vrouwen op de grond te bedelen. We begrepen dat veel bedelaars die rondliepen min of meer (geestelijk) gehandicapt waren, maar zichzelf wel konden redden.
    Een nicht van me vertelde dat ze, toen ze was afgestudeerd als lerares, door de overheid was uitgezonden naar een dorpje in het Rifgebergte, om daar les te geven op de lagere school. Het dorpje lag afgelegen, had geen stromend water en elektriciteit. Het hele dorp liep uit om mijn nicht te bekijken toen ze arriveerde. Meteen zag ze dat er iets niet klopte. Toen ze beter keek, zag ze hoeveel mensen geretardeerd of gehandicapt waren. Inteelt vierde hier hoogtij.
In Marokko is het vrij normaal om binnen de familie te trouwen. De redenen zijn allerminst romantisch. Als iemand een zoon heeft met een goede baan, wil de familie het liefst dat hij met iemand trouwt binnen de familie, zodat een ander familielid door hem onderhouden wordt en niet een buitenstaander. ...
    Trouwen wordt niet gezien als iets dat twee individuen met elkaar doen, nee – trouwen is een groepsgebeuren en wordt ook gezien als ‘elkaar helpen’. Een huwelijk gebaseerd op romantische liefde is hier een grote luxe. In Agadir kwam mijn vriendin tot de conclusie dat het helemaal de verkeerde kant op gaat met de Marokkanen, zowel hier als in Europa, door het in stand houden van het binnen de familie trouwen. Volgens haar hebben we heel hard één ding nodig en dat is: vers bloed!
    Terug in Tanger vielen de vele gehandicapten op straat me extra op. ...
    Ik herinnerde me een bericht in de krant over de afscheidsrede van Lotty Eldering als hoogleraar interculturele pedagogiek aan de Universiteit van Leiden. Ze uitte haar zorgen over het feit dat eenderde van de Turken en Marokkanen die een partner uit het land van herkomst haalt, trouwt met een neef of een nicht. Hierdoor lopen zij veel meer kans op kinderen met een handicap of een erfelijke ziekte. Vaak krijgen ze psychische problemen als ze worden geconfronteerd met de zorg voor een (verstandelijk) gehandicapt kind. Dikwijls komen ze daardoor ook in grote geldzorgen, aldus de Leidse hoogleraar. Eerder dit jaar bleek uit onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht dat aangeboren afwijkingen de voornaamste doodsoorzaak vormen onder jonge migranten. Die jonge doden zijn grotendeels terug te voeren op het grotere aantal huwelijken tussen neven en nichten onder allochtonen.


IRP:   Zo, ziet u het patroon? Wat eerst gebeurde in Turkije en Marokko, gebeurt nu in Nederland. Nou, doe er maar eens wat aan - men haalt zelfs in Nederland de bruid of bruidegom nog uit het geboortedorp. En wie er wat van zegt, die kan de kreten "Discriminatie!" en "Racisme!" om zijn oren krijgen.
    En terwijl de inkt van het voorgaande nog niet droog was, kwam meteen onderstaande bron, die ook het verband legt tussen inteelt en huwelijkspatroon, en het agressieve sociale gedrag, zoals misdaad:


Uit: De Volkskrant, 29-09-2007, van verslaggever Willem Beusekamp (voll. artikel hier uitleg of detail )

Door ontkenning en naïviteit van allochtone ouders en familieleden blijft het probleem verborgen

Verstandelijke beperking als taboe

Interview Aysel Disbudak | Traditionele hulpinstanties weten zich geen raad met de soms onhandelbare kinderen.


Tussentitel: 'Zulke jongens belanden bijna vanzelf in de criminaliteit'

‘Een bom die op ontploffen staat’, zegt Aysel Disbudak als zij de volgens haar omvangrijke groep mensen omschrijft die dringend specialistische hulp behoeft, maar die niet krijgt: Marokkaanse en Turkse gezinnen, van wie een of meerdere leden verstandelijk gehandicapt zijn.
    Aysel Disbudak (35) is directrice van Unal Zorg, een kleine particuliere zorginstelling in Amsterdam-West, gespecialiseerd in de opvang en begeleiding van allochtonen met een verstandelijke beperking.
    Onder haar cliënten, inmiddels 116, bevinden zich kinderen die door alle overige hulpinstanties de deur zijn gewezen, omdat ze onhandelbaar zijn en de traditionele hulpverlening zich wegens taal- en cultuurbarrières, of gewoon door ondoorgrondelijke bureaucratie, geen raad weet met deze lastige kids. Bijvoorbeeld worden bij Unal Zorg dagelijks kinderen opgevangen die niet alleen verstandelijk zijn beperkt, maar ook nog lijden aan een zware vorm van autisme.
    Precieze cijfers zijn er niet. Wel een indicatie, die volgens Disbudak aangeeft hoe groot het probleem is: 80 procent van de Amsterdamse kinderen (tot 18 jaar) die niet het reguliere onderwijs volgen, maar zijn aangewezen op speciaal onderwijs of speciale dagopvang is van Marokkaanse en Turkse origine. Van hen is weer de overgrote meerderheid van het mannelijk geslacht.
    Het gaat om kinderen die officieel geregistreerd staan als verstandelijk gehandicapt. Het werkelijke aantal is volgens Disbudak vele malen hoger, omdat allochtone families vaak uit schaamte verzwijgen of ontkennen een kind met een verstandelijke handicap in huis te hebben.
    Het probleem blijft niet beperkt tot de kinderen. Bepaald niet ongebruikelijk is dat in sommige allochtone gezinnen zowel een van de ouders als een of meer van hun kinderen verstandelijk gehandicapt is.
    Zo heeft Unal Zorg contact met een alleenstaande Marokkaanse moeder die, net als drie van haar zes kinderen, een verstandelijke beperking heeft. De vader heeft de benen genomen naar Spanje. Disbudak: ‘Wat voor problemen dat oplevert, ook voor de omgeving van het gezin, laat zich raden.’
    Een klein voorbeeld, direct bij haar voor de deur: ‘Bij ons kantoor hebben we regelmatig last van hangjeugd. Ik zie direct dat er knapen bij zitten met een verstandelijke handicap. Worden ze daarvoor behandeld? Ik vrees van niet. Zulke jongens belanden bijna vanzelf in de criminaliteit, omdat ze gemakkelijk als lokaas zijn te misbruiken. Ze geloven het als iemand zegt dat ze hun beste vriend zijn, of dat ze even hun paspoort moeten afgeven.
    ‘Uit ervaring schat ik dat het probleem uiteindelijk heel groot blijkt te zijn. In Amsterdam is veel meer aan de hand dan men ziet. Een bom die op ontploffen staat.’
    Aysel Disbudak is een ervaringsdeskundige bij uitstek. In haar beklemmende biografie De nootjes van het huwelijk – het boek verschijnt volgende maand in pocketvorm onder haar gehuwde naam, Aysel Çaliskan – beschrijft zij onder meer hoe zij vele jaren door haar ouders werd belast met de verzorging van haar broertje Unal, naar wie ze haar latere zorgonderneming zou vernoemen.
    Haar broer heeft het verstandelijke vermogen van een kind van vijf en enorme gedragsproblemen. Thuis en op straat richtte hij vernielingen aan, bij geen enkele opvang was hij te handhaven, totdat Aysel hem, ten einde raad, op rigoureuze wijze bij een kliniek letterlijk voor de deur parkeerde. Dankzij zorgvuldige medicatie en goede begeleiding gaat het nu goed met haar broer. ...
    Niet alleen beschrijft ze hoe heftig het er dikwijls aan toe gaat in de flatwijken van Amsterdam-West. Zonder enige schroom doorbreekt Disbudak tevens een zwaar taboe in zowel Turkse als Marokkaanse kring: ze noemt de oorzaken van het volgens haar buitenproportioneel hoge aantal allochtone kinderen met een verstandelijke beperking.
    In haar kantoor: ‘Nog steeds worden meisjes uit Marokko en Turkije uitgehuwelijkt en hier in Amsterdam belast met de verzorging van een verstandelijk gehandicapte man, niet zelden een neef of ander ver familielid. De ouders van het meisje zijn natuurlijk heel naïef en denken dat hun dochter het wel goed zal gaan in het rijke Nederland. Ze weten niet dat hun dochter hier gewoon als goedkope zorgverlener aan de slag moet. Het is schandalig.
    ‘En zo’n echtpaar krijgt dan ook weer kinderen. Dat is zelfs de bedoeling. Als hun geestelijk gehandicapte zoon in staat is zichzelf voort te planten is dat voor zijn familie namelijk een bewijs dat hij niets mankeert, dat hij misschien een beetje sloom is, maar verder gezond. Zo wordt het probleem dus alleen maar groter.
    ‘Het heeft ook te maken met een volstrekt gebrek aan acceptatie. Zelfs van autistische kinderen ken ik ouders die geloven dat hun kind op een dag gewoon en vanzelf weer helemaal gezond wakker wordt.’
    De geïmporteerde bruid, zoals Disbudak zelf na twee keer te zijn uitgehuwelijkt ook heeft ervaren (‘mijn derde man heb ik zelf uitgekozen!’), wordt door de schoonfamilie als sloof, of erger, als slaaf gehouden. Aysel was 13 jaar oud toen zij door haar ouders tijdens een zomervakantie in Turkije werd achtergelaten en werd gekoppeld aan een haar wildvreemde jongeman.
    De schoonmoeder sloot haar geregeld op. Door toeval slaagde Aysel erin na een paar jaar terug te keren naar Amsterdam, waar zij zich als een moeder verder belastte met de verzorging van haar geestelijk gehandicapte broer.
    Inteelt is volgens Aysel Disbudak een belangrijke oorzaak van de schade die in de families wordt aangericht.
    Een tweede oorzaak van het grote aantal geestelijk gehandicapte allochtonen is volgens haar het feit dat veel zojuist zwanger geworden vrouwen denken te moeten vasten tijdens de ramadan, de islamitische vastenmaand. ‘Ze krijgen te horen dat ze later toch wel dik worden. Vasten is echter buitengewoon schadelijk voor de jonge, ongeboren vrucht. Bovendien, volgens de koran hoeven ze helemaal niet te vasten. Het is pure onwetendheid.’
    In het verlengde daarvan ligt een derde oorzaak: de geringe geestelijke bagage van veel jonge bruiden die van het platteland in hun geboorteland naar Nederland worden gehaald.
    Disbudak: ‘Ze komen uit heel primitieve omstandigheden en vallen hier terug op hun cultuur. Ze bevallen zonder deskundige begeleiding en zonder elke vorm van informatie of kennis. Dikwijls kunnen ze lezen noch schrijven, wat het verkrijgen van informatie nog eens extra bemoeilijkt. Ook daardoor lopen ze natuurlijk een groot risico dat er iets fout gaat bij de bevalling en dat er een gehandicapt kind op de wereld wordt gezet.’
    Het oude Turkije en Marokko, zegt Disbudak, ligt hier, in Amsterdam. ‘Het moederland is in veel opzichten al veel moderner dan de mensen die in Nederland wonen. Zelfs op het platteland waar ze vandaan komen, is het vooruitgegaan. De oude primitieve cultuur is meegenomen. Je ziet het op straat aan de traditionele kleding, die in het moederland juist steeds minder wordt gedragen.’ ...


IRP:   Dit voorlopig voor zover de specifiek culturele problemen. De gevolgen op sociaal vlak laten zich raden - in de door allochtonen gedomineerde wijken is een grote achterstand, die snel groeit, zie hier uitleg of detail .
    Nog een voorbeeld van sociale achterstand:


Uit: De Volkskrant, 03-08-2009, van verslaggeefsters Janny Groen en Annieke Kranenberg

'Op milieugebied valt er nog een wereld te winnen'

Groen voor allochtonen

...   Aktoua, een Nederlands-Marokkaanse die inburgeringscursussen geeft in de Amsterdamse deelgemeente De Baarsjes, heeft haar training voor milieucoach bijna afgerond. In september krijgt ze haar certificaat.
    Milieubewustwording in allochtone kringen is volgens Aktoua heel hard nodig. In Marokkaanse gezinnen zijn vaak de hele dag het licht en de verwarming aan, ook in kamers waar niemand is.
    ‘Allochtonen gooien veel brood in de grachten’, vertelt Aktaou. ‘Ze denken de eenden en ganzen een plezier te doen. Maar ze kweken dikke, luie beesten. Het brood trekt ongedierte aan en verontreinigt het water.’ ...
    Tegels somt een reeks milieu-onvriendelijke culturele gewoonten op die, met een verwijzing naar de hoge kosten, kunnen worden aangepakt. ‘Elk kopje uit de kast wordt opnieuw gewassen. In de herkomstlanden is het stoffig, hier is dat niet nodig.’ Gastvrijheid is een must. ‘Velen hebben via via een aftandse tweede koelkast aangeschaft, waarin ze voorraden opslaan voor onverwachte gasten. Dat apparaat slurpt energie. In onderlinge discussies komen vrouwen erachter dat ze zijn vernederlandst, ook steeds vaker op afspraak bij iemand langsgaan. Dat werpt de vraag op of een tweede koelkast wel nodig is.’
    Gemeenten slagen er slecht in allochtone doelgroepen te bereiken, zegt Tegels. Op voorlichtingsbijeenkomsten komt een handjevol allochtonen af. Folders over energiebesparing en afvalkalenders zijn te ingewikkeld. Soms wordt gezocht naar een Turk of Marokkaan om de informatie te verspreiden. ‘Maar die allochtoon heeft niet per se draagvlak in de wijk.’   ...


IRP:    De allochtone achterstand begint al bij de geboorte:


Uit: DePers.nl, 28-12-2009, door Merel van Leeuwen

Albanië aan de Maas maakt werk van te hoge babysterfte

Een geboortecentrum, kinderwensspreekuren en hulp achter de voordeur. Allemaal om de babysterfte in Rotterdam aan te pakken.

...    De gemeente Rotterdam en het Erasmus MC hebben de handen ineen geslagen om de hoge babysterfte in Rotterdam terug te brengen. Met het programma ‘Klaar voor een kind’ moet Rotterdam over tien jaar op het landelijk gemiddelde zitten, zegt programmamanager Denktas. In Nederland sterven er van de duizend pasgeboren baby’s gemiddeld tien, maar in Rotterdam liggen deze cijfers nog hoger. Gemiddeld sterven er van de duizend 11,6 kinderen bij hun geboorte. In sommige wijken overleven zelfs meer dan zestien van de duizend pasgeborenen het niet. Daarmee zitten sommige wijken op het niveau van Albanië en Honduras, wat bijna niet is uit te leggen. Dat vindt Denktas ook. ‘Zo’n hoog ontwikkelingsniveau en zo’n rijk land en dan staan we internationaal zo slecht te boek. Hoe kan dat? Een verklaring voor de hoge babysterfte in Rotterdam is er niet.’
    Die moet komen van het programma Klaar voor een kind. Volgens Denktas heeft het te maken met een optelsom aan problemen in sommige Rotterdamse wijken, gezondheidsproblemen en sociaal maatschappelijke problemen zoals een laag opleidingsniveau en slechte huisvesting.
    Het begint allemaal bij een goede voorbereiding en voorlichting ver voor de zwangerschap. De grootste hindernis daarbij is het bereiken van de mensen die het nodig hebben, zegt Denktas. ‘Het zijn allochtonen, maar ook autochtone vrouwen met een laag opleidingsniveau. ...’
    Rotterdam kent de hoogste babysterfte, maar vergeleken met de rest van Nederland wordt er weinig thuis bevallen. ...
    In Rotterdam worden jaarlijks ongeveer negenduizend kinderen geboren, waarvan vierduizend van allochtone ouders. ... Per jaar worden honderd kinderen dood geboren en een veelvoud is ziek bij de geboorte. Zo hebben 230 baby’s een aangeboren afwijking, hebben 630 baby’s een te laag geboortegewicht en worden 720 kleintjes te vroeg geboren. Anders gezegd, een op de zes kinderen heeft een ongezonde start en kan hiervan de rest van zijn leven nadelige gevolgen ondervinden. ...
    De babysterfte in Nederland is bij kinderen van eerste generatie niet-westerse allochtonen ruim de helft hoger dan bij kinderen van autochtone moeders. Bij kinderen van Antilliaanse, Arubaanse en Surinaamse moeders is de zuigelingensterfte en perinatale sterfte het hoogst, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).


IRP:   Dit bericht bevat diverse pogingen om de oorzaak te verdelen over allochtonen en autochtonen, bijvoorbeeld de vermelding van het lage inkomen. Maar vroeger waren er hetzelfde of meer autochtonen met een laag inkomen, en bestond dit probleem nog niet. En uit de overige geselecteerde informatie uit het artikel blijkt glashelder: dit is een allochtoon probleem.
    Daarvoor kunnen we mooi de titel van het artikel gebruiken.: het is niet 'Albanië aan de Maas' dat het probleem is, maar "Albanezen aan de Maas"
    Hier een wat nadere omschrijving van andere problemen van die Albanezen:


Uit: De Volkskrant, 10-02-2010, door John Wanders

Interview | Wethouder Jantine Kriens

'Laat ze niet verrotten achter de voordeur'

Tienduizenden inwoners die het zonder hulp niet redden telt Rotterdam. Vandaag presenteert de stad (590 duizend inwoners) samen met Achmea Zorg en de ministeries van Justitie en VWS een plan dat de komende vier jaar 30 duizend kwetsbare Rotterdammers op maat gesneden hulp moet bieden.
    ‘Met 5 tot 10 procent van de Rotterdammers gaat het niet goed’, zegt de Rotterdamse PvdA-wethouder Jantine Kriens (55) van Volksgezondheid en Welzijn. ‘Zij hebben een opeenstapeling van problemen en komen bij mij binnenvliegen via armoedebeleid, huiselijk geweld, schuldenproblematiek, tienerzwangerschappen, huisvestingsproblematiek voor ex-gedetineerden, ga zo maar door.
    ‘Een algemene maatregel blijkt voor deze kwetsbare Rotterdammers niet te werken. Je zult echt op individueel of gezinsniveau een hulptraject moeten uitstippelen.’

Maatwerk is duur. En er komen miljardenbezuinigingen aan.
‘Ons plan kost 18 miljoen euro op jaarbasis. Bezuinigen op deze groep is penny wise and pound foolish. Het succes met de aanpak van dak- en thuislozen, van wie wij er 2.900 van de straat hebben gehaald, toont dat aan. Met elke euro die we in de dak- en thuislozen investeren, besparen we 2,5 euro op de kosten voor politie en justitie.
    ‘Het percentage Rotterdammers dat met de GGZ in aanraking komt, is bijna het dubbele van het landelijke gemiddelde. Zo’n 55 duizend Rotterdammers hebben lichte of zware psychische problemen. Als je niet een beetje bij die mensen blijft, ben je als samenleving vele malen duurder uit. Die categorie belandt heel gemakkelijk in de gevangenis. De groep gedetineerden met een GGZ-verleden is dramatisch groot.’    ...


IRP:   Het wordt niet genoemd maar iedereen weet dat het overgrote bestanddeel van die allochtone immigranten betreft. Albanezen.
    Een kwestie rond school:


Uit: De Volkskrant, 10-02-2010, van verslaggeefster Ianthe Sahadat

School lokt moeders met koffieochtend

Hoe betrek je de ‘minder communicabele’ ouders bij de school? In Amsterdam lukt het.

Turkan (46) gaat elke donderdag naar de koffieochtend op de brede school De Kinkerbuurt in Amsterdam. ...
    Hoe betrek je de ‘minder communicabele’ ouders bij de school? Het is de vraag van veel schoolleiders en onderwijzers, vertelt Tineke Smit, schoolleider van de Kinkerbuurtschool. ‘We zien de school als gemeenschap en proberen ons open naar ouders op te stellen.’ Uiteraard met het doel dat ouders zich meer betrokken voelen bij het onderwijs van hun kinderen.
    Want niet iedere ouder biedt zich aan als overblijfhulp, uitjesassistent of toneelbegeleider. Smit: ‘Het begint met een open opstelling. Ouders mogen bij ons uitgebreid afscheid nemen van kinderen. Verder vieren we feesten voor alle culturen met hulp van ouders.’ En sinds een jaar of drie is er elke week een koffieochtend voor ouders.
    Aanvankelijk organiseerde een docente de ochtenden, maar sinds een half jaar is die taak overgenomen door Wilma van Wijnen (47), moeder van twee kinderen op de school. ‘Vooral moeders die de taal niet goed spreken, zijn lastig te bereiken. Het gaat om betrokkenheid, maar zo’n koffieochtend is ook een manier om informatie aan de ouders te verstrekken. Je kunt ze meer over het onderwijs vertellen en suggereren dat ze meer kunnen helpen bij activiteiten.’
    Soms moet Van Wijnen moeders over de streep trekken. ‘Nee, ik kan niet: werken, opleiding, kinderen, geen tijd – zeggen ze dan. Maar vaak is het meer een kwestie van verlegenheid of schaamte overwinnen. Het is leuk om te zien dat ze zich uiteindelijk vermaken.’  ...
    Om de ochtenden niet ‘te vrijblijvend’ te laten zijn, voorziet Van Wijnen ze in samenwerking met het ouderkindcentrum van thema’s als: ‘beter peuterinzicht’, ‘opvoeden in je eentje’, ‘positief opvoeden’.
    Turkan: ‘Ik wil wel weten: wat doe je als je kind ruzie maakt? Als het cake krijgt en zegt: ik wil meer, wat dan?’ De vrouw van het ouderkindcentrum, die ook even op bezoek is, knikt: ‘Grenzen stellen, bedoel je. Nee is nee.’
    In de loop van de ochtend druppelen steeds meer moeders binnen – sommige met nog een klein kind. De Turkse Hanim (37) vindt het leuk dat ze nu vrouwen van alle nationaliteiten kent: Irakees, Marokkaans, Thais, Nederlands, Turks, Engels. ...
    Van Wijnen: ‘Het is gezellig, maar tegelijkertijd ontstaat er meer interesse in de school en elkaar zodra ze beter kunnen communiceren. Moeders vragen dan ineens: hoe moet ik ze helpen bij lezen?’ En de vaders? Van Wijnen zucht. ‘Op dat gebied valt er nog wel wat te winnen.’


