De anti-bèta houding in de media
|
15 aug.2005 |
Het belangrijkste voorbeeld van de anti-bèta houding bij alfa's in het algemeen
is die in de media. Dat is omdat de media in belangrijke mate de sfeer in de
maatschappij bepalen. De onderstaande verzameling bronnen laat zien dat die
anti-bèta emoties vooral in het "linksige" deel van de media speelt:
Uit:
De Volkskrant, 04-08-2005, column van Marcel van Dam
Honderd jaar
... In het leven van mijn kleindochter zal die ontwikkeling
doorgaan. Sterker nog: mensen zullen zich steeds meer thuis voelen bij dingen en
steeds minder bij andere mensen. Want dingen zijn nooit zwak, ziek of misselijk
en hebben geen streken.
In 2002 werd in New York van John Brockman een boek
uitgegeven getiteld The next fifty years. Science in the first half of the
twenty first century. Daarin staat een hoofdstuk van Rodney Brooks,
hoogleraar computerkunde aan het MIT en directeur van het laboratorium voor
kunstmatige intelligentie. Als je leest over de onderzoeken en experimenten die,
nu nog bij dieren, gaande zijn over mogelijke kunstmatige veranderingen die
mensen fysiek en psychisch zullen veranderen, slaat de angst je om het hart. We
kennen al pacemakers, kunstharten, kunstheupen, kunstgebitten et cetera. Maar
dat is pas het begin. Door genetische manipulatie, het kweken van eigen nieuwe
organen, het implanteren van elektronische circuits of van combinaties van
silicium en zenuwweefsel en toevoegingen aan en manipulatie van onze hersenen
zal het verschil tussen mens en machine steeds kleiner worden.
Tot ik dit boek met bijdragen van 25 topwetenschappers
gelezen had, vond ik alle beweringen over kunstmatige intelligentie en zichzelf
reproducerende robots gezwets in de ruimte. Nu weet ik dat niet meer zo zeker.
In ieder geval ben ik blij dat ik de beschreven ontwikkelingen in de komende
vijftig jaar niet meer hoef mee te maken.
Betekent dit dan dat ik somber ben over de toekomst van mijn
kleindochter? In het geheel niet. Mensen hebben een onvoorstelbaar vermogen zich
aan te passen aan nieuwe werkelijkheden, ook psychisch. Want veranderingen in de
werkelijkheid stimuleren ook veranderingen in de psyche van de mens, ja zelfs in
de hersenen. Nieuwe technologie creëert nieuwe mensen. ...
Red.: Marcel van Dam is al jarenlang columnist van de
Volkskrant. Het antwoord komt van een ingezonden-briefschrijver:
De Volkskrant, 08-08-2005, ingezonden brief van Marcel Olrichs
(Amsterdam)
Angst
Bij Marcel van Dam slaat de angst hem om het hart als hij leest over medische
experimenten die nu gaande zijn (zie zijn column in de Volkskrant van 5
augustus). Diezelfde experimenten die in het verleden geleid hebben tot
pacemakers, kunstharten, kunstheupen en dergelijke, volgens van Dam. Gelukkig
hoeft hij die ontwikkelingen niet meer mee te maken, zegt hij.
Ik neem aan dat hij in het geval van ziekte ook niet wenst te
profiteren van die ontwikkelingen? Het lijkt erop dat in zijn ogen mensen die
geprofiteerd hebben van in zijn ogen angstwekkende uitvindingen zoals
kunstnieren en protheses slachtoffer zijn van op hol geslagen wetenschappers.
Red.: Dat is dus precies de indruk die Van Dam wekt: de
wetenschap is een op hol geslagen proces. Dat komt natuurlijk omdat hij zelf er
onvoldoende van weet en begrijpt. Dit tweede komt mogelijkerwijs door slechte
wil, het eerste zeker. Want voor de reactie van Olrichs is alleen wat historisch
bewustzijn nodig.
De Volkskrant, 10-08-2005, hoofdredactioneel commentaar
Technologische overmoed
... Het ruimteveer is eerder een inherent onveilig systeem. Ooit
door president Nixon bedoeld als goedkoop transportmiddel naar de ruimte, is het
nu een symbool van technologische overmoed geworden. Met hun Sojoez, nog steeds
gebaseerd op technieken uit de jaren zestig die zich honderden keren hebben
bewezen, hebben de Russen laten zien dat ruimtevarende naties zich beter kunnen
houden aan het kiss-principe: keep it simple, stupid.
Voor een reis naar Mars geldt hetzelfde. De NASA zal volgende
week het ontwerp onthullen van het systeem dat op lange termijn Amerikanen naar
Mars moet brengen. Het wordt waarschijnlijk een ouderwetse configuratie, met een
relatief eenvoudige capsule in plaats van een voertuig met vleugels. Terug naar
het pre-shuttle tijdperk.
Maar dan nog moeten er complexe techologieën worden
ontwikkeld om de astronauten een jaar of twee in leven te houden. Zo complex,
dat ook dit systeem inherent onveilig zal zijn. De totale kosten zullen naar
schatting zeker honderd miljard dollar bedragen.
Eens te meer dringt zich de vraag op naar het nut van bemande ruimtereizen.
Bemande ruimtevaart was decennialang een manier om de technologische
superioriteit aan te tonen. De laatste vlucht van de Discovery bewees eerder het
tegendeel. Ondertussen rijden er robots op Mars rond die meer werk verzetten dan
een mens ooit zou kunnen. Want om ontdekkingen te doen, hoeven we allang zelf de
ruimte niet meer in.
Red.: Dit is de mening van de hoofdredactie van de Volkskrant.
De stukken onder deze titel worden geschreven door verschillende redacteuren,en
verwoorden het algemene beleid van de krant.
Ook hier de reactie van een ingezonden-briefschrijver:
De Volkskrant, 12-08-2005, ingezonden brief van Huub Eggen (Utrecht)
Robot Mars
'Ondertussen rijden er robots op Mars rond die meer werk verzetten dan een mens
ooit zou kunnen', schrijft u in uw hoofdredactioneel commentaar van 10 augustus
naar aanleiding van de vlucht van het ruimteveer Discovery.
Die opmerking is zwaar overdreven. De twee Marsrobots hebben
elk in een jaar tijd een afstand afgelegd die een mens in een uur loopt. Nu zal
een geoloog zo'n wandeling voortdurend onderbreken omdat hij dingen goed wil
bekijken, aantekeningen en foto's maakt, monsters neemt, schetsen voor een
eerste kaart op papier zet. Laat hij er een dag over doen.
Bovendien heeft die geoloog alle kennis om ter plekke
interpretaties te doen van wat hij ziet, slimme vragen te stellen en ter plekke
op zoek te gaan naar een antwoord. Hij zal ook niet een maand vast komen te
zitten in een zandduintje van een halve meter hoog, zoals een van de robots
overkwam. Kortom, 'meer dan een mens ooit zou kunnen'?
Uit:
De Volkskrant, 09-07-2005, rubriek Twijfel, door Hans van Maanen
Zet die tien miljard voor ITER toch gewoon op de bank, dat
rendeert tenminste
... Want eveneens vorige week besloot een internationaal
samenwerkingsverband van Europa, China, Rusland, Japan, Zuid-Korea en de VS de
komende dertig jaar maar liefst tienduizend miljoen euro te gaan uitgeven om
deze kennelijk erg prangende vraag te beantwoorden. Men is het eens geworden
over de bouw van ITER, een kernreactor waarmee moet worden uitgezocht of
beheerste kernfusie meer dan een luchtkasteel is. Mocht dat zo zijn - maar niets
is zeker - dan willen natuurkundigen graag, voor nog eens zoveel geld, de DEMO
bouwen, een fusiereactor die ook werkelijk wat elektriciteit zou kunnen leveren
(ongeveer net zoveel als de kern. centrale in Borssele). En als ook dat goed
gaat, en ook voor de rest alles meezit, kan kernfusie misschien zelfs een
economisch interessante bron van energie worden - mits de PROTO, die wellicht
nog na de DEMO moet worden gebouwd, het in ieder geval meer dan een half jaar
blijft doen.
'Het is nog onmogelijk om te zeggen of kernfusie ooit een
concurrerende energiebron zal zijn', zegt de lTER-organisatie dan ook zelf. Dat
weten we pas over ruim een halve eeuw. Enige garantie is er niet. Het kan, voor
hetzelfde bedrag, een kat in de zak zijn.
Het gejuich dat met het akkoord voor het bouwen van ITER
allerwegen opsteeg, lijkt dan ook op z'n minst wat prematuur. Wie zegt dat met
ITER 'de volgende grote stap wordt gezet om kernfusie als schone, veilige en
vrijwel onuitputtelijke energiebron te ontwikkelen', loopt ver voor de muziek
uit.
De wetenschap zit er niet op te wachten. Onze energie- en
klimaatproblemen groeien ons boven het hoofd lang voordat duidelijk wordt of
fusie ooit een bijdrage zal kunnen leveren.
...
Wie twijfel uit over het nut van dat project, wordt al snel
voor antiwetenschappelijk, ondeskundig of wereldvreemd uitgemaakt. Toch is
misschien juist het vertrouwen in wetenschappelijke vooruitgang het beste motief
om de hele zaak in de ijskast te zetten. Wie wel eens een fusiereactor heeft
bezocht, zal onvermijdelijk vooral onder de indruk zijn geraakt van alle
touwtjes, pleisters en elastiekjes die erin zijn verwerkt: noodoplossingen voor
steeds nieuwe, onvoorziene problemen.
Kernfusie is, zo lijkt het, een technologie waarvoor de tijd
niet rijp is. Het is een plan waarvan al vijftig jaar lang wordt beloofd dat het
over vijftig jaar zal zijn verwezenlijkt. Maar zoals een kernfysicus ooit
opmerkte: als een ingenieur zegt dat hij over vijftig jaar de oplossing voor een
technisch probleem heeft, heeft hij eigenlijk geen flauw benul hoe hij het
probleem moet oplossen.
Over vijftig jaar weten we veel meer, en als het dan nog echt
nodig is, kunnen we met de kennis die er dan zal zijn alsnog proberen fusie van
de grond te tillen. Dan is er ook meer geld: als de tien miljard euro nu met 5
procent rente wordt weggezet, is het over vijftig jaar ruimschoots
vertienvoudigd en hebben de fusici meer dan ze kunnen opmaken. Al zou het
natuurlijk nog beter zijn het geld nu productief te maken door er echte
wetenschappelijke en maatschappelijke problemen mee op te lossen.
Zoals de zaken nu staan, doet het toch vooral denken aan
Leonardo da Vinci die op hoge toon een fortuin eist voor het ontwikkelen van een
vliegtuig omdat hij er net een tekening van heeft gemaakt.
En dan weten wij nog dat het vliegtuig er uiteindelijk, vier
eeuwen later, gekomen is.
Red.: Hans van Maanen heeft een vaste rubriek in het
wetenschapkatern van de Volkskrant.
Eerst een argument vooraf: als de ITER als
wetenschappelijk experiment 10 miljoen over dertig jaar zou kosten zou er geen
externe haan naar kraaien. Het gaat in eerste instantie dus om het bedrag, niet
over de wetenschap. 10 miljard lijkt veel, maar ten eerste gaat het over dertig
jaar, dus het is 300 miljoen per jaar; klinkt al heel anders. Ten tweede wordt
het verdeeld meer dan tien landen: per land dus gemiddeld 30 miljoen. En
tenslotte: dit zijn de rijkste landen van de wereld. Die dertig miljoen zijn dus
een grijpstuiver, een grote gemeente kan dit soort bedragen aan. Vallen over die
10 miljard op zich is dus onzin.
Nu de inhoudelijke argumenten: resultaat is niet verzekerd, en over vijftig jaar
weten we veel meer dus gaat het sneller en goedkoper. Dat lijken argumenten,
maar zijn het niet. Resultaat is nooit verzekerd in de wetenschap, dus daaraan
kan niet beoordeeld worden. En het tweede argument is ongeldig om eenzelfde
reden: op ieder tijdstip in de ontwikkeling van de wetenschap was het zo dat het
over vijftig jaar sneller en goedkoper zou gaan. Waarom ballonvaren, over
vijftig jaar hebben we en vliegtuig. Waarom telegraafdraden aanleggen, over
vijftig jaar hebben we radio. Waarom een linnen vliegtuig bouwen, over vijftig
jaar hebben we er een van aluminium. Enzovoort.
En voor de lol nog even een redenatie uit het ongerijmde: stel dat Van Maanens
argumenten juist zijn. Dan kunnen nu alle psychologie en sociologie instituten
gesloten worden, want het is volkomen duidelijk dat wat ze nu doen over vijftig
jaar veel beter gedaan kan worden met de dan beschikbare instrumenten die de
bèta-wetenschappen hebben ontwikkeld (dat gebeurd namelijk nu al, met
MRI-scanners). Met het geld dat we nu sparen, kunnen we dan onderzoeken starten
die echt wat opleveren.
Kortom, Van Maanens argumenten zijn onzin als gedefinieerd hier
. Het IRP
ziet dit in het licht van de anti-bèta sentimenten die,
zoals bovenstaand is gebleken, nogal dominant zijn bij de Volkskrant.
Maar dit geldt ook voor andere media, zie onder:
De Volkskrant, 11-08-2005, rubriek Tijdschriften,
door Bard van de Weijer
Tijdschriften
`... Met de terugkeer van de Discovery is ook een oude
discussie terug: De Groene Amsterdammer vraagt of er nog langer geld
gepompt moet worden in bemande ruimtevaart. Nee, luidt het oordeel. Bush kan
zijn miljarden beter besteden aan een sociaal vangnet, betere medische zorg en
onderwijs.
Geld speelt ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van
kernfusie. Met de toewijzing van de kernfusiereactor ITER aan Frankrijk in juli
kan eindelijk de gedroomde stap voorwaarts gezet worden. Als de geleerden een
beetje opschieten, is de wereld over 35 jaar verlost van zijn energieprobleem.
Dan zou - volgens de meest optimistische schattingen - de eerste commerciële
kernfusiereactor operationeel kunnen zijn. De praktijk is volgens Vrij Nederland
vermoedelijk weerbarstiger.
Misschien moet de tien miljard die in ITER wordt gestoken
toch maar gewoon op de bank worden gezet, zoals de Volkskrant onlangs
suggereerde. Dan is over vijftig jaar tenminste echt een flink bedrag
beschikbaar voor onderzoek. ...
Red.: Het volgende artikel is van van Marcel Hulspas, een
vaste columnist in het wetenschapkatern van de Volkskrant. In het zeer
lange artikel blijkt een mogelijke drijfveer
voor de anti-bèta houding - wetenschap wordt er eerst van
beschuldigd dat zij zich almachtig waant, om deze veronderstelde almacht
vervolgens te bestrijden, de methode van de spookaanval
. De
wetenschap is niet almachtig, maar wel heel machtig, zeker in vergelijking met
de resultaten van andere denkstromingen. Het is zeer waarschijnlijk dat aanhangers
van die andere denkstromingen niet blij zijn met de macht van de wetenschap. Het
lijkt er sterk op dat Marcel Hulspas ook bij zo'n stroming ehoort:
Uit:
De Volkskrant, 23-07-2005, door Marcel Hulspas
Bescheidenheid siert de wijzen
Tussentitels: De mens is het resultaat van een doelloos proces, zegt de
wetenschap
Keer op keer wordt de domme massa vanuit de ivoren toren toegesproken
Wetenschappers moeten niet doen alsof zij, en zij alleen, de wijsheid in
pacht hebben, maar ons leren te relativeren, meent Marcel Hulspas
Wat zou iedereen moeten weten over de wetenschap? Kunt u dat in één zin
samenvatten?
Dat is de vraag die het online magazine Spiked in het kader van het
Einstein-jaar heeft voorgelegd aan tweehonderd vijftig wetenschappers (onder wie
elf Nobelprijswinnaars), auteurs en wetenschapsjournalisten. De antwoorden die
zijn binnengekomen, zijn heel divers, maar één ding maken ze in ieder geval
duidelijk: bescheidenheid is in de wetenschap een schaars goed.
Een enkeling ergert zich aan de vraagstelling. Onze eigen
Nobelprijswinnaar Gerard 't Hooft bijvoorbeeld weigert te antwoorden want 'er
zijn duizenden dingen die je van de wetenschap moet weten'. Anderen deden meer
hun best. Zo vindt astrobioloog Paul Davies dat iedereen moet weten dat de
wetenschap aantoont dat de werkelijkheid op een rationele manier gestructureerd
is. En om die werkelijkheid te begrijpen, heb je de wetenschap nodig. Die
overtuiging, dat de wetenschap ons unieke kennis verschaft over de
werkelijkheid, veel beter dan bijvoorbeeld het gezond verstand of de religie,
klinkt in de antwoorden regelmatig door, op vele verschillende manieren.
...
Maar dat wil niet zeggen dat het wereldbeeld van de
wetenschap superieur en zaligmakend is. En juist wetenschappers zouden zich
daarvan bewust moeten zijn. Zij kennen geen openbaringen en geen heilige boeken.
Voor hen gelden slechts het experiment en de logica. De kennis die zij op die
manier vergaren is nooit 'af, nooit 'de waarheid'. Dat theorieën slechts een
beperkte houdbaarheid hebben, dat het nuttig kan zijn oude overtuigingen te
laten varen en in te ruilen voor betere. De wetenschap leert ons dat alle kennis
beperkt is om te beginnen de wetenschappelijke.
Dat is geen standpunt dat wetenschappers graag uitdragen.
Waarom zo bescheiden zijn als zo veel gelovigen wél voortdurend beweren dat zij
de wijsheid in pacht hebben?
Tegelijkertijd vertellen wetenschappérs ons graag dat we
dankzij de wetenschap hebben geleerd dat de aarde niet het middelpunt is van de
kosmos, en dat de mens niet de kroon is op de schepping. Als ze de plaats van de
mens zo goed kunnen relativeren, dan moeten ze toch ook in staat zijn zélf een
stapje terug te doen, en niet meer rond te bazuinen dat zij de uitverkorenen
dezer aarde zijn. Bescheidenheid, blijven luisteren, nooit denken dat je er
bent.
Dat is wat de wetenschap ons kan leren.
Red.: De inhoud van het betoog is dusdanig rammelend dat er
meerdere reacties van ingezonden-briefschrijvers volgden
- het commentaar van de redactie staat bij het artikel zelf.
Een altijd gemakkelijke aanval op de natuurwetenschap is "de atoombom". Onderstaand
is een van de vele voorbeelden, uitgekozen omdat ze uit dezelfde tijdspanne
stamt als de andere
artikelen, en is van de hand van Volkskrant-wetenschapsredacteur Martijn
van Calmthout. De geciteerde stukken zijn de eerste en laatste alinea's - de
rest, het overgrote deel, is voor de conclusie onbelangrijk, zoals zal
blijken uit de analyse.
Uit:
De Volkskrant, 06-08-2005, door Martijn van Calmthout, fysicus en chef
wetenschap van de Volkskrant
Een bom onder mijn wetenschap
Tussentitels: Geleerden hebben bloed aan hun handen want zij gaven aanzet tot
atoombom
Wenselijkheid van het eindresultaat moet motief zijn voor betrokkenheid
onderzoek
Natuurkundige Martijn van Calmthout memoreert met plaatsvervangende schaamte
hoe de atoombom op Hiroshima eigenlijk een fysisch experiment wat dat militair
goed uitkwam.
Wie dezer dagen de horrorverhalen van de overlevenden van Hiroshima en Nagasaki
nog eens op zich laat inwerken, kan haast niet anders dan een paar simpele maar
indringende vragen stellen over de rol van de wetenschap daarbij.
Hoe kon een bom die werd gebouwd door fysici die vreesden dat
de Duitsers ze voor zouden zijn, uiteindelijk op Japan terecht komen? Hoe
verantwoordelijk moeten de wetenschappers en de wetenschap daarvoor worden gehouden? En, wat actueler, wat
zegt het in het algemeen over wetenschappers die met de beste bedoelingen werken
met potentieel ontwrichtende kennis? ...
De moraal? Er zijn boekenkasten vol geschreven over de schuld
en onschuld van de natuurkunde en natuurkundigen van het Manhattan-project. Maar
in feite maakten zij in 1945 mee wat altijd sluimerend aanwezig is in het
wetenschapsbedrijf: de mogelijkheid dat kennis leidt tot een rampzalige
ontwikkeling. Goede bedoelingen raken daarbij in de vergetelheid. Waar het om
gaat is de wenselijkheid van het eindresultaat. Atoomwapens. Genetisch
gemanipuleerde gewassen. Gekloond vee. Wetenschappers die zo'n uitkomst niet
aanstaat, moeten een ander vak kiezen.
Red.: Net als in het geval van het artikel van Van Maanen,
bestaat het artikel alleen bij gratie van het schijnbaar exceptionele van het
voorbeeld: er zou geen haan gekraaid hebben als het aantal slachtoffers van de
atoombom in de honderden was, of misschien zelfs in de duizenden.
Het gaat dus in eerste instantie over aantallen. Na de Tweede Wereldoorlog zijn
nog tientallen miljoenen slachtoffers gevallen in oorlogen, gebruik
makende van conventionele wapens. In dezelfde periode is er geen enkel
slachtoffer gevallen door een atoombom. De vraag is dus: wat is nu immoreler:
conventionele wapens of atoomwapens?
Het voor de hand liggende antwoord is: Ja , maar atoomwapens kunnen veel
meer slachtoffers maken. Dat is zo. Maar er moeten toch heel wat atoombommem
afgeworpen worden om bij het totaal van conventionele wapens te komen. Zo veel,
dat men zich kan afvragen of het er ooit van zal komen. Terwijl het aantal
"conventionele" slachtoffers gestaag blijft stijgen.
Op dit moment zijn beschouwingen over de slechte moraal van atoomwapens dus
volledig gebaseerd op potentialiteiten. De moraliteit van atoomwapens moet men
afwegen naar die mogelijke potentialiteiten, en niet naar realiteiten, want dan
winnen conventionele wapens met overweldigende meerderheid. Op dit gebied is er
nog veel meer denkbaar, op allerlei niveaus van moraliteit. Het allerergste is
de totale vernietiging van de aarde. En wat dat betreft wordt er veel meer
gedaan dan door atoomwapens, door middel van een veel gevaarlijker methode: de
geleidelijke afbraak. Vanuit dit oogpunt is zoiets als een automobiel een veel
gevaarlijker uitvinding dan een atoombom, niet vanwege zijn explosieve,
enkelmatige bijdrage, maar vanwege zijn geleidelijke, kleinschalige, maar
honderden miljoenen malen vermenigvuldigde bijdrage.
Maar in feite ligt de zaak nog principiëler. Alle activiteit die de macht van de
mensheid vergroot verhoogt het risico voor haar overleven. Wie daar principiële
problemen mee heeft, moet de logische conclusie uit trekken, die van
Jean-Jacques Rousseau: terug naar de natuur
. Wie iets wil doen aan het
beperken van de de bestaande risico's, moet eerst een afschatting maken van de
verschillende soorten risico's. En de feiten wijzen dan op vele veel grotere
gevaren dan de atoombom. Waar het voorbeeld van atoomwapens versus conventionele
wapens op duidt is dat het probleem niet van technische, maar van psychologische
aard is. Voor een voorbeeld van de bijbehorende misverstanden, zie de reactie op
Van Calmthouts artikel hier
.
Volgende voorbeeld:
Uit:
De Volkskrant, 22-10-2005, door Michael Persson
Voor de bèta's zijn er altijd te weinig bèta's
Als er al een tekort is aan bèta's, dan niet op de discussiebijeenkomsten die
dat vermeende probleem als onderwerp hebben. Het zaaltje bij de Vrije
Universiteit Amsterdam zat vorige week goed vol, en de jammerklacht was weer
massaal: we zijn met veel te weinig.
Het wordt al zeker tien jaar geroepen. Allereerst door grote
bedrijven als Philips en Shell, van oudsher grootverbruikers van de beste
ingenieurs en exacte wetenschappers. Hoe meer bèta's, hoe beter de beste zijn.
Zo bezien zijn er dus altijd te weinig bèta's, voor de grote bedrijven.
De exacte faculteiten van de universiteiten schaarden zich al
snel achter de noodkreet. De faculteiten worden gefinancierd op basis van hun
studentenaantallen, en minder studenten betekent dus minder geld. Zo bezien zijn
er dus altijd te weinig bèta's, voor de exacte faculteiten. ...
Over het bèta-tekort, kortom, bestaat veel consensus.
Alleen: het is nog nooit gemeten. Het tekort aan exacte
wetenschappers is een van de minst exacte problemen van Nederland.
Dat was ook te merken in dat zaaltje van de VU, vorige week,
waar het debat Bèta's in de mist werd gevoerd. Eindelijk, had de argeloze
toehoorder misschien vooraf gehoopt, een discussie over de feiten achter het al
dan niet bestaande probleem.
Maar de enige die met kwantitatieve argumenten kwam, was een
econoom, prof. dr. Frank den Butter, die in navolging van het Centraal
Planbureau stelde dat áls er een tekort aan bèta's zou zijn, dat volgens de
wetten van vraag en aanbod zou moeten leiden tot een hogere prijs. De salarissen
van bèta's lopen echter al jaren achter bij die van economen, bedrijfskundigen
en marketingtypes. 'Minder instroom van bèta-studenten wil nog niet zeggen dat
er een tekort is.'
Verder weinig cijfers - of het moest de uitspraak zijn van
researchdirecteur dr. Rick Harwig van Philips, dat maar 15 procent van de
onderzoekers ook daadwerkelijk in het onderzoek blijft. De rest stroomt door
naar het management, de verkoop, of zelfs naar personeelszaken. Wat al aangeeft
dat het bedrijf zijn bèta's niet echt als bèta's nodig heeft. ...
Red.: Dus verpleegkundigen en vuilnisophalers zijn
helmaal niet nodig, want die verdienen nog veel minder, en aan drugsdealers en
bankrovers is een groot tekort, want die verdienen heel veel (vrij naar M. Ruijgrok,
zie hier
).
Uit bovenstaande artikel blijkt dus een overduidelijke anti-bètahouding. Alleen al de titel:
bèta's zijn zelf nooit begonnen over een tekort, dat waren de bedrijven die niet
bereid zijn om bèta's goed te betalen, en daar nu in toenemende mate door in de
problemen komen. En zonder kritisch na te denken, de tweede taak van iedere
journalist na rapporteren, reproduceert hij de anti-bèta nonsens van anderen.
Nu een paar voorbeelden rond de menswetenschappen:
Uit:
De Volkskrant, 12-11-2005, door Hans van Maanen
Het is allerminst zeker dat pillen tegen depressie werkelijk
werken
... Het idee dat depressie met pillen zou zijn te bestrijden,
ontstond in de jaren vijftig, toen bleek dat mensen met tbc en allergie
verrassend opgewekt werden van hun nieuwe medicijnen. ...
Maar de wetenschap schrijdt voort, en wat eens een
uitroepteken was, wordt onvermijdelijk een rij vraagtekens. ...
Het brein is, in weerwil van wat populariserende geleerden op
tv graag beweren, een enorm ingewikkeld en amper begrepen orgaan. Dat er sprake
moet zijn van een 'balans', laat staan van 'herstel van een verstoorde balans',
is eigenlijk nergens op gebaseerd.
En dan nog blijft de vraag of antidepressiva werkelijk zo
goed helpen tegen depressie. Deze zomer schreven Joanna Moncrieff en Irving
Kirsch in het Britse artsenblad BMI nog een uiterst kritisch stuk over de Britse
'depressie-richtlijnen'. Uit recente meta-analyses, concluderen zij, blijkt geen
enkele echte klinisch interessante werkzaamheid. Het gaat te ver om te zeggen
dat de pillen nooit iets doen, maar zeker bij lichte tot matige depressies
lijken ze niet beter te werken dan nep-pillen.
In feite is nog steeds onduidelijk of mensen die met
antidepressiva zijn behandeld, op den duur beter afzijn dan patiënten die op een
andere manier zijn behandeld.
Bij kinderen is in ieder geval een belangrijke bijwerking
aan. het licht gekomen - een vergrote kans op zelfmoord - en de onderzoekers
zijn er niet zo zeker van dat dit bij volwassenen geen rol speelt. Een
heroverweging is dringend noodzakelijk, menen zij. En dan zullen ook de
verwachtingen van patiënten moeten worden bijgesteld.
Red.: De korte argumentatie is dit: de medicatieve behandeling
van depressie is nog niet goed ontwikkeld en helpt dus vaak of meestal niet, dus
moeten we er maar vanaf.
Dat is hetzelfde als: de behandeling van kanker heeft maar in, zeg, dertig,
procent van de gevallen succes, dus moeten we er maar vanaf zien. De absurditeit
is nu meteen duidelijk. Natuurlijk kunnen we niet zomaar iedereen genezen van
een depressie, maar het wel zo dat inmiddels een meetbaar aantal mensen, in
ieder geval mee dan tien procent, aanzienlijk het leed kunnen verlichten. Dat is
een aanzienlijke vooruitgang, en vergelijkbaar met de situatie bij kanker een
jaar of dertig geleden. Op dit moment is de genezingskans over alle vormen van
kanker genomen rond de vijftig procent.
Natuurlijk weet Hans van Maanen dit ook allemaal wel, alleen wil hij het niet
weten. Dit blijkt ten duidelijkste uit de eerste deelcitaten. Ondanks zijn
beweerde ingewikkeldheid van de menselijke geest, is het motief achter die
verdrukking niet moeilijk te raden: hij is bang voor verst6oring van het beeld
van de menselijk geest als ingewikkeld. Dit is een voorbeeld van de weerstand
tegen mogelijke ontwikkelingen in de menswetenschappen, die de daden en motieven
van mensen proberen te begrijpen en te duiden. Voor en ander voorbeeld van de
hand van Van Maanen, zie hier
)
De Volkskrant, 08-12-2005, van verslaggever Michael Persson
Honderd miljoen voor vijf discutabele researchcentra
Vijf nieuwe onderzoekcentra mogen de honderd miljoen euro verdelen die het
kabinet heeft gereserveerd voor grootschalige researchinfrastructuur. Tenminste,
als het advies door het kabinet wordt overgenomen.
Red.: Uit de rest van het artikel blijkt dat niet de
researchcentra, maar de manier van het verdelen van het geld discutabel is. De
vergissing in de kop is daarom extra illustratief.
Uit:
De Volkskrant, 07-01-2006, column door Marcel Hulspas
Bemande ruimtevaart is een slechte grap
... En ze hebben gelijk. Bemande ruimtevaart is een
slechte grap. De enige reden waarom de Amerikanen nog naar dat geldverslindende
Space Station gaan, is dat ze het niet aan de Russen willen geven. En de enige
reden waarom de Russen daar komen is dat de ruimtetoeristen de vluchten
betaalbaar houden. In oktober van dit jaar gaat er weer een: de Japanse zakenman
Daisuke Enomoto. Hij heeft laten weten dat hij tijdens de vlucht gekleed wil
gaan als de Japanse stripheld De Rode Komeet: in een vuurrode maillot met dito
hesje en manteltje, gewapend met een ruimtezwaard en een grote gevleugelde helm.
De Russen vinden het prima. Zo heeft ten minste nog iemand lol van bemande
ruimtevaart.
Red.: Bemande ruimtevaart is zinloos. Maar Marcel Hulspas is
even vergeten dat als je de dingen op dit soort ruwe schalen gaat wegen, kunst
minstens even zinloos is, en als je even verder gaat, alles zinloos is. Dit is
een hypocriet oordeel, gebaseerd op vooroordelen, en wel anti-bèta vooroordelen.
Vanwege drukke bezigheden met alle onderdelen van de website,
is de rubriek van de anti- bètahouding in de media niet verder bij gehouden.
Omdat het volgende artikel op de voorpagina stond, trok het de aandacht - omdat
er kort erna nog eentje volgde, en beide afkomstig zijn van vaste bijdragers in
de media, zijn beide maar weer eens opgenomen:
Uit: De Volkskrant, 04-03-2008, van medewerker Rik Nijland
'Superieure' nepzwaluw vliegt als dronken mus
De RoboSwift moet gijzelingen observeren. Vooralsnog vliegt het toestelletje
zich te pletter.
Terwijl een ekster maandagmiddag moeiteloos door de harde wind naar een boom aan
de Droevendaalsesteeg in Wageningen vliegt, bijt de RoboSwift in het stof. Het
microvliegtuigje moet de superieur vliegende gierzwaluw nabootsen, maar
manifesteert zich vooralsnog als een dronken huismus. Drie keer gaat de
RaboSwift tijdens de perspresentatie in regen en turbulentie tragisch ten onder.
... Delftse studenten lucht- en ruimtevaarttechniek hebben op
verzoek van de Wageningse onderzoekers geprobeerd dit principe toe te passen in
de techniekpraktijk. Ze bouwden een nepgierzwaluw van antracietkleurige
koolstofvezel (ruim 30 centimeter lang, 100 gram zwaar, aangedreven door
batterijen), met vleugels die met behulp van een afstandsbediening in
verschillende standen kunnen worden bewogen en waarvan de oppervlakte kan
variëren. ...
Maar dan moet het ding wel kunnen vliegen natuurlijk. Even
ziet het daar maandag naar uit. Het toestelletje, dat klinkt als een opgevoerde
naaimachine, scheert minutenlang zorgeloos over de velden. Maar dan botst het
tegen een plataan, en valt te pletter. ...
Red.: Het is moeilijk duiden hoe fout dit artikel is. Ten
eerste: het maken van een modelvliegtuig gebruik maakt van een variabele
vleugelvorm voor besturing al een innovatie, waarvan de test nooit zonder
problemen zullen verlopen. Ten tweede was er tijdens de demonstratie een
'harde wind' - tijdens de televisie reportage leek dat dit ook nog een vlagerige
wind was - een proleem voor iedere vliegtuig - eigenlijk had demonstratie dus
moeten worden afgelast, want ongetwijfeld niet gedaan is als gebaar richting de
genodigden, dus de pers. En ten derde, zie de foto, lijkt de RoboSwift ook nog
een klein en licht vliegtuig - wat het probleem van de wind sterk verergerd. Dat
het toestel überhaupt nog een vlucht kom maken was een wonder, en dat het bij
deze wind minutenlang onder controle bleef is een topprestatie.
Helaas heeft de verslaggever niet de moeite genomen om zich
vooraf, tijdens, of na de demonstratie van de ins en outs op de
hoogte te stellen. Wat we krijgen is een badinerend stukje op het niveau van de
eerste de beste roddeljournalist - journaillewerk.
Maar ja, wat wil je als het techniek betreft -die boor je
natuurlijk liever in de grond, dan dat je fatsoenlijk je werk doet.
Uit:
Leids universiteitsblad Mare, 29-05-2008, column door Rosanne Hertzberger
Teken van leven
Het was misschien omdat er iets teveel tegelijk mis ging in de wereld. De levend
begraven Chinese kinderen, de weggeblazen Birmezen, de in brand gestoken
Zimbabwanen en dan Amerika, die voor 420 miljoen euro een sonde naar Mars
stuurt.
De ietwat opgewonden verslaggeefster van CNN vertelt dat het
allemaal om de laatste tien minuten draait. Niets is zeker omdat meer dan de
helft van alle Marsmissies in de soep lopen.
In het beeld verschijnt het juichende team in hun witte
polo’s achter Armageddon-achtige schermpjes. Het heeft iets weg van een
spelshow, waarbij het juiste koffertje gekozen is. Maar wat viel er ook al weer
te winnen?
En dan direct weer naar die Chinese ouders. En die
doodgeschopte Zimbabwaan. Iets van die nietsontziende menselijke woede sluipt
bij me naar binnen. Die woede waarbij je voor het gemak aanneemt dat die 420
miljoen euro de aardbeving had kunnen stoppen, of de grenzen van Myanmar had
kunnen openen.
Dan twijfel ik even over details als rechtvaardigheid in de
wereld en heb ik ineens een mening over hoe mensen hun geld moeten uitgeven. En
vind ik die sonde wat aan de dure kant.
‘s Ochtends ben ik snel over mijn ‘er is zoveel ellende in de
wereld’-woede heen. Eerst lees ik in de krant dat die gebroken ouders van wie
het enige kind onder het puin ligt, gewoon een nieuwe mogen maken van de Chinese
regering. En nog gratis ook.
En op de volgende pagina zie ik de foto’s van het gebroken
woestijnlandschap van Mars. Het risico dat NASA nu al voor de elfde keer neemt
is onnavolgbaar. Eerst de op afstand bestuurbare parachutesprong, dan 12
remraketten die moeten zorgen dat de sonde niet crasht, en dan dat
volautomatische laboratorium, inclusief gasanalyse en graafarm, volledig
CO2-neutraal, met eigen zonnecellen.
Het mooiste is nog dat het model in de animatie verdomd veel
doet denken aan de Heineken-bar uit de reclame. Biertje tappen en dan komen ze
wel, die marsmannetjes.
De missie heeft als doel om ‘teken van leven’ te vinden,
ééncellig leven voornamelijk, alhoewel meercellig leven in de vorm van kleine
mannetjes met plastic groene gezichtjes natuurlijk ook een welkome vondst zou
zijn.
Nu is dat al een redelijk ambitieuze doelstelling, omdat er
nog geen water op Mars is gevonden. Maar verder is dat leven waarschijnlijk nu
niet meer levend. Het klimaat op Mars leek lang geleden op dat van de aarde, dus
die hypothetische ééncelligen zouden uitgestorven moeten zijn.
De hoofdprijs van 420 miljoen dollar is deze keer dus niet de
anti-aanbaklaag, het medicijn tegen botontkalking of de betrouwbare
weersvoorspelling, maar de geruststellende gedachte dat het net als op Mars ook
met ons ooit eens afgelopen zal zijn. Dat het eindig is, dat we ons geen zorgen
hoeven te maken over de toekomst.
Ooit zijn wij het onderwerp van de ruimtearcheologie van
andere planeetbewoners. En die gedachte is me heel wat waard.
Red.: Ach ja ... weet Rosanne veel dat het de
natuurwetenschappen en de techniek zelf zijn die dit geld hebben opgebracht. En
zo'n beetje heel de rest van de moderne economie.
Het volgende artikel beschrijft het verschijnsel in het
algemeen:
Uit:
De Volkskrant, 27-12-2008, column door Maarten Keulemans
De bètablindheid van de media
Vorig jaar beloofde ik dat ik erop zou letten: welke wetenschappelijke
uitglijers maakten de media zoal dit jaar? Want ook journalisten kunnen zich
flink verslikken in die verraderlijke wetenschap.
Neem de NOS, een omroep die zichzelf toch graag serieus
neemt. Toch stelde de NOS in februari vast dat mensen uit ‘dna-cellen’ bestaan,
...
En toen een café onlangs een draaideur in gebruik nam die per
passant genoeg stroom zou opwekken om een kop koffie te zetten? Alweer ging er
op de vierhonderd man tellende NOS-redactie geen enkel alarmbelletje af. Om met
zo’n deur koffie te kunnen maken, moet je hem 2.800 keer rondduwen.
Bètablindheid is een kwaal die meer redacties treft. Toen er
in september vanuit een Shellfabriek een stofwolk uitwaaierde, tekenden haast
alle kranten op dat het ging om ‘een stof genaamd catalyst’. Inderdaad: dat is
geen verbinding, maar Engels voor het woord ‘katalysator’. ... En het AD
meldde dat de Nobelprijs voor de geneeskunde was toegekend vanwege de ontdekking
van een ‘virus dat immuunstoornissen veroorzaakt bij mensen’. Had de krant de
mondvol ‘human immunodeficiency virus’ afgekort in plaats van letterlijk
vertaald, dan had men ontdekt dat het gewoon ging om het aids-virus hiv.
RTL vermoedde dat er in de nieuwe deeltjesversneller
LHC nieuwe elementen werden gemaakt; Nu.nl kwam met de onthulling dat
‘hersenloze schelpdieren toch kunnen nadenken’.
Maar de vrolijkste uitglijer maakte De Telegraaf.
‘Kangoeroe genetisch gelijk aan de mens’, kopte de wakkerste krant van
Nederland. Verhip, u bent een kangoeroe! De krant vervolgde: ‘Kangoeroes
vertellen veel over hoe de mens er 150 miljoen jaar geleden uitzag.’ Knap van
die kangoeroe: de moderne mens bestaat pas 200 duizend jaar.
Zo zie je. Een journalist kun je van alles wijsmaken. Als het
maar wetenschappelijk klinkt.
Naar Alfa denken, anti-bèta
,
Wetenschap, cultuur
,
Linkse denkfouten
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of
site home
.
|