Bronnen bij Rijnlandse onderwijsbeleid: marktonderwijs

Er wordt door rechtse politici veel gepraat over markt- en klantgericht onderwijs. Achter al deze plannen zit het argument om de kosten van het onderwijs te drukken. Onderstaand eerste een bron waarin dit argument expliciet wordt genoemd, tezamen met een oplossing van het "kostenprobleem". Die oplossing is dezelfde als de gemeenschappelijke factor van de andere rechtse plannen, het ontslaan van mensen. Daaronder nog een paar bronnen met andere aspecten van het rendementsdenken:


Uit: De Volkskrant, 23-07-2005, column door Frank Kalshoven (volledig artikel hier uitleg of detail )

Fantaseer in de vakantie eens over een nieuwe school

...     Schoolboeken mogen voor ouders een belangrijke kostenpost zijn, in de economie van de school spelen ze een betrekkelijk kleine rol. De bulk van de kosten per leerling zijn personeelslasten. Daarnaast kost huisvesting een smak geld. Die personeelslasten (en het gebouw plus inventaris) betalen we natuurlijk ook, maar dan via de belasting.
    Uit andere sectoren in de economie weten we dat kostprijzen omlaag gaan door arbeids-besparende technologie. Auto's zijn zo raar goedkoop (als je de heffingen en belastingen buiten beschouwing laat) omdat ze bijna automatisch, door robots, in elkaar worden gezet. Banken hebben de afgelopen vijf jaar op grote schaal afscheid genomen van mensen en bakstenen, omdat het bankieren van kantoren met baliemedewerkers is verhuisd naar internet.
... De technologie om de personeelskosten in het onderwijs drastisch terug te brengen bestaat al (internet). Die technologie wordt door tieners volop gebruikt en aangenaam bevonden. Hij moet alleen nog geschikt worden gemaakt voor (middelbaar) onderwijs.
    Natuurlijk: middelbare scholen gebruiken allang internet. Werkstukken, presentaties, boekverslagen - internet is de bron. Maar het gaat daarbij vooral om extra's. Bij de kern van het onderwijs - het leren van dingen wordt vooral gebruik gemaakt van boeken en leerkrachten. Op de boekenlijst stond bijvoorbeeld nergens: koop voor 25 euro toegang tot www.engelsvoor4havo.nl.
    Ziet u die site ook voor zich? Het is in essentie een game, een soort Prince of Persia, waarbij de wereld moet worden gered. Dat kan alleen door met goed gevolg testjes af te leggen. Daartoe moet je dingen leren.
    Dat leren kan door lezen, luisteren en kijken. De virtuele leraar Engels (gespeeld door Johnny Depp of Angelina Jolie, zelf in te stellen) legt op drie pedagogisch verantwoorde manieren het verschil uit tussen if en when. Denkt de speler het te begrijpen, dan volgt een test: beeldfragmenten van Tony Blair, Josh Stone en Wesley Snipes waarbij de vraag is wie if en when goed gebruiken. Of: zoek drie songteksten waarin if verkeerd wordt gebruikt. Wie faalt, mag niet verder.
    Eindeloze databases met uitleg, vragen en testvragen, waarbij de site als het ware vanzelf leert welke vorm van leren de spelers het makkelijkst vinden.
    School? Speel voor de Kerst minstens tot level 24 voor Engels, zorg voor Economie dat de cybercommissarissen het businessplan voor je virtuele onderneming hebben goedgekeurd, bouw voor wiskunde en techniek een virtueel zeilschip.
    School als een plek met lokalen en leerkrachten en een kantine -dat wordt dus iets van vroeger. Natuurlijk moeten leerlingen wel af en toe naar de centrale plek komen (en daar lekker veel sporten, presentaties geven en scheikundige proeven doen) maar de kosten zijn een fractie van de huidige.
    Nee, dit is geen tot in detail uitgewerkt plan. Ik schreef al: het is een fantasie. Maar het is er wel een met een vrij harde economische logica: sluit aan bij de wensen van je klanten (die niet achter hun computers zijn weg te slaan) en pik de grootste kostenpost (arbeid) eruit.   ...


IRP:   Dit is geen originele fantasie van Frank Kalshoven - in de sciencefictionliteratuur behoort ze tot de standaardingrediënten van de gefantaseerde toekomst. Als zodanig zijn er ook een aantal fatsoenlijke argumenten voor een dergelijke ontwikkeling aan te voeren. Het verschil met Kalshoven's inspiratiebron is dat die argumenten uitgaan van de effectiviteit van het onderwijs, terwijl Kalshoven uitgaat van de kosten, van geld. Het hoeft van lezers van andere artikelen van de site nauwelijks betoog wat de waarde van dit verschil is: het is de keuze tussen het materiële en het geestelijke, waarbij de keuze voor het materiële, het geld, de keuze van de verdorvenheid is .
    Het is het kenmerk van de keuze op verderfelijke gronden dat, hoe logisch ze ook lijkt, het vrijwel altijd tot tot contraproductieve resultaten leidt. Dat komt omdat een keuze op een enkel specifiek punt altijd aangevuld moet worden met keuzes op andere punten, en die andere keuzes werken de oorspronkelijke keuze tegen - zie onder voor twee voorbeelden van concrete bezwaren:


Uit: De Volkskrant, 03-12-2005, van verslaggever Gerard Reijn

Felle kritiek op voorstel leerrechten

Raad van State haalt plan Rutte onderuit

De Raad van State laat geen spaan heel van de plannen van staatssecretaris Rutte van Onderwijs om leerrechten in te voeren in het hoger onderwijs. Die leerrechten, een soort tegoedbonnen voor redelijk geprijsd onderwijs, zijn de kern van Ruttes beleid. Hij wil met dit systeem marktwerking in het hoger onderwijs bevorderen.

De Raad van State is het daarmee eens, maar vindt de plannen ‘onvoldoende’ om dat doel te bereiken, ‘en in bepaalde opzichten overbodig en tegenstrijdig’. De plannen kunnen het beoogde effect juist ‘verstoren of zelfs verhinderen’. Daarom moet het wetsvoorstel deels worden herzien, vindt de Raad.   ...
    In Ruttes plannen krijgen de studenten voor zes jaar leerrechten (voor sommige lange studies krijgen ze meer) waarmee ze tegen een wettelijk vastgesteld collegegeld onderwijs kunnen kopen. De student kan elk half jaar overstappen naar een andere onderwijsinstelling. De universiteiten en hogescholen krijgen vrijwel alleen geld voor het aantal studenten. Aparte vergoedingen voor gebouwen, dure collecties, onevenredig dure studies of dure installaties verdwijnen in het nieuwe stelsel vrijwel.   ...
    De Raad vreest dat als de studenten op grote schaal gaan shoppen, de financiële zekerheid van de onderwijsinstellingen wordt ondergraven. Rutte verwacht dat instellingen dan worden geprikkeld tot vernieuwing, maar de Raad van State vreest juist meer ‘behoedzaamheid en behoudzucht’. Instellingen zullen zich meer richten op ‘grote, populaire en niet al te moeilijke opleidingen’.


Uit: De Volkskrant, 03-12-2005, van verslaggever Gerard Reijn

Doubleren op school helemaal zo gek nog niet

Zittenblijven moet in ere worden hersteld. Door het taboe op doubleren komen veel scholieren op lagere schooltypen terecht dan ze aankunnen.


Dat blijkt uit twee rapporten die de Onderwijsraad vrijdag publiceerde. De regering had de raad gevraagd hoe het aantal hoger opgeleiden in Nederland kan worden opgevoerd.
    Kinderen in het voortgezet onderwijs die een slecht jaar hebben, worden al gauw naar een lager niveau gedirigeerd. Vwo’ers komen zo op de havo, havo-klanten op de mavo. Zittenblijven is uit den boze, omdat dat wordt beschouwd als een ‘verlies aan rendement’. Maar hierdoor komen minder leerlingen op hogescholen of universiteiten terecht dan zou kunnen, betoogt de Onderwijsraad.
    Het rendementsdenken frustreert nog op een andere manier de onderwijskansen. Ook het ‘stapelen’ van opleidingen wordt beschouwd als inefficiënt en dus ongewenst. ...


IRP:   Dit zijn slechts twee voorbeelden van de contraproductieve werking van het rendementsdenken. Een punt dat direct op Kalshoven voorstel slaat is dat zijn idee van onderwijs per computer, wel mooi is, maar dat noodzakelijke computeronderwijs er (nog) niet is of nog niet goed genoeg is. Als men uitgaat van het geld, is dat een klein of geen bezwaar, gaat men uit van de de inhoud, dan is het een onoverkomelijk bezwaar.

In werkelijkheid is via de computer en het internet zeer veel losse kennis beschikbaar, maar zodra het op structuur en samenhang aankomt, valt men in een zwart gat. Er wordt op het internet eindeloos veel geschreven over politiek en maatschappij, maar zodra het op structuur en samenhang aankwam, was het IRP genoodzaakt zelf een website op te zetten, omdat iets dergelijks niet te vinden was. Op het terrein van het onderwijs is het niet veel anders.

Een tweede argument zijn oorsprong in de vakdidactiek. Het is daar redelijk elementaire kennis dat er drie voorkeursmethoden van leren bestaan: oog, oor en lichaam, of visueel, auditief, en haptonomisch. Het visuele leren is op school het gebruikelijkst, maar het is algemeen bekend dat een grote groep leerlingen ernstig gebaat is bij het aanhoren van de stof, in plaats van het lezen ervan. De rol van het haptonomische leren is nog autonomer: in de sport kan het vaak moeilijk anders - voor een theoretische onderbouwing van deze opvattingen over leren, zie hier .

Een derde argument is dat school nog iets anders doet dan het overdragen dan kennis, namelijk dat ze bijdraagt aan de sociale ontwikkeling - een zaak die gepromoveerd econoom Kalshoven ontgaat, maar gewone mensen natuurlijk niet, zie hier uitleg of detail .

Frank Kalshoven weet dit allemaal kennelijk niet, of wil het niet weten. Dat is niet zo opvallend, want Kalshoven is journalist van beroep, maar zijn econoom-zijn domineert. Van economen is algemeen bekend dat ze nergens verstand van hebben, behalve geld. Daarom willen ze graag alles uitdrukken in geld, en dus ook het onderwijs . De schade die economen als groep met dit soort opvattingen aan de maatschappij toebrengen, is niet minder dan een culturele ramp, op de schaal die die van de globale opwarming van de aarde benadert.


Addendum feb. 2007:
Het laatste half jaar is het voor iedere weldenkend mens duidelijk geworden hoe desastreus het idee van het zelf-leren door de leerlingen, het "nieuwe leren", heeft uitgepakt. Dat zijn allemaal zaken die Frank Kalshoven nadrukkelijk niet wil zien - hij blijft volharden in zijn monetaire ideologie:
 

Uit: De Volkskrant, 30-09-2006, column door Frank Kalshoven

Het tekort aan leraren is een prachtige impuls voor innovatie

En weer is de arbeidsproductiviteit in het onderwijs gedaald. De kranten berichtten deze week over de jongste publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Wie werken er in het onderwijs? onder de vlag dat het aantal academici voor de klas afneemt – en dat is heus interessant – , maar het andere nieuwsfeit – dat de arbeidsproductiviteit daalt – werd genegeerd, terwijl dat minstens zo goed is om te weten.
    Tussen 1997 en 2004, meldt het SCP, steeg het aantal leerlingen met 10 procent en nam het aantal personeelsleden met 16 procent toe. Het betreft daarbij vooral onderwijsondersteunend personeel.
    De economische betekenis hiervan is dat voor het afleveren van een leerling met een diploma steeds meer arbeidsinzet nodig is. Anders gezegd: de arbeidsintensiteit van de productie neemt toe. Of nog weer anders gesteld: de staf-student-ratio stijgt. Voor een sector die vreest voor personeelstekorten in de toekomst is dat een alarmerende ontwikkeling.
    Het aantal werknemers in het onderwijs, bijna een half miljoen werknemers op 378 duizend formatieplaatsen, is nu al indrukwekkend, maar als per leerling steeds meer werknemers nodig zijn, zal de totale arbeidsvraag in de sector nog drastisch toenemen.   ...
    Deze reactie van de sector en de politieke partijen is dan ook verkeerd, of in elk geval onhandig. De aanstaande uittocht van werknemers – het onderwijs is sterker vergrijsd dan gemiddeld – is een kans om het onderwijs zo te veranderen dat er per leerling niet meer, maar minder werknemers nodig zijn.
    Wat daarvoor nodig is, is in abstracte economische termen niet zo ingewikkeld. In plaats van arbeidsintensief moet het onderwijs kapitaalintensief worden, met het gebruik van nieuwe technologie als drijvende kracht. Zo’n ontwikkeling is zichtbaar in alle delen van de economie. De landbouw, ooit een zeer arbeidsintensieve sector (zaaien, planten, oogsten, hooien, melken, en alles met de hand), is door het gebruik van machines sterk veranderd (zaaien, planten, oogsten, hooien, melken, en alles met de machine). Nog maar een paar procent van de beroepsbevolking werkt in de agrarische sector.
    De industrie snijdt van hetzelfde laken een pak: het aantal arbeidsuren dat nodig is voor het assembleren van een auto, een televisie, of een computer is de afgelopen decennia gekelderd. De fabrieken waarin de werknemers hun werk doen, zijn duurder en staan voller met machines die de productie bespoedigen. Dienstensector? Idem. Bankieren, reizen boeken, boeken kopen: investeringen in ICT hebben de factor arbeid ontlast.
    Er is geen reden (meer) waarom het onderwijs zich niet net zo zou ontwikkelen als de rest van de economie. Hoe jonger de kinderen, hoe natuurlijker hun omgang met de nieuwe technologie.  ...
    Doen we niets, dan ontstaan er schreeuwende tekorten aan personeel en lopen de kosten van onderwijs de komende jaren snel op. Slimmer is het nu te investeren in ICT en het onderwijs arbeidsextensiever te maken. Zo maken we van een bedreiging een mooie kans voor innovatie.   ...


IRP:   Geweldig, die vergelijking tussen onderwijs en agrarische industrie: Kalshoven beschouwt het telen van aardappels hetzelfde als het leren en instrueren van kinderen - kan een mens veel dwazer redeneren? En dat allemaal alleen maar omdat de kosten van onderwijs anders oplopen. Frank Kalshoven heeft kinderen, maar hoe hij ooit tot dit besluit is gekomen is een volstrekt raadsel: als er één ding is waarvan de kosten allen maar oplopen is dat het hebben van kinderen. Kalshoven weet dus eigenlijk wel dat er andere argumenten zijn, maar als egoïstische man op middelbare leeftijd heeft hij ze volledig weggedrukt: automobilist en homo economicus , en cynicus .

Een half jaar later, een herhaling van zetten - ondanks het feit dat andere vormen van onderwijs met minder instructie, het nieuwe leren, inmiddels algemeen erkend een mislukking zijn gebleken:


Uit: De Volkskrant, 31-03-2007, column door Frank Kalshoven

Het toekomstige lerarentekort is een prachtige kans

Tussentitel: Stop dat miljard voor onderwijs liever in e-learning

Het aantal vacatures in Nederland heeft volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een nieuw record bereikt – 225 duizend stuks, eind december 2006 – , maar juist in het onderwijs, de sector die deze week weer nadrukkelijk over het lerarentekort sprak, is de nood het laagst. Op elke duizend banen bestaan in het onderwijs 13 vacatures, terwijl in de horeca en de zakelijke dienstverlening elke duizend werknemers 43 nieuwe collega’s zouden kunnen gebruiken. Voor alle andere sectoren geldt: de nood is lager dan in de horeca, maar hoger dan in het onderwijs, aldus het CBS.
    Dat de miljarden voor bestrijding van het lerarentekort ons deze week toch weer om de oren vlogen, heeft te maken met de termijn en met een gebrek aan fantasie. Het lerarentekort is een probleem voor de toekomst, als de vergrijzing tot een pensioneringsgolfje leidt. Het gebrek aan fantasie is dat de remedie vooral wordt gezocht in het ‘aantrekkelijker maken’ van het docentenvak, wat een dure grap is.
    In de Volkskrant van dinsdag zaten alle elementen.
    Vier pagina’s verderop werd verslag gedaan van de verkoop door uitgever Wolters Kluwer van zijn educatieve activiteiten. Een Brits opkoopfonds, Bridgepoint Capital, betaalt 774 miljoen euro, onder meer voor de Bosatlas en de wiskundemethode Getal en Ruimte .
    In het bijbehorende achtergrondstuk worden twee ontwikkelingen benoemd die voor deze overname van groot belang zijn. Ten eerste gaan scholen vanaf komend jaar zelf lesmateriaal inkopen (in plaats van de ouders op aangeven van de school). Ten tweede: de digitalisering van het lesmateriaal, waarmee grote investeringen zijn gemoeid.   ...
    Praktischer: de oplossing van het lerarentekort zit in technologie, in het serieus nemen van elektronische hulpmiddelen bij het verwerven van kennis. De nakende pensionering van een groep docenten is een geweldige kans om zonder torenhoge reorganisatielasten een moderniseringsslag te maken. De vrijheid die schoolbesturen nu krijgen – een naar believen vrij te besteden ‘lumpsum’-budget voor leraren, gebouwen, ict én leermiddelen – betekent dat ze die afwegingen echt kunnen gaan maken.   ...


IRP:   Een reactie uit het inmiddels ook wijzer geworden publiek:


Uit: De Volkskrant, 02-04-2007, ingezonden brief van  Rob Mollee (Haarlem)

Lerarentekort

Frank Kalshoven beweert dat hij de oplossing voor het lerarentekort heeft gevonden (Economie, 31 maart). Hij stelt: `De oplossing van het lerarentekort zit in het serieus nemen van elektronische hulpmiddelen bij het verwerven van kennis.`
    Eureka! E-learning! Weet je wat? We bezuinigen de overgebleven leraren ook meteen maar weg. Scheelt nog veel meer geld. We handhaven slechts de beveiligingsbeambte voor het fouilleren van gevaarlijke leerlingen en stellen een ict-coördinator aan die dagelijks de cd-roms over de lokalen verdeelt.
    Op de binnenlandpagina van zaterdag wordt gelukkig tegengas gegeven. `Scholierenenquête: te veel loze lessen, te weinig begeleiding. Veel leerlingen zijn oprecht boos omdat ze niets meer leren. De balans tussen dingen zelf uitzoeken en les krijgen is kwijt`.  .....


IRP:   Maar ook één van de aanstichters van het onderwijsdebat, Martin Sommer, mengt zich er nu in, op zijn bekende manier: met voorbeelden uit de praktijk:


Uit: De Volkskrant, 31-05-2007, column door Martin Sommer 

Computervirus

Computers worden voorgesteld als het medicijn voor alle kwalen, burgerschap, nieuwsvoorziening en onderwijs. Inderdaad, de computer is reuze geschikt voor disciplinering en machtsuitoefening.
    Een tijdje terug mocht ik een les geven op een gymnasium. Een nieuwe school, drijvend op de gymnasiumgolf, en om leerlingen te trekken, hadden ze bedacht dat het een computergymnasium moest worden. Elk kind zijn eigen opklapbare computertje in de lessenaar. Het klepperde inderdaad dat het een lust was in die klas. Er werd flink ge-msn’d, gehyved en gegamed.   ...
    Voeg het lerarentekort bij de veronderstelde concentratiestoornis van het moderne kind. De oplossing heet computer. Onze zaterdagcolumnist Frank – meten is weten – Kalshoven was er als de kippen bij om uit te leggen dat we dure lerarenarbeid moeten verruilen voor goedkoop beeldschermkapitaal. Zijn stuk was nog niet geschreven of de eerste ‘netwerkschool’ werd opgericht, door acht onderwijskundigen nog wel, ‘met minder leraren dan op een gewone school’ – en toch beter.
    Ik dacht aan die klepperende computertafels op het gymnasium en vroeg belet bij Henny Jellema. Zij geeft Nederlands aan het vmbo Sterrencollege in Haarlem, aan kinderen van asielzoekers of gezinsherenigers. Ze gebruikt vaak computers in de klas. Tijdens het praten knipt ze eerst een kwartetje van papier – een plaatje van een zeef met vier woordjes erbij: is dit een bal? Of een pan? Dit soort dingen, zegt ze, kan ook uitstekend met een computer. ‘Ik zeg, een computer is een wasmachine. Skill en drill. Ideaal om dingen uit je hoofd te leren, woordjes oefenen, tafels opdreunen.’
    Nog een voordeel. Als een kind in de klas iets zeven keer fout doet, begint de klas te klieren. Van de computer mag je het honderd keer overdoen. Maar een magische machine is een computer niet. Goed voor eenvoudige, gesloten vragen. Multiple choice. Het vervelende is dat methodenmakers er meteen een onderwijsvernieuwing aan vastknopen. ‘Als je computers koopt, moet je ook je onderwijs vernieuwen.’ Dat betekent voor de leerlingen: heel veel werkstukken maken met behulp van internet. Ze vergeten dat werkstukken ook nagekeken moeten worden. Dat kost heel veel ouderwetse lerarenenergie.
    Ict, vindt Henny Jellema, gaat over computers, niet over vernieuwing. En het is ook niet het medicijn voor alle kwalen. Onlangs stond er een stuk in The New York Times over Amerikaanse scholen die massaal op de laptop waren overgegaan. Na een paar jaar kwamen de klachten. Ze waren meer tijd kwijt aan het repareren van de laptops dan dat er tijd werd bespaard. Er waren ‘geen meetbare gevolgen voor studieprestaties’. Wel merkbaar was de ‘afleiding van het leerproces’. Een vergelijkende studie leerde dat de heel goeden er wat mee opschoten, die konden zelf verder. En de zwakken, met het drilsysteem à la Henny Jellema. De middelmaat schoot niks met de computer op. ‘En de meesten zijn de middelmaat’, zegt Henny Jellema. ‘Ze willen niet denken, ze willen klikken.’
    Maar buiten kijf is de computer geschikt bevonden voor de centralisering en disciplinering. Niet van de leerling, van het personeel. Henny Jellema’s school is net gefuseerd, welke school niet? Op de gang kom ik een fusiedirecteur tegen. Het eerste wat dan gebeurt, volgens de wet van Kalshoven, is grootscheeps ict invoeren. Nieuwe scholen willen modern zijn, dus moeten ze moderne leer- en hulpmiddelen hebben. Mooi meegenomen is het schaalvoordeel.   ...


IRP:   Voor hoe de heren vernieuwers hun ideeën denken uit te werken, zie hier uitleg of detail .


Uit: De Volkskrant, 10-04-2007, van verslaggever Gerard Reijn

Op de Netwerkschool is alles efficiënt en positief

Dagdroom van columnist Kalshoven krijgt vorm. Groep van onderwijsdeskundigen werkt het idee uit.


Tussentitel: Zittenblijven wordt afgeschaft en de kosten gaan 15 procent omlaag

Op de Netwerkschool krijgen nieuwe leerlingen eerst een assessment, een beoordeling om vast te stellen wat ze kunnen en wat hun ‘potentie’ is. Daarna krijgen ze een contract voorgelegd, waarin staat wat voor diploma ze gaan halen en hoe ze zich moeten gedragen. Dat ze integer moeten zijn bijvoorbeeld, en dat ze positief moeten denken – dus in oplossingen en niet in problemen. Als ze zich niet aan hun contract houden, kan dat gevolgen hebben voor de schoolcarrière.
    Op de Netwerkschool zitten minder leraren dan op een gewone school. En toch wordt er meer les gegeven. De leraren doen namelijk niks anders dan lesgeven. Ze hoeven niet te surveilleren in de kantine en ze hoeven leerlingen niet te begeleiden.
    Daar zijn dan weer anderen voor. Mentoren, tutoren, instructeurs, onderwijsassistenten, gastdocenten: een heel scala aan docenten en begeleiders loopt er rond. Ouderejaars onderwijzen de jonkies en krijgen daar ook nog geld voor, zodat ze hun tijd niet meer hoeven te verdoen met rot-baantjes bij de supermarkt.
    Het idee begon met een column van Frank Kalshoven in de Volkskrant, anderhalf jaar geleden. ‘Het kan anders, het kan beter, het kan goedkoper’, schreef hij. Volgens hem moest de productiviteit in het onderwijs omhoog door de inzet van de techniek. ‘Speel voor de Kerst minstens tot level 24 voor Engels, zorg bij economie dat de cybercommissarissen het businessplan voor je virtuele onderneming hebben goedgekeurd, bouw voor wiskunde en techniek een virtueel zeilschip’, zo dagdroomde hij.
    Acht onderwijsdeskundigen zagen wel brood in Kalshovens vergezicht, en zetten zich samen met hem aan de uitwerking ervan tot een compleet model.
    Pieter Hettema, een van de acht, durft grote woorden te gebruiken: ‘Het maatschappelijk rendement van elke euro die in het onderwijs wordt gestoken, wordt verdubbeld.’   ...
    De ontwikkelaars geloven in de voortreffelijkheden van hun model dat niet is gebaseerd op een didactische aanpak, zoals het nieuwe leren, maar op bedrijfseconomie. Zij denken dat de uitval met de helft kan worden verminderd. Zittenblijven wordt afgeschaft. De kosten kunnen minstens 15 procent omlaag.   ...


IRP:   Het is duidelijk dat dit niet zozeer een vorm van onderwijs is, maar vooral van ideologie - leerlingen moeten een contract tekenen, dat wil zeggen: de school dekt zich bij voorbaat in tegen mislukking (het lijkt zelfs op sektegedrag). Het behoort ook tot het nieuwe leren, want er komen minder leraren, en de leerlingen moeten meer zelf doen - ze gaan zelfs een deel van het onderwijs doen. En het grote doel is: de vergroting van het maatschappelijke rendement, of in Kalshoven's woorden: de productiviteit. 
    Al met al lijkt dit het resultaat van een onzalige combinatie: het materialisme van de econoom, en de ideologie van de zachte-sector ambtenaar, zie de cv van Pieter Hettema uitleg of detail : ambtenaar op het ministerie van Onderwijs (een zeer onzalige plek gebleken), en rector van een Montessorischool (veel dwaas idealisme aldaar).
    Oh ja: ziet u dit al ingevoerd voor de gemiddelde VMBO'er, zeg bijvoorbeeld de Marokkaantjes uit Slootervaart van Kees Beekmans uitleg of detail ?
    Een van de aspecten van het rendementsdenken is de financiering van scholen aan de hand van het aantal leerlingen dat afstudeert. Tezamen met het niet meer centraal bewaken van de normen, heeft dat een voorspelbaar gevolg:


Uit: De Volkskrant, 20-07-2010, van verslaggeefster Ianthe Sahadat

Soepele diplomatrajecten ook gebruik in Groningen

De D66-fractie in de Tweede Kamer wil opheldering over mogelijk gesjoemel met diploma’s door de Hanzehogeschool in Groningen. Studenten tipten dit weekeinde de site Geenstijl over versoepelde afstudeertrajecten bij deze school.
    De zaak rond diplomafraude kwam vorige week aan het rollen, nadat de Volkskrant had bericht over een truc om ouderejaars aan hogeschool InHolland op een gemakkelijke manier aan een hbo-diploma te helpen. Bijna 250 studenten bij de opleiding Media en Entertainment Management in Haarlem ontvingen via een illegaal traject, bekend als de ‘Theo-route’, hun diploma. Studieachterstanden werden kwijtgescholden en eerder afgekeurde scripties alsnog goedgekeurd. De hogeschool maakte gebruik van deze truc om de overheidssubsidie die een instelling voor het uitreiken van een diploma krijgt niet mis te lopen. In totaal gaat het mogelijk om enkele miljoenen euro’s illegaal verkregen subsidiegeld.
     Bij de Hanzehogeschool in Groningen werden ‘staartstudenten’ (ouderejaars) van het Instituut voor Communicatie en Media uitgenodigd om via een van de vier alternatieve verkorte routes af te studeren. Studenten met 200 van de 240 studiepunten kunnen bijvoorbeeld zonder het afleggen van hun laatste tentamens via een ‘assessment’ aantonen dat zij over in de praktijk opgedane competenties beschikken die voldoen aan de eindeisen van de opleiding. De hogeschool laat weten dat de alternatieve trajecten volkomen legitiem zijn.
    In reactie op de publicatie over InHolland stelde bestuursvoorzitter Geert Dales een onderzoekscommissie in die alle opleidingen van de hogeschool moet doorlichten op zoek naar mogelijke diplomafraude.   ...


IRP:   Even voorspelbaar als het opgaan van de zon. En de voorspelbaarheid was zelf ook al bekend:
 
  De kwestie rondom de diplomafraude doet inmiddels sterk denken aan de grote hbo-fraudezaak uit 2001. Een commissie onder leiding van oud-Kamerlid Gert Schutte onderzocht destijds het hele Nederlandse middelbaar en hoger onderwijs op het illegaal binnenhalen van overheidsgelden. Pas jaren later kwam Schutte met de definitieve uitkomsten van zijn onderzoek. De scholen ontvingen destijds bij elkaar voor bijna 100 miljoen illegale subsidies voor studenten die nooit echt onderwijs hadden gevolgd of die met een gemakkelijk behaald diploma de opleiding verlieten.

De reden van de volkomen dwaze combinatie van rendementsdenken en loslaten van centrale normen is dat beide horen bij ideologie: de vrije-markt ideologie, op zich weer deel uitmakende van het neoliberalisme. Die ideologie stelt dat alle vormen van markt of competitie gunstig zijn en leiden tot vertering, en dat alle overheidsbemoeienis leidt tot inefficiëntie en extra kosten. Inmiddels is dat bewezen op talloze terreinen een absolute leugen te zijn. Maar ideologie laat zich niet weerleggen, en dus gaat men er normaliter gewoon mee door, zoals blijkt na het eerste geval van hogeschooolfraude. Het enige dat zoiets snel kan stoppen is een catastrofe.
    Voor een reportage over de wijdverspreidheid van de huidige fraude, zie hier uitleg of detail .


Naar Rijnlands onderwijsbeleid , Rijnlandmodel, lijst , Rijnlandmodel, overzicht , of site home .