IRP:   Dit alles is samen te vatten in één enkel woord - en dat woord is "opvoeden". Hier worden niet kinderen maar ouders (alleen moeders!) opgevoed. Op school.
    Hoe is het mogelijk ...?
    Nog'meer opvoeding:


Uit: De Volkskrant, 12-02-2010, van verslaggeefster Charlotte Huisman

Betrokkenheid ouder Marokkaanse overlastgevers flink toegenomen door inzet gezinscoaches

Marokkaanse ouders vaker bij zitting

In Utrecht gaat 95 procent van Marokkaanse ouders mee naar de zitting van hunkind | Door aanwezigheid ouders zou kans op recidive afnemen

Tussentitel: 'Een deel van de ouders wist niet wat hun kind had uitgespookt'

Bijna alle Marokkaanse ouders gaan in Utrecht naar de strafzitting van hun minderjarige kind, mede door de inzet van Marokkaanse ouder- en gezinscoaches, die de ouders van het nut van hun aanwezigheid moeten overtuigen. Het percentage Marokkaanse ouders dat bij de zitting aanwezig is, is vorig jaar gestegen van 40 naar 95 procent. De kans op recidive zou aanmerkelijk kleiner worden als ouders aanwezig zijn op de zitting.
    Het is de bedoeling dat ook in andere gemeenten met overlast van Marokkaanse jongeren meer ouders naar de strafzitting van hun kind zullen gaan door de inzet van oudercoaches, zegt Abdeljalil Mouchtari. Hij is de Utrechtse projectmanager van de aanpak van Marokkaans-Nederlandse risicojongeren en coördineert met een collega tevens de landelijke aanpak.
    Utrecht is door de ministeries van Justitie, Jeugd en Gezin, Binnenlandse Zaken en Wonen, Wijken en Integratie gevraagd een samenwerkingsverband van 22 gemeenten te coördineren, met als doel het aandeel Marokkaans-Nederlandse jongeren in de criminaliteit, overlast, schooluitval en werkloosheid terug te brengen. Deze ministeries stellen hiervoor extra geld beschikbaar. Naast de vier grote steden doen ook onder meer Ede, Culemborg, Veenendaal, Gouda, Lelystad, Eindhoven, Den Bosch, Tilburg en Leiden mee.   ...
    De aanname is dat de kans op recidive kleiner is als ouders aanwezig zijn op de strafzitting. Mouchtari: ‘Een deel van de ouders wist niet eens wat hun kind had uitgespookt. Op de zitting komt vaak een aanpak ter sprake, waarin de ouders ook deel hebben. Ouders houden beter toezicht op hun kind en willen herhaling voorkomen als ze weten hoe het zit.’    ...
    Het bevorderen van betrokkenheid van ouders bij het doen en laten van hun kinderen is een van de doelen van deze nationale aanpak van de Marokkaanse risicojongeren. Andere projecten richten zich op het bieden van werkervaring, individuele begeleiding of meer toezicht op straat door straatcoaches. De 22 gemeenten hebben hiertoe plannen ingediend bij de ministeries.   ...


