WERELD & DENKEN
 
 

De westerse wetenschap

In vele streken en op vele tijden is er aan wetenschap, of beter: natuurwetenschap  , gedaan. Waarom de westerse wetenschap zo veel verder is gekomen, is niet zo bekend, en wat er hier over gezegd wordt, is ook niet zo zeker, omdat het een eenmalig gebeuren is, en de toevallige processen daarom moeilijker van de systematische zijn te onderscheiden. De enige manier om de historische ontwikkeling te variëren is te vinden in de fantasieën van de sciencefiction schrijvers, maar die zijn in ieder geval onbewust beïnvloed door de werkelijke gang van zaken.

Die andere oudere vormen van wetenschap waren voorbehouden aan mensen die geen dagelijks werk hoefden te doen. Welgestelde amateurs uit de rangen van edellieden, religieuzen, en dergelijke bevolkten de geschiedenis van de wetenschap voor de twintigste eeuw. Wat gezegd wordt als zijnde het meest opmerkelijke aan de in Westerse rijkdom  genoemde Michael Faraday is dat hij van eenvoudige komaf was, en ook nooit iets aan wetenschap had kunnen doen als Sir (sic) Humphrey Davy, edelman en amateur scheikundige, hem niet een baantje had gegeven.

Amateurs met witte handschoenen zijn niet de eerste waaraan men denkt om aan handwerk te doen. Indien gewenst, hadden ze daar ook hun assistenten voor, zoals Faraday. De oudere vormen van wetenschap kenmerkten zich dan ook door een zwaar accent op theorievorming.

De ontwikkeling van de westerse wetenschap heeft een paar kwaliteitssprongen meegemaakt, rond de overgang zestiende/zeventiende eeuw, midden achttiende eeuw, en rond de overgang negentiende/twintigste eeuw.

Die van de zestiende zeventiende eeuw wordt algemeen verbonden met de opkomst van de experimentele wetenschap. In plaats van over het heelal te theoretiseren, richtte Galilei en Huygens de eerste kijkers er op. In plaats van over tijd te theoretiseren, maakte Huygens een nauwkeurig uurwerk. En in plaats van het licht te bewonderen, probeerde Newton het te ontleden met behulp van een prisma. Samen met anderen legden deze mensen ook het grondwerk voor de eerste echte wetenschap in de moderne zin: de klassieke mechanica, de wetten van hoe voorwerpen bewegen onder invloed van krachten.

De sprong van de achttiende eeuw ontstond toen men wetenschappelijke methoden ging toepassen in het toenmalige bedrijfsleven. Dat toenmalige bedrijfsleven waren activiteiten als spinnen en weven, geheel gedaan als thuiswerk (cottage industry), en werken in de mijnen. Om die mijnen droog te houden ontstonden apparaten waaruit door James Watt de stoommachine werd ontwikkeld, om in te zetten in de wol- en katoenverwerking. Dit leidde tot de Engelse industriële revolutie, en een sprong in de wetenschap, met name die van de warmteleer, de thermodynamica.

De derde sprong in de wetenschap kwam met de beheersing van de elektriciteit. In eerste instantie was dat een puur wetenschappelijke ontdekking, maar de toepassing ervan in de techniek, maakte nieuwe apparatuur mogelijk die de wetenschap weer kon gebruiken voor verdere snelle vooruitgang, en dit haasje over gebeurde een aantal keren.

Het kenmerk van de westerse wetenschap is dus de samenwerking tussen theoretische en praktische dingen. Dat gebeurde in drie stappen, en bij iedere stap werd die samenwerking groter, werd het aantal mensen betrokken bij de wetenschap groter, en werden de teams horende bij een enkel onderzoek groter.

De westerse wetenschap is dus succesvol door twee zaken: het zich laten leiden door de realiteit middels het experiment, het onderhouden van een innige samenwerking. Dat zijn tevens de reden dat de westerse maatschappij als geheel succesvoller is. Als een maatschappij zich dus verder wil ontwikkelen, is de richting duidelijk: die van de richting van het wetenschappelijke model.

Wie dit een rooskleurig beeld vindt, in de analyse van de nadelen van de wetenschap alhier    zal blijken dat ook deze ten nauwste verbonden zijn met de structuur van de maatschappij. Maar deze bezwaren zijn meestal geïnspireerd door ideologische overwegingen. De werkelijke maatschappij daarentegen blijkt in hoge mate afhankelijk te zijn van het complex van natuurwetenschap en techniek  .
 

Naar Westerse rijkdom  , Wetenschap lijst  , Wetenschap overzicht  , of site home  .