MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Denkfouten en drogredenen

Er zijn duidelijke aanwijzingen dat (inter-)menselijke problemen vallen in drie hoofdcategorieën: biochemie, slechtheid, en denkfouten, waarvan de eerste twee vallen onder afwijkingen die professionele behandeling en/of institutionalisering vereisen (inrichting respectievelijk gevangenis) - het derde is dus het hoofdprobleem van de gewone maatschappij.
    De twee voornaamste categorieën van denkfouten zijn logische fouten (te herleiden tot een vorm van tegenspraak), en semantische fouten, te herleiden tot een foute relatie tussen woord en werkelijkheid. De eerste vallen het meeste op en zijn het meest bestudeerd en verzameld, deels al in de oudheid gepaard gaande met bijpassende Latijnse termen. Maar de tweede zijn het meest voorkomend.
    Er zijn ook nog allerlei fouten die met al dan niet bewuste invloed van de emoties te maken hebben, maar in de strikte zin van het woord zijn dat dus geen denkfouten. Deze zijn apart verzameld onder de noemer "retorische fouten" of "retorische trucs", zie hier .
    Er is een grote variatie in aard en ernst van denkfouten of drogredenen, reikende van een simpel misverstand over de betekenis van een woord, via allerlei foute denkmethodes of ideologieën, tot gevallen die grenzen aan psychiatrische afwijkingen - een voorbeeld ergens uit het midden is dat van interne cognitieve dissonanties . Dat psychiatrische en psychologische afwijkingen als depressie ook onder de denkfouten vallen, blijkt uit het feit dat deze verschijnselen ook met denkmethodes behandeld kunnen worden - bekend zijn cognitieve therapie en rationeel-emotieve therapie - en dat die methodes vaak zelfs het meest effectief zijn, met name voor de lichtere gevallen. Cognitieve therapie beschouwt de problemen die zij behandelt ook als denkfouten - de meeste daarvan zijn natuurlijk van de emotionele soort. De algemene semantiek beschouwt dit als specifieke gevallen van de meer algemene stelling dat de problemen van de hele mensheid veroorzaakt zijn door denkfouten, met name veroorzaakt door fouten in de relatie tussen woord en werkelijkheid - een methodiek ter verbetering staat beschreven hier .
    Onderstaand worden een aantal van de bekendere denkfouten behandeld, zoveel mogelijk onder hun Nederlandse in plaats van Latijnse benaming. De alternatieven, de goede denkmethodes, zijn verzameld elders (noot 1). Voor een alternatieve lijst van Wikipedia tezamen met de retorische trucs, zie hier . Voor meer specifieke voorbeelden uit het debat rond immigratie en integratie, zie hier .




Absolute Waarheid:
Het beroep op de absolute Waarheid is natuurlijk hetzelfde als zwart-wit denken , want de absolute Waarheid is het absolute "wit". Desondanks is er een verschil, want zwart-wit denken wordt redelijk algemeen als negatief gezien, ondanks het feit dat heel veel of zelfs de meeste mensen het doen, en de absolute Waarheid heeft eigenlijk best wel een positieve klank. Dat laatste komt natuurlijk door de belangrijkste brenger van de absolute Waarheid: de godsdienst.
    Dat laatste verband laat tevens zien wat de aantrekkingskracht is van de absolute Waarheid: het biedt een verdediging en troost tegen de onzekerheden van het leven. Vandaar dat ook vele niet-religieuzen hun eigen vormen van de absolute Waarheid aanhangen, die dan ideologie, utopisme, multiculturalisme en dergelijke heten.
    Het spreekt voor zich dat in de botsing tussen de absolute Waarheid en de beperkte waarheid van de werkelijkheid een groot aantal andere denk- en redenatiefouten wordt begaan, hetgeen op gelukkige wijze samenvalt met de plaats van absolute Waarheid bovenaan deze lijst. Eén daarvan verdient speciale vermelding, en dat is de extreme reactie van sommigen op het besef dat er geen absolute Waarheid is: het cynisme .
    Dit nadeel en andere effecten ervan in de praktijk laten zien dat de rol van de absolute Waarheid veel dichter staat bij het absolute zwart dan het absolute wit - zie voor verdere argumentatie daarvan van het IRP hier , of iemand anders hier .
    Een voorbeeld van redeneren met gebruik van absolute Waarheden
1: Religie = islam = immigrant.
2: Ergo: anti-religie = anti-immigrant
3: Anti-immigrant = racisme.
4: Ergo: Anti-religie = racisme.
5: Ergo: Anti-religie is fout, en mag met alle mogelijke middelen bestreden worden.
Dit voorbeeld is de achtergrond van de bezwaren tegen vrijheid van meningsuiting richting allochtone immigranten.

Anekdotisch bewijs:
Een simpele en veelgebruikte drogreden. Een enkel geval of een speciaal geval wordt aangevoerd om een algemene regel te formuleren of als bewijs van iets te zien. Een voorbeeld: "De hele familie van Jan heeft voor hem gebeden toen hij kanker kreeg, en hij is wonderbaarlijk genezen. Dat bewijst dat God bestaat.". In een waar gebeurd geval, van een overlevende van een verwoestende tornado, Joplin (VS) 2011 (CNN uitleg of detail), met meer dan honderd slachtoffers: "It's only God that I'm still alive" ...
    Ook het omgekeerde komt voor, waarin een enkel of speciaal geval gebruikt wordt om een bestaande regel of een bestaande groepsaanduiding onderuit te halen: "Riku Kobayashi is langer dan Jan Klaassen, dus de regel dat Nederlanders langer zijn dan Japanners is onjuist." . Deze versie wordt zeer veel gebruikt door alle tegenstanders van groepsaanduidingen en regels, waaronder merkwaardig veel sociologen uitleg of detail . Meer voorbeelden hier uitleg of detail .

Aselecte keuze
Aselecte keuze, dat wil zeggen: uit een grote groep een niet-representatieve kleinere groep halen, is een algemeen verschijnsel, wat bijvoorbeeld een essentiële rol speelt bij opiniepeilingen. Maar ook de denkfout van anekdotisch bewijs is ook een vorm van aselecte keuze, zij het een extreme. Onder de term worden hier die gevallen genomen waarin de aselecte keuze onbewust wordt gemaakt door iemand die oprecht denkt dat hij het goed doet (De Volkskrant, 12-05-2011, column door Peter de Waard):

  Zit alle wijsheid bij Charles Darwin?