IRP:   Nog een opvoedingskwestie:


Uit: De Volkskrant, 05-03-2010, door Aimée Kiene

De nuttige mentor van Abdel

Oud-journaliste Pauline Sinnema begeleidde een Marokkaanse jongen. Zonder hulp had hij het waarschijnlijk niet gered op het vmbo. Ze schreef een boek over haar avontuurlijk mentorschap. ‘Oh nee, wat krijgen we nu toch weer?’

‘Dit is het verslag van twee jaar vrijwilligerswerk, waarin ik me intensief bemoeid heb met een Marokkaans jongetje. Ik begon eraan omdat ik iets nuttigs wilde doen in ons multicultureel drama.’
    Oud-journaliste Pauline Sinnema (62) uit Amsterdam noemt zichzelf een ‘oude padvinder’ en een calvinist bovendien. Ze ging dan wel met de vut, een paar jaar geleden, en ging een hoop leuke dingen doen voor zichzelf (een volkstuin bestieren, opnieuw Spaans leren, piano spelen, koken voor vrienden).
    Maar haar drang om ‘iets nuttigs te doen voor de medemens’ maakte dat ze zich ook aanmeldde bij School’s Cool, een organisatie die mentoren koppelt aan kinderen uit de laatste klas van de basisschool van wie wordt gevreesd dat ze het niet zullen redden op het vmbo.
    ‘Dat is meestal niet vanwege een gebrek aan intelligentie’, zegt Sinnema. ‘Het ligt aan de omstandigheden waarin die kinderen opgroeien. Ze hebben ouders die niet goed Nederlands spreken, er is geen goede plek om huiswerk te maken, hun ouders tonen nauwelijks belangstelling voor ze, waardoor die kinderen zich vreemd gaan gedragen op school.’
    Sinnema werd gekoppeld aan ‘Abdel’ (toen 12 jaar). Abdel heet in werkelijkheid anders. Onder deze gefingeerde naam is hij de hoofdpersoon in het boek Mijn vader slaat me niet, ...
    Het avontuur met Abdel begint er al mee dat Abdel eigenlijk liever een man heeft als mentor, maar dat zijn vader dat weigert: ‘Een mentor komt eens per week op huisbezoek en vader zit meestal in de moskee; als hij niet thuis is, wil hij geen man over de vloer.’
    Sinnema schrijft: ‘Ik ben meteen al verontwaardigd. Als die jongen zo graag een man wil, kan zijn vader toch zorgen dat hij thuis is als de mentor komt? Vader heeft al jaren een uitkering – hij hoeft nergens naar toe.’ Het is de eerste van een lange reeks botsingen tussen Sinnema en Abdels vader. Ze beschrijft hem als een harde, liefdeloze man, die amper omkijkt naar Abdel. Sinnema: ‘Hij was er niet voor zijn zoon en hij wilde er ook niet zijn. Zijn idee van opvoeden is: je moet goede cijfers halen en verder je kop houden.’
    Abdel is volgens Sinnema een lieve schuchtere jongen, die bang is voor zijn vader. Dankzij de hulp van Sinnema klimt hij op van het een na laagste vmbo-niveau (kader) naar het hoogste niveau (vmbo-t). Sinnema spreekt één keer per week met hem af in Artis om huiswerk te maken, ze neemt hem mee naar de bibliotheek, gaat kijken naar zijn toneeluitvoering op school, spreekt met zijn docenten.
   Maar het is niet allemaal zo rooskleurig. Abdel komt vaak niet opdagen voor een afspraak. Dat gebeurt zo vaak, dat Sinnema soms overweegt de handdoek in de ring te gooien. ...
    Ondanks de waarschuwingen van School’s Cool om zich alleen op Abdel te richten, en zich niet te bemoeien met familieaangelegenheden, kan Sinnema zich af en toe niet bedwingen commentaar te leveren op de gang van zaken in het gezin. Als Abdel in haar aanwezigheid zijn moeder naar de keuken stuurt, als ‘grapje’, verlaat ze woedend het huis. Sinnema: ‘Daar moét ik dan wat van zeggen. Bij het volgende gesprek op school heb ik geëist dat moeder erbij zou zijn. Ze kwam. Dan blijkt dat ik toch invloed heb.’
    Een belangrijke voorwaarde voor het schrijven van dit boek was voor Sinnema dat ze ervan overtuigd is dat het verhaal van Abdel exemplarisch is voor een hele groep kinderen. ‘Dat hoorde ik van mijn medementoren en ik heb de Amsterdamse ex-stadsdeelvoorzitter Marcouch gesproken. Die zegt ook dat een hele generatie in emotionele kilheid opgroeit.’   ...


IRP:    En dan maar voortdurend roepen dat criminaliteit en overlast veroorzaakt door Marokkaanse jongeren niet aan de cultuur ligt. Dit soort gegevens leggen een definitieve bom onder die stellingname.
    Natuurlijk trekt men hier weer de verkeerde lessen:

  Sinnema, fel: ‘We halen steeds meer migranten binnen. Ze krijgen een huis, een uitkering en verder laten we ze aan hun lot over. Hun kinderen verkommeren intussen. Iedereen roept maar: met de volgende generatie zal het beter gaan. Maar intussen gooien we deze generatie over de schutting.’

Ten eerste halen we geen immigranten binnen maar komen ze volkomen vrijwillig. Ten tweede hoeven "we" dit soort kinderen net zo veel op te voeden als die van autochtonen: Niet, dus - dat is de taak van de ouders. En als dat niet zo is, horen ze onder curatele (maar dus eigenlijk hier niet te zijn, zie de langdurige uitkering van de vader).
    Het volgende is een videoreportage van Dagblad De Pers. De titel zegt al alles:


DePers.nl
, 07-03-2010.

Allochtone kleuters zijn ongezonder.

Reportage hier uitleg of detail .


IRP:   Het gaat hier om een grootschalig en langdurig onderzoek onder kleuters in Amsterdam.  De specifieke oorzaken worden nog onderzocht - de algemene oorzaak is natuurlijk, zoals men ook zegt, of genetische of sociaal-cultureel bepaald.
    Een vanzelfsprekend aspect van dit soort achterstanden:


Uit: De Volkskrant, 16-03-2010, ingezonden brief van Pieter Markus (Geldrop)

Analfabetisme

‘Toch zul je iets moeten met die circa honderdduizend Rotterdammers die niet kunnen lezen’, aldus burgemeester Aboutaleb (Binnenland, 12 maart).
    Ik ben verbijsterd. Niet omdat zo veel burgers moeite hebben met stemmen, daar is wel een praktische oplossing voor te bedenken. Maar omdat ruim eenvijfde van de volwassen Rotterdammers niet kan lezen. Daarbij gaat het niet eens om begrijpend lezen, maar om het herkennen van een bekende naam op het stembiljet. Dat is een ramp, voor de betrokkenen, en voor de stad. Ik probeer me voor te stellen hoe je daarmee kunt functioneren in een moderne samenleving, het lukt me niet.   ...
    (100 duizend analfabeten op 472.070 Rotterdamse kiesgerechtigden, dat is 21 procent, dus ruim een vijfde. Volgens Wikipedia telt Nederland in totaal 250 duizend analfabeten)
 

IRP:   Nog iets dat laat zien dat het ook niet beter wordt:


Uit: De Volkskrant, 07-04-2010.

Angst om eerwraak veel vaker gemeld

Ruim 200 mensen hebben vorig jaar om hulp gevraagd bij het Meldpunt Eergerelateerd Geweld in Amsterdam. Dat blijkt uit het jaarverslag van de Blijf Groep, waar het meldpunt onder valt.
    Bij 20 tot 30 procent gaat het daadwerkelijk om eerwraak, laat een woordvoerder weten. ‘Deze mensen worden direct ondergebracht op een opvangplek op een strikt geheime locatie.’
    De rest betreft uiteenlopende zaken, zoals scholieren die bang zijn om tijdens de zomervakantie uitgehuwelijkt te worden. De meerderheid van de meldingen is afkomstig van vrouwen. Hun leeftijd loopt uiteen van 14 tot 55 jaar en de meesten van hen zijn van Turkse of Marokkaanse afkomst. ...
 

Naar Multiculturele samenleving , Allochtonen lijst , Allochtonen overzicht , of site home .