Onderwijs, managers
|
1 apr.2010 |
Het was natuurlijk voornamelijk ideologie, maar de waanzinnige schaalvergroting
ook in het onderwijs werd verkocht als een vorm van efficiëntie, dus ook van
bezuiniging. De efficiëntie zou voor een groot komen uit het verminderen van de
bestuurlijke overhead door de samenvoeging van besturen
Als men niet verblind was geweest door ideologie, had men
geweten dat het precies andersom was; in grote organisatie gaat besturen een
specialisatie worden,die razendsnel uitgroeit tot een waterhoofd dat nauwelijks
tot geen contact meer heeft met de werkvloer. Tot aparte gebouwen op andere
locaties aan toe. Dit is al bekend sinds het verschijnen van Parkinson's Law
in 1958
(Wikipedia).
Uit: De Volkskrant, 04-01-2010, door Presley Bergen, docent op het hbo
en bestuurder van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON)
Zorg eerst dat het geld de leerling bereikt
Het kabinet wil 35 miljard bezuinigen en heeft speciale commissies aan het
werk gezet. Een aantal specialisten geeft hier een voorzet. Vandaag: Presley
Bergen specialisme: onderwijs
De deplorabele staat van ons onderwijs vraagt eerder om investeringen dan
bezuinigingen. Helemaal in een samenleving die zich kenniseconomie wil noemen.
Het Europese gemiddelde volgend, zou er wel zeker 1 procent van het bbp (7,5
miljard) bij moeten.
Wel is helder dat aan de besteding van het huidige
onderwijsbudget (ruim 30 miljard euro) nog veel te verbeteren valt. Van elke
euro die overheid, de belastingbetaler dus, aan onderwijs uitgeeft, gaat nu
gemiddeld minder dan de helft naar de leerling en de leraar. ...
Wat gebeurt er met al dat geld? Waar vroeger Nederland bezaaid was met honderden
hogescholen en scholen voor mbo hebben we nu een dikke dertig hogescholen en
even zoveel roc’s, mastodonten met tienduizenden leerlingen. Een instituut voor
beroepsonderwijs van zo’n vijftien jaar geleden had, naast het
onderwijspersoneel, onderwijsondersteunend personeel (conciërge, technisch
onderwijs assistenten en een enkele leerkracht die als coördinator de directeur
ondersteunde), een administratie, een roostermaker en een klein bureau ict. En
dan was er de directeur die in grote scholen werd ondersteund door een
onderdirecteur. Deze twee directeuren hadden één directiesecretaresse.
In het ‘nieuwe’ beroepsonderwijs is het aantal functies bijna niet meer te
tellen. Er zijn nu conciërges aangevuld met beveiliging, vele ict- medewerkers,
toezichthouders in Open Leer Centra of Multimediale Centra, stagebureaus,
examenbureaus, onderwijsontwikkelaars, communicatiedeskundigen, volledige
personeelsdiensten met personeelsmanagers, personeelsmanagersadviseurs en
vastgoedmanagers. De directeur is vervangen door een eerstelijnmanager met boven
zich een sectordirecteur, locatiedirecteur, dagelijks bestuur en raad van
toezicht. Het bestuur weet boven zich ook nog de mbo- of hbo-raad.
Ook externe clubjes graaien mee uit de onderwijspot. Bij de behandeling van de
onderwijsbegroting werd duidelijk dat ruim 900 miljoen subsidie wordt verstrekt
aan tientallen projecten en onderwijsadviesbureaus, en aan allerlei
bestuursraden zonder dat de overheid precies weet wat met dat geld gebeurt. Zo
vertegenwoordigen de raden van bestuurders (hbo-, vo-, mbo-, en po-raad)
zogenaamd de leraar en de klassen. In feite zijn het echter verenigingen van
schoolbestuurders. Naast de subsidies die zij ontvangen, vragen zij scholen
miljoenen euro’s aan contributie.
Het is een volkomen overbodig gecreëerd middenveld dat de taak van het
ministerie heeft overgenomen met honderden personeelsleden en natuurlijk een
hiërarchisch opgebouwd personeelsbestand met medewerkers, eerstelijnmanagers,
adjunct-directeuren, directeuren, sectordirecteuren en een centrale raad van
bestuur. ...
Red.: De helft van het geld gaat al naar dit soort lieden. En
hier hoe ze presteren - de delen van het betoog dat ter verdediging van het
competentiegericht onderwijs zijn hebben we grotendeels geschrapt. Het gaat hier
om de verklaring van de problemen ermee, volgens de auteur:
Uit:
De Volkskrant, 31-03-2010, door Ton van Beuningen, docent ROC Flevoland,
Almere Middelbaar beroepsonderwijs ligt onder vuur
Competentiegericht onderwijs is zondebok Managers hebben het
beroepsonderwijs aan een slechte naam geholpen. Iedere zwakke opleiding is er
een teveel.
Er is veel kritiek op het competentiegericht onderwijs in het middelbaar
beroepsonderwijs (mbo). Op Forum (15 maart) verscheen een artikel van Harm
Beertema, bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland (BON), en afgelopen zondag
besteedde Zembla er aandacht aan.
Beertema beschrijft hoe de overheid zich heeft teruggetrokken
uit het onderwijs, hoe de managers de macht naar zich toe hebben getrokken en op
intimiderende wijze het competentiegericht onderwijs hebben ingevoerd. En dan
opeens slaan zij om als een blad aan de boom en komt Beertema tot de conclusie
dat kennis in het onderwijs weer mag. Maar is kennis in het onderwijs ooit
verboden geweest?
In Zembla was hetzelfde beeld te zien. De uitzending
ging over roosters die niet in orde waren, over lessen die uitgevallen waren
door het lerarentekort, over verkeerde besteding van gelden, over klagende
studenten, kortom over de slechte organisatie van scholen. En soms, heel even,
ging Zembla over het competentiegericht onderwijs. Ad Verbrugge,
bestuursvoorzitter van BON, sprak vooral over de verkeerde besteding van gelden
en de slechte organisatie. Maar wat heeft dat alles met competentiegericht
onderwijs te maken?
Volgens Beertema zijn competenties vaag. Zeker is dat
competenties te maken hebben met kennis, vaardigheden en houding. ...
In de projecten moeten de studenten het geleerde in de
praktijk brengen. Hier leren zij samenwerken. ...
Competentiegericht onderwijs betekent dus niet ...
De kwaliteit van het onderwijs baart ook mij zorgen. Managers
hebben van de invoering van competentiegericht onderwijs misbruik gemaakt door
te bezuinigen. Ze hebben verhullende termen bedacht als ‘ontdekkend leren’ en
‘actief praktijkleren’ om die bezuinigingen te rechtvaardigen. Maar dat heeft
niets met competentiegericht onderwijs te maken. Managers hebben docenten op het
verkeerde been gezet en dit onderwijs een slechte naam bezorgd; studenten zijn
de dupe. Maar competentiegericht onderwijs is niet per definitie slecht. Het
heeft veel te bieden aan studentenmits op de juiste wijze en met de goede
middelen uitgevoerd.
... Laten we de discussie zuiver voeren en het handelen van
managers en andere onderwijsfunctionarissen niet verwarren met
competentiegericht onderwijs.
Red.: En die managers vinden natuurlijk zelf dat ze het heel goed
doen - de volgende is er eentje ven het soort dat zichzelf verzameld heeft in
een beroepsclub, die voor veel geld advies geven aan andere managertypes:
Uit:
De Volkskrant, 31-03-2010, door Henk Hendriks, directeur adviesbureau Van
Beekveld & Terpstra
Stuur uw kind gerust naar het mbo. Dat is heel verantwoord
Tussentitel: Onzin dat geen monteur cv-ketel meer kan repareren
De media schetsen een ontluisterend beeld van het mbo: leerlingen die geen les
meer krijgen, onderwijsvernieuwingen en examens die niet deugen, veel zwakke
opleidingen en te grote scholen. Kun je je kind nog met een gerust hart naar het
mbo sturen? ...
Het mbo werkt sinds 2004 aan de invoering van
competentiegericht onderwijs. Dit onderwijs is gebaseerd op nieuwe
kwalificatiedossiers, waarin staat wat de leerlingen moeten leren. In deze
dossiers zit (net als vroeger) de (vak)kennis en (vak)vaardigheid die nodig zijn
voor het beroep. Maar er ligt meer nadruk op het kunnen toepassen hiervan in de
praktijk.
De suggestie dat een cv-monteur tegenwoordig wel zijn vieze
schoenen uitdoet bij de voordeur, maar geen cv meer kan repareren, omdat dit
niet langer wordt geleerd, is klinkklare onzin. Competentiegericht onderwijs
richt zich juist op het kunnen uitvoeren van de beroepshandelingen. De
opleidingen zijn meer dan vroeger gericht op ‘al doende leren’, een zeer
geschikte leerstijl voor leerlingen in het mbo (veelal doeners). De
ongediplomeerde uitval daalt dan ook.
Vernieuwen is nooit makkelijk. Soms moest werkende weg worden
uitgevonden hoe het onderwijs het best ingericht kon worden. Maar geleidelijk
hebben mbo-opleidingen meer grip op de zaak gekregen.
Onderzoek van de inspectie in 2009 toont aan dat het
evenwicht tussen kennis, vaardigheden en houding in de opleidingen is
toegenomen, evenals de afwisseling in werkvormen. Voor leerlingen geeft dat meer
structuur. Er is meer variatie in werkvormen en een verbeterde aanpak van
beoordelingen. ...
Red.: Kortom: Het idee is prachtig en het gaat allemaal goed
en steeds beter. Dit is de werkelijkheid:
Uit:
De Volkskrant, 06-04-2010, door Matthijs van Hugten, student mbo
Mbo-student krijgt niet wat hij vraagt: les, structuur,
duidelijkheid
Zelfs in een mbo-klas met vier leerlingen kunnen drie begeleidende
docenten nog niet voor structuur zorgen.
Mijn naam is Matthijs van Hugten en ik ben student op de school voor Handel en
Marketing van het roc Eindhoven. Ik zit in het tweede leerjaar van de studie
International Business Studies.
Onlangs hadden we een debatdag over mbo-scholen en ik was
daarom benieuwd naar het stuk van Henk Hendriks met de kop ‘Stuur uw kind gerust
naar het mbo’ (Opinie, 31 maart). Ik ergerde mij eraan dat het nog steeds niet
doordringt tot de top van het onderwijs hoe het er werkelijk aan toegaat op het
mbo.
Ik zit anderhalf jaar op deze school en ik vind het zeer
vreemd dat op een school voor Handel en Marketing, waar je leert hoe je moet
omgaan met klanten, erg slecht geluisterd wordt naar waar de leerling om vraagt:
les, structuur en duidelijkheid.
We begonnen met een klas van veertien leerlingen; er zijn er
nog vier over. Dat ligt niet alleen aan de school, ook de studenten hebben
fouten gemaakt. Wat ik de school wel verwijt, is dat de uitval niet is voorkomen
door een betere begeleiding van de studenten.
Minstens zo opmerkelijk is dat het zelfs in een klas van vier
leerlingen en drie vaste begeleidende docenten moeilijk blijkt om voor
duidelijkheid en structuur te zorgen. Er zijn nog steeds docenten die voor de
klas gaan zitten afwachten tot de leerlingen ergens mee komen. In theorie leuk,
in de praktijk niet. Als de leerlingen niet binnen enkele minuten komen met
vragen of opmerkingen over hun werk, verlaat de docent de klas om op zijn
kantoor verder te gaan met zijn eigen werk. Wel blijft hij beschikbaar voor
vragen.
Wat ik heel erg mis, en ik denk dat dat geldt voor meerdere
mbo’s, is dat er niet genoeg geluisterd wordt naar de studenten. Er wordt iets
aangeboden en daar moet de student maar genoegen mee nemen.
Opvallend is dat Hendriks schrijft op basis van statistieken.
Dat een docent aanwezig is, betekent echter nog niet dat hij ook daadwerkelijk
les geeft. De leden van het managementteam zijn amper op de hoogte van wat er in
de klas gebeurt. ...
Ik wil mbo-scholen niet in een slecht daglicht stellen, maar
mensen bewust maken van de problemen die nog steeds bestaan op mbo-scholen, in
de hoop op verbetering.
Red.: Hoe groter de organisatie, hoe groter de ellende:
Uit:
De Volkskrant, 11-05-2010, van verslaggever Robin Gerrits
School moet niet zomaar alleen verder kunnen gaan
Scholen moeten niet zomaar uit een bestuursverband kunnen stappen om alleen
verder te gaan. Voordat aansluiting bij een ander schoolbestuur of
verzelfstandiging in beeld komt, moeten alle mogelijkheden voor een eigen
positie binnen het bestaande bestuur worden verkend.
Dat stelt de Onderwijsraad in het advies Verzelfstandiging in het onderwijs,
dat vandaag in Den Haag wordt gepresenteerd. De kwestie is actueel omdat
schoolbesturen de laatste jaren van de overheid veel meer macht hebben gekregen.
Bovendien voeren besturen door de schaalvergroting van de laatste decennia het
gezag over gemiddeld steeds meer scholen. Ouders, schoolleiding en docenten
hebben soms het gevoel dat de identiteit van de school hierdoor onder druk
staat.
‘Zie dit advies zeker als correctie op de fusietrend van de
afgelopen tijd’, zegt voorzitter Fons van Wieringen van de Onderwijsraad. ‘Het
bestaande stelsel heeft een sterke schaalvergroting en daarmee eenvormigheid tot
gevolg gehad. Daar is de kwaliteit van het onderwijs niet altijd mee gediend.’
Toch ontraadt het adviesorgaan daadwerkelijk vertrek
van een school. Het bestuur moet hierover het laatste woord houden, vindt de
raad. ‘Niet alleen omdat het vaak juist de sterke scholen zijn die willen
vertrekken en je de achterblijvers moet beschermen’, zegt Van Wieringen. ‘Maar
een school is ook geen circustent die je hier afbreekt en zomaar elders weer
opbouwt.’
Het moet om het onderwijs gaan, niet om de bestuursvorm.
‘Deze conflicten ontstaan doorgaans als de visie van ouders en leraren op het
onderwijs botst met die van het schoolbestuur’, zegt Van Wieringen. ...
IRP: De Onderwijsraad is een producent van de meest
waanzinnige voorstellen, ongetwijfeld omdat ze bezet wordt door bestuurders of
mensen met de bijpassende mentaliteit. Fons van Wieringen is een klassieke
voorbeeld van dergelijke figuren. En natuurlijk keert hij zich tegen de
mogelijkheid van scholen, hen gegeven door de politiek vanwege de slechte
ervaringen, om onder het bestuursjuk van veel te grote organisaties uit te
komen.
Een van de manieren waarop de besturen en ouders in conflict
kunnen komen is deze:
| |
Voor het Gymnasium Celeanum in Zwolle (bijna 800 leerlingen) ging
het tien jaar geleden bijna mis. Tot die tijd dreef de school mee op de
golven van populariteit van het klassieke onderwijs.
Maar in 1998 verzelfstandigden de openbare scholen in Zwolle
en omgeving en kwam er een actief bestuur (Openbaar Onderwijs Zwolle)
boven te staan. Diverse OOZ-voorzitters maakten er geen geheim van het
gymnasiale onderwijs, ondanks zijn groeiende populariteit, niet zo te
zien zitten, en toen in 2008 het huidige bestuur aangaf meer centraal te
willen gaan leiden, was voor de Celeanum-gemeenschap de boot aan.
Een projectgroep van ouders, gesteund door de school,
concludeerde na onderzoek dat het gymnasium beter uit het bestuur kon
stappen om zich aan te sluiten bij OSZG, waarbij zeven andere
categoriale gymnasia zijn aangesloten.
Geschrokken maakte het bestuur snel duidelijk de populaire
school voor zijn stichting te willen behouden. Er begonnen
onderhandelingen over een vorm van blijvende zelfstandigheid van
Celeanum in het bestuur. Uiteindelijk zetten de partijen eind maart dit
jaar hun handtekening onder een document waarin de ‘status aparte’ is
vastgelegd.
OOZ en het gymnasium zijn nu tevreden en vol vertrouwen over
de samenwerkingsovereenkomst. Joke Lerk-Sjobbema, ouder en voorzitter
van de medezeggenschapsraad van Celeanum, houdt een slag om de arm. ‘Wat
er is afgesproken, is niet meer dan een gentleman’s agreement. Nu
het maximaal haalbare.’ ... |
Die walgelijke bestuurders waren tegen gymnasiaal onderwijs tegen echt
onderwijs. Tegen onderwijs op de inhoud. Want onderwijs op inhoud wordt gegeven
door professionals, op het gymnasium vaak academici. Die je dus moeilijk als
bestuur onder duim kunt houden en koeieneren. Wat besturen graag doen. Reden
waarom ze zozeer voor competentieonderwijs zijn. Want daarin kunnen ze
halfopgeleide lesboeren aanstellen.
Uit alle verhalen over managers vanaf de eerste versie van
Parkinson Law weten we ook al wat de voornaamste drijfveer is van de
manager: het veiligstellen en zo mogelijk verbeteren van de eigen positie:
Uit:
De Volkskrant, 15-05-2010, door Sjoerd Slagter, voorzitter VO-raad
Snij niet in bestuur voortgezet onderwijs
In verkiezingstijd doen slogans over bestuurslagen in publieke sector het
goed. Maar kortingen op bestuur voortgezet onderwijs gaan ten koste van de
kwaliteit.
Als je als politicus ergens mee scoort, is het wel met bezuinigingen op de
bestuurslagen in scholen en ziekenhuizen, vaak denigrerend als ‘leemlagen’
aangeduid. Onder druk van de economische crisis zien alle politieke partijen de
noodzaak bezuinigingsposten te vinden. ...
Politici (en bonden) wijzen ook vaak en gemakkelijk op de
‘leemlagen’ in het onderwijs. De vooronderstelling is dat bezuinigingen op
bestuur en management veel geld opleveren en (dus) de kwaliteit van het
onderwijs ten goede komen. ...
Bezuinigen op het bestuur van het voortgezet onderwijs is
onverantwoordelijk. Het voortgezet onderwijs heeft concrete voorbeelden hoe de
docent meer invloed kan krijgen. Bestuurders voegen de daad bij het woord: ze
investeren uit reserves de eerste 300 miljoen zelf. ...
Red.: Geweldig: die Slagter durft het zelfs doen voorkomen
alsof die managers die 300 miljoen euro uit eigen zak betalen. De werkelijkheid:
Uit:
De Volkskrant, 18-05-2010, door Kim van Keken en Remco Meijer
Terug naar kleinschaligheid
Femke Halsema van GroenLinks (7 zetels) in debat met Emile Roemer van de SP
(25 zetels) over vertrouwen in de politiek, de stelling dat links niet kan
bezuinigen en over Europa.
...
Roemer: ‘Politici kennen hun wijken nauwelijks meer. ...
‘Jarenlang is alles verknald met de fusie- en managersdrang.
Kijk naar die roc’s in de grote steden, de manager van een 50 duizend koppige
school in Amsterdam zit op de Zuidas. ...
Red.: Aanvulling: ver van zijn scholen op een luxueuze en zeer
dure locatie.
Mensen in het veld kennen de waarheid natuurlijk ook:
De Volkskrant, 22-05-2010, ingezonden brief van Peter Althuizen (Rijswijk)
Onderwijsgeld is niet besteed
De voorzitter van de VO-raad, de koepel van het voortgezet onderwijs, Sjoerd
Slagter, beweert in de Volkskrant van 15 mei dat uit onderzoek van de TU
Delft blijkt dat bezuinigen op de bestuurslaag slecht is voor de kwaliteit van
het voortgezet onderwijs. Het terugdringen van de overhead leidt ertoe dat de
docent dan zelf meer moet gaan kopiëren, surveilleren of assisteren, schrijft
hij.
Ik ben benieuwd bij welk werkbezoek de heer Slagter managers
leraren heeft zien ondersteunen. Zelf sta ik 23 jaar voor de klas en ik heb het
nog nooit meegemaakt. Het gaat natuurlijk om het onderwijsondersteunend
personeel. Die collega’s zijn inderdaad onmisbaar.
En is het dan niet mooi dat, zoals de voorzitter beweert, de
bestuurders nu uit reserves 300 miljoen euro gaan investeren in het onderwijs?
Dit zijn gewoon belastingcenten en die hadden allang aan onderwijs uitgegeven
moeten zijn, voorzitter. Volkomen van het onderwijs los, die Sjoerd.
Red.: En ook op het hoogste onderwijsniveau heeft de rot
van de managers al
volledig toegeslagen:
Uit:
De Volkskrant, 07-05-2010, door Harrie Verbon, hoogleraar openbare
financiën Tilburg
De graaiers gedijen op de universiteit
Goed betaalde managers hebben de universiteit tot het voorportaal van het
bedrijfsleven gedegradeerd.
Het is genereus van masterstudent Jelle van Baardwijk om te beweren dat het
onderwijsniveau van de universiteiten daalt door de zesjescultuur en
intellectuele luiheid van studenten en niet door de universiteiten zelf (Opinie,
28 april 2010) .
Volgens hem bezoeken studenten vooral de universiteit om
later de leuke en lucratieve baantjes te krijgen. ...
Het ligt dus niet aan ons, universitaire academici, dat veel
studenten een academische studie beginnen met het idee dat ze later manager
worden. Inderdaad, aan de universiteiten van Nederland werken vele ambitieuze,
integere en talentvolle onderzoekers en docenten. Ze zijn er, maar eigenlijk is
het verrassend dat ze er zijn. want de universiteit doet zelfhard mee aan het
idee dat het niet nodig is om een echt academisch vak te leren. 'Je kunt maar
beter manager worden', schreeuwen de universiteiten het uit met hun eigen
salarisbeleid.
Als je op de universiteit en hogescholen een echte
grootverdiener met een Balkenende-plus-salaris wilt worden moet je het bestuur
in. Hoewel in het parlement bepaald is dat het salaris van de premier ook het
maximumsalaris in de publieke sector zou moeten zijn, is er in het hoger
onderwijs nagenoeg geen bestuurder meer te vinden die minder dan dat salaris
(ongeveer 180 duizend euro) verdient.
Dat salaris bepalen de bestuurders zelf met medeweten van de
zogenaamde toezichtsorganen. Die organen lijken voornamelijk gezelligheidsclubs
waarin oude bekenden elkaar tegenkomen en waarin men het vooral met het
universiteitsbestuur eens is.
Het hoger onderwijs is in een situatie terechtgekomen waarin
degenen die het minst belangrijke werk doen in het hoger onderwijs, namelijk
besturen, veel meer betaald krijgen dan diegenen die het werk doen waar het
werkelijk om gaat, namelijk studenten opleiden en onderzoek verrichten. ...
Uit: De Volkskrant, 24-07-2010, ingezonden brief van Thomas von der Dunk
(Amsterdam)
Winststreven
In het hoofdcommentaar van 17 juli wordt de staf gebroken over de zesjescultuur
onder studenten: een mentaliteit die behelst dat je niet meer moet doen dan
strikt nodig om je papiertje te halen.
Buiten beschouwing blijft de essentiële rol bij het ontstaan
van die zesjescultuur van de universiteiten zelf, als gevolg van een alles
beheersend efficiëntie-denken. Naar buiten toe redekavelt het management
weliswaar voortdurend over topkwaliteit dit en topopleiding dat, maar de
praktijk is precies omgekeerd. Sinds universiteiten door de eigen besturen, mede
door de nu al drie decennia voortetterende Haagse bezuinigingswoede, als
ondernemingen worden mishandeld, staat winststreven centraal. Dat betekent: er
moeten zo veel mogelijk studenten met zo weinig mogelijk docenten in zo kort
mogelijke tijd doorheen worden gejaagd.
Kan het bij de concurrent met minder personeel, dus
goedkoper, dan moet dat bij de eigen instelling ook: vandaar dat in die drie
decennia bezuinigingen het aantal docenten in verhouding tot het aantal
studenten bij veel opleidingen is gehalveerd. Dat is heel efficiënt, en dus
financieel winstgevend, maar gaat wel ten koste van alle inhoudelijke extra's
die zorgen voor meer kwaliteit.
Die extra kwaliteit is voor het van de werkvloer losgezongen
management – dat zelf wegens toenemend gebrek aan onderwijs- en
onderzoekservaring kennis van zaken ontbeert en dus kwantiteit voor kwaliteit
verslijt – niet meetbaar. ...
Red.: Voor een voorbeeld van het bijbehorende
benoemingsbeleid, zie hier
. In die bron staat een illustratie van een andere opmerking van Von der Dunk,
zelf academicus:
| |
Liever wel een papiertje voor een matige student, dan geen, want dan
heeft de investering niets opgeleverd. Dat de waarde van dat papiertje
dan daalt, is van later zorg. Dan heeft de manager zelf allang weer een
andere goedbetaalde baan. |
Nog een signaal:
Uit:
De Volkskrant, 05-10-2010, door Esther-Mirjam Sent
Managers bestieren onze universiteiten
De Nederlandse wetenschapper besteedt onderhand meer tijd aan het afleggen
van verantwoording dan aan onderzoek.
Esther-Mirjam Sent | De auteur is hoogleraar economische theorie en
economisch beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Onderstaande tekst is
een fragment van de VerweyJonker/SER-lezing die zij gisteren in Den Haag heeft
uitgesproken.
Tussentitel: In onze beheerzucht hebben we ons zelf ingekapseld in een net
van regels
De Nederlandse kenniseconomie kent drie pijlers, te weten onderwijs, wetenschap
en technologie. Op alle drie de gebieden heeft Nederland het lange tijd goed
gedaan. Volgens de Kenniseconomie Monitor 2010 staat Nederland mondiaal op de
achtste plek.
Ten eerste was ons onderwijs kwalitatief goed en efficiënt
georganiseerd. ...
Ten tweede stond het Nederlands wetenschappelijk onderzoek
internationaal in hoog aanzien. Zo was de Nederlandse onderzoeksproductiviteit
gemeten via het aantal artikelen per onderzoeker relatief hoog. ..
Kortom, de Nederlandse kenniseconomie leek het behoorlijk
goed te doen. ...
... Op de gebieden waarin Nederland vroeger uitblonk, dreigt
echter een zorgwekkende achterstand te ontstaan.
Ten eerste vallen er op het gebied van onderwijs alarmerende
geluiden te beluisteren over kwaliteit die onder druk staat en diploma’s die aan
waarde verliezen. We zetten in op meer regelgeving en toezicht in een poging de
problemen te beheersen.
Ten tweede komen ook uit de wetenschap verontrustende
geluiden. Ook hier zien we een zucht naar beheersing. Parallel aan het onderwijs
zijn het niet de wetenschappers, maar de managers die de dienst uitmaken aan
Nederlandse universiteiten en hogescholen. In plaats van onderwijs en onderzoek
te ondersteunen, zijn de administratieve afdelingen vooral druk doende met het
samenstellen van Excel-spreadsheets voor de volgende visitatie of accreditatie.
Daardoor ben ik bijkans meer tijd kwijt met het verantwoorden van mijn onderwijs
dan het verzorgen ervan.
Het gaat niet om mij persoonlijk, het gaat om het geld- en
tijdverslindende monster dat door het visitatie- en accreditatiecircus is
gecreëerd. Het verlammende wantrouwen waarop het Nederlandse systeem is
gebaseerd, belemmert de wetenschappelijke productiviteit in plaats van deze te
bevorderen. Een bijkomend probleem is dat het strategisch gedrag stimuleert –
iets wat de wetenschappelijke inhoud niet ten goede komt. Zich richtend op
prestatiecriteria zoals het aantal artikelen in tijdschriften met een hoge
impact factor, leggen strategische onderzoekers zich vooral toe op het herhalen
van veilige wetenschappelijke trucjes.
Ten slotte laat de groei van de arbeidsproductiviteit in
Nederland zeer te wensen over. De dienstensector maakt een steeds groter deel
van de economie uit, en juist in die sector blijft de arbeidsproductiviteit
steken. In de zorg, bijvoorbeeld, is de arbeidsproductiviteit nu eenmaal laag.
En wat krijg je dan? De verzorgende moet alles tot op de minuut verantwoorden in
tabellen en lijsten, overdrachts- en teamvergaderingen voeren et cetera. De druk
is groot om meer diensten te verlenen tegen minder geld, om meer verantwoording
af te leggen tegen minder vrijheid om eigen keuzes te maken. Door de huidige
nadruk op controle van boven af, verticale verantwoording en standaardisering,
raakt het belang van de cliënt ondergesneeuwd.
Kortom, bij alle drie de pijlers – onderwijs, wetenschap en
technologie – zien we dat de eerdere productiviteit van de kenniseconomie
gepaard is gegaan met perverse pogingen de bijbehorende toegenomen complexiteit
te beheersen. In onze controledrift proberen we alles dicht te regelen en te
sanctioneren, en zo loopt de kenniseconomie in de fuik. ...
Red.: Glasheldere taal.
Een automatisch gevolg van de introductie van dit soort
mensen: censuur:
Uit:
De Volkskrant, 19-05-2011, van verslaggever Sander Heijne
Nijmeegse universiteitskrant voelt zich op web gecensureerd
Tussentitel: Berichten redactie Vox alleen te lezen op besloten site
De redactie van de Nijmeegse universiteitskrant Vox voelt zich op internet
gecensureerd door het bestuur van de eigen Radboud Universiteit. Na een reeks
conflicten over de journalistieke onafhankelijkheid zijn de webberichten van de
redactie binnenkort alleen nog op een besloten website voor studenten en
medewerkers te lezen. ...
Een woordvoerder van de universiteit noemt het
'voortschrijdend inzicht' om de berichtgeving van Vox nu van de buitenwereld af
te schermen. 'Wij willen zo voorkomen dat berichten van Vox worden gezien als
standpunten van de universiteit.' Hij bevestigt dat de universiteit soms in
verlegenheid wordt gebracht door Vox. 'De buitenwereld kan berichten die intern
prima worden begrepen niet altijd goed plaatsen.'
... 'Wij zijn hier niet over te spreken en dan druk ik het
nog zacht uit', zegt interim-hoofdredacteur Anne Dohmen. ...
Dohmen vermoedt dat een serie conflicten over de
journalistieke onafhankelijkheid van haar redactie ten grondslag ligt aan het
besluit van de universiteit. Als voorbeeld noemt ze een artikel over
dierenactivisten, die een petitie wilden aanbieden tegen experimenten op apen.
'Toen we de universiteit om wederhoor vroegen, kregen we te horen dat we daar
niet over mochten publiceren.' ...
De laatste jaren worstelen steeds meer universiteitsbladen
met hun journalistieke onafhankelijkheid. In de redactiestatuten van de bladen
van de universiteiten van Wageningen en Delft staat nu dat 'de journalistieke
onafhankelijkheid niet los staat van de universiteit als geheel'.
In Leiden heeft het universiteitsbestuur in 2007 een poging
gedaan om het blad Mare te dwingen geen eigen nieuws meer te maken. In 2002
hield het bestuur van de VU in Amsterdam publicatie van een omstreden interview
in Ad Valvas tegen.
De ontwikkeling gaat hand in hand met de introductie van de
marktwerking in het hoger onderwijs. Universiteiten hechten steeds meer waarde
aan een goed imago bij potentiële studenten en commerciële investeerders.
Groeiende communicatieafdelingen proberen de instellingen zo positief mogelijk
in het nieuws te brengen.
Red.: Een open klimaat en vrijheid van meningsuiting zijn
natuurlijk de manier om positief in het nieuws te komen. De argumenten van de
managers zijn dan ook pure leugens. Wat ze willen voorkomen is dat eigen falen
in het nieuws komt. En daarvoor zijn goede redenen, want van dat eigen
falen is er genoeg.
Een van de natuurlijke gevolgen van het te veel aan managers:
Uit:
De Volkskrant, 11-06-2010, van verslaggever Robin Gerrits
Interview | Neerlandicus Frits van Oostrom
'Boeken dunner, docent steviger'
In de Onderwijsagenda zoekt de Volkskrant naar oplossingen voor de problemen
in het onderwijs. De leraar moet aansterken, en de lesboeken moeten dunner,
vindt Frits van Oostrom.
Welke eisen stellen wij aan docenten, luidt de vraag in het zesde en laatste
themablok van de Onderwijsagenda. Of, als stelling geformuleerd: docenten hebben
meer kennis, kunde en vaardigheden nodig. De laatste jaren groeit het besef dat,
voor een hogere onderwijskwaliteit, de uitrusting van degenen die voor de klas
staan moet worden verzwaard. In zijn Kohnstamm-lezing van maart 2007
constateerde neerlandicus en toenmalig KNAW-president Frits van Oostrom
scheefgroei: de lesboeken worden door de uitgeverijen almaar rijker verzorgd,
dikker en duurder, en de leraren worden steeds dunner; afhankelijker ook van die
methode. ‘De docent is te veel de amanuensis van andermans boek geworden. Geen
wonder dat hij zo bleekjes voor de klas staat.’ ...
‘Jammer genoeg is het onderwijs tegenwoordig ingesteld op
wantrouwen. Dit verhaal heeft geen schurk, we hebben het met zijn allen zo ver
laten komen. Ook schaalvergroting: vroeger had je in een vaksectie nog
bewegingsvrijheid, nu zit je als leraar in een groep van vijftien docenten, die
van het bestuur allemaal met dezelfde methode moeten werken, ...
Red.: Natuurlijk is de invloed van het tweede oneindig veel
groter dan die van het eerste. En dat komt door de natuurlijke neiging van
managers: mensen onder controle én onder de duim houden.
De halfslachtige pogingen om iets te doen aan de nieuwe
almacht van de managers leidt al tot verzet:
Uit:
De Volkskrant, 27-08-2010, door Nico de Jong, Harry Cox en Paul Wouters,
respectievelijk bestuurder van het Cals College te Nieuwegein, managing
consultant bij CPS, en organisatieadviseur
Geef schoolleiding onderwijs terug
De directies van middelbare scholen zijn vooral bezig met het uitvoeren van
door de politiek bedachte taken, en komen zo niet toe aan hun eigenlijke
opdracht: zo goed mogelijk onderwijs.
Dadelijk gaat alle aandacht weer naar de leerlingen in het middelbaar onderwijs.
Wij willen nu even aandacht voor de schoolleiding: de directeuren en andere
schoolmanagers. ...
Met het rapport-Dijsselbloem werd een deel van het probleem
al aardig in kaart gebracht. Al te vaak was onderwijs voor de politiek een
ideologisch strijdtoneel. ...
Wij blijven hopen op de politieke zelfbeperking die in het
rapport-Dijsselbloem wordt aanbevolen. Maar het baart ons zorgen, dat met de
overheidsbemoeizucht ook het onderwijsbeleid wordt weggegooid. De reflex is nu
om weer alle macht te leggen bij de vakman (m/v) en alles wat naar management en
beleid ruikt besmet te verklaren onder het motto ‘handen af van de leraar voor
de klas!’ Maar zijn de leraren die nu onze scholen bevolken allemaal de vaklui
die we nodig hebben? En voor zover ze dat zijn: hoe kunnen we hen in die
hoedanigheid behouden en belonen? Voor zover ze dat niet zijn: hoe kunnen we ze
zover brengen? En als dat niet mogelijk blijkt, hoe krijgen we dan mensen op hun
plek die het wel waarmaken?
Zijn dit niet de essentiële vragen die op het bord van de
schooldirectie zouden moeten liggen? Formeel liggen ze daar ook, maar in de
praktijk dient de directeur te manoeuvreren in het land der verworven rechten,
dat wil zeggen: zo behoedzaam en traag als een olietanker. Stap een school
binnen en informeer eens naar de kwaliteit van het lerarenbestand. Grofweg zijn
er drie categorieën: 1. de goede tot excellente leraren; 2. de middenmoot die
‘voldoende’ presteert of nog ondermaats is, maar zich wel ontwikkelt en 3. de
hopeloze gevallen. De derde categorie vormt 10 tot 35 procent van het totaal.
Niet deze vaststelling is alarmerend, maar het feit dat het de directie
ontbreekt aan middelen om daar op korte termijn iets aan te doen.
...
Red.: De reactie was even adequaat als voor de hand
liggend:
Uit:
De Volkskrant, 27-08-2010, ingezonden brief van Henk Egberts
(Roden) Opdracht van schoolleiders is simpel
Een vermakelijk bericht op de opiniepagina van vrijdag 27 augustus onder de
treffende titel: ‘Geef schoolleiding onderwijs terug.’ Wat een wanhoop. Stap een
lerarenkamer binnen en informeer eens naar de kwaliteit van het
schoolleidersbestand. Grofweg zijn er drie categorieën schoolleiders:
1. de goede;
2. de goedbedoelende;
3. de hopeloze.
Het probleem is eenvoudig op te lossen. De opdracht waarmee schoolleiders belast
zijn, is namelijk zo ingewikkeld niet.
Een schoolleider zorgt ervoor dat de goede klassen op het
juiste moment in de goede lokalen zitten en dat het huishoudboekje klopt. De
schoolleider blijft bij deze werkzaamheden bescheiden op de achtergrond en laat
de ontwikkeling van de leerling aan de leraren over. Van schoolleiders in de
categorieën 2 en 3 hoeft niemand het bezit van welke visie dan ook te vernemen.
Verder kan bij de terugkeer naar het gezonde verstand en een
nuchtere taakopvatting de bemoeienis van bestuurders, managing consultants en
organisatieadviseurs gemist worden als kiespijn.
Red.: Het probleem van de hopeloze leraar is redelijk beperkt: die
worden grotendeels uitgewied door het proces van het "geen orde kunnen houden",
en dergelijke. Onderwijs-geven is een moeilijke taak, en er echt slecht in zijn
houdt je niet lang vol.
Slecht managen en leidinggeven is daarentegen, leert de ervaring,
iets dat eindeloos kan duren. In het bedrijfsleven wil er nog wel eens een
faillissement volgen, maar bij de overheid blijft het doorgaan tot aan de
pensionering van de betrokkene.
Als er dus iets gedaan moet worden, is het aan de
mogelijkheid voor het personeel om de leidinggevende de laan uit te sturen
.
Er is in de laatste paar jaar al een grote hoeveelheid
vuilnis over het nieuwe management in het onderwijs naar buiten gekomen. De
volgende auteurs vatten het samen aan de hand van een specifiek geval:de
hogeschool InHolland:
Uit:
De Volkskrant, 26-11-2010, door Arnold Heertje en Jasper van Dijk
Verloedering van het hbo moet nu stoppen
Red het hbo van autonome bestuurders, perverse financiële prikkels,
doorgeschoten schaalvergroting en slecht onderwijs.
Arnold Heertje | Jasper van Dijk | Arnold Heertje is emeritus-hoogleraar
economie en Jasper van Dijk is SP Tweede Kamerlid. Zij menen dat het hbo-stelsel
fundamenteel moet worden herzien. De overheid moet weer verantwoordelijk worden
voor het bestuur en de onderwijskwaliteit.
Tussentitel: Vakkennis werd onbelangrijk, studenten moesten zich redden met
zelfstudie
Na het vertrek van Geert Dales zijn de overige leden van het college van bestuur
van de hogeschool InHolland opgestapt. De inspectie doet onderzoek naar
malversaties met declaraties, dubieuze uitgaven en diplomafraude. Nieuwe
onthullingen over gebrekkig onderwijs en het intimideren van docenten door het
management liggen in het verschiet. ...
Deze vormen van wanbeleid doen zich in meerdere of mindere
mate ook bij andere hbo’s en roc’s voor. Daarom is een fundamentele herziening
van het stelsel nodig. Vier zaken moeten worden aangepakt: de autonomie van
bestuurders, de doorgeschoten schaalvergroting, perverse financiële prikkels en,
last but not least, de kwaliteit van het onderwijs.
De autonomie van bestuurders is doorgeslagen. Het bestuur van
InHolland is verdwenen, uitsluitend omdat het daar zelf toe besloot. De regering
heeft die bevoegdheid niet, ondanks het publieke belang en de publieke middelen
die in het geding zijn. Daarmee wordt een te zwaar gewicht toegekend aan
zelfregulering en onderwijsvrijheid. Miljoenen aan belastinggeld zijn vrij
besteedbaar zonder dat de Raad van Toezicht ingreep. De staatssecretaris staat
machteloos aan de zijlijn.
Er moet snel een wet komen die de finale verantwoordelijkheid
voor goed bestuur, gericht op kwalitatief hoogwaardig onderwijs, verlegt naar de
overheid. Falende bestuurders moeten naar huis kunnen worden gestuurd. Die wet
kan ook de nutteloze HBO-raad als koepelorganisatie opheffen, alsmede een
beloningsbeleid instellen waarbij het salaris van de premier als maximum geldt.
Het tweede belangrijke punt is de schaalvergroting. Sinds de
jaren negentig zijn hogescholen gaan fuseren, niet met het oog op beter
onderwijs aan studenten, maar vanwege pseudo-efficiëntie en private belangen van
bestuurders. Waren er in 1990 nog 500 hogescholen, nu zijn er nog maar 50.
Allemaal mega-instellingen met doorgaans meer dan 30 duizend studenten.
Van contact met de werkvloer van docenten en studenten is
geen sprake, mede omdat de bestuurders van nature geen verwantschap hebben met
de inhoudelijke kanten van het onderwijs. De managers houden zich bezig met
investeringen in het buitenland en onroerend goed of zoeken samenwerking met
onderwijsvreemde particuliere instellingen.
De nadelen van de schaalvergroting tekenen zich nu zo scherp
af dat de overheid ernst moet maken met een beleid van schaalverkleining.
Begonnen kan worden met de hogeschool InHolland, waar enige jaren geleden de
bestuurder Jos Elbers zelfs de helft van Nijenrode heeft opgekocht, een
transactie die inmiddels met verlies is teruggeschroefd.
Van InHolland kan een verzameling kleinere hogescholen
worden gemaakt met een aanspreekbare directie. Een school is niet groter dan het
geheugen van de conciërge wordt wel gezegd. Er is niets tegen een maximumaantal
studenten per instelling, bijvoorbeeld 3.500 voor een hogeschool. Managers horen
minstens één dagdeel per week voor de klas te staan. In dit opzicht geeft de
premier het goede voorbeeld.
Perverse prikkels manifesteren zich via financiële
arrangementen van de overheid die budgetten toekent op basis van geslaagde
aantallen studenten. Kwaliteitseisen en correcte normering worden ondergeschikt
gemaakt aan geldelijk gewin. Bij sommige opleidingen van InHolland zijn docenten
verplicht zorg te dragen voor ten minste 80 procent geslaagde studenten. Aan
deze bizarre praktijken moet een einde komen. ...
Red.: En natuurlijk hoorde hier de wantoestanden van het
nieuwe
leren bij - meer daarover hier
.
Het veld weet natuurlijk uitstekend wat de rol van de
managers is:
Uit:
De Volkskrant, 27-11-2010, ingezonden brief van H. Vaessen, voorzitter
college van bestuur Hogeschool Haarlem (1989-2001) , Haarlem
Menselijke maat
Met toenemende verbazing heb ik de berichtgeving gevolgd over wat er in de
Hogeschool InHolland aan de hand is, met als apotheose de vervanging van het
totale college van bestuur afgelopen maandag (Ten Eerste, 22 november).
Als een van de grondleggers van die Hogeschool heb ik nooit
een navranter voorbeeld gezien van de tegenstelling tussen de destijds
geformuleerde doelen en wat daar in de praktijk van terecht is gekomen.
Wij, de Hogeschool Alkmaar, de Hogeschool Holland in Diemen,
de Ichtus Hogeschool in Rotterdam en de Hogeschool Haarlem wilden samen een
Hogeschool in de Randstad tot stand brengen, die groot genoeg was om met de
giganten in de grote steden te kunnen concurreren. Tegelijkertijd moest die
Hogeschool op verschillende locaties een sfeer creëren die de nadelen van die te
grote units in die grote steden kon voorkomen. Een instelling waarin de
kwaliteit van het onderwijs centraal kwam te staan en die opereerde op de schaal
van de menselijke maat. ...
Red.: Dat was hogelijk naïef, ook toen al - al dit soort
niet-natuurlijke reorganisaties naar grootschaligheid zijn uitgelopen op
ellende.
| |
Zeker, een fusie van deze omvang vraagt veel van het college van
bestuur en de implementatie ervan roept altijd weerstand op. |
"Weerstand" zijnde de vertaling van de waarschuwingen van lesgevenden die minder
naïef waren. Maar die overruled worden door de managers.
| |
Ook vraag ik me af hoe de bestuurscultuur in InHolland met zo veel
instanties als de raad van toezicht, de medezeggenschapsraad en het
managementteam, die elkaar toch in evenwicht moeten houden, zo heeft
kunnen verworden. |
Omdat hoe hoger de bestuurslagen, hoe dictatorialer het soort mensen en hoe meer
ze hun zin kunnen doordrijven. Op manieren die eigenlijk neerkomen op terreur.
Met natuurlijk ook een financiële
component:
De Volkskrant, 27-11-2010, ingezonden brief van Helene Viveen, leerkracht
voortgezet onderwijs, Schoorl
Corruptie
Met een duidelijk gevoel van opluchting las ik afgelopen zaterdag uw artikel
over Hogeschool InHolland. Eindelijk dringt het gegeven van de graaicultuur in
het Nederlandse onderwijs tot het publiek door.
Hogeschool InHolland is een voorbeeld van wat de afgelopen
jaren veelvuldig is gebeurd: ten eerste zijn door het vrijgeven van de verdeling
van de gelden (lumpsum) uiteraard veel leidinggevenden zichzelf meer gaan
uitbetalen, waarvan Jos Elbers en Lein Labruyère slechts voorbeelden zijn.
Daarnaast kregen, door het veelvuldig fuseren,
leidinggevenden de kans en het recht hun eigen inkomen te vergroten. Ook kon
door de omvang van deze instellingen allerlei corruptie in de anonimiteit
verdwijnen. Niemand had nog het overzicht of de greep op het geheel.
En denk aan het verhaal over de student, die heel zelfstandig
is en geen behoefte meer heeft aan docenten, door Jos Elbers ooit letterlijk
aangeprezen op een onderwijscongres.
Ik geloof niet dat deze onderwijspraktijken door ingrijpen
van Doekle Terpstra kunnen worden gered. Er zal veel meer moeten gebeuren: de
financiën voor het onderwijs in heel Nederland zullen moeten worden aangelijnd
en per functie vastgesteld. Er zal voortdurend controle nodig zijn. Daarnaast
zal het zonder meer helpen als we de onderwijsinstellingen verkleinen, zodat het
overzicht wordt vergroot.
Maar buiten dit alles, wat zou het fijn zijn als leerlingen
en studenten genoeg goed en degelijk onderwijs krijgen, waarbij vorm de tweede
plaats mag innemen en inhoud op de eerste plaats komt. Het geld en de
mogelijkheden zijn er, maar eerst moeten we bevrijd worden van onnodige
bestuurders, die maar willekeurig kunnen graaien en elkaar voortdurend dekken.
Red.: Wat er natuurlijk niet van gaat komen. Nuttige
idioot Doekle Terpstra gaat de grootschaligheid met de dictatoriale topmanagers
opnieuw proberen.
Nog iemand die het van nabij heeft meegemaakt:
Uit:
De Volkskrant, 14-02-2011, ingezonden brief van Marcel Gerritse,
directeur John F. Kennedyschool in Breda.
Waar blijft het geld van de basisscholen?
Frank Kalshoven suggereert dat de hedendaagse schoolmanagers niet kunnen rekenen
(12 februari). Dat kan ik maar al te goed en daarom ben ik niet wezen
demonstreren in Nieuwegein. Want wie riepen er op tot demonstreren? Niet de
schooldirecteuren, maar veelal de schoolbesturen.
Nog niet zo lang geleden werden onze scholen bestuurd door
goedwillende ouders die er veel vrije tijd in staken. Het geld van het
ministerie ging direct naar de scholen en kwam via een korte lijn bij de
kinderen terecht. Maar toen kreeg je de schaalvergroting, met een invasie van
betaalde bestuurders. Uiteraard gingen die bestuurders 'iets' meer verdienen dan
de schooldirecteuren. Er kwam een College van Bestuur, veelal één persoon. Het
bestaande bestuur werd omgedoopt tot een Raad van Toezicht en op flinke afstand
van de school gezet. Gezien de 'onafhankelijkheid' van het College van Bestuur
kon zijn werk niet meer gedaan worden in een lege schoolruimte, maar werd
kantoorruimte gehuurd.
De komende bezuinigen worden afgewimpeld op de scholen.
Bestuurskantoren krimpen niet in. ...
Red.: Waar het geld van de hogescholen blijft, is inmiddels
bekend (maar dat was het eigenlijk al eerder);
Uit:
De Volkskrant, 12-03-2011, Ad Verbrugge, Jan-Willem Bruins, en Presley
Bergen
Hogeschool besteedt geld aan volstrekt verkeerde zaken
Slechts zo'n kwart van het hogeschoolbudget wordt besteed aan direct
onderwijs door docenten.
Ad Verbrugge | Jan-Willem Bruins | Presley Bergen | Ad Verbrugge is
voorzitter BON en filosoof aan de VU. Jan-Willem Bruins is docent aan de
Hogeschool Windesheim. Presley Bergen is bestuurslid van BON en hogeschooldocent
Nederlands en bedrijfscommunicatie.
De afgelopen maanden is hevig strijd gevoerd tussen coalitie en oppositie over
bezuinigingen in het hoger onderwijs. Veel bestuurders van
onderwijsinstellingen, de onderwijsraden en de vereniging van universiteiten (VSNU)
maakten zich grote zorgen over de gevolgen van deze bezuinigingen. Er zouden
duizenden banen verdwijnen van docenten en de algehele kwaliteit van ons
onderwijs zou in gevaar komen. Beter Onderwijs Nederland deelt deze zorg.
Het is daarom juist nu van groot belang te kijken of het
beschikbare geld wel doelmatig wordt besteed. Door immense schaalvergroting en
de verzelfstandiging van onderwijsinstellingen is namelijk op veel plaatsen een
cultuur gegroeid waarin bestuurders zich beschouwen als de eigenaren van het
onderwijs. Een ernstige misvatting die bovendien heeft geleid tot een verkeerde
besteding van middelen ten koste van het onderwijs.
De overheid zelf heeft deze nieuwe verhoudingen in het leven
geroepen door onderwijsinstellingen quasi marktachtig te organiseren en op
prestaties 'af te rekenen', gebruik makend van kwantitatieve criteria en
financiële prikkels. Tegelijkertijd heeft zich rondom het normale onderwijs een
schil gevormd van raden, bestuurders, managers, coördinatoren,
onderwijskundigen, onderwijscentra, visitatiebedrijven, consultancy - en
adviesbureaus, congresorganisatoren, bouwbedrijven, reclamebedrijven et cetera
die enorm veel geld kosten.
De regering kan in de lijn van het veelgeprezen rapport
Veerman de ambitie hebben om in het hoger onderwijs de 'perverse prikkel'
ongedaan te maken die uitgaat van financiering op basis van het aantal
studenten. De ironie is echter dat veel onderwijsinstellingen dit financiële
sturingsinstrument intern inmiddels volop hanteren. Dit heeft tot gevolg dat
docenten steeds meer onder het regime van kwantiteit en geld worden geplaatst,
ten koste van de kwaliteit en de veelzijdige vorming van studenten.
Bestuurders raken er op gericht om te groeien en rendement te
maken, te werken aan het imago van de instelling, een fonkelnieuw gebouw neer te
zetten, te fuseren, andere activiteiten te ontplooien, buitenlandse vestigingen
te openen, marktaandeel te veroveren enzovoorts.
Het is echter maatschappelijk onverantwoord en politiek
onaanvaardbaar om de deugdelijkheid van het onderwijssysteem en de doelmatigheid
van de besteding van publieke middelen aan de toevalligheid van bestuurlijke
bekwaamheid en integriteit over te laten. We weten maar al te goed dat een
dergelijke bekwaamheid en integriteit allerminst vanzelf spreken: InHolland is
maar een van de vele voorbeelden waar het mis gaat.
Enkele jaren geleden is op het teveel aan bureaucratie al
gewezen door de economiehoogleraren Bas Jacobs en Rick van der Ploeg, die hadden
berekend dat tussen 1980 en 2000 de bureaucratie op de universiteit met 31
procent en op het hbo met zelfs 81 procent was toegenomen. Ondertussen blijkt
uit recent onderzoek dat de zaak op veel instellingen nog veel ernstiger is, ja
zelfs volledig uit de hand is gelopen.
Guusje ter Horst, tegenwoordig voorzitter van de HBO-raad,
reageerde onlangs getergd op Mark Ruttes opmerking dat 30 tot 40 procent van het
budget op hogescholen opgaat aan 'gedoe', met het verweer dat uit onderzoek zou
blijken dat de bureaucratie op het hbo slechts uitkwam op tussen de 22 en 25
procent - een heel gewoon percentage. Zij zei er echter niet bij dat dit
percentage slechts de generieke overhead betreft; wordt ook de specifieke
overhead (beleidsmedewerkers, et cetera) meegerekend, dan komt de berekening al
op 36 procent volgens Bureau Berenschot. Toch dekt ook dit cijfer de omvang van
de problematiek nog toe, omdat Berenschot bij zijn meting voorbij gaat aan de
grote decentrale overhead binnen onderwijsorganisaties.
Uit een recent onderzoek van de Vereniging Medezeggenschap
Hogescholen (VMH) onder 11 overwegend grote hbo-instellingen blijkt dat van het
personeel op een hogeschool gemiddeld slechts 57 procent geregistreerd staat als
docent. De cijfers voor dit gemiddelde zijn door de hogescholen zelf aangeleverd
en gewoon afkomstig van de personeelsinformatiesystemen. Het percentage docenten
ligt in werkelijkheid echter een stuk lager, omdat veel van hen gewoon geen
onderwijs geven of daar niet direct mee bezig zijn. Ze zijn teamleider,
coördinator, kwaliteitszorgmedewerker, voorlichter, onderwijsadviseur, et
cetera.
Het meest zuivere kengetal om de inzet van middelen in de
directe on-derwijsuitvoering inzichtelijk te maken, is eenvoudig uit te rekenen:
welk deel van het hogeschoolbudget wordt besteed aan de directe
onderwijsactiviteiten door docenten?
Dit kengetal is enkele jaren geleden uitgerekend door de
Tilburgse hoogleraar accounting Jan Bouwens, die op een bepaalde (gemiddelde)
hogeschool bij elf opleidingen op 21 procent van het budget kwam. Slechts 21
procent van het budget wordt daar daadwerkelijk besteed aan onderwijs, inclusief
het voorbereiden van lessen en nakijken van werkstukken en tentamens.
Hoewel de HBO-raad bij monde van Guusje ter Horst zegt dat
ander onderzoek deze cijfers kan weerleggen, leidde het verzoek om inzage daarin
tot op heden niets op. Recent onderzoek van de medezeggenschapsraad van een
andere hogeschool bevestigt juist het cijfer van Bouwens; men kwam daar op uit
op ongeveer 25 procent. Het op verzoek van het betreffende college van bestuur
ingeroepen accountantsbureau bevestigde deze cijfers.
Waar de rest van het geld dan naartoe gaat, begint inmiddels
ook duidelijk te worden. Alleen al de visitatie- en accreditatie-industrie en de
interne kwaliteitscontrole van hogescholen kosten jaarlijks vele miljoenen.
Verder oormerkte de overheid vroeger zo'n 10 procent van het jaarlijkse
hbo-budget voor huisvesting, na hun financiële verzelfstandiging blijkt dat bij
veel instellingen te zijn opgelopen tot zo'n 16-18 procent. ...
Red.: Wat heet de HBO-raad is natuurlijk niets anders dan een
vereniging van managers in het onderwijs, en even natuurlijk is dat Guusje ter
Horst, voorheen multiculturalistisch politica, keihard staat te liegen.
En zoals al geconstateerd: ook in het universitair onderwijs
is de managers-rot diep doorgedrongen:
Uit:
De Volkskrant, 17-03-2011, van verslaggever Robin Gerrits
Promovendi reiken Mubarak-prijs uit
Aan Sijbolt Noorda, voorzitter van de vereniging van Nederlandse universiteiten
VSNU, is woensdag in Den Haag de 'Hosni Mubarak Prijs voor Goed Bestuur'
toegekend. Het gaat om een ludieke poging van vooral promovendi om Haagse
beleidsmakers af te brengen van plannen om van jonge onderzoekers die nu
universitair werknemers zijn, beursstudenten te maken.
Noorda zou voor dergelijke maatregelen gepleit hebben. De
jury prijst zijn 'vasthoudendheid', 'unieke prestaties' en 'onverschrokken
vastberadenheid'. ...
Onlangs kwamen promovendi dit 'bursalen'-idee tegen in een
kabinetsreactie op het plan-Veerman voor de toekomst van het hoger onderwijs.
Daarin schrijft staatssecretaris Zijlstra: 'Daarbij vragen de de universiteiten
bijvoorbeeld ruimte om te kiezen voor een systeem van bursalen. Daarvoor is een
wetswijziging nodig.'
Van Rossum is ervan overtuigd dat de VSNU-preses hierachter
zit. 'Bursalen hebben veel minder rechten dan werknemers', legt Van Rossum uit.
'Ze verdienen minder, en hebben geen recht op ziekengeld of zwangerschapsverlof.
...
Red.: Deze managers hebben zichzelf vele tonnen salaris
toebedeeld.
Een van de zaken waar managers verantwoordelijk voor
zijn is het verraad aan de zaak van de kwlaitiet van het onderwijs vanwege de
instroom van allochtonen:
Uit: De Volkskrant, 21-03-2011, door Mariët Herlé, docent communicatie
aan het instituut voor Commercieel Management, Hogeschool Rotterdam
Docent staat er beter voor dan vroeger
In de Volkskrant van 12 maart klaagden Ad Verbrugge en de zijnen van
Beter Onderwijs Nederland erover dat slechts een kwart van het hogeschoolbudget
wordt besteed aan direct onderwijs door docenten. Ik ben zo'n docent die de
afgelopen twintig jaar af en aan in de beroepspraktijk en op hogescholen heeft
gewerkt. En ik ben het niet met hem eens. Want: wat is het werk voor een docent
erop vooruitgegaan in de loop van de tijd.
De hogeschool bestaat niet meer uit academisch geschoolde
vakidioten met een krijtje en een leerboek. ...
Red.: De bekende argumenten tegen iedereen die voor behoud van
kwaliteit pleit, met als inspiratiebron:
| |
Of ons bestuur tot de grote graaiers hoort, kan ik als eenvoudig
docent niet beoordelen. Wel interviewde ik een paar jaar geleden in een
andere hoedanigheid onze bovenbaas, Jasper Tuytel. Dat leek me een
betrokken man, met een visie op de toekomst van een grote-
stadshogeschool, waar steeds meer allochtonen en vmbo-ers een kans
krijgen. En waar praktijkopdrachten in het 'Rotterdamse Onderwijsmodel'
zorgen voor aantrekkelijk en effectief onderwijs. Bij deze jongeren kun
je niet meer aankomen met veel uren luisteren in de klas. Ze gaan er pas
voor als ze echt aan het werk gezet worden. Ze leren het meest van de
praktijk. |
Allochtonen en vmbo'ers, een andere term voor allochtonen, zijn minder sterk
in gewoon onderwijs - ze kunnen niet stilzitten, hebben een beperkte
aandachtsspan, en kunnen niet luisteren. Dus moeten we stilzitten,
aandacht-hebben, en luisteren afschaffen, en vervangen door excursies naar
bedrijven, en stages in het magazijn (enigszins raillerend geformuleerd, maar we
hanteren dezelfde toon als de auteur). En daarnaast ook goed voor ze zorgen:
| |
Goed ook dat er een zorgstructuur is. Ik heb als docent
zielsmedelijden als ik dat Marokkaanse meisje van wie de moeder net
overleden is, als een ziek vogeltje achter haar haardos zie wegduiken.
Ik hoor het verhaal van de jongen met een Chinese achtergrond die geen
zin goed op papier kan krijgen, maar geen tijd heeft voor extra lessen
Nederlands omdat hij in zijn vrije tijd de kost moet verdienen voor zijn
ouders. Goed dat er allerlei deskundige hulptroepen zijn, die niet voor
de klas staan. |
En in dit alles is er natuurlijk maar een beperkte plaats voor kennis en
onderwijs ... dat zou die allochtonen alleen maar discrimineren ...
De reactie stond ook in al in de krant:
De Volkskrant, 23-03-2011, door Marten Salverda, kritisch docent en
decaan havo/vwo.
Geld voor onderwijs gaat naar managers
Het artikel van docente communicatie Mariët Herlé van de Hogeschool Rotterdam
is een schrijnend voorbeeld van de stand van zaken in ons onderwijs en een
blamage voor wat goed communicatie-onderwijs zou moeten leren (O&D, 21 maart).
Enkele punten:
- Zij gaat niet in op de door haar aangehaalde klacht van
BON-voorzitter Ad Verbrugge dat slechts een kwart van het hogeschoolbudget wordt
besteed aan direct onderwijs. Ze weerspreekt de klacht evenmin.
- Het artikel mist elke vorm van objectieve communicatie,
getuige de terminologie: 'academisch geschoolde vakidioten met een krijtje' en
'grillen en hobby's van docenten'.
- De vele stijlfouten in het artikel geven te denken over de
mate waarin de auteur zelf haar taal beheerst.
- De auteur heeft blijkbaar als 'eenvoudig docent' en als
docent communicatie aan een Instituut voor Commercieel Management niet het
kritisch vermogen na te gaan welk gedeelte van het onderwijsgeld in het
management gaat zitten, steeds meer bij grote graaiers.
- Voor veel hbo-studenten is het aantrekkelijke 'van de
praktijk leren' verworden tot budgettair zeer voordelige onderwijsopzetten
waarin het aantal contacturen nog steeds schandalig laag is en waarin er
aanhoudend klachten van studenten zijn over de bereikbaarheid van docenten voor
het feitelijke onderwijs. Dit geldt al jaren, met name voor commercieel
economische studies (zie de Keuzegids Hoger Onderwijs).
Red.: Een nauwelijks in absurditeit te overtreffen toelichting
van mismanagement:
Uit:
De Volkskrant, 20-04-2011, van verslaggeefster Ianthe Sahadat
Inholland moet drastisch inkrimpen
Het aantal studenten bij Inholland daalt vermoedelijk met 20 procent en de
kosten moeten met een vijfde omlaag. Daarom sluit de school de onderwijslocatie
in Hoofddorp, worden meerdere opleidingen afgestoten en moeten waarschijnlijk
enkele honderden medewerkers de komende jaren vertrekken.
Dat heeft bestuursvoorzitter Doekle Terpstra dinsdag
bekendgemaakt. De diploma-affaire bij de opleiding media & entertainment
management in Haarlem en de daarop volgende bestuurscrisis hebben Inholland aan
de rand van de afgrond gebracht.
'Inholland is een metafoor geworden voor alles wat er mis is
in het hoger onderwijs', zegt Terpstra, die eind vorig jaar als 'puinruimer'
werd binnengehaald bij de school. 'Maar als je kijkt naar alles wat niet met het
onderwijs te maken heeft, staat Inholland er goed voor.' Te denken valt volgens
Terpstra aan gebouwen, ict en ondersteunende diensten. ...
Red.: Het deed onmiddellijk denken aan de Engelse tv-serie
over wantoestanden in de politiek: Yes, minister
.
Een kleinere kwestie: bedrog:
Uit:
De Volkskrant, 11-05-2011, van verslaggeefster Ianthe Sahadat
Schoolpas inmiddels gedeblokkeerd, 'Het was niet correct'
Roc zet leerling onder druk vanwege extra bijdrage
Het ROC Horizon College in Alkmaar heeft een leerling de toegang tot de school
geweigerd, omdat hij de extra bijdrage aan opleidingskosten voor onder meer
software en een stichting praktijkleren niet heeft voldaan. De leerling mocht
sinds maandag de school niet meer in. Het Horizon College is inmiddels op zijn
schreden teruggekeerd.
Steeds vaker proberen Roc's extra kosten naast het gewone
schoolgeld van leerlingen te ontvangen, blijkt uit recent onderzoek van JOB,
belangenbehartiger van mbo-studenten. Voorzitter Luuk Visser: 'Het mag helemaal
niet, maar scholen komen er mee weg, omdat veel ouders of leerlingen dat niet
weten.' ...
Daniël Kortooms (19) volgt sinds september de opleiding
juridische dienstverlening bij het ROC Horizon in Alkmaar. In februari dit jaar
ontving hij brief van de school over een uitgebleven betaling van 238 euro, door
de school aangeduid als 'opleidingsgebonden kosten'. 'De hoogte van de kosten
zijn reeds bekend gemaakt bij uw inschrijving', meldt de brief. 'Wij wisten van
niets, dus heb ik een verzoek tot toelichting geschreven', zegt Gerard Kortooms,
de vader van Daniël.
Deze brief wordt nooit beantwoord en eind april komt er
opnieuw een brief van de school binnen. Als Kortooms de openstaande factuur niet
betaalt, zal met ingang van maandag 9 mei zijn schoolpas worden geblokkeerd,
'zodat je geen toegang meer hebt tot onze gebouwen'. Ook zal een deurwaarder
worden ingeschakeld. ...
Red.: Het is volkomen tekenend voor de mentaliteit: het is
geen onderwijsinstelling meer, maar een bedrijf dat probeert zo veel geld te
persen uit haar klanten. Met de bekende bijverschijnselen zoals hooghartigheid
en arrogantie:
| |
De school laat weten 'de gang naar de pers niet de juiste' te
vinden. Aanvankelijk zegt de woordvoerder van het Horizon College dat de
leerling al sinds zijn intakegesprek op de hoogte moet zijn geweest van
deze kosten. 'Als ik geen kaartje voor de bioscoop koop, mag ik ook niet
naar binnen.' |
De Inholland-zaak brengt vele nieuwe bevestigingen naar
buiten
Uit:
De Volkskrant, 12-05-2011, ingezonden brief van Aly van der Mark,
Hurdegaryp
Beste leraren,
Zeg eindelijk nee tegen de omhooggevallen, overbetaalde managers die jullie nu
al decennia het leven zuur maken.
Weiger nog langer voor een appel en een ei de belachelijke
zaken uit te voeren die ze steeds weer bedenken om kosten te besparen. Zeg nee
tegen Raden van Bestuur, die alleen goed voor zichzelf zorgen en hun personeel
in de kou laten staan.
Mijn man en ik komen beiden uit het onderwijs, maar we hebben
onze kinderen al 15 jaar geleden ten stelligste ontraden dit vak te kiezen,
omdat we zagen aankomen, dat het mis zou gaan.
Onderwijzen doe je niet door kinderen alles zelf te laten
googelen. Onderwijs is overdracht van kennis. Ja, daar hoort klassikaal
onderwijs bij; bijna een vloek in de moderne schoolfabrieken. ...
Red.: En in meer detail:
Uit:
De Volkskrant, 14-05-2011, door Arie Kuijvenhoven
Opnieuw beginnen op puinhopen Inholland
Wanpresterende hogeschool zou ontbonden moeten worden.
Arie Kuijvenhoven | De auteur is onder andere oud-docent van de voormalige
Ichthus Hogeschool te Rotterdam. In zijn tijd tekenden zich al de tekortkomingen
af die de hogeschool Inholland nu fataal zijn geworden.
Alweer tien jaar geleden werd ik, als zij-instromer, docent aan de Ichthus
Hogeschool, een van de directe voorgangers van het wankelende Inholland. Ik
begon in het oude gebouw aan het Rotterdamse Vasteland en verhuisde mee naar de
'glazen golf'op Zuid. Die bleek voornamelijk te bestaan uit een ruime hal waarin
studenten via internet contact konden zoeken met hun begeleider. Dat de meeste
docenten toen nog geen computer hadden, was geen bezwaar.
Dat de docenten bij elkaar waren gepropt in een ruimte waar
de zon vrijelijk naar binnen kon schijnen, was ook geen bezwaar. Net zo min als
het ontbreken van een vertrek waar je met iemand onder vier ogen kon spreken.
Alles moest transparant, heette het. Toen ik een keer op de bestuursetage mocht
zijn, keek ik mijn ogen uit. Wat een rust, wat een ruimte, wat een glanzend
meubilair, wat een behaaglijke temperatuur. Wat een prettige werkomgeving voor
het overigens opvallend afwezige management. ....
Red.: De zoveelste bevestiging van het algemene adagium dat de
westerse organisatie niet functioneert dankzij de leiding, de manager, maar
ondanks de manager
.
Een grappige versie van het aloude gezegde dat in Nederland
alles vijftig jaar later gebeurd: aan de Nederlandse universiteit gebeurt alles
twintig jaar later (dan in de rest van het onderwijs):
Uit:
De Volkskrant, 23-07-2011, van verslaggeefster Maartje Bakker
Universiteiten Leiden, Delft en Rotterdam willen fuseren
De universiteiten van Leiden, Rotterdam en Delft werken aan een fusie. Ze
overwegen om in de toekomst één college van bestuur aan te stellen, een
gezamenlijke naam te kiezen en opleidingen niet meer dubbel aan te bieden.
...
... ze hopen ook de boel efficiënter te organiseren, een
sterkere regionale rol te vervullen en het onderwijs te concentreren.
Red.: Precies dezelfde leugens die verkondigd werden
voorafgaande aan de fusies in de diverse vormen van het middelbaar
onderwijs, en zo rampzalig hebben uitgepakt. Voorla ook op het niveau van
efficiëntie. Omdat twee van de gevolgen veel meer management en graaien door het
management zijn. Maar dat is dan natuurlijk ook de reden natuurlijk dat deze
fusie wordt voorgesteld.
Ze geven zelfs ook voorbeelden van die nadelen:
| |
De drie universiteiten hebben grote ambities. 'Er wordt nagedacht
over een paraplu-organisatie, met één bestuur, één medezeggenschapsraad. |
Allemaal zaken waarvan bekend is dat ze slechter gaan functioneren in
grootschalige organisaties - meer over de gang van zaken rond dit soort fusies
hier
.
Nieuwe cijfers omtrent het aantal managers in het hbo:
Uit:
De Volkskrant, 24-09-2011, door Merijn Rengers 'Ik
trof een verweesde school aan'
Doekle Terpstra maakt schoon schip bij Hogeschool Inholland, die in
opspraak kwam door financieel wanbeheer en ten onrechte toegekende diploma's.
'Het onderwijs was naar de achtergrond verdwenen, het management kwam vaak op de
eerste plaats. Dat gaan we veranderen.'
... Er moet gesaneerd worden - we hebben dit jaar dertig
procent minder eerstejaars - maar ook de focus moet veranderen. In mijn analyse
is bij Inholland het management te vaak op de eerste plaats gekomen. Iets minder
dan de helft van het personeel werkt in de staf of als manager. Terwijl we
gewoon een school zijn, waar het om de studenten en docenten draait. Niets ten
nadele van hen, maar de staf was te veel uitgedijd. Die gaan we reorganiseren en
inkrimpen.
Red.: En waardoor komt dat:
| |
Het is veelzeggend dat er in de oude Raad van Toezicht niemand zat
met verstand van onderwijs. Het ging over financiën, gebouwen,
internationalisering. Grote thema's, maar het onderwijs was naar de
achtergrond verdwenen. |
Door het verkeerde soort bestuurders. Dat wil zeggen: uit het bedrijfsleven
of soortgelijke types.
En dit geldt in de hele sector:
Uit:
De Volkskrant, 24-09-2011, door Jan Willem Bruins, voorzitter van de
Vereniging Medezeggenschapsraden Hogescholen.
Nu laat
Inholland zien hoe het moet
... Dat Inholland als enige hogeschool zo wordt getroffen,
is extra wrang omdat de meeste problemen van Inholland in meerdere of mindere
mate ook op de andere hogescholen voorkomen. ...
De Vereniging Medezeggenschap Hogescholen(VMH) - waarbij alle
grote hogescholen zijn aangesloten - deed onlangs onderzoek naar het aantal
docenten op een hogeschool als percentage van het totale personeelsbestand.
Daaruit bleek dat het personeelsprobleem van Inholland op vrijwel alle grote
hogescholen speelt: gemiddeld hadden de onderzochte hogescholen 52 procent
docenten in dienst.
Hoewel de VMH heeft besloten de namen van de hogescholen niet
in de publiciteit te brengen, mag hier wel worden gezegd dat de score van
Inholland geen afwijking vertoont van het gemiddelde. Deze schokkende cijfers
leidden op geen enkele hogeschool tot een adequate bestuurlijke reactie. Daarop
vormt Inholland nu de positieve uitzondering.
Het werkelijke probleem is echter nog groter. Want van die 52
procent docenten staat lang niet iedereen voor de klas. De laatste jaren heeft
onder andere de VMH op meerdere hogescholen uitgerekend hoeveel procent van het
budget daadwerkelijk naar de directe onderwijsuitvoering gaat. Dat blijkt steeds
slechts zo'n 25 procent van het hogeschoolbudget te zijn. Deze berekeningen, die
werden bevestigd door een hoogleraar accountancy van de universiteit van
Tilburg, zijn door de HBO-raad en de bestuurders stelselmatig genegeerd of
ontkend. ...
Red.: Managers en bestuurders uit de oligarchie: het is een
pestilentie van parasieten, erger dan een zwerm sprinkhanen op een tropische
akker.
Nog een bevestiging van de zaak rond de aantallen van iemand
met een sterk neoliberale achtegron: voormalig economie-journalist bij de
Volkskrant Ferry Haan, die in het onderwijs is gegaan (zijn voormalige chef,
de rabiate Ayn Rand-neoliberaal Frank Kalshoven, voert nog met enige regelmaat
strijdt voor een bedrijfsmatig onderwijs met behulp van computers):
Uit:
De Volkskrant, 05-10-2011, door Ferry Haan, docent economie op een
middelbare school.
Onderwijs telt te veel niet-productieven
Voor het onderwijs lastig te vallen met een debat over productiviteit, moeten
we eerst de vele niet-productieven in deze sector tegen het licht houden.
In het onderwijs woedt een discussie over de productiviteit van de docent. Deze
zou omhoog moeten, zodat het onderwijs met minder mensen toe kan. Dan verminder
je het docententekort en kunnen de kosten van het onderwijs omlaag.
Maar wat is arbeidsproductiviteit? Hierover vliegen
betrokkenen elkaar makkelijk in de haren, zo bleek afgelopen donderdag op een
bijeenkomst van de Stichting Beleid en Onderwijs (SBO). Een docent is flink
productief wanneer hij een klas met 100 leerlingen voor zijn neus heeft. Zo veel
leerlingen zijn echter niet te managen, dus daalt de kwaliteit van het
onderwijs. Ziehier het dilemma. ...
Red.: Dit was de reactie van de redactie onder dit artikel:
| |
Beste Ferry, je hebt nog veel te veel last van de invloed van die
Kalshoven, dat je over "productiviteit" durft te praten en "100
leerlingen per klas" in de mond neemt. Neem standaard klassikaal les,
geen probleemleerlingen, en de gemiddelde leraar. Die kan dan ergens
rond de 28 leerlingen aan (eigen ervaring) voor een gemiddeld soort les.
Reken door vanaf daar. De rest is gelul, ingegeven door slechts één
zaak: men heeft minder geld over voor het onderwijs van eigen kind dan
auto en vakantie. |
Maar zelfs met deze misverstanden in de geest, weet Haan nog deze feiten te
reproduceren:
| |
Zo bont als bij InHolland is de situatie niet in het basis- en het
voortgezet onderwijs. Toch loopt op elke middelbare school meer
personeel rond dan vroeger. Elke docent kan in het smoelenboek turven
hoeveel personen op de loonlijst staan die geen contact hebben met
leerlingen. Ik schat dat deze verhouding één op drie is. Op elke drie
personen werkzaam in een school komt er één niet of nauwelijks in een
klaslokaal.
Buiten school is de situatie niet veel anders. Rond het
onderwijs bevindt zich een schil aan adviesraden, stichtingen,
onderzoeksbureaus en instellingen. Al deze instanties laten graag hun
mening horen over de productiviteit van de gemiddelde docent. De vraag
hoe productief deze 'schil' zelf is, wordt niet gesteld. |
Waarna hij nog de vraag stelt:
| |
Voor het onderwijs met deze discussie lastig te vallen, moet de
'schil' rond het onderwijs eerst zijn bestaansrecht aantonen. Niets is
irritanter voor docenten dan dat derden gaan vertellen dat zij
productiever moeten worden. Wie deze boodschap brengt zal sterk in zijn
schoenen moeten staan. Voordat minister of staatssecretaris beginnen
over 'arbeidsproductiviteit' of, nog gevoeliger, 'prestatiebeloning', is
het verstandig eerst de 'niet-productieven' binnen het onderwijs tegen
het licht te houden. Heeft het onderwijs al die ondersteuning wel nodig?
|
Het antwoord is "Nee, nee, nee!". In ieder geval niet bij het huidige aanbod.
Een nieuwe school staat negatief in het nieuws, en de rector
magificus legt uit waarom;
Uit:
De Volkskrant, 23-12-2011, van verslaggeefster Irene de Pous
Reportage | Hogeschool van Amsterdam in debat over diplomafraude
Angsthazen? Bij de hogeschool?
Diplomafraude. Je kunt een hbo-instelling en haar bestuurders niet harder
treffen dan door dat woord in één zin met de naam van hun instelling te
verbinden. Nadat zaterdag De Telegraaf de krant had geopend met het
nieuws dat op de Hogeschool van Amsterdam duizenden diploma's onterecht zouden
zijn verstrekt, is het debat over de onderwijskwaliteit aan de grootste
hbo-instelling van Nederland losgebarsten. Ook op de hogeschool zelf.
...
De berichten over diplomafraude volgden op onrust bij de
economische afdeling van de Hogeschool van Amsterdam, waar 53 docenten vorige
week anoniem een brief aan de directie stuurden waarin ze hun zorgen uitten over
de onderwijskwaliteit en de organisatiecultuur. Het vertrouwen in het bestuur
had het nulpunt bereikt, schreven de docenten. ...
Red.: Waarom zouden die docentwen nu anoniem brioeven
naar de krmnat styuren in plaats van de weg van het megement bewnadelen? Rector
magificus jet Bussemaker, ex-PvdA staatsecratris, legt het uit:
| |
'Het is zorgelijk dat mensen die zich zorgen maken dit niet openlijk
durven zeggen', stelt Bussemaker. 'Maar komt dat door een angstcultuur,
of is het een angsthazencultuur?'
|
oftwel. het ligt aan de docenten - die mangers heben naturlijk een opne oor voor
alle klachten - voltgens de rector.
| |
Rector magnifcus Jet Bussemaker gaat donderdagavond op een podium in
gesprek. Over de fraude is Bussemaker kort: zij heeft hierover
nooit signalen gekregen, maar ze laat het onderzoeken.
|
Die klachten zijn dus niet geuyuit volgens de rectoer - onderozken, door
managers natuurlijk, zijn sl;echts ter ter afdekking van die overtuiging. En die
klagende docenten zijn dus de vijand:
| |
'Blijkbaar zijn er mensen die deze instelling haten en er toch
werken. En dit soort berichten anoniem De Telegraaf in willen
hebben. Dat is dieptreurig.'
|
Er zijn natuurlijk inderdaad mensen die de instelling haten. Dat is allang
bekend dat zijn de managers van de instelling - vooral de topmanagers. Want
vooral topmanagers hebben maar één belang: het eigenbelang. En als er
verantwoordelijkheid moet worden genomen,. wijzen ze naar de ander. Kijk maar:
| |
Maar dan komt de schuldvraag. Wie is er verantwoordelijk voor de
kwaliteit van het onderwijs, of beter: voor het gebrek daaraan?
... Bussemaker benadrukt de rol van de docent, die over de
kwaliteit van zijn lessen gaat.
|
Een vuile leugen, van de lieden die de goedwillende en op de kwaliteit lettende
vakdocent het beroep hebben uitgejaagd.
Naar Onderwijsbeleid, lijst
,
Rijnlands beleid
, Rijnlands beleid,
overzicht
, of
site home
.
|