In 1886 zijn veel bedrijven opgericht die nu nog bestaan. Ze pasten zich aan de veranderende omstandigheden aan (zie Darwin)

Op 29 januari 1886 vraagt Karl Benz patent aan op de allereerste auto met benzinemotor. Op 2 mei opent Ericus Verkade zijn Stoombrooden Beschuitfabriek De Ruyter. Op 8 mei ontwikkelt de Amerikaanse apotheker John Pemberton een nieuw drankje: een mix van coca-extracten, suikersiroop en koolzuurhoudend spuitwater. In het Zwitserse Lenzburg richten Gustav Henckell en Gustav Zeiler een conservenfabriek op.
    Op 15 november 1886 begint Robert Bosch in Stuttgart zijn Werkplaats voor fijne mechaniek en elektrotechniek. Wilhelm Hunkemöller opent dat jaar zijn fabriek voor korsetten in Amsterdam. En in de VS tikt Richard Sears een partij horloges op de kop die hij voor 14 dollar per stuk gaat verkopen.
    En nu 125 jaar later bestaan al deze bedrijven nog. ...
    Er zijn opvallende overeenkomsten tussen deze bedrijven. Het zijn allemaal sterke merken en ze hebben zich steeds heel geleidelijk aan de veranderde omgeving aangepast. Volgens de evolutietheorie van de 1882 overleden natuuronderzoeker Charles Darwin zullen op de lange termijn niet zozeer de sterksten of de slimsten overleven, maar degenen die zich het best aan veranderende omstandigheden kunnen aanpassen. Bewust of onbewust hebben juist al die bedrijven de les van natuurlijke selectie ter harte genomen. Beschuit werd koek, korsetten werden lingerie, horlogewinkels werden warenhuizen en het eerste autootje van Karl Benz werd het protserige bezit van succesvolle ondernemers en rijke zakenlieden.
    Deze week werden Apple en Google tot sterkste merken verkozen. Apple bestaat 36 jaar en Google nog maar 13 jaar. ...
    Hun managementbijbel is het in 1982 gepubliceerde boek Search of Excellence (Excellente Ondernemingen) van voormalig McKinsey-adviseur Tom Peters en Robert Waterman. Zij somden de kenmerken op van 43 toentertijd succesvolle ondernemingen. 'Een excellente onderneming koestert zijn mensen, staat dicht bij de klanten, komt snel tot actie, heeft een kleine staf en combineert een centrale koers met decentrale vrijheid.' Iedereen zal het erover eens zijn, maar vijf jaar later waren van de 43 nog maar 14 excellente bedrijven over.

Een aardige maar onjuiste vergelijking. Want omdat de bedrijven van 125 jaar oud komen uit een tijd van 125 jaar terug, kennen we alleen de succesvolle exemplaren. En zijn de talloze minder succesvolle exemplaren automatisch vergeten. De genoemde succesvolle bedrijven zijn een zeer aselecte keuze.

Autoriteitsargument (Ad verecundiam):
Een zeer veel voorkomende denkfout, van de normaliter afgekorte vorm: "Professor Weetal heeft gezegd ...", wat een afkorting is van:
"Professor Weetal heeft gezegd zegt dat de maan van groene kaas is."
"Professor Weetal heeft altijd gelijk."
Ergo: "De maan is van groene kaas."
Theoretisch gezien hoeft dit geen denkfout te zijn, omdat het zo zou kunnen zijn dat Professor Weetal de toestand van de maan inderdaad onderzocht heeft, en hij dus een goede reden heeft om zijn uitspraak te doen. In de praktijk zal deze situatie zich zo zelden voordoen, dat men hem op voorhand kan afwijzen - ten eerste zou als dat onderzoek gedaan is, ieder verstandig persoon verwijzen naar dat onderzoek en niet naar professor Weetal, en ten tweede wordt de "Professor Weetal"-redenatie vrijwel uitsluitend toegepast op die terreinen waar er nauwelijks tot niet sprake is van onderzoek van de werkelijkheid, zoals filosofie, sociologie, en politiek.
    Een voorbeeld uit het geheugen van de IRP-hoofdredactie is een test die ooit eens gedaan is (door een Amsterdamse universiteit?) waarbij toenmalig VVD-voorman Hans Wiegel en PvdA-voorman Joop den Uyl een speech hielden voor studenten met PvdA en VVD sympathieën, waarbij Wiegel linkse standpunten verkondigde en Den Uyl rechtse, waarna de studenten ondervraagd werden over hun waardering van de speeches. Uit het resultaat bleek dat de studenten in overweldigende mate de persoon volgde, de autoriteit, in plaats van de inhoud.

Badwater:
Volledig: het kind met het badwater weggooien. Bijvoorbeeld (zie Marcel van Dam ): "In Westerse democratieën wordt er gedood, want sommigen kennen de doodstraf, dus de Westerse cultuur is niet beter dan alle andere culturen." Dit zegt in feite: de Westerse heeft ook fouten, dus kan ze nooit beter zijn dan de andere culturen (de weerlegging is uiterst simpel: de redenatie betekent dat de cultuur van Saddam Hoessein en Hitler gelijk staat aan de Westerse verlichte cultuur).
   "Badwater" is dus een vorm van anekdotisch bewijs , en lijkt ook sterk op zwart-wit denken , en principieel denken , en komt meestal voor in combinatie met denkfouten als cynisme en wensdenken . Voor een voorbeeld op het psychologische vlak, zie hier , en op het sociologische vlak, zie hier .

Betekenisbotsing:
"Ik pas in mijn jas, mijn jas past in mijn tas, dus ik pas in mijn tas" (ontleend aan Marcel van Dam ). Wat hier gebeurt is dat twee handelingen met dezelfde naam "passen", maar met verschillende betekenissen, door elkaar worden gebruikt: het eerste "passen" ("De jas kan mijn lichaam geheel omhullen") is niet hetzelfde als het tweede "passen" ("De jas kan zodanig gevouwen worden dat de tas hem kan bevatten"). Het resultaat in het voorbeeld is een absurdisme. In de praktijk wordt deze fout begaan in bijna iedere discussie, met vaak even absurde gevolgen.
    Dit is een voorbeeld van twee belangrijke semantische feiten: een woord kan meerdere betekenissen hebben, en hetzelfde ding kan aangeduid worden door meerdere woorden. Als je de verzameling van materiële en ideële zaken en begrippen neemt aan de ene kant, en de verzameling van woorden aan de andere, kan je je voorstellen dat er een één-op-één relatie is tussen alle woorden en dingen, zie de illustratie - gevallen van betekenisoverlap kan je nu, om voor de hand liggende redenen, een "botsing" noemen.
    Zonder die botsingen was de taal altijd eenduidig. Dat dit niet zo is betekent vermoedelijk dat het samengaan van betekenissen een belangrijke waarde heeft. Een voorbeeld daarvan is wat in de algemene semantiek "multi-ordinale" woorden heten: woorden die hun betekenis ontlenen aan hun context, met als belangrijkste voorbeeld het werkwoord "zijn" . "Passen" is dus een andere voorbeeld van dit geval. Deze vorm van betekenisbotsing kan je dus ook "categorieverwarring" noemen.

Cirkelredenering (Petitio principii):
Talloze malen geparodieerd door aforismen-schrijver Ambroce Bierce in The Devils Dictionary:
    Magnet, n. Something acted upon by magnetism.
    Magnetism, n. Something acting upon a magnet.
Vrijwel altijd betekenend dat men de verklaring niet weet.
    Dit lijkt alleen maar grappig, maar de valkuil zit erin dat men dit soort cirkelredenaties accepteert als de verklaring. Dat betekent namelijk dat het niet-weten, het probleem, niet opgelost wordt, en heel vaak draagt het bij aan de  verharding van de geest, op dezelfde manier als religie dat doet (veel religieuze "argumenten" komen ook neer op cirkelredenaties)  . Veel beter is om gewoon toe te geven dat men iets niet weet.
    De cirkelredenering leent zich ook goed als basis voor retorische trucs (uit de Volkskrant, 15-09-2010, van verslaggeefster Yvonne Doorduyn)  :

  Verhagen: CDA niet rechts

CDA-onderhandelaar Maxime Verhagen heeft via een brief aan zijn leden en in de media in scherpe bewoordingen afstand genomen van geluiden als zou zijn partij ‘rechtsaf slaan’ en deelnemen in een rechts kabinet.
    ‘Het CDA is een middenpartij en daar ben ik trots op. Een kabinet waarin het CDA zit, kan dus geen rechts kabinet heten.’ ...

Redenatie: het kabinet is niet rechts omdat het CDA niet-rechts is en in het kabinet zit, en het CDA is niet rechts omdat het in een niet-rechts kabinet zit. (In werkelijkheid zit het al dan niet rechts-zijn natuurlijk in het beleid uitgevoerd door het CDA )

Contradictie:
Het doen van twee uitspraken die in strijd met elkaar zijn. In zijn veelvoorkomendheid de meest verbijsterende denkfout die er is. Die veelvoorkomendheid is dusdanig, dat er meerdere namen en ondersoorten zijn, zoals de contradictio in terminis (Wikipedia), voorbeeld "bindend advies", en de oxymoron, een bewuste tegenspraak, (Wikipedia), voorbeeld "levend lijk".
    Het contradictio voorbeeld laat zien dat dit soort fouten vaak het gevolg zijn van het verenigen in de geest van ideeën die niet kloppen, op zich meestal weer het gevolg van het hanteren van een ideologie, dat wil zeggen: een stelsel ideeën dat zich niet aanpast aan de werkelijkheid, en daardoor makkelijk kan gaan botsen met die werkelijkheid - een aantal sprekende voorbeelden staan hier .
    Ook alles rond maatschappelijke ideologieën of persoonlijke taboes of komt in aanmerking als bron voor contradicties, met als meest populaire in de jaren 2002-2010: "Niet-westerse immigranten vormen een groep die sociaal achterloopt en die (dus) onze steun nodig heeft en verdient", en "Overlast door niet-westerse immigranten bestaat niet, want niet-westerse immigranten vormen geen groep". En: "De multiculturele samenleving is een verrijking voor ons land" en "Er bestaat geen Nederlandse identiteit" . Voor meer voorbeelden, zie hier .
    Het onderhouden van contradicties leidt vermoedelijk tot diverse psychologische kwalen, zich uitende in absurde meningen en absurd gedrag, zie de eerder gegeven voorbeelden.

Correlatie en causaliteit (ook: Post hoc ergo propter hoc):
De verwarring tussen correlatie en causaliteit, tussen samengaan en oorzaak: "Als de zon opgaat, gaan de bloemetjes open. Als de zon op gaat, wordt het ook licht. Dus de bloemetjes maken het licht." In de vorm "Post hoc ergo propter hoc": omdat het één na het ander komt, is het één de oorzaak van het ander. In die laatste vorm bijna meer een automatisme dan een denkfout - en iets dat onontbeerlijk is voor ons denken: het feit dat het vallen van de appel komt na het loslaten ervan, en dus een gevolg ervan, is een essentieel basispunt om verder te kunnen denken. Natuurlijk wordt het waarschijnlijk als de twee vaker na elkaar voorkomen. Hoogstwaarschijnlijk maakt de intuïtie druk gebruik van dit proces . Meer voorbeelden hier .

Cynisme:
Cynisme is een denkfout op het niveau van levenshouding, vrijwel altijd neerkomende op: "Omdat de mensen niet deugen, gaat dit ook fout" (en vul voor "dit" van alles in), of, erger: "Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." De cynicus wijst daarbij graag op de juistheid van zijn voorspellingen.
    Vanwege dat laatste klinkt cynisme redelijk, maar die redelijkheid bestaat alleen als men de uitspraken op zich bekijkt. Maar voer nu een tweede cynicus in, zeg cynicus Piet en noem de eerste cynicus Jan. Dan zegt cynicus Piet:
"Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." - en als voorbeeld noemt hij cynicus Jan.
Aan de ander kant zegt cynicus Jan:
"Omdat de mensen niet deugen, hoef ik ook niet te deugen." - en als voorbeeld noemt hij cynicus Piet.
Hetgeen leidt tot de conclusie dat de "de mensen" waar Jan en Piet het over hebben, de cynici zelf zijn.
    Waaruit we vervolgens concluderen dat het de cynici zijn die niet deugen. En cynisme een denkfout is, van de vorm cirkelredenering : "Ik hoef niet te deugen, omdat ik niet hoef te deugen."
    Overigens: een overbekende oorzaak van cynisme is het koesteren van foute idealen, die begrijpelijkerwijs ten onder gaan door de krachten van de realiteit .
    Een goed voorbeeld van de houding van de cynicus, en haar gevolgen is Red-Eye/Roodoog uit de parabel Red-Eye the Atavist . Cynici maken veelal deel uit van de groepen politici (vooral de rechtse), machthebbers (alle), en intellectuelen (links en rechts, ).
    De groep der cynici is gevaarlijk, met name de intellectuelen onder hen. De cynicus bestrijdt niet alleen idealen, maar alle vormen van goed (willen) handelen, en schept daarmee een moreel vacuüm waarin het slechte kan gedijen.
    Saillant voorbeeld: oorlogshistoricus Martin van Creveld (Wikipedia). In 2005, aangehaald in Elsevier Weekblad en 07-03-2009 in de Volkskrant: "De werkelijke reden dat er oorlog bestaat, is dat mannen van oorlog houden en vrouwen van krijgers." Dit is de rol van cynicus Jan: "De mens deugt niet". En in 2002 in Elsevier: "We hebben enkele honderden kernkoppen en raketten om ze overal op te gooien, misschien zelfs op Rome. Met vliegtuigen zijn de meeste Europese hoofdsteden zelfs een doelwit. (...) Wij hebben de mogelijkheid de wereld mee te slepen als we ten onder gaan. En ik kan u beloven dat voordat Israël wordt vernietigd, we dat ook zullen doen.". Dit is cynicus Piet: "Dus hoef ik ook niet te deugen". De 'We' aan het begin van deze uitspraak is de staat Israel. Van Creveld is een overtuigd zionist, die kennelijk heilig geloofd in maar één recht: het recht van de sterkste. Een glaszuivere vorm van cynisme. Dit geval is tevens een illustratie van de meest voorkomende oorzaak van cynisme: verloren idealisme.

Eenzijdig denken:
Een redenatie met twee betrokken partijen en/of standpunten, waarbij de argumenten alleen op een partij en/of standpunt wordt toegepast. Een vorm van inconsistentie . De hele discussie rond de islam in Nederland en de uitspraken van Geert Wilders (lopende 2005-2010) is een vorm van eenzijdig denken. Wilders wordt het gebruik van de term "kopvoddentaks" verweten, terwijl niets wordt opgemerkt over het "Joden zijn apen" uit de koran - meer voorbeelden uit deze sector hier uitleg of detail . Meer voorbeelden hier .

Gelijkheid van culturen:
In de ene cultuur kan het tweemaal voorwaarts knikken van het hoofd "Ja" betekenen, en in de andere "Nee" - dus culturen zijn niet gelijk. Deze op één na grofste cultuurverschillen vallen grotendeels samen met de taalgrenzen.
    De alternatieve betekenis van "Culturen zijn gelijk" is die van "Er is geen kwalitatief verschil", oftewel je kan ze niet rangschikken. Ook daarvan zijn simpele tegenvoorbeelden te vinden: zet de cultuur van de nazi's tegenover die van de democratie,of die van de boeddhisten tegenover die van Djengis Khan. Met de nazi's, Djengis Khan, en Attila de Hun aan één kant van lijn tussen hen en ons, is het duidelijk dat die lijn bevolkt zal zijn met talloze tussengevallen. Culturen zijn dus te rangschikken op een lijn, en niet gelijk. Een lijn die voor een deel samenvalt met de lijn der geschiedenis en evolutie, waarop we koppensnellers kunnen plaatsen op een punt liggende achter dat van ons, ook weer met talloze gevallen daartussen.
    Hoewel gelijkheid der culturen dus normaliter beschouwd wordt als een opvatting, een opinie waarover je kan discussiëren, is het dat gezien de simpelheid van de tegenvoorbeelden niet - het is een denkfout. Het is een toepassing op het sociologische vlak van de logische denkfout van inconsistentie .

Gelijkheid van mensen:
Gelijk van mensen is een een broertje van gelijkheid van culturen, en kan op dezelfde manier worden afgedaan. Man en vrouw zijn niet gelijk, want alleen de vrouw krijgt kinderen. Volwassen en kind zijn niet gelijk, want een kind is niet juridisch verantwoordelijk voor zijn daden. Gehandicapte en niet-gehandicapte zijn niet gelijk, want alleen de gehandicapte krijgt hulp in de vorm van een rolstoel, aangepast werk of een uitkering. Dus mensen zijn niet gelijk.
    De alternatieve verklaring is ook hier weer die van "Er is geen kwalitatief verschil". Ook hier is het tegenvoorbeeld weer uiterst simpel: Als er geen kwalitatief verschil was tussen mensen, kreeg iedereen hetzelfde salaris, en niemand bestrijdt de wenselijkheid van verschillen. Dus ook "Er is geen kwalitatief verschil" is onjuist
    De derde uitleg van "gelijkheid van mensen" is die van: "Alle mensen zouden dezelfde kansen moeten krijgen." Tegen deze uitspraak zijn geen logische of aanverwante bezwaren aan te voeren. Het is echter veruit de minst gebruikelijke van de drie.

Idealisme:
Idealisme staat in het algemeen voor het onderhouden van een denkbeeld over hoe het in de wereld beter kan. Daarvan zijn twee hoofdvarianten: de pragmatische en de theoretische. De theoretische kant heeft een vastomlijnd beeld van die toekomst, meestal vastgelegd in woorden op papier, die men op iedere situatie toepast. De pragmatische kant heeft niet van die concrete regels, en probeert iedere situatie apart te behandelen. Het pragmatische idealisme kan wel regels ontwikkelen, maar die regels kunnen dan niet slaan op concrete situaties in de werkelijkheid, maar slaan op methoden om met de werkelijkheid om te gaan.
    In de praktijk valt het enkele woord "idealisme" meestal samen met het theoretische idealisme. Als oervader van dit idealisme wordt in onze beschaving de Griekse filosoof Plato (Wikipedia) gezien. Plato stelde het nog iets sterker, namelijk dat werkelijke wereld die van idealen is, en de wereld die wij kennen daarvan slechts een flauwe afspiegeling vormt. Idealisme noemt men daarom ook wel Platonisme. Plato kwam ook met een ideaalbeeld over de inrichting van de maatschappij als geheel - daarvoor is later de term "utopisme" bedacht.
    Het probleem van het (theoretische) idealisme is dat het ernstige bijwerkingen heeft. De eerste daarvan is dat men dat alles dat afwijkt van dat ideaal van mindere of geen waarde acht. Dan is het ook absolutisme of zwart-witdenken . Merkwaardigerwijs staat men kritischer tegenover absolutisme, zonder dat dat verhindert dat men positief staat tegenover de vormen van (theoretisch) idealisme die men vaak tegelijkertijd onderhoudt.
    De tweede ernstige bijwerking van idealisme is dat het de waarneming van de werkelijkheid vervormt. Dat is te zien in allerlei vormen van wensdenken , niet-willen-weten (de struisvogel-houding) en dergelijke. Maar recent onderzoek heeft laten dat dit niet zozeer een praktisch bezwaar is, maar dat er fundamentele processen in de hersenen aan ten grondslag liggen .
   Vanwege deze bijwerkingen, en met name de laatste, wordt het (theoretische) idealisme op deze website gezien als de ernstigste denkfout. Het is bovendien een denkfout die ingeboren lijkt in de menselijke geest, en moeilijk tot onmogelijk te bestrijden bij degenen die er eenmaal aan ten offer zijn gevallen. Het ultieme voorbeeld daarvan is de vorm van idealisme genaamd religie.

Immoraliteit:
Een foute mentale houding lijkt in eerste instantie een emotionele kwestie die zich onttrekt aan rationele analyse, maar in de praktijk blijkt er een duidelijk verband tussen mentaliteit en rationele denkfouten te zijn: hoe fouter de mentaliteit, hoe groter het aantal denkfouten. Een voorbeeld van een foute mentaliteit is de vrijwel kritiekloze steun aan de allochtonen en hun cultuur, gepaard aan een overdadige kritiek op de eigen, autochtone cultuur, zie bijvoorbeeld hier .

Inconsistentie (Ad hoc):
Het doen van twee uitspraken die elkaar tegenspreken of anderszins niet samengaan. "Jantje is genezen, dus zijn gebeden zijn verhoord" Tegenvraag: "Waarom is Pietje wel aan kanker overleden?"Antwoord: "Gods wegen zijn ondoorgrondelijk." Inconsistentie komt ook zeer vaak voor, en is voor de meeste en alfa/gamma geesten nauwelijks een bezwaar. De belangrijkste hedendaagse vorm zit in het multiculturalisme: "Allochtone immigranten moeten gelijk behandeld worden, want ze zijn volkomen gelijk aan autochtonen", versus "Allochtone immigranten verdienen onze speciale steun, omdat ze vanuit een achtergebleven positie komen (of hebben)" .
    Werkelijk gebruikt voorbeeld: "Islamitische kritiek op het westen met boerka's, hoofddoeken en moskeen? Dat moet kunnen!" versus "Westerse kritiek op de islam? Wat is de zin van het systematisch provoceren van een minderheidsgroep in de samenleving?!"
    Ander live voorbeeld: "Kritiek op het christendom, moet kunnen, want natuurlijk wordt door iedereen fouten gemaakt.", versus: "Kritiek op de islam is haatzaaien, want de moslims zijn een kwetsbare groep."
    Derde voorbeeld, afkomstig van een socioloog : Vraag één: wat gebeurt er als mensen bang zijn? - antwoord: 'De mensen die aan de dood waren herinnerd, sloten zich in meerderheid aan bij de grote groep'. Vraag twee: 'Maar hoe verklaart hij de huidige situatie in Nederland?' - antwoord twee: 'In een angstig maatschappelijk klimaat lopen de traditionele grote middenpartijen leeg, terwijl de steun voor kleine partijen als de PVV toeneemt'.
    Vierde voorbeeld, in een dialoogje: "Hoofddoeken hoeven niet verboden te worden, want vrouwen dragen ze vrijwillig" Antwoord: "Als hoofddoeken vrijwillig zijn, kunnen ze ze zonder bezwaar afdoen" Antwoord terug: "Het dragen van hoofddoeken moet van het geloof"
    Vijfde voorbeeld: "Immigranten moet je niet dwingen iets te veranderen aan hun cultuur - dat werkt averechts en radicaliserend", versus "Blanke ouders moeten gedwongen worden hun kind op een gemende school te doen, want dat is goed voor de integratie"

Kettingredenatie:
In een kettingredenatie worden achtereenvolgens meerdere argumenten genoemd, meestal gelijkstellingen, waarna uit de combinatie een conclusie wordt getrokken - bijvoorbeeld:
- Een paard is vee.
- Vee leeft op de boerderij
- Dus: een paard leeft op de boerderij
Zonder kennis van de algemene semantiek is dit nog lastig te ontwarren, want er zijn inderdaad heel veel overeenkomsten tussen een muis en een olifant: naast de vier poten hebben ze talloze van dit soort lichamelijke eigenschappen gemeen. En ook qua hersens ontlopen ze elkaar vermoedelijk niet eens al te veel. Allemaal samen te vatten in de opmerking dat het beide zoogdieren zijn.
   Maar met die laatste opmerking is ook meteen het ontwarren wat makkelijker. Want dat is een specifiek geval van de algemeen semantische opmerking dat olifant en muis op een gemeenschappelijk abstractieniveau zitten - dat van de zoogdieren. Waarna het raadsel is opgelost door op te merken dat "heeft een slurf" een opmerking is van een niveau lager - het niveau van een specifieke soort. En dat de gelijkstelling dus niet meer opgaat omdat de twee uitspraken uit de ketting op een verschillend abstractieniveau spelen.
   Voorbeelden hier .

Loze argumenten:
Daarvan zijn er vele, maar het gaat hier om de twee hoofdvarianten: de argumenten die voor alle mensen of zaken gelden, en de argumenten die voor geen enkel mens of zaak gelden. Een voorbeeld van de eerste variant is: "Misdadigers zijn ook mensen van vlees en bloed, dus moeten we hun daden vergeven". Het gaat hier om het eerste deel: misdadigers zijn van vlees en bloed. Het van-vlees-en-bloed zijn geldt voor ieder mens, dus kan je er geen enkele onderscheidende conclusie uit trekken, dat wil zeggen: een conclusie die leidt tot handelen ten opzichte van een deelgroep der mensen. Een ander bekend voorbeeld is: "Iedereen is uniek, dus ...", waarop dan meestal conclusies volgen dat regels niet van toepassing zijn.
    Er zijn vele varianten van dit loze argument, bijvoorbeeld: we moeten asielzoekers binnen laten omdat ze zielig zijn. Deze vorm van zielig-zijn geldt voor honderden miljoenen mensen in de wereld, zo niet miljarden. Het is dus niet voldoende onderscheidend om een beslissing te nemen aangaande asielzoekers aan onze grens.

Magisch denken (mystiek):
De meer algemene vorm van religie: "Er is meer tussen hemel en aarde ...". Een live voorbeeld: "Alleen wetenschappelijk heb je gelijk. Je beseft echter niet dat er meer bronnen zijn van kennis en inzicht. Ze worden alleen niet wetenschappelijk genoemd en door die beperkte visie bestaan ze niet." Hier valt natuurlijk niet mee te discussiëren - net als met religie zelf. Voor de ontmanteling van mystiek, zie hier .

Massa argument (Ad populum):
In algemene vorm is dit: "Het is waar, want iedereen zegt dat het waar is" - waar voor 'iedereen' allerlei groepen kunnen staan. Enkele voorbeelden: "Al duizenden jaren geloven mensen in de bijbel en Jezus, wil je beweren dat al die mensen gek zijn?" of: "Zo'n twee miljard mensen zijn christen, dat zegt toch wel iets?" Deze variant kom tot in de beste kringen voor (uit de Volkskrant, 16-02-2011, door Malou van Hintum):

 

Interview | André Aleman, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie

'Iedereen ziet weleens dingen die er niet zijn'

André Aleman onderzoekt hersenspinsels, wanen en hallucinaties. Bij schizofrenen, bij gezonde mensen en bij gelovigen.
...
U bent zelf gelovig. Is geloven in God niet ook een soort waan?
(lacht) 'Dat kun je mij natuurlijk niet vragen, want als iemand echt een waan heeft, zal hij dat krachtig ontkennen. De psychiatrische definitie van een waan is dat je iets denkt wat niet klopt, dat andere mensen in je omgeving die waan niet delen, en dat je disfunctioneert in je dagelijkse leven.
    'Geloven is dan geen waan, want het grootste deel van de wereldbevolking denkt dat er iets meer is. In een land als de Verenigde Staten, dat wetenschappelijk voorop loopt, is maar 10 procent van de mensen atheïst. Als je de psychiatrische definitie van een waan hanteert, is atheïsme eerder een waan dan in God geloven.'

Natuurlijk faalt dit argument op het bekende feit dat de massa vroeger ook dacht dat de aarde plat is, en in het middelpunt van het heelal staat.
    Naast als denkfout kan het massa-argument ook werken als een retorische truc. De denkfout zit erin dat niet gerefereerd wordt naar de werkelijkheid, maar wat mensen denken over de werkelijkheid - een jurist zou zeggen: "Dit is 'van horen zeggen', dus geen toelaatbaar bewijs." Ook het aantal maakt hierin niet uit, want honderd maal niets is nog steeds niets. Of met een Rotterdamse zegswijze:  "Als honderd man in de Maas springen, dan spring je er toch ook niet achteraan ..." De oudst bekende weerlegging is natuurlijk die van de parabel van "De kleren van de keizer".
    Het massa-argument is een retorische truc, als men wel weet dat het onjuist is en het toch gebruikt, zie hier .

Midden:
Pas als nummer 32 hier bedacht, maar toch één van de populairdere denkfouten: het argument dat de waarheid in het midden ligt. Natuurlijk ligt de waarheid alleen waar hij ligt, en dat is zelden echt in het midden. Men bedoelt misschien "ongeveer in het midden", maar zelfs daarvoor zijn weinig aanwijzingen. Een bijna even populaire variant ervan is zelfs een gezegde geworden: "Waar er twee ruziemaken, hebben er twee schuld." Een bekend voorbeeld daarvan is de oorlog in Palestina, door de "twee ruzie, twee schuld"-denkers altijd aangeduid als het conflict tussen Israël en de Palestijnen - hetgeen onjuist is: het een landoorlog tussen Joden en Palestijnen. Een ander tegenvoorbeeld is de ruzie tussen religie en wetenschap: het is niet zo dat de zon voor de helft om de aarde draait, en voor de helft de aarde om de zon. Dus ook hier heeft er voornamelijk eentje schuld, en ligt de waarheid niet in het midden.

Naturalistische drogreden:
Het argumenten dat een bepaalde situatie gewenst of onontkoombaar is, "Omdat de natuur nu eenmaal zo in elkaar zit". Voorbeeld: "Onbeperkt kapitalisme is goed, want in de natuur geldt dat de sterkste overleeft." Als het aangehaalde voorbeeld uit de vergelijking niet op zich al onjuist is (in dit geval: waar met op doelt is "survival of the fittest", en dat betekent niet "overleven van de sterkste", maar "overleven van de meest aangepaste"), is het vrijwel altijd zodat men selectief uit de voorbeelden van de natuur winkelt - zo is er inderdaad strijd tussen soorten, maar binnen soorten is de meest voorkomende houding die van samenwerking .

Niet-willen-weten:
Niet-willen-weten is in populaire termen bekender als "struisvogelpolitiek"; wij gebruiken liever de letterlijke vorm, omdat het veel vaker voorkomt dan het gebruik van de term struisvogel-politiek suggereert. Waarschijnlijk zijn mensen oneindig meer onderhevig aan struisvogel-politiek dan de ergste struisvogel. De allerergste mensensoort is die van de intellectuelen, zeker als men in rekening neemt dat zij bij uitstek beter zouden moeten weten. In tegendeel: het grote verschil tussen intellectuelen en lager opgeleiden is de diepgang, ingewikkeldheid en gelaagdheid van de drogredenen waarmee ze hun kop in het zand steken. Voor een aardige psychologische illustratie, zie hier  - voor de gevaarlijke variant, zie hier .

Nihilisme
Filosofisch: de stroming die alle vormen van overtuiging, meestal bedoeld als zijnde religies, afwijst. Praktisch: de opvatting dat niets beter is dan het andere, of alles even goed is, plechtig bekend als het verval der waarden. Dit komt er dus op neer dat nergens een waardeoordeel over uitgesproken kan worden. Veel gebruikt in de bespreking van culturen, en dan bekend als het cultuurrelativisme. In het algemeen het instrument van degenen die überhaupt problemen hebben met het begrip waarde, de cynici , en degenen die liever het slechte doen, en om dat te verhullen het begrip goed en slecht niet-geldig verklaren.

Onjuistheid
Het gebruik van een aanname, bewering, of iets dergelijks die niet juist is - die niet overeenkomt met de werkelijkheid.
    In principe is dat natuurlijk geen denkfout, maar hij wordt vrijwel altijd in dit soort kader gebruikt, en er is geen goede andere plaats voor.
    Wordt ook gebruikt als retorische truc voor het geval een discussie dreigt verloren te worden, met als standaard gevolg een "wellus-nietus"-situatie, een situatie die voordelig is voor de discussiant die in de discussie ongelijk dreigt te krijgen (en als die discussiant ongelijk krijgen als een probleem ziet, wat het eigenlijk niet is).

Persoonlijke aanval (Ad hominem)
Niet zozeer een denkfout als wel een argumentatie- of retorische fout of drogredenatie, en als zodanig vermoedelijk de meest gebruikte drogredenatie, in zijn algemene vorm: "Wat je zegt is niet waar, want jij deugt niet." In plaats van "jij deugt niet" ziet men heel vaak "jij bent een fascist", "jij bent een racist", of  "jij bent een antisemiet".

Projectie
Het projecteren van eigen fouten, met name eigen foute vormen van argumenteren, op de andere. Is in principe een denkfout, maar heeft in de praktijk meestal de rol van retorische truc, omdat datgene wat geprojecteerd wordt meestal natuurlijk emoties zijn - en niet de gunstigste.

Principieel denken
Een principe aanroepen zonder te bekijken of het principe van toepassing is. Toelichting: ieder principe heeft een aantal voorwaarden waaronder het geldig is. Het principe dat iedereen hetzelfde onderwijs moet krijgen heeft als randvoorwaarde dat iedereen hetzelfde is. Dat laatste is duidelijk niet het geval, wat betreft zijn onderwijskundige aspecten, zoals geïllustreerd wordt door de noodzaak van het hebben van een apart onderwijs voor zwakzinnigen. Zie ook: Solidariteit .

