WERELD & DENKEN
 
 

Het recht van de sterkste

24 aug.2003

De uitdrukking ‘het recht van de sterkste’ heeft in het algemeen een negatieve bijklank. Uitzondering is een kring van ultra-rechtse, of reactionaire, denkers en politici. Die kring beroept zich meestal op voorbeelden uit de natuur, of de ideeën van Macchiavelli.

Maar zelfs in die ultra-rechtse kringen wordt met het recht van de sterkste niet bedoeld dat degene met de meest ontwikkelde spierballen het voor het zeggen moet hebben. Terwijl dat toch letterlijk is wat er in de uitdrukking staat. Kennelijk is het recht van de sterkste, hoe fundamenteel de uitdrukking ook lijkt, een uitdrukking die enige subtiliteit in de uitleg vereist. Die subtiliteit wordt hier wat verder uitgediept.

Maar laten we eerst naïef zijn, en veronderstellen dat het inderdaad de spierballen zijn die ‘de sterkste’ bepalen. Juist daarvan zijn vele voorbeelden in de natuur te vinden, want de sterkste mannetjes winnen de vrouwtjes: apen, olifanten, herten, wolven enzovoort: degene met het grootste en sterkste lichamen zijn de baas. Misschien zijn niet altijd spieren alleen doorslaggevend, en komen er ook geweien en ander gereedschap aan te pas, maar het principe blijft dan toch hetzelfde.

Degenen die zich beroepen op de natuur, hebben hier dus een probleem, want de terwijl in de natuur de sterkte van de spierballen bepalend is, zijn zij toch daar niet voor. Kennelijk passen ze het natuurlijke voorbeeld aan voor het toegepast wordt op de mens.

Als het niet meer de spierballen zijn die bepalen wie de sterkste mag zien, is de vraag wat dan wel de bepalende factoren zijn. Oftewel, wat voor soort leiders hebben we in onze maatschappij dan wel?

Het tegenovergestelde van pure lichamelijke kracht is puur geestelijke kracht, intelligentie. Toevalligerwijs is dat een van de weinige persoonskenmerken die gemakkelijk en redelijk betrouwbaar is te meten. En het staat vast dat waar onze huidige maatschappelijke leiders niet laag scoren op deze schaal, tot de hoogste regionen horen ze zeker ook niet. Wat zijn dan wel de doorslaggevende eigenschappen voor onze hedendaagse leiders? Om die vraag te beantwoorden is een kleine terugkijk inzichtelijk.

De eigenschappen van historische leiders zijn niet zo erg fatsoenlijk. Op topniveau waren machtswellust en moordzucht lange tijd een sterke aanbeveling, we denken aan beroemde namen als Djengis Khan, Napoleon en Hitler. In die tijden schreef Macchiavelli zijn standaardwerk over machtsuitoefening. Leiders op wat lager niveau, adel, geestelijkheid en dergelijke, blonken uit in afpersing en corruptie. Dit alles ging ten koste van het overgrote deel van de rest van de mensheid.

De tijden van Djengis Khan, Napoleon, en Hitler zijn wel achter de rug. Maar het is echt te veel gezegd dat er een volkomen trendbreuk is geweest. De breuk die er is geweest is die van de termijn van machtsuitoefening: de oude leiders waren “benoemd” voor het leven (vervanging ging vaak gepaard met een gewelddadige dood). De huidige leiders worden steeds meer vervangen op vreedzame wijze, door verkiezingen.

Het soort mensen dat nu de leidersposities in onze maatschappij bekleedt, is veranderd, maar deze verandering geen breuk, maar een geleidelijke. Over onze huidige leiders zal dit niet snel gezegd worden, maar voor de generaties daar direct voor zullen de meeste historici toegeven dat er een continue lijn is van Djengis Khan naar Churchill (de laatste heeft nog een paar dingen gedaan in Zuid-Afrika die nu als misdaden tegen de menselijkheid zouden worden aangeduid, en het soort waar nu tribunalen over worden gehouden). We mogen veilig aannemen dat de historici van een generatie na ons hetzelfde zullen opmerken.

Een duidelijk verschil tussen onze huidige leiders en de oude is de hoeveelheid moordzucht. Hoewel er ook critici zijn die zullen wijzen op de twee tot drie miljoen doden in Vietnam. In ieder geval is dit voldoende aanwijzing dat er misschien een trend van verbetering is, maar zeker geen breuk. Wat in ieder geval gebleven is, is de machtswellust, het kan ook moeilijk anders met een positie van macht.

Met machtswellust komen ook een aantal andere zaken, en de meeste zijn ook niet erg positief op het morele vlak. Uit Gezag en macht blijkt dat machtsuitoefening gekenmerkt wordt door het feit dat het anderen benadeelt. De persoonseigenschappen die nodig zijn om anderen stelselmatig en sterk te benadelen zijn egoïsme, narcisme, gebrek aan empathie, rücksichtlosigkeit, fanatisme, en dergelijke. In Het ik en de ander is al eens opgemerkt dat er overeenkomsten zijn in de karakterstructuur van psychopaten en machthebbers.

Het recht van de sterkste wordt door de ultra-rechtse denkers meestal aangehaald als rechtvaardiging van de positie en de rol van huidige machthebbers, met name die aan de top. Uit dit gebruik, en de boven vermelde kenmerken van die machthebbers, blijkt dus welke eigenschappen die ultra-rechtse denkers zien als bepalend voor het vervullen van een leidersrol, en dus als bepalende eigenschappen voor de waarde van de mens in het algemeen. Die eigenschappen behoren tot die verzameling waaruit de moreel verdorven mensen putten.

De conclusie is dat het recht van de sterkste zoals nu gehanteerd wordt als rechtvaardiging voor wat dan ook, is in feite een aanbeveling voor het hebben van een groot aantal moreel slechte eigenschappen, en het aanhangen van dit recht wijst op morele verdorvenheid.

Bovenstaand is het recht van de sterkste geformuleerd in termen van lichamelijk kracht en afkomst. In de moderne maatschappij lijkt dit anders te zijn, maar in feite is hetzelfde proces gaande, met lichamelijke kracht vervangen door geestelijke, in de vorm van rücksichtlosigkeit, doortraptheid en dergelijke, en de pure afkomst naar geslacht vervangen door een wat grotere groep van contacten, een financieel-maatschappelijke topnetwerk. Het makkelijkst is dat in te zien door de huidige stand van zaken af te spiegelen aan degene die door het gezond verstand gewenst wordt: dat maatschappelijke functies, en zeker de topfuncties, vervuld worden door degenen die daar het meest geschikt voor zijn, aan te duiden met term meritocratie .

In de moderne maatschappij is er natuurlijk niet meer het oude recht van de sterkste zoals dat uitgevochten met een zwaard. In de moderne maatschappij gaan dit soort gevechten met woorden en ideeën - het moderne idee dat overeenkomt met het oude recht van de sterkste is sociologisch gezien dat van het neoliberalisme en kapitalisme , en economische gezien dat van de vrije markt . Ook samen te vatten in het drietal "Ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke", "Het recht van de sterkste", en "Winner takes all". Voor een belangrijk deel stammende van en verder uitgewerkt hier .

Om "het recht van de sterkste" te plaatsen in machtsuitoefening in het algemeen, zie hier . Voor hoe de top van de maatschappij het recht van de sterkste op dit moment invult, zie hier . Voor de psychologische basis die aan de houding ten grondslag ligt, zie hier .


Naar Wolven en schapen , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .