Neurologie, hersenevolutie (in ontwikkeling) |
 .2009
|
De pogingen om zin te maken van de werking van het brein gaan meestal uit van
de situatie zoals we die nu kennen bij de mens: een enorme cortex, met daaronder
een aantal kleinere elementen, met daarin onder andere de emoties, en tenslotte
nog de automatische apparatuur die de lichamelijke functies verzorgen. De
top-down benadering. De benadering vanuit de hemel, die voor belangrijk deel
is ingeven door de arrogantie van het religieuze denken ("De God die in de
hemelen zij") en de bijna even grote arrogantie van het intellectualistische
denken ("Ik denk dus ik besta").
Hier gaan we uit van de meer bescheiden aanpak die de natuur normaliter
voorstaat.
Dat meer bescheiden verhaal zou kunnen beginnen met het ontstaan van
reproductie, de bijbehorende behoeftes aan extra grondstoffen en energie,
enzovoort. Dat doen we nog eens elders. Hier nemen we als uitgangspunt het
bestaan van een dierlijk lichaam, dat wil zeggen: van een beweger in plaats van
een stationair wezen als een plant, eentje met tentakels en later ledematen.
Zoals verder uitgewerkt in Neurologie, neuronen algemeen
, is
daarvoor de ontwikkeling van speciale signaalcellen, neuronen, een aanpak om de
communicatie en reactiesnelheid te vergroten. Aanvankelijk alleen directe
verbindingen en later via speciale coördinatieneuronen, verzameld in kleine
groepjes genaamd ganglia
(Wikipedia
- als hier naar Nederlandse Wikipedia pagina's is verwezen, is dat bij wijze
van samenvatting - de Engels pagina's bevatten meestal meer en meer
gedetailleerde informatie). Een resultaat daarvan is te zien
in iets als een kikker: zijn oog neemt een vlieg waar, dat signaal gaat via
neuronen razendsnel naar de spieren van zijn tong, die zich ontrolt en de vlieg
omsluit, waarna de vlieg wordt binnengehaald - vervolgens wordt de vlieg, op
zijn gemakje, in het verteringsysteem van de kikker wordt omgezet in
grondstoffen en energie nodig voor zijn verdere voorbestaan. Ook de mens heeft
dit systeem nog steeds in zich, natuurlijk, zoals te zien is in het beroemde
experiment van de kniereflex: tikje met de hamer net onder de knie, en hup, daar
gaat het been, of u nu wilt of niet.
Maar de natuur heeft de neiging om van dit soort processen wedstrijdjes te
maken. Want vliegen hebben hun eigen redenen om gevangen-worden niet leuk te
vinden. Die vliegen zijn daarom harder gaan vliegen - en onregelmatiger - om de
kikker te laten misgrijpen. De kikker perfectioneerde zijn vangstmechanismen om toch
aan zijn kostje te komen.
En er is nog een tweede spelletje: als het systeem succesvol is, komen er veel
kikkers. En veel kikkers betekent veel concurrentie op de vliegen-markt. Dus
moeten de individuele kikkers steeds beter gaan presteren, of verhuizen naar een
ander jachtterrein. Of een andere jachtsoort.
De natuur probeert het allemaal uit.
Wie zich een gedachte wijdt aan de techniek van het vangen van een vlieg, beseft
dat de verwerking van de oogsignalen en de bediening van de spieren van
de tong een aanzienlijke hoeveelheid rekenwerk vergt. Zo veel dat de
mens het op dit niveau nog lang niet beheerst - dat wil zeggen: met de door de mens
gemaakte machines, die tegenwoordig toch behoorlijk snel kunnen rekenen.
De
natuur heeft dit opgelost door de samenwerking van neuronen, die niet meer
eenvoudige signaaldoorgevers van oog naar spieren zijn, maar een speciaal
centrum zijn gaan vormen met alleen onderlinge verbindingen, om dit soort
berekeningen uit te voeren. Een brein. Dat meestal een plaats kreeg dicht bij
het belangrijkste waarnemingsorgaan: het oog, tezamen in een aparte uitstulping:
het hoofd.
Hoe
heeft de natuur dat vormgegeven? De ontwikkeling van gespecialiseerde
snelle signaaldoorgevers gaf ook meer mogelijkheden tot organisatie en
uitbreiding van het dierlijke lichaam in het algemeen. Al in vroege soorten als
de reptielen, met als voorbeeld de kikker, leidde dat ertoe dat de simpele
signaaldoorgevers, gebundeld in het ruggemerg of beter genaamde: spinal cord, werden uitgebreid met een
neurologisch systeem voor de regulering van de autonome lichaamsfuncties, zoals
ademhaling, spijsvertering enzovoort. Dat is bij de reptielen en alle soorten
sindsdien de medulla oblongata
(Wikipedia).