Reductio ad absurdum
Ook wel "bewijs uit het ongerijmde". In zijn oorspronkelijke vorm hoeft dit geen denkfout te zijn, want die oorspronkelijke vorm komt uit de wiskunde - wat men dan doet is een bepaalde aanname doorrekenen of doorredeneren, en laten zien dat er dan iets onmogelijks uit komt. Dan stelt men dat de oorspronkelijke aanname dus onjuist, en daarmee het omgekeerd van die aanname dus wel juist - bijvoorbeeld: als je stelt dat er meer dan twee rechte lijnen door tweepunten gaan, en laat zien dat er dan iets absurds uit komt, dan heb je bewezen dat er maar één rechte lijn tussen twee punten gaat. Oftewel: je hebt aangenomen dat er geen andere mogelijkheid is, of  "uitgesloten derde". Het meest gebruikte praktische voorbeeld is de bewijsvoering dat oorlog nodig is: "Als wij de vijand niet aanvallen, dan zal hij ons aanvallen. Dus moeten wij hem aanvallen" (uitwerking: Aanname: wij vallen niet aan; redenatie: dan valt de vijand ons aan; constatering: dit is een absurde uitkomst; conclusie: keer de aanname om: wij vallen wel aan).
    In het dagelijkse leven is dit altijd een denkfout, omdat uitgesloten derde daar altijd onjuist is: er is naast wit en zwart altijd een oneindige mogelijkheid van tussenmogelijkheden van grijs - reductio ad absurdum is in de niet-wiskundige gewone wereld een vorm van zwart-wit-denken.
    Voor een voorbeeld uit de praktijk, zie hier .

Religie:
Religie, en we bedoelen hier de soort met een godheid, is een denkfout, omdat deze religie uitgaat van het bestaan van een alles bestierende godheid, en in tweeduizend jaar nog niemand een fatsoenlijk bewijs van het bestaan van die godheid heeft overlegd - ook vijfhonderd jaar studeren op dit fenomeen, gedurende de Middeleeuwen, heeft daarvoor geen verklaring gevonden. Dus is het geloof in het bestaan van een god een denkfout.
    Het voortduren van de denkfout heeft ongetwijfeld te maken met het vervullen van een emotionele behoefte, en het is is niet moeilijk te bedenken wat die behoefte is: een verdediging en troost tegen de onzekerheden van het leven.
    De versie van de alternatieven is het oproepen van bloemetjes, bijtjes, paddestoelen voor extern gebruik (door kaboutertjes), paddestoelen voor intern gebruik, en andere vormen van zogenaamde "mystiek" .

Solipsisme:
De opvatting dat alles wat zich voordoet als indrukken van buiten zich in feite alleen afspeelt binnen de eigen geest. Deze vorm van hypersubjectiviteit is weerlegbaar, en wel op de volgende manier: neem aan dat de man die dit beweert gelijk heeft. Dan is deze man slechts een figuur in mijn verbeelding. En omdat ik geen zin heb om met dit deel van mijn verbeelding verder te gaan, ga ik hem bij deze verwijderen, door hem te doden. Dat kan voor hem echt geen probleem zijn, want hij is toch maar verbeelding. Als ik dat doe met iedereen die in deze theorie gelooft, is de theorie verdwenen uit mijn geest, en daarmee weerlegd, volgens de eigen opvattingen van het solipsisme.
    Het opvallende is dat solipsisme in deze vorm een vrijwel puur theoretische oefening is die voornamelijk onder filosofen voorkomt, echte solipsisten handelen er vrijwel niet tot nooit naar. Degenen die wel naar deze opvatting handelen, omschrijft men meestal als psychopaten, dat wil zeggen dat men dit handelen beschouwt als een geestelijke afwijking. Als algemeen verschijnsel is de scheiding tussen theorie en handeling eigenlijk ook een psychische afwijking, dat dus op veel meer niveaus voorkomt dan bij filosofen, hoewel de laatsten er experts in zijn.

Spookaanval (stroman):
Spookaanval is een door het IRP bedacht alternatief voor het meer gebruikelijke stroman, de redenatie waarbij datgene wat men wil aanvallen eerst een niet-bestaande eigenschap wordt toedicht, en dan die eigenschap onderuit haalt - vrijwel altijd wordt dit bewust gedaan, in welk geval het een retorische truc is .

Theoretisme:
Theoretisme is een hier bedachte term voor twee processen. In het eerste wordt een specifieke stelling, een enkele praktische situatie, of een enkel voorbeeld veralgemeniseren tot de bijpassende categorie (of een nieuwe verzinnen), en in erop de volgende redenaties alleen maar praten over die categorie of andere categorieën, zonder ooit terug te gaan naar de oorspronkelijke stelling, een praktische situatie, of andere voorbeelden. In het tweede proces wordt in het geheel niet gerefereerd aan praktische situaties, en alleen in theorieën of abstracties gepraat. Theoretisme is nauw verwant aan idealisme .
    De archetypische theoretisten zijn filosofen, die oprecht verbaasd en verontwaardigd kunnen zijn als de werkelijkheid niet overeenkomt met hun theorieën . Theoretisme gaat daarom natuurlijk vaak samen met andere denkfouten als wensdenken , niet-willen-weten (de struisvogel-houding) en dergelijke.
    Theoretisme is een denkfout die ingebouwd zit in de menselijke geest. Het is voor die geest onmogelijk om te gaan met alle details die het dagelijkse leven inbrengt, en een zekere selectie is noodzakelijk. Het grootste deel van dit proces gebeurt op het onbewuste niveau, deels gedurende de slaap. Theoretisme is de uit de hand gelopen versie van dit natuurlijke proces.. Voor een klasse van voorbeelden met verstrekkende gevolgen, zie hier .  In de algemene semantiek is theoretisme plastisch beschreven als chasing oneself in verbal circles en dead-level abstracting .

Utopisme:
Het idee dat er een ideale samenleving bestaat - dus een vorm van zwart-wit denken of theoretisme.
    Er is ook een omgekeerd gebruik van utopisme, door mensen die voorstellen tot verbetering van iets, meestal in de maatschappij, afdoen als "utopisme" - dit is de veel ergere denkfout van cynisme .

Vals dilemma:
Toepassing van zwart-wit denken , meestal gebruikt in de vorm: "Wie niet voor mij is, is tegen mij." In het groot het laatste toegepast door George W. Bush na de aanslagen van 9/11: "Wie niet voor ons is, is voor de terroristen". Ook veel gebruikt in de Koude Oorlog.

Valse vergelijking
Vergelijking van twee zaken of situaties is een veelkomend methode om uit de eigenschappen van de ene die van de andere af te leiden. Maar omdat geen enkele zaak of situatie volkomen gelijk is aan de ander, kan dit ook tot onjuiste resultaten leiden - dat is dan een geval van valse vergelijking - bijvoorbeeld:
- Een muis is gelijk aan een olifant, want ze hebben beide vier poten.
- Een olifant heeft een slurf.
- Dus een muis heeft een slurf.
Dit is een makkelijk geval maar sommige valse vergelijkingen zijn lastig te ontwarren. Dan kan de algemeen semantische aanpak een hulp zijn - hier zou die luiden:
- Olifant en muis zitten op een gemeenschappelijk abstractieniveau - dat van de zoogdieren.
-  De opmerking "heeft een slurf" is van een niveau lager - het niveau van een specifieke soort. -  Dus de gelijkstelling gaat niet meer op omdat de twee uitspraken uit de ketting op een verschillend abstractieniveau spelen.
    Indien gedaan met opzet, is het ook een retorische truc.

Wensdenken (Eng.: wishful thinking):
Een redenatie aanpassen aan wat men denkt dat de uitkomst zou moeten zijn, waarbij de uitkomst meestal gebaseerd is op emoties of een of andere theorie of principe. De eerste vorm is populair bij iedereen (bronnen ), de tweede vorm komt vooral voor bij linkse intellectuelen, met name alfa's (zie Alfa's en bèta's ).

Zwart-wit denken (absoluut dichotoom denken, tertium non datur):
Maakt een goede kans in de strijd om de toppositie in zowel frequentie als ernst in denkfouten. In algemene termen geformuleerd is dit het idee dat tussen twee uitkomsten geen middenweg is, in de filosofie bekend als het principe van de uitgesloten derde: als iets niet niet-zwart is, dan moet het wel wit zijn, oftewel: er is geen derde mogelijkheid.
    De meest gebruikte toepassing is op de begrippen "waar" en "niet-waar": iets is "waar" of iets is "niet-waar" - algemeen wordt gedacht dat waar er vele gevallen zijn dat uitgesloten-derde niet juist is, het wel van toepassing is op "waarheid".
    Deze opvatting is onjuist. De enige plek waar uitgesloten-derde correct is, is binnen zogenaamde formele systemen: systemen van afspraken waarvan alle regels bekend zijn, en consistent, dat wil zeggen dat de regels elkaar nergens tegenspreken. Alle voorbeelden van dit soort geformaliseerde systemen zijn wiskundige modellen, of kunnen tot wiskundige modellen herleid worden. Het verschil tussen formele systemen en systemen van regels uit het normale leven is dat de regels van formele systemen alleen op elementen van het formele systeem kunnen slaan: je kan nieuwe regels afleiden, maar daarin zitten alleen al eerder bekende regels. Zodra een formeel systeem van toepassing wordt gemaakt op het dagelijkse leven, moet het regels met verwijzingen naar elementen uit het dagelijkse leven bevatten, zoals in 'één steentje plus één steentje is twee steentjes'. "Steentje" is hierbij het element uit het dagelijkse leven. De problemen ontstaan door de mogelijkheid van het invullen van andere elementen uit het dagelijkse leven dan "steentje". Gebruik bijvoorbeeld "cel": één cel plus één cel is twee cellen kan als algemeen geldige uitspraak, als regel, gefalsificeerd worden: er zijn omstandigheden dat het niet waar is: opeens zit je met drie cellen, en even later vier, enzovoort. Er is bewezen dat zodra je tot formele systemen elementen van buiten dat systeem toelaat, er tegenspraken ontstaan (dit is de beroemde stelling van Gödel ). De conclusie is dus dat het absolute "waar" of "niet-waar" alleen van toepassing in de wiskunde. Alle zaken uit het gewone leven bevinden zich op een glijdende schaal van het ene uiterste naar het andere.
    Het zwart-wit denken wordt meestal gebruikt als bewuste of onbewuste manipulatie in een meningsverschil tussen individuen of opvattingen. Het is meestal een teken dat de partij die het gebruikt niet deugd, of ondeugdelijke standpunten heeft. De tegenhanger, het Nul-A-denken of algemene Semantiek wordt kort beschreven hier (Eng.), en uitgebreider vanaf hier . Het zwart-wit denken heet in de algemene semantiek de "two-valued orientation" - meer over dit specifieke onderwerp hier .
    De overtreffende trap van zwart-wit denken is Absolute Waarheid denken .

Zwarte zwanen (ook: Omkering van bewijslast):
In geobjectiveerde vorm heeft de redenatie twee varianten: als niet bewezen kan worden dat iets niet bestaat, bestaat het; en: als niet bewezen kan worden dat iets niet waar is, is het waar. De eerste stelling is een heel oud discussiepunt, en de weerlegging is bijna even oud. De weerlegging is de volgende: de bewering dat er geen zwarte zwanen bestaan is niet te bewijzen, omdat er altijd ergens, bijvoorbeeld in een ver land, een zwarte zwaan kan opduiken (hier afgekort tot "zwarte zwanen"). Een toevoeging: denk aan het geval van schapen: ondanks het zien van hele kuddes witte schapen, kan men niet concluderen dat er geen zwarte schapen bestaan, en die blijken er ook te bestaan .
    Als "omkering van bewijslast" vraagt men aan anderen een zwarte zwanen bewijs af te leveren: "Jij kan niet bewijzen dat God niet bestaat, dus hij bestaat." Of: "Saddam Hoessein moet bewezen dat hij geen massavernietigingswapens heeft, en doet hij dat niet, dan (heeft hij ze wel dus) vallen wij hem aan."
    De tweede variant van de bewering is een vorm van uitgesloten derde: naast niet-waar en waar bestaan geen andere mogelijkheden, zie zwart-wit denken . Deze bewijsvorming wordt veel gebruikt in de wiskunde. Ook is wiskundig bewezen dat het alleen geldt binnen de wiskunde (of officieel: een geformaliseerd systeem). Voor alle praktische toepassing is hij dus ongeldig, al is het maar omdat alle praktische toepassing ervan in de vorm van een "geen zwarte zwanen" bewering gegoten kan worden.
 

Noot 1:  Bij bovenstaande is gebruik gemaakt, onder andere voor een aantal voorbeelden, van een weblogbijdrage van Erik van Donk .
 

Naar Alg. semantiek, lijst , Alg. semantiek, overzicht Psychologie overzicht , Algemeen, overzicht , Site map , of site home .