Bronnen bij Samenwerking bij dieren: diversen 12 mei 2007

Het bestaan van samenwerking bij dieren is een relatief nieuw idee. Dit komt door de kracht van het idee, gepropageerd door handelaren, geldwisselaars, egoïsten, uitbuiters, kapitalisten, reactionairen, neoliberalen, cynici en dergelijk soort lieden dat de natuurlijk toestand van de dierenwereld er een is van gegeten en gegeten worden. Een snelle blik op de kuddes die rondrenden over de Afrikaanse savannen laat zien dat samenwerking in groepen de regel is - het roofdier dat er een paar opeet is de uitzondering.
    Per definitie moet een dier in een kudde rekening houden met de anderen - rekening houden met anderen noemt men altruïsme. Maar samengevat in de laatste term ziet men het weer als iets uitsluitend menselijks, en ontstaat er alsnog weer discussie: hoe kan nu altruïsme ontstaan, als het toch zo veel voordeliger lijkt voor een individu om alles voor jezelf te houden:

 
Uit: De Volkskrant, 01-04-2006, door Willy van Strien

Liefde kan niet altijd van één baardkleur komen

Als alleen wezens met een groene baard lief zijn voor anderen, overleeft dat altruïsme niet. Dus waar komt naastenliefde vandaan? Als belangenloze liefde bij meerdere kleuren baard opduikt, maakt zij een goede kans.


Evolutionair succes is voor de zelfzuchtige types. Graaiers die leven ten koste van anderen, zo redeneren biologen, zullen veel nakomelingen krijgen en die erven het zelfzuchtige karakter.
    Altruïsten daarentegen zijn de verliezers. Zij sloven zich uit of riskeren hun leven om een ander te helpen en krijgen daardoor gemiddeld minder nageslacht. Een eigenschap als 'hulpvaardigheid' is gedoemd te verdwijnen.
    'En toch komt altruïsme in de natuur behoorlijk vaak voor', zegt prof. dr. ir. Vincent Jansen, als wiskundig bioloog verbonden aan Royal Holloway, University of London. ...
    De twee Nederlandse biologen bouwen voort op een oud idee, dat bekend is geworden als het groene-baardeffect. Als altruïsten temidden van egoïsten elkaar zouden kunnen herkennen, bijvoorbeeld doordat ze een groene baard hebben, en alleen elkaar zouden helpen, zou die hulpvaardigheid stand houden, is het idee.
    Want zo'n altruïst levert wel wat in, maar dat komt ten goede aan individuen die de eigenschap altruïsme delen en die eigenschap doorgeven aan hun kinderen.
    Maar de Engelse evolutiebioloog Richard Dawkins, die het beeld van de groene baard had bedacht, schoof het idee terzijde. De eigenschappen 'groene baard' en 'altruïsme' zouden altijd samen moeten overerven, stelde hij. Anders ontstaan er egoïstische groenbaardigen die met succes de hulpvaardigheid van anderen uitbuiten en dan zal het altruïsme weer wijken voor egoïsme. Dus eigenlijk zou één gen moeten zorgen voor zowel altruïsme en groene baard, en dat is uiterst onwaarschijnlijk.
    Toch dook sindsdien de groene baard af en toe op in de literatuur. Er zijn berichten van individuen die een erfelijke eigenschap met soortgenoten delen, elkaar herkennen en elkaar een voorkeursbehandeling geven. Zo is er een Zuid-Amerikaanse brandmier die nesten heeft met meerdere koninginnen. Werksters die een bepaald gen hebben, doden koninginnen die dat gen missen. Koninginnen die het gen wel hebben, laten ze in leven. Ze herkennen die aan hun geur. Zou de groene baard toch kunnen werken?   ...
    Met theoretische modellen en computersimulaties pakten Jansen en Van Baalen die vraag aan. Allereerst maakten ze altruïsme en groene baard stevig aan elkaar vast. Maar hoewel zo'n sterke koppeling volgens Dawkins nodig was om altruïsme te behouden, ontdekten Jansen en Van Baalen dat het daardoor juist misloopt. Jansen: 'Er zal toch altijd een keer een groenbaardige egoïst verschijnen, bijvoorbeeld door een mutatie. En dat pakt catastrofaal uit.'
    De groenbaardige egoïst krijgt alle kans om zich snel voort te planten ten koste van anderen. De altruïsten onder de groenbaardigen kunnen zich dan alleen handhaven als hun goede daden hun familieleden ten goede komen, van wie velen de eigenschap altruïsme ook hebben. Maar als de hulp van altruïsten ook bij niet-verwanten terechtkomt, blijven alleen de uitbuiters over. Een vaste koppeling tussen altruïsme en groene baard is dus de dood in de pot.'
    Een lossere koppeling bleek het veel beter te doen - precies in tegenstelling tot de verwachting en ook tot verrassing van Jansen en Van Baalen zelf. Altruïsme raakt dan van tijd tot tijd met een andere baardkleur verbonden. In een groep groenbaardige goedzakken verschijnt natuurlijk op een zeker moment een egoïst en voor de groene altruïsten is het spel dan uit. Maar inmiddels is er ook een groep roodbaardigen op het toneel verschenen waarin de eigenschap altruïsme voortleeft. En als daar een rode uitbuiter opduikt, zijn er elders gele en paarse individuen aardig voor elkaar. Jansen: 'Zo kan de eigenschap altruïsme aan de gang blijven.' ...


IRP:   Laten we even het omgekeerde aannemen: er is geen altruïsme tussen mieren, dat wil zeggen: ze doen alleen maar datgene dat goed uitkomt voor zichzelf. Dan hoef je het probleem van hoe altruïsme kan ontstaan niet op te lossen. Maar dat lijkt geen vooruitgang, want dan moet je een ander probleem oplossen - het probleem hoe het volgende kan ontstaan:


Uit: De Volkskrant, 10-12-2005, column door Bas Haring

Termieten weten niet dat ze heuvels bouwen. Maar ze doen het wel

Met 700 kilo bouwafval in mijn laadbak vraag ik mij af of de mens niet meer op termieten lijkt dan hem lief is.
    ... Begrijp ik waar ik mee bezig ben?
    Termieten niet. Die begrijpen niet waarmee ze bezig zijn. Onwetend slepen ze bouwmaterialen van hot naar her. En ondertussen bouwen ze de prachtigste kastelen. Met kraamkamers, voedselfabrieken en een altijd constant klimaat - ondanks een felle zon of een koude wind. Toch is een termiet een simpel beestje: op basis van een eenvoudige logica doet-ie wat-ie doet. Hij pakt een zandkorrel rechts en legt hem op een andere zandkorrellinks; en als er meer dan drie zandkorrels op elkaar liggen dan doet hij een stapje naar voren. Dat soort logica. Termieten weten helemaal niet dat ze termietenheuvels bouwen. Maar ze doen het wel.   ...


IRP:   Dan lijkt het probleem hoe altruïsme kan ontstaan toch een stuk makkelijker op te lossen. Je hoeft alleen maar te zeggen dat het idee van "alles is eten en gegeten worden" onzin is, en hé presto ... het probleem van het ontstaan van altruïsme is opgelost - althans, het is dan  niet anders dan het probleem van het ontstaan van alle andere dingen.


Naar Groep en samenleving, De Waal , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .