Bronnen bij Denkfouten, correlatie en oorzaak
|
28 nov.2010 |
Het verwarren van correlatie: het tezamen optreden van twee verschijnselen, en
oorzaak is een van de meest voorkomende denkfouten. Zelfs wetenschappers kunnen
eraan ten prooi vallen, vooral in de menswetenschappen. Hier een paar voorbeelden:
Uit: De Volkskrant, 27-11-2010, rubriek Wiskundemeisjes, door Jeanine
Daems
Word je nou wel of niet dikker van meer Diet Coke?
Tussentitel: Misschien veroorzaakt het ander juist wel het één
Ik heb een kleine obsessie voor bepaalde koppen in het wetenschapsnieuws in de
krant en (vooral!) op internet. Denk aan koppen als 'Drink More Diet Soda, Gain
More Weight', waarin een bepaald verband tussen twee fenomenen wordt genoemd,
maar tegelijkertijd de suggestie wordt gewekt dat er een oorzakelijk verband
bestaat tussen het een en het ander.
De kop lijkt te zeggen dat je door het drinken van
light-frisdranken zwaarder wordt, wat natuurlijk onzin is. Er bestaat wel een
correlatie tussen aankomen en light-frisdrank drinken, maar de
oorzaak-gevolg-relatie ligt precies andersom: mensen die zwaarder word en,
zullen eerder de neiging hebben light-frisdrank te nemen.
Zulke denkfouten liggen op de loer als je het verschil tussen
correlatie en causaliteit niet genoeg in acht neemt. Als twee fenomenen vaak
samen optreden (correlatie), betekent dat niet per se dat het een het ander
veroorzaakt (causaliteit). Deze drogreden heeft een mooie naam: cum hoc ergo
propter hoc (Latijn voor: met dit, dus vanwege dit).
Er zijn meerdere mogelijkheden: misschien veroorzaakt het and
er juist wel het een, zoals in het voorbeeld hierboven. Soms is een correlatie
gewoon toeval. En soms zijn er een heleboel andere factoren die invloed hebben,
zoals bij correlaties in de complexe wereldeconomie.
Of misschien is er een duidelijke derde factor die de beide
fenomenen veroorzaakt. Een klassiek voorbeeld is de correlatie tussen het aantal
ingezette brandweerlieden en de schade die een brand veroorzaakt. Veroorzaken
veel brandweermannen de grotere schade? Nee, natuurlijk niet. Er worden meer
brandweermannen ingezet, omdat het een grote brand is, en een grote brand levert
meer schade op. Maar in veel gevallen ligt het wat subtieler en zie je niet
meteen wat er niet klopt. ...
Red.: Zelfs de wetenschapsredactie trapt in de val:
Uit: De Volkskrant, 07-05-2011, van verslaggever Michael Persson
Zonder subsidie gaat het beter met zonnestroom
De verkoop van zonnepanelen stijgt, ook al is de subsidieregeling geschrapt. Dat
schiep duidelijkheid en de kostprijs is teruggedrongen.
Tussentitel: Leveranciers zoeken nu de goedkoopste versies, in China
Zonder subsidie slaan zonnepanelen beter aan in Nederland dan voorheen. Door de
lage kostprijs zijn panelen voor particulieren toch rendabel, blijkt uit nieuwe
initiatieven van verschillende aanbieders.
Het is een paradoxaal effect van de afschaffing van de
Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) voor zonnepanelen. ...
Red.: De aanname is volstrekt ononderbouwd. Met subsidie was
de stijging misschien, of vermoedelijk, veel harder gegaan. De huidige stijging
komt vermoedelijk van de al genoemde goedkope import.
Een traditioneel sociologisch geval:
Uit: De Volkskrant, 02-07-2011, door Malou van Hintum
Hechten is subtiel
Kinderen van vaders die ooit een depressie of angststoornis hebben gehad, zijn
vaker veilig gehecht dan kinderen van vaders die zulke klachten nooit hadden.
Dat is een van de opmerkelijke onderzoeksresultaten uit het proefschrift
Parents and infants, dat psycholoog Anne Tharner deze week aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam verdedigde. ...
Red.: Deze relatie is alleen opmerkelijk als het als een
oorzaak-gevolg relatie ziet. Maar kijk nog even daar deze zinnen:
| |
Tharner deed drie jaar onderzoek bij bijna duizend Nederlandse
kinderen en hun ouders. Ze bekeek verschillende factoren die een rol
spelen in het hechtingsproces. Veilig gehechte kinderen, die een
stabiele emotionele relatie met hun ouders hebben, kunnen beter en
gemakkelijker sociale relaties aangaan. |
Het is natuurlijk doodgewoon zo dat die zaken die een vader gemakkelijk hechting
geven: gevoelig zijn voor emotionele relaties dus emotionele zaken in het
algemeen, ook een factor zijn in zijn gevoeligheid voor verstoringen in die
emotionele zaken als depressie of angststoornis.
Een aardige variant:
De Volkskrant, 19-07-2011, ingezonden brief van Wim Groenenboom,
Maassluis
Verbanden
Martin Kroon legt in zijn brief (O&D, 15 juli, 'Godsdienst=verkeersdoden') een
verband tussen godsdienst en gebrek aan verkeersdiscipline. Onzin! Causaal is er
geen enkel verband. Hij toont dat causale verband ook niet aan en gaat volledig
voorbij aan de verschillen in wegenbouw en verkeersgeleiding in de door hem
genoemde landen.
Hoe onzinnig dit soort redeneringen is indien men niet kijkt
of er een causaal verband is, moge blijken uit het volgende voorbeeld. Als men
op de kaart van Nederland het aantal reddingsacties en verdrinkingen per
oppervlakte-eenheid uitzet en daar overheen het aantal verhuurde strandstoelen
zou Martin Kroon wellicht concluderen dat men geen strandstoel moet huren.