Deze en andere uitbreidingen bestaan voornamelijk uit grotere bundelingen van
neuronen, meestal bolvormig en daarom nucleus of nuclei genoemd ("kern") - de
bolvorm is een logisch gevolg van de vorm van een enkel neuron: met veel
dendrieten aan de ene kant, en een enkel axon aan de andere, zodat als je er
veel bij elkaar wilt ophopen, de axonen die minder ruimte innemen naar het
midden gaan wijzen. En naast die nuclei zie je bundels van axonen die de
verbindingen ertussen verzorgen.
Ook in de menselijke hersenen is deze opbouw
te zien. De medulla oblongata ("langgerekte module") zit bovenop de
spinal cord, en sluit aan op de pons ("brug") en cerebellum of kleine
hersenen. Het cerebellum is de module die de coördinatie tussen
waarnemingsorganen en beweging verzorgd, dat wil zeggen: de computer die de
kikker in staat stelt zijn vliegen te vangen. De pons verzorgt in de mens een
aantal autonome functies verbonden met beweging, in mensen: slaap, ademhaling,
slikken, gezichtsuitdrukking, lichaamshouding - en ook nog smaak, gehoor, en de
blaas.
Terug naar de kikker. Het kunst van het vliegen-vangen is al beschreven als een heel
moeilijke. Dat blijkt ook uit de moeite die de natuur er mee heeft. In het
cerebellum zit bij een mens, die zijn cerebellum geleend heeft van de kikker en
zijn reptielige soortgenoten, de helft van alle neuronen, in ongeveer een
tiende van het totale volume.
Maar
het cerebellum heeft dus een redelijk gespecialiseerde
functie. De
Nederlandse naam "kleine hersenen" voor cerebellum lijkt vanuit evolutionair
oogpunt dus minder gelukkig. "Hersenen" is de term voor het geheel, en het is
duidelijk dat het cerebellum niet het geheel is van wat er boven het spinal cord
gebeurt, als aansturing van het lichaam voor soorten als kikkers. Het cerebellum
is beter benoemd als een deel van de reptielenhersenen.
Een deel van de redenen waarom het cerebellum die naam van "kleine hersenen"
heeft gekregen, is te zien in het plaatje rechts (D is hier de spinal cord, C
het medullla oblongata, B de pons, en A het middenbrein, het mesencephalon). De interne structuur van het cerebellum
lijkt voor een deel sterk op dat van de grote hersenen. En dat is natuurlijk
omdat ze eenzelfde soort functie uitoefenen: ze zijn alle twee toegesneden op
rekenen. En de uitgevoerde functie bepaald de organisatie van de neuronen die
het werk doen, en de organisatie van de neuronen bepaald de uiterlijke
structuur. In dit geval het een beetje bloemkolige aangezicht.
In het middenbrein zittende naast vele andere, ook nuclei die de signalen van de
oren en ogen ontvangen, respectievelijk de inferieure en superieure colliculi
So
far, so good. Met die reptielenhersenen was de reptielensoort prima
toegerust voor het leven, zoals blijkt uit hun periode van grote bloei in de
vorm van de talloze dinosaurusgeslachten, die heersten over de hele wereld - op
grond, in het water en in de lucht.
Dat de dinosaurussen aan hun eind kwamen heeft vermoedelijk weinig met evolutie
te maken - voor hen had de natuur een abrupt einde in de vorm van een meteoriet
in petto. Maar ook als dat niet gebeurd was, kan je je afvragen of ze nog
hadden geleefd. Want de reptielenhersenen hebben ook hun tekortkomingen - basaal
blijft het toch: kikkeroog ziet snelle donkere vlek - oog stuurt signaal naar
neuron - neuron beslist: "vlieg" of niet - zo ja: neuron stuurt signaal naar
tong.
Dit simpele systeem is voldoende voor simpele situaties en simpele
beslissingen: "altijd ja" en "altijd nee" voldoet. Maar dat
laatste is lang niet altijd het geval: een vrucht kan lekker ruiken, maar toch
giftig zijn. Illustratief voor het geval het niet-werkende simplisme is dat van de snoek die in een aquarium zit tezamen met een voorntje, met
een glasplaat ertussen. "Hap", zegt de snoek richting het voorntje, maar hij
stoot keihard zijn neus op de glasplaat. Nog eens: "Hap", en nog eens "Boem". En zo
gaat het tientallen keren. Tot de snoek het door heeft: hij hapt niet meer.
Daarna kan je de glasplaat weghalen - al zwemt het voorntje vlak voor zijn neus
langs, de snoek reageert niet. Van "altijd ja" is hij omgeschakeld naar "altijd
nee".
Dit is dus een primitief model. Een snoek die eerder zou stoppen met happen
en meer zou letten op zijn omgeving (het is tenslotte wel erg toevallig dat hij
steeds op dezelfde plek een "boem" ondervindt) zou beter af zijn. Maar daarvoor
is het dus nodig dat eerdere gebeurtenissen systematisch en meer gedetailleerd
worden opgeslagen in het zenuwstelsel, en daarvoor is makkelijk in te zien dat
dat een groter zenuwstelsel behoeft.
Voor dat grotere zenuwstelsel was kennelijk een nieuwe evolutionaire stap
nodig, en die werd gedaan door of via de zoogdieren. Aanvankelijk kleine
knaagdierachtigen met kleinere hersentjes, maar met nieuwe modules. Wat die modules
zijn, is op dezelfde gronden te beargumenteren als het ontstaan van neuronen en
reptielenhersenen, uitgaande van wat we geconcludeerd hebben bij het falen van de
snoek.
Gewenst is als eerste dus eigenlijk een geheugen voor gebeurtenissen. Het tweede is een
kwalificering van die gebeurtenissen. Het derde is een methode om huidige
gebeurtenissen met voorgaande te vergelijken - de herkenning. En het vierde is een systeem om
ervoor te zorgen dat de meest gunstige respons inderdaad uitgevoerd wordt.
En op zoek naar dit soort functionaliteit gaan we dus eerst maar verder met
de inventarisatie van de onderdelen van het brein. Dat wil zeggen: verder met de ontwikkeling vanaf de spinal cord verder omhoog, waar we
waren aanbeland bij het middelbrein, A in de afbeelding boven.
Bovenop
het het middenbrein of mesencephalon komt het diencephalon, letterlijk
twee-brein of dubbel brein, maar beter bekend naar zijn voornaamste module als
de thalamus. Zoals de naam al aangeeft zijn er hier twee van, en dit is de
plaats waar de splitsing tussen een enkele hersenstam en twee hersenhelften een
feit is geworden. In de animatie (van Wikipedia
) is, beter dan in statische
plaatjes, zichtbaar hoe de thalamus de plaats inneemt van een schakelstation
tussen hersenstam en de rest van de hersenen.
Tussendoor: voor alles wat hierna komt geldt de regel dat ook al staat er
enkelvoud, er in feite twee zijn, een linker en een rechtvariant. Die anatomisch
sterk op elkaar lijken, en globaal wel hetzelfde doen, maar niet
noodzakelijkerwijs precies hetzelfde - deze splitsing is waarschijnlijk het
gevolg van het bestaan van ogen in paren in verband met het diepte-zien. Als de
verwerkingseenheid voor visuele signalen oorspronkelijk ook per oog is ontstaan,
ieder met hun eigen verbindingen naar de hersenstam, dan verklaart dat het
ontstaan van twee thalamussen. Meer over de relaties tussen de hersenhelften hier
.
Het
volgende naar buiten gaande is de groep elementen genaamd basale ganglia
.
Onderdelen zijn het stratium, pallidum of globus pallidus, de subthalamische
nucleus, en, erbij genomen wegens directe verbindingen van deze elementen
ernaar: het gebied genaamd substantia negra aan de top van het middenbrein (het
laatste gelig in het plaatje - meer overzichten hier
) . Het stratium
is weer
een verzamelnaam voor meerdere elementen: de caudate nucleus, de slurf aan de bovenkant en
de putamen, een ellipsvormige kern in het midden die in het plaatje grotendeels
is weggelaten om de thalamus eronder zichtbaar te maken. De globus pallidus heeft
ook weer twee delen, waarbij het geheel de vorm heeft van drie verschillende
schil- of lensvormige kernen rond de thalamus.
Soms wel en soms niet gerekend tot de basale ganglia zijn de amygdala => en de
nucleus accumens. De amygdala is in het vorige plaatje al zichtbaar, als een
bolvormige structuur, bevattende weer diverse deelkernen, aan het einde van de
caudate nucleus.
De
locatie van de amygdala valt weer samen met een uiteinde van de hippocampus,
hetgeen in sommige afbeelding aanleiding om de amygdala als uiteinde van de
hippocampus te laten zien, wat dus incorrect is. De hippocampus is ook weer eigenlijk alleen
goed zichtbaar te maken is middels een animatie (van Wikipedia => ). De
staart van de hippocampus heet fornix => , en bestaat uit bundels axonen => , de
uitgangen dus, die verder loopt dan getoond in de animatie naar het mammaliaanse
lichaam => (ook niet getoond).