Red.: Daarentegen: Als men op de kaart van Nederland het
aantal reddingsacties en verdrinkingen per oppervlakte-eenheid uitzet en daarin
de waterwegen van Nederland blauw kleurt, zal blijken dat er een correlatie is
tussen verdrinken en waterwegen. Een correlatie die in dit geval wel wijst op
een oorzakelijk verband. Oftewel: de constatering dat niet alle correlaties ook
oorzakelijke verbanden zijn, mag je niet aanvullen tot : " Een correlatie staat
niet voor een oorzakelijk verband". Ook niet als dat verband nog niet gegeven
is. Zeker niet als dat verband redelijk makkelijk aangetoond kan worden:
godsdienst staat voor "Ieder voor zich en god voor ons allen"
.
Dus is er minder
organisatie en solidariteit. Dus functioneert de maatschappij slechter
. Dus zijn
de openbare voorzieningen slechter. Dus zijn de wegen slechter.
Een voorbeeld waarvan je je zou kunnen afvragen of het ironisch bedoeld
is:
Uit: De Volkskrant, 31-10-2011, door Ellen de Visser
Kan het kwaad om te lezen op het toilet?
Het blijkt bij navraag een wijdverbreide gewoonte te zijn: leeswerk meenemen
naar de wc. Is die routine wel zo onschuldig? Op het internet circuleren
alarmerende berichten over een verhoogde kans op aambeien.
Het wetenschappelijk onderzoek naar het onderwerp is summier.
Er zijn wat kleine studies gedaan en daaruit blijkt dat 30 tot 50 procent van de
mensen leest op de wc. Vrouwen zijn in de minderheid.
Onderzoek onder vijfhonderd Israëlische volwassenen,
gepubliceerd in Neurogastroenterology & Motility, biedt een profiel van
de toiletlezer. Het gaat vaak om een jonge, hoogopgeleide man. Het meest
populaire leeswerk zijn kranten, gevolgd door tijdschriften en boeken.
Britse artsen constateerden in 1989 in The Lancet dat
toiletlezers langer op de wc zitten en vaker aambeien hebben. Hun theorie: te
lang ontspannen van de anus en tegelijkertijd persen vergroot het risico op
aambeien. Je moet, kortom, niet te lang over je stoelgang doen.
'Oorzaak en gevolg zijn echter niet duidelijk', zegt Ernst
Kuipers, hoogleraar maag-darm-leverziekten aan het Rotterdamse Erasmus MC.
'Lezen mensen omdat het toiletbezoek langer duurt of duurt het toiletbezoek
langer omdat ze lezen? Beide opties zijn voorstelbaar. Hetzelfde geldt voor het
ontstaan van de aambeien.'
Ook in de Israëlische studie hadden de toiletlezers vaker
aambeien dan de niet-lezers, maar dat verschil was niet-significant. De
onderzoekers concluderen: lezen is gewoon tijdverdrijf.
...
Red.: De redactie had het artikel overgeslagen. Hier de
reactie:
Uit: De Volkskrant, 01-11-2011, ingezonden brief van Aja Leemans,
Amsterdam, psycholoog
Stoelgang
Het stukje over lezen op het toilet (Wetenschap, 31 oktober) geeft prachtig weer
hoe oorzaak en gevolg worden verward, iets dat helaas schrikbarend vaak
voorkomt. Terwijl de verklaring toch zo simpel is: mensen met verstopping doen
langer over hun stoelgang, zullen daardoor eerder aambeien krijgen, maar ook, om
de tijd te doden, vaker lectuur meenemen naar het toilet. Het eerste wordt niet
door het tweede veroorzaakt, maar beide komen voort uit hetzelfde euvel. Jammer
dat dit soort eenvoudige verklaringen onder tafel verdwijnen omdat veel
onderzoekers zo ver zijn afgedreven van de dagelijkse gang van zaken.
Red.: ...
Het volgende geval lijkt sterk op het archetypische van de
zon en de bloemetjes:
Uit: DePers.nl, 01-02-2012.
Lezen verhoogt intelligentie
Het lezen van boeken houdt positief verband met scores op alle onderdelen van de
Cito-toets. Ook het niveau van de boeken is van invloed op Cito-scores.
Dat blijkt uit onderzoek van Denise Kortlever en Jeroen
Lemmens van de Universiteit van Amsterdam (UvA). De resultaten worden binnenkort
gepubliceerd in het Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. ...
Red.: 'Positief' verband' kan nog twee kanten op, maar je
kan meteen het ergste vermoeden:
| |
Vaker lezen zorgt voor een betere taalvaardigheid en dat leidt
vervolgens tot betere scores op de andere Cito-onderdelen als taal,
wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. De beste voorspeller voor
hogere Cito-scores blijkt het frequent lezen van boeken van een hoger niveau.
Bovendien heeft het niveau van de gelezen boeken sterk invloed. Hoe hoger de
leeftijdsindicatie op de boeken, hoe beter de scores. |
Ha, ha, ha, het is natuurlijk doodgewoon andersom: hoe hoger de intelligentie
van het kind, hoe hoger het niveau van de boeken die het wil lezen ...
Dit is, zoals heel veel van dit soort fouten, natuurlijk geen
toeval: de door de onderzoekers veronderstelde relatie is die van nurture
boven nature - het alfa-intellectuele en linkse idee dat opvoeding
belangrijker is dan genetische kenmerken
.
Naar Denkfouten
,
Alg. semantiek, lijst
,
Alg. semantiek, overzicht
,
Algemeen, overzicht
, of site home
.
|