Nu hebben we een aantal onderdelen nog niet gehad. Maar wat dit
ogenschijnlijke samenraapsel gewoon door zijn diversiteit laat zien, is dat ieder
van die elementen bij zijn ontstaan in de evolutionaire geschiedenis
hoogstwaarschijnlijk zijn eigen specifieke functie heeft gehad. Waarbij
het dus evolutionair gezien ook zo moet zijn dat het voorgaande geheel ook in
staat was een afgeronde functionaliteit uit te voeren, waarboven op dan weer
additionele functionaliteiten zijn ontwikkeld. Waarschijnlijk is het behulpzaam
in de speurtocht naar de werking van met name de emotionele hersenen eerst dit
evolutionaire pad te vinden: welke onderdelen ontstonden het eerst, en wat kwam
daar uit voort. Noodzakelijkerwijs geeft dat ook meteen de oorspronkelijke
verbindingspaden tussen de onderdelen.
Terug naar onze lijst van gewenste functionaliteiten om een meer gevarieerd
systeem van reacties op externe waarnemingen op te bouwen naast het simpele
altijd-ja of altijd nee - althans: heel-lang-ja naar heel-lang-nee: een geheugen voor gebeurtenissen,
een kwalificering van die gebeurtenissen, een methode om huidige
gebeurtenissen met voorgaande te vergelijken en te herkennen, en iets om
ervoor te zorgen dat de meest gunstige respons inderdaad uitgevoerd wordt. Dit
is een citaat (deze en de volgende allemaal uit Wikipedia ) over de
hippocampus:
| |
The hippocampus is a major component of the brains of humans and
other mammals. It belongs to the limbic system and plays important roles
in long-term memory and spatial navigation. |
Meer detail hier . Een eerste rol is vervuld.
Dan over de amygdala:
| |
In complex vertebrates, including humans, the amygdalae
perform primary roles in the formation and storage of
memories associated with emotional events. Research
indicates that, during fear conditioning, sensory
stimuli reach the basolateral complexes of the amygdalae,
particularly the lateral nuclei, where they form
associations with memories of the stimuli. ...
Damage to the amygdalae impairs both the acquisition and
expression of Pavlovian fear conditioning, a form of
classical conditioning of emotional responses.
The amygdalae are also involved in appetitive (positive)
conditioning. It seems that distinct neurons respond to
positive and negative stimuli, but there is no
clustering of these distinct neurons into clear
anatomical nuclei.
|
Dat is de tweede rol: de associatie van de gebeurtenissen vast te leggen in
het geheugen met negatieve en positieve kwalificaties.
Een citaat uit Wikipedia over het doel van de basale ganglia:
| |
Currently popular theories implicate the basal ganglia primarily in
action selection, that is, the decision of which of several possible
behaviors to execute at a given time. |
Erbij: bij geheugen ook selectie, want alles opslaan is niet efficiënt: veel
gebeurens niet nodig, veel details niet nodig, detail is veel info duurt lang en
snelheid van belang. Selectie
of filter - kan later: in slaap (Dana.org artikel). Verschillende soorten geheugen.
Een
aantal van die zaken is direct als corresponderende modules in de
zoogdierhersenen aan te wijzen, op dezelfde manier als voor de reptielen. Deze
vorm van
geheugen zit in de hippocampus, zie het groene orgaan rechts. Ook hier zegt het uiterlijk al het één en ander:
het begint duidelijk in een bol die een steeds langere staart heeft gekregen.
Waar nog bijkomt dat in de hippocampus voortdurende nieuwe neuronen worden
aangemaakt. Allemaal teken van de functionaliteit van een groeiende
opslagbehoefte.
Nummer twee is de kwalificering van gebeurtenissen als beter of minder goed.
Dat zien wij als mens voornamelijk via zijn uitkomst: minder goede gebeurtenissen
zijn gebeurtenissen die je vermijdt. En het vermijden van gebeurtenissen of
zaken die erbij horen, is in ons gewone taalgebruik afgekort als "angst". Wat je neutraal "een systeem van kwalificering van gebeurtenissen" noemt, is wat voor
de mens het "emotionele systeem" is gaan heten: wat trekt jou aan en wat stoot jou af, in zijn
diverse vormen.
Eenmaal
zo geformuleerd, is snel één van de plekken aan wijzen waar dit soort dingen gebeuren - uit de
Engelse Wikipedia:
| |
In complex vertebrates, including humans, the amygdalae
perform primary roles in the formation and storage of memories associated
with emotional events. |
Vertaald: de amygdala ("amandelvormige"), een groep van nuclei of min of
meer bolvormige kernen van neuronen, voorziet wat er in het geheugen opslagen
wordt van bijpassende zaken die wij kennen als emoties. Maar let op: dit zijn
nog niet noodzakelijkerwijs de emoties zelf.
Naar Neurologie, organisatie
, Psychologie lijst
, Psychologie overzicht
, of site home
